Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2018:1653

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
04-07-2018
Datum publicatie
12-07-2018
Zaaknummer
22-000210-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens diefstal tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken, met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-000210-18

Parketnummer: 09-817013-18

Datum uitspraak: 4 juli 2018

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 3 januari 2018 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortejaar] 1982 (land en plaats onbekend),

thans zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

adres in het buitenland [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 20 juni 2018.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken, met aftrek van voorarrest. Daarbij is de gevangenneming ter terechtzitting van de verdachte bevolen en is het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven op het moment dat die gelijk zou worden aan de opgelegde straf.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 02 januari 2018 te 's-Gravenhage een fles port, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan Hoogvliet BV, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Gevoerd verweer

De raadsman van de verdachte heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken, omdat – zakelijk weergegeven – op de stills van de camerabeelden die zich in het dossier bevinden geen wegneemhandeling te zien is. Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Uit het dossier volgt dat aangever [aangever] op de camerabeelden heeft gezien dat de verdachte zich enige tijd ophield in het gangpad waar zich de wijnen bevonden en daar een fles port pakte en in zijn tas stopte. Vervolgens liep de verdachte direct naar de kassa’s en werd zijn tas gecontroleerd.

Ook heeft verbalisant [verbalisant] de stills/screenshots van de camerabeelden bekeken en gezien dat de verdachte een fles uit het schap pakt en hier mee weg liep en vervolgens met de hand waarin hij de fles vast heeft een handeling pleegt bij zijn tas. Bij de tassencontrole werd in de tas van de verdachte een fles port aangetroffen. Gelet op de kassabon die zich in het dossier bevindt blijkt dat de betreffende fles port in het assortiment van Hoogvliet voorkomt.

Dat op de stills die zich in het dossier bevinden de wegneemhandeling niet is waar te nemen, zoals door de raadsman is gesteld, maakt zulks niet anders: de verbalisant relateert (p. 20) dat hij deze wegneemhandeling heeft kunnen waarnemen op de stills die door Hoogvliet hem zijn aangeleverd. De verbalisant relateert voorts dat hij (slechts) enkele van de screenshots als bijlage bij zijn proces-verbaal heeft gevoegd.

De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg dat hij de fles port al bij zich had toen hij de winkel binnenging vindt op geen enkele wijze steun in het dossier.

Gelet op het voorgaande – in onderling verband en samenhang bezien – acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de fles port bij Hoogvliet heeft gestolen. De verdachte had immers bij een tassencontrole een fles port uit het assortiment van Hoogvliet als heer en meester onder zich, hetgeen betekent dat die fles op enig moment in die tas is geplaatst, terwijl de verdachte voor de aanwezigheid van die fles in zijn tas geen enkele aannemelijke verklaring heeft gegeven. Het verweer wordt verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 02 januari 2018 te 's-Gravenhage een fles port, in elk geval enig goed, dat die geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan Hoogvliet BV, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een fles port. Daarmee heeft hij blijk gegeven van een gebrek aan respect voor andermans eigendom. Winkeldiefstal is een zeer ergerlijk feit dat bij winkeliers veel overlast en financiële schade veroorzaakt.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 1 juni 2018, waaruit blijkt dat de verdachte meermalen onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals dat rechtens geldt dan wel gold.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) weken.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. A.M.P. Gaakeer,

mr. I.P.A. van Engelen en mr. E. Mak, in bijzijn van de griffier mr. S. Johannes.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 4 juli 2018.

mr. E. Mak is buiten staat dit arrest te ondertekenen.