Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2018:1722

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
10-07-2018
Datum publicatie
28-01-2019
Zaaknummer
2200042418
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vernietiging van het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de kwalificatie van het bewezen verklaarde en verbetering van die kwalificatie; bevestiging van het vonnis voor het overige, met aanvulling met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-000424-18

Parketnummer: 10-188095-16

Datum uitspraak: 10 juli 2018

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 10 augustus 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [dag] 1997,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 26 juni 2018.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, met een proeftijd van 2 jaren alsmede tot een taakstraf voor de duur van 60 uren subsidiair 30 dagen hechtenis.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

hij, op of omstreeks 25 maart 2016 te Rotterdam en/of Zevenbergschenhoek, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, een of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader:

- optredende als bestuurder van een personenauto (Mazda), de inzittenden van een voertuig (potentiële kopers), op het terrein van tankstation [locatie] te Zevenbergschenhoek, aangesproken en gevraagd (in het Engels/Frans) "zaken?", en/of

- vervolgens die kopers geleid naar een andere locatie, te weten de [locatie 2] in Rotterdam, en/of

- aldaar die kopers geattendeerd op een personenauto (Audi) en daarbij (in het Frans) het woord "baas" toegevoegd, en/of

- optredende als bestuurder van die Audi aan die kopers gevraagd (in het Frans): "wat willen jullie hebben" en/of "wil je niet meer of wat anders?, heroïne?", en/of

- vervolgens die kopers voorgesteld om mee te gaan naar een huis.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ter zake het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof is van oordeel dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist, zodat het vonnis waarvan beroep met overneming van gronden behoort te worden bevestigd, behalve ten aanzien van de kwalificatie van het bewezenverklaarde feit, welke dient te luiden zoals hierna zal worden weergegeven.

Het vonnis moet op dit onderdeel worden vernietigd en in zoverre moet opnieuw worden rechtgedaan.

Voor het overige verenigt het hof zich met de gronden en beslissingen in het vonnis, met dien verstande dat het hof daarin de hierna te vermelde aanvulling aanbrengt.

Aangezien de verdachte na de datum waarop het door de eerste rechter bewezen verklaarde feit is gepleegd opnieuw tot straf is veroordeeld, zal het hof de in het vonnis waarvan beroep aangehaalde wetsartikelen aanvullen met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Het vonnis waarvan beroept dient derhalve – behoudens voor zover het wordt vernietigd – met de aanvulling als voormeld te worden bevestigd.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op:

medeplegen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, een ander trachten te bewegen om daartoe gelegenheid en inlichtingen te verschaffen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de kwalificatie van het bewezen verklaarde en doet in zoverre opnieuw recht.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door mr. E.F. Lagerwerf-Vergunst, mr. G. Knobbout en mr. Th.P.L. Bot, in bijzijn van de griffier mr. W. Jansen.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 10 juli 2018.

Mr. Th.P.L. Bot is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.