Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2019:1845

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
16-07-2019
Datum publicatie
16-07-2019
Zaaknummer
200.249.688/01
Rechtsgebieden
Internationaal privaatrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoek om exequatur op Amerikaans arbitraal vonnis. Opschorting op de voet van art. VI van het Verdrag van New York uit 1958.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2019, af. 5, p. 246
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.249.688/01

beschikking van 16 juli 2019

inzake

1. de vennootschap naar buitenlands recht

Vantage Deepwater Company,

gevestigd te George Town, Kaaiman Eilanden,

2. de vennootschap naar buitenlands recht

Vantage Deepwater Drilling Inc.,

gevestigd te Dover, Delaware, Verenigde Staten van Amerika,

verzoeksters,

hierna achtereenvolgens te noemen: VDeep en VDDI, en gezamenlijk: Vantage,

advocaat: mr. T.R.B. de Greve te Amsterdam,

tegen

1. de vennootschap naar buitenlands recht

Petrobras America Inc.,

gevestigd te Houston, Texas, Verenigde Staten van Amerika,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Petrobras Venezuela Investments & Services B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

3. de vennootschap naar buitenlands recht

Petróleo Brasileiro S.A.,

gevestigd te Rio de Janeiro, Brazilië,

verweersters,

hierna achtereenvolgens te noemen: PAI, PVIS en Petrobras Brazil, en gezamenlijk: Petrobras,

advocaat: mr. D. Knottenbelt te Rotterdam.

1 Het verloop van het geding

1.1

Vantage heeft bij verzoekschrift (met producties) dat bij het hof is binnengekomen op 15 november 2018, het hof verzocht om erkenning en verlof tot tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis van 29 juni 2018, gewezen in Houston, Texas (Verenigde Staten van Amerika) tussen Vantage en Petrobras (ICDR Case No. 01-15-0004-8503), alsmede om hoofdelijke veroordeling van Petrobras tot vergoeding van de vertaalkosten met wettelijke rente, de kosten van het geding, inclusief de beslagkosten en nakosten met wettelijke rente, een en ander uitvoerbaar bij voorraad.

1.2

Bij verweerschrift (met producties), zoals bij de mondelinge behandeling aangevuld, heeft Petrobras geconcludeerd dat het hof,
primair, (de beslissing op) het verzoek om erkenning en verlof tot tenuitvoerlegging zal schorsen zonder daaraan de voorwaarde te verbinden dat Petrobras zekerheid verschaft, tot definitief inhoudelijk is beslist op de vordering van Petrobras tot vernietiging van het arbitrale vonnis in de Verenigde Staten van Amerika,
subsidiair, het verzoek van Vantage om erkenning en verlof tot tenuitvoerlegging zal afwijzen,
meer subsidiair, ingeval het hof het verzoek om erkenning en verlof tot tenuitvoerlegging zou toewijzen, hieraan de voorwaarde zal verbinden dat Vantage zekerheid verschaft,
alles met afwijzing van de vorderingen van Vantage tot vergoeding van kosten en met hoofdelijke veroordeling van Vantage in de kosten van het geding, waaronder nakosten, met wettelijke rente.

1.3

Door Petrobras is een akte houdende overlegging producties ingediend en door Vantage een akte uitlating producties tevens akte overlegging producties, alsmede een akte overlegging productie 76. Na bezwaar van Petrobras heeft de voorzitter bepaald dat het hof bij de voorbereiding van de mondelinge behandeling verder geen acht zal slaan op productie 76.

1.4

Vantage heeft een fysieke kopie van het, zeer omvangrijke, arbitrale procesdossier ter griffie gedeponeerd.

1.5

Op 14 mei 2019 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij partijen hun zaak hebben doen bepleiten door hun advocaten aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities. Van die zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat zich bij de stukken bevindt.

1.6

Vervolgens is een datum voor de beschikking bepaald.

1.7

Op 31 mei 2019 heeft Vantage een akte overlegging producties en nadere procesafspraak partijen ingediend.

1.8

Het hof heeft partijen naar aanleiding van de onder 1.7 bedoelde akte in de gelegenheid gesteld om zich elk nog uit te laten over de overgelegde producties.

1.9

Bij brief van 21 juni 2019 heeft Vantage het hof bericht dat de procedure ‘op eenstemmig verzoek van partijen voor onbepaalde tijd wordt aangehouden’.

