Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2018:1225

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
06-02-2018
Datum publicatie
24-05-2018
Zaaknummer
22-004352-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich samen met zijn mededader schuldig gemaakt aan diefstal en poging tot diefstal uit een voertuig.Het hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-004352-16

Parketnummer: 10-113701-16

Datum uitspraak: 6 februari 2018

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 28 september 2016 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1994,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 23 januari 2018.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1:
hij op of omstreeks 30 mei 2016 te Gorinchem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (personen)auto, merk Volkswagen, type Caddy, heeft weggenomen een navigatiesysteem, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of Volkswagen Leasing, in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), zulks nadat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), die weg te nemen navigatiesysteem onder zijn/hun bereik had(den) gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2:
hij op of omstreeks 30 mei 2016 te Gorinchem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (personen)auto, merk Volkswagen, type Golf, weg te nemen een navigatiesysteem, althans geld en/of goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, naar voornoemde (personen)auto zijn/is gegaan en/of met een schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig voorwerp, een navigatiesysteem uit het dashboard van voornoemde (personen)auto hebben/heeft getracht te forceren en/of te verbreken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd onder aanvulling van bewijsmiddelen, te weten de verklaringen van [getuige 1], [getuige 2] en van verbalisant [verbalisant], zoals die zijn afgelegd bij de raadsheer-commissaris.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet geheel verenigt.

Bewijsoverweging

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman betoogd dat de verdachte van de ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken. Ter onderbouwing van zijn betoog heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte ontkent de feiten te hebben gepleegd, hij was slechts op de verkeerde plaats op het verkeerde moment aanwezig. De raadsman stelt dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is. Zo verklaart medeverdachte [medeverdachte] in het verhoor bij de politie dat hij alleen was in de nacht waarin hij werd aangehouden (verhoor [medeverdachte] d.d. 30 mei 2016 p. 8). Daarnaast stelt de raadsman dat er geen technisch bewijs is aangezien noch het navigatiesysteem noch de schroevendraaier op vingerafdrukken zijn onderzocht. Er zijn alleen twee ooggetuigen die in het donker, met nauwelijks straatverlichting, slechts één persoon bij de auto waarnemen en later twee personen zien wegrennen. Er is niet continu zicht geweest op die twee personen, waardoor er niet met zekerheid vastgesteld kan worden dat het om één en dezelfde persoon gaat die door de twee getuigen is waargenomen en die vervolgens door verbalisant [verbalisant] is aangehouden.

Verbalisant [verbalisant] heeft weliswaar twee verdachten waargenomen, maar alleen bij de VW Golf waar feit 2 op ziet. Nu er 16 minuten tussen de twee gebeurtenissen zou zitten, zouden de feiten 1 en 2 anders beoordeeld moeten worden en zou er in ieder geval voor feit 1 vrijspraak moeten volgen.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Uit het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] (hierna: [getuige 2]) d.d. 30 mei 2016 (p. 27 e.v.) volgt dat getuige [getuige 2] omstreeks 01:35 een jongen ziet bij de in zijn straat geparkeerde auto van de buren, een Volkswagen Caddy. Hij omschrijft deze verdachte als volgt: een jongeman met slank postuur, ongeveer 175 cm lang, van Marokkaanse of Turkse afkomst met kort haar en hij is donker gekleed. Getuige [getuige 2] is toen naar de eerste etage gelopen om beter zicht op de situatie te kunnen krijgen. De vrouw van getuige [getuige 2], getuige [getuige 1], is inmiddels ook wakker geworden en belt op verzoek van haar man de politie. Getuige [getuige 2] ziet vervolgens de eerder omschreven verdachte met een andere jongen, met een oranje jas aan, weglopen vanuit de Palissade in de richting van het [x].

Het hof stelt vast dat niet weersproken is, dat de jongen met de oranje jas met zekerheid niet de onderhavige verdachte is.

Uit het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] (hierna: [getuige 1]) d.d. 30 mei 2016 (p. 19 e.v.) volgt dat getuige [getuige 1] omstreeks 01:30 uur wakker werd van haar man die twee verdachte mannen bij de auto van de buren zag staan. Vanuit het raam van de slaapkamer ziet zij naast de auto van de buren een hoofd van een man uitsteken. Terwijl zij de politie belde is zij naar de eerste etage gelopen. Vanuit de keuken ziet zij twee personen bij de auto van de buren staan (het hof begrijpt: de Volkswagen Caddy die eerder door getuige [getuige 2] werd omschreven) die zij als volgt omschrijft: een manspersoon met een slank postuur en kort donker haar, een oranje jack en een donkere broek, en een manspersoon met een slank postuur, kort donker haar met strakke contouren en een zwarte jas met een donkere broek. De twee mannen lopen weg bij de auto en getuige [getuige 1] ziet dat de manspersoon met de oranje jas een beeldscherm bij zich droeg van circa 30 centimeter. Na ongeveer 2 minuten komen de twee verdachten weer teruggelopen richting het [x], maar zonder het beeldscherm. Omdat de twee verdachten vervolgens uit het zicht van getuige [getuige 1] verdwenen, is zij naar de tweede etage gelopen. Daar ziet zij de man met de oranje jas bij een andere auto aan de bestuurderskant staan, waarna ze hem om de auto heen ziet lopen. Inmiddels heeft getuige [getuige 1] de politie weer gebeld om door te geven dat de twee verdachte mannen inmiddels bij het [x] bezig waren; de politie gaf aan er bijna te zijn en kort daarna ziet getuige [getuige 1] de donker geklede man die zij eerder had waargenomen voorbij rennen.

Uit het proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 mei 2016 (p. 3 e.v.) volgt dat de melding van een auto-inbraak om 01:42 uur is binnengekomen bij de politie. In opvolging van deze melding ziet verbalisant [verbalisant] om 01:58 uur twee hoofden boven een Volkswagen Golf uitsteken. De twee verdachten rennen beiden weg en vervolgens weet verbalisant [verbalisant] de verdachte aan te houden. De verbalisant omschrijft de twee verdachten als volgt: de één draagt donkere kleding en de ander draagt een feloranje jas. Na de aanhouding gaat verbalisant [verbalisant] terug naar de auto waar hij de twee hoofden boven zag uitsteken. Het betreft een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken]. Verbalisant [verbalisant] neemt dan schade aan de kapjes van het inbouwnavigatiesysteem van de Volkswagen Golf waar. De kapjes waren deels weggebogen om kennelijk het inbouwnavigatiesysteem middels braak uit het voertuig weg te kunnen nemen.

Gelet op het vorenstaande stelt het hof vast dat er een relatief korte periode is verstreken (te weten: 16 minuten) tussen de melding van de auto-inbraak en de aanhouding van de verdachte. Noch verbalisant [verbalisant], noch de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] hebben andere personen waargenomen op straat. Het door de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] opgegeven signalement van de twee personen die zij bij de Volkswagen Caddy hebben waargenomen komt in grote lijnen overeen met de omschrijving die verbalisant [verbalisant] geeft van de twee personen die hij bij de VW Golf ziet wegrennen. Verbalisant [verbalisant] heeft verklaard dat hij de beide verdachten samen zag wegrennen en ook dat ze iets naar elkaar riepen. Vast staat voorts dat beide verdachten elkaar kennen; verbalisant [verbalisant] heeft bij de Raadsheer Commissaris verklaard dat hij beide verdachten wel eens samen heeft gezien en de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij en de medeverdachte [medeverdachte] bekenden van elkaar zijn.

Alle voornoemde feiten en omstandigheden in aanmerking genomen houdt het hof het ervoor dat het niet anders kan zijn dan dat de in het donker geklede man de verdachte is geweest en dat hij zowel betrokken is bij de diefstal uit de Volkswagen Caddy als bij de poging diefstal uit de Volkswagen Golf.

Het ter terechtzitting in hoger beroep gevoerde verweer van de verdachte dat hij zich daar toevallig op straat bevond, omdat hij onderweg was naar zijn neef en dat hij alleen begon te rennen toen hij de politie zag, omdat hij nog een openstaande boete zou hebben acht het hof - op grond van het bovenstaande - derhalve niet aannemelijk. Het verweer wordt dus ook in zoverre verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:
hij op of omstreeks 30 mei 2016 te Gorinchem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (personen)auto, merk Volkswagen, type Caddy, heeft weggenomen een navigatiesysteem, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of Volkswagen Leasing, in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), zulks nadat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), die dat weg te nemen navigatiesysteem onder zijn/hun bereik had(den) gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2:
hij op of omstreeks 30 mei 2016 te Gorinchem ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (personen)auto, merk Volkswagen, type Golf, weg te nemen een navigatiesysteem, althans geld en/of goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, naar voornoemde (personen)auto zijn/is gegaan en/of met een schroevendraaier, althans een scherp en/of puntig voorwerp, een navigatiesysteem uit het dashboard van voornoemde (personen)auto hebben/heeft getracht te forceren en/of te verbreken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich samen met zijn mededader schuldig gemaakt aan diefstal en poging tot diefstal uit een voertuig. Dergelijke feiten veroorzaken naast materiële schade, gevoelens van onveiligheid in de samenleving. De verdachte heeft hier geen oog voor gehad en door zijn handelen slechts blijk gegeven geen enkel respect te hebben voor de persoonlijke eigendommen van anderen.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 4 januari 2018, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, waaronder een vermogensdelict.

Het hof is - alles afwegende – met de politierechter en de advocaat-generaal van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 45, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. A.S.I. van Delden,

mr. H.P.CH. van Dijk en mr. H.M.D. de Jong, in bijzijn van de griffier mr. M.S. Ferenczy.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 6 februari 2018.