Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2019:1915

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
17-05-2019
Datum publicatie
15-07-2019
Zaaknummer
2200228317
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van valsheid in geschrift. Hij heeft als apotheker gedurende een periode van ongeveer twee jaren valse declaraties ingediend voor een duur medicijn, terwijl dat medicijn in werkelijkheid niet was verstrekt en de vergoedingen daarvoor geïncasseerd.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, en tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-002283-17

Parketnummer: 10-996546-15

Datum uitspraak: 17 mei 2019

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 26 april 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

adres: [woonplaats] [geboorteplaats].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 12 april 2019 en 17 mei 2019.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij,

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 februari 2013 tot en met 24 mei 2015

in de gemeente Nijmegen, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, (telkens)

één of meer bij [bedrijf 1] (verder te noemen '[afkorting bedrijf 1]') ingediende declaratie(s) voor het medicijn Atripla tablet filmomhuld (DOC-010-01),

te weten

1.(een) declaratie voor 90 medicijnen Atripla tablet filmomhuld met als declaratiebedrag(incl) 2.657,75 (euro) dat verwijst naar/met factuurdatum 7-2-13 en receptnr 984107.1 en factuurnummer 000004000817 en afleverdatum 30-1-13; en/of

2. ( een) declaratie voor 90 medicijnen Atripla tablet filmomhuld met als declaratiebedrag(incl) 2.709,71 (euro) dat verwijst naar/met factuurdatum 4-9-13 en receptnr 1031176.1 en factuurnummer 000004007225 en afleverdatum 30-7-13; en/of

3.(een) declaratie voor 180 medicijnen Atripla tablet filmomhuld met als declaratiebedrag(incl) 5.251,74 (euro) dat verwijst naar/met factuurdatum 4-11-13 en receptnr 1047454.1 en factuurnummer 000004009147 en afleverdatum 1-10-13; en/of

4. ( een) declaratie voor 360 medicijnen Atripla tablet filmomhuld met als declaratiebedrag(incl) 10.409,18 (euro) dat verwijst naar/met factuurdatum 5-5-14 en receptnr 1084171.1 en factuurnummer 000004015040 en afleverdatum 1-12-13; en/of

5. ( een) declaratie voor 180 medicijnen Atripla tablet filmomhuld met als declaratiebedrag(incl) 5.207,33(euro) dat verwijst naar/met factuurdatum 5-6-14 en receptnr 1096572.1 en factuurnummer 000004016065 en afleverdatum 10-4-13; en/of

6.(een) declaratie voor 360 medicijnen Atripla tablet filmomhuld met als declaratiebedrag(incl) 10.409,18 (euro) dat verwijst naar/met factuurdatum 1-8-14 en receptnr 1106390.1 en factuurnummer 000004017904 en afleverdatum 19-12-13; en/of

7.(een) declaratie voor 360 medicijnen Atripla tablet filmomhuld met als declaratiebedrag(incl) 10.402,83 (euro) dat verwijst naar/met factuurdatum 1-8-14 en receptnr 1106402.1 en factuurnummer 000004017904 en afleverdatum 17-3-13; en/of

8. ( een) declaratie voor 180 medicijnen Atripla tablet filmomhuld met als declaratiebedrag(incl) 5.200,23 (euro) dat verwijst naar factuurdatum 4-11-14 en receptnr 1128445.1 en factuurnummer 000004020460 en afleverdatum 5-2-13; en/of

9. ( een) declaratie voor 180 medicijnen Atripla tablet filmomhuld met als declaratiebedrag(incl) 5.305,68 (euro) dat verwijst naar/met factuurdatum 6-5-15 en receptnr 1172485.1 en factuurnummer 000004026003 en afleverdatum 31-12-13; en/of

10.(een) declaratie voor 180 medicijnen Atripla tablet filmomhuld met als declaratiebedrag(incl) 5.193,89 (euro) dat verwijst naar factuurdatum 24-5-15 en receptnr 1128443.1 en factuurnummer [afkorting bedrijf 1]402046001 en afleverdatum 2-12-13

- ( elk) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen-

valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of heeft/hebben vervalst en/of heeft/hebben doen (laten) opmaken en/of heeft/hebben doen (laten) vervalsen,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of haar mededader(s) (telkens)

valselijk en in strijd met de waarheid

-in/op die (elektronische) declaratie(s) aangegeven dat een hoeveelheid Atripla tablet filmomhuld was verstrekt, terwijl in werkelijkheid deze hoeveelheid niet was verstrekt, en/of

