Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2018:1742

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
11-07-2018
Datum publicatie
09-08-2018
Zaaknummer
22-004739-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, van ex-partner tevens moeder van zijn kinderen, meermalen gepleegd. Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts gelast het hof dat de verdachte ter zake van het onder 2 en 3 bewezenverklaarde ter beschikking wordt gesteld, met voorwaarden. De terbeschikkingstelling met voorwaarden is dadelijk uitvoerbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-004739-17

Parketnummers: 09-809026-16, 09-818085-17 en

13-660422-12 (tul)

Datum uitspraak: 11 juli 2018

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 27 oktober 2017 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortejaar] 1984,

thans gedetineerd in het [x].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 27 juni 2018.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na doornummering van de feiten uit beide dagvaardingen - ten laste gelegd dat:

(parketnummer 09-809026-16)

1.


hij op of omstreeks 13 december 2016 te 's-Gravenhage [slachtoffer] heeft mishandeld door meermalen althans eenmaal tegen het hoofd en/of in het gezicht van die [slachtoffer] te stompen en/of slaan;

2.


hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 13 december 2016 te 's-Gravenhage (telkens) [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] (via whats app) dreigend de woorden toegevoegd: "neem op want ik zweer ik ga je wat aandoen en/of wil je dood, ik kan je helpen en/of ik ga dood of levenslang in de jail" althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking

en/of

heeft hij, verdachte, aan genoemde [slachtoffer] een mes getoond en/of daarbij gezegd "ik heb dit mes meegenomen om je te steken" althans woorden van gelijke aard of strekking en/of een mes tegen de keel/hals van die [slachtoffer] aangedrukt en/of aangehouden en/of in de richting van de keel/hals van die [slachtoffer] gehouden en/of daarbij gezegd "ik wil je helemaal niet steken maar ik moet dit doen omdat jij mij ertoe drijft" althans woorden van gelijke aard of strekking en/of een mes tegen het been van [slachtoffer] aangedrukt en/of aangehouden en/of met een mes stekende en/of zwaaiende bewegingen gemaakt in de richting van het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer];

(parketnummer 09-818085-17)

3.

hij op of omstreeks 30 maart 2017 te 's-Gravenhage en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] (telefonisch) dreigend de woorden toe te voegen "je wilt met mij spelen toch, je gaat zelf zien en/of jij gaat dood, je gaat zelf zien ga zitten voor jou 20 jaar en/of ik moest je allang hebben gestoken de eerste keer maar nu ga je zelf zien wat ik met jou ga doen en/of geniet van je leven nog eventjes, geloof me je gaat kapot", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Procesgang

In eerste aanleg is ter zake van het onder 2 en 3 ten laste gelegde de terbeschikkingstelling van de verdachte gelast, waarbij is bevolen dat de verdachte van overheidswege zal worden verpleegd. Voorts is beslist op de vordering tot tenuitvoerlegging, als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft primair gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar, met aftrek van voorarrest, en dat de terbeschikkingstelling van de verdachte zal worden gelast, met bevel dat de verdachte van overheidswege zal worden verpleegd.

De advocaat-generaal heeft subsidiair gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van voorarrest, en dat de terbeschikkingstelling van de verdachte zal worden gelast, met het stellen van voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, met bevel dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

(parketnummer 09-809026-16)

1.


hij op of omstreeks 13 december 2016 te 's-Gravenhage [slachtoffer] heeft mishandeld door meermalen althans eenmaal tegen het hoofd en/of in het gezicht van die [slachtoffer] te stompen en/of slaan;

2.


hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 13 december 2016 te 's-Gravenhage (telkens) [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] (via Whatsapp) dreigend de woorden toegevoegd: "Neem op want ik zweer ik ga je wat aandoen en/of “Wil je dood, ik kan je helpen en/of “Ik ga dood of levenslang in de jail" althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking

en/of

heeft hij, verdachte, aan genoemde [slachtoffer] een mes getoond en/of daarbij gezegd: "Ik heb dit mes meegenomen om je te steken" althans woorden van gelijke aard of strekking en/of een mes tegen de keel/hals van die [slachtoffer] aangedrukt en/of aangehouden en/of in de richting van de keel/hals van die [slachtoffer] gehouden en/of daarbij gezegd "Ik wil je helemaal niet steken maar ik moet dit doen omdat jij mij ertoe drijft" althans woorden van gelijke aard of strekking en/of een mes tegen het been van [slachtoffer] aangedrukt en/of aangehouden en/of met een mes stekende en/of zwaaiende bewegingen gemaakt in de richting van het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer];

