Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2019:2599

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
25-09-2019
Datum publicatie
03-10-2019
Zaaknummer
22-004329-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden wegens witwassen, de heling van gestolen auto’s en de oplichting van (potentiële) kopers van die auto’s via marktplaats.nl, ondanks ontlastende verklaring medeverdachte bij raadsheer-commissaris. Uitvoerige bewijsoverwegingen over wetenschap criminele herkomst auto’s. De verdachte wordt ook in hoger beroep ten aanzien van een aantal auto’s vrijgesproken. Benadeelde partij niet-ontvankelijk, nu de originele vordering van de benadeelde partij zich niet meer in het dossier bevindt. Wel schadevergoedingsmaatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-004329-16

Parketnummer: 10-750197-15

Datum uitspraak: 25 september 2019

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 14 september 2016 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1988,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 11 september 2019.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 1 deels (tweede, derde en vijfde onderdeel) en onder 2 deels (tweede, derde en vijfde onderdeel) het onder 3 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder

1. deels (eerste en vierde onderdeel) en onder 2 deels (eerste en vierde onderdeel) en 4 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts is een beslissing genomen omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen en de in beslag genomen voorwerpen, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Daarmee is de gehele tenlastelegging aan het oordeel van het hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

1.
hij op verschillende tijdstippen in de periode van 25 februari 2013 tot en met 14 november 2015 te Rotterdam althans in Nederland (telkens), tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een gewoonte heeft gemaakt van opzetheling, en daartoe hierna genoemde auto's heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededaders ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van de hierna genoemde auto's wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat deze door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goederen betrof te weten:

- een in de periode van 13 november 2015 tot en met 14 november 2015 in Maassluis weggenomen Volkswagen Tiguan (voorzien van chassisnummer [1]) [Zaaksdossier 1] en/of

- een in de periode van 25 februari 2013 tot en met 26 februari 2013 in Amsterdam weggenomen Volkswagen Polo (voorzien van chassisnummer [2]) [Zaaksdossier 2 ] en/of

- een in de periode van 1 maart 2015 tot en met 2 maart 2015 in Rotterdam weggenomen Volkswagen Polo (voorzien van chassisnummer [2]) [Zaaksdossier 3] en/of

- een in de periode van 2 augustus 2015 tot en met 3 augustus 2015 in Rotterdam weggenomen Volkswagen Polo (voorzien van chassisnummer [3]) [Zaaksdossier 4] en/of

- een in de periode van 11 augustus 2015 tot en met 12 augustus 2015 in Rotterdam weggenomen Volkswagen Golf 2.0 GTI (voorzien van chassisnummer [4]) [Zaaksdossier 5];

2.
hij op verschillende tijdstippen in de periode van 25 februari 2013 tot en met 1 december 2015 te Rotterdam althans in Nederland (telkens), tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door (een of meer) listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels hierna genoemde (potentiele) kopers van auto's heeft bewogen tot de afgifte van hierna genoemde geldbedragen, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- die/een auto via een advertentie op [www] en/of [www] te koop aangeboden en/of

- nadat een (potentiele) koper zich had gemeld, een afspraak voor een ontmoeting en/of bezichtiging van die auto gemaakt althans laten maken en/of

- nadat de (potentiele) koper de verkoper van de in de advertentie genoemde auto had ontmoet, zich uitgegeven voor de rechtmatige eigenaar en/of althans als een te goeder trouw zijnde verkoper en/of

- ( aan) die (potentiele) koper die/een auto, laten zien en/of

- ( daarbij/daarmee) gezegd en/of de indruk gewekt dat het een "eerlijke" auto betrof en/of

- ( vervolgens), nadat er al dan niet over de prijs was onderhandeld en/of er een verkoopprijs overeen was gekomen, die(potentiele) koper meegenomen naar een overschrijfpunt teneinde die auto op naam van die (potentiele) koper te laten overschrijven en/of

- nadat de auto op naam van de (potentiele) koper was overgeschreven, de bij die auto aanwezige papieren en/of sleutels, aan die (potentiele) koper overhandigd,

waardoor die (potentiele) koper (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte, te weten

-met betrekking tot een Volkswagen Tiguan (voorzien van chassisnummer [1] ) in de periode van 14 november 2015 tot en met 1 december 2015 te Maassluis en/of Rotterdam en/of Alphen aan de Rijn althans in Nederland , mevrouw [benadeelde partij 1] een geldbedrag van 500 euro [ Zaaksdossier 1] en/of

- met betrekking tot een Volkswagen Polo (voorzien van chassisnummer [2]) in de periode van 25 februari 2013 tot en met 10 maart 2013 in Roosendaal althans in Nederland, de heer [benadeelde partij 2] een geldbedrag van 10.500 euro [Zaaksdossier 2] en/of

