Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2019:1994

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
26-07-2019
Datum publicatie
26-07-2019
Zaaknummer
001021-19
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Toewijzing wrakingsverzoek. Objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2019/426
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Zaaknummer : 001021-19

Zaaknummer hoofdzaak : 200.248.187/01

Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakings- en verschoningsverzoeken van 26 juli 2019

inzake het schriftelijk verzoek tot wraking, als bedoeld in artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in de hoofdzaak met genoemd zaaknummer van:

Google LLC,

gevestigd te Mountain View, California (Verenigde Staten),

verzoekster,

hierna te noemen: Google,

advocaat: mr. R.D. Chavannes te Amsterdam.

Het geding

1. In de procedure tussen [geïntimeerde hoofdzaak] (hierna: [geïntimeerde hoofdzaak]) als verzoekster en Google als verweerster heeft de rechtbank Amsterdam op 19 juli 2018 uitspraak gedaan. Tegen deze beschikking heeft Google op 19 oktober 2018 hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam (hierna: de hoofdzaak).

2. De mondelinge behandeling van het verzoekschrift in de hoofdzaak stond gepland op 14 juni 2019. Bij brief van 11 juni 2019 heeft Google mr. A.M.A. Verscheure, een van de behandelend raadsheren van het hof Amsterdam, in overweging gegeven zich te verschonen en bij het uitblijven daarvan haar wraking te verzocht.

3. Bij brief van 12 juni 2019 heeft de griffier van het hof Amsterdam Google meegedeeld dat mr. Verscheure, hierna: de Raadsheer, geen reden ziet zich terug te trekken van de behandeling van de zaak en dat de brief in behandeling zal worden genomen als wrakingsverzoek.

4. Bij beslissing tot verwijzing van 19 juni 2019 heeft de wrakingskamer van het gerechtshof Amsterdam in het kader van de ‘pilot externe wrakingskamer’ de wrakingszaak op grond van artikel 62b Wet op de rechterlijke Organisatie ter verdere behandeling verwezen naar de wrakingskamer van het gerechtshof Den Haag.

5. De wrakingskamer van het gerechtshof Den Haag heeft de mondelinge behandeling van het verzoek bepaald op 12 juli 2019. Google, de Raadsheer en [geïntimeerde hoofdzaak] zijn van de behandeling op deze datum op de hoogte gebracht.

6. De Raadsheer heeft de wrakingskamer per email van 3 juli 2019 laten weten dat zij niet in de wraking berust en dat zij wenst te worden gehoord ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek.

7. Bij de behandeling van het wrakingsverzoek zijn verschenen: mr. R.D. Chavannes en mr. D. Verhulst, advocaten te Amsterdam, vergezeld van [bedrijfsjurist], bedrijfsjurist, namens Google en de Raadsheer.

Mr. Chavannes en mr. Verhulst hebben de zaak bepleit aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities.

Het wrakingsverzoek

8. Google heeft ter onderbouwing van het verzoek tot wraking - samengevat - het volgende aangevoerd.

9. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling van het hoger beroep in de hoofdzaak heeft Google navraag gedaan bij de griffie van het hof. Daarbij leerde Google dat de Raadsheer één van de behandelend raadsheren zouden zijn. De Raadsheer komt voor op de 'zwarte lijst rechters' van SIN-NL. Dit acht Google van belang, omdat het in de hoofdzaak draait om de vraag of Google enkele zoekresultaten moet blokkeren bij een zoekopdracht op naam van verweerster (“[geïntimeerde hoofdzaak]”) in Google Search. Deze zoekresultaten verwijzen onder meer naar een vermelding van [geïntimeerde hoofdzaak] op de ‘zwarte lijst artsen’ van de stichting SIN-NL (www.zwartelijstartsen.org). De 'zwarte lijst rechters' is een lijst met namen van rechters die volgens SIN-NL falende artsen de hand boven het hoofd houden. Het is voor Google cruciaal dat de zaak in hoger beroep met een onafhankelijke en onpartijdige blik wordt behandeld, in het algemeen en met betrekking tot de stichting SlN-NL en diens voorzitter in het bijzonder. Hoewel Google op voorhand geen oordeel heeft over het vermogen van de Raadsheer om het persoonlijke van het zakelijke te scheiden, meent zij dat ook – objectief gezien – iedere schijn van persoonlijke betrokkenheid of vooringenomenheid moet worden voorkomen. In deze zaak is hiertoe te meer aanleiding in verband met het volgende.

