Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2018:2488

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
25-09-2018
Datum publicatie
26-09-2018
Zaaknummer
22-000029-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artt. 138ab, 140, 311 en 326 Sr. Phishing-activiteiten: de verdachte is ter zake van computervredebreuk (meermalen gepleegd), (poging tot) diefstal met valse sleutels meermalen in vereniging gepleegd, medeplegen van oplichting (meermalen gepleegd) en deelneming aan een criminele organisatie veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Voorts zijn vorderingen van benadeelde partijen toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-000029-16

Parketnummer: 10-660139-15

Datum uitspraak: 25 september 2018

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 23 december 2015 in de strafzaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 7 februari 2017 en 11 september 2018.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken van het onder 1, 2, 3 en 5 ten laste gelegde. De verdachte is ter zake van het onder 4, 6, 7 en 8 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts is een beslissing genomen omtrent de in beslag genomen voorwerpen, zoals omschreven in het vonnis waarvan beroep. Ook is er beslist op de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

1:


hij in of omstreeks de periode van 23 februari 2015 tot en met 31 mei 2015,

te Sittard en/of Geleen en/of Heerlen en/of Capelle aan den IJssel en/of Heinenoord en/of Voorschoten en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans éénmaal,

(telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een of meer geautomatiseerde werken voor opslag en/of verwerking van gegevens, te weten een webserver en/of een netwerk toebehorende aan ING Groep NV en/of een of meerdere computer(s) toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], althans een deel daarvan, is binnengedrongen, waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader(s), toegang tot dat/die werk(en) heeft verworven met hulp van valse signalen en/of valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid,

immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens)

-één of meerdere E-mail(s) verstuurd naar het/de E-mailadres(sen) in gebruik bij voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], waarin stond vermeld:

dat hij/zij voor de overgang naar het SEPA betaalsysteem en/of de overgang van het 3G naar het 4G netwerk en/of de overgang/uitrol naar het 4G netwerk en/of een vernieuwde beveiligingsupdate en/of een simkaartomruilaktie voor sneller internet, via een bij gevoegde link zijn/haar inloggegevens en/of mobiele telefoonnummer en/of gegevens van zijn/haar betaalpas en/of zijn/haar pincode diende in te voeren en/of

-zich toegang verschaft tot de (internet)bankrekening van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of

(Modus operandi 1)

- middels een valse brief (zich voordoende als ING) aan voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] medegedeeld dat een medewerker van Post NL de betaalpas(sen) op zou halen en/of

- ( telefonisch) contact opgenomen met voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] en zich (daarbij) voorgedaan als een medewerk(st)er van ING Groep NV en/of (aldus) een of meer TAN-codes gevraagd en/of bemachtigd en/of

- ( telefonisch) een afspraak gemaakt met voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] en/of zich (daarbij) voorgedaan als een medewerk(st)er van ING Groep NV voor het ophalen van de bankpas(sen) en/of

- ( met gebruikmaking van de verkregen inloggegevens en/of TAN code) middels "Mijn ING" de transactielimiet van de betaalpas(sen) verhoogd en/of

- op het afgesproken tijdstip voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] bezocht en/of zich uitgegeven voor en/of gekleed als een medewerker van Post NL en/of zich (met een vals) legitimatiewijs gelegitimeerd;

en/of

(Modus Operandi 2)

- middels een valse brief van (zogenaamd) KPN en/of Telfort en/of T-mobile aan voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] medegedeeld dat een medewerk(st)er van KPN en/of Telfort en/of T-mobile de simkaart(en) zou omruilen en/of vervangen en/of

-(telefonisch) een afspraak gemaakt met voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of zich (daarbij) voorgedaan als een medewerk(st)er van KPN en/of Telfort en/of T-mobile voor het omruilen en/of vervangen van de simkaart(en) en/of

- op het afgesproken tijdstip voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] bezocht en/of zich uitgegeven voor en/of gekleed als een medewerk(st)er van KPN en/of Telfort en/of T-mobile en/of zich (met een vals) legitimatiewijs gelegitimeerd en/of (vervolgens) die simkaart(en) omgeruild en/of vervangen en/of

(vervolgens) (met gebruikmaking van de aldus verkregen (inlog)gegevens) (via internetbankieren) (opnieuw) ingelogd op de bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5];

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of één of meer andere onbekend gebleven perso(o)n(en) in of omstreeks de periode van 23 februari 2015 tot en met 31 mei 2015 te Geleen en/of Heerlen en/of Voorschoten, althans in Nederland, meermalen, althans éénmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een of meer geautomatiseerde werken voor opslag en/of verwerking van gegevens, te weten:

een webserver en/of een netwerk toebehorende aan ING Groep NV en/of een of meerdere computers toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4],

althans een deel daarvan, is/zijn binnengedrongen,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of die één of meerdere andere (onbekend gebleven) perso(o)n(en),

- in of omstreeks de periode van 21 februari 2015 tot en met 28 februari 2015 te Rotterdam en/of Geleen en/of Heerlen en/of elders in Nederland een computer (Apple) (telkens) ter beschikking te stellen, en/of

- op of omstreeks 5 maart 2015 te Rotterdam en/of Voorschoten en/of elders in Nederland een telefoon (met imeinummer eindigend op 2920) ter beschikking te stellen;


2:

hij in of omstreeks de periode van 25 februari 2015 tot en met 4 maart 2015,

te Heerlen en/of Geleen en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal
met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één of meerdere geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan
[slachtoffer 2] (9.900 en 100 euro) en/of
[slachtoffer 1] (9.557 euro),
in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door (telkens)

- zich toegang te verschaffen tot de (internet)bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1], en/of

(Modus operandi 2)

- middels een valse brief van (zogenaamd) KPN en/of Telfort mede te delen dat een medewerk(st)er van KPN en/of Telfort de simkaart(en) zou omruilen en/of vervangen en/of

- ( telefonisch) een afspraak te maken met voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of zich (daarbij) voor te doen als een medewerk(st)er van KPN en/of Telfort voor het omruilen en/of vervangen van de simkaart(en) en/of

- op het afgesproken tijdstip voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] te bezoeken en/of zich uit te geven voor en/of te kleden als een medewerk(st)er van KPN en/of Telfort en/of zich (met een vals) legitimatiewijs te legitimeren en/of (vervolgens) die simkaart(en) om te ruilen en/of te vervangen en/of

- ( vervolgens) (met gebruikmaking van de aldus verkregen (inlog)gegevens) (via internetbankieren) (opnieuw) in te loggen op de bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of

waarna hij verdachte en/of zijn mededader(s) één of meerdere geldbedrag(en) van de bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] over hebben gemaakt naar één of meerdere bankrekening(en) van (een) derde(n) en/of (vervolgens) deze/dit geldbedrag(en) met behulp van één of meerdere betaalautoma(a)t(en) hebben opgenomen/gepind;

subsidiair indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of één of meer andere onbekend gebleven perso(o)n(en) in of omstreeks de periode van 25 februari 2015 tot en met 4 maart 2015 te Geleen en/of Heerlen, althans in Nederland, meermalen, althans éénmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen, één of meer geldbedragen, in ieder geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

- [ slachtoffer 2] (9.900 en 100 euro) en/of

- [ slachtoffer 1] (9.557 euro)

in elk geval aan een ander of anderen dan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of hun mededader(s), waarbij deze(n) zich de toegang tot de plaats des misdrjfs heeft/hebben

verschaft en/of de /het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of die één of meerdere andere (onbekend gebleven) perso(o)n(en),

in of omstreeks de periode van 21 februari 2015 tot en met 28 februari 2015 te Rotterdam en/of Geleen en/of Heerlen en/of elders in Nederland een computer (Apple) (telkens) ter beschikking te stellen;


3:

hij in of omstreeks de periode van 23 februari 2015 tot en met 31 mei 2015,

te Sittard en/of Geleen en/of Heerlen en/of Capelle aan den IJssel en/of Heinenoord en/of Voorschoten en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, althans in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen één of meerdere geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en zich daarbij de toegang tot de plaats deze misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen geld(bedrag) en/of goed onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel,

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

-één of meerdere E-mail(s) heeft verstuurd naar het/de E-mailadres(sen) in gebruik bij voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], waarin stond vermeld: dat hij/zij voor de overgang naar het SEPA betaalsysteem en/of de overgang van het 3G naar het 4G netwerk en/of de overgang/uitrol naar het 4G netwerk en/of een vernieuwde beveiligingsupdate en/of een simkaartomruilaktie voor sneller internet, via een bij gevoegde link zijn/haar inloggegevens en/of mobiele telefoonnummer en/of gegevens van zijn/haar betaalpas en/of zijn/haar pincode diende in te voeren en/of

- zich toegang heeft verschaft tot de (internet)bankrekening van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of

(MO1)

- middels een valse brief (zich voordoende als ING) aan voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] heeft medegedeeld dat een medewerker van Post NL de betaalpas(sen) op zou halen en/of

- ( telefonisch) contact op heeft genomen met voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] en zich (daarbij) heeft voorgedaan als een medewerk(st)er van ING Groep NV en/of (aldus) een of meer TAN-codes heeft gevraagd en/of bemachtigd en/of

- ( telefonisch) een afspraak heeft gemaakt met voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] en/of zich (daarbij) heeft voorgedaan als een medewerk(st)er van ING Groep NV voor het ophalen van de bankpas(sen) en/of

- ( met gebruikmaking van de verkregen inloggegevens en/of TAN code) middels "Mijn ING" de transactielimiet van de betaalpas(sen) heeft verhoogd en/of

- op het afgesproken tijdstip voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] heeft bezocht en/of zich uit heeft gegeven voor en/of heeft gekleed als een medewerk(st)er van Post NL en/of zich (met een vals) legitimatiewijs heeft gelegitimeerd en/of

(MO2)

- middels een valse brief van (zogenaamd) KPN en/of Telfort en/of T-mobile aan voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] heeft medegedeeld dat een medewerk(st)er van KPN en/of Telfort en/of T-mobile de simkaart(en) zou omruilen en/of vervangen en/of

- ( telefonisch) een afspraak heeft gemaakt met voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of zich (daarbij) heeft voorgedaan als een medewerk(st)er van KPN en/of Telfort en/of T-mobile voor het omruilen en/of vervangen van de simkaart(en) en/of

- op het afgesproken tijdstip voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] heeft bezocht en/of zich heeft uitgegeven voor en/of gekleed als een medewerk(st)er van KPN en/of Telfort en/of T-mobile en/of zich (met een vals) legitimatiewijs heeft gelegitimeerd,

en/of

waarna hij verdachte en/of zijn mededader(s) één of meerdere geldbedrag(en) van de bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 1] (ongeveer 4.443 euro) en/of [slachtoffer 2] (10.000 euro) en/of [slachtoffer 5] (ongeveer 21.285 euro) hebben ontspaard en/of overgemaakt naar één of meerdere bankrekening(en) van (een) derde(n);

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of één of meer andere onbekend gebleven perso(o)n(en) in of omstreeks de periode van 23 februari 2015 tot en met 31 mei 2015 te Geleen en/of Heerlen, althans in Nederland, meermalen, althans éénmaal, ter uitvoering van het door hem/hen voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, (telkens)

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen, één of meer geldbedragen,

in ieder geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of hun mededader(s),


en zich daarbij de toegang tot de plaats des misdrjfs te verschaffen en/of de /het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, opzettelijk behulpzaam is geweest

en/of gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of die één of meerdere andere (onbekend gebleven) perso(o)n(en),

in of omstreeks de periode van 21 februari 2015 tot en met 28 februari 2015 te Rotterdam en/of Geleen en/of Heerlen en/of elders in Nederland een computer (Apple) (telkens) ter beschikking te stellen.

