Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2018:712

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
06-04-2018
Datum publicatie
06-04-2018
Zaaknummer
22-001139-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artt. 96, 140a, 157, 176a, 176b, 288a, 289 en 289a van het Wetboek van Strafrecht. Veroordeling ter zake van voorbereiding en bevordering van terroristische misdrijven en pogingen tot deelname aan een terroristische organisatie.

De verdachte heeft tweemaal geprobeerd uit te reizen naar Syrië teneinde zich aan te sluiten bij IS of een daar aan gelieerde organisatie dan wel een organisatie die een gewelddadige jihad voorstaat in het zogenoemde kalifaat. Het hof is van oordeel dat de verdachte op geen enkele wijze heeft laten blijken dat hij op constructieve wijze wil deelnemen aan de Nederlandse samenleving. De verdachte legt alle inspanningen van de reclassering naast zich neer en wil niet meewerken aan bijzondere voorwaarden. Deze opstelling kan niet anders worden opgevat dan dat de verdachte de door de Nederlandse maatschappij uitgestoken hand consequent afwijst. Dit brengt mee dat er geen grond is voor een voorwaardelijk strafdeel ter bevordering van re-integratie in de maatschappij. Het hof is onder deze omstandigheden van oordeel dat op de bewezen verklaarde feiten niet anders kan worden gereageerd dan door oplegging van een (lange) onvoorwaardelijke gevangenisstraf in overeenstemming met enerzijds de ernst van de feiten en anderzijds de noodzaak van beveiliging van de maatschappij. Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 (veertig) maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-001139-17

Parketnummers: 09-767093-15; 09-767070-16

Datum uitspraak: 6 april 2018

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

zitting houdende in de extra beveiligde zittingszaal van de rechtbank Noord-Holland te Badhoevedorp

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 22 februari 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:

[de verdachte],

geboren op [geboortedag] 1993 te [plaats],

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Zwaag te Zwaag.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzittingen in hoger beroep van dit hof op

11 juli 2017, 18 september 2017, 8 december 2017,

15 februari 2018, 19 maart 2018 en 6 april 2018.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Ten laste gelegde feiten

Ter terechtzitting in eerste aanleg zijn de zaken met parketnummers 09-767093-15 en 09-767070-16 gevoegd. Omwille van de leesbaarheid van dit arrest heeft het hof de ten laste gelegde feiten doorgenummerd van 1 tot en met 4, waarbij met doornummeren is begonnen bij het onder 1 ten laste gelegde in de zaak met parketnummer 09-767093-15.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 31 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, onder de bijzondere voorwaarden van kortgezegd een meldplicht, contact-verboden, locatieverboden, een aanwezigheidsplicht, verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang en gesprekken met een deskundige gericht op de islam. Verder is opdracht gegeven tot reclasseringstoezicht en is bevolen dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn. Tot slot is beslist op de in beslag genomen voorwerpen zoals is omschreven in het bestreden vonnis.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

1.


hij in of omstreeks de periode van 1 september 2013 tot en met 23 december 2014 te Nederland en/of Duitsland en/of Turkije, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om ter voorbereiding en/of ter bevordering van de/het (meermalen) te plegen misdrij(f)(ven) omschreven in artikel 157 en/of 176a en/of 176b en/of 289(a) en/of 288a van het Wetboek van Strafrecht, te weten:

- het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of

- moord en/of doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk,

- een ander heeft trachten te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en/of

- gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf aan zich of aan anderen heeft verschaft en/of heeft trachten te verschaffen en/of

- voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader ([betrokkene 1]),

A. zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van de gewapende Jihadstrijd met een terroristisch oogmerk gevoerd door de (terroristische) organisatie Islamic State (IS) en/of Jabhat al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde organisaties, althans (een) organisatie die de gewelddadige Jihadstrijd voorstaat, eigen gemaakt en/of

B. zich geuit over zijn/hun wens zich te begeven naar Syrië en/of zich aan te sluiten bij de gewapende Jihadstrijd en/of

C. (via Duitsland) de reis naar Turkije en/of (vervolgens) naar de grens van Turkije-Syrië gemaakt en/of

D. (via een illegale oversteekplaats) getracht de Turks-Syrische grens over te steken in de richting van Syrië en/of

E. een of meerdere notitie(s) en/of tekening(en) gemaakt, althans onder zich gehad, betreffende de gewapende Jihadstrijd en/of deze notitie(s) en/of tekening(en) meegenomen, althans in bezit gehad, gedurende genoemde reis in de richting van Syrië en/of

F. gecommuniceerd door middel van Whattsapp met een persoon die zich in Syrië bevindt en aan welke persoon verdachte en/of zijn mededader hulp heeft/hebben gevraagd om Syrië in te komen en/of welke persoon aan verdachte en zijn mededader informatie/advies heeft gegeven over het (illegaal) passeren van de Turks-Syrische grens om zodoende in (het strijdgebied van) Syrië te komen en/of welke persoon aan verdachte en/of zijn mededader informatie/advies heeft gegeven over hetgeen verdachte en zijn mededader moest(en) doen als hij/zij eenmaal in Syrië was/waren,

in welke strijd moord en/of doodslag en/of brandstichting en/of het teweegbrengen van ontploffingen worden gepleegd, telkens met een terroristisch oogmerk;


2.


