Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2018:3103

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
27-09-2018
Datum publicatie
14-11-2018
Zaaknummer
22-000300-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft samen met een ander op de openbare weg het slachtoffer gedwongen zijn tas af te geven. Hierbij is het slachtoffer zodanig onder druk gezet en geïntimideerd dat hij dacht geen andere keuze te hebben dan te doen wat de verdachte en zijn medeverdachte hem opdroegen.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 24 uren, subsidiair 12 dagen jeugddetentie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-000300-18

Parketnummer: 09-237360-17

Datum uitspraak: 27 september 2018

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Den Haag van 18 januari 2018 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 2000,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 13 september 2018.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het primair ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het subsidiair ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 24 uren, subsidiair 12 dagen jeugddetentie.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 16 juni 2017 te 's-Gravenhage

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [aangever 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een tas (merk: Louis Vuitton), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1] en/of [aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond uit - het kijken in de tas van die [aangever 1] en daarbij die [aangever 1] de woorden toe te voegen: "Ik wil geld van je", althans woorden van gelijke aard en/of strekking

- het die [aangever 1] de woorden toe te voegen: "Geef die tas" en/of "Je hebt een groot probleem als je die tas niet geeft" en/of "Niet zo moeilijk doen, geef die tas aan [medeverdachte]" althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking

- het naar die [aangever 1] toe te lopen en neus aan neus te staan met die [aangever 1];

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 16 juni 2017 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ander, te weten [aangever 1], door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander wederrechtelijk heeft/hebben gedwongen iets te doen, te weten het afgeven van zijn tas, door

- het kijken in de tas van die [aangever 1] en daarbij die [aangever 1] de woorden toe te voegen: "Ik wil geld van je", althans woorden van gelijke aard en/of strekking

- het die [aangever 1] de woorden toe te voegen: "Geef die tas" en/of "Je hebt een groot probleem als je die tas niet geeft" en/of "Niet zo moeilijk doen, geef die tas aan [medeverdachte]" althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking

- het naar die [aangever 1] toe te lopen en neus aan neus te staan met die [aangever 1].

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, dat het primair ten laste gelegde bewezen zal worden verklaard en dat de verdachte ter zake daarvan zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen jeugddetentie, waarvan 30 uren voorwaardelijk, subsidiair 15 dagen jeugddetentie, met een proeftijd van twee jaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak van het primair ten laste gelegde

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Op grond van het verhandelde ter terechtzitting en het dossier is niet komen vast te staan dat [aangever 1] ten gevolge van geweld of bedreiging met geweld is gedwongen tot afgifte van de tas. De door de aangever ervaren intimiderende situatie voldoet niet aan de vereisten voor bedreiging met geweld in de zin van artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht. Zonder te miskennen dat de aangever zich mede door toedoen van verdachte en zijn medeverdachte in een benarde situatie heeft bevonden, brengt het vorenstaande mee dat het hof verdachte zal vrijspreken van afpersing.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 16 juni 2017 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ander, te weten [aangever 1], door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander wederrechtelijk heeft/hebben gedwongen iets te doen, te weten het afgeven van zijn tas, door

- het kijken in de tas van die [aangever 1] en daarbij die [aangever 1] de woorden toe te voegen: "Ik wil geld van je", althans woorden van gelijke aard en/of strekking

- het die [aangever 1] de woorden toe te voegen: "Geef die tas" en/of "Je hebt een groot probleem als je die tas niet geeft" en/of "Niet zo moeilijk doen, geef die tas aan [medeverdachte]" althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking

- het naar die [aangever 1] toe te lopen en neus aan neus te staan met die [aangever 1].

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep, overeenkomstig de aan het hof overgelegde en in het dossier gevoegde pleitaantekeningen, aangevoerd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Daartoe heeft hij aangevoerd dat de verdachte geen opzet had op het toe-eigenen van de tas. Daarnaast was er geen sprake van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte, aldus de raadsman.

Het hof overweegt daaromtrent als volgt.