4:


hij in of omstreeks de periode van 23 februari 2015 tot en met 31 mei 2015,

te Heerlen en/of Apeldoorn en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal (telkens)

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, ING bank of ING Groep NV heeft/hebben bewogen tot de afgifte van één of meerdere geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- zich toegang verschaft tot de (internet) bankrekening van [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 7],

(MO1)

- middels een valse brief (zich voordoende als ING) aan voornoemde [slachtoffer 7] medegedeeld dat een medewerker van Post NL de betaalpas(sen) op zou halen en/of -(telefonisch) contact opgenomen met voornoemde [slachtoffer 7] en zich (daarbij) voorgedaan als een medewerk(st)er van ING Groep NV en/of

- ( telefonisch) een afspraak gemaakt met voornoemde [slachtoffer 7] en/of zich (daarbij) voorgedaan als een medewerk(st)er van ING Groep NV voor het ophalen van de bankpas(sen) en/of

- op het afgesproken tijdstip voornoemde [slachtoffer 7] bezocht en/of zich uitgegeven voor en/of gekleed als een medewerker van Post NL en/of zich (met een vals) legitimatiewijs gelegitimeerd en/of (vervolgens) die betaalpas opgehaald en/of

- ( vervolgens) (met gebruikmaking van de aldus verkregen (inlog)gegevens en/of bankpas(sen)) (via internetbankieren) (opnieuw) ingelogd op de bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 7];

en/of

(MO2)

- middels een valse brief van (zogenaamd) KPN aan [slachtoffer 2] medegedeeld dat een medewerk(st)er van KPN de simkaart(en) zou omruilen en/of vervangen en/of

- ( telefonisch) een afspraak gemaakt met voornoemde [slachtoffer 2] en/of zich (daarbij) voorgedaan als een medewerk(st)er van KPN voor het omruilen en/of vervangen van de simkaart(en) en/of

- op het afgesproken tijdstip voornoemde [slachtoffer 2] bezocht en/of zich uitgegeven voor en/of gekleed als een medewerk(st)er van KPN en/of zich (met een vals) legitimatiewijs gelegitimeerd en/of (vervolgens) die simkaart(en) omgeruild en/of vervangen en/of

- ( vervolgens) (met gebruikmaking van de aldus verkregen (inlog)gegevens) (via internetbankieren) (opnieuw) ingelogd op de bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 2];

waarna hij verdachte en/of zijn mededader(s) één of meerdere geldbedrag(en) van de bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 2] over hebben gemaakt naar één of meerdere bankrekening(en) van (een) derde(n) en/of (vervolgens) deze/dit geldbedrag(en) met behulp van één of meerdere betaalautoma(a)t(en) hebben opgenomen/gepind;

waardoor voornoemde ING bank of ING Groep NV (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

subsidiair indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of één of meer andere onbekend gebleven perso(o)n(en) in of omstreeks de periode van 23 februari 2015 tot en met 31 mei 2015 te Heerlen, althans in Nederland, meermalen, althans éénmaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens)

met het oogmerk om zich of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het

aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige

kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, ING bank of ING Groep NV heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen, in elk geval van enig goed, hebbende die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of zijn/hun mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk (zakelijk weergegeven) valselijk en/of listigljk en/of bedieglijk en/of in strijd met de waarheid zich toegang verschaft tot de bankrekening

van [slachtoffer 2],

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of die één of meerdere andere (onbekend gebleven) perso(o)n(en),

in of omstreeks de periode van 21 februari 2015 tot en met 28 februari 2015 te Rotterdam en/of Heerlen en/of elders in Nederland een computer (Apple) (telkens) ter beschikking te stellen;

5:

hij in of omstreeks de periode van 23 februari 2015 tot en met 31 mei 2015, te Sittard en/of Geleen en/of Heerlen en/of Capelle aan den IJssel en/of Heinenoord en/of Voorschoten en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, althans in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, die tot oogmerk had het plegen van misdrijven, welke organisatie bestond uit verdachte, [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of een of meer andere perso(o)n(en), welke misdrijven waren:

[Phishing]
- Het tezamen en in vereniging met een ander of anderen, plegen van phishing, bestaande onder meer uit computervredebreuk als bedoeld in artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht en/of

[Oplichting]
- het tezamen en in vereniging met een ander of anderen, plegen van oplichting als bedoeld in artikel 326 Wetboek van Strafrecht en/of

[Diefstal]
- het tezamen en in vereniging met een ander of anderen, plegen van diefstal als bedoeld in artikel 311 jo 310 van Wetboek van Strafrecht;

6:

hij in of omstreeks de periode van 11 februari 2015 tot en met 13 maart 2015 te Haarlem en/of elders in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] te bewegen tot de afgifte van een bankpas (ING), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- een mail (zogenaamd van/namens de ING Bank) verstuurd voor een nieuwe bankpas en hierin verzocht gegevens in te vullen en/of

- een brief en/of enveloppe(n) verstuurd met het logo van de ING en/of

- telefonisch contact opgenomen als zijnde een ING-medewerker en/of (vervolgens) medegedeeld dat een PostNL en/of ING medewerker de (oude) bankpas(sen)van die [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] zou ophalen en/of

- zich opgehouden (met oranje hesje met hierop een PostNL en/of ING logo) op het huisadres van die [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of

- zich (vervolgens)voorgedaan alszijnde PostNL medewerker en/of ING medewerker

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


7:

hij in of omstreeks de periode van 11 maart 2015 tot en met 13 maart 2015 te Apeldoorn en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 7] heeft bewogen tot de afgifte van één of meerdere bankpas(sen), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- een brief (van/namens de ING Bank) verstuurd voor het ophalen van (een) bankpas(sen) en/of

- ( meermalen) die [slachtoffer 7] telefonisch benaderd als zijnde een ING-medewerker en medegedeeld dat er een medewerker langskomt om de bankpas(sen) op te (laten) halen en/of

- verschenen (met oranje hesje met hierop een ING-Bank logo) op het huisadres van die [slachtoffer 7] en/of

- zich (vervolgens) voorgesteld als zijnde een ING Bank-medewerker en/of

- namens de ING Bank (oude) bankpas(sen) meegenomen en hierbij tegen die [slachtoffer 7] gezegd dat morgen (een) nieuwe bankpas(sen) worden afgeleverd en/of gebracht,

waardoor die [slachtoffer 7] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;


8:

hij op of omstreeks 13 maart 2015 te Apeldoorn en/of elders in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal (telkens)

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een winkel (Primera "[vestiging]") met behulp van één of meerdere pinpas(sen) heeft weggenomen één of meerdere geldbedrag(en) (van in totaal 7440,10 euro of daaromtrent), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten

door met één of meerdere pinpas(sen), tot het gebruik waartoe hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren, in voornoemde winkel (meermalen) één of meerdere geldbedrag(en) te pinnen, tengevolge waarvan voornoemde geldbedrag(en) van de (bank)rekening van voornoemde [slachtoffer 7] werd(en) afgeschreven.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5, 6, 7, 8 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde

Zaken Heerlen, Geleen, Voorschoten, Capelle en Heinenoord

1.1.

De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig haar schriftelijk requisitoir op het standpunt gesteld dat het onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Daartoe heeft de advocaat-generaal aangevoerd dat bewezen kan worden dat de verdachte wederrechtelijk is binnengedrongen op het netwerk van ING Bank (de “Mijn ING”-omgeving) alsmede in geautomatiseerde werken van de afzonderlijke slachtoffers.

1.2.

De raadsman van de verdachte heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig zijn pleitnotities op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder 1 primair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, nu het dossier geen bewijs bevat dat de verdachte met anderen nauw en bewust heeft samengewerkt ten aanzien van de computervredebreuken, dan wel als pleger van computervredebreuk kan worden aangemerkt. Evenmin is de verdachte op enigerlei wijze betrokken bij deze computervredebreuk, met als gevolg dat ook vrijspraak dient te volgen voor de subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid.

Het hof overweegt als volgt.

1.3.

Uit de stukken in het dossier blijkt dat de aangevers in alle zaken een e-mail hebben ontvangen, ter zake waarvan zij op basis van de opmaak en ondertekening in de veronderstelling verkeerden dat deze afkomstig was van ING Bank. Vervolgens werden de aangevers via een hyperlink in deze e-mail naar een “phishing” website geleid. Op die website werd een pagina getoond die zeer sterke gelijkenis vertoonde met een authentieke ING-webpagina en werd aangevers gevraagd om op deze pagina diverse persoonlijke (bank)gegevens in te vullen. Dankzij deze gegevens konden degenen achter dit “phishing” traject inloggen op de ING-internetbankier-omgeving van de aangevers en kennisnemen van onder meer de aard van de bankrekeningen (betaal- en/of spaarrekening) en de daarmee corresponderende saldogegevens van de betrokkenen.

1.4.

Op dat moment was er naar het oordeel van het hof reeds sprake van het opzettelijk en wederrechtelijk (want zonder toestemming en met gebruikmaking van onrechtmatig verkregen toegangsgegevens) binnendringen in een geautomatiseerd werk of een deel daarvan, en mitsdien van computervredebreuk.

1.5.

De vraag die aan het hof voorligt is of de verdachte zich (meermalen) schuldig heeft gemaakt aan het (mede)plegen van computervredebreuk dan wel dat hij daaraan medeplichtig is geweest. Deze vraag dient, ten aanzien van het primair ten laste gelegde, naar het oordeel van het hof in de zaken Heerlen en Geleen bevestigend te worden beantwoord.

Zaken Heerlen en Geleen

1.6.

Uit de stukken in het dossier blijkt dat aangeefster [slachtoffer 2] (zaak Heerlen) een brief van KPN heeft ontvangen. De brief is gericht aan haar partner de heer [slachtoffer 6].

Nadat aangeefster een dag eerder een telefonische afspraak had gemaakt om een medewerker van KPN thuis te ontvangen, verscheen op 27 februari 2015 omstreeks 12:15 uur een man aan de deur die zich voordeed als medewerker van KPN. De man – een man met een zware, zwarte bril van ongeveer 1.70 m met zwart haar en gekleed in een blauwe jeans broek en een zwarte blazer en met een pasje om zijn nek - stelde zich voor als [naam]. De man vertelde [slachtoffer 2] dat hij kwam naar aanleiding van de aan haar verzonden brief van KPN. Het hof gaat er in dit verband daarom van uit dat de brief bedoeld was voor [slachtoffer 2]. De man had een zwarte aktetas bij zich waar papieren in zaten die getekend moesten worden.

1.7.

Op verzoek van de man heeft de aangeefster haar ‘oude’ simkaart aan de man gegeven en vervolgens van hem een ‘nieuwe’ simkaart ontvangen. De man hielp haar om de ‘nieuwe’ simkaart in haar telefoon te doen. Daarnaast vroeg de man aan de aangeefster om haar wificode, waarna de aangeefster deze aan hem verstrekte. De man deelde de aangeefster mede dat het nieuwe telefoonabonnement over vier klokuren in werking zou gaan. De aangeefster was daarnaast in het bezit van een simkaart van de Simyo. Deze simkaart heeft de aangeefster niet meegegeven, terwijl de man haar daar wel om vroeg.

1.8.

