Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2018:2377

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
12-09-2018
Datum publicatie
01-10-2018
Zaaknummer
200.228.265/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Hof verleent vervangende toestemming voor een verhuizing naar Zweden. Herstelbeschikking.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

zaaknummer : 200.228.265/01

rekestnummer rechtbank : FA RK 17-4264

zaaknummer rechtbank : C/10/527490

beschikking van de meervoudige kamer van 12 september 2018

inzake

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: de man,

advocaat mr. J. van Dijk te Oud-Beijerland,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat mr. L.C.H. Karstanje te Gouda.

In zijn adviserende en/of toetsende taak is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming,

locatie: Rotterdam,

hierna te noemen: de raad.

beslissing op verzoek ex artikel 32 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Het hof heeft in deze zaak op 18 juli 2018 een beschikking gegeven.

Bij V-formulier van 30 juli 2018 heeft de advocaat van de man het hof verzocht de op 18 juli 2018 tussen partijen gewezen beschikking op grond van het bepaalde in artikel 31 Rv te herstellen, dan wel op grond van het bepaalde in artikel 32 Rv aan te vullen. Daartoe is van de zijde van de man aangevoerd dat sprake is van een kennelijke fout die zich leent voor eenvoudig herstel, aangezien hij de indruk heeft dat het hof in de gegeven beschikking abusievelijk de door de man verzochte uitvoerbaarverklaring bij voorraad niet heeft opgenomen. Uit de behandeling ter zitting was de man duidelijk dat het hof de intentie had dat de beschikking gedurende de zomervakantie 2018 zou worden uitgevoerd. Verder heeft de man aangevoerd dat in geval geen sprake is van een vergissing, de bijbehorende overweging in de beschikking ontbreekt. De vrouw heeft immers geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de man de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Het hof heeft in dat geval verzuimd te beslissen over een onderdeel van het verzochte.

Bij V-formulier van 31 juli 2018 is namens de vrouw op dit verzoek gereageerd. Zij heeft zich verzet tegen het verzoek tot herstel of aanvulling van de beschikking. Zij voert aan dat zij heeft verzocht het beroep op alle onderdelen te verwerpen, dus ook het verzoek om de uitspraak uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Het hof overweegt als volgt. Uit het hoger beroepschrift blijkt dat de man heeft verzocht - met uitvoerbaar verklaring bij voorraad - hem vervangende toestemming te verlenen om met de minderjarige te emigreren naar Zweden. Over de verzochte uitvoerbaarverklaring bij voorraad is geen debat tussen partijen geweest. Als te doen gebruikelijk wordt in dat geval de verzochte uitvoerbaarheid bij voorraad toegewezen. Indien er wel een debat van partijen zou zijn geweest, had het hof een beslissing dienaangaande moeten nemen en daaraan een overweging gewijd. Uit het voorgaande volgt dat het niet opnemen van de uitvoerbaarheid bij voorraad in het dictum abusievelijk verzuimd is.

Het hof stelt vast dat is verzuimd te beslissen over een onderdeel van het verzochte en bepaalt dat onder ‘6. De beslissing’ de uitspraak wordt aangevuld met:

‘verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad’;

Deze aanvulling wordt gesteld op de minuut.

Voor het overige blijft de beschikking, ook wat betreft de datum van uitspraak, geheel in stand.

Deze beschikking is gegeven door mrs. I. Obbink-Reijngoud, C.M. Warnaar en O.I.M. Ydema, bijgestaan door A.N. Hansler als griffier, en is op 12 september 2018 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.