Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2019:2586

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
01-10-2019
Datum publicatie
22-10-2019
Zaaknummer
200.231.873/01
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

Garage tekortgeschoten bij werkzaamheden aan klassieke auto o.a. tav gespoten kleur? Klachtplicht niet geschonden, verzuim zonder ingebrekestelling, geen beroep op vervaltermijn mogelijk. Opdracht tot spuiten in 'originele kleur'. Zorgplicht garage.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.231.873/01

Zaaknummer rechtbank : 5610030 CV EXPL 16-53451

arrest van 1 oktober 2019

inzake

[appellante],

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante,

hierna te noemen: [appellante],

advocaat: mr. L. Vrakking te Arnhem,

tegen

[geïntimeerde],

gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerde,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr. J.M.C. Wessels te Zwijndrecht.

Het geding

Voor het verloop van het geding tot 13 maart 2017 verwijst het hof naar het arrest van die datum waarbij een comparitie van partijen is gelast. Op verzoek van partijen is de comparitie niet doorgegaan. [appellante] heeft bij memorie van grieven, tevens houdende wijziging van eis (met producties) vijf grieven aangevoerd. Bij memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] de grieven bestreden. Vervolgens heeft [appellante] een akte na memorie van antwoord genomen, waarop [geïntimeerde] bij antwoordakte heeft gereageerd. Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

De feiten

1. Tegen de door de kantonrechter in het vonnis van 20 oktober 2017 (hierna: het bestreden vonnis) vastgestelde feiten zijn geen grieven gericht. Ook het hof gaat van die feiten uit.

2. Met wat verder in hoger beroep tussen partijen is komen vast te staan, gaat het in deze zaak om het volgende:

2.1

[geïntimeerde] is een autoschadeherstelbedrijf dat zich onder meer bezighoudt met plaat- en spuitwerk. [appellante] is eigenaar van een Porsche 930 Carrera 3.2 WTL (Works Turbo Look) Cabriolet uit 1988 (hierna: de auto). De heer [bestuurder appellante] (hierna: [bestuurder appellante]) is bestuurder van [appellante].

2.2

[geïntimeerde] heeft in opdracht en voor rekening van [appellante] werkzaamheden verricht aan de auto, waaronder het overspuiten daarvan. De auto is door [spuiter] onder verantwoordelijkheid van [geïntimeerde] overgespoten in de kleur Alpine Weiss. Op 11 maart 2016 is de auto bij [appellante] afgeleverd. Na aflevering hebben [bestuurder appellante] en anderen vervolgwerkzaamheden aan de auto verricht.

2.3

Partijen hebben met elkaar gecorrespondeerd over (de kwaliteit van) de verrichte werkzaamheden.

2.3.1

Bij e-mailbericht van 15 april 2016 heeft [bestuurder appellante] aan [geïntimeerde] onder meer geschreven:

De man die aan de Porsche werkt heeft een aantal rare onvolkomenheden aan het spuitwerk ontdekt. Waaronder:

- Stuk rechter portier niet leeggespoten door slordig geplakte tape waardoor de deur overgedaan moet worden

- Onder spiegel kabels is niet gespoten

- Aantal druppels op diverse onderdelen

- Bij de paravaan zitten schuursporen onder de lak

- Los van hetgeen we nog gaan tegenkomen

Kortom de auto dient op sommige vlakken nagelopen te worden (…)”.

2.3.2

Op 21 april 2016 heeft [bestuurder appellante] per e-mail [geïntimeerde] onder meer het volgende bericht:

Nog een paar puntjes:

1. binnenzijde zijn veel kabelbomen mee gespoten 2. A stijl bekleding meespoten 3. deurrubbers welke niet op de bekabeling zijn gedaan voor deuren plaatsen (…)”.

2.3.3

[bestuurder appellante] heeft op 12 juni 2016 het volgende e-mailbericht aan [geïntimeerde] gestuurd:

(…) Andere vraag nl. hoe is de kleur van de auto bepaald? Adhv welke gegevens?

2.3.4

Op 13 juni 2016 om 09:26 uur heeft [geïntimeerde] geantwoord:

“(…) De kleur die jij had opgegeven was Alpine Weis[s] en die hebben we ook opgevraagd en besteld bij Sikkens, onze lakleverancier”.