Op dezelfde dag omstreeks 14:30 uur had aangever [slachtoffer 1] (zaak Geleen) – na een aantal dagen eerder een telefonische afspraak te hebben gemaakt om een medewerker van de Telfort te ontvangen – op het gemeentehuis in Sittard een ontmoeting met een man die zich voordeed als medewerker van Telfort. De man stelde zich voor als [naam]. De aangever gaf de man zijn mobiele telefoon en hij zag dat de man de ‘oude’ simkaart uit het toestel haalde en een ‘nieuwe’ simkaart in het toestel deed. De aangever moest een formulier ondertekenen voor ontvangst van de ‘nieuwe’ simkaart en de man deelde de aangever mede dat hij gedurende vier uren niet zou kunnen bellen met het toestel.

1.9.

De man die eerder op de dag al langs was geweest bij de aangeefster [slachtoffer 2] om haar simkaart van KPN op te halen, is omstreeks 16:45 uur nogmaals langs geweest – ditmaal bij de echtgenoot van de aangeefster – om de simkaart van Simyo op te halen. De echtgenoot van de aangeefster heeft deze simkaart toen aan de man meegegeven.

1.10.

Tussen 15:45 uur en 19:01 uur is ingelogd op de ING internetbankieromgeving van de accounts [accountnaam] (in gebruik bij [slachtoffer 1]), [accountnaam] en [accountnaam] (beide in gebruik bij [slachtoffer 6] e/o [slachtoffer 2]). Daarbij is telkens gebruik gemaakt van het IP-adres [ip-adres]. Dit IP-adres was op dat moment in gebruik bij [slachtoffer 6], als gezegd de partner van [slachtoffer 2]. Er is bij deze internetbankiersessies gebruik gemaakt van een apparaat met het door ING toegekende device token1[device token]. Uit de door ING bank gegenereerde User Agent2 blijkt dat er gebruik werd gemaakt van een Apple MacBook.

1.11.

Om 19:00 uur werd aangeefster [slachtoffer 2] door ING Bank gebeld met de mededeling dat er € 10.000,- van haar rekening was gehaald.

1.12.

Omstreeks 19:30-19:45 uur werd aangever [slachtoffer 1] gebeld door ING Bank met de vraag of hij een groot geldbedrag – later blijkt dit een bedrag van € 9.557,- te zijn - van zijn rekening had overgemaakt.

1.13.

Om 22:49 uur werd vanaf IP-adres [ip-adres]met hetzelfde device token ([device token]) geprobeerd in te loggen op een “Mijn ING-omgeving”. Daarbij is gebruik gemaakt van een internetaansluiting met het IP-adres [ip-adres]. Dit IP-adres was op dat moment in gebruik bij de verdachte en zijn partner. Uit de gegenereerde User Agent blijkt dat er gebruik is gemaakt van een Apple MacBook.

Betrokkenheid verdachte

1.14.

De eerste vraag die ter beantwoording aan het hof voorligt is of het de verdachte is geweest die op 27 februari 2015 heeft ingelogd op de internetbankieromgevingen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1]. Het hof beantwoordt deze vraag bevestigend. Het hof overweegt daartoe als volgt.

1.15.

Uit onderzoek van de ING Bank volgt dat de verdachte beschikt over een account voor internetbankieren bij ING. Aan dat account zijn twee ING betaalrekeningen gekoppeld. Ook zijn vriendin beschikt over een account voor internetbankieren bij ING voor een tweetal ING betaalrekeningen. Uit de logbestanden van de internetbankieromgeving van ING blijkt dat in de periode van 5 april 2014 tot en met 19 maart 2016 veelvuldig is ingelogd op Mijn ING vanaf het IP-adres [ip-adres], in diezelfde periode in gebruik bij de verdachte en zijn partner. In de periode 25 februari 2015 tot en met 13 maart 2015 werd uitsluitend gebruik gemaakt van een Apple MacBook met telkens dezelfde User Agent. Deze Apple MacBook heeft in die periode onder meer het device token [device token] toegekend gekregen.

1.16.

De door ING vastgestelde User Agent van het device dat betrokken was bij de inlogsessies op 27 februari 2015 tussen 15:45 uur en 19:01 uur (waarbij gelden vanaf de rekeningen van [slachtoffer 6] en [slachtoffer 1] zijn overgemaakt) en bij de inlogsessies van 22:49 uur (waarbij via het IP-adres van verdachte werd ingelogd op een Mijn ING-omgeving) zijn identiek. Ook het bij de ING waargenomen device token, te weten [device token], is gelijk. Het hof trekt hieruit de conclusie dat bij al deze inlogsessies gebruik is gemaakt van hetzelfde device, en wel een Apple MacBook.

1.17.

Bij de verdachte is bij doorzoeking van zijn woning een MacBook Pro aangetroffen. Deze was versleuteld met behulp van FileVault, een voorziening in het besturingssysteem Mac OS waarmee gegevens kunnen worden beveiligd door versleuteling. De verdachte heeft geen toegang willen geven tot de gegevens die zich op de MacBook Pro bevinden. Hierdoor is geen User Agent voor deze MacBook Pro te berekenen. Evenmin heeft de verdachte willen verklaren over deze onderzoeksbevindingen.

1.18.

Op grond van de voorgaande bevindingen, in onderling verband en in samenhang bezien, komt het hof tot het oordeel dat het verdachte moet zijn geweest die zich – via een bij hem in gebruik zijnde Apple MacBook - wederrechtelijk de toegang heeft verschaft tot zowel de ING webserver als de wifirouter van [slachtoffer 6] en [slachtoffer 2].

Is er sprake van medeplegen?

1.19.

De vraag die dan aan het hof voorligt is of de verdachte zich door zijn handelen schuldig heeft gemaakt aan het (meermalen) in vereniging plegen van computervredebreuk.

1.20.

Het hof stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard, indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

1.21.

Uit de hiervoor genoemde omstandigheden leidt het hof af dat de inloggegevens, waarmee de verdachte zich op 27 februari 2015 de toegang kon verschaffen tot de internetbankieromgevingen bij de ING, eerder zijn buitgemaakt, namelijk op het moment dat [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] deze gegevens hebben ingevuld op de nep website, waarnaar zij waren doorgeleid en waarvan zij meenden dat het de ‘echte’ website van ING was. De verdachte is in bezit gekomen van deze inloggegevens en kon met deze gegevens op 27 februari 2015 binnendringen op de ING webserver.

1.22.

Het hof leidt verder uit het feit dat de MacBook in gebruik bij verdachte verbinding heeft kunnen maken met de wifirouter van [slachtoffer 6] en [slachtoffer 2] af dat deze MacBook zich op 27 februari 2015 bevond in de directe nabijheid van de woning van [slachtoffer 6] en [slachtoffer 2]. Nu op geen enkele wijze aannemelijk is geworden dat deze MacBook op dat moment door een ander dan verdachte is gebruikt, volgt hieruit tevens dat verdachte zich op dat moment in de nabijheid van die woning moet hebben bevonden. Uit het gegeven dat de MacBook verbinding met de – beveiligde – router kon maken volgt tevens dat op dat moment door de verdachte werd beschikt over de wifi-code. Gezien de wijze waarop deze wificode van [slachtoffer 6] en [slachtoffer 2] is verkregen, kan het niet anders zijn dan dat deverdachte die wificode van een ander, waarschijnlijk van diegene die aan de deur bij de woning van [slachtoffer 2] is geweest, heeft ontvangen. Vervolgens heeft de verdachte gebruik gemaakt van die wificode door in te loggen op de wifirouter van [slachtoffer 6] en [slachtoffer 2]. Vervolgens heeft de verdachte, met gebruikmaking van de inloggegevens, ingelogd op de ING webserver en hier betalingen verricht ten laste van de aangevers.

1.23.

Uit al deze feiten en omstandigheden blijkt dat de verdachte niet alleen zelf een essentiële en directe rol heeft gehad bij de betreffende computervredebreuken, maar dat hij daarbij ook gebruik heeft gemaakt van (inlog)gegevens, die hem door anderen zijn verstrekt. Een dergelijk gecoördineerd handelen vormt ook een noodzakelijke voorwaarde voor “phishing” trajecten, die immers alleen succesvol kunnen en zullen zijn, indien sprake is van een duidelijke, vooraf afgesproken taakverdeling, werkwijze en informatiedeling, teneinde het traject zo snel als mogelijk te kunnen laten verlopen. Immers, banken oefenen nauwgezette controle uit over hun systemen en betalingen en zijn in staat snel te reageren op door hen waargenomen onregelmatigheden.

Uit de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden blijkt naar het oordeel van het hof van een zodanige samenwerking tussen verdachte en een of meer mededaders, dat deze door het hof wordt geduid als een nauwe en bewuste samenwerking.

1.24.

Op grond van het voorgaande oordeelt het hof dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte(n). Daarmee acht het hof het tenlastegelegde medeplegen van computervredebreuk van de ING server in de zaken Heerlen en Geleen alsmede van de wifirouter van [slachtoffer 6] en [slachtoffer 2] bewezen.

Zaak Voorschoten

1.25.

Uit de stukken in het dossier blijkt dat de aangever [slachtoffer 5] op 25 februari 2015 om 16:18 uur een "phishing" website heeft bezocht en aldaar zijn inloggegevens voor de internetbankieromgeving van ING, zijn geboortedatum en adres heeft ingevuld. Vervolgens is om 16:43 uur door een fraudeur ingelogd op het ING account van [slachtoffer 5] en is onder meer zijn saldo bekeken.

1.26.

Op 5 maart 2015 om 13:52 uur en 14:00 uur wordt vanaf IP-adres [IP-adres] wederom ingelogd op de internetbankieromgeving van [slachtoffer 5]. De limiet van betaalpassen 1 en 2 wordt dan verhoogd naar 25.000 euro.

1.27.

Uit de inhoud van het dossier is niet komen vast te staan wie op 25 februari en op 5 maart 2015 wederrechtelijk is binnengedrongen in de webserver van ING. Er is gebruik gemaakt van een IP-adres dat niet is te herleiden tot de verdachte. Uit het digitaal onderzoek zijn geen andere bevindingen gebleken die duiden op betrokkenheid van de verdachte en/of van een bij hem in gebruik zijnde device. Uit de stukken in het dossier is wel af te leiden dat de verdachte over kennis beschikte over de aanpassing van de betaallimiet van de pas, zeer kort nadat zulks heeft plaatsgevonden. Naar het oordeel van het hof is zulks echter onvoldoende om te kunnen vaststellen dat de verdachte directe betrokkenheid had bij de ten laste gelegde computervredebreuk.

1.28.

Naar het oordeel van het hof is daarmee niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair en subsidiair in de zaak Voorschoten is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Zaken Capelle en Heienoord

1.29.

Uit de stukken in het dossier volgt evenmin enige betrokkenheid van de verdachte bij de computervredebreuk jegens de aangevers [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4]. Naar het oordeel van het hof is daarom evenmin wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair en subsidiair in de zaken Capelle en Heinenoord is ten laste gelegd, zodat de verdachte ook daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 2 primair ten laste gelegde

Zaken Heerlen en Geleen

2.1.

De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig haar schriftelijk requisitoir op het standpunt gesteld dat het onder 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, nu de verdachte zich de toegang heeft verschaft tot de internetbankieromgevingen van de slachtoffers en betrokken is geweest bij het ophalen van de simkaarten van de slachtoffers.

2.2.

De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig zijn pleitnotities op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, nu uit de inhoud van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de verdachte enige rol heeft gehad bij de diefstal van geldbedragen van de bankrekeningen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1].


Het hof overweegt als volgt.

Betrokkenheid verdachte

2.3.

