Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2018:3193

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
15-10-2018
Datum publicatie
22-11-2018
Zaaknummer
22-000791-18
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2020:396, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belediging van twee politie- ambtenaren. Voorts heeft de verdachte een busje pepperspray bij zich gedragen, zijnde een wapen in de zin van de Wet wapens en munitie.

Het hof veroordeelt de verdachte tot in totaal een geldboete van € 490,00 bij subsidiair 9 dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-000791-18

Parketnummers: 09-008142-18 en 09-171013-17

Datum uitspraak: 15 oktober 2018

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 12 februari 2018 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortejaar] 1997,

thans zonder vaste woon- of verblijfplaats, ter terechtzitting in hoger beroep opgegeven verblijfsadres [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 1 oktober 2018.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van de dagvaarding met parketnummer 09-171013-17 veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 290,-, subsidiair 5 dagen vervangende hechtenis en ter zake van de dagvaarding met parketnummer 09-008142-18 veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 200,-, subsidiair 4 dagen vervangende hechtenis.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 09-008142-18:

hij op of omstreeks 12 januari 2018 te 's-Gravenhage opzettelijk twee, althans ambtena(a)r(en), te weten [aangever 1] (hoofdagent van politie Eenheid Den Haag) en/of [aangever 2] (brigadier van politie Eenheid Den Haag), gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid, mondeling en/of door een feitelijkheid heeft beledigd, door

- hem/hen de woorden (al dan niet schreeuwend) toe te voegen: 'kurwa', althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- een of meerdere malen zijn middelvinger in de richting van die [aangever 1] en/of [aangever 2] heeft opgestoken;

Zaak met parketnummer 09-171013-17 (ter terechtzitting gevoegd):

hij op of omstreeks 03 september 2017 te 's-Gravenhage een busje pepperspray, zijnde een wapen van de categorie II, heeft gedragen.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Verzoek om verwijzing

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep in de zaak met parketnummer 09-171013-17 primair om verwijzing verzocht naar de kantonrechter. De politierechter zou niet bevoegd zijn geweest om deze zaak te behandelen aangezien het een overtreding betreft.

De advocaat-generaal heeft zich niet verzet tegen het verzoek om verwijzing.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

De dagvaarding met parketnummer 09-171013-17 bevat één ten laste gelegd feit, welk feit een overtreding is. Een overtreding moet ingevolge artikel 382 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) voor de kantonrechter worden vervolgd. De dagvaarding was echter aangebracht bij de politierechter.

Artikel 349 lid 2 Sv bepaalt dat in een dergelijke omstandigheid de politierechter het feit op verzoek van de verdachte of ambtshalve “kan” verwijzen naar de kantonrechter. De politierechter heeft derhalve een discretionaire bevoegdheid en is niet verplicht om tot verwijzing over te gaan.

Het hof is van oordeel dat er onvoldoende termen aanwezig zijn om terug te wijzen naar de kantonrechter, nu er geen andere argumenten door de verdediging zijn aangevoerd dan dat een eventuele veroordeling door een kantonrechter, mede gelet op de vermelding daarvan op het strafblad van de verdachte, te verkiezen valt boven een veroordeling door de politierechter.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak met parketnummer 09-008142-18:

hij op of omstreeks 12 januari 2018 te 's-Gravenhage opzettelijk twee, althans ambtena(a)r(en), te weten [aangever 1] (hoofdagent van politie Eenheid Den Haag) en/of [aangever 2] (brigadier van politie Eenheid Den Haag), gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid, mondeling en/of door een feitelijkheid heeft beledigd, door

- hem/hen de woorden het woord (al dan niet schreeuwend) toe te voegen: 'kurwa', althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- een of meerdere malen zijn middelvinger in de richting van die [aangever 1] en/of [aangever 2] heeft opgestoken;

