Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2018:3065

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
08-11-2018
Datum publicatie
09-11-2018
Zaaknummer
22-001253-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artt. 6, 175 en 179 WvW 1994. Overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet waardoor zwaar lichamelijk letsel is toegebracht. Veroordeling tot een taakstraf voor de duur van 160 uren, subsidiair 80 dagen hechtenis, alsmede tot een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van een jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-001253-18

Parketnummer: 10-712140-16

Datum uitspraak: 8 november 2018

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 21 maart 2018 in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam verdachte],

geboren te [plaats] op [datum],

verblijvende te: [adres]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op

25 oktober 2018.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 160 uren subsidiair 80 dagen hechtenis.

Voorts is de verdachte de bevoegdheid ontzegd motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

primair:
hij op of omstreeks 08 juli 2016 te Sommelsdijk, gemeente Goeree-Overflakkee, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door met dat motorrijtuig zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam en/of met aanmerkelijke verwaarlozing van de te dezen geboden zorgvuldigheid te rijden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Kraaijensteinsedijk,

welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,

terwijl

  • -

    de maximumsnelheid voor motorvoertuigen ter plaatse 60 km/u bedroeg, en/of

  • -

    het zicht op de kruising van die weg met de toegangsweg naar het pand Kraaijensteinsedijk 16

(in beide richtingen) ernstig werd belemmerd door bosschages, en/of

- de breedte van die Kraaijensteinsedijk ter hoogte van die kruising onvoldoende was voor twee voertuigen om elkaar te passeren,

met een snelheid van ongeveer 100 km/u, in ieder geval met een veel hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid, de genoemde kruising is genaderd en/of

bovendien met een gelet op bovengenoemde omstandigheden veel te hoge snelheid heeft gereden, en/of

zijn snelheid niet zodanig heeft aangepast dat hij in staat was zijn voertuig tot stilstand te brengen of af te remmen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of

(aldus rijdende) niet (tijdig) heeft opgemerkt dat een personenauto, die voor hem van rechts kwam (vanaf genoemde toegangsweg), die Kraaijensteinsedijk (inmiddels) was opgereden en/of die personenauto niet heeft laten voorgaan en/of (vervolgens) in botsing of aanrijding is gekomen met die personenauto, die als gevolg daarvan naar achteren werd geduwd en achterwaarts de dijk is afgerold,

waardoor een inzittende in die andere personenauto, genaamd [slachtoffer], zwaar lichamelijk letsel (te weten letsel aan de pols en/of onderarm en/of gevoelsstoornissen in de onderarm en/of verlies van kracht in de linkerarm en/of rechterarm en/of de linkerhand en/of de rechterhand) of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair, voor zover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


hij op of omstreeks 08 juli 2016 te Sommelsdijk, gemeente Goeree-Overflakkee, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) daarmee rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Kraaijensteinsedijk, zich zodanig heeft gedragen dat gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd,

welk gedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,

terwijl

  • -

    de maximumsnelheid voor motorvoertuigen ter plaatse 60 km/u bedroeg, en/of

  • -

    het zicht op de kruising van die weg met de toegangsweg naar het pand Kraaijensteinsedijk 16

(in beide richtingen) ernstig werd belemmerd door bosschages, en/of

- de breedte van die Kraaijensteinsedijk ter hoogte van die kruising onvoldoende was voor twee voertuigen om elkaar te passeren,

met een snelheid van ongeveer 100 km/u, in ieder geval met een veel hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid, de genoemde kruising is genaderd en/of

bovendien met een gelet op bovengenoemde omstandigheden veel te hoge snelheid heeft gereden, en/of

zijn snelheid niet zodanig heeft aangepast dat hij in staat was zijn voertuig tot stilstand te brengen of af te remmen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of

(aldus rijdende) niet (tijdig) heeft opgemerkt dat een personenauto, die voor hem van rechts kwam (vanaf genoemde toegangsweg), die Kraaijensteinsedijk (inmiddels) was opgereden en/of die personenauto niet heeft laten voorgaan en/of (vervolgens) in botsing of aanrijding is gekomen met die personenauto.

Vordering advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 160 uren subsidiair 80 uren hechtenis in combinatie met een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

primair:
hij op of omstreeks 08 juli 2016 te Sommelsdijk, gemeente Goeree-Overflakkee, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door met dat motorrijtuig zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam en/of met aanmerkelijke verwaarlozing van de te dezen geboden zorgvuldigheid te rijden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Kraaijensteinsedijk,

welk genoemd rijgedrag hierin heeft bestaan dat hij, verdachte, toen daar,

terwijl

  • -

    de maximumsnelheid voor motorvoertuigen ter plaatse 60 km/u bedroeg, en/of

  • -

    het zicht op de kruising van die weg met de toegangsweg naar het pand Kraaijensteinsedijk 16

(in beide richtingen) ernstig werd belemmerd door bosschages, en/of

- de breedte van die Kraaijensteinsedijk ter hoogte van die kruising onvoldoende was voor twee voertuigen om elkaar te passeren,

met een snelheid van ongeveer 100 km/u, in ieder geval met een veel hogere snelheid dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid, de genoemde kruising is genaderd en/of

bovendien met een gelet op bovengenoemde omstandigheden veel te hoge snelheid heeft gereden, en/of

zijn snelheid niet zodanig heeft aangepast dat hij in staat was zijn voertuig tot stilstand te brengen of af te remmen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of

(aldus rijdende) niet (tijdig) heeft opgemerkt dat een personenauto, die voor hem van rechts kwam (vanaf genoemde toegangsweg), die Kraaijensteinsedijk (inmiddels) was opgereden en/of die personenauto niet heeft laten voorgaan en/of (vervolgens) in botsing of aanrijding is gekomen met die personenauto, die als gevolg daarvan naar achteren werd geduwd en achterwaarts de dijk is afgerold,

waardoor een inzittende in die andere personenauto, genaamd [slachtoffer], zwaar lichamelijk letsel (te weten letsel aan de pols en/of onderarm linkerhand en/of gevoelsstoornissen in de onderarm en/of verlies van kracht in de linkerarm en/of rechterarm en/of de linkerhand en/of de rechterhand) of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het primair bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in navolging van hetgeen de rechtbank heeft overwogen, in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft als bestuurder van een personenauto, door aanmerkelijk onvoorzichtig te rijden, te weten met een snelheid die aanzienlijk hoger was dan ter plaatse was toegestaan, een ongeval veroorzaakt. Als gevolg hiervan heeft één van de inzittenden, een destijds 10-jarig meisje, zwaar lichamelijk letsel opgelopen. Kort voor de terechtzitting in hoger beroep is aanvullende medische informatie aan het dossier toegevoegd waaruit blijkt dat het slachtoffer op dit moment, ruim twee jaar na het ongeval, nog steeds wordt behandeld door een osteopaat in verband met klachten aan onder meer haar linkerhand. Ten gevolge van het ongeval heeft zij problemen gekregen met de schoolgang en kan zij niet meer paardrijden op het niveau waarop zij dat voor het ongeval deed. Dit rekent het hof de verdachte aan.

Op verkeersdeelnemers rust een zorgplicht en de verdachte is hierin aanmerkelijk tekort geschoten. De verdachte heeft zijn verantwoordelijkheid ten opzichte van de veiligheid van zijn medeweggebruikers onvoldoende in acht genomen.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke taakstraf en een geheel onvoorwaardelijk ontzegging van de rijbevoegdheid van na te melden duur een passende en geboden reactie vormen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 160 (honderdzestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 80 (tachtig) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte ter zake van het primair bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 1 (één) jaar.

Dit arrest is gewezen door mr. G. Knobbout,

mr. A.M.P. Gaakeer en mr. T.B. Trotman, in bijzijn van de griffier mr. K. Elema.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 8 november 2018.

mr. A.M.P. Gaakeer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

mr. T.B. Trotman is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.