10. Tijdens de zitting in eerste aanleg kwam aan de orde dat de behandelend rechter
zelf voorkomt op de ‘zwarte lijst rechters’. Ter zitting liet de behandeld rechter zich ontvallen dat zij niet begreep hoe advocaten het vertegenwoordigen van deze stichting konden verenigen met hun beroepseed, terwijl de advocaat van [geïntimeerde hoofdzaak] kort daarvoor aandacht had gevraagd voor het feit dat de legal counsel van Google Netherlands B.V. in het verleden advocaat van SIN-NL was geweest. Google heeft de behandelend rechter toen niet gewraakt, maar haar wel gevraagd zich alsnog te verschonen indien na de zitting zou blijken dat haar persoonlijke ervaring met (de zwarte lijst van) SIN-NL doorwerkte in de oordeelsvorming. Dat heeft zij niet gedaan. Uit de door de behandelend rechter gewezen beschikking blijkt volgens Google een eigen persoonlijk (moreel of emotioneel) oordeel over de (rechtmatigheid van de) website van SIN-NL. Google heeft daartegen in het hoger beroep in de hoofdzaak gegriefd.

11. De Raadsheer staat, evenals de behandelend rechter in eerste aanleg, op de ‘zwarte lijst rechters’ van SIN-NL. Volgens Google brengt dit – objectief gezien – de vereiste rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid in gevaar. De eigen vermelding op de ‘zwarte lijst rechters’ kan immers bij de Raadsheer, bewust of onbewust, voeding geven aan een persoonlijke, vooringenomen overtuiging over SlN-NL en/of haar voorzitter, die doorwerkt in de beoordeling van het hoger beroep. Dat niet alle rechters ongevoelig zijn voor een vermelding op de zwarte lijst van SIN-NL blijkt volgens Google niet alleen uit de reactie van de behandelend rechter in eerste aanleg, maar ook uit het klemmende verzoek dat zij in 2014 ontving van de president van het hof Arnhem-Leeuwarden, mede namens zes (senior)raadsheren van dat hof, om de zoekresultaten te blokkeren die verwezen naar een kritische publicatie van SIN-NL over enkele van de bij dat hof werkzame raadsheren. Een en ander klemt te meer omdat [geïntimeerde hoofdzaak] zelf in haar memorie van antwoord (verweerschrift) een beroep doet op een eventueel persoonlijke ervaring van rechters die vermeld staan op de 'zwarte lijst rechters' van SIN-NL, met naamsvermelding van onder anderen de Raadsheer.

De reactie

12. De Raadsheer heeft niet in de wraking berust. De mondelinge reactie van de Raadsheer ter zitting van de wrakingskamer kan als volgt worden samengevat.

13. Het was de Raadsheer tot aan het hoger beroep in de hoofdzaak niet bekend dat ook haar naam wordt vermeld op de ‘zwarte lijst rechters’. Anders dan een arts heeft een rechter in de uitoefening van zijn werkzaamheden in het geheel geen nadeel van vermelding op een dergelijke lijst. Zij kan zich niet voorstellen dat er een rechter is die niettemin moeite heeft met vermelding op deze lijst. Het enkele feit dat de naam van de Raadsheer op deze zwarte lijst staat doet ook op geen enkele manier af aan haar onpartijdigheid en objectiviteit om het hoger beroep in de hoofdzaak te behandelen.

Beoordeling van het wrakingsverzoek

14. Ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. De rechter wordt volgens vaste jurisprudentie uit hoofde van zijn aanstelling vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

15. Het hof is van oordeel dat – gegeven het feit dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn – de enkele omstandigheid dat een rechter voorkomt op een zwarte lijst van rechters, onvoldoende is om aan te nemen dat deze rechter niet meer onpartijdig kan oordelen over een kwestie waarin deze lijst van belang is. Zou dit anders zijn, dan zou een partij door het opstellen van een zwarte lijst invloed kunnen uitoefenen op de vraag welke individuele rechter behandelend rechter in een geding zal zijn.

16. Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde omstandigheden niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de door Google geuite vrees dat de Raadsheer jegens haar, of de door haar verdedigde standpunten, een vooringenomenheid koestert - objectief - gerechtvaardigd is. Hierbij is de opvatting van Google van belang, maar deze is niet doorslaggevend.

17. In de hoofdzaak klaagt Google in een van haar grieven over een gebrek aan onpartijdigheid van de rechter in eerste aanleg die zelf ook voorkomt op een zwarte lijst van rechters. Tegen die achtergrond heeft Google in deze procedure een aantal bijkomende bijzondere omstandigheden aangevoerd die naar het oordeel van het hof zwaarwegende aanwijzingen opleveren die de vrees van Google dat de Raadsheer, die eveneens voorkomt op de 'zwarte lijst rechters' van SIN-NL, jegens SIN-NL (en afgeleid daarvan jegens Google) naar objectieve maatstaven kunnen rechtvaardigen. Het hof wijst daarbij op de volgende omstandigheden:

- tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg is aan de orde is geweest dat de behandelend rechter voorkwam op de 'zwarte lijst rechters'. Daarbij heeft de behandelend rechter een opmerking gemaakt over de voormalig advocaat van SIN-NL. In het proces-verbaal is een en ander als volgt verwoord:

“De rechter deelt voor de volledigheid mee dat zij ook zelf op de lijst van de website

zwartelijstartsen.nl staat vermeld. Ten aanzien van de door SIN-NL gevoerde

procedures merkt zij op dat het haar verbaast dat een advocaat kennelijk nog steeds

bereid is zich in te laten met deze Organisatie”.

