Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2018:1127

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
09-05-2018
Datum publicatie
17-05-2018
Zaaknummer
22-000669-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft samen met zijn mededader in de nachtelijke uren een echtpaar in de tuin van hun woning opgewacht en overvallen. Er is veel geweld op hun toegepast, met de kennelijke bedoeling geld en\of goederen uit die woning buit te maken. Voorts heeft de verdachte gedurende een jaar harddrugs gedeald.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren en 6 maanden, met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-000669-16

Parketnummers: 10-680534-13 en 22-005967-10 (TUL)

Datum uitspraak: 9 mei 2018

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 9 februari 2016 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1993,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op

25 april 2018.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts is ten aanzien van het beslag, de vorderingen van de benadeelde partijen en de vordering tot tenuitvoerlegging beslist zoals nader in het vonnis waarvan beroep omschreven.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.
hij op of omstreeks 14 april 2013 te Hendrik-Ido-Ambacht om (ongeveer) 03.20 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, op een besloten erf waarop een woning staat, gelegen aan de [adres], alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen geld en/of goed(eren),

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met één of meer van zijn mededaders, althans alleen,

- over een hek van het perceel/besloten erf aan de [adres] is/zijn geklommen en/of

- een garagedeur heeft/hebben geopend en/of de sleutel van die/een garagedeur heeft/hebben verwijderd en/of

- die/een garage heeft/hebben betreden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen genoemde [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het meermalen, althans eenmaal,

- ( onverhoeds) (vanuit die/een garage) afrennen/afkomen op die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of

- vastpakken en/of wegduwen van die [benadeelde partij 2] en/of

- vastpakken in een zogenaamde houdgreep van die [benadeelde partij 1] en/of het met zijn, verdachtes, arm dichtduwen van de keel van die [benadeelde partij 1] en/of

- tonen en/of (nabij de keel) voorhouden van een mes aan die [benadeelde partij 1] en/of

- vastpakken en/of dichtknijpen van de keel van die [benadeelde partij 1] en/of

- bovenop die [benadeelde partij 1] gaan zitten, nadat die [benadeelde partij 1] op de grond terecht was gekomen en/of

- slaan en/of stompen tegen het hoofd en/of in het gezicht van die [benadeelde partij 1] en/of

- zeggen tegen die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2]:

* "Maak de deur open of ik maak je kinderen af!" en/of * "Mond dicht!" en/of

* "Pak de sleutel!" en/of

* "Hij moet meewerken anders maak ik hem dood!", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- tonen van een hamer aan die [benadeelde partij 1] en/of

- duwen tegen het lichaam van die [benadeelde partij 2], waardoor die [benadeelde partij 2] ten val kwam en/of

- slaan (met een voorwerp) tegen het lichaam van die [benadeelde partij 2] en/of

- vastpakken bij de kleding van die [benadeelde partij 2];

2.
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 mei 2011 tot en met 05 november 2013, in elk geval in de periode van 01 november 2012 tot en met 05 november 2013, te Zwijndrecht en/of Hendrik-Ido-Ambacht, in elk geval in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een of meerdere (gebruikers)hoeveelhe(i)d(en) cocaine, in elk geval een of meerdere (gebruikers)hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaine, zijnde cocaine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van voorarrest.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.
hij op of omstreeks 14 april 2013 te Hendrik-Ido-Ambacht om (ongeveer) 03.20 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, op een besloten erf waarop een woning staat, gelegen aan de [adres], alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen geld en/of goed(eren),

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met één of meer van zijn mededaders, althans alleen,

- over een hek van het perceel/besloten erf aan de [adres] is/zijn geklommen en/of

- een garagedeur heeft/hebben geopend en/of de sleutel van die/een garagedeur heeft/hebben verwijderd en/of

- die/een garage heeft/hebben betreden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen genoemde [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het meermalen, althans eenmaal,

- ( onverhoeds) (vanuit die/een garage) afrennen/afkomen op die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] en/of

- vastpakken en/of wegduwen van die [benadeelde partij 2] en/of

- vastpakken in een zogenaamde houdgreep van die [benadeelde partij 1] en/of het met zijn, verdachtes, arm dichtduwen van de keel van die [benadeelde partij 1] en/of

- tonen en/of (nabij de keel) voorhouden van een mes aan die [benadeelde partij 1] en/of