Zaak met parketnummer 09-171013-17 (ter terechtzitting gevoegd):

hij op of omstreeks 03 september 2017 te 's-Gravenhage een busje pepperspray, zijnde een wapen van de categorie II, heeft gedragen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep met betrekking tot de zaak met parketnummer 09-171013-17 op het standpunt gesteld dat uit het proces-verbaal van de politie niet blijkt dat het de verdachte is geweest die een busje pepperspray bij zich heeft gehad, derhalve kan dit feit niet worden bewezen. Met betrekking tot de zaak met parketnummer 09-008142-18 heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat het door de verdachte gebruikte woord ‘kurwa’ niet als belediging was bedoeld en door de verbalisanten niet als beledigend kan zijn ervaren nu niet is gebleken dat zij de Poolse taal machtig zijn, dan wel de betekenis van dit Poolse woord kennen en de eventueel beledigende strekking van het woord niet algemeen bekend is. Naar het oordeel van de raadsvrouw dient vrijspraak te volgen.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Ten aanzien van de tenlastelegging met parketnummer 09-171013-17:

Uit het proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige], beveiliger, d.d. 3 september 2017 blijkt dat toen hij twee jongens bij bar/dancing Picasso fouilleerde bij één van hen een busje pepperspray wordt aangetroffen. De getuige omschrijft deze persoon als de langere van de twee met een tenger postuur en een blauwe jas aan. De andere verdachte is een kleiner persoon met een stevig postuur en een legertrui aan. De getuige doet hiervan melding bij de politie. Kort na de melding worden de twee verdachten door de politie gesignaleerd. De kleinere verdachte met het stevige postuur weet te ontkomen en de langere man met een tenger postuur en een blauwe jas, zoals omschreven door genoemde getuige, wordt door de politie tegen een muur geplaatst, waarna hij kurwa tegen de politie schreeuwt. Bij het fouilleren van deze persoon wordt een busje pepperspray aangetroffen, waarna hij wordt aangehouden.

Naar oordeel van het hof kan het niet anders dan dat de aangehouden persoon, de lange met een tenger postuur en een blauwe jas, de verdachte is bij wie de pepperspray is aangetroffen en is daarmee is komen vast te staan dat de verdachte in het bezit was van een busje pepperspray.

Ten aanzien van de tenlastelegging met parketnummer 09-008142-18:

Uit de in het dossier aanwezige bewijsmiddelen blijkt dat kurwa (onder meer) ‘hoer’ betekent en dat de politieambtenaren ambtshalve bekend waren met het woord ‘kurwa’ als een scheldwoord in de Poolse taal. De verdachte bleef het woord ‘kurwa’ schreeuwen naar de politieambtenaren en terwijl hij dit schreeuwde stak hij ook nog eens zijn middelvinger naar hen op. Het hof gaat dan ook aan de stelling dat het woord ‘kurwa’ meerdere betekenissen kent en niet als belediging zou zijn bedoeld of begrepen, als ongeloofwaardig voorbij.

Het hof verwerpt beide verweren.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het in de zaak met parketnummer 09-008142-18 bewezen verklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Het in de zaak met parketnummer 09-171013-17 bewezen verklaarde levert op:

handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belediging van twee politie- ambtenaren. Zodoende heeft hij deze politieambtenaren in hun eer en goede naam aangetast en ervan blijk gegeven geen respect te hebben voor het openbaar gezag. Ambtenaren met een publieke taak moeten - in het belang van de openbare orde - kunnen functioneren zonder daarbij geconfronteerd te worden met beledigingen vanuit het publiek.

Voorts heeft de verdachte een busje pepperspray bij zich gedragen, zijnde een wapen in de zin van de Wet wapens en munitie. Ongecontroleerd wapenbezit levert gevaren op voor de veiligheid van anderen.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 14 september 2018, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat twee onvoorwaardelijke geldboetes van na te melden hoogten een passende en geboden reactie vormen.

Bij de vaststelling van de geldboetes is rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c, 62, 63, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 27 en 54 van de Wet wapens en munitie, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 09-008142-18 en in de zaak met parketnummer 09-171013-17 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 09-008142-18 en in de zaak met parketnummer 09-171013-17 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Ten aanzien van het bewezen verklaarde in de zaak met parketnummer 09-008142-18:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 200,00 (tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis.

Ten aanzien van het bewezen verklaarde in de zaak met parketnummer 09-171013-17:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 290,00 (tweehonderdnegentig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door mr. A.J.M. Kaptein,

mr. H.M.D. de Jong en mr. F.W. van Lottum, in bijzijn van de griffier mr. M.S. Ferenczy.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 15 oktober 2018.