- met betrekking tot een Volkswagen Polo (voorzien van chassisnummer [3]) in de periode van 1 maart 2015 tot en met 25 maart 2015 te Leiden en/of Rotterdam althans in Nederland, de heer [benadeelde partij 3] een geldbedrag van 8.200 euro [Zaaksdossier 3] en/of

-met betrekking tot een Volkswagen Polo (voorzien van chassisnummer [4]) in de periode van 2 augustus 2015 tot en met 14 september 2015 te Den Haag en/of Rijswijk althans in Nederland, de heer [benadeelde partij 4] een geldbedrag van 10.600 euro [Zaaksdossier 4] en/of

- met betrekking tot een Volkswagen Golf 2.0 GTI (voorzien van chassisnummer [5]) in de periode van 11 augustus 2015 tot en met 8 september 2015 te Rijswijk althans in Nederland, de heer [benadeelde partij 5] een geldbedrag van 10.500 euro [zaaksdossier 5];


3.
hij op verschillende tijdstippen in de periode van 11 augustus 2015 tot en met 30 augustus 2015 te Rotterdam en/of Alphen aan de Rijn en/of elders in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door (een of meer) listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels

-de heer [benadeelde partij 6] te bewegen tot de afgifte van een geldbedrag van 12.650 euro, in elk geval van enig geldbedrag of goed (zaaksdossier 5], met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid met een of meer van zijn mededaders, althans alleen, ten aanzien van een Volkswagen Golf 2.0 GTI (voorzien van chassisnummer [5]):

- die/een auto via een advertentie op [www] te koop aangeboden en/of

- nadat een (potentiele) koper zich had gemeld, een afspraak voor een ontmoeting en/of bezichtiging van die auto gemaakt althans laten maken en/of

- nadat de (potentiele) koper de verkoper van de in de advertentie genoemde auto had ontmoet, zich uitgegeven voor de rechtmatige eigenaar en/of althans als een te goeder trouw zijnde verkoper en/of

- ( aan) die (potentiele) koper die/een auto, laten zien en/of

- ( daarbij/daarmee) gezegd en/of de indruk gewekt dat het een "eerlijke" auto betrof en/of

- ( vervolgens), nadat er al dan niet over de prijs was onderhandeld en/of er een verkoopprijs overeen was gekomen, die (potentiele) koper meegenomen naar een overschrijfpunt teneinde die auto op naam van die (potentiele) koper te laten overschrijven en/of

- nadat de auto op naam van de (potentiele) koper was overgeschreven, de bij die auto aanwezige papieren en/of sleutels, aan die (potentiele) koper overhandigd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


4.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2011 tot en met 1 december 2015 te Rotterdam althans in Nederland en/of in Marokko, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich schuldig heeft gemaakt aan (schuld) witwassen, immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededader(s), toen en daar (telkens) (krachtens die gewoonte) meermalen, althans eenmaal, van één of meer voorwerpen en/of één of meer geldbedrag(en), te weten van

-Een geldbedrag van 16.850 euro en/of

-Een geldbedrag van 16.378,50 euro en/of

-Een geldbedrag 19.530 euro en/of

-een geldbedrag van 6.749,03 euro en/of

-een geldbedrag van MAD 150.000 (omgerekend ongeveer 15.000 euro)

-de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, althans heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s), verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op bovengenoemd(e) geldbedrag(en) althans (een)voorwerp(en), was/waren en/of wie bovengenoemde geldbedrag(en) althans (een) voorwerp(en),voorhanden had(den) en/of

-bovengenoemd(e) geldbedrag(en) althans (een) voorwerp(en),verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van bovengenoemde geldbedrag(en) althans (een) voorwerp(en), gebruik gemaakt,

terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat, dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek van voorarrest.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet helemaal verenigt. Het hof komt met name tot een iets andere bewezenverklaring en een andere strafoplegging dan de rechtbank

Vrijspraak feit 3

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat zich in het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevindt voor de betrokkenheid van de verdachte bij het onder 3 ten laste gelegde, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewijsoverwegingen

Geloofwaardigheid getuige [medeverdachte]

Op verzoek van de verdediging is getuige en medeverdachte [medeverdachte] gehoord bij de raadsheer-commissaris. Bij de raadsheer-commissaris heeft [medeverdachte] een voor de verdachte ontlastende verklaring afgelegd. De verdediging beroept zich ter terechtzitting meermalen op deze ontlastende verklaring.