hij in of omstreeks de periode van 1 september 2013 tot en met 23 december 2014 te Den Haag en/of elders in Nederland en/of te Duitsland en/of te Turkije, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader ([betrokkene 1]) voorgenomen misdrijf om deel te nemen aan een organisatie, te weten Islamic State (IS) en/of Jabhat al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde organisaties, althans (een) organisatie die de gewelddadige Jihadstrijd voorstaat, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van (terroristische) misdrijven, namelijk

-het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft (zoals bedoeld in artikel 157 Wetboek van Strafrecht), (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 176a van het Wetboek van Strafrecht) en/of

-moord (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 289 jo 83 van het Wetboek van Strafrecht) en/of

-de samenspanning en/of opzettelijke voorbereiding van en/of bevordering tot eerdervermelde misdrijven (zoals bedoeld in artikel 176a en/of 289a en/of 96 lid 2) en/of

-het voorhanden hebben van een of meer wapens en/of van munitie van de categorieën II en/of III (zoals bedoeld in artikel 26 lid 1 van de Wet Wapens en Munitie) (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken (zoals bedoeld in artikel 55 lid 1 en/of lid 5 van de Wet Wapens en Munitie),

A.zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van de gewapende Jihadstrijd met een terroristisch oogmerk gevoerd door de (terroristische) organisatie Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabhat al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde organisaties, althans (een) organisatie die de gewelddadige Jihadstrijd voorstaat, heeft/hebben eigen gemaakt en/of

B.zich heeft/hebben geuit over zijn/hun wens zich te begeven naar Syrië en/of zich aan te sluiten bij de gewapende Jihadstrijd en/of

C. (via Duitsland) de reis naar Turkije en/of (vervolgens) naar de grens van Turkije-Syrië heeft/hebben gemaakt en/of

D.(via een illegale oversteekplaats) heeft/hebben getracht de Turks-Syrische grens over te steken in de richting van Syrië en/of

E.een of meerdere notitie(s) en/of tekening(en) heeft/hebben gemaakt, althans onder zich gehad, betreffende de gewapende Jihadstrijd en/of deze notitie(s) en/of tekening(en) meegenomen, althans in bezit gehad, gedurende genoemde reis in de richting van Syrië en/of

F.heeft/hebben gecommuniceerd door middel van Whattsapp met een persoon die zich in Syrië bevindt en aan welke persoon verdachte en/of zijn mededader hulp heeft/hebben gevraagd om Syrië in te komen en/of welke persoon aan verdachte en zijn mededader informatie/advies heeft gegeven over het (illegaal) passeren van de Turks-Syrische grens om zodoende in (het strijdgebied van) Syrië te komen en/of welke persoon aan verdachte en/of zijn mededader informatie/advies heeft gegegeven over hetgeen verdachte en/of zijn mededader moest(en) doen als hij/zij eenmaal in Syrië was/waren,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


3.

hij in of omstreeks de periode van 27 februari 2016 tot en met 13 mei 2016 te Den Haag en/of elders in Nederland en/of te Duitsland en/of te Bulgarije en/of te Turkije, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om deel te nemen aan een organisatie, te weten Islamic State (IS) en/of Jabhat al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde organisaties, althans (een) organisatie die de gewelddadige Jihadstrijd voorstaat, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van (terroristische) misdrijven, namelijk

-het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft (zoals bedoeld in artikel 157 Wetboek van Strafrecht), (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 176a van het Wetboek van Strafrecht) en/of

-moord (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 289 jo 83 van het Wetboek van Strafrecht) en/of

-de samenspanning en/of opzettelijke voorbereiding van en/of bevordering tot eerdervermelde misdrijven (zoals bedoeld in artikel 176a en/of 289a en/of 96 lid 2) en/of

-het voorhanden hebben van een of meer wapens en/of van munitie van de categorieën II en/of III (zoals bedoeld in artikel 26 lid 1 van de Wet Wapens en Munitie) (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken (zoals bedoeld in artikel 55 lid 1 en/of lid 5 van de Wet Wapens en Munitie),

A. zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van de gewapende Jihadstrijd met een terroristisch oogmerk gevoerd door de (terroristische) organisatie Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabhat al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde organisaties, althans (een) organisatie die de gewelddadige Jihadstrijd voorstaat, (verder) heeft eigen gemaakt, en/of

B. financiele middelen heeft getracht te werven voor de (hierna genoemde) reis richting Syrië en/of zijn, verdachtes, (toekomstig) verblijf in Syrië ten behoeve van de gewelddadige jihadstrijd, en/of

C. via Duitsland en/of Bulgarije de reis naar Turkije heeft gemaakt, en/of

D. in de Turkse stad Hatay, nabij de Syrische grens, is verbleven ten behoeve van het zich begeven naar het strijdgebied in Syrië,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


4.

hij in of omstreeks de periode van 27 februari 2016 tot en met 13 mei 2016 te Nederland en/of Duitsland en/of Burgarije en/of Turkije, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om ter voorbereiding en/of ter bevordering van de/het (meermalen) te plegen misdrij(f)(ven) omschreven in artikel 157 en/of 176a en/of 176b en/of 289(a) en/of 288a van het Wetboek van Strafrecht, te weten:

- het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of

- moord en/of doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk,

- een ander heeft trachten te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en/of

- gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf aan zich of aan anderen heeft verschaft en/of heeft trachten te verschaffen en/of

- voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf immers heeft hij, verdachte,

A. zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van de gewapende Jihadstrijd met een terroristisch oogmerk gevoerd door de (terroristische) organisatie Islamic State (IS) en/of Jabhat al Nusra, althans aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde organisaties, althans (een) organisatie die de gewelddadige Jihadstrijd voorstaat, (verder) eigen gemaakt en/of

B. financiele middelen getracht te werven voor de (hierna genoemde) reis richting Syrië en/of zijn, verdachtes, (toekomstig) verblijf in Syrië ten behoeve van de gewelddadige jihadstrijd, en/of

C. via Duitsland en Bulgarije de reis naar Turkije gemaakt, en/of

D.in de Turkse stad Hatay, nabij de Syrische grens verbleven ten behoeve van het zich begeven naar het strijdgebied in Syrië,

in welke strijd moord en/of doodslag en/of brandstichting en/of het teweegbrengen van ontploffingen worden gepleegd, telkens met een terroristisch oogmerk.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het bestreden vonnis zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van voorarrest.

Het bestreden vonnis

Het bestreden vonnis kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen de bij de feiten 3 en 4 de onder B. ten laste gelegde feitelijke gedraging. Het hof zal de verdachte hiervan dan ook vrijspreken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.


hij in of omstreeks de periode van 1 september 2013 tot en met 23 december 2014 te Nederland en/of Duitsland en/of Turkije, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om ter voorbereiding en/of ter bevordering van de/het (meermalen) te plegen misdrij(f)(ven) omschreven in artikel 157 en/of 176a en/of 176b en/of 289(a) en/of 288a van het Wetboek van Strafrecht, te weten:

- het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of

- moord en/of doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk,

- een ander heeft trachten te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en/of

- gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf aan zich of aan anderen heeft verschaft, en/of heeft trachten te verschaffen en/of

- voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader ([betrokkene 1]),

A. zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van de gewapende Jihadstrijd met een terroristisch oogmerk gevoerd door de (terroristische) organisatie Islamic State (IS) en/of Jabhat al Nusra, althans een aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde organisaties, althans (een) organisatie die de gewelddadige Jihadstrijd voorstaat, eigen gemaakt en/of

B. zich geuit over zijn/hun wens zich te begeven naar Syrië en/of zich aan te sluiten bij de gewapende Jihadstrijd en/of

C. (via Duitsland) de reis naar Turkije en/of (vervolgens) naar de grens van Turkije-Syrië gemaakt en/of

D. (via een illegale oversteekplaats) getracht de Turks-Syrische grens over te steken in de richting van Syrië en/of

E. een of meerdere notitie(s) en/of tekening(en) gemaakt, althans onder zich gehad, betreffende de gewapende Jihadstrijd en/of deze notitie(s) en/of tekening(en) meegenomen, althans in bezit gehad, gedurende genoemde reis in de richting van Syrië en/of

F. gecommuniceerd door middel van WhattsApp met een persoon die zich in Syrië bevindt en aan welke persoon verdachte en/of zijn mededader hulp heeft/hebben gevraagd om Syrië in te komen en/of welke persoon aan verdachte en zijn mededader informatie/advies heeft gegeven over het (illegaal) passeren van de Turks-Syrische grens om zodoende in (het strijdgebied van) Syrië te komen en/of welke persoon aan verdachte en/of zijn mededader informatie/advies heeft gegeven over hetgeen verdachte en zijn mededader moest(en) doen als hij/zij eenmaal in Syrië was/waren,

in welke strijd moord en/of doodslag en/of brandstichting en/of het teweegbrengen van ontploffingen worden gepleegd, telkens met een terroristisch oogmerk;


2.


hij in of omstreeks de periode van 1 september 2013 tot en met 23 december 2014 te Den Haag en/of elders in Nederland en/of te Duitsland en/of te Turkije, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader ([betrokkene 1]) voorgenomen misdrijf om deel te nemen aan een organisatie, te weten Islamic State (IS) en/of Jabhat al Nusra, althans een aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde organisaties, althans (een) organisatie die de gewelddadige Jihadstrijd voorstaat, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van (terroristische) misdrijven, namelijk

- het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft (zoals bedoeld in artikel 157 Wetboek van Strafrecht), (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 176a van het Wetboek van Strafrecht) en/of

- moord (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 289a jo 83 van het Wetboek van Strafrecht) en/of

- de samenspanning en/of opzettelijke voorbereiding van en/of bevordering tot eerdervermelde misdrijven (zoals bedoeld in artikel 176a en/of 289a en/of 96 lid 2) en/of

- het voorhanden hebben van een of meer wapens en/of van munitie van de categorieën II en/of III (zoals bedoeld in artikel 26 lid 1 van de Wet Wapens en Munitie) (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken (zoals bedoeld in artikel 55 lid 1 en/of lid 5 van de Wet Wapens en Munitie),

A. zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van de gewapende Jihadstrijd met een terroristisch oogmerk gevoerd door de (terroristische) organisatie Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabhat al Nusra, althans een aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde organisaties, althans (een) organisatie die de gewelddadige Jihadstrijd voorstaat, heeft/hebben eigen gemaakt en/of

B. zich heeft/hebben geuit over zijn/hun wens zich te begeven naar Syrië en/of zich aan te sluiten bij de gewapende Jihadstrijd en/of

C. (via Duitsland) de reis naar Turkije en/of (vervolgens) naar de grens van Turkije-Syrië heeft/hebben gemaakt en/of

D. (via een illegale oversteekplaats) heeft/hebben getracht de Turks-Syrische grens over te steken in de richting van Syrië en/of