2.3.5

[bestuurder appellante] heeft daarop op dezelfde dag om 10:21 uur aan [geïntimeerde] geschreven:

Hoe aangegeven dan? Kleur scannen jullie toch altijd?

Op de kleurstikker stond nl Grand Prix White L908 P5”.

2.3.6

Bij e-mailbericht van dezelfde dag om 11:30 uur heeft [geïntimeerde] geantwoord:

Jij hebt mij en [voornaam] [[naam], van [spuiter], hof] mondeling de opdracht gegeven Alpine Weiss (want dat was volgens jou de originele kleur) er op te spuiten en die hebben we dus ook besteld bij Sikkens en er ook op gespoten”.

2.3.7

[bestuurder appellante] heeft bij e-mail van dezelfde dag om 11:32 uur vervolgens geschreven:

Mondeling? Er zit een sticker op aan de binnenzijde en je gaf mij aan destijds de kleur altijd te scannen. Die verantwoordelijkheid ligt toch bij jullie? (…).”

2.3.8

Hierop heeft [geïntimeerde] om 11:34 uur geantwoord:

Ja inderdaad, normaliter scannen wij de kleur altijd, maar aangezien jij aan ons aangaf dat Alpine Weiss er op zat, was dat niet meer nodig.

2.3.9

Bij e-mailbericht van 22 juni 2016 heeft [bestuurder appellante] hierop het volgende aan [geïntimeerde] geschreven:

Onzin natuurlijk. Jullie zijn de spuiter en dienen dit te controleren. (…)

Resume van tekortkomingen:

1. Kleur gebruikte lak is onjuist. Dient Grand Prix White te zijn.

2. Stuk rechter portier niet leeggespoten door slordig geplakte tape waardoor de deur overgedaan moet worden

3. Onder spiegel kabels is niet gespoten

4. Hele reeks druppels op diverse onderdelen

5. Bij de paravaan zitten schuursporen onder de lak

6. Schade bij voorscherm is niet hersteld waardoor voorscherm niet goed te stellen is

7. Bij onderdorpels is over loszittend vuil heen gespoten

8. Deurslot linkerzijde zo vastgedraaid dat deze uitgeslepen diende te worden

9. Deurscharnieren zijn erg beschadigd door geforceerd inzetten van boutjes waar pinnen horen

10. Overal kabelbomen mee gespoten

11. A stijlen bekleding mee gespoten

12. Interieurdelen mee gespoten

13. Deurrubbers niet gemonteerd voor plaatsen deuren

14. Deurscharnieren gedemonteerd en beschadigd i.p.v. de deuren te verwijderen d.m.v. de pinnen te gebruiken

15. Kofferruimte alles mee gespoten

16. Etc

(…)”.

2.3.10

[geïntimeerde] heeft bij e-mail van 6 juli 2016 onder meer als volgt geantwoord:

Als je de auto aanbiedt voor garantie maken wij alle door jou aangegeven punten (behalve de punten die tijdens het herstel al door ons aangegeven waren die jouw monteur niet nodig vond om te doen) in orde.

Uitgezonderd in het verhaal is de kleur, die expliciet door jou was aangeduid als Alpine Weiss, daar doen wij niets aan. Jij bent de klant en al wil je hem pimpelpaars gespoten hebben, dan doen wij dat. (…)”.

2.4

[geïntimeerde] heeft [appellante] bij factuur van 12 maart 2016 € 8.470,- voor de werkzaamheden in rekening gebracht (hierna: de factuur). [appellante] heeft de factuur niet betaald.

Het geschil

3.1

[geïntimeerde] heeft in eerste aanleg gevorderd, kort gezegd, betaling van de factuur vermeerderd met rente en kosten.

3.2

[appellante] heeft in reconventie gevorderd, kort gezegd, betaling van € 5.000,- aan schadevergoeding voor het opnieuw laten spuiten van de auto, vermeerderd met rente en kosten.

3.3

De kantonrechter heeft bij het bestreden vonnis de vorderingen in conventie grotendeels toegewezen, de reconventionele vordering afgewezen en [appellante] veroordeeld in de proceskosten in conventie en reconventie.

