Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2018:2095

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
30-01-2018
Datum publicatie
23-08-2018
Zaaknummer
22-001607-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens art. 273f van het Wetboek van Strafrecht tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren, met aftrek van voorarrest.

Het hof is van oordeel dat de ernst van de bewezen verklaarde feiten onvoldoende tot uitdrukking komt in de straf die in eerste aanleg aan de verdachte is opgelegd en ter terechtzitting in hoger beroep door de advocaat-generaal is gevorderd. Het hof kent meer dan de rechtbank gewicht toe aan de omstandigheid dat het slachtoffer net 18 jaar was geworden en komt derhalve tot een hogere straf dan (opgelegd door) de rechtbank.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-001607-17

Parketnummer: 09-827012-15

Datum uitspraak: 30 januari 2018

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 24 maart 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortejaar] 1980,

thans zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 16 januari 2018.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep, onder aanvulling van gronden, zal worden bevestigd.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar, met aftrek van voorarrest. Voorts zijn er beslissingen genomen ter zake van het beslag, als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Blijkens de akte intrekking rechtsmiddel d.d. 11 januari 2018 heeft de advocaat-generaal het door de officier van justitie ingestelde hoger beroep ingetrokken.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 september 2013 tot en met 04 februari 2015 te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland en/of in Roemenie tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

A) een ander of anderen, te weten [aangeefster], (telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitlijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie,

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [aangeefster] (sub 1°) en/of

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [aangeefster] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard (sub 4°) en/of

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte en/of verdachte(s) mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [aangeefster], seksuele handelingen met en/of voor een derde (sub 9°) en/of

B) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die ander, te weten [aangeefster], (sub 6°),

immers heeft verdachte

- die [aangeefster] (in Nederland) als prostituee laten werken en/of

- die [aangeefster] meermalen, althans eenmaal, in Den Haag, althans in Nederland, opgezocht en/of

- die [aangeefster] eenmaal of meermalen gedreigd dat hij, verdachte, tegen de politie zou zeggen dat die [aangeefster] haar kind verwaarloosde en/of zou verlaten en/of eenmaal of meermalen gedreigd dat die [aangeefster] haar kind niet meer zou zien en/of dat hij, verdachte die [aangeefster] en/of haar kind zou vermoorden, althans wat aan zou doen, als die [aangeefster] geen geld meer aan hem, verdachte, zou sturen en/of hem, verdachte, zou verlaten en/of

- heeft getrapt en/of geslagen tegen de (voor)deur van de woning waar die [aangeefster] verbleef en/of

- die [aangeefster] meermalen, althans eenmaal mishandeld en/of geslagen en/of

- die [aangeefster] laten weten dat zij 1000 Euro, althans een bepaald geldbedrag, per week moest verdienen en/of

- die [aangeefster] gedwongen, althans bewogen om (een groot gedeelte van) de opbrengst van de prostitutiewerkzaamheden aan hem, verdachte, af te geven en/of

- het kind van die [aangeefster] bij verdachte en/of familie van verdachte laten verblijven (en zodoende de situatie gecreëerd dat het [aangeefster] niet vrij stond haar eigen keuzes te maken);

2:
hij

op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 februari 2015 tot en met 4 februari 2015 te Rotterdam, in elk geval in Nederland en/of in Boekarest, in elk geval in Roemenië

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een ander, te weten [aangeefster 2]

(lid 1, onder 1°)

door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie, heeft geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting van voornoemde [aangeefster 2],

en/of

(lid 1, onder 3°)

heeft aangeworven en/of medegenomen en/of ontvoerd, met het oogmerk voornoemde [aangeefster 2] in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handeling(en) met of voor een derde tegen betaling

en/of

(lid 1, onder 4°)

(telkens) met één of meer van de onder 1° van dit artikel genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie die [aangeefster 2] heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten en/of de onder 1° van dit artikel genoemde omstandigheden enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij, verdachte en/of diens mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [aangeefster 2] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten,

en/of

(lid 1, onder 6°)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [aangeefster 2] en/of

(lid 1, onder 9°)

(telkens) met één of meer van de onder 1° genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie die [aangeefster 2] heeft bewogen hem, verdachte en/of diens mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar seksuele handelingen met en/of voor een derde,

immers hebben/heeft hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s)

- de reis en/of het reisdocument van [aangeefster 2] van Roemenië naar Nederland betaald en/of geregeld, en/of

- tegen die [aangeefster 2] gezegd dat zij (in de prostitutie) moest werken om een huwelijk te kunnen betalen, en/of

- ( naakt)foto's van die [aangeefster 2] gemaakt ten behoeve van een advertentie op internet en/of

- ( een) advertentie(s) op internet geplaatst, waarin seksuele handelingen door die [aangeefster 2] tegen betaling werden aangeboden en/of

- een werkplek en/of woning geregeld/gefaciliteerd waar die [aangeefster 2] klanten kon/moest ontvangen voor het verrichten van seksuele handelingen en/of

- tegen die [aangeefster 2] gezegd dat zij die woning niet mocht verlaten, en/of

- ( een deel van) de verdiensten van die [aangeefster 2] uit prostitutiewerkzaamheden ontvangen en/of zich toegeëigend en/of,

-verdovende middelen verstrekt aan die [aangeefster 2];

Het vonnis waarvan beroep

De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter, behalve ten aanzien van de oplegging van de straf. De motivering van de straf zal worden aangevuld.

Het vonnis moet ten aanzien van de opgelegde straf worden vernietigd en in zoverre moet opnieuw worden rechtgedaan.

Voor het overige verenigt het hof zich met de gronden en beslissingen in het vonnis, met dien verstande dat het hof daarin de hierna te vermelden aanvullingen en verbeteringen aanbrengt.