E. een of meerdere notitie(s) en/of tekening(en) heeft/hebben gemaakt, althans onder zich gehad, betreffende de gewapende Jihadstrijd en/of deze notitie(s) en/of tekening(en) meegenomen, althans in bezit gehad, gedurende genoemde reis in de richting van Syrië en/of

F. heeft/hebben gecommuniceerd door middel van WhattsApp met een persoon die zich in Syrië bevindt en aan welke persoon verdachte en/of zijn mededader hulp heeft/hebben gevraagd om Syrië in te komen en/of welke persoon aan verdachte en zijn mededader informatie/advies heeft gegeven over het (illegaal) passeren van de Turks-Syrische grens om zodoende in (het strijdgebied van) Syrië te komen en/of welke persoon aan verdachte en/of zijn mededader informatie/advies heeft gegegeven over hetgeen verdachte en/of zijn mededader moest(en) doen als hij/zij eenmaal in Syrië was/waren,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


3.

hij in of omstreeks de periode van 27 februari 2016 tot en met 13 mei 2016 te Den Haag en/of elders in Nederland en/of te Duitsland en/of te Bulgarije en/of te Turkije, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om deel te nemen aan een organisatie, te weten Islamic State (IS) en/of Jabhat al Nusra, althans een aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde organisatie, althans (een) organisatie(s) die de gewelddadige Jihadstrijd voorstaat, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van (terroristische) misdrijven, namelijk

- het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft (zoals bedoeld in artikel 157 Wetboek van Strafrecht), (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 176a van het Wetboek van Strafrecht) en/of

- moord (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 289 jo 83 van het Wetboek van Strafrecht) en/of

- de samenspanning en/of opzettelijke voorbereiding van en/of bevordering tot eerdervermelde misdrijven (zoals bedoeld in artikel 176a en/of 289a en/of 96 lid 2) en/of - het voorhanden hebben van een of meer wapens en/of van munitie van de categorieën II en/of III (zoals bedoeld in artikel 26 lid 1 van de Wet Wapens en Munitie) (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken (zoals bedoeld in artikel 55 lid 1 en/of lid 5 van de Wet Wapens en Munitie),

A. zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van de gewapende Jihadstrijd met een terroristisch oogmerk gevoerd door de (terroristische) organisatie Islamic State (IS) dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) en/of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL) en/of Jabhat al Nusra, althans een aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde organisaties, althans (een) organisatie die de gewelddadige Jihadstrijd voorstaat, (verder) heeft eigen gemaakt, en/of

B. financiele middelen heeft getracht te werven voor de (hierna genoemde) reis richting Syrië en/of zijn, verdachtes, (toekomstig) verblijf in Syrië ten behoeve van de gewelddadige jihadstrijd, en/of

C. via Duitsland en/of Bulgarije de reis naar Turkije heeft gemaakt, en/of

D. in de Turkse stad Hatay, nabij de Syrische grens, is verbleven ten behoeve van het zich begeven naar het strijdgebied in Syrië,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


4.

hij in of omstreeks de periode van 27 februari 2016 tot en met 13 mei 2016 te Nederland en/of Duitsland en/of Burlgarije en/of Turkije, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om ter voorbereiding en/of ter bevordering van de/het (meermalen) te plegen misdrij(f)(ven) omschreven in artikel 157 en/of 176a en/of 176b en/of 289(a) en/of 288a van het Wetboek van Strafrecht, te weten:

- het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of

- moord en/of doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk,

- een ander heeft trachten te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en/of

- gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf aan zich of aan anderen heeft verschaft en/of heeft trachten te verschaffen en/of

- voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf immers heeft hij, verdachte,

A. zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van de gewapende Jihadstrijd met een terroristisch oogmerk gevoerd door de (terroristische) organisatie Islamic State (IS) en/of Jabhat al Nusra, althans een aan IS en/of aan Al Qaida gelieerde organisaties, althans (een) organisatie die de gewelddadige Jihadstrijd voorstaat, (verder) eigen gemaakt en/of

B. financiele middelen getracht te werven voor de (hierna genoemde) reis richting Syrië en/of zijn, verdachtes, (toekomstig) verblijf in Syrië ten behoeve van de gewelddadige jihadstrijd, en/of

C. via Duitsland en Bulgarije de reis naar Turkije gemaakt, en/of

D. in de Turkse stad Hatay, nabij de Syrische grens verbleven ten behoeve van het zich begeven naar het strijdgebied in Syrië,

in welke strijd moord en/of doodslag en/of brandstichting en/of het teweegbrengen van ontploffingen worden gepleegd, telkens met een terroristisch oogmerk.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsmotivering

De onder A. ten laste gelegde gedraging in de feiten 1 tot en met 4

Het hof overweegt dat radicalisering, en het daarvan deel uitmakende het zich eigen maken van radicaal extremistisch gedachtengoed die door terroristische organisaties als IS of daar aan gelieerde organisaties dan wel organisaties die een gewelddadige jihad voorstaan, een voortdurend proces is. Hiervan was bij de verdachte tijdens de bewezen verklaarde periode in de feiten onder 1 en 2 naar het oordeel van het hof sprake. Het hof wijst in dit verband op de volgende feiten en omstandigheden:

- De vader van de verdachte heeft verklaard dat de verdachte vanaf september 2013 opvallend meer interesse kreeg in de radicale kant van het islamitisch geloof. De verdachte sprak zich ook in positieve zin uit over het invoeren van de sharia en de doodstraf. De verdachte gaf voorts aan dat democratie niets voor hem betekende. De vader van de verdachte heeft verklaard dat de verdachte Islamitische Staat (verder: IS) een goede organisatie vond en dat hij regelmatig radicale websites bezocht. De verdachte had gesproken over het vechten in Syrië en had zijn vader verteld dat hij wilde vechten als soldaat.