Het hof acht de bij de raadsheer-commissaris afgelegde verklaring van [medeverdachte] echter niet geloofwaardig, nu deze verklaring met betrekking tot de verdachte naar het oordeel van het hof onvoldoende steun vindt in het dossier. De andersluidende verklaring die [medeverdachte] eerder, bij de politie, als verdachte heeft afgelegd vindt daarentegen wel steun in het dossier en in de door het hof gebezigde bewijsmiddelen, in het bijzonder voor wat betreft de gang van zaken bij de handel in gestolen auto’s en zijn rol daarbij.

Bewijsoverweging feit 1 en 2

Onder feit 1 is tenlastegelegd de heling van vijf gestolen auto’s zoals is omschreven in de zaaksdossiers

1. tot en met 5. Onder feit 2 is de oplichting door de verkoop van die vijf auto’s ten laste gelegd.

De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte niet op strafbare wijze manier betrokken is geweest bij deze feiten. Waar hij samen is gezien met [medeverdachte], was de verdachte enkel te goeder trouw [medeverdachte] aan het helpen. De verdachte was niet op de hoogte van het feit dat [medeverdachte] handelde in gestolen auto’s.

Het hof overweegt daarover het volgende.

Zaaksdossier 1 betreft een advertentie op [www] van een Volkswagen Tiguan, met kenteken [x]. De genoemde auto is op 13 of 14 november 2015 gestolen. Vervolgens werd deze auto op 23 november 2015 aangeboden op internet. Deze advertentie is betaald via een rekening op naam van [medeverdachte]. In de advertentie werd het telefoonnummer [nr.] vermeld. Op 24 november 2015 wordt deze Tiguan aangetroffen in de Q-park parkeergarage aan de [adres] te Rotterdam. De auto bleek voorzien te zijn van valse kentekenplaten en als gestolen te zijn geregistreerd. Het chassisnummer van de auto hoort bij kenteken [y]. Op camerabeelden van de parkeergarage is te zien dat de verdachte op 26 november wegrijdt met deze Tiguan, voorzien van kenteken [x]. Uit tapgesprekken van het telefoonnummer vermeld in de marktplaatsadvertentie is gebleken dat de verkoper op 1 december 2015 een afspraak heeft gemaakt met de potentiële koper, mevrouw [benadeelde partij 1]. Tijdens de observatie op 1 december 2015 wordt door verbalisanten waargenomen dat de verdachte met de medeverdachte [medeverdachte] naar de Q-park parkeergarage is gegaan, dat zij handelingen hebben verricht bij de voornoemde Tiguan en vervolgens ieder in een auto, de verdachte in een andere auto en de medeverdachte [medeverdachte] in de Tiguan, naar de met de potentiële koper afgesproken plaats zijn gereden. Er is afgesproken in Alphen aan den Rijn en uiteindelijk wordt gezien dat aan [medeverdachte] een enveloppe wordt overhandigd door de koper. Uit de aangifte blijkt dat in deze enveloppe een aanbetaling van € 500,00 zat. Na de ontmoeting met de koper wordt gezien dat [medeverdachte] en de verdachte met de auto’s achter elkaar terugrijden naar de Q-park parkeergarage. Tijdens deze observatie wordt ook gezien dat [medeverdachte] een voorwerp in een afvalbak gooit en wegrent. Na onderzoek blijkt dat [medeverdachte] de (valse) autopapieren van een auto met kenteken [x] weg heeft gegooid. De verdachte is kort daarna aangehouden. In zijn fouillering worden onder andere de telefoon met nummer [nr.] en de huissleutels van de woning aan de [adres][adres][adres] te Rotterdam aangetroffen. Het is het hof bekend dat als er wordt gesproken over een fouillering, de aangetroffen zaken in de regel ook daadwerkelijk worden aangetroffen in de fouillering en niet, zoals door de raadsvrouw opgeworpen, mogelijkerwijs tijdens de doorzoeking van de auto. Dat dat in het onderhavige geval anders is geweest is niet aannemelijk geworden, nu concrete aanknopingspunten die de stelling van de verdachte dienaangaande daadwerkelijk ondersteunen ontbreken. Hetgeen de verdachte heeft verklaard over de vindplaats van de telefoons (waaronder de ‘advertentietelefoon’) en de huissleutels acht het hof dan ook ongeloofwaardig.

