Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2018:2007

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
08-08-2018
Datum publicatie
09-08-2018
Zaaknummer
22-000841-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak.

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd. In strijd met uitdrukkelijke instructies die zich ook in het dossier bevinden, is in dit bevel de naam van de verdachte niet ingevuld en evenmin aan wie, door wie en op welke datum het bevel is uitgereikt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-000841-18

Parketnummer: 09-817353-18

Datum uitspraak: 8 augustus 2018

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 26 februari 2018 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Saoedi-Arabië) op [geboortejaar] 1968,

ten tijde van de behandeling ter terechtzitting in hoger beroep uit anderen hoofde gedetineerd in [x].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 25 juli 2018.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 week met aftrek van voorarrest.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 week met aftrek van voorarrest.

De verdachte heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 23 februari 2018 te Leiden opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, te weten een bevel Winteropvang daklozen Leiden/ Kouderegeling, gedaan krachtens artikel 172 van de Gemeentewet, in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift, door de burgemeester van Leiden, in elk geval een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 Wetboek van Strafrecht, eerste en/of tweede lid, inhoudende dat hij, verdachte, zich op 23 februari 2018 tussen 23:00 uur en 24 februari 2018 07:00 uur diende te bevinden in/op de opvanglocatie "De Binnenvest" aan het Papegaaisbolwerk, immers bevond hij, verdachte, zich op 23 februari 2018 te 23:15 uur opzettelijk in/op het Stationsplein, althans op een openbare weg of plaats gelegen in voornoemd gebied.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte zal worden vrijgesproken.

Het hof overweegt hiertoe het volgende.

In het dossier bevindt zich een ongedateerd ‘BEVEL Winteropvang daklozen Leiden’. In strijd met uitdrukkelijke instructies die zich ook in het dossier bevinden, is in dit bevel de naam van de verdachte niet ingevuld en evenmin aan wie, door wie en op welke datum het bevel is uitgereikt.

Het hof is van oordeel dat aldus niet is komen vast te staan dat het bevel aan verdachte - zoals tenlastegelegd - is gedaan.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door mr. A.J.M. Kaptein,

mr. M.J.J. van den Honert en mr. W.M. Limborgh, in bijzijn van de griffier mr. M.S. Ferenczy.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 8 augustus 2018.

Mr. W.M. Limborgh is buiten staat dit arrest te ondertekenen.