- Blijkens een foto heeft de verdachte op 24 juli 2014 deelgenomen aan de zogenoemde pro IS-demonstratie op de Hoefkade in Den Haag. De verdachte was toen aanwezig bij de aldaar gehouden toespraak en had daarbij een Tawheed vlag in zijn hand.

- De verdachte heeft op 7 december 2014 een audiobericht naar ‘[naam 1]’ gestuurd. In dit bericht roept een man op tot jihad. De man vindt dat jihad een plicht is. De man stelt dat joden steeds de eenheid vormen, dat zij steeds sterker worden en dat zij de islamitische landen bezetten. Moslimjongeren moeten dit stopzetten door jihad te voeren. Verder komt men blijkens het audiobericht via de jihad in het paradijs bij de profeten en hun metgezellen.

- De verdachte heeft op 24 december 2014 via Facebook Messenger een gesprek met ‘[naam 2]’. De verdachte geeft aan dat zijn geloofsleer het jihadistisch salafisme is. De verdachte zegt verder dat “Islamitische Staat is ontstaan door het bloed van de martelaars”. Ook stuurt hij een audiobericht waarin een man spreekt over de jihad. De man prijst de leider van IS en roept moslims op om jihad te voeren in Irak, Palestina en andere islamitische landen.

Ten aanzien van het onder 3 en 4 ten laste gelegde stelt het hof vast dat de verdachte tijdens het verhoor van 30 november 2015 en derhalve voorafgaande aan de onder 3 en 4 bewezen verklaarde periode, heeft verklaard dat volgens hem IS elke man die daar nu – dus 30 november 2015 - komt gelijk laat vechten. Ondanks die bij verdachte bestaande kennis is de verdachte daarna nogmaals uitgereisd richting Syrië. Het hof leidt uit het hernieuwd uitreizen en zijn in ieder geval toen aanwezige kennis omtrent wat IS mannen daar liet doen af dat de verdachte is blijven radicaliseren en het daarbij behorende extremistisch gedachtengoed is blijven aanhangen, ook in de bewezen verklaarde periode bij zijn tweede (mislukte) uitreis naar Syrië.

Het hof is gelet op het voorgaande van oordeel dat de in de feiten 1 tot en met 4 onder A. ten laste gelegde gedraging wettig en overtuigend is bewezen.

Het hof overweegt in het bijzonder dat de feitelijke gedragingen ter voorbereiding - die bij de feiten 1 en 2 zijn omschreven als de onder B. tot en met F. ten laste gelegde gedragingen en bij de feiten 3 en 4 zijn omschreven als de onder C. en D. ten laste gelegde gedragingen - worden ingekleurd door hetgeen is bewezen verklaard onder A.

‘De tweede uitreis’ (feiten 3 en 4)

Ten aanzien van het onder 3 en 4 bewezen verklaarde overweegt het hof voorts als volgt in aanvulling op hetgeen hiervoor over het radicaliseringsproces van de verdachte is overwogen.

Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep stelt het hof het volgende vast.

Bij de eerste uitreis eind 2014 is de verdachte samen met [betrokkene 1] (verder: [betrokkene 1]) aangehouden bij de grens van Turkije en Syrië. Op 20 en 21 december 2014 heeft [betrokkene 1] via WhatsApp contact met [betrokkene 2] (verder: [betrokkene 2]) gehad. Het gesprek houdt – zakelijk weergegeven – het volgende in:

[betrokkene 1] : We zijn net de cel ingegaan akhi (mijn broeder). In Urfa. (…)

[betrokkene 2] : Ok akhi (mijn broeder) jullie zijn Syrisch blijf volhouden. Gooi jullie paspoorten ergens weg in wc of iets.

[betrokkene 1] : Paspoorten zijn al weg. En ze hebben van [bijnaam verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte) al door dat ie niet Syrisch is. En bij mij ook half. (…)

[betrokkene 2] : Sowieso proberen we jullie er uit te krijgen. Maar eh, sowieso, ontken alles. Je hebt niks met eh met strijdgroepen te maken of dit en dat. Jij… gewoon voor je zelf zeggen je bent Syrisch. Verzin voor jezelf een nep achternaam en een nep voornaam. En eh laat [bijnaam verdachte] ook een neppe neppe een neppe naam en nep achternaam verzinnen. (…)

[betrokkene 1] : Al onze pasjes zijn bij dawlah (staat). (…)

[betrokkene 2] : (…) zitten jullie met elkaar of apart.

[betrokkene 1] : Met elkaar (…).

