Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2018:2081

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
16-08-2018
Datum publicatie
23-08-2018
Zaaknummer
22-004896-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak.

Het hof kan niet worden beoordelen of de prijs die de verdachte voor de BlackBerry heeft betaald redelijk was, hetgeen van doorslaggevend belang is voor de beantwoording van de vraag of de verdachte minst genomen redelijkerwijs kon vermoeden dat het toestel van een misdrijf afkomstig was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2019/44
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-004896-17

Parketnummer: 10-186129-11

Datum uitspraak: 16 augustus 2018

VERSTEK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 26 april 2013 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (België) op [geboortejaar] 1973,

[BRP-adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 3 augustus 2018.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Procesgang

In eerste aanleg heeft de politierechter de eerder uitgevaardigde strafbeschikking vernietigd en de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld (schuldheling) tot een geldboete ter hoogte van € 500,- subsidiair 10 dagen hechtenis

De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 8 januari 2011 te Rotterdam, in elk geval in Nederland, een Blackberry, Curve 8520 heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die Blackberry wist, althans redelijkwerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 250,- subsidiair 5 dagen hechtenis.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Vrijspraak

Anders dan de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte ten tijde van het verkrijgen van de BlackBerry wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat de BlackBerry gestolen was. Het hof overweegt hiertoe dat de verdachte dit ontkent en voorts dat het dossier onvoldoende informatie bevat over de ouderdom van het toestel en de staat waarin het toestel verkeerde. Zodoende kan niet worden beoordeeld of de prijs die de verdachte voor de BlackBerry heeft betaald redelijk was, hetgeen naar het oordeel van het hof van doorslaggevend belang is voor de beantwoording van de vraag of de verdachte minst genomen redelijkerwijs kon vermoeden dat het toestel van een misdrijf afkomstig was.

Naar het oordeel van het hof is derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door mr. A.J.M. Kaptein,

mr. L.A.J.M. van Dijk en mr. C.J. van der Wilt, in bijzijn van de griffier mr. S. Johannes.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 16 augustus 2018.

mr. L.A.J.M. van Dijk is buiten staat dit arrest te ondertekenen.