Uit hetgeen hiervoor met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde is overwogen, volgt dat het de verdachte is geweest die zich op 27 februari 2015 tussen

15:45 uur en 19:01 uur wederrechtelijk de toegang heeft verschaft tot de internetbankieromgevingen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1].

2.4.

Met betrekking tot deze bankrekeningen is komen vast te staan dat op 27 februari 2015 om 16.34 uur een geldbedrag van € 9.557,- is overgeboekt van de bankrekening van [slachtoffer 1] naar een betaalrekening van Mycom. Op een onbekend gebleven tijdstip zijn die dag geldbedragen van € 9.900,- en € 100,- overgeboekt van de bankrekening van [slachtoffer 2] naar een bankrekening op naam van [naam].

2.5.

Uit het voorgaande leidt het hof af dat het de verdachte is geweest die de feitelijke overboekingen van de gelden naar andere bankrekeningen (van een "money mule" en een bedrijf, kennelijk ter betaling van een bestelling) heeft verricht.

Is er sprake van medeplegen?

2.5.

De vraag die vervolgens ter beantwoording aan het hof voorligt is of de verdachte zich door zijn handelen schuldig heeft gemaakt aan het (meermalen) in vereniging plegen van diefstal (met valse sleutel) van geldbedragen van de aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1].

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

2.6.

Het hof stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard, indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

2.7.

Het hof verwijst in dit verband allereerst naar de feiten en omstandigheden zoals hierboven weergegeven onder 1.21 en 1.22. Uit deze feiten en omstandigheden leidt het hof af dat de inloggegevens van de internetbankier-omgevingen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn buitgemaakt ín het kader van een "phishing" traject en dat de identiteit van degene(n) die de “phishing” websites hebben ontwikkeld niet is komen vast te staan. Evenmin is duidelijk geworden wie de inloggegevens van de internetbankieromgevingen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] aan de verdachte hebben verstrekt. Wel is duidelijk dat zulks heeft plaatsgevonden.

2.8.

Uit de inhoud van het dossier volgt verder dat de simkaarten en bankpassen bij deze aangevers (en in de zaak Heerlen ook de wificode van de aangeefster) thuis zijn opgehaald door een ander dan de verdachte, waarbij deze persoon zich voordeed als medewerker van een telefoonprovider.

2.9.

De verdachte is vervolgens, (zeer) kort daarna, door verkrijging van simkaarten, bankpassen, inloggegevens en een wificode, in staat gesteld om de geldbedragen te over te boeken. Immers, om te kunnen inloggen op een willekeurige internetbankier-omgeving van rekeninghouders van ING zijn louter een gebruikersnaam en wachtwoord nodig. De betekenis van de TAN-code die ING Bank per sms naar het door de rekeninghouder opgegeven mobiele telefoonnummer van die rekeninghouder verstuurt, schuilt daarin dat daarmee een in de internetbankier-omgeving voorbereide betalingsopdracht kan worden geëffectueerd. Door verkrijging van de wificode van [slachtoffer 6] en [slachtoffer 2], en het vervolgens inloggen op hun wifirouter kon verdachte’s eigen IP-adres bovendien voor derden onzichtbaar blijven.

2.10.

Op grond van het voorgaande oordeelt het hof dat ook ten aanzien van dit feit sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten. Daarmee acht het hof het tenlastegelegde medeplegen bewezen.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

Zaken Geleen, Heerlen, Capelle, Heinenoord en Voorschoten

3.1.

De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig haar schriftelijk requisitoir op het standpunt gesteld dat het onder 3 primair ten laste gelegde in alle zaken wettig en overtuigend bewezen kan worden. Hoewel de verdachte niet bij alle uitvoeringshandelingen persoonlijk betrokken is geweest, kan het medeplegen worden bewezen omdat de pogingen tot oplichting bestonden uit een samenstel van handelingen waar de verdachte een wezenlijke bijdrage aan heeft geleverd.

3.2.

De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig zijn pleitnotities op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, nu buiten de aanwezigheid van de verdachte in het winkelcentrum het bewijs ontbreekt voor de vaststelling dat de verdachte enige rol bij dit feit heeft gespeeld.

Het hof overweegt als volgt.

Zaken Heerlen en Geleen

3.3.

Uit de stukken in het dossier blijkt dat zowel bij aangeefster [slachtoffer 2] als bij aangever [slachtoffer 1] geld van hun respectieve spaarrekeningen is ontspaard door middel van overboeking naar de betaalrekening van de aangevers. Naar het oordeel van het hof dient het door de verdachten op deze wijze ontsparen van geld geen ander doel dan dat het geld door de verdachten wordt ‘klaargezet’, opdat het geld aansluitend vanaf die betaalrekening kan worden gecasht door het geld te pinnen dan wel over te boeken naar een andere bankrekening. Het hof is derhalve van oordeel dat het ontsparen van geldbedragen van de aangevers kan worden aangemerkt als een poging diefstal. Voorts stelt het hof vast dat het ontsparen van geld – geld overzetten van de spaarrekening naar de betaalrekening – in een internetbankieren-omgeving van ING Bank niet mogelijk is zonder gebruik te maken van een TAN-code.

3.4.

Ten aanzien van de vraag of de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in vereniging (meermalen) plegen van een poging diefstal (met valse sleutel) van geldbedragen van de aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] verwijst het hof naar hetgeen hiervoor is overwogen met betrekking tot het onder 1. en 2. ten laste gelegde.

3.5.

Het hof is derhalve van oordeel dat het onder 3 primair ten laste gelegde in de zaken Heerlen en Geleen wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Zaak Voorschoten

3.6.

Uit de stukken in het dossier blijkt dat aangever [slachtoffer 5] op 5 maart 2015 – na op 4 maart 2015 telefonisch een afspraak te hebben gemaakt - zijn ING-bankpassen heeft afgegeven aan een man die zich voordeed als medewerker van TNT. Vervolgens is de betaallimiet van de betaalpas verhoogd naar € 25.000,- en is er een bedrag van € 21.285,- van de spaarrekening van aangever [slachtoffer 5] ontspaard door overboeking naar diens betaalrekening. Daarna is – nog steeds op dezelfde dag – tevergeefs geprobeerd om in een filiaal van Primera in Capelle aan den IJssel een bedrag van € 2.480,- van de betaalpas op te nemen, want de betaalpas van de aangever [slachtoffer 5] was inmiddels geblokkeerd.

3.7.

Op 5 maart 2015 werd om 15:01 uur telefonisch contact gezocht met het ING Callcenter. Hierbij werd gebruik gemaakt van het telefoonnummer [telefoonnummer 1]. Uit de door ING geregistreerde handelingen van de ING medewerker die het gesprek voerde blijkt dat er op verzoek van een persoon die zich uitgaf voor [slachtoffer 5] een bedrag van € 21.285,- van diens spaarrekening werd ontspaard.

3.8.

De mobiele telefoon met nummer [telefoonnummer 1] straalde omstreeks 15:30 uur een zendmast aan op de Beemsterhoek te Capelle aan de IJssel. Dit is een zendmast in de directe nabijheid van winkelcentrum De Terp in Capelle aan de IJssel.

3.9.

De simkaart van dit telefoonnummer is in een mobiele telefoon geplaatst geweest in de periode van 1 februari 2015 tot en met 5 maart 2015. Deze mobiele telefoon is op 13 maart 2015 bij de verdachte aangetroffen.

3.10.

Kort hierna, om 15.36 uur, werd tevergeefs geprobeerd om in een filiaal van Primera in Capelle aan den IJssel een bedrag van € 2.480,- van de betaalpas op te nemen. De betaalpas van aangever [slachtoffer 5] was inmiddels geblokkeerd. Op de camerabeelden van de Primera werd de medeverdachte [medeverdachte 1] door een verbalisant herkend als degene die met de betaalpas van de aangever [slachtoffer 5] probeerde te pinnen, nadat hij een bedrag van € 2.480,- op een 3V voucher (het maximale bedrag dat op de voucher kon worden gestort was € 2.500,-) gestort wilde hebben. Verdachte werd herkend als de persoon die medeverdachte [medeverdachte 1] kort voor het binnengaan in de winkel sprak.

3.11.

Op grond van het voorgaande komt het hof tot het oordeel dat de verdachte in deze zaak (in ieder geval) een geldbedrag van [slachtoffer 5] heeft ontspaard, door zich ten overstaan van het ING Callcenter voor te doen als [slachtoffer 5].

Is er sprake van medeplegen?

3.12.

Ten aanzien van de vraag of de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in vereniging plegen van een poging diefstal van een geldbedrag van de aangever [slachtoffer 5] overweegt het hof als volgt.

3.13.

Het hof stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard, indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

3.14.

Uit de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden leidt het hof af dat de verdachte samen met in ieder geval één ander heeft geprobeerd een deel van het ontspaarde geld van de aangever [slachtoffer 5] te ‘cashen.’ Het buiten de wil van een rekeninghouder en mitsdien wederrechtelijk ontsparen van een geldbedrag van die ander en vervolgens het aldus overgeboekte geld geheel of gedeeltelijk proberen te ‘cashen’ zijn op zichzelf handelingen die in zodanig verband staan met een (poging) diefstal, dat de verdachte reeds op grond daarvan als medepleger kan worden aangemerkt.

3.15.

Het hof is derhalve van oordeel dat het onder 3 primair ten laste gelegde in de zaak Voorschoten wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Zaken Capelle en Heinenoord

3.13.

Op basis van de stukken in het dossier kan worden vastgesteld dat het een ander dan de verdachte is geweest die in de zaken Capelle en Heinenoord bij de aangevers [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] geprobeerd heeft om een bankpas respectievelijk een simkaart bij hen thuis op te halen. Dit is in beide zaken niet gelukt, omdat de aangevers tijdig de politie hadden ingeschakeld.

3.14.

Voorts blijkt uit het dossier dat derden op de bancaire internet-omgevingen van de aangevers [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] hebben ingelogd en rondgekeken, echter blijkt uit het dossier niet dat er geld is ontspaard of dat de verdachten op een andere wijze hebben geprobeerd om geldtransacties te verrichten.

3.15.

Op basis van de stukken in het dossier kan de betrokkenheid van de verdachte bij de zaak Capelle niet worden afgeleid. Weliswaar is in die zaak gebruik gemaakt van een mobiel telefoonnummer ([telefoonnummer 2]), waarmee aangever [slachtoffer 3] is gebeld, welk telefoonnummer eerder is gebruikt in de zaken Voorschoten, Heerlen en Geleen, maar niet kan blijken dat dit nummer c.q. de bij het gebruik van dat nummer gebruikte telefoon in gebruik was bij verdachte.

De betrokkenheid van de verdachte in de zaak Heinenoord blijkt voorts alleen uit de omstandigheid dat de medeverdachten gebruik hebben gemaakt van de auto van de vriendin van verdachte.

3.16.

Naar het oordeel van het hof is daarmee niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 3 primair en subsidiair in de zaken Capelle en Heinenoord is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

4.1.

De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig haar schriftelijk requisitoir op het standpunt gesteld dat het onder 4 primair ten laste gelegde in alle zaken wettig en overtuigend bewezen kan worden.

4.2.

De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig zijn pleitnotities op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder 4 primair en subsidiair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, nu uit het dossier niet is komen vast te staan dat het de verdachte is geweest die heeft ingelogd in de internetbankier-omgeving van [slachtoffer 2] en ook overigens niet blijkt van enige nauwe en bewuste samenwerking met anderen bij de oplichtingen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 7].

Het hof overweegt als volgt.

Zaak Heerlen

4.3.

