Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2018:616

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
28-02-2018
Datum publicatie
30-03-2018
Zaaknummer
22-002012-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan inbraak in een woning en diefstal van een brillenkoker, door de voordeur van die woning met een valse sleutel, te weten een ‘flipper’, te openen. Toen de verdachte vervolgens in de woning werd overlopen door de minderjarige zoon des huizes, heeft hij deze tijdens zijn vlucht mondeling bedreigd met geweld.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-002012-17

Parketnummer: 09-827021-17

Datum uitspraak: 28 februari 2018

VERSTEK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 26 april 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (plaats onbekend) op [geboortejaar] 1962,

thans zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 14 februari 2018.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, met aftrek van voorarrest.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 10 januari 2017 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning ([x]) heeft weggenomen een brillenkoker, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die brillenkoker onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of valse sleutel (te weten: door de deur open te flipperen en/of door tegen de deur te trappen)

en/of

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond, tegen die [benadeelde partij] te zeggen: "Stop of ik schiet" en/of "Ik maak je dood".

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van voorarrest.

Beoordeling van het vonnis

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 10 januari 2017 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (Uitgeeststraat 159) heeft weggenomen een brillenkoker, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die brillenkoker onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of een valse sleutel (te weten: door de deur open te flipperen en/of door tegen de deur te trappen)

en/of

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond, tegen die [benadeelde partij] te zeggen: "Stop of ik schiet" en/of "Ik maak je dood".

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal, gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich op de bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan inbraak in een woning en diefstal van een brillenkoker, door de voordeur van die woning met een valse sleutel, te weten een ‘flipper’, te openen. Toen de verdachte vervolgens in de woning werd overlopen door de minderjarige zoon des huizes, heeft hij deze tijdens zijn vlucht mondeling bedreigd met geweld.

De verdachte heeft er aldus blijk van gegeven geen enkel respect te hebben voor de persoonlijke eigendommen van aangever en de persoonlijke levenssfeer van aangever en diens medebewoners. De verdachte heeft zich kennelijk laten leiden door financieel gewin, zonder erbij stil te staan dat slachtoffers van dergelijke delicten in de regel nog geruime tijd lijden onder de psychische gevolgen van hetgeen hen is aangedaan. Feiten als de onderhavige brengen in de regel bij burgers gevoelens van angst en onveiligheid teweeg.

Anders dan de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat de uit het dossier blijkende feiten en omstandigheden geen aanleiding geven om bij de strafoplegging aansluiting te zoeken bij de richtlijnen voor een woningoverval. Hierbij acht het hof het van belang dat de verdachte op het moment dat hij in de woning werd overlopen direct is gevlucht en dat hij reeds op de vlucht was op het moment dat hij de dreigende uitlating(en) richting de zoon des huizes deed.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 29 januari 2018, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals dat rechtens geldt dan wel gold.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. J.M. van de Poll,

mr. H.P.CH. van Dijk en mr. B.P. de Boer, in bijzijn van de griffier mr. M.T. Sluis.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 28 februari 2018.

Mr. B.P. de Boer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.