3.4

[appellante] vordert in hoger beroep vernietiging van het bestreden vonnis en formuleert een eiswijziging. Zij vordert, zakelijk weergegeven, afwijzing van de vordering met veroordeling van [geïntimeerde] tot terugbetaling van dat wat [appellante] naar aanleiding van het bestreden vonnis heeft voldaan, vermeerderd met wettelijke handelsrente, verklaring voor recht dat [geïntimeerde] is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst, veroordeling van [geïntimeerde] tot betaling van € 7.500,- aan schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke handelsrente en, voor zover nodig, veroordeling van [geïntimeerde] tot terugbetaling van dat wat [appellante] naar aanleiding van het bestreden vonnis heeft voldaan, vermeerderd met wettelijke handelsrente, een en ander met veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten in beide instanties.

3.5

[geïntimeerde] concludeert in haar memorie van antwoord, kort gezegd, tot bekrachtiging van het bestreden vonnis.

4. In dit geschil is aan de orde of [geïntimeerde] is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst en of [appellante] als gevolg daarvan is gerechtigd de betaling van de factuur op te schorten en [geïntimeerde] schadevergoeding aan [appellante] moet betalen. [appellante] verwijt [geïntimeerde] met name dat de auto in de kleur Alpine Weiss in plaats van de kleur Grand Prix Weiss is gespoten, dan wel dat zij [appellante] niet heeft gewaarschuwd voor de onjuistheid in de spuitopdracht voor wat betreft de kleur. [appellante] heeft in hoger beroep aan haar verwijten toegevoegd dat het spuitwerk slecht en slordig is uitgevoerd, dat het plaatwerk van de auto niet als nieuw is afgeleverd en dat de auto is beschadigd door het ondeskundig (de)monteren van onderdelen. Uit de manier waarop het partijdebat zich in hoger beroep tot nu toe heeft ontwikkeld, begrijpt het hof dat de kleur waarin de auto is gespoten ook in hoger beroep het voornaamste geschilpunt is. De beoordeling zal zich dan ook eerst tot de kleur beperken.

Klachtplicht en verzuim (grieven 1 en 2)

5.1

De gestelde tekortkoming ten aanzien van de kleur is in het bestreden vonnis niet beoordeeld. De kantonrechter heeft namelijk geoordeeld dat [appellante] niet binnen bekwame tijd nadat zij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijs had behoren te ontdekken daarover bij [geïntimeerde] heeft geprotesteerd (r.o. 4.2 van het bestreden vonnis) en dat [geïntimeerde] ook niet in verzuim is geraakt (r.o. 4.3 van het bestreden vonnis). Daartegen richten zich de grieven 1 en 2.

- klachtplicht (grief 1)

5.2

De schuldeiser kan geen beroep meer doen op een gebrek in de prestatie als hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken bij de schuldenaar heeft geprotesteerd (artikel 6:89 BW). Bij de beantwoording van de vraag of de schuldeiser binnen bekwame tijd heeft geklaagd, moeten alle betrokken belangen worden afgewogen en moet acht worden geslagen op alle relevante omstandigheden, waarbij ook van belang is of de schuldenaar nadeel lijdt door het verstrijken van de tijd totdat is geprotesteerd. In dit verband moet de rechter rekening houden met enerzijds het voor de schuldeiser ingrijpende rechtsgevolg van het te laat protesteren – te weten verval van al haar rechten ter zake van de tekortkoming – en anderzijds de concrete belangen waarin de schuldenaar is geschaad door het late tijdstip waarop dat protest is gedaan, zoals een benadeling in haar bewijspositie of een aantasting van haar mogelijkheden de gevolgen van de gestelde tekortkoming te beperken. De tijd die is verstreken tussen het tijdstip dat bekendheid met het gebrek bestaat of redelijkerwijs diende te bestaan, en dat van het protest, vormt in die beoordeling een belangrijke factor, maar is niet doorslaggevend.