(parketnummer 09-818085-17)

3.

hij op of omstreeks 30 maart 2017 te 's-Gravenhage en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer] (telefonisch) dreigend de woorden toe te voegen: "Je wilt met mij spelen toch, je gaat zelf zien” en/of “Jij gaat dood, je gaat zelf zien ga zitten voor jou 20 jaar en/of “Ik moest je allang hebben gestoken de eerste keer maar nu ga je zelf zien wat ik met jou ga doen en/of “Geniet van je leven nog eventjes, geloof me je gaat kapot", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

mishandeling.

Het onder 2 en 3 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht,

meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Motivering van straf en maatregel

Het hof heeft de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich op 13 december 2016, terwijl hij kort daarvoor drugs had gebruikt en onder invloed van alcohol verkeerde, schuldig gemaakt aan mishandeling en bedreiging met een mes van zijn ex-partner, de moeder van zijn (destijds) nog zeer jonge kinderen. Verdachte heeft zijn ex-partner vervolgens op 30 maart 2017, terwijl hij in voorlopige hechtenis zat voor de feiten gepleegd op 13 december 2016, vanuit de penitentiaire inrichting opgebeld en haar wederom bedreigd. Door aldus te handelen heeft de verdachte de lichamelijke integriteit van het slachtoffer in ernstige mate geschonden en hevige gevoelens van angst en onveiligheid bij haar veroorzaakt. Uit de inhoud van het dossier blijkt ook dat zij erg bang is dat de verdachte zijn dreigementen ten uitvoer zal willen brengen, zodra hij op vrije voeten komt.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 12 juni 2018, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van mishandeling en bedreiging, maar ook tot langdurige gevangenisstraffen en langjarige maatregelen vanwege onder meer ernstige geweldsdelicten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Het hof is – alles afwegende – van oordeel dat naast de op te leggen maatregel zoals hierna overwogen een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Met betrekking tot de op te leggen maatregel overweegt het hof als volgt.

Voor de beantwoording van de vraag of bij de verdachte ten tijde van het onder 2 en 3 ten laste gelegde al dan niet een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens bestond, heeft het hof acht geslagen op de volgende zich in het dossier bevindende rapporten over de verdachte en op de daaraan ontleende, hieronder zakelijk weergegeven, overwegingen en conclusies:

het Pro Justitia rapport d.d. 27 maart 2017, opgemaakt door I.I. Schultze, GZ-psycholoog:

Verdachte is lijdende aan een ziekelijke stoornis in de zin van een stoornis van het alcoholgebruik, in vroege remissie, in een gereguleerde omgeving, in de zin van een stoornis in het cannabisgebruik, in vroege remissie, in een gereguleerde omgeving en in de zin van een stoornis in het gebruik van een opioïde (cocaïne), in langdurige remissie. Verder is bij verdachte sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een lichte verstandelijke beperking op het gebied van de performale intelligentie en in de zin van een antisociale persoonlijkheidsstoornis.

Voornoemde stoornissen en gebrekkige ontwikkeling waren ook aanwezig ten tijde van het onder 2 ten laste gelegde. Naar inzicht van de deskundige beïnvloedden de ziekelijke stoornis en/of de gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens verdachtes gedragskeuzes en of gedragingen ten tijde van het onder 2 ten laste gelegde.

Gelet op de gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, waardoor verdachte minder goed overzicht heeft over situaties en hierin goede beslissingen kan nemen dan de gemiddelde normale ander, de gebrekkige agressie- en impulsregulatie samenhangend met de antisociale persoonlijkheidsstoornis en nog verdere ontregeling en controleverlies door overmatig alcoholgebruik samenhangend met het problematisch gebruik van alcohol, beschikte verdachte ten tijde van het ten laste gelegde duidelijk minder dan de gemiddelde normale ander over de mogelijkheden zijn gedrag te remmen of gezonder bij te sturen en te kiezen voor een de-escalerend scenario. De deskundige adviseert het onder 2 ten laste gelegde op basis van het bovenstaande in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen.

het Pro Justitia rapport d.d. 7 september 2017, opgemaakt door G.H.E. van Hoecke, psychiater:

Verdachte is lijdende aan een ziekelijke stoornis, in de zin van een stoornis in het gebruik van alcohol, in vroege remissie, in een gereguleerde omgeving, een stoornis in het gebruik van cannabis, in vroege remissie, in een gereguleerde omgeving en een stoornis in het gebruik van cocaïne, in langdurige remissie, in een gedwongen omgeving. Verder is bij de verdachte sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een lichte verstandelijke beperking op het gebied van performale intelligentie en een antisociale persoonlijkheidsstoornis.