Zaaksdossier 4 betreft de heling van een Volkswagen Polo, met kenteken [a]. Deze Volkswagen is omstreeks

10 september 2015 op [www] te koop aangeboden met kenteken [b]. Door de verkoper van deze advertentie werd gebruik gemaakt van het telefoonnummer [nr.]. Op 14 september 2015 is de verdachte geobserveerd. Gezien is dat de verdachte een door hem gehuurde auto parkeerde in de Q-park parkeergarage aan de [adres] te Rotterdam. In die garage is die dag ook de Volkswagen Polo met kenteken [b] aangetroffen. Deze auto was voorzien van valse kentekenplaten en stond als gestolen geregistreerd. Op 14 september 2015 heeft er opnieuw een observatie plaatsgevonden. Tijdens deze observatie is waargenomen dat de verdachte en [medeverdachte] contact maken en samen naar de parkeergarage rijden. Vervolgens is gezien dat de verdachte in een Alfa Romeo wegreed en [medeverdachte] in de Volkswagen Polo. Op deze manier zijn zij naar de met de koper afgesproken plaats gereden. De gestolen auto is door [medeverdachte] met behulp van vervalste kentekenpapieren verkocht. [medeverdachte] is vervolgens bij de verdachte ingestapt en gezamenlijk zijn zij weggereden. De verdachte en [medeverdachte] zijn kort daarna aangehouden. In de auto waarin de verdachte reed is de telefoon met telefoonnummer [nr.] aangetroffen, van welk telefoonnummer na onderzoek door de politie is vastgesteld dat de verdachte daarvan gebruik heeft gemaakt. In de fouillering van de verdachte is de toegangspas van de Q-park parkeergarage aangetroffen, welke hoort bij de woning aan de [adres][adres][adres] te Rotterdam. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij op die dag een gestolen auto met vervalste kentekenpapieren heeft verkocht. Uit onderzoek is gebleken dat de advertenties waarin deze auto werd aangeboden zijn betaald door [persoon 1][persoon 1] en [persoon 2]. [persoon 1] heeft verklaard dat iemand die zichzelf [naam] noemt, die hij op de foto herkent als medeverdachte [medeverdachte 2], weleens samen met iemand die zichzelf [naam 2] noemt, die hij op de foto herkent als de verdachte, via zijn rekeningnummer advertenties plaatste.

Het hof stelt vast dat de verdachte in de woning aan de [adres][adres][adres] te Rotterdam verbleef. Het hof baseert dit op de verklaring van de getuige [getuige] en het gegeven dat er op 14 september 2015 in de fouillering van de verdachte een parkeerpas behorende bij de woning aan de [adres][adres] te Rotterdam werd aangetroffen en de verdachte op 1 december 2015 in het bezit was van de huissleutels van deze woning.

In deze woning zijn bij een doorzoeking blanco kentekenbewijzen voorzien van serienummers aangetroffen. Het betrof een tweetal volledige blokken met kentekenbewijzen, steeds in vijftigtallen. Daarnaast betrof het een blok waarvan kentekenbewijzen waren afgescheurd en een aantal losse kentekenbewijzen in opeenvolgende nummers. De valse kentekenbewijzen in de zaak van de Volkswagen Tiguan bleken serienummers te hebben die behoren bij de serie waartoe ook de in de woning aangetroffen losse kentekenbewijzen behoorden. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat het niet anders kan dan dat de kentekenbewijzen van de Volkswagen Tiguan afkomstig zijn uit hetzelfde afscheurblok met blanco kentekenbewijzen als de losse kentekenbewijzen die zijn aangetroffen in de woning van de verdachte. Aangezien deze kentekenbewijzen zijn aangetroffen in de woning waar de verdachte verbleef, terwijl er naar het oordeel van het hof geen aanwijzing bestaat dat destijds ook nog iemand anders in die woning verbleef of daarvan gebruik maakte die – zonder de verdachte daarvan in kennis te stellen – de genoemde kentekenbewijzen heeft achtergelaten, moet de verdachte wetenschap hebben gehad van deze kentekenbewijzen.

De verdachte heeft geen aannemelijke verklaring gegeven voor de (hiervoor geschetste) omstandigheden waaronder hij de genoemde auto’s (samen met medeverdachte [medeverdachte]) voorhanden heeft gehad en die heeft geprobeerd te verkopen aan getuige [benadeelde partij 1] (de Volkswagen Tiguan) of heeft verkocht aan getuige [benadeelde partij 4] (Volkswagen Polo).

Alle omstandigheden bijeengenomen rechtvaardigen de conclusie dat de verdachte (ook ten tijde van het voorhanden krijgen van de auto’s) wist dat de betreffende auto’s van misdrijf afkomstig waren.

Het hof is derhalve van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte zich met betrekking tot de zaaksdossiers 1 en 4 schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van opzetheling en oplichting.

Het hof komt – met de rechtbank - tot een ander oordeel met betrekking tot zaaksdossiers 2, 3 en 5.

Zaaksdossier 2 betreft de heling van een Volkswagen Polo, met kenteken [c]. Deze VW Polo stond op [www] te koop met kenteken [d]. Kortgezegd zou de betrokkenheid van de verdachte bij deze heling moeten blijken uit de aangetroffen vingerafdruk op het serviceboekje behorende bij kenteken [d]. Hoewel de verdachte hier geen aannemelijke verklaring voor heeft gegeven, acht het hof het enkele aantreffen van deze vingerafdruk onvoldoende om de betrokkenheid van de verdachte bij deze heling en verkoop van deze gestolen auto vast te stellen.