Uit de stukken in het dossier blijkt dat er op 27 februari 2015 twee geldbedragen (te weten: € 9.900,- en
€ 100,-) van de betaalrekening van aangeefster [slachtoffer 2] zijn overgeboekt naar een andere betaalrekening, te weten een betaalrekening op naam van [naam] (waarschijnlijk een “money mule”). Vervolgens is er op dezelfde dag van de betaalrekening van [naam] een bedrag van € 10.000,- opgenomen bij een ING-servicepunt te Barendrecht, waarbij de rekeninghouder zich heeft moeten legitimeren.

4.4.

Naar het oordeel van het hof is hier sprake van oplichting van ING Bank in de zin van artikel 326, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Door het aannemen van een valse hoedanigheid – door het zich voordoen als de rechtmatige rekeninghouder van de bankrekening van de aangeefster [slachtoffer 2] – is ING Bank bewogen tot de afgifte van het geldbedrag.

Is er sprake van medeplegen?

4.5.

Ook hier dient zich opnieuw de vraag aan of de verdachte als medepleger van deze oplichting kan worden aangemerkt. Net als bij de eerder bewezen verklaarde computervredebreuk en de (poging) diefstal is het hof van oordeel dat de verdachte een wezenlijke bijdrage aan het delict heeft geleverd. Het is immers de verdachte geweest die, met gebruikmaking van de internetaansluiting van [slachtoffer 6] en [slachtoffer 2], zich wederrechtelijk de toegang heeft verschaft tot de internetbankieromgeving van [slachtoffer 2] en het geldbedrag naar de bankrekening van [naam] heeft overgemaakt, waarna het (vermoedelijk vrijwel direct daarna) door anderen kon worden ‘gecasht’.

4.6.

Hoewel er ten aanzien van dit feit geen sprake is van een gezamenlijke uitvoering, is de bijdrage van de verdachte aan het ten laste gelegde naar het oordeel van het hof van zodanig gewicht en zodanig essentieel dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen.

4.7.

Het hof is op grond van het voorgaande van oordeel dat het onder 4 primair in de zaak Heerlen ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Zaak Apeldoorn

4.8.

Uit de stukken in het dossier blijkt dat er op 13 maart 2015 tussen 12.51 en 12.55 uur twee geldbedragen (te weten € 7.200,- en € 240,-) van de betaalrekening van aangever [slachtoffer 7] zijn opgenomen bij de Primera “[vestiging]” te Apeldoorn. Met het geldbedrag zijn zogenaamde E-vouchers (virtuele prepaid credit cards) gekocht. Daarnaast is bij een geldautomaat van de Rabobank in Apeldoorn om 13.20 uur een geldbedrag van € 250,- opgenomen en bij een geldautomaat van ING Bank in Apeldoorn om 13.17 uur een geldbedrag van € 1.000,-.

4.9.

Naar het oordeel van het hof is hier eveneens sprake van oplichting van ING Bank in de zin van artikel 326, eerste lid, Sr. Door het aannemen van een valse hoedanigheid – door het zich voordoen als de rechtmatige rekeninghouder van de bankrekening van de aangever [slachtoffer 7] - is ING Bank bewogen tot de afgifte van de geldbedragen.

4.10.

Ook hier dient zich de vraag aan of de verdachte als medepleger van deze oplichting kan worden aangemerkt. Naar het oordeel van het hof heeft de verdachte een wezenlijke bijdrage geleverd aan het delict.

4.11.

Uit de aangifte blijkt dat in de periode 10 tot en met 13 maart 2015 de 79-jarige aangever [slachtoffer 7] per brief en (meermalen) telefonisch werd benaderd door personen die zeiden te bellen namens ING. Aangever werd daarbij verteld dat zijn betaalpassen moesten worden omgewisseld voor passen waarmee contactloos zou kunnen worden betaald. Er zou op 13 maart 2015 om 12.00 uur een ING-medewerker langskomen om de passen op te halen.

4.12.

Op 13 maart 2015 stond vervolgens om 12.30 uur een man met een jas met PostNL en ING logo bij aangever voor de deur. Aangever gaf deze man vervolgens 2 betaalpassen mee. Deze betaalpassen waren gekoppeld aan de bankrekening waarvan de hiervoor genoemde opnames bij de Primera Apeldoorn en de bankgeldautomaten in die plaats zijn gedaan.

4.13.

Uit de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 3] blijkt voorts dat deze de ochtend van 13 maart 2015 is opgehaald door twee personen. Een van deze personen bestuurde de auto en dat was volgens [medeverdachte 3] degene die met hem (in Haarlem) is aangehouden. Het hof leidt hieruit, en uit de verklaring van de verdachte zelf af, dat de verdachte een van de twee personen was die [medeverdachte 3] heeft opgehaald, en dat hij de bestuurder van de auto was.

4.14. [

medeverdachte 3] heeft voorts verklaard dat hij door de andere inzittenden van de auto, waaronder dus verdachte, in het bezit was gesteld van kleding, een map, een badge etc. Voorts heeft hij verklaard dat hij van de andere inzittenden deze kleding moest aantrekken en naar een adres moest lopen om iets op te halen. Daarna zijn zij in Apeldoorn ook naar een ING-pinautomaat geweest, waarbij een van de anderen is uitgestapt.

4.15.

Ook uit de verklaring van de verdachte blijkt dat hij op 13 maart 2015 met anderen naar Apeldoorn is gereden. Er is aldaar een tussenstop gemaakt. Er werd gereden in de auto die op naam van de vriendin van de verdachte was gesteld. Na de tussenstop heeft de verdachte een aantal 3V Vouchers gekregen van de mensen die in zijn auto zijn gestapt. In Haarlem is de verdachte als bestuurder van deze auto aangehouden.

4.16.

Bij de aanhouding is in de door de verdachte bestuurde auto bij de bestuurdersstoel een betaalpas op naam van [slachtoffer 7] alsmede een stickervel met daarop het adres van [slachtoffer 7] aangetroffen. Tussen de bestuurdersstoel en de achterbank is een schoudertas aangetroffen, met daarin een oranje jack met opdruk van PostNL en een oranje map met daarin documenten met logo’s van ING.

4.17.

Bij zijn aanhouding was de verdachte in bezit van een buideltas met daarin transactiebonnen van Primera Apeldoorn, voor de aankoop van 3V Visa Vouchers. Daarnaast had de verdachte een contant geldbedrag van € 1.253,10 bij zich, vrijwel hetzelfde bedrag als contant werd opgenomen in Apeldoorn van de betaalrekening van [slachtoffer 7]. Het hof leidt hieruit alsmede uit de verklaring van [medeverdachte 3] af dat de verdachte de opbrengst van de oplichting hetzij zelf heeft opgenomen, hetzij van een van de andere inzittenden heeft ontvangen en onder zich heeft gehouden.

4.18.

Uit voorgaande feiten en omstandigheden, ook vanwege de korte tijdspanne tussen de onderscheiden uitvoeringshandelingen, blijkt naar het oordeel van het hof dat verdachte direct betrokken was bij de voorbereiding en uitvoering van deze zorgvuldig geplande en geregisseerde oplichting. Zijn rol daarbij was in organisatorisch, logistiek en financieel opzicht (de uiteindelijk opbrengst werd immers aan hem afgedragen) van zodanig gewicht, dat deze dient te worden aangemerkt als medeplegen.

4.19.

Het hof is op grond van het voorgaande van oordeel dat het in de zaak Apeldoorn onder 4 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

5.1.

De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig haar schriftelijk requisitoir op het standpunt gesteld dat het onder 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden, nu deze vorm van diefstal/oplichting/computervredebreuk uitsluitend in een georganiseerd verband kan plaatsvinden. De verdachte wist dat hij deel uitmaakte van een grotere groep personen die zich bezighield met criminele activiteiten en hij was binnen dit geheel één van de actoren.

5.2.

De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig zijn pleitnotities op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder 5 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, nu op basis van dit dossier niet kan worden vastgesteld dat er sprake was van een criminele organisatie.

Het hof overweegt als volgt.

Is er sprake van een criminele organisatie in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht?

5.3.

De verdachte wordt verweten dat hij met andere personen heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had misdrijven te plegen in de zin van artikel 140 Sr. Onder een organisatie als bedoeld in dit artikel moet worden verstaan een gestructureerd samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en continuïteit tussen een verdachte en tenminste één andere persoon. Hoewel het plegen van misdrijven niet de enige of voornaamste bestaansgrond hoeft te zijn en het ook niet zo is dat een deelnemer bekend moet zijn (geweest) met alle personen die behoren tot de organisatie, moet een deelnemer om tot de organisatie te behoren wel een aandeel hebben in de gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie, dan wel die gedragingen ondersteunen. Niet is vereist dat een deelnemer de door de organisatie beoogde misdrijven heeft uitgevoerd of opzet op die misdrijven had. Wel is (voorwaardelijk) opzet vereist voor de wetenschap van een verdachte dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft.

5.4.

Op grond van de stukken uit het dossier kan worden vooropgesteld dat er in alle ten laste gelegde zaken sprake was van “phishing” activiteiten, waarbij de verdachten door middel van phishing van gegevens van de aangevers en het verkrijgen van hun simkaarten en/of bankpassen, erop uit zijn geweest geld van de bankrekeningen van de aangevers af te halen, wat in ieder geval in een aantal zaken ook daadwerkelijk is gelukt.

5.5.

Inherent aan dit soort “phishing” activiteiten is een aanzienlijke mate van organisatie van die activiteiten. Immers, er worden “phishing” mails verzonden naar mogelijke slachtoffers, worden deze slachtoffers verleid om hun inloggegevens voor hun internetbankieren op een nepwebsite van hun bank in te geven, zodat aan de hand van die aldus verkregen gegevens toegang wordt verkregen tot de bancaire internetomgeving van de slachtoffers, de slachtoffers ontvangen daarna brieven of worden telefonisch benaderd, waarbij de suggestie wordt gewekt dat de brieven c.q. de telefoontjes afkomstig zijn van banken en aanbieders van mobiele telefonie waarmee de slachtoffers een relatie onderhouden alsmede dat sprake is van een voor dergelijke ondernemingen passende professionele service, er wordt met de slachtoffers een afspraak gemaakt om hun simkaart of bankpas om te ruilen, personen die zich voordoen als medewerker van een telefoonprovider of de PostNL komen vervolgens bij de slachtoffers op het afgesproken tijdstip thuis, korte tijd daarna wordt met de verkregen simkaart en/of bankpas alsmede met de ‘afgevangen’ inloggegevens voor het internetbankieren geld ontspaard en/of wordt geld overgeboekt naar de bankrekening van een “money mule”. Deze handelwijze vergt een planmatige aanpak, intensieve samenwerking en duidelijke afstemming tussen de daarbij betrokken personen. Dat klemt temeer, omdat er op bepaalde momenten – mede in verband met controlemaatregelen van banken om tijdig in te grijpen - snel gehandeld moet worden, wil een dergelijke vorm van fraude succesvol kunnen zijn.

5.6.

Het hof is – mede gelet op het hiervoor overwogene - van oordeel dat er in de onderhavige zaak sprake was een gestructureerd samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en continuïteit tussen de verdachte en anderen, die tot oogmerk had om door middel van “phishing” en oplichting de bankrekeningen van slachtoffers leeg te halen (diefstal). In alle gevallen wordt gebruik gemaakt van een vaste, strakke werkwijze (modus operandi), zoals dat hiervoor reeds is uiteengezet. Er was sprake van een georganiseerd geheel, waarbij het niet anders kan zijn geweest – zeker gelet op de snelheid waarmee de achtereenvolgende acties vaak plaatsvonden en de professionaliteit van de werkwijze – dan dat er meer personen bij deze organisatie betrokken waren en er kennelijk sprake was van een van te voren afgesproken taakverdeling. Het hof is derhalve van oordeel dat er meer mensen bij de organisatie zijn betrokken dan de verdachte en de medeverdachten die hier tot nu toe voor terecht hebben moeten staan.