1.10

Het hof heeft vervolgens op 25 juni 2019 per e-mailbericht aan partijen laten weten dat het hof slechts bereid is de procedure aan te houden, indien te voorzien is dat het gaat om een periode van hooguit enkele maanden en dat het hof er anders voorshands de voorkeur aan geeft om de zaak thans af te doen op de voet van artikel VI van het Verdrag van New York van 1958 en derhalve bij beschikking te bepalen dat de beslissing over de tenuitvoerlegging van de arbitrale uitspraak voor onbepaalde tijd wordt opgeschort. Daaraan is toegevoegd dat een beschikking tot opschorting wat het hof betreft vergelijkbare gevolgen heeft als een royement van een met een dagvaarding ingeleide procedure: de zaak wordt administratief beschouwd als afgedaan, maar kan door elk der partijen opnieuw worden opgebracht.

1.11

Vantage en Petrobras hebben elk bij e-mailbericht van 1 juli 2019 gereageerd op het onder 1.10 bedoelde e-mailbericht aan partijen en hebben zich (kort gezegd) akkoord verklaard met de afdoening van het onderhavige verzoek van Vantage via de weg van art. VI van voornoemd Verdrag.

2 Beoordeling

2.1

Het gaat in deze zaak, kort weergegeven, om het volgende.

( i) Op 4 februari 2009 hebben PVIS en VDEEP een overeenkomst (“Agreement for the Provision of Drilling Services”, hierna: DSA) gesloten, op grond waarvan PVIS onder meer van VDEEP een drilling ship, de Titanium Explorer, zou huren voor een periode van acht jaar. Op diezelfde datum hebben Petrobras Brazil en VDEEP een overeenkomst (“Guaranty”) gesloten, waarbij Petrobras Brazil jegens VDEEP de nakoming garandeerde van de verplichtingen van PVIS uit de DSA.

(ii) De huurperiode van de Titanium Explorer is ingegaan op 7 december 2012.

(iii) De DSA voorzag in de mogelijkheid van nadere overeenkomsten (“novations”), waarbij (onder meer) ook andere, al dan niet aan PVIS of VDEEP gelieerde, vennootschappen partij zouden kunnen worden bij de DSA. Aldus is een aantal novations tot stand gekomen, waaronder op 27 oktober 2014 een derde novation tussen onder meer PVIS, PAI, VDEEP en VDDI.

(iv) Petrobras heeft de DSA aan Vantage opgezegd bij brief van 31 augustus 2015.

( v) De DSA – zoals geamendeerd op 27 oktober 2014 (derde novatie) – bevat een arbitragebeding. Partijen zijn overeengekomen dat arbitrage zal plaatsvinden in Houston onder toepassing van de Commercial Arbitration Rules of the International Center for Dispute Resolution of the American Arbitration Association. Vantage heeft op grond daarvan een arbitrageprocedure tegen Petrobras aanhangig gemaakt, waarin zij schadevergoeding heeft gevorderd voor haar schade als gevolg van de beëindiging van de DSA alsmede vergoeding van nog onbetaalde facturen met rente en kosten. De arbitrage heeft plaatsgevonden in Houston, Texas, Verenigde Staten, onder toepassing van regels van de American Arbitration Association.

(vi) Bij arbitraal vonnis van 29 juni 2018 is Petrobras veroordeeld tot betaling aan Vantage van:
- US$ 615,62 miljoen aan schadevergoeding wegens voortijdige beëindiging van de DSA, te vermeerderen met maandelijks samen te stellen rente tegen een percentage van 15,2% met ingang van 1 april 2018 tot het moment waarop volledig aan het Arbitraal Vonnis is voldaan;
- US$ 6,4 miljoen voor onbetaalde facturen, te vermeerderen met maandelijks samen te stellen rente van 15,2% over US$ 5,2 miljoen vanaf 20 oktober 2015 en over US$ 1,2 miljoen vanaf 19 november 2015 tot aan het moment van volledige voldoening van alle toegekende bedragen;
- US$ 32.800,02 voor kosten van arbitrage tegen overlegging van bewijs door Vantage dat deze bedragen zijn voldaan.

(vii) Vantage heeft een procedure aanhangig gemaakt bij de United States District Court, Southern District of Texas, Houston Division, waarin zij heeft verzocht om erkenning en verlof tot tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis in de Verenigde Staten. Petrobras heeft in die procedure verweer gevoerd en van haar kant verzocht om vernietiging van het arbitraal vonnis.

(viii) Vantage heeft in Nederland verlof gevraagd en verkregen tot het leggen van conservatoire verhaalsbeslagen op aandelen en onder derden. Uit hoofde van dit verlof heeft Vantage een aantal beslagen gelegd.

(ix) Petrobras heeft in kort geding opheffing van de beslagen gevorderd. De behandeling van het kort geding is aangehouden.

2.2

In deze procedure verzoekt Vantage verlof tot tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis van 29 juni 2018 in Nederland. Op dit verzoek is het Verdrag van New York van 10 juni 1958 (Trb. 1958, 154) (hierna: het Verdrag) van toepassing, nu zowel Nederland als de Verenigde Staten partij is bij dit verdrag. Ingevolge art. III van het Verdrag dient Nederland scheidsrechtelijke uitspraken die zijn gewezen in andere verdragsluitende staten te erkennen en ten uitvoer te leggen als is voldaan aan de voorwaarden van het Verdrag.

2.3

Art. IV lid 1 van het Verdrag bepaalt dat de partij die de erkenning en tenuitvoerlegging verzoekt, bij haar verzoek dient over te leggen: (a) het behoorlijk gelegaliseerde origineel van de uitspraak of een behoorlijk gewaarmerkt afschrift daarvan; (b) het origineel van de arbitrageovereenkomst of een behoorlijk gewaarmerkt afschrift daarvan. Nu beide hiervoor bedoelde documenten in de Engelse taal zijn opgesteld, diende Vantage ingevolge art. IV lid 2 van het Verdrag een vertaling van deze documenten in de Nederlandse taal over te leggen, gewaarmerkt door een officiële of beëdigde vertaler of door een diplomatiek of consulair ambtenaar. Het hof heeft vastgesteld dat Vantage aan deze formaliteiten heeft voldaan.

2.4

Art. VI van het Verdrag houdt, voor zover thans belang, in dat indien vernietiging van de uitspraak of schorsing van haar tenuitvoerlegging is verzocht aan de bevoegde autoriteit, bedoeld in art. V, eerste lid, onder e, de autoriteit bij wie een beroep op de uitspraak wordt gedaan, indien zij daartoe aanleiding vindt, de beslissing over de tenuitvoerlegging van de uitspraak kan opschorten. Dit geval doet zich in deze zaak voor. Petrobras heeft aan de Federal District Court in Houston, Verenigde Staten van Amerika, verzocht om vernietiging van het arbitraal vonnis (zie hiervoor, 2.1 onder (vii)). Deze Amerikaanse rechter heeft op 17 mei 2019 afwijzend beslist op dit verzoek. Naar het hof begrijpt heeft Petrobras tegen deze afwijzing inmiddels hoger beroep ingesteld en zal met deze procedure in hoger beroep naar verwachting van partijen geruime tijd, in elk geval meer dan enige maanden, gemoeid zijn. Nu partijen te kennen hebben gegeven voor onbepaalde tijd geen beslissing op het door haar gedane verzoek te verlangen, ziet het hof aanleiding de beslissing over het verzoek tot tenuitvoerlegging op te schorten. Deze beslissing tot opschorting heeft, overeenkomstig de kennelijke wens van partijen, eveneens betrekking op de door partijen gedane nevenverzoeken, in het bijzonder de verzoeken met betrekking tot de beslag-, vertaal- en proceskosten. Voor de duidelijkheid overweegt het hof dat deze procedure met deze beslissing administratief als afgedaan zal worden beschouwd, maar dat als partijen of een van hen op enig moment alsnog een beslissing op de verzoeken verlangt, de zaak daartoe alsnog kan worden opgebracht.

3 Beslissing

Het hof:

- schort de beslissing over het verzoek om erkenning en verlof tot tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis van 29 juni 2018, gewezen in Houston, Texas (Verenigde Staten van Amerika) tussen Vantage en Petrobras (IDCR Case No. 01-15-0004-8503) en de gedane nevenverzoeken op;

- verstaat dat de meest gerede partij, indien daar aanleiding toe bestaat, de zaak weer bij het hof kan opbrengen voor verdere beoordeling en beslissing.

Deze beschikking is gegeven door mrs. F.R. Salomons, C.A. Joustra en R.F. Groos en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 juli 2019 in aanwezigheid van de griffier.