Zaaksdossier 3 betreft de heling van een Volkswagen Polo, met kenteken [e]. Deze VW Polo stond op [www] te koop met kenteken [f]. Kortgezegd zou de betrokkenheid van de verdachte bij deze heling moeten blijken uit het feit dat er door twee mannen interesse is getoond in de autopapieren van de auto met kenteken [g], die mevrouw [persoon 3] te koop had gezet op [www] Uit haar verklaring blijkt dat deze mannen reden in een Citroën met kenteken [h]. Uit onderzoek blijkt dat deze Citroën op dat moment verhuurd was aan de verdachte. Hoewel de verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven voor het feit dat een door hem gehuurde Citroën toen en aldaar is gezien, acht het hof dit onvoldoende om de betrokkenheid van de verdachte bij deze heling en verkoop van deze gestolen auto vast te stellen. Dat de verdachte past in het signalement van de mannen, maakt dat niet anders.

Zaaksdossier 5 betreft de heling van een Volkswagen Golf, die op [www] te koop aan wordt geboden met kenteken [i], waarbij wordt gebruik gemaakt van telefoonnummer [nr.]. Uit onderzoek blijkt dat deze auto als gestolen geregistreerd staat met kenteken [j]. Na een mislukte verkoop wordt de auto opnieuw te koop aangeboden, ditmaal met kenteken [k]. Kortgezegd zou de betrokkenheid van de verdachte bij deze heling moeten blijken uit een stemherkenning. De stem van de gebruiker van de telefoon met telefoonnummer [nr.] wordt herkend als die van de verdachte en de gebruiker wordt [naam] genoemd. De stemherkenning is echter gedateerd na de ten laste gelegde heling van deze Volkswagen Golf. Aangezien het hof niet kan uitsluiten dat de verdachte pas na de pleegdatum van die heling in het bezit is gekomen van deze telefoon, acht het hof deze stemherkenning, ondanks het ontbreken van een aannemelijke verklaring voor het latere bezit van deze telefoon, niet voldoende om de betrokkenheid van de verdachte bij deze heling en verkoop van deze gestolen auto vast te stellen.

Het dossier bevat ten aanzien van de zaaksdossiers 2, 3 en 5 naar het oordeel van het hof derhalve onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de directe betrokkenheid van de verdachte (al dan niet als medepleger) bij het ten laste gelegde.

Bewijsoverweging feit 4

De raadsvrouw heeft bepleit dat de bedragen ten behoeve van het huren van voertuigen niet door de verdachte zijn witgewassen.

Evenmin is er volgens de raadsvrouw sprake van witwassen met betrekking tot de betaalde huur, aangezien niet is vast komen te staan dat de verdachte woonachtig is geweest in de woning aan de [adres], noch dat hij de huur van die woning heeft betaald. De woning werd gehuurd door [medeverdachte].

Verder wordt betwist dat het aangetroffen bonnetje een stortingsbewijs betreft, subsidiair dat de storting door de verdachte is gedaan. Het bonnetje bevat namelijk enkel de naam [verdachte], zonder concrete identificeerbare gegevens, en de handtekening op het bonnetje vertoont niet ‘enige gelijkenis’ met de handtekening van de verdachte.

Tot slot is er volgens de raadsvrouw sprake van een dubbeltelling in de ten laste gelegde geldbedragen die zouden zijn witgewassen. Het hof dient te beoordelen of er op grond van de feiten en omstandigheden zoals daarvan uit dit dossier blijkt, sprake is van een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen, op grond waarvan van de verdachte verlangd mag worden dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld die niet zo onwaarschijnlijk is dat zij zonder meer terzijde kan worden geschoven.

Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte op respectievelijk 14 september 2015 en 1 december 2015 betrokken was bij de verkoop van gestolen auto’s.

Het hof heeft tevens vastgesteld dat de verdachte in de jaren 2009 en 2010 een uitkering heeft ontvangen van de gemeente Rotterdam van rond de € 9.000 netto. In 2011 is een netto inkomen bekend van bijna € 1.500. In de jaren 2012 tot en met 2014 zijn van de verdachte geen inkomsten bekend.

Op de bankrekening van de verdachte is in de periode van april 2012 tot en met augustus 2015 dertig keer contant geld gestort, met een gemiddeld bedrag ter hoogte van € 561.