5.3

Met inachtneming van de maatstaf als hiervoor omschreven, overweegt het hof als volgt. [appellante] stelt dat het gebrek – dat de auto in de verkeerde kleur is gespoten – bij [geïntimeerde] is gemeld nadat dat gebrek is ontdekt, te weten op 15 april 2016. [geïntimeerde] betwist dit. Ook indien moet worden aangenomen dat, zoals [geïntimeerde] stelt, [appellante] pas op 13 juni 2016 heeft geklaagd over de kleur – dit is drie maanden nadat de auto door [geïntimeerde] is afgeleverd – is het hof van oordeel dat haar recht daartoe niet is komen te vervallen. Niet valt in te zien dat [geïntimeerde] door het tijdsverloop op enige wijze in haar belangen is geschaad, terwijl het belang van [appellante] om zich op de rechtsgevolgen van de gestelde tekortkoming te beroepen evident is. Het betoog van [geïntimeerde] dat zij in haar verweermogelijkheden is geschaad doordat [appellante] door het tijdsverloop een kleurensticker heeft kunnen aanbrengen, is onvoldoende toegelicht reeds omdat niet aannemelijk is dat [appellante] de sticker niet had kunnen aanbrengen bij een (aanzienlijk) korter tijdsverloop. Op welk moment [appellante] voor het eerst over de kleur heeft geklaagd bij [geïntimeerde] kan dan ook buiten beschouwing blijven.

5.4

Grief 1 is dus terecht voorgesteld.

- vervaltermijn

5.5

[geïntimeerde] voert bij haar bestrijding van grief 1 nog aan dat [appellante] op grond van artikel 6.5 van de FOCWA-voorwaarden binnen tien dagen na de factuurdatum op straffe van verval van haar rechten haar bezwaren kenbaar had moeten maken.

5.6

Dit verweer slaagt niet. Het hof acht het beroep van [geïntimeerde] op dit beding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. In een geval als het onderhavige, waar sprake is van een kleurverschil dat op het eerste gezicht niet in het oog springt omdat de gehele auto in één kleur is gespoten en zowel de door de opdrachtgever gewenste als de daadwerkelijk opgespoten kleur wit is terwijl die kleuren enkel in een wittint van elkaar verschillen, wordt de opdrachtgever door een (zeer korte) vervaltermijn van tien dagen onaanvaardbaar benadeeld in de mogelijkheid zijn bezwaren kenbaar te maken. Daar komt nog bij dat [geïntimeerde] niet in haar belangen wordt geschaad bij een overschrijding van de in artikel 6.5 van de FOCWA-voorwaarden neergelegde termijn (vgl. r.o. 5.3).

- verzuim (grief 2)

5.7

Tussen partijen staat vast dat [appellante] [geïntimeerde] niet in gebreke heeft gesteld. Volgens [appellante] is [geïntimeerde] zonder ingebrekestelling in verzuim. Ter onderbouwing daarvan voert [appellante] ten eerste aan dat op het moment dat zij klaagde nakoming blijvend onmogelijk was en ten tweede dat zij uit berichten van (de gemachtigde van) [geïntimeerde] heeft afgeleid dat [geïntimeerde] niet bereid was de auto opnieuw te spuiten.

5.8

Het spuiten van de auto in de volgens [appellante] overeengekomen kleur (Grand Prix Weiss) is naar het oordeel van het hof niet blijvend onmogelijk. Niet valt in te zien dat indien de auto in de verkeerde kleur zou zijn gespoten, dit gebrek niet kan worden hersteld door het opnieuw spuiten van de auto in de kleur Grand Prix Weiss. Volgens [appellante] zou [geïntimeerde] de werkzaamheden aan de auto oorspronkelijk verrichten aan de auto als geheel, terwijl de auto na afronding van de spuitwerkzaamheden ten behoeve van het verrichten van nadere werkzaamheden door derden is gedemonteerd. [appellante] licht echter niet toe dat en waarom de al of niet ge(de)monteerde staat van de auto het spuiten in de kleur Grand Prix Weiss belet, terwijl verder moet worden aangenomen dat de auto in ieder geval op enig moment weer in gemonteerde staat was en in die staat overgespoten had kunnen worden. Het betoog dat nakoming blijvend onmogelijk is geworden, wordt daarom verworpen.