Is de verdachte aan te merken als deelnemer van deze organisatie?

5.7.

Naar het oordeel van het hof kan de verdachte worden aangemerkt als deelnemer van deze organisatie, nu hij een substantieel aandeel heeft gehad in de gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. De verdachte is degene geweest die zich wederrechtelijk de toegang heeft verschaft tot de webserver van ING en de internetbankieromgevingen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1]. De verdachte is ook betrokken geweest als medepleger in de diefstal van geldbedragen van de bankrekeningen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1], door het geld via de internetbankieromgeving weg te sluizen. De verdachte heeft daarnaast ook een belangrijke rol gespeeld in de poging diefstal van geldbedragen door deze bedragen te ontsparen en daarmee het ‘cashen’ van die bedragen mogelijk te maken. De verdachte heeft ook een belangrijke rol gespeeld in de oplichting van ING bank en de (poging) diefstal van geldbedragen van aangevers [slachtoffer 7] en [slachtoffer 9].

5.8.

Het hof acht het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte op het oogmerk van de organisatie om misdrijven te plegen dan ook bewezen.

5.9.

Het hof is derhalve van oordeel dat het onder 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde

Zaak Haarlem

6.1.

De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig haar schriftelijk requisitoir op het standpunt gesteld dat het onder 6 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

6.2.

De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig zijn pleitnotities op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder 6 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, nu de betrokkenheid van de verdachte niet verder gaat dan het aanwezig zijn en besturen van een auto en zijn rol niet kan worden aangeduid als die van medepleger.

Het hof overweegt als volgt.

Is verdachte aan te merken als medepleger?

6.3.

Ook hier dient zich opnieuw de vraag aan of de verdachte als medepleger van deze poging tot oplichting kan worden aangemerkt.

6.4.

Het hof stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard, indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

6.5.

Ook indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn.

6.6.

Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

6.7.

Uit de bewijsmiddelen leidt het hof met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af. Op 11 maart 2015 ontving [slachtoffer 8] een e-mail die afkomstig leek te komen van ING bank. [slachtoffer 8] klikte op de link in het bericht en vulde vervolgens zijn pasgegevens en pincode in op een website waar hij naartoe was geleid. Later bleek dit een "phishing" website te zijn. [slachtoffer 8] werd de volgende dag benaderd met het verzoek om zijn ING bankpas om te ruilen. Hiervoor heeft [slachtoffer 8] vervolgens telefonisch een afspraak gemaakt. Omdat [slachtoffer 8] de gang van zaken niet vertrouwde, benaderde hij ING Bank en deed hij aangifte bij politie. Er werd besloten om de gang van zaken met betrekking tot de afspraak te observeren teneinde degene(n) die bij Van der Laar aan de deur kwam(en) te kunnen aanhouden.

6.8.

Op 13 maart 2015 om 14:45 uur werd door verbalisanten gezien dat de auto van de verdachte bij de woning van [slachtoffer 8] arriveerde. Er werd gezien dat een jongen, die later de medeverdachte [medeverdachte 3] bleek te zijn, in de buurt van de woning werd afgezet door de bestuurder van de auto, en bij de woning aanbelde. [medeverdachte 3] droeg een TNT uniform (het hof begrijpt: een PostNL-uniform) en had een map bij zich met daarop een ING logo. [slachtoffer 8] ondertekende enkele formulieren en gaf de bankpassen aan [medeverdachte 3]. Vervolgens werd [medeverdachte 3] opgehaald door dezelfde auto en werd gezien dat hij daarin wegreed.

6.9.

Er werd gezien dat de auto kort daarna stopte bij een bushalte. Hier gooide de bijrijder een aantal documenten in de vuilnisbak. Vervolgens reed de auto verder. Verbalisanten gaven de bestuurder van de auto een stopteken. Verdachte bleek de bestuurder van de auto te zijn.

6.10.

In de vuilnisbak werden twee witte enveloppen en twee brieven aangetroffen, met daarop het logo van ING en PostNL. De brieven waren gericht aan de bewoners van het adres van [slachtoffer 8].

6.11.

Bij doorzoeking van de auto van de verdachte werd op het tussenconsole bij de versnellingspook een tweetal bankpassen op naam van [slachtoffer 8] aangetroffen. Tussen de bestuurdersstoel en de achterbank werd een schoudertas aangetroffen, met daarin een oranje jack met opdruk van PostNL en een oranje map met daarin documenten met logo’s van ING.

6.12.

Door [medeverdachte 3] is verklaard dat hij gevraagd was om een enveloppe op te halen. Hij werd opgehaald door de verdachte en een andere jongen. Hem werd vervolgens een map, een badge en een jas gegeven. Hem werden instructies gegeven. De verdachte is eerst naar een vrijstaand huis en later naar een rijtjeshuis in Haarlem gebracht. De map die hij mee had moest [medeverdachte 3] na terugkomst in de auto direct afgeven.

6.13.

Op grond van het voorgaande, alsook op grond van hetgeen reeds hiervoor onder 4.12 tot en met 4.14 en 4.17 in de zaak Apeldoorn is overwogen (welke zaak naar het oordeel van het hof zeer nauw samenhangt met deze zaak, en welke overwegingen alsmede de daaraan ten grondslag liggende bewijsmiddelen derhalve ook redengevend zijn voor de zaak Haarlem), is het hof van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten, gericht op oplichting, is komen vast te staan. Het feit dat men er niet in is geslaagd daadwerkelijk geld van de ING-rekening van aangever op te nemen maakt dit naar het oordeel van het hof niet anders, nu uit de samenhang met het overwogene en vastgestelde in de zaak Apeldoorn, waarbij eenzelfde modus operandi is gevolgd, buiten redelijke twijfel volgt dat de handelingen van de verdachte en zijn medeverdachten wel op het doen van dergelijke geldopnames was gericht. Daarmee acht het hof het tenlastegelegde medeplegen bewezen.

6.14.

Het hof is derhalve van oordeel dat het onder 6 ten laste gelegde in de zaak Haarlem wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Ten aanzien van het onder 7 ten laste gelegde

Zaak Apeldoorn

7.1.

De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig haar schriftelijk requisitoir op het standpunt gesteld dat het onder 7 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

7.2.

De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig zijn pleitnotities op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder 7 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, nu de betrokkenheid van de verdachte niet verder gaat dan het aanwezig zijn en besturen van een auto en zijn rol niet kan worden aangeduid als die van medepleger.

Het hof overweegt als volgt.

Is verdachte aan te merken als medepleger?

7.3.

Ook hier dient zich opnieuw de vraag aan of de verdachte als medepleger van deze poging tot oplichting kan worden aangemerkt. Het hof hanteert hier het beoordelingskader, zoals weergegeven onder paragrafen 6.4. tot 6.6.

7.4.

Uit de bewijsmiddelen leidt het hof met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af.

7.5.

Zoals hiervoor reeds in de paragrafen 4.8 e.v. is overwogen, is verdachte als medepleger betrokken geweest bij de oplichting van ING, door met de betaalpas van [slachtoffer 7] geldbedragen van zijn bankrekening op te nemen en betalingen te verrichten.

7.6

Zoals hiervoor in de paragrafen 4.12 tot en met 4.14 (c.q. 4.17) reeds is overwogen was verdachte voorts direct betrokken bij de voorbereiding en uitvoering van deze zorgvuldig geplande en geregisseerde oplichting. Hij onderhield kennelijk de contacten met de personen die de (misleidende) telefonische contacten met aangever [slachtoffer 7] onderhielden, en wierf de medeverdachten die de betaalpassen bij aangever moesten gaan ophalen respectievelijk die met de verkregen betaalpassen geld moesten opnemen. Hij vervoerde de medeverdachten ook naar de woning van aangever en nam – blijkens het aantreffen van een van de betaalpassen bij de bestuurdersstoel - kennelijk ook in ieder geval een van de opgehaalde betaalpassen onder zich.

7.7.

Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten, gericht op de oplichting van [slachtoffer 7] is komen vast te staan. De bijdrage van verdachte aan het tenlastegelegde is naar het oordeel van het hof daarbij ook van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen. Daarmee acht het hof het tenlastegelegde medeplegen bewezen.

7.8.

Het hof is derhalve van oordeel dat het onder 7 ten laste gelegde in de zaak Apeldoorn wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde

Zaak Apeldoorn

8.1.

De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig haar schriftelijk requisitoir op het standpunt gesteld dat het onder 8 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

8.2.

De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig zijn pleitnotities op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder 8 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, nu de betrokkenheid van de verdachte niet verder gaat dan het aanwezig zijn en besturen van een auto en zijn rol niet kan worden aangeduid als die van medepleger.

Het hof overweegt als volgt.

8.3.

Zoals hiervoor reeds in de paragrafen 4.8 e.v. is overwogen, is verdachte als medepleger betrokken geweest bij de oplichting van ING, door met de betaalpas van [slachtoffer 7] geldbedragen van zijn bankrekening op te nemen en betalingen te verrichten. Aldus is ook geld van de rekening van [slachtoffer 7] weggenomen. De verdachte is kort na dit feit in Haarlem aangehouden, terwijl hij in bezit was van de betaalpas van [slachtoffer 7] alsmede een contant geldbedrag dat nagenoeg overeenkomt met het in Apeldoorn met de betaalpas van [slachtoffer 7] opgenomen geld en in bezit was van 3V Vouchers, die zijn aangeschaft bij de Primera in Apeldoorn.

8.4.

Het hof is derhalve van oordeel dat het onder 8 primair ten laste gelegde in de zaak Apeldoorn eveneens wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Voor zover het betreft het bestanddeel medeplegen verwijst het hof naar de overwegingen daaromtrent in de paragrafen 4.8 e.v., c.q. 7.4 tot en met 7.7, welke paragrafen als hier ingelast en herhaald dienen te worden beschouwd.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:


hij in of omstreeks de periode van 25 februari 2015 tot en met 28 februari 2015,

te Sittard en/of Geleen en/of Heerlen en/of Capelle aan den IJssel en/of Heinenoord en/of Voorschoten en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans éénmaal,

(telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een of meer geautomatiseerde werken voor opslag en/of verwerking van gegevens, te weten een webserver en/of een netwerk toebehorende aan ING Groep NV en/of een of meerdere computer(s) toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], althans een deel daarvan, is binnengedrongen, waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader(s), toegang tot dat/die werk(en) heeft verworven met hulp van valse signalen en/of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid,

immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens)

-één of meerdere E-mail(s) verstuurd naar het/de E-mailadres(sen) in gebruik bij voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], waarin stond vermeld:

dat hij/zij voor de overgang naar het SEPA betaalsysteem en/of de overgang van het 3G naar het 4G netwerk en/of de overgang/uitrol naar het 4G netwerk en/of een vernieuwde beveiligingsupdate en/of een simkaartomruilaktie voor sneller internet, via een bij gevoegde link zijn/haar inloggegevens en/of mobiele telefoonnummer en/of gegevens van zijn/haar betaalpas en/of zijn/haar pincode diende in te voeren en/of

-zich toegang verschaft tot de (internet)bankrekening van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of

(Modus operandi 1)

- middels een valse brief (zich voordoende als ING) aan voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] medegedeeld dat een medewerker van Post NL de betaalpas(sen) op zou halen en/of