- vastpakken en/of dichtknijpen van de keel van die [benadeelde partij 1] en/of

- bovenop die [benadeelde partij 1] gaan zitten, nadat die [benadeelde partij 1] op de grond terecht was gekomen en/of

- slaan en/of stompen tegen het hoofd/of in het gezicht van die [benadeelde partij 1] en/of

- zeggen tegen die [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2]:

* "Maak de deur open of ik maak je kinderen af!" en/of * "Mond dicht!" en/of

* "Pak de sleutel!" en/of

* "Hij moet meewerken anders maak ik hem dood!", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of

- tonen van een hamer aan die [benadeelde partij 1] en/of

- duwen tegen het lichaam van die [benadeelde partij 2], waardoor die [benadeelde partij 2] ten val kwam en/of

- slaan (met een voorwerp) tegen het lichaam van die [benadeelde partij 2] en/of

- vastpakken bij de kleding van die [benadeelde partij 2];

2.
hij op een of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 5 november 2012 01 mei 2011 tot en met 05 november 2013, in elk geval in de periode van 01 november 2012 tot en met 05 november 2013, te Zwijndrecht en/of Hendrik-Ido-Ambacht, in elk geval in Nederland,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een of meerdere (gebruikers)hoeveelhe(i)d(en) cocaine, in elk geval een of meerdere (gebruikers)hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Bewijsmotivering

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep, overeenkomstig zijn overgelegde pleitnota, betoogd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde, nu – kort gezegd – niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte dit feit heeft begaan.

Uit het verhandelde ter terechtzitting en de gebezigde bewijsmiddelen stelt het hof de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 14 april 2013 hebben twee personen [benadeelde partij 1] en zijn vrouw [benadeelde partij 2] overvallen in de tuin van hun woning te Hendrik Ido Ambacht; de bedoeling van de overvallers was dat zij de woning zouden binnengaan.

[benadeelde partij 1] is eigenaar van het restaurant [x], gevestigd aan de [adres] te Hendrik-Ido-Ambacht. [benadeelde partij 1] en zijn vrouw zijn vanuit het restaurant om 03:15 uur naar huis gegaan. Bij de woning aangekomen vond [benadeelde partij 2] het vreemd dat de garagedeur op een kier stond. Op het moment dat zij de garagedeur wilde openen om te kijken wat er aan de hand was, stormden er twee mannen vanuit de garage op hen af. De mannen gebruikten geweld tegen de slachtoffers, bedreigden hen verbaal en met een mes en hadden een hamer afkomstig uit de garage van de slachtoffers. De overvallers zijn ervandoor gegaan toen een buurjongen op het lawaai afkwam. Zij zijn weggereden op een bromscooter.

Vervolgens werd nabij de plaats delict een aantal voorwerpen aangetroffen. In de groenstrook aan de achterzijde van de woning lagen een mes en een hamer. Achter de heg — op de overgang van de tuin van de slachtoffers en de buurman — werden onder meer een plastic ‘Bas-tas’ en een tie-wrap aangetroffen. Uit de door [benadeelde partij 1] ter beschikking gestelde camerabeelden blijkt dat de spullen zijn aangetroffen op de plek waar de overvallers — het slachtoffer heeft hen als de overvallers herkend op de beelden — de tuin van de slachtoffers meerdere malen hebben betreden. Uit de beelden blijkt voorts dat de overvallers al vanaf 23:45 uur, mogelijk met onderbrekingen, in de tuin van de slachtoffers aanwezig waren en meerdere malen van de heg naar de schuur/garage zijn gelopen. Voorts is gebleken dat de aangetroffen spullen niet toebehoorden aan de slachtoffers of de buren.

Op een van de handvatten van de ‘Bas-tas’ is een onvolledig DNA-hoofdprofiel van (minimaal) één man, de verdachte, aangetroffen. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met het aangetroffen DNA-profiel op de tas is kleiner dan 1 op 1 miljard.

Op de tie-wrap zijn DNA-nevenkenmerken aangetroffen van minimaal twee personen, waarbij de verdachte niet kan worden uitgesloten als celdonor.

Op de steel van de bij de overval gebruikte hamer (die tijdens de overval uit de garage van de slachtoffers is gepakt) is een DNA-mengprofiel van minimaal vier personen aangetroffen, onder wie de verdachte.