[betrokkene 2] : Dus mocht het zo zijn broeder dat ze jullie terug gaan sturen naar Nederland. Ten eerst als je aankomt in Nederland aggie (fon) en de AIVD of de politie gaat met jou praten het eerste wat je tegen hun zegt, ik praat niet met jullie. Eerst wil ik mijn advocaat. Ga nooit praten akhi (mijn broeder) en zeg niks ook al vragen ze aan jou: “Heet jij zo, heet jij [voornaam verdachte] bla,bla,bla zeg ik wil mijn advocaat. (…) Als ze jou vrij gaan laten akhi (mijn broeder) wat je dan gaat doen, doe dan gewoon eventjes een paar maanden, een paar maanden effe effe rustig. Gewoon net doen alsof je niet meer praktiserend bent en ga dan weer helemaal terug naar Bulgarije toe met jou ID-kaart en ga je de trein via Duitsland en pak je de bus naar Bulgarije. Als je bij de grens bent van Bulgarije dan loop je gewoon naar de Turkse politie of naar de Bulgaarse politie. En dan zeg je tegen hun ik ben een Syriër en wil terug naar mijn land. Wat ze dan gaan doen, dan gaan ze je oppakken en gaan ze jou twee dagen vasthouden en dan brengen hun jou terug naar Turkije en in Turkije gaan ze gaan ze jou één dag laten en dan laten ze jou vrij. (…) Je weet we hebben allemaal gevangenschap meegemaakt, maar toch zitten wij nu in het land van Jihad. (…) Laat zien aan Allah dat je oprecht bent en inshAllah ta’ala (als God, boven de mensheid verheven is Hij, het wil) zul je gauw hier zijn. (…) Mochten ze bijvoorbeeld op de één of andere manier toch eh bewijs hebben dat jullie naar Syrië wouden gaan (…) dan zeg jij: Oké ik zeg de waarheid, ik wou naar Syrië gaan om de bevolking te helpen met een hulporganisatie. Ik wou me aansluiten bij een hulporganisatie en ik wou totaal niet gaan vechten. Ik ben juist bang om te vechten en ik eh ik kan niet vechten en ik durf niet te vechten. Ik kan totaal niet tegen bloed en dit en dat.

Op grond van dit gesprek stelt het hof vast dat [betrokkene 1] en de verdachte samen in een cel zitten. [betrokkene 1] krijgt per WhatsApp instructies van [betrokkene 2]. [betrokkene 2] zegt dat de verdachte en [betrokkene 1] moeten ontkennen dat zij zich in Syrië wilden aansluiten bij de gewapende jihadstrijd, dat zij zich in Nederland even gedeisd moeten houden, dat zij moeten doen alsof ze niet meer praktiserend zijn en dat zij dan later weer moeten proberen naar Syrië te reizen, via Duitsland en Bulgarije.

Het hof is van oordeel dat de voornoemde instructies nauw overeenkomen met de wijze waarop de verdachte heeft gehandeld na zijn eerste (mislukte) uitreis naar Syrië.

De verdachte heeft immers tijdens zijn verhoor op 30 november 2015 inderdaad verklaard dat hij er op dat moment anders tegenaan kijkt – zoals werd aanbevolen in het WhatsAppgesprek met [betrokkene 1] - en dat hij beseft dat het in Syrië dikke oorlog is. Hij wijst op de bombardementen die plaatsvinden en dat op straat mensen worden vermoord. Het is zeker geen veilige plek om te wonen. De verdachte noemt een dergelijke gedachte naïef. Verder heeft de verdachte – zoals eerder overwogen - verklaard dat volgens hem IS elke man die daar nu komt gelijk laat vechten.

De verdachte heeft zich vervolgens - terwijl zijn voorarrest op 21 mei 2015 was geschorst – enige tijd rustig (op)gehouden in Nederland, zoals ook in het hierboven genoemde WhatsAppgesprek werd aanbevolen. Toen is hij in februari 2016 via Duitsland en Bulgarije naar Turkije gereisd weer in de richting van Syrië. De verdachte is in Hatay wederom aangehouden. Zoals blijkt uit de algemeen toegankelijke webpagina Google Maps is Hatay zeer nabij de Turks-Syrische grens gelegen.

Het hof acht op grond van de voornoemde feiten en omstandigheden wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte met zijn tweede uitreis eveneens handelde met de intentie om zich in Syrië als strijder aan te sluiten bij IS of een daar aan gelieerde organisatie dan wel een organisatie die de gewelddadige Jihadstrijd voorstaat.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het in onder 1 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van met het oogmerk om opzettelijk brandstichten en/of ontploffingen teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft, en/of moord en of doodslag, telkens te begaan met een terroristisch oogmerk, voor te bereiden of te bevorderen zich/een ander gelegenheid, middelen en inlichtingen trachten te verschaffen.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van poging tot deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

poging tot deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven.

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

met het oogmerk om opzettelijk brand stichten en/of ontploffingen teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft, en/of moord en of doodslag, telkens te begaan met een terroristisch oogmerk, voor te bereiden of te bevorderen zich/een ander gelegenheid, middelen en inlichtingen trachten te verschaffen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van het feit

De verdachte heeft tweemaal geprobeerd uit te reizen naar Syrië teneinde zich aan te sluiten bij IS of een daar aan gelieerde organisatie dan wel een organisatie die een gewelddadige jihad voorstaat in het zogenoemde kalifaat.

Islamitische Staat is een terroristische organisatie die oproept tot het op gewelddadige wijze omverwerpen van bestaande (seculiere) regimes en tot gewapende strijd tegen hen die zij beschouwen als ongelovigen of afvalligen. Bij het streven het zelf uitgeroepen ‘kalifaat’ in Syrië en Irak in stand te houden, werden ten tijde van de bewezen verklaarde feiten de rechten van gewone burgers en religieuze en culturele minderheden op gruwelijke wijze geschonden. IS pleegde (en pleegt) zelfmoordaanslagen met bommen door zogenoemde martelaars. Doelwitten zijn onder meer schoolkinderen, marktbezoekers en sjiitische moskeebezoekers. Mensen worden door IS standrechtelijk en soms in het openbaar geëxecuteerd, onder meer door middel van steniging, kruisiging en onthoofding. Personen die worden aangemerkt als homoseksueel worden van hoge gebouwen te pletter gestort. Op de mobiele telefoon van de verdachte zijn meerdere foto’s van dergelijke executies aangetroffen.