-in/op die (elektronische) declaratie(s) (een) gedeclareerd(e) bedrag(en) aangegeven, terwijl in werkelijkheid voornoemd(e) bedrag(en) niet was/waren besteed,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


hij,

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 7 februari 2013 tot en met 5 januari 2015,

in de gemeente Nijmegen en/of (elders) in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen,

door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

Zorginstituut Nederland en/of [bedrijf 1] en/of (een) ander(en), heeft/hebben bewogen en/of doen bewegen tot de afgifte van één of meerdere geldbedragen, in totaal euro 746.874,90, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) - zakelijk weergegeven - (telkens) opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid aan Zorginstituut Nederland en/of [bedrijf 1] voorgewend dat er kosten waren gemaakt met betrekking tot het medicijn Atripla tablet filmomhuld, terwijl deze kosten in werkelijkheid niet waren gemaakt,

waardoor Zorginstituut Nederland en/of [bedrijf 1] is bewogen tot bovenomschreven afgifte;

en/of

hij,

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 6 mei 2015 tot en met 24 mei 2015,

in de gemeente Nijmegen en/of (elders) in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen,

door het aannemen van een valse naam of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

Zorginstituut Nederland en/of [bedrijf 1] en/of (een) ander(en), te bewegen en/of doen bewegen tot de afgifte van één of meerdere geldbedragen, in totaal euro 142.811, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) - zakelijk weergegeven - (telkens) opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid aan Zorginstituut Nederland en/of [bedrijf 1] voorgewend dat er kosten waren gemaakt met betrekking tot het medicijn Atripla tablet filmomhuld, terwijl deze kosten in werkelijkheid niet waren gemaakt,

zijnde de uitvoering van dat misdrijf niet voltooid.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, met uitzondering van de opgelegde straf en dat de verdachte in plaats daarvan zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven nu het hof komt tot een enigszins andere bewezenverklaring. Ook zal het hof andere beslissingen nemen ten aanzien van de strafoplegging.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


hij,

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 februari 2013 tot en met 24 mei 2015

in de gemeente Nijmegen, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, (telkens)

één of meer bij het [bedrijf 1] (verder te noemen '[afkorting bedrijf 1]') ingediende declaratie(s) voor het medicijn Atripla tablet filmomhuld (DOC-010-01),

te weten

1.(een) declaratie voor 90 medicijnen Atripla tablet filmomhuld met als declaratiebedrag(incl) 2.657,75 (euro) dat verwijst naar/met factuurdatum 7-2-13 en receptnr 984107.1 en factuurnummer 000004000817 en afleverdatum 30-1-13; en/of

2. (een) declaratie voor 90 medicijnen Atripla tablet filmomhuld met als declaratiebedrag(incl) 2.709,71 (euro) dat verwijst naar/met factuurdatum 4-9-13 en receptnr 1031176.1 en factuurnummer 000004007225 en afleverdatum 30-7-13; en/of

3.(een) declaratie voor 180 medicijnen Atripla tablet filmomhuld met als declaratiebedrag(incl) 5.251,74 (euro) dat verwijst naar/met factuurdatum 4-11-13 en receptnr 1047454.1 en factuurnummer 000004009147 en afleverdatum 1-10-13; en/of

4. (een) declaratie voor 360 medicijnen Atripla tablet filmomhuld met als declaratiebedrag(incl) 10.409,18 (euro) dat verwijst naar/met factuurdatum 5-5-14 en receptnr 1084171.1 en factuurnummer 000004015040 en afleverdatum 1-12-13; en/of

5. (een) declaratie voor 180 medicijnen Atripla tablet filmomhuld met als declaratiebedrag(incl) 5.207,33 (euro) dat verwijst naar/met factuurdatum 5-6-14 en receptnr 1096572.1 en factuurnummer 000004016065 en afleverdatum 10-4-13; en/of

6.(een) declaratie voor 360 medicijnen Atripla tablet filmomhuld met als declaratiebedrag(incl) 10.409,18 (euro) dat verwijst naar/met factuurdatum 1-8-14 en receptnr 1106390.1 en factuurnummer 000004017904 en afleverdatum 19-12-13; en/of

7.(een) declaratie voor 360 medicijnen Atripla tablet filmomhuld met als declaratiebedrag(incl) 10.402,83 (euro) dat verwijst naar/met factuurdatum 1-8-14 en receptnr 1106402.1 en factuurnummer 000004017904 en afleverdatum 17-3-13; en/of

8. (een) declaratie voor 180 medicijnen Atripla tablet filmomhuld met als declaratiebedrag(incl) 5.200,23 (euro) dat verwijst naar met factuurdatum 4-11-14 en receptnr 1128445.1 en factuurnummer 000004020460 en afleverdatum 5-2-13; en/of

9. (een) declaratie voor 180 medicijnen Atripla tablet filmomhuld met als declaratiebedrag(incl) 5.305,68 (euro) dat verwijst naar/met factuurdatum 6-5-15 en receptnr 1172485.1 en factuurnummer 000004026003 en afleverdatum 31-12-13; en/of

10.(een) declaratie voor 180 medicijnen Atripla tablet filmomhuld met als declaratiebedrag(incl) 5.193,89 (euro) dat verwijst naar met factuurdatum 24-5-15 en receptnr 1128443.1 en factuurnummer [afkorting bedrijf 1]402046001 en afleverdatum 2-12-13