Voornoemde stoornissen en de gebrekkige ontwikkeling waren alle aanwezig ten tijde van het onder 2 en 3 ten laste gelegde.

Verdachte heeft een achtergrond van affectieve verwaarlozing en groeide in afwezigheid van een vaderfiguur in een crimineel milieu op. Zijn ambitie om wel een vaderrol te vervullen, zonder hiervan een voorbeeld gekregen te hebben, is hierdoor moeilijker voor hem te realiseren dan voor iemand die die begeleiding wel levenslang heeft gekregen. Door zijn verstandelijke beperking, met op performaal gebied een licht verstandelijke beperking, heeft hij meer dan anderen moeite om een weloverwogen plan te bedenken om een probleem op te lossen of een doel te bereiken. Vermits hij op verbaal gebied sterker functioneert, neigt hij meer dan een ander tot een woordkeuze, die minder door doelgerichtheid bewaakt wordt. Hij ventileert zijn frustraties op een sociaal onaangepaste manier en bedreigt hierdoor derden. Daarnaast heeft verdachte een uitgebreide verslavingsvoorgeschiedenis, waarbij in aanloop tot zijn detentie voornamelijk zijn alcoholgebruik weer problematisch is geworden. Door het gebruik van alcohol, viel de rem op zijn gedrag weg, waardoor hij ten tijde van het onder 2 ten laste gelegde disproportioneel reageerde naar aanleiding van de frustraties die hij ervoer met betrekking tot de beperkte toegang tot zijn kinderen. Door zijn antisociale persoonlijkheidsstoornis, respecteert hij minder dan een ander de grenzen van derden. Hij wordt makkelijker dan een ander agressief. Hij reageert hierdoor impulsief op het slachtoffer. Het ontbreekt hem aan het verantwoordelijkheidsbesef dat de moeder van zijn kinderen functioneel moet blijven om voor hun kinderen te zorgen, omdat hij dat zelf niet kan doen/doet. Zijn berouw is dermate beperkt dat hij - indien het onder 3 ten laste gelegde bewezen wordt geacht - over onvoldoende zelfcontrole beschikt om zelfs in nuchtere toestand zich van het uiten van ernstige verbale bedreigingen te onthouden.

Het hof leidt uit het voorgaande af dat voornoemde stoornissen en/of de gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens verdachtes gedragskeuzes en of gedragingen hebben beïnvloed ten tijde van het onder 2 en 3 ten laste gelegde.

Indien het ten laste gelegde bewezen wordt geacht, adviseert de deskundige om verdachte dit in een verminderde mate toe te rekenen.

Het hof neemt voornoemde conclusies van de deskundigen over en maakt die tot de zijne. Op grond van deze conclusies is het hof van oordeel dat bij de verdachte ten tijde van het begaan van het onder 2 en 3 bewezen verklaarde een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens als bedoeld in artikel 37a, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht bestond.

Het hof stelt voorts vast dat de onder 2 en 3 bewezenverklaarde feiten kunnen worden gekwalificeerd als het misdrijf zoals omschreven in artikel 285, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Gelet op de omstandigheden waaronder de onder 2 en 3 bewezenverklaarde feiten hebben plaatsgevonden vereisen de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen of goederen naar het oordeel van het hof dat de maatregel van terbeschikkingstelling wordt opgelegd. De verdachte heeft immers het gebruik van geweld ten opzichte van personen tijdens de door hem gepleegde feiten niet geschuwd. Ook tijdens de detentieperiode is de verdachte doorgegaan met het uiten van bedreigingen naar zijn ex-partner. Het hof betrekt hierbij eveneens dat de verdachte in het verleden meermalen wegens bedreiging is veroordeeld en dat hem hiervoor onder andere de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders is opgelegd. Tot slot merkt het hof op dat in voormelde Pro Justitia rapporten (en in na te noemen maatregelrapport) het recidiverisico als (gemiddeld tot) hoog wordt ingeschat, waarbij bijzondere risico’s bestaan voor voormelde ex-partner.