Zoals reeds vastgesteld was de verdachte in 2015 woonachtig op de [adres] te Rotterdam. Het hof gaat ervan uit dat de verdachte in ieder geval vanaf juli 2015 woonachtig is geweest in die woning, die hij in onderhuur had van [huurder], de formele huurder. Het hof baseert dit op de verklaring van de getuige [getuige], die immers op 25 februari 2016 heeft verklaard dat zij de verdachte ongeveer 8 maanden kent en dat hij, toen ze hem leerde kennen, al verbleef in de woning zoals die door haar wordt omschreven, welke omschrijving past bij de woning op genoemd adres. Als onderhuurder heeft de verdachte ook de huur betaald van deze woning, welke forse vaste lasten betreffen. Bij het berekenen van de door de verdachte betaalde huur is het hof uitgegaan van het bedrag van € 2.170 per maand en een periode van vijf maanden huur (juli 2015 tot en met november 2015).

Tevens heeft de verdachte meermalen contante geldbedragen betaald aan [BV] in verband met de huur van personenauto’s.

Tot slot is bij de verdachte een bonnetje aangetroffen. Op de bon staat dat er een contante storting is verricht in Marokkaanse dirham bij de [bank]. Het stortingsbewijs is gedateerd van oktober 2015. Uit de verklaring van de toenmalige vriendin van verdachte blijkt dat deze datum past binnen de periode waarin de verdachte in Marokko verbleef. Aangezien de achternaam van de verdachte op het stortingsbewijs staat en het bonnetje tijdens een fouillering bij hem is aangetroffen, is voor het hof komen vast te staan dat het stortingsbewijs aan de verdachte toebehoort en dat hij de storting heeft gedaan. Het hof passeert daarmee dus ook het verweer met betrekking tot de handtekening, maar wijst er ten overvloede op dat verschillende handtekeningen in het dossier (zie bijvoorbeeld de handtekening op p. 29 van zaaksdossier 1) en de handtekening op de akte van uitreiking van de oproeping voor de zitting van 11 september 2019, naar het oordeel van het hof wel degelijk enige gelijkenis vertonen met de handtekening op het stortingsbewijs. Bovendien heeft de verdachte geen enkele verklaring voor deze storting of het bij zich hebben van het stortingsbewijs gegeven.

Tegenover de voornoemde uitgaven staat dat de verdachte in deze periode geen legaal inkomen heeft gehad. Op basis van al deze feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, is sprake van een vermoeden van witwassen.

Met betrekking tot de vermeende dubbeltelling, merkt het hof op dat het hof zal vrijspreken van het onderdeel dat ziet op de girale betalingen aan [BV], zodat van een dubbeltelling geen sprake kan zijn.

De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep verklaard dat hij in zijn levensonderhoud wordt voorzien door familie en vrienden. Daarnaast heeft hij verklaard dat hij geld zou hebben gespaard met een baan in de periode voorafgaande aan de onderzochte periode.

Het hof acht deze verklaring van de verdachte niet concreet, niet min of meer verifieerbaar en op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. De verdachte heeft zich derhalve schuldig gemaakt aan het ten laste gelegde witwassen, zoals hieronder is bewezenverklaard.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.
hij op verschillende tijdstippen in de periode van 25 februari 2013 tot en met 14 november 2015 te Rotterdam althans in Nederland (telkens), tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een gewoonte heeft gemaakt van opzetheling, en daartoe hierna genoemde auto's heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededaders ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van de hierna genoemde auto's wisten, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat deze door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goederen betroffen te weten:

- een in de periode van 13 november 2015 tot en met 14 november 2015 in Maassluis weggenomen Volkswagen Tiguan (voorzien van chassisnummer [1]) [Zaaksdossier 1] en/of

- een in de periode van 25 februari 2013 tot en met 26 februari 2013 in Amsterdam weggenomen Volkswagen Polo (voorzien van chassisnummer [2]) [Zaaksdossier 2 ] en/of

- een in de periode van 1 maart 2015 tot en met 2 maart 2015 in Rotterdam weggenomen Volkswagen Polo (voorzien van chassisnummer [3]) [Zaaksdossier 3] en/of

- een in de periode van 2 augustus 2015 tot en met 3 augustus 2015 in Rotterdam weggenomen Volkswagen Polo (voorzien van chassisnummer [4]) [Zaaksdossier 4] en/of

- een in de periode van 11 augustus 2015 tot en met 12 augustus 2015 in Rotterdam weggenomen Volkswagen Golf 2.0 GTI (voorzien van chassisnummer [5]) [Zaaksdossier 5] ;
2.
hij op verschillende tijdstippen in de periode van 25 februari 2013 tot en met 1 december 2015 te Rotterdam althans in Nederland (telkens), tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door (een of meer) listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels hierna genoemde (potentiele) kopers van auto's heeft bewogen tot de afgifte van hierna genoemde geldbedragen, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:

- die/een auto via een advertentie op [www] en/of [www] te koop aangeboden en/of

- nadat een (potentiele) koper zich had gemeld, een afspraak voor een ontmoeting en/of bezichtiging van die auto gemaakt althans laten maken en/of

- nadat de (potentiele) koper de verkoper van de in de advertentie genoemde auto had ontmoet, zich uitgegeven voor de rechtmatige eigenaar en/of althans als een te goeder trouw zijnde verkoper en/of

- ( aan) die (potentiele) koper die/een auto, laten zien en/of

- (daarbij/daarmee) gezegd en/of de indruk gewekt dat het een "eerlijke" auto betrof en/of

- ( vervolgens), nadat er al dan niet over de prijs was onderhandeld en/of er een verkoopprijs overeen was gekomen, die (potentiele) koper meegenomen naar een overschrijfpunt teneinde die auto op naam van die (potentiele) koper te laten overschrijven en/of

- nadat de auto op naam van de (potentiele) koper was overgeschreven, de bij die auto aanwezige papieren en/of sleutels, aan die (potentiele) koper overhandigd,

waardoor die (potentiele) koper (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte, te weten

- met betrekking tot een Volkswagen Tiguan (voorzien van chassisnummer [1]) op 1 december 2015 te Maassluis en/of Rotterdam en/of Alphen aan de Rijn althans in Nederland , [benadeelde partij 1] een geldbedrag van 500 euro [ Zaaksdossier 1] en/of

- met betrekking tot een Volkswagen Polo (voorzien van chassisnummer [2]) in de periode van 25 februari 2013 tot en met 10 maart 2013 in Roosendaal althans in Nederland, de heer [benadeelde partij 2] een geldbedrag van 10.500 euro [Zaaksdossier 2] en/of

- met betrekking tot een Volkswagen Polo (voorzien van chassisnummer [3]) in de periode van 1 maart 2015 tot en met 25 maart 2015 te Leiden en/of Rotterdam althans in Nederland, de heer [benadeelde partij 3] een geldbedrag van 8.200 euro [Zaaksdossier 3] en/of

- met betrekking tot een Volkswagen Polo (voorzien van chassisnummer [4]) op 14 september 2015 te Den Haag en/of Rijswijk althans in Nederland, de heer [benadeelde partij 4] een geldbedrag van 10.600 euro [Zaaksdossier 4] en/of

- met betrekking tot een Volkswagen Golf 2.0 GTI (voorzien van chassisnummer [5]) in de periode van 11 augustus 2015 tot en met 8 september 2015 te Rijswijk althans in Nederland, de heer [benadeelde partij 5] een geldbedrag van 10.500 euro [zaaksdossier 5];


4.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 april 2012 1 december 2011 tot en met 1 december 2015 te Rotterdam althans in Nederland en/of in Marokko, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich schuldig heeft gemaakt aan (schuld) witwassen, immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededader(s), toen en daar (telkens) (krachtens die gewoonte) meermalen, althans eenmaal, van één of meer voorwerpen en/of één of meer geldbedrag(en), te weten van

- een geldbedrag van 16.850 euro en/of

- e en geldbedrag van 16.378,50 euro en/of

- een geldbedrag 10.850 19.530 euro en/of

- een geldbedrag van 6.749,03 euro en/of

- een geldbedrag van MAD 150.000 (omgerekend ongeveer 15.000 euro)

- de werkelijke aard, de en herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld, althans heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s), verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op bovengenoemd(e) geldbedrag(en) althans (een)voorwerp(en), was/waren en/of wie bovengenoemde geldbedrag(en) althans (een) voorwerp(en),voorhanden had(den) en/of

- bovengenoemd(e) geldbedrag(en) althans (een) voorwerp(en),verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, en/of van bovengenoemde geldbedrag(en) althans (een) voorwerp(en), gebruik gemaakt, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat, dat/die voorwerp(en) geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van opzetheling, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

witwassen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met een medeverdachte schuldig gemaakt aan de heling van twee gestolen auto’s. Deze auto’s zijn vervolgens met valse kentekenplaten te koop aangeboden via [www]. De verdachte had blanco kentekenbewijzen in zijn woning die in ieder geval bij één van de auto’s zijn gebruikt voor het maken van valse kentekenbewijzen. Naar aanleiding van de advertenties hebben potentiële kopers telefonisch contact opgenomen, waarna zij een afspraak voor een bezichtiging hebben gemaakt. Tijdens deze afspraken stelde de medeverdachte zich onder een andere naam voor en deed hij zich voor als een eerlijke en betrouwbare verkoper. Bij de koop van de auto’s hebben de kopers aan de medeverdachte contante geldbedragen overhandigd. De verkoper heeft de (valse) kentekenpapieren van de betreffende auto weggegooid (zaaksdossier 1) en het kenteken op het overschrijvingsbewijs bleek niet overeen te komen met de kentekenplaten op de auto. De verdachte heeft zich derhalve ook schuldig gemaakt aan het medeplegen van oplichting van de kopers van de gestolen auto’s.

