Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2019:1341

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
15-05-2019
Datum publicatie
03-06-2019
Zaaknummer
22-003015-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair (diefstal) en subsidiair (medeplichtig zijn aan de diefstal) ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. De benadeelde partij is niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-003015-17

Parketnummer: 10-060574-17

Datum uitspraak: 15 mei 2019

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 28 juni 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1998,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het op 1 augustus 2018 en 1 mei 2019 gehouden onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van de ten laste gelegde diefstal veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis, waarvan 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, onder de bijzondere voorwaarden zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. Voorts is in eerste aanleg een beslissing genomen omtrent de vordering van de benadeelde partij, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep van 1 mei 2019 - ten laste gelegd dat:

Feit 1, primair:

Hij op of omstreeks 29 december 2016 te Schiedam, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (bestel)auto, merk/type Volkswagen Transporter, met als lading onder meer slijptollen, slagtollen, elektrische gereedschappen en regelaars, in ieder geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij B.V.], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

Subsidiair, althans indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

Een onbekend gebleven dader met de naam Kevin op of omstreeks 29 december 2016 te Schiedam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (bestel)auto, merk/type Volkswagen Transporter, met als lading onder meer slijptollen, slagtollen, elektrische gereedschappen en regelaars, in ieder geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij B.V.], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), tot en/of bij het plegen van welk misdrijf, hij, verdachte, op of omstreeks 29 december 2016 te Rotterdam opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid en/of inlichtingen en/of middelen heeft verschaft door toen en daar, deze (bestel)auto met lading vanuit Rotterdam naar Breda te vervoeren, alwaar deze (bestel)auto door een ander opgehaald zou worden en/of door de (bestel)auto te voorzien van andere kentekenplaten, zodat deze (bestel)auto niet, althans niet aan de hand van het kenteken, te herleiden was naar de oorspronkelijke eigenaar, voor welke handeling(en) hij een geldbedrag ter hoogte van € 125,- heeft ontvangen, althans enige vergoeding.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte van het primair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken en ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, waarvan 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak van het primair en subsidiair ten laste gelegde

Het primair ten laste gelegde

Het hof is – overeenkomstig het standpunt van de advocaat-generaal en de verdediging – van oordeel dat de niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte primair is ten laste gelegd, te weten de diefstal van de Volkswagen Transporter (met lading), zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het subsidiair ten laste gelegde

Het hof stelt op grond van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep vast dat de Volkswagen Transporter met lading op 29 december 2016 omstreeks 04.00 uur in Schiedam is weggenomen en om 4.22 uur is geparkeerd op de [x] in Rotterdam. Daarmee was de auto naar het oordeel van het hof zodanig aan de feitelijke heerschappij van de rechthebbende onttrokken dat de wegneming van de auto als voltooid moet worden beschouwd.

De verdachte haalde de auto ongeveer 10,5 uur later op vanaf de [x] te Rotterdam. Nu op dat moment de diefstal van de auto reeds vele uren voltooid was, kon de verdachte niet meer - zoals subsidiair ten laste gelegd - medeplichtig zijn aan de diefstal van die auto (al dan niet met lading). De verdachte dient derhalve ook van het subsidiair ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij B.V.]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij B.V.] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte ten laste gelegde, tot een bedrag van € 15.675,44, te vermeerderen met de wettelijke rente.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot het in eerste aanleg toegewezen bedrag van € 10.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 10.000,-, met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door de raadsman van de verdachte - overeenkomstig zijn ter terechtzitting in hoger beroep overgelegde pleitnota - betwist.

Aangezien de verdachte ter zake van het primair en subsidiair ten laste gelegde wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij B.V.] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.

Dit arrest is gewezen door mr. M.J. de Haan-Boerdijk,

mr. I.P.A. van Engelen en mr. M.C.R. Derkx,

in bijzijn van de griffier mr. L.B. Schut.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 15 mei 2019.