Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2018:3112

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
13-11-2018
Datum publicatie
15-11-2018
Zaaknummer
200.168.061/02
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Echtscheiding. Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Man overleden tijdens de procedure in hoger beroep. Procedure van rechtswege geschorst. De man was na de scheiding opnieuw gehuwd. Onduidelijk wie de erfgenamen van de man zijn. Hof bepaalt dat de erfgenamen een verklaring van erfrecht in het geding moeten brengen alsmede zich moeten uitlaten over de vraag of zij de procedure willen voortzetten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JERF 2018/431
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.168.061/02

Zaak- rolnummer rechtbank : C/09/411258/ HA ZA 12-90

arrest van 13 november 2018

inzake

De erfgename(n) van [de man] ,

met laatste woonplaats te [woonplaats] ,

appellante(n), tevens incidenteel geïntimeerde(n),

hierna te noemen: de erfgename(n),

advocaat: mr. G.B. van de Bunt te Den Haag,

tegen

[de vrouw] ,

wonende te Rijswijk,

geïntimeerde tevens incidenteel appellante,

hierna te noemen: geïntimeerde,

advocaat: mr. L.J.W. Govers te Zoetermeer.

Het verdere verloop van het geding

Het hof verwijst naar zijn arrest van 12 mei 2015 met zaaknummer 200.168.061/01.

Op 26 januari 2016 heeft er een comparitie van partijen plaatsgevonden. Deze comparitie heeft niet tot enig resultaat geleid.

De zaak is vervolgens, bij gebreke van instructie van partijen, geroyeerd op 12 april 2016.

De zaak is hervat met een memorie van grieven op 25 april 2017, onder zaaknummer 200.168.061/02. In de memorie van grieven zijn drie grieven geformuleerd.

Bij memorie van antwoord tevens voorwaardelijke memorie van grieven in incidenteel appel heeft geïntimeerde de ontvankelijkheid van het appel aan de orde gesteld, de grieven weersproken en voorwaardelijk een incidentele grief geformuleerd.

De erfgename(n) hebben gediend voor memorie van antwoord in het voorwaardelijke incidentele appel.

De ontvankelijkheid

Geïntimeerde stelt dat de erven van erflater niet in het onderhavige appel kunnen worden ontvangen aangezien het hier betreft een afwikkeling van een huwelijksgoederengemeenschap na echtscheiding van geïntimeerde en erflater.

Uit de procestukken volgt dat erflater vier keer getrouwd is geweest. Geïntimeerde is zijn derde echtgenote en [volgt naam] is zijn vierde echtgenote. Het hof kan echter niet vaststellen of [volgt naam] (de enige) erfgenaam is van erflater aangezien het hof niet beschikt over een verklaring van erfrecht.

Het hof overweegt als volgt. Erflater is tijdig van het bestreden vonnis in hoger beroep gekomen. Het feit dat erflater is overleden brengt met zich mede dat de procedure van rechtswege is geschorst om de erfgenamen in de gelegenheid te stellen om de procedure voort te zetten. Het verweer van geïntimeerde dat de erfgenaam of erfgenamen niet-ontvankelijk zijn treft dus op zichzelf geen doel, maar of appelanten ontvankelijk zijn is afhankelijk van de vraag wie de erfgenaam of erfgenamen zijn van erflater.

Wie zijn erfgenamen?

Het hof overweegt als volgt. Op basis van de gegevens die zijn vermeld in de memorie van antwoord in voorwaardelijk incidenteel appel kan het hof niet vaststellen wie de erfgenamen zijn van erflater. Het hof heeft niet in het procesdossier aangetroffen een verklaring van erfrecht. Mede bezien het feit dat erflater vier keer getrouwd is geweest en er mogelijk ook kinderen uit een van deze relaties zijn geboren is het relevant dat een verklaring van erfrecht in het geding wordt gebracht aan de hand waarvan kan worden vastgesteld wie erfgenaam danwel erfgenamen van erflater zijn.

Het hof verzoekt de erfgename(n) een verklaring van erfrecht in het geding te brengen van erflater alsmede dienen de erfgename(n) zich uit te laten of zij de procedure wensen voort te zetten.

Vervolgens wordt aan geïntimeerde de gelegenheid gegeven om hierop te reageren.

Beslissing

Het hof:

bepaalt dat de erfgename(n) ter rolzitting van 1 december 2018 bij akte in het geding brengen de verklaring van erfrecht met betrekking tot erflater alsmede dienen de erfgename(n) zich allen uit te laten of zij de procedure wensen voort te zetten;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. A.N. Labohm, A.H.N. Stollenwerck en R.L.M.C. Janssen, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 november 2018 in aanwezigheid van de griffier.