Door aldus te handelen heeft de verdachte met zijn mededader groot financieel nadeel toegebracht aan de betrokkenen en misbruik gemaakt van hun vertrouwen. Het hof neemt het de verdachte kwalijk dat hij zich bij het plegen van de onderhavige feiten kennelijk uitsluitend heeft laten leiden door geldelijk gewin en zich op geen enkele manier heeft bekommerd om de gevolgen voor de benadeelden. Het handelen van de verdachte heeft daarnaast bijgedragen aan het voortbestaan van de door misdrijf ontstane onrechtmatige vermogensrechtelijke toestand.

Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van verschillende geldbedragen.

Witwassen vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Opbrengsten van misdrijven worden hierdoor bovendien aan het zicht van justitie onttrokken, waardoor witwassen kan worden gezien als een misdrijf dat andere misdrijven faciliteert.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d.

26 augustus 2019, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten.

Het hof moet constateren dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, nu er bijna drie jaren zijn verstreken tussen het namens de verdachte en door de officier van justitie instellen van hoger beroep en het eindarrest. Het hof heeft bij het bepalen van de strafmaat in matigende zin rekening gehouden met deze overschrijding van de redelijke termijn in die zin dat de in beginsel passend en geboden geachte geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden indien de redelijke termijn niet zou zijn overschreden, met één maand wordt verminderd.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Beslag

De advocaat-generaal heeft ten aanzien van de onder

5, 6 en 11 in beslag genomen goederen gevorderd dat daaromtrent overeenkomstig het bestreden vonnis dient te worden beslist. Ten aanzien van de onder 7, 8, 9 en 10 in beslag genomen goederen heeft de advocaat-generaal gevorderd dat deze goederen verbeurd worden verklaard.

De onder 6 en 11 in beslag genomen en nog niet teruggegeven goederen zoals vermeld op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, nu de feiten met behulp van deze voorwerpen zijn begaan en nu het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang. Het hof zal daarom deze voorwerpen onttrekken aan het verkeer.

Ten aanzien van de onder 5, 7, 8, 9 en 10 in beslag genomen goederen zoals vermeld op de hiervoor bedoelde lijst van inbeslaggenomen voorwerpen zal het hof de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten, nu niet aan de voorwaarden voor een verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van deze voorwerpen wordt voldaan.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 7]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 7] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 2 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 4.740,00.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 4.740,00.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van een deel van het materiële deel van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 500,00, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte niet anders betwist dan met een beroep op vrijspraak.

Naar het oordeel van het hof levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde een onevenredige belasting van het strafgeding op, nu de originele vordering van de benadeelde partij zich niet meer in het dossier bevindt.

Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 7]

Nu daarentegen voor het hof wel vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 500,00 aansprakelijk is voor de schade die door het onder 2 (eerste onderdeel) bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 7] (zijnde dezelfde persoon als de in de bewezenverklaring genoemde [benadeelde partij 1]).

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 8]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 6.100,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Naar het oordeel van het hof is niet komen vast te staan, dat de gestelde schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde. De vordering heeft betrekking op een incident dat niet is ten laste gelegd en dus ook niet bewezen is verklaard.

De benadeelde partij dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36b, 36c, 36f, 47, 57, 63, 326, 416 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 deels (tweede, derde en vijfde onderdeel) en onder 2 deels (tweede, derde en vijfde onderdeel) en onder 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 deels (eerste en vierde onderdeel), onder 2 deels (eerste en vierde onderdeel) en onder 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 deels (eerste en vierde onderdeel), onder 2 deels (eerste en vierde onderdeel), en onder 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 6. 1.00 STK Kentekenbewijs;

- 11. 1.00 STK Sleutel.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 5. 1.00 STK Papier;

- 7. 1.00 STK GSM zaktelefoon SAMSUNG;

- 8. 1.00 STK GSM zaktelefoon NOKIA;

- 9. 1.00 STK GSM zaktelefoon NOKIA;

- 10. 1.00 STK GSM zaktelefoon APPLE iPhone.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 7]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 7]

niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 7], ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 500,00 (vijfhonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan de betalingsverplichting hebben voldaan, deze in zoverre vervalt.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 1 december 2015.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 8]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 8] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door mr. W.P.C.M. Bruinsma,

mr. A.E. Mos-Verstraten en mr. B.P. de Boer, in bijzijn van de griffier J.J. Mossink.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 25 september 2019.