- (telefonisch) contact opgenomen met voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] en zich (daarbij) voorgedaan als een medewerk(st)er van ING Groep NV en/of (aldus) een of meer TAN-codes gevraagd en/of bemachtigd en/of

- (telefonisch) een afspraak gemaakt met voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] en/of zich (daarbij) voorgedaan als een medewerk(st)er van ING Groep NV voor het ophalen van de bankpas(sen) en/of

- (met gebruikmaking van de verkregen inloggegevens en/of TAN code) middels "Mijn ING" de transactielimiet van de betaalpas(sen) verhoogd en/of

- op het afgesproken tijdstip voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] bezocht en/of zich uitgegeven voor en/of gekleed als een medewerker van Post NL en/of zich (met een vals) legitimatiewijs gelegitimeerd;

en/of
(Modus Operandi 2)
- middels een valse brief van (zogenaamd) KPN en/of Telfort en/of T-mobile aan voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] medegedeeld dat een medewerk(st)er van KPN en/of Telfort en/of T-mobile de simkaart(en) zou omruilen en/of vervangen en/of

-(telefonisch) een afspraak gemaakt met voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of zich (daarbij) voorgedaan als een medewerk(st)er van KPN en/of Telfort en/of T-mobile voor het omruilen en/of vervangen van de simkaart(en) en/of

- op het afgesproken tijdstip voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] bezocht en/of zich uitgegeven voor en/of gekleed als een medewerk(st)er van KPN en/of Telfort en/of T-mobile en/of zich (met een vals) legitimatiewijs gelegitimeerd en/of (vervolgens) die simkaart(en) omgeruild en/of vervangen en/of

(vervolgens) (met gebruikmaking van de aldus verkregen (inlog)gegevens) (via internetbankieren) (opnieuw) ingelogd op de bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 5];


2:

hij in of omstreeks de periode van 25 februari 2015 tot en met 4 maart 2015,

te Heerlen en/of Geleen en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal
met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één of meerdere geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan
[slachtoffer 2] (9.900 en 100 euro) en/of
[slachtoffer 1] (9.557 euro),
in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door (telkens)

- zich toegang te verschaffen tot de (internet)bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1], en/of

(Modus operandi 2)

- middels een valse brief van (zogenaamd) KPN en/of Telfort mede te delen dat een medewerk(st)er van KPN en/of Telfort de simkaart(en) zou omruilen en/of vervangen en/of
- (telefonisch) een afspraak te maken met voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of zich (daarbij) voor te doen als een medewerk(st)er van KPN en/of Telfort voor het omruilen en/of vervangen van de simkaart(en) en/of

- op het afgesproken tijdstip voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] te bezoeken en/of zich uit te geven voor en/of te kleden als een medewerk(st)er van KPN en/of Telfort en/of zich (met een vals) legitimatiewijs te legitimeren en/of (vervolgens) die simkaart(en) om te ruilen en/of te vervangen en/of

- ( vervolgens) (met gebruikmaking van de aldus verkregen (inlog)gegevens) (via internetbankieren) (opnieuw) in te loggen op de bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of

waarna hij verdachte en zijn mededader(s) één of meerdere geldbedrag(en) van de bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] over hebben gemaakt naar één of meerdere bankrekening(en) van derde(n) en/of (vervolgens) deze/dit geldbedrag(en) met behulp van één of meerdere betaalautoma(a)t(en) hebben opgenomen/gepind;

3:

hij in of omstreeks de periode van 23 februari 2015 tot en met 2 maart 2015,

te Sittard en/of Geleen en/of Heerlen en/of Capelle aan den IJssel en/of Heinenoord en/of Voorschoten en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, althans in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen één of meerdere geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en zich daarbij de toegang tot de plaats des misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen geld(bedrag)en en/of goed onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel,

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

-één of meerdere E-mail(s) heeft verstuurd naar het/de E-mailadres(sen) in gebruik bij voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], waarin stond vermeld: dat hij/zij voor de overgang naar het SEPA betaalsysteem en/of de overgang van het 3G naar het 4G netwerk en/of de overgang/uitrol naar het 4G netwerk en/of een vernieuwde beveiligingsupdate en/of een simkaartomruilaktie voor sneller internet, via een bij gevoegde link zijn/haar inloggegevens en/of mobiele telefoonnummer en/of gegevens van zijn/haar betaalpas en/of zijn/haar pincode diende in te voeren en/of

- zich toegang heeft verschaft tot de (internet)bankrekening van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of

(MO1)

- middels een valse brief (zich voordoende als ING) aan voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] heeft medegedeeld dat een medewerker van Post NL de betaalpas(sen) op zou halen en/of

- (telefonisch) contact op heeft genomen met voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] en zich (daarbij) heeft voorgedaan als een medewerk(st)er van ING Groep NV en/of (aldus) een of meer TAN-codes heeft gevraagd en/of bemachtigd en/of

- (telefonisch) een afspraak heeft gemaakt met voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] en/of zich (daarbij) heeft voorgedaan als een medewerk(st)er van ING Groep NV voor het ophalen van de bankpas(sen) en/of

- (met gebruikmaking van de verkregen inloggegevens en/of TAN code) middels "Mijn ING" de transactielimiet van de betaalpas(sen) heeft verhoogd en/of

- op het afgesproken tijdstip voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] heeft bezocht en/of zich uit heeft gegeven voor en/of heeft gekleed als een medewerk(st)er van Post NL en/of zich (met een vals) legitimatiewijs heeft gelegitimeerd en/of
MO2)

- middels een valse brief van (zogenaamd) KPN en/of Telfort en/of T-mobile aan voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] heeft medegedeeld dat een medewerk(st)er van KPN en/of Telfort en/of T-mobile de simkaart(en) zou omruilen en/of vervangen en/of

- ( telefonisch) een afspraak heeft gemaakt met voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] en/of zich (daarbij) heeft voorgedaan als een medewerk(st)er van KPN en/of Telfort en/of T-mobile voor het omruilen en/of vervangen van de simkaart(en) en/of

- op het afgesproken tijdstip voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] heeft bezocht en/of zich heeft uitgegeven voor en/of gekleed als een medewerk(st)er van KPN en/of Telfort en/of T-mobile en/of zich (met een vals) legitimatiewijs heeft gelegitimeerd,

en/of

waarna hij verdachte en/of zijn mededader(s) één of meerdere geldbedrag(en) van de bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 1] (ongeveer 4.443 euro) en/of [slachtoffer 2] (10.000 euro) en/of [slachtoffer 5] (ongeveer 21.285 euro) hebben ontspaard en/of overgemaakt naar één of meerdere bankrekening(en) van (een) derde(n);

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4:


hij in of omstreeks de periode van 23 februari 2015 tot en met 13 maart 2015,

te Heerlen en/of Apeldoorn en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal (telkens)

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, ING bank of ING Groep NV heeft/hebben bewogen tot de afgifte van één of meerdere geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid
- zich toegang verschaft tot de (internet) bankrekening van [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 7],

(MO1)

- middels een valse brief (zich voordoende als ING) aan voornoemde [slachtoffer 7] medegedeeld dat een medewerker van Post NL de betaalpas(sen) op zou halen en/of

-(telefonisch) contact opgenomen met voornoemde [slachtoffer 7] en zich (daarbij) voorgedaan als een medewerk(st)er van ING Groep NV en/of

- (telefonisch) een afspraak gemaakt met voornoemde [slachtoffer 7] en/of zich (daarbij) voorgedaan als een medewerk(st)er van ING Groep NV voor het ophalen van de bankpas(sen) en/of

- op het afgesproken tijdstip voornoemde [slachtoffer 7] bezocht en/of zich uitgegeven voor en/of gekleed als een medewerker van Post NL en/of zich (met een vals) legitimatiewijs gelegitimeerd en/of (vervolgens) die betaalpas opgehaald en/of
- (vervolgens) (met gebruikmaking van de aldus verkregen (inlog)gegevens en/of bankpas(sen)) (via internetbankieren) (opnieuw) ingelogd op de bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 7];
en/of

(MO2)

- middels een valse brief van (zogenaamd) KPN aan [slachtoffer 2] medegedeeld dat een medewerk(st)er van KPN de simkaart(en) zou omruilen en/of vervangen en/of

- ( telefonisch) een afspraak gemaakt met voornoemde [slachtoffer 2] en/of zich (daarbij) voorgedaan als een medewerk(st)er van KPN voor het omruilen en/of vervangen van de simkaart(en) en/of
- op het afgesproken tijdstip voornoemde [slachtoffer 2] bezocht en/of zich uitgegeven voor en/of gekleed als een medewerk(st)er van KPN en/of zich (met een vals) legitimatiewijs gelegitimeerd en/of (vervolgens) die simkaart(en) omgeruild en/of vervangen en/of

- ( vervolgens) (met gebruikmaking van de aldus verkregen (inlog)gegevens) (via internetbankieren) (opnieuw) ingelogd op de bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 2];

waarna hij verdachte en/of zijn mededader(s) één of meerdere geldbedrag(en) van de bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 2] over hebben gemaakt naar één of meerdere bankrekening(en) van (een) derde(n) en/of (vervolgens) deze/dit geldbedrag(en) met behulp van één of meerdere betaalautoma(a)t(en) hebben opgenomen/gepind;

waardoor voornoemde ING bank of ING Groep NV (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;


5:

hij in of omstreeks de periode van 23 februari 2015 tot en met 13 maart 2015, te Sittard en/of Geleen en/of Heerlen en/of Capelle aan den IJssel en/of Heinenoord en/of Voorschoten en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, althans in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, die tot oogmerk had het plegen van misdrijven, welke organisatie bestond uit verdachte, [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of een of meer andere perso(o)n(en), welke misdrijven waren:

[Phishing]
- Het tezamen en in vereniging met een ander of anderen, plegen van phishing, bestaande onder meer uit computervredebreuk als bedoeld in artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht en/of

[Oplichting]
- het tezamen en in vereniging met een ander of anderen, plegen van oplichting als bedoeld in artikel 326 Wetboek van Strafrecht en/of

[Diefstal]
- het tezamen en in vereniging met een ander of anderen, plegen van diefstal als bedoeld in artikel 311 jo 310 van Wetboek van Strafrecht;

6:

hij in of omstreeks de periode van 11 februari 2015 tot en met 13 maart 2015 te Haarlem en/of elders in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] te bewegen tot de afgifte van een bankpas (ING), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- een mail (zogenaamd van/namens de ING Bank) verstuurd voor een nieuwe bankpas en hierin verzocht gegevens in te vullen en/of

- een brief en/of enveloppe(n) verstuurd met het logo van de ING en/of
- telefonisch contact opgenomen als zijnde een ING-medewerker en/of (vervolgens) medegedeeld dat een PostNL en/of ING medewerker de (oude) bankpas(sen) van die [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] zou ophalen en/of

- zich opgehouden (met oranje hesje met hierop een PostNL en/of ING logo) op het huisadres van die [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of

- zich (vervolgens) voorgedaan als zijnde PostNL medewerker en/of ING medewerker

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;


7:

hij in of omstreeks de periode van 11 maart 2015 tot en met 13 maart 2015 te Apeldoorn en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 7] heeft bewogen tot de afgifte van één of meerdere bankpas(sen), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- een brief (van/namens de ING Bank) verstuurd voor het ophalen van (een) bankpas(sen) en/of

- (meermalen) die [slachtoffer 7] telefonisch benaderd als zijnde een ING-medewerker en medegedeeld dat er een medewerker langskomt om de bankpas(sen) op te (laten) halen en/of

- verschenen (met oranje hesje met hierop een ING Bank logo) op het huisadres van die [slachtoffer 7] en/of

- zich (vervolgens) voorgesteld als zijnde een ING Bank-medewerker en/of
- namens de ING Bank (oude) bankpas(sen) meegenomen en hierbij tegen die [slachtoffer 7] gezegd dat morgen (een) nieuwe bankpas(sen) worden afgeleverd en/of gebracht,

waardoor die [slachtoffer 7] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;


8:

hij op of omstreeks 13 maart 2015 te Apeldoorn en/of elders in Nederland
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal (telkens)

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een winkel (Primera "[vestiging]") met behulp van één of meerdere pinpas(sen) heeft weggenomen één of meerdere geldbedrag(en) (van in totaal 7440,10 euro of daaromtrent), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten

door met één of meerdere pinpas(sen), tot het gebruik waartoe hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren, in voornoemde winkel (meermalen) één of meerdere geldbedrag(en) te pinnen, tengevolge waarvan voornoemde geldbedrag(en) van de (bank)rekening van voornoemde [slachtoffer 7] werd(en) afgeschreven.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:


medeplegen vancomputervredebreuk, meermalen gepleegd.