De aangever heeft verklaard dat de verdachte samen met de medeverdachte [medeverdachte] en een ander op de aangever en zijn vrienden is afgelopen. De medeverdachte [medeverdachte] keek vervolgens in de tas van aangever en zei dat hij geld wilde. Blijkens aangevers verklaring gaf de verdachte steeds opdrachten aan zijn medeverdachte en de medeverdachte voerde deze opdrachten vervolgens uit. Uit de verklaring van de aangever blijkt voorts dat het de verdachte was die de instructie aan de medeverdachte gaf om de tas van de aangever te pakken. Aangezien de aangever aanvankelijk weigerde zijn tas af te geven, heeft de medeverdachte tegen de aangever gezegd dat hij een groot probleem zou hebben als hij de tas niet zou afgeven en is vervolgens dichtbij aangever gaan staan, aldus de aangever. Ook de verdachte zou toen hebben gezegd dat de aangever beter zijn tas kon geven. De aangever heeft bovendien verklaard dat de verdachte en de twee andere personen om hem heen stonden waardoor de aangever zich geïntimideerd voelde en zijn tas heeft afgegeven. De verklaring van aangever wordt op essentiële onderdelen ondersteund door de inhoud van de getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2], zoals afgelegd bij de politie en bij de raadsheer-commissaris. Zo heeft de getuige [getuige 1] bij de raadsheer-commissaris onder meer verklaard dat de verdachte instructies aan de medeverdachte gaf en dat de aangever zijn spullen uit zijn tas moest pakken.

Op grond van voormelde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang beschouwd, is het hof van oordeel dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachte die in de kern heeft bestaan uit een gezamenlijke uitvoering. Bij dat oordeel neemt het hof in het bijzonder in aanmerking dat de verdachte samen met zijn medeverdachte naar de aangever is toegelopen en dat zij samen met nog een derde jongen om de aangever heen zijn gaan staan. De verdachte heeft daarmee de groep getalsmatig versterkt. Voorts neemt het hof in aanmerking dat op instructie van de verdachte de medeverdachte tegen de aangever heeft gezegd dat hij zijn tas moest afgeven. Vervolgens zijn de verdachte en zijn medeverdachte voor aangever gaan staan en is de medeverdachte neus aan neus gaan staan met de aangever en daarbij heeft de verdachte tegen de aangever gezegd dat hij beter zijn tas aan de medeverdachte zou afgeven.

De aangever voelde zich door de situatie geïntimideerd en dacht geen andere keuze te hebben dan te doen wat de verdachte en zijn medeverdachte hem opdroegen, waarna de medeverdachte en de verdachte zijn weggerend met de tas van de aangever. De gebezigde bewijsmiddelen en de omschreven gang van zaken leidt het hof tot de conclusie dat de samenwerking en het opzet van de verdachte tevens was gericht op het toe-eigenen van de tas.

Gelet op het hiervoor overwogene verwerpt het hof de verweren van de raadsman.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het subsidiair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van een ander door een feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft samen met een ander op de bewezenverklaarde wijze op de openbare weg het slachtoffer gedwongen zijn tas af te geven. Hierbij is het slachtoffer zodanig onder druk gezet en geïntimideerd dat hij dacht geen andere keuze te hebben dan te doen wat de verdachte en zijn medeverdachte hem opdroegen. De verdachte heeft zich om deze gevolgen niet bekommerd en kennelijk puur uit eigen gewin gehandeld.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 28 augustus 2018.

Het hof heeft ook acht geslagen op het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 28 juni 2018, alsmede op hetgeen omtrent de persoonlijke omstandigheden van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gebracht.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf van na vermelde duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 47, 63, 77a, 77g, 77h, 77m, 77n, 77gg en 284 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 12 (twaalf) dagen jeugddetentie.

Dit arrest is gewezen door mr. C.P.E.M. Fonteijn-Van der Meulen, mr. J.A.C. Bartels en mr. S. van Dissel, in bijzijn van de griffier mr. H. Hafti.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 27 september 2018.

Mr. S. van Dissel is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.