Het gaat om terroristische misdrijven van de ernstigste soort, die erop zijn gericht de staatsstructuren in Syrië en Irak te vernietigen en de bevolking in die landen, maar ook in andere (ook Westerse) landen zeer ernstige vrees aan te jagen.

Gelet op het bloedige en angstaanjagende geweld waaraan deze terroristische groep zich structureel schuldig maakt en heeft gemaakt, dient het afreizen naar Syrië met het doel om daaraan deel te nemen op krachtige wijze worden tegengegaan. Daarom dienen in zaken als die van de verdachte de strafdoelen van vergelding en afschrikking bij de keuze van de strafsoort en de hoogte van de op te leggen straf naar het oordeel van het hof een bepalende rol te spelen, ook indien degene die voornemens is uit te reizen – zoals hier – er niet in is geslaagd de plaats van bestemming te bereiken. De verdachte heeft in dit verband na zijn eerste uitreis verklaard dat het oorlog is in Raqqa, dat daar mensen op straat worden vermoord, dat het zeker geen veilige plek is en dat mannen die daar nu terechtkomen gelijk moeten vechten voor IS. Desalniettemin is de verdachte tijdens een schorsing van zijn voorlopige hechtenis een tweede keer uitgereisd met als beoogde eindbestemming Syrië.

Het strafblad van de verdachte

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 5 maart 2018, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

De toerekeningsvatbaarheid van de verdachte

De verdachte is door onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (verder: NIFP) onderzocht en daartoe geobserveerd in het Pieter Baan Centrum. Uit de daaruit volgende Rapportage pro Justitia van 9 februari 2018 blijkt het volgende. De verdachte heeft niet meegewerkt aan het onderzoek. De onderzoekers hebben niet de indruk dat de weigerende houding van de verdachte is voortgekomen uit psychotische symptomen of andere psychopathologische beelden. Hij heeft slechts korte gesprekken gevoerd met de onderzoekers en daarbij geen gelegenheid gegeven tot het stellen van verdiepende en/of explorerende vragen. Hij heeft geen psychologisch testonderzoek toegestaan en zich evenmin laten onderzoeken door de huisarts en/of de neuroloog. Aan de milieuonderzoeker heeft de verdachte geen toestemming gegeven voor het opvragen van informatie en (primaire) referenten hebben geen informatie verstrekt. Uit de beschikbare (justitiële) informatie blijkt dat de verdachte in het verleden werd behandeld voor psychotische symptomen. De vader van de verdachte verklaarde bij de politie dat bij de verdachte vanaf het elfde levensjaar sprake was van psychotische problematiek (horen van stemmen) en mogelijk ook depressiviteit. De verdachte was van 23 mei 2015 tot en met 27 februari 2016 opgenomen bij FPA Palier en aldaar werd de diagnose ‘Psychose NAO’ gesteld. Overigens zou de verdachte later ten overstaan van de reclassering verklaren dat hij tijdens de opname bij Palier psychotische symptomen had gesimuleerd. Door de weigerende houding van de verdachte hebben de onderzoekers zich geen gedegen beeld kunnen vormen van zijn psychiatrische voorgeschiedenis. Het blijft dan ook onduidelijk of (en zo ja, in welke mate) in het verleden gedurende periodes sprake is geweest van psychotische problematiek en wat de invloed van de eventuele symptomen is geweest op het functioneren en handelen van de verdachte. Ditzelfde kan worden gesteld over de eventuele stemmingsproblematiek. Uit de stukken komt naar voren dat de ouders van de verdachte hem als somber hebben omschreven, maar een eventuele sombere stemming rondom de periode van de ten laste gelegde feiten kon door zijn weigerende houding niet worden onderzocht. De algehele presentatie en het activiteitenniveau van de verdachte gedurende de observatieperiode zijn niet verdacht voor een (actuele) psychiatrische stoornis in engere zin, zoals een stemmings-, angst- en/of psychotische stoornis. Door de weigerende houding die de verdachte heeft aangenomen is feitelijk geen zicht verkregen op zijn interne gedachte- en belevingswereld. Er kan dan ook worden gesteld dat het niet mogelijk is een conclusief beeld te vormen van zijn persoonlijkheid, evenals van eventuele kwetsbaarheden (bijvoorbeeld ten aanzien van beïnvloedbaarheid, agressieregulatie, frustratietolerantie, emotionele stabiliteit, krenkbaarheid en de gewetensfuncties) en/of eventuele beschermende factoren. Ten slotte heeft er geen intelligentieonderzoek kunnen plaatsvinden. Op basis van de mate van zelfredzaamheid en algehele presentatie wordt op voorhand echter geen invaliderende intellectuele beperking verondersteld. Concluderend kunnen - door de beschreven beperkingen van het onderzoek - een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens niet worden aangetoond.

Het hof is gelet op de voornoemde rapportage van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was ten tijde van de ten laste gelegde feiten.