- (elk) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen-

valselijk heeft/hebben opgemaakt en/of heeft/hebben vervalst en/of heeft/hebben doen (laten) opmaken en/of heeft/hebben doen (laten) vervalsen,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of haar mededader(s) (telkens)

valselijk en in strijd met de waarheid

-in/op die (elektronische) declaratie(s) aangegeven dat een hoeveelheid Atripla tablet filmomhuld was verstrekt, terwijl in werkelijkheid deze hoeveelheid niet was verstrekt, en/of

-in/op die (elektronische) declaratie(s) (een) gedeclareerd(e) bedrag(en) aangegeven, terwijl in werkelijkheid voornoemd(e) bedrag(en) niet was/waren besteed,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het primair bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van valsheid in geschrift. Hij heeft als apotheker gedurende een periode van ongeveer twee jaren valse declaraties ingediend voor een duur medicijn, terwijl dat medicijn in werkelijkheid niet was verstrekt en de vergoedingen daarvoor geïncasseerd. Aldus handelend heeft de verdachte het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer in het algemeen en de bij de (financiering van de) zorg betrokken instellingen in het bijzonder moet kunnen worden gesteld in de echtheid van dergelijke documenten ernstig beschaamd. Daarmee heeft hij bovendien gelden die ten goede dienen te komen aan de gemeenschap gebruikt om een kostbare verbouwing van zijn apotheek te financieren.

Voor wat betreft de hoogte van het fraudebedrag gaat het hof uit van ongeveer € 900.000,-, zijnde het bedrag waarvoor valse declaraties zijn ingediend. Dat het hof het primair ten laste gelegde bewezen heeft verklaard en daardoor niet toekomt aan het subsidiair ten laste gelegde, staat daar niet aan in de weg. Anders dan de verdediging heeft betoogd betekent dat immers niet dat de verdachte van het subsidiair ten laste gelegde wordt vrijgesproken.

Gelet op het voorgaande, mede in aanmerking genomen de maatschappelijke positie en verantwoordelijkheid die de verdachte als apotheker had, acht het hof een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf in beginsel zonder meer passend. In de bijzondere omstandigheden van deze zaak ziet het hof echter aanleiding af te zien van het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Daartoe is het navolgende van belang.

De verdachte heeft vrijwel direct nadat de zaak aan het licht kwam zijn volledige medewerking verleend aan het onderzoek. Voorts heeft hij zijn verantwoordelijkheid genomen door het ten onrechte ontvangen bedrag geheel terug te betalen. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte voorts getoond het laakbare van zijn handelen in te zien en spijt betuigd. Deze strafzaak heeft voor de verdachte grote consequenties gehad in zijn persoonlijk leven en voor zijn gezin en familie, onder meer ook door de media-aandacht die er voor de zaak is geweest.

Van belang is ook dat de verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 28 maart 2019 niet eerder is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.

Al met al is het hof van oordeel, gezien het tijdsverloop sinds het bewezen verklaarde, de ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gekomen huidige levensomstandigheden van de verdachte, de negatieve gevolgen die de feiten reeds hebben gehad voor de verdachte, zijn proceshouding en berouw, de omstandigheid dat de verdachte niet eerder is veroordeeld en de omstandigheid dat de verdachte kort nadat de fraude aan het licht was gekomen is overgegaan tot volledige terugbetaling van de ten onrechte uitgekeerde bedragen, dat - in plaats van het opleggen van een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf - het opleggen van een onvoorwaardelijke taakstraf van maximale duur in combinatie met een forse geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden is.

De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep van 12 april 2019 nog op het standpunt gesteld – een en ander zoals verwoord in zijn pleitnotities – dat sprake is geweest van een onherstelbaar vormverzuim ex artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering doordat het Openbaar Ministerie een persbericht heeft uitgevaardigd waarmee de privacy van de verdachte is geschonden. Dit dient te leiden tot strafvermindering, aldus de raadsman.

Het hof overweegt dat het door de raadsman bedoelde persbericht is gedateerd 13 april 2017 (de dag van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg) en derhalve niet heeft plaatsgevonden in het voorbereidend onderzoek als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Het hof is dan ook van oordeel dat er geen sprake is van een vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering.

Tenslotte stelt het hof ambtshalve vast dat de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden, nu de berechting in hoger beroep niet heeft plaatsgevonden binnen twee jaren, immers namens de verdachte is op 9 mei 2017 hoger beroep ingesteld en het eindarrest is op 17 mei 2019 gewezen. Gelet op deze zeer geringe schending van de redelijke termijn, alsmede gelet op de duur van de procedure als geheel, zal het hof met de enkele constatering van die overschrijding volstaan en hier verder geen consequenties aan verbinden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 225 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het (primair) ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders primair is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) jaar.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit arrest is gewezen door mr. J.M. Reinking, mr. E.C. van Veen en mr. B.P. de Boer, in bijzijn van de griffier mr. S. Johannes.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 17 mei 2019.