5.9

Wel is het hof – met [appellante] – van oordeel dat de e-mail van 6 juli 2016 van [geïntimeerde] (r.o. 2.3.10) moet worden aangemerkt als een mededeling als bedoeld in artikel 6:83 onder c BW. [appellante] stelt terecht dat zij uit die mededeling van [geïntimeerde] moest afleiden dat [geïntimeerde] zou tekortschieten in het spuiten van de auto in de kleur Grand Prix Weiss. In dat e-mailbericht staat, zakelijk weergegeven, dat [geïntimeerde] bereid is alle gemelde herstelpunten uit te voeren, met uitzondering van het overspuiten in een andere kleur. Uit die mededeling blijkt dat [geïntimeerde] niet bereid was, ook als zij daartoe zou zijn aangemaand, de door [appellante] gestelde tekortkoming – het spuiten van de auto in de kleur Alpine Weiss – te herstellen. Dit betekent dat [geïntimeerde] zonder ingebrekestelling in verzuim is geraakt.

5.10

Hieruit volgt dat ook grief 2 terecht is voorgesteld.

Tekortkoming (grief 3)

5.11

Grief 3 betreft de niet in het bestreden vonnis beantwoorde vraag of [geïntimeerde] is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst.

5.12

[appellante] stelt, primair, dat zij opdracht heeft gegeven de auto in de originele kleur (Grand Prix Weiss) te spuiten en dat de tekortkoming van [geïntimeerde] erin bestaat dat de auto in de kleur Alpine Weiss is gespoten. [appellante] wijst erop dat het tussen partijen en in de branche gebruik is dat het spuitbedrijf de originele kleur bepaalt met een speciaal daarvoor bestemde scanner en dat zich ten tijde van het ter hand stellen van de auto aan [geïntimeerde] aan de linkerkant van het rechter voorscherm van de auto ook een sticker bevond die de originele kleur en kleurcode (“Grand Prix White L 908 P5”) vermeldde. Mede onder verwijzing naar het voorgaande stelt [appellante], subsidiair, dat ook als zij, zoals [geïntimeerde] stelt, opdracht zou hebben gegeven de auto in de kleur Alpine Weiss te spuiten, [geïntimeerde] niettemin is tekortgeschoten in de op haar als professioneel garage- en spuitbedrijf rustende (zorg)verplichting de originele kleur van de auto te achterhalen en [appellante] te waarschuwen dat Alpine Weiss niet de originele kleur was. [geïntimeerde] heeft om die reden niet als een redelijk handelend en redelijk bekwaam garage- en spuitbedrijf gehandeld.

5.13

[geïntimeerde] betwist dat zij toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van op haar rustende verplichtingen. Volgens [geïntimeerde] heeft [bestuurder appellante] haar expliciet de opdracht gegeven de auto in de kleur Alpine Weiss over te spuiten. Om die reden was volgens [geïntimeerde] voor een onderzoek naar de originele kleur geen reden. In aanvulling daarop brengt [geïntimeerde] naar voren dat de kleurscanner de originele kleur van de auto niet had kunnen achterhalen omdat de auto al meermaals was overgespoten, dat zij niet is gewezen op de aanwezigheid van de door [appellante] bedoelde sticker en dat die sticker ook niet aanwezig was op het moment dat [appellante] de auto bij haar bracht.

5.14

Ter beoordeling staat wat partijen zijn overeengekomen met betrekking tot de kleur waarin de auto moest worden gespoten. De overeenkomst moet op dit punt worden uitgelegd. Bij die uitleg komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs aan elkaars verklaringen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij moet worden gelet op alle concrete omstandigheden van het geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen. Ook gedragingen van partijen na het sluiten van de overeenkomst kunnen van belang zijn voor de aan de overeengekomen kleur te geven uitleg.

