Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2018:50

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
18-01-2018
Datum publicatie
04-04-2018
Zaaknummer
22-000578-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak. Het ‘voorhanden’ hebben in de zin van artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie zoals tenlastegelegd, is naar het oordeel van het hof uit het onderzoek ter terechtzitting onvoldoende overtuigend naar voren gekomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-000578-17

Parketnummer: 10-086047-16

Datum uitspraak: 18 januari 2018

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 3 februari 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Indonesië) op [geboortejaar] 1983,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 4 januari 2018.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat aan de verdachte ter zake van het ten laste gelegde geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

Procesgang

In eerste aanleg is de eerder uitgevaardigde strafbeschikking vernietigd en is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een geldboete van € 700,00, subsidiair 14 dagen hechtenis.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 24 april 2016 te Rotterdam een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie II onder 5 van de Wet wapens en munitie, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht te weten een stroomstootwapen voorhanden heeft gehad.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Gelet op de door de getuige [getuige] ter terechtzitting in hoger beroep onder ede afgelegde verklaring is onder meer naar voren gekomen dat de verdachte, als beveiligingsmedewerker, in overleg met de politie en ter afhandeling van de inbeslagname een stroomstootwapen onder zich heeft gehouden ter aflevering bij een politiebureau die dag. Het ‘voorhanden’ hebben in de zin van artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie zoals tenlastegelegd, is naar het oordeel van het hof uit het onderzoek ter terechtzitting - mede in verband met die getuige verklaring - onvoldoende overtuigend naar voren gekomen, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Vernietigt de uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 24 april 2016.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door mr. N. Schaar, mr. R.F. de Knoop en mr. O.E.M. Leinarts, in bijzijn van de griffier mr. A.F. Verbunt.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 18 januari 2018.