Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2017:971

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
07-03-2017
Datum publicatie
13-04-2017
Zaaknummer
22-004732-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

De klager heeft zich schuldig gemaakt aan art. 164 Wegenverkeerswet. Bij niet onherroepelijk vonnis van de politierechter is klager als verdachte veroordeeld tot een geldboete van 1000 (duizend) euro. Daarnaast is de klager in afwijking van de vordering van de officier van justitie geheel onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 9 maanden opgelegd.

Het hof verklaart het beklag gegrond en gelast de teruggave van het rijbewijs aan de klager.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2017/97
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

meervoudige raadkamer

BESCHIKKING

gegeven op een ter griffie van dit gerechtshof ingediend klaagschrift ex artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994, ingediend namens de belanghebbende:

[verdachte],

geboren op [geboortejaar] 1975 te [geboorteplaats] (Roemenië),

[adres],

hierna te noemen: klager,

in de onderhavige procedure domicilie kiezend ten kantore van zijn advocaat, mr. H. van Asselt, aan de Vijfhuizenberg 50 te 4708 AL Roosendaal.

Procesgang

Op 26 juni 2016 te Rotterdam is het rijbewijs van klager door de politie ingevorderd, nadat de verdenking was gerezen dat klager alstoen en aldaar onder invloed van alcoholhoudende drank aan het verkeer had deelgenomen. De inhouding van het rijbewijs krachtens beslissing van de officier van justitie duurt nog voort, naar klager onweersproken heeft gesteld, tot 23 maart 2017.

Bij niet onherroepelijk vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 6 oktober 2016 is klager als verdachte van voormeld feit veroordeeld tot een geldboete van € 1.000,- en een – in afwijking van de vordering van de officier van justitie geheel onvoorwaardelijke - ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 9 maanden.

Namens de veroordeelde is op 25 november 2016 een klaagschrift strekkende tot teruggave van het rijbewijs van klager ingediend.

Het hof heeft het klaagschrift op 7 maart 2017 in het openbaar in raadkamer behandeld. In raadkamer is gehoord de advocaat-generaal mr. P. Blanken. De klager en zijn advocaat, mr. H. van Asselt, zijn overeenkomstig het faxbericht van de advocaat d.d. 6 maart 2017 niet verschenen.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het klaagschrift.

Beoordeling van het klaagschrift

Het hof stelt vast dat het klaagschrift op 25 november 2016 is ingediend en dat de schriftelijke conclusie van het Openbaar Ministerie reeds op 14 december 2016 tot stand is gekomen. Het hof is van oordeel dat (aanbieding ter) appointering van de behandeling van een dergelijke zaak voor een datum die slechts twee weken voor expiratiedatum van de invordering is gelegen, hoger beroep in de hoofdzaak voor zover het zich richt tegen de rij-ontzegging zo goed als illusoir maakt.

Bij die stand van zaken wegen de belangen van een klager die stelt bij teