Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2019:2385

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
25-08-2019
Datum publicatie
06-09-2019
Zaaknummer
22-000889-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Voorhanden hebben van jammers (art. 350d jo. 350c Sr). Bewijsoverwegingen t.a.v. aard en gebruik van jammers en het uitblijven van een verklaring van de verdachte die de redengevendheid voor het bewijs van door het hof vastgestelde omstandigheden kon ontzenuwen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-000889-19

Parketnummer: 09-016485-19

Datum uitspraak: 29 augustus 2019

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 27 februari 2019 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1995,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 15 augustus 2019.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, te vervangen door 60 dagen hechtenis.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 15 januari 2019 te Wassenaar, met het oogmerk daarmee opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk of door middel van telecommunicatie zijn opgeslagen en/of worden verwerkt en/of overgedragen te veranderen, te wissen, onbruikbaar en/of ontoegankelijk te maken dan wel andere gegevens daaraan toe te voegen en/of met het oogmerk daarmee opzettelijk enig geautomatiseerd werk of enig werk voor telecommunicatie te vernielen, te beschadigen of onbruikbaar te maken, een stoornis in de gang of in de werking van zodanig werk te veroorzaken, of een ten opzichte van zodanig werk genomen veiligheidsmaatregel te verijdelen, twee, althans één, jammer(s)/stoorzender(s), althans een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt is gemaakt en/of ontworpen tot het plegen van een zodanig bovenomschreven misdrijf, voorhanden heeft gehad;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15januari 2019 te Wassenaar, al dan niet opzettelijk, één of meer radioapparaten, te weten twee, althans één jammer(s)/stoorzender(s) (zonder merk en/of type aanduiding), heeft aangelegd, geheel of gedeeltelijk aangelegd aanwezig heeft gehad en/of heeft gebruikt, terwijl voor het gebruik ervan aan de houder van die radioapparaten geen vergunning voor het gebruik van frequentieruimte was verleend op grond van hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 15 januari 2019 te Wassenaar, met het oogmerk daarmee opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk of door middel van telecommunicatie zijn opgeslagen en/of worden verwerkt en/of overgedragen te veranderen, te wissen, onbruikbaar en/of ontoegankelijk te maken dan wel andere gegevens daaraan toe te voegen en/of met het oogmerk daarmee opzettelijk in enig geautomatiseerd werk of enig werk voor telecommunicatie te vernielen, te beschadigen of onbruikbaar te maken, een stoornis in de gang of in de werking van zodanig werk te veroorzaken, of een ten opzichte van zodanig werk genomen veiligheidsmaatregel te verijdelen, twee, althans één, jammer(s)/stoorzender(s), althans elk zijnde een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt is gemaakt en/of ontworpen tot het plegen van een zodanig bovenomschreven misdrijf, voorhanden heeft gehad;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

Het hof stelt – op grond van de gebezigde bewijsmiddelen – vast dat de verdachte bij een politiecontrole is staande gehouden in een door hem gehuurde bestelbus. In de laadruimte van de bus werden verrijdbare containers aangetroffen, gevuld met afvalresten van een hennepkwekerij. Aan één van de binnenwanden van de laadruimte van de bus was een gebruiksklare met stroomdraad voorziene jammer bevestigd met tie-wraps. In het dashboardkastje werd vervolgens een identieke jammer aangetroffen. De verdachte heeft bij alle gelegenheden waar hem om een verklaring is gevraagd voor de aanwezigheid van deze jammers in de bus – waarvan de verhuurder heeft verklaard dat deze voorwerpen niet door hem in de bus zijn geplaatst en dat de bus leeg was toen hij aan de verdachte is meegegeven – zich op zijn zwijgrecht beroepen.

Het hof is van oordeel dat jammers – die naar hun aard geen andere bestemming kennen dan het verstoren van telecommunicatie – in het criminele circuit worden gebruikt om ontdekking van criminele activiteiten te bemoeilijken. In dat licht bezien past het bij het door de verdachte vervoeren van het afval van een hennepkwekerij dat hij daarbij gebruik kon maken van jammers en dat die met dat doel zich in de door hem gebruikte bus bevonden.

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de jammers voorhanden heeft gehad - zoals bedoeld in artikelen 350d juncto 350c van het Wetboek van Strafrecht – waarbij het hof in aanmerking neemt dat de verdachte geen verklaring heeft gegeven die de redengevendheid voor het bewijs van de hiervoor door het hof vastgestelde omstandigheden kon ontzenuwen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Het voorhanden hebben van een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 350d juncto artikel 350c van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft twee jammers voorhanden gehad, zijnde een stoorzenders die mobiel telefoon- en internetverkeer plaatselijk onmogelijk maken en die plegen te worden gebruikt om criminele activiteiten voor te bereiden en te verhullen, zoals in de onderhavige zaak ook is gebleken.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 25 juli 2019, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit. De verdachte heeft er voor gekozen om geen verklaring af te leggen over zijn persoonlijke omstandigheden, zodat het hof daar – bij gebrek aan informatie - geen rekening mee kan houden.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 350c en 350d van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. A.J.M. Kaptein,

mr. F.W. van Lottum en mr. F.P. Geelhoed, in bijzijn van de griffier mr. T.S.M. Middelburg.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 29 augustus 2019.

Mr. A.J.M. Kaptein is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.