5.15

Gelet op die maatstaf wordt als volgt overwogen. De opdracht tot het verrichten van werkzaamheden aan de auto is mondeling op verschillende momenten door [bestuurder appellante] gegeven aan (medewerkers van) [geïntimeerde] (vgl. r.o. 2.3.6 en 2.3.7). Partijen verschillen van mening wat bij die gelegenheden is besproken over de kleur. Na uitvoering van de werkzaamheden hebben partijen gecommuniceerd over de kleur(bepaling) van de auto (r.o. 2.3). In haar e-mailbericht van 13 juni 2016 om 11:30 uur (r.o. 2.3.6) schrijft [geïntimeerde] in antwoord op de vraag van [bestuurder appellante] hoe de kleur van de auto is bepaald: “Jij hebt mij en [voornaam] mondeling de opdracht gegeven Alpine Weiss (want dat was volgens jou de originele kleur) er op te spuiten. Naar het voorlopige oordeel van het hof volgt uit deze eigen uitlating van [geïntimeerde] dat zij ervan op de hoogte was dat [bestuurder appellante] wilde dat de auto in “de originele kleur” zou worden gespoten. Tussen partijen staat vast dat Alpine Weiss niet de originele kleur van de auto is. Daarmee staat echter niet vast dat sprake is van een tekortkoming van [geïntimeerde]. Dat hangt af van de overige omstandigheden, in het bijzonder of [bestuurder appellante] heeft gezegd dat de originele kleur Alpine Weiss was, zoals [geïntimeerde] stelt, en of ook in dat geval op [geïntimeerde] als redelijk handelend en redelijk bekwaam garage- en spuitbedrijf de (zorg)verplichting rustte onderzoek te doen naar de juistheid van de originele kleur.

5.16

In dit verband zijn onder meer de volgende gezichtspunten van belang: (i) (de aan- of afwezigheid van) de kleursticker in de auto op het moment dat de auto aan [geïntimeerde] werd aangeboden; (ii) de kleur van de auto op het moment dat de auto aan [geïntimeerde] werd aangeboden; (iii) de eventuele mededelingen die [appellante] omtrent deze punten aan [geïntimeerde] heeft gedaan; en (iv) wat voor het bepalen van de (originele) kleur van een (klassieke) auto tussen partijen en in de branche gebruikelijk is. Mede gezien de uiteenlopende standpunten van partijen omtrent deze gezichtspunten heeft het hof, alvorens verder te beslissen, behoefte aan nadere inlichtingen. Daarom zal een comparitie van partijen worden gelast ten overstaan van het hof waarin in ieder geval bovenstaande gezichtspunten aan de orde zullen komen. Tevens wil het hof worden geïnformeerd over de staat van de auto op dit moment. Ter comparitie zal verder aan de orde worden gesteld over welke bewijsmiddelen partijen beschikken. Het hof merkt op dat de stelplicht en bewijslast van de gestelde tekortkoming op [appellante] rusten. [appellante] heeft daartoe een gespecificeerd bewijsaanbod gedaan.
De comparitie van partijen zal tevens worden benut voor het beproeven van een minnelijke regeling tussen partijen.

5.17

Gelet op het relatief beperkte financiële belang in deze zaak, geeft het hof partijen nog in overweging ter beperking van verdere kosten en procesrisico’s tijdig vóór de comparitiedatum met elkaar in overleg te treden teneinde te bezien of zij het onderhavige geschil alsnog in onderling overleg tot een oplossing kunnen brengen.

5.18

Het hof zal voor het overige iedere beslissing aanhouden.

Beslissing

Het hof:

  • -

    beveelt partijen deugdelijk vertegenwoordigd door een persoon die van de zaak op de hoogte is en bevoegd is om een schikking aan te gaan, vergezeld van hun raadslieden, voor het verstrekken van inlichtingen en het beproeven van een minnelijke regeling te verschijnen voor de meervoudige kamer van het hof in één van de zalen van het Paleis van Justitie, Prins Clauslaan 60 te Den Haag op 12 december 2019 om 09.30 uur;

  • -

    bepaalt dat uitstel van deze comparitie eenmaal zal worden verleend, indien daarom, onder opgave van verhinderdata van beide partijen voor de komende drie maanden, binnen twee weken na dit arrest schriftelijk wordt verzocht;

  • -

    verstaat dat het hof reeds beschikt over een kopie van de volledige procesdossiers zodat overlegging daarvan voor de comparitie niet nodig is;

  • -

    bepaalt dat partijen de bescheiden waarop zij een beroep zouden willen doen, over zullen leggen door deze uiterlijk twee weken vóór de comparitie in viervoud in kopie aan de griffie handel en aan de wederpartij te zenden; en

  • -

    houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. C.J. Verduyn, M.J. van Cleef-Metsaars en R.J.F. Thiessen en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2019 in aanwezigheid van de griffier.