In de woning van de verdachte is een laptop in beslag genomen waarop de username “[naam]” is aangetroffen. Tijdens het politieonderzoek is gebleken dat de verdachte zich [naam] noemde en ook zo werd genoemd. Op deze laptop is — voorafgaande aan de overval — meerdere keren via de webbrowser gezocht op ‘openingstijden [x]’ (het restaurant van de slachtoffers) en kort voor de overval op beelden van een gewapende overval. Na de overval is gezocht op politieberichten uit de omgeving Zwijndrecht/Hendrik-Ido-Ambacht (deels gerelateerd aan de onderhavige poging overval).

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat de bromscooter die bij de overval is gebruikt ten tijde van het ten laste gelegde van hem was.

Dat het op een hengsel van de ‘Bas-tas’ aangetroffen DNA-profiel van de verdachte afkomstig is, heeft de verdediging niet betwist. Als verklaring voor de aanwezigheid van het profiel van de verdachte op het hengsel heeft de raadsman ter zitting in hoger beroep gesteld dat in de buddyseat van de scooter ‘sowieso altijd een boodschappentas’ zat. Het hof constateert dat de raadsman – en niet de verdachte – eerst in hoger beroep met deze verklaring voor de aanwezigheid van het DNA op het hengsel van de ‘Bas-tas’ komt, nadat de rechtbank in haar vonnis onder meer heeft overwogen dat de verdachte voor de aanwezigheid van het DNA op één van de aangetroffen spullen (de ‘Bas-tas’) geen plausibele verklaring heeft gegeven. Het hof constateert voorts dat een – plausibele – verklaring voor de overige DNA-sporen in hoger beroep nog steeds ontbreekt.

Het hof is van oordeel dat het wettig bewijs van het onder 1 ten laste gelegde aanwezig is. Voor de overtuiging van het hof is voorts van belang dat de verdachte tot aan de terechtzitting in hoger beroep heeft volgehouden ten tijde van het ten laste gelegde in Marokko te zijn geweest en dat hij hiertoe zelfs valse reisstempels in zijn paspoort heeft laten zetten.

De door de verdachte ter zitting in hoger beroep afgelegde verklaring over het hoe en waarom van dit valse alibi en het zetten van deze valse stempels vindt geen steun in het dossier en acht het hof niet geloofwaardig.

Op grond van de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan. Het hof verwerpt het verweer.

Het onder 2 ten laste gelegde is door de verdachte bekend overeenkomstig de bewezenverklaring door het hof.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

Poging tot diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd op een besloten erf waarop een woning staat en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft samen met zijn mededader in de nachtelijke uren een echtpaar in de tuin van zijn woning overvallen, met de kennelijke bedoeling geld en\of goederen uit die woning buit te maken. De verdachte en zijn mededader hebben het echtpaar opgewacht en hebben veel geweld op hen toegepast. Door aldus te handelen heeft de verdachte ernstig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. Slachtoffers van dergelijke feiten lijden dikwijls nog geruime tijd onder de psychische gevolgen van hetgeen hen is aangedaan. Dat dit in dit geval ook zo is komt duidelijk naar voren in de schriftelijke slachtofferverklaring. Bovendien brengen feiten als de onderhavige gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving teweeg.

Voorts heeft de verdachte gedurende een jaar harddrugs gedeald. De verdachte heeft hiermee een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit in het land. Door het gebruik van harddrugs wordt de volksgezondheid ernstig bedreigd. Drugs leiden bovendien veelal, direct en indirect, tot vele vormen van criminaliteit. De verdachte heeft hiervoor kennelijk geen enkel oog gehad en was slechts uit op eigen financieel gewin.

Het hof rekent het voorgaande de verdachte zwaar aan.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 11 april 2018, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke strafbare feiten als het onder 1 bewezen verklaarde. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Met betrekking tot het totale procesverloop overweegt het hof het volgende.

Nu de verdachte op 5 november 2013 in verzekering is gesteld en de rechtbank op 9 februari 2016 vonnis heeft gewezen, is de behandeling niet binnen twee jaren afgerond en is er sprake van een overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg.

Vervolgens heeft de verdediging op 9 februari 2016 hoger beroep ingesteld. Nu het hof niet binnen twee jaren hierna arrest heeft gewezen, namelijk eerst op 9 mei 2018, is er tevens sprake van een overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep.