Google heeft deze opmerking opgevat als een aanwijzing van vooringenomenheid jegens SIN-NL.

- de wederpartij van Google, [geïntimeerde hoofdzaak], benoemt in haar verweerschrift in de hoofdzaak bij het hof Amsterdam specifiek de Raadsheer als een van de rechters die op de 'zwarte lijst rechters' voorkomt en maakt in dat processtuk een concrete vergelijking tussen die vermelding en de vermelding op de 'zwarte lijst artsen' van [geïntimeerde hoofdzaak] zelf, waarbij zij ook de verschillen benoemt;

- in een brief die Google in augustus 2014 heeft ontvangen van de president van het hof Arnhem-Leeuwarden, welke brief zij heeft geciteerd in haar pleitnotities ter zitting van de wrakingskamer, verzocht de president mede namens zes (senior-)raadsheren van wie een schriftelijke machtiging was bijgevoegd om twee volledige websites die werden beheerd door SIN-NL, en twee individuele pagina’s, blijvend uit de zoekresultaten te verwijderen, omdat op de betreffende pagina’s uitingen stonden die in strijd zouden zijn met de wet. In de brief stond onder meer:

“ Namens het gerechtshof en voormelde raadsheren verzoek ik u om de

website [...] en of onderdelen daarvan in relatie tot het (voormalige

gerechtshof Arnhem thans) gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en de

voormelde raadsheren uit uw zoekresultaten op www.google.nl blijvend te

verwijderen en/of blokkeren.

De website [...] bevat pagina’s [...] en “Zwarte Lijst Rechters” [...] waarop

uitingen staan die in strijd met de wet zijn.

De publicatie op voormelde website is in strijd met de wet, althans in strijd met hetgeen maatschappelijk betaamt, omdat er sprake is van:

- Smaad (art. 26; Wetboek van Strafrecht)

- Laster (art. 262 Wetboek van Strafrecht), althans

- Belediging (art. 266 Wetboek van Strafrecht).

Bovendien is er in casu sprake van belediging van het openbaar gezag

hetgeen een strafverzwarende omstandigheid is (art. 267 Wetboek van

Strafrecht).

[…]Door de onrechtmatige vermelding in de zoekresultaten van www.google.nl leiden het gerechtshof én de betrokken raadsheren voortdurend reputatieschade. Het in een rechtsstaat noodzakelijke vertrouwen van burgers in het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en de aldaar met rechtspraak belaste raadsheren, wordt door vorenbedoelde publicatie op onrechtmatige wijze geschaad. […]”

18. Met name de toonzetting van deze brief - ook al is deze afkomstig van de president van een ander gerechtshof dan het hof waarvan de Raadsheer deel uitmaakt - en de daarin gebezigde kwalificaties maken, samen met de omstandigheid dat [geïntimeerde hoofdzaak] in haar verweerschrift erop wijst dat ook de Raadsheer op die lijst staat, dat Google objectief gezien - mede gelet op haar grieven in de hoofdzaak - aanleiding heeft om te vrezen dat de vermelding van een rechter op de 'zwarte lijst rechters' van SIN-NL, de betrokken rechter weldegelijk kan raken. Dat de Raadsheer heeft verklaard dat zij geen enkele moeite heeft met de vermelding van haar naam op deze lijst is niet van belang, aangezien het bij Google niet gaat om de mogelijk subjectieve onpartijdigheid, maar om de objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.

19. Gelet op al het voorgaande is het hof van oordeel dat in onderhavige zaak zich de uitzonderlijke omstandigheid voordoet dat de vrees van Google dat de Raadsheer in de procedure in de hoofdzaak niet onpartijdig zal zijn naar objectieve maatstaven bezien gerechtvaardigd is. Het verzoek van Google is dan ook gegrond en zal worden toegewezen.

Beslissing

Het hof

- wijst toe het verzoek tot wraking van mr. A.M.A. Verscheure;

- bepaalt dat een afschrift van deze beslissing wordt gezonden aan Google, mr. Verscheure en [geïntimeerde hoofdzaak], alsmede aan de voorzitter van de afdeling Civiel recht en de president van het gerechtshof Amsterdam.

Deze beslissing is gegeven door mrs. M.J. van der Ven, C.J. Frikkee en A.J.P. van Essen en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 juli 2019 in aanwezigheid van de griffier.