Het onder 2 primair bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

Het onder 3 primair bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

Het onder 4 primair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

Het onder 5 bewezen verklaarde levert op:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Het onder 6 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van poging tot oplichting.

Het onder 7 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van oplichting.

Het onder 8 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

De verdachte heeft zich gedurende een periode op de bewezenverklaarde wijze meermalen schuldig gemaakt aan

computervredebreuk, door wederrechtelijk in te loggen in de internetbankieromgeving van twee rekeninghouders en daarmee de webserver van ING Groep. Daarbij heeft de verdachte gebruik gemaakt van de wifirouter van een van de aangevers, zodat hij geen tot hem herleidbare sporen zou achterlaten.

Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het in vereniging plegen van diefstal en poging tot diefstal.

Bij die (poging tot) diefstal werd onder meer gebruik gemaakt van inlog- en andere gegevens die voordien met behulp van zogenaamde “phishing” mails waren verkregen van de slachtoffers. Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van (poging tot) oplichting van ING Groep. Ook heeft de verdachte deelgenomen aan een criminele organisatie die tot doel had misdrijven te plegen die verband houden met “phishing”, oplichting en diefstal.

Aldus handelende heeft de verdachte niet alleen de rekeninghouders, maar ook ING ernstige schade berokkend. De bijdrage van de verdachte aan de in georganiseerd verband gepleegde misdrijven heeft het economisch systeem en het vertrouwen van de getroffen rekeninghouders in het betalingsverkeer en bankwezen ernstig ondermijnd. Wanneer het vertrouwen in het betalingsverkeer en bankwezen bij consumenten in het algemeen niet meer aanwezig is, bestaat bovendien het risico van een ernstige ontwrichting van het maatschappelijk en economisch verkeer. Aangenomen mag worden dat de organisatie erop uit is geweest geldelijk gewin te behalen, zonder zich daarbij te laten weerhouden door deze gevolgen.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 30 augustus 2018, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Gelet op de ernst van de feiten en de rol die de verdachte in de organisatie heeft gehad acht het hof oplegging van een gevangenisstraf van een aanzienlijke duur gerechtvaardigd. Wel zal het hof een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen en daaraan een proeftijd van drie jaren verbinden om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Het hof houdt met betrekking tot de bewezenverklaarde feiten, in enigszins matigende zin, rekening met het gegeven dat bepaalde strafbare gedragingen van de verdachte hoewel juridisch verschillend te kwalificeren, feitelijk grotendeels dezelfde zijn.

Het hof stelt voorts vast dat de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. De termijn als bedoeld in voornoemd artikel is op 1 juni 2015 aangevangen. Op 23 december 2015 is vonnis gewezen. Namens de verdachte is op 6 januari 2016 hoger beroep ingesteld. Ook het Openbaar Ministerie heeft hoger beroep ingesteld. Het dossier is bij het hof binnengekomen op 20 juni 2016 en op 25 september 2018 is arrest gewezen, waardoor de redelijke termijn van de berechting van de onderhavige zaak in hoger beroep met ruim negen maanden is overschreden. Het hof zal deze overschrijding verdisconteren in de strafmaat en derhalve in plaats van een gevangenisstraf van 20 maanden waarvan 7 maanden voorwaardelijk, een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 7 maanden voorwaardelijk opleggen.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

In beslag genomen voorwerpen

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof op de in beslag genomen voorwerpen zal beslissen zoals de rechtbank heeft gedaan, met uitzondering van de in beslag genomen MacBook Pro. Ten aanzien van deze MacBook Pro heeft de advocaat-generaal de onttrekking aan het verkeer gevorderd.

Het hof stelt vast dat de voorwerpen genoemd op de beslaglijst zijn aangeduid met volgnummers, waarbij in een aantal gevallen onder elk volgnummer twee voorwerpen zijn gevat. Het hof zal bij aanduiding van een specifiek voorwerp een a. of b. toevoegen aan het volgnummer. Zo wordt de MacBook Pro door het hof aangeduid als 1b.

Het hof overweegt ten aanzien van de voorwerpen genoemd onder volgnummers 1b, 2, 3b, 4b, 5b, 6b, 7b, 9b, 10b, 11a, 12 - 17 dat het ten laste gelegde en bewezenverklaarde is begaan met behulp van deze inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen. Deze zijn onder de verdachte in beslag genomen en behoren hem toe. Nu met betrekking tot die voorwerpen het bewezenverklaarde is begaan, worden deze voorwerpen verbeurdverklaard.

Het hof heeft rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Het hof overweegt ten aanzien van de in beslag genomen en niet teruggegeven bankpassen onder 8b, 9a en 10a, dat deze moeten worden teruggegeven aan de rechthebbenden.

Ten aanzien van de overige in beslag genomen goederen zal het hof de teruggave aan de verdachte gelasten.

Vorderingen van de benadeelde partijen

Vordering tot schadevergoeding ING Bank Nederland N.V.

In het onderhavige strafproces heeft ING Bank Nederland N.V. zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 4 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 36.817,68.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van een gedeelte van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 23.490,00.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 23.490,00 materiële schade is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het onder 1 primair, 2 primair, 4 primair en 8 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen.

Voor het overige dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding, omdat niet is komen vast te staan dat deze materiële schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 primair, 2 primair, 4 primair en 8 primair bewezen verklaarde.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer ING Bank Nederland N.V.

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van
€ 23.490,00 aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 primair, 2 primair, 4 primair en 8 primair bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer ING Bank Nederland N.V.

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 2]-[slachtoffer 6]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 2]-[slachtoffer 6] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte 1 primair, 2 primair en 4 primair ten laste gelegde, tot een bedrag van € 55,00.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij;

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte niet betwist;

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 55,00 materiële schade is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 primair, 2 primair en 4 primair bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.


Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2]-[slachtoffer 6]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 55,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2]-[slachtoffer 6].

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 4]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 4] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte 1 primair en 3 primair ten laste gelegde, tot een bedrag van € 450,00.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij;

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte niet betwist;

Nu de verdachte ter zake van het onder 1 primair en 3 primair ten laste gelegde ten aanzien van de zaak Heinenoord wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering;

Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36f, 45, 47, 57, 138ab, 140, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5, 6, 7 en 8 ten laste gelegde heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair, 5, 6, 7 en 8 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;

bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 7 (zeven) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- (1 b) Apple MacBook Pro;

- (2 a) Kaartlezer Hama (kvi-nummer G4905812);

- (2 b) 50 stuks Kassabon Primera;

- (3 b) Simkaart Lycamobile;

- (4 b) Kassabon Albert Heijn

- (5 b) Schoudertas, merk Soho;

- (6 b) Boodschappentas Albert Heijn;

- (7 b) ABN Amro E.dentifier v2;

- (9 b) USB stick (kvi-nummer G4905782);

- (10 b) USB stick Kingston (kvi-nummer G4905783);

- (11 a) Afhaalbericht PostNL

- (12) Breekijzer;

- (13) Kassabon Primera;

- (14) Visa voucher;

- (15) Beltegoed Lycamobile;

- (16) 2 enveloppen met brief;

- (17) Een geldbedrag (€ 1.253,10);

gelast de teruggave aan [slachtoffer 9] van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- (9 a) Betaalpas op naam van [slachtoffer 9];

gelast de teruggave aan [slachtoffer 8] van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- (8 b) Betaalpas op naam van [slachtoffer 8];

gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- (1 a) een TomTom Navigator (kvi-nummer G4905806);

- (3 a) Apple ‘tablet’ (kvi-nummer G4905822);

- (4 a) Nokia ‘zaktelefoon’ (kvi-nummer G4905823);

- (5 a) Apple iPad zwart (kvi-nummer G4905831);

- (6 a) Apple iPhone 5 zwart (kvi-nummer G4905856);

- (7 a) Acer laptop (kvi-nummer G4905893);

- (8 a) Apple iPhone 6 (kvi-nummer G4905907);

- (11 b) Apple iPad zwart (kvi-nummer G4905786);

- (18) Nokia telefoon (kvi-nummer G408870);

- (19) Nokia telefoon (kvi-nummer G408871);

- (20) Apple iPhone 5 (kvi-nummer G408927);

- (21) Apple iPhone wit (kvi-nummer G409377);

- (22) Apple iPhone (kvi-nummer G409381);

gelast de teruggave aan [slachtoffer 7] van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- (10 a) Betaalpas op naam van [slachtoffer 7];

vordering van de benadeelde partij ING GROEP N.V.

wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij ING GROEP N.V. ter zake van het onder 1 primair, 2 primair, 4 primair en 8 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 23.490,00 (drieëntwintigduizend vierhonderdnegentig euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is;

verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil;

legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd ING GROEP N.V., ter zake van het onder 1 primair, 2 primair, 4 primair en 8 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 23.490,00 (drieëntwintigduizend vierhonderdnegentig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 152 (honderdtweeënvijftig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]-[slachtoffer 6]

wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2]-[slachtoffer 6] ter zake van het onder 1 primair, 2 primair en 4 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 55,00 (vijfenvijftig euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is;

verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil;

legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2]-[slachtoffer 6], ter zake van het onder 1 primair, 2 primair en 4 primair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 55,00 (vijfenvijftig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 (één) dag hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt;

vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding;

verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door mr. Chr.A. Baardman, mr. A. Kuijer en mr. C.H.M. Royakkers, in bijzijn van de griffier mr. S.J. de Vries.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 25 september 2018.

Mr. C.H.M. Royakkers is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

1 Wanneer een ING cliënt inlogt op de internetbankieromgeving van ING Bank wordt op het betreffende device (PC, laptop, tablet, smartphone) een cookie geplaatst. Deze cookie geeft een unieke code aan het betreffende device, zodat het betreffende device op het Mijn ING netwerk zal worden herkend iedere keer dat het opnieuw inlogt. Deze zogenaamde device token is uniek voor elk device. Een device token kan per device wijzigen, bijvoorbeeld als de cookies op het apparaat worden verwijderd. (Bron: aanvullende aangifte ING Bank N.V. d.d. 27 januari 2017, p. 2).

2 Een User Agent wordt gegenereerd en opgebouwd aan de hand van verschillende softwareversies die op het device zijn geïnstalleerd. Het betreft op zichzelf geen uniek identificerend gegeven. Devices met dezelfde softwareversies leveren eenzelfde User Agent op (Bron: proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 februari 2018, los opgenomen).