Volwassenenstrafrecht

Uit de voornoemde Rapportage pro Justitia d.d. 9 februari 2018 volgt dat de onderzoekers zich – gelet op de leeftijd van de verdachte - hebben gebogen over de vraag of al dan niet het minderjarigenstrafrecht dient te worden toegepast. Door de weigerende houding van de verdachte is geen volledig zicht gekregen op clusters van factoren die zouden kunnen worden gezien als een indicatie voor het toepassen van het minderjarigenstrafrecht. Uiteindelijk concluderen de onderzoekers dat de wegingslijst adolescentenstrafrecht niet voldoende betrouwbaar kan worden ingevuld.

In navolging van het NIFP heeft de reclassering in het advies gedateerd op 23 februari 2018 - waarvan het hof begrijpt dat dit 13 maart 2018 dient te zijn – geadviseerd het volwassenenstrafrecht toe te passen.

Het hof zal gelet op de voornoemde adviezen het volwassenenstrafrecht toe passen.

Hulpverlening

Het hof heeft verder kennisgenomen van de overige inhoud van het reclasseringsadvies van 13 maart 2018. Daaruit blijkt het volgende. De reclassering staat nog steeds achter het advies dat in eerste aanleg is gegeven waarbij verschillende bijzondere voorwaarden zijn geadviseerd. Helaas gaapt er een gat tussen enerzijds de wenselijkheid van bijzondere voorwaarden en anderzijds de uitvoerbaarheid daarvan. Zolang de verdachte weigert mee te werken aan een psychologisch onderzoek en er daardoor onvoldoende zicht is op de persoon, ziet de reclassering onvoldoende mogelijkheden om eventuele risico’s te beperken en te werken aan gedragsbeïnvloeding. Het formuleren van een plan van aanpak is niet mogelijk. Vanwege de weigering van de verdachte om zich te laten onderzoeken, kan de plaatsing in een beschermde woonvorm - die de reclassering noodzakelijk acht - geen doorgang vinden. Daarnaast geeft de verdachte te weinig openheid van zaken, mogen referenten niet worden geraadpleegd en is hij erg berekenend, waardoor een reclasseringstraject niet haalbaar wordt geacht. Het recidiverisico wordt door de reclassering ingeschat als hoog, evenals het risico dat de verdachte zich zal onttrekken aan eventueel op te leggen voorwaarden. Indien de verdachte in hoger beroep schuldig wordt bevonden, adviseert de reclassering een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen of een deels voorwaardelijke gevangenisstraf zonder bijzondere voorwaarden.

Het hof overweegt dat de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 19 maart 2018 bij gelegenheid van het laatste woord heeft verklaard dat hij niet zal meewerken aan begeleid wonen, dat hij “niet weer naar een semi-gevangenis” wil en dat hij ook niet zal meewerken aan andere bijzondere voorwaarden.

Het hof is gelet op het voorgaande van oordeel dat het niet opportuun is om bijzondere voorwaarden op te leggen aan de verdachte.

Conclusie ten aanzien van de straf

Het hof is van oordeel dat de verdachte op geen enkele wijze heeft laten blijken dat hij op constructieve wijze wil deelnemen aan de Nederlandse samenleving. Het verlof verleend door de forensische kliniek Palier is door hem misbruikt om voor een tweede keer te kunnen uitreizen. Hij legt sinds zijn laatste terugkeer in Nederland alle inspanningen van de reclassering naast zich neer en wil niet meewerken aan bijzondere voorwaarden. Deze opstelling kan niet anders worden opgevat dan dat de verdachte de door de Nederlandse maatschappij uitgestoken hand consequent afwijst. Dit brengt mee dat er geen grond is voor een voorwaardelijk strafdeel ter bevordering van re-integratie in de maatschappij. Het hof is onder deze omstandigheden van oordeel dat op de bewezen verklaarde feiten niet anders kan worden gereageerd dan door oplegging van een (lange) onvoorwaardelijke gevangenisstraf in overeenstemming met enerzijds de ernst van de feiten en anderzijds de noodzaak van beveiliging van de maatschappij. De omstandigheid dat de verdachte de uitgestoken hand afwijst en niet in gesprek gaat, bezien in onderling verband en samenhang met de gang van zaken in de forensische kliniek voorafgaand aan de tweede uitreis, wijst op het gevaar voor herhaling van feiten met een terroristisch motief. Het hof is – alles afwegende – van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt. Het hof komt daarbij tot een iets hogere straf dan door het Openbaar Ministerie geëist, omdat het hof het belang van de beveiliging van de maatschappij zwaarder laat wegen.

Beslag

Het in beslag genomen schrift en de Samsung S4 mini zullen worden onttrokken aan het verkeer, nu met betrekking tot deze voorwerpen de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten zijn begaan en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, gezien de aard en de inhoud van de in het schrift en op de telefoon aangetroffen aantekeningen, foto’s, filmpjes en/of afbeeldingen.

Ten aanzien van de rugtas en de andere telefoon is het hof van oordeel dat deze dienen te worden teruggegeven aan de verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36b, 36c, 36d, 45, 47, 57, 96, 140a, 157, 176a, 176b, 288a, 289 en 289a van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het bestreden vonnis en doet opnieuw recht:

verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde zoals hiervoor overwogen heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het in onder 1, 2, 3 en 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 (veertig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- één mobiele telefoon, te weten een Samsung S4 mini;

- een schrift en enkele losse blaadjes met daarop Arabische teksten;

gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- één rugtas;

- één andere mobiele telefoon.

Dit arrest is gewezen door mr. E.F. Lagerwerf-Vergunst, mr. Th.W.H.E. Schmitz en mr. M.I. Veldt-Foglia, in bijzijn van de griffier mr. A.D. Verhoeven.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 6 april 2018.