Aanvullingen en verbeteringen bewijsoverweging 5.1 van de rechtbank

Het hof voegt in de eerste alinea, laatste zin, na ‘bedreigde haar’, toe ‘onder meer door te zeggen dat hij haar en haar kind, dat bij hem en zijn familie in Roemenië was achtergebleven, iets aan zou doen en dat hij haar en haar kind zou vermoorden als ze bij hem weg zou gaan.’

Verbeteringen met betrekking tot sub alinea ‘berichten’

Het hof verbetert de bewijsoverweging met als kopje ‘5.1 Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1, artikel 273f lid 1 sub 9 Sr’ en met als sub alinea ‘Berichten’ (pagina 4 van het vonnis) als volgt.

Het hof schrapt de zinnen ‘Mijn God. Ik ga je voor het kind vermoorden. (…) Ik ga je vermoorden voor het meisje. Als zij beter wordt, ga ik je kapot maken’ (opgenomen achter het vijfde liggende streepje, berichten ontvangen op 7 oktober 2014).

Het hof schrapt de zinnen opgenomen na het een-na-laatste liggende streepje, te weten:

- ‘ ‘Op 7 december 2014: “Ik wil niet horen dat je morgen geen geld hebt om te sturen. (…) Waar ben je. Bel mij, want jij zal het meisje nooit meer zien. (…) Waar is het geld dan rotzak/loser. Ik en je dochter lijden honger”.

Hiervoor in de plaats moet worden gelezen:

- ‘ ‘Op 7 december 2014: “Ik wil niet horen dat je morgen geen geld hebt om te sturen.”14

- Op 8 december 2014: “Waar ben jij. Bel mij, want jij zal het meisje nooit meer zien. (…) Waar is het geld dan rotzak / loser. Ik en je dochter lijden honger.”2

Aanvulling met betrekking tot sub alinea ‘berichten’

Het hof vult de bewijsoverweging met als kopje ‘5.1 Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1, artikel 273f lid 1 sub 9 Sr’ en als sub alinea ‘Berichten’ (pagina 4 van het vonnis) als volgt aan.

Aan de berichten ontvangen op 31 oktober 2014 wordt het volgende bericht toegevoegd:

‘Jij hebt een lul iedere avond. Honderden. (…) Morgen stuur je mij 1000 euro omdat ik dat nodig heb.’

Hiernaast vult het hof dezelfde bewijsoverweging, na het bericht ontvangen op 9 december 2014, aan met het volgende bericht:

- ‘ ‘Op 15 december 2014: “Hoe verder, praat je met [naam] zodat ik ook met een meisje kan komen om geld voor mij te verdienen.”3

Aanvullende bewijsoverweging

Het hof vult de bewijsoverwegingen met als kopje ‘5.1 Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1, artikel 273f lid 1 sub 9 Sr’ (pagina 3-5 van het vonnis) als volgt aan.

Verklaringen van de verdachte

Het hof acht de volgende onderdelen van de verklaringen van de verdachte redengevend voor het bewijs, met dien verstande dat het hof het bij het eerste gedachtestreepje vermelde bewijsmiddel slechts redengevend acht voor zover daaruit blijkt dat de verdachte wel degelijk wist dat [aangeefster] in de prostitutie werkte, zonder dat het hof geloof hecht aan de stelling dat hij haar heeft willen overtuigen om terug te komen teneinde dat beroep niet uit te oefenen:

- “ “Ik kwam om haar te overtuigen om terug te komen en niet het beroep van prostituee uit te oefenen.”4

- [ [aangeefster] (het hof begrijpt: [aangeefster]) heeft verklaard dat zij via money transfer dit geld heeft overgemaakt. A: “Ja dat klopt.” (…) Ze ging naar de Western Union en zij gaf mij telefonisch de code door.”5

- “ “Ik heb haar wel ge-sms’t dat ik mezelf iets zou aandoen.”6

Uit deze verklaringen blijkt dat de verdachte bevestigt dat [aangeefster] geld aan hem overmaakte via money transfers en dat hij erkent dat hij [aangeefster] een sms-bericht heeft gestuurd dat hij zichzelf iets zou aandoen.

Het vonnis waarvan beroep dient derhalve - behoudens voor zover het wordt vernietigd - onder aanvulling en verbetering van gronden te worden bevestigd.

Strafmotivering

Voor wat betreft de motivering van de op te leggen straf sluit het hof zich aan bij de motivering van de rechtbank en maakt die tot de zijne. In aanvulling op de strafmotivering van de rechtbank overweegt het hof nog als volgt.

Het hof is van oordeel dat de ernst van de bewezen verklaarde feiten onvoldoende tot uitdrukking komt in de straf die in eerste aanleg aan de verdachte is opgelegd en ter terechtzitting in hoger beroep door de advocaat-generaal is gevorderd. Het hof kent meer dan de rechtbank gewicht toe aan de omstandigheid dat het slachtoffer [aangeefster 2] net 18 jaar was geworden en komt derhalve tot een hogere straf dan (opgelegd door) de rechtbank.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 24, 33, 33a, 57 en 273f van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door mr. S.A.J. van 't Hul,

mr. R.J. de Bruijn en mr. E. van Die, in bijzijn van de griffier mr. T.E.J. Bruinen.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 30 januari 2018.

1 14 Proces-verbaal van bevindingen inhoud messenger berichten, p. 236.

2 14A Proces-verbaal van bevindingen inhoud messenger berichten, p. 237.

3 15A Proces-verbaal van bevindingen inhoud messenger berichten, p. 242.

4 22A Proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 4 februari 2015 met nummer PL1500-2015038022-4, p. 15.

5 22B Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 februari 2015, p. 25.

6 22C Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 februari 2015, p. 27.