Het hof constateert dat aldus aan de wettelijke vereisten voor het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling is voldaan.

Het hof overweegt over de aard van de aan de verdachte op te leggen maatregel verder als volgt.

In eerste aanleg is door de reclassering getracht om

over de verdachte een maatregelrapport uit te brengen. De verdachte wenste toen niet mee te werken aan de totstandkoming daarvan, omdat hij geen klinische opname wilde en de voorwaarden te zwaar vond. In hoger beroep is, gelet op de bereidheid van verdachte daaraan alsnog medewerking te verlenen, op 13 juni 2018 een maatregelrapport uitgebracht, waaruit blijkt dat de verdachte bedachtzamer en gemotiveerder overkomt en zijn motivatie tijdens dat onderzoek oprechter is. Hij kan benoemen waarom hij hulp en begeleiding nodig heeft en geeft aan zich te willen inzetten tijdens zowel de klinische als ambulante fase. De conclusie van het maatregelrapport is een positief advies voor het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden, welke voorwaarden nader in het rapport staan omschreven. De verdachte heeft op 8 juni 2018 aan de rapporteur aangegeven akkoord te gaan met de voorgestelde voorwaarden. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte bevestigd de opgestelde voorwaarden – ook de voorwaarde die ziet op het contactverbod met het slachtoffer [slachtoffer] - te willen en te zullen naleven. Blijkens de verklaring ter terechtzitting van de deskundige R. Willems-Liekens is verdachte aangemeld bij de kliniek De Woenselse Poort te Eindhoven en zal hij daar naar verwachting op een termijn van drie weken kunnen worden opgenomen.

Het hof ziet in het voorgaande aanleiding om de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden te gelasten. Bij het formuleren van de voorwaarden zal het hof zich aansluiten bij het door de GGZ Reclassering Fivoor opgestelde en hiervoor genoemde maatregelrapport en de ter terechtzitting in hoger beroep daarop gegeven aanvulling ten aanzien van de behandelinstelling.

Het hof zal op de voet van artikel 38, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht bepalen dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.

Het hof overweegt voorts dat indien en voor zover op enig moment de thans opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden zal worden omgezet in een terbeschikkingstelling met dwangverpleging, de terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Het hof heeft hierbij bijzondere betekenis toegekend aan het feit dat verdachte zijn verbale bedreigingen met de dood jegens het slachtoffer ook met een mes kracht heeft bijgezet en daarmee van zeer dichtbij stekende bewegingen heeft gemaakt.

Het hof acht het van groot belang dat de tenuitvoerlegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden zal prevaleren boven de tenuitvoerlegging van de op verdachtes Justitiële Documentatie openstaande straffen. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de advocaat-generaal dit belang onderschreven.

Vordering tot tenuitvoerlegging

Bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 7 september 2012 onder parketnummer 13-660422-12 is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 150 dagen, met aftrek van voorarrest, met bevel dat een gedeelte van die gevangenisstraf, groot 92 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd onder – voor zover in dezen van belang - de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van 2 jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep – naar het hof begrijpt – gevorderd dat de in eerste aanleg ingediende vordering van het Openbaar Ministerie tot tenuitvoerlegging van de niet tenuitvoergelegde straf zal worden afgewezen.

In hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers de in de onderhavige strafzaak bewezen verklaarde feiten begaan, terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

Het hof acht echter, gelet op de op te leggen maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden, geen termen aanwezig de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf te gelasten.

De vordering zal dan ook worden afgewezen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 37a, 38, 38a, 38v, 57, 63, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast dat de verdachte ter zake van het onder 2 en 3 bewezenverklaarde ter beschikking wordt gesteld, onder de volgende voorwaarden:

Algemene voorwaarden:

  1. Verdachte pleegt geen strafbare feiten;

  2. Verdachte geeft toestemming aan de reclassering tot het opvragen en uitwisselen van informatie aan alle instellingen die zij relevant achten en die van belang zijn voor een goede behandeling c.q. begeleiding in het kader. Tevens verleent hij zijn medewerking aan het maken van een digitale foto ten behoeve van zijn dossier en verleent hij ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking aan het nemen van een of meer vingerafdrukken, of biedt ter inzage een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht aan;

  3. Verdachte geeft toestemming aan de reclassering en aan zijn begeleiders, dat in geval van ongeoorloofde afwezigheid of calamiteiten en het niet nakomen van bovengenoemde voorwaarden, deze informatie aan alle betrokken partijen gemeld wordt;

  4. Tijdens de gehele TBS maatregel is het voor verdachte niet toegestaan om zich buiten het Europese deel van het Koninkrijk der Nederlanden te begeven.