Het hof stelt evenwel vast dat de vertraging die is opgetreden in eerste aanleg en in hoger beroep in belangrijke mate is veroorzaakt door op verzoek van de verdediging verricht onderzoek, dat achteraf – gelet op de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep – onnodig is gebleken. Gelet hierop verbindt het hof aan deze overschrijdingen geen gevolgen en volstaat het met de enkele constatering van de overschrijding.

Het hof is – alles afwegende – van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Beslag

Met behulp van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven paspoort van de verdachte is de opsporing van het onder 1 ten laste gelegde en bewezen verklaarde belemmerd. De verdachte heeft namelijk geprobeerd zich met het paspoort een alibi te verschaffen. Nu door de autoriteiten van Marokko is vastgesteld dat in het paspoort van de verdachte een valse stempelafdruk is aangebracht, is het ongecontroleerde bezit van het paspoort in strijd met de wet. Het paspoort dient daarom te worden onttrokken aan het verkeer.

Het hof kan niet vaststellen dat de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten een Nokia GSM (zwart met goednummer [-]), een Nokia GSM (zwart met goednummer [-]) en een Blackberry GSM (wit met goednummer [-]) voorwerpen zijn met behulp waarvan het onder 2 bewezen verklaarde is begaan. Het hof zal gelasten dat deze voorwerpen worden teruggegeven aan de verdachte.

Vordering tot schadevergoeding van [benadeelde partij 1]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 19.691,90, te vermeerderen met de wettelijke rente.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 19.691,90.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 2.000,00 aan immateriële schade, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is, als het hof tot een bewezenverklaring zou komen, namens de verdachte deels betwist.

Het hof is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezen verklaarde. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot een bedrag van € 2.000,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 april 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 2.000,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente, aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1].

Vordering tot schadevergoeding van [benadeelde partij 2]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 2.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 2000,00.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is, als het hof tot een bewezenverklaring zou komen, door en namens de verdachte niet betwist.

Het hof is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezen verklaarde. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot het gevorderde bedrag, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 april 2013 tot aan de dag der algehele voldoening.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 2]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 2.000,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente, aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 2].

Vordering tot tenuitvoerlegging

Bij arrest van het gerechtshof Den Haag van 13 juli 2012, onder parketnummer 22-005967-10, is de verdachte – voor zover thans van belang – veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 720 dagen, met bevel dat een gedeelte van die jeugddetentie, te weten 366 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd van twee jaren niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gepersisteerd bij de in eerste aanleg ingediende vordering van het Openbaar Ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet ten uitvoer gelegde straf, op grond dat de verdachte de hiervoor bedoelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd.

In hoger beroep is komen vast te staan dat de verdachte de genoemde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd. De verdachte heeft immers de in de onderhavige strafzaak bewezen verklaarde feiten begaan terwijl de hiervoor bedoelde proeftijd nog niet was verstreken.

De vordering van het Openbaar Ministerie tot tenuitvoerlegging van die niet ten uitvoer gelegde straf is derhalve gegrond. Het hof zal daarom de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Nu de veroordeelde inmiddels de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt en hij naar het oordeel van het hof niet meer in aanmerking komt voor jeugddetentie, zal het hof – gelet op artikel 77dd lid 3 van het Wetboek van Strafrecht – bepalen dat de jeugddetentie voor de duur van 366 dagen als gevangenisstraf van gelijke duur ten uitvoer zal worden gelegd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 24, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 45, 47, 57, 63 en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren en 6 (zes) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

  • -

    [-] Nokia GSM (zwart);

  • -

    [-]Nokia GSM (zwart);

  • -

    [-] Blackberry GSM (wit).

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

- [-] [-]Paspoort.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 2.000,00 (tweeduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 14 april 2013.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 1], ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 2.000,00 (tweeduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 14 april 2013.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 2.000,00 (tweeduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 14 april 2013.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 2], ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 2.000,00 (tweeduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 14 april 2013.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij arrest van het gerechtshof Den Haag van 13 juli 2012, onder parketnummer 22-005967-10, te weten een jeugddetentie voor de duur van 366 dagen, te vervangen door een gevangenisstraf voor de duur van 366 (driehonderdzesenzestig) dagen.

Dit arrest is gewezen door mr. M.J. de Haan-Boerdijk,

mr. S.A.J. van 't Hul en mr. M.J.J. van den Honert, in bijzijn van de griffier mr. A.F. Verbunt.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 9 mei 2018.

Mr. M.J.J. van den Honert is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.