Bijzondere voorwaarden:

5. Verdachte houdt zich aan de voorschriften en aanwijzingen die zijn en worden gegeven door de aangewezen reclasseringsorganisatie en moet zich zo frequent melden als de reclassering dat nodig acht. Daarnaast werkt verdachte mee aan huisbezoeken door de reclassering;

6. Verdachte zal verblijven in de kliniek De Woenselse Poort te Eindhoven, dan wel een qua behandel- en beveiligingsniveau vergelijkbare nog nader te indiceren kliniek, en zal zich houden aan de daar geldende huis- en leefregels c.q. voorwaarden die daar aan hem gesteld worden en stelt zich hierin begeleidbaar op en conformeert zich aan de geboden behandeling, ook als dit inhoudt inname van voorgeschreven medicatie;

7. Verdachte werkt mee aan het, indien nodig geacht, elektronisch toezicht met het doel zijn verlofbewegingen te monitoren;

8. Verdachte werkt, indien geïndiceerd, mee aan een plaatsing in een vervolgsetting, zoals een beschermd/begeleid wonen en zal zich aldaar houden aan de geldende huis- en leefregels c. q. voorwaarden die aan hem gesteld worden;

9. Verdachte conformeert zich aan een ambulante

(vervolg)behandeling bij een forensische polikliniek of een soortgelijke instelling, na het afronden van klinische opname, ook als dit inhoudt inname van voorgeschreven medicatie;

10. Verdachte zal niet van verblijfplaats veranderen dan na overleg met zijn behandelaren en de reclassering;

10. Verdachte zal niet zonder toestemming van zijn begeleiders en/of de reclassering zijn werkuren bij het dagbestedingtraject veranderen;

10. Verdachte zal geen omgang hebben met personen die zijn resocialisatie in gevaar (kunnen) brengen en stelt zich open op, inzake het aangaan van nieuwe relaties of bestaande relaties en heeft geen bezwaar dat deze op ‘gepaste en discrete’ wijze door de reclassering worden gescreend;

10. Verdachte zal zelfstandig geen contact opnemen (schriftelijk, telefonisch of via social media) of laten nemen met [slachtoffer], slachtoffer in deze, en zich voegen naar de conclusies van de reclassering en zijn behandelaren ten aanzien van het hebben van contact waarbij de veiligheid van het slachtoffer en de kinderen voldoende geborgd is;

10. Verdachte zal zich onthouden van alcohol- en druggebruik en zich niet onttrekken aan controles hierop;

10. Verdachte geeft inzicht in zijn financiën als daarom verzocht wordt en accepteert hiervoor begeleiding van de MJD van Fivoor of een soortgelijke instelling;

10. Verdachte zorgt ervoor dat hij altijd bereikbaar is voor zijn begeleiders en behandelaren;

10. Verdachte werkt, in het geval van een door de reclassering en behandelaren geïndiceerde crisissituatie, mee aan een tijdelijke terugplaatsing in de gesloten unit van de FPA of een soortgelijke instelling;

10. Verdachte werkt mee aan een Ambulant Forensisch Psychiatrisch Toezicht (FPT) bij een nader te indiceren klinische behandelsetting, ook als dit betekent een time-out opname van maximaal tweemaal een periode van 7 weken. Daarnaast worden er binnen het FPT afspraken gemaakt (na een klinisch traject) inzake onder andere tijdelijke crisisopvang.

Beveelt dat de terbeschikkingstelling met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.

Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Den Haag van 1 februari 2017, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 7 september 2012, onder parketnummer 13-660422-12, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 92 dagen.

Dit arrest is gewezen door mr. Chr.A. Baardman, mr. A. Kuijer en mr. R.F. de Knoop, in bijzijn van de griffier mr. M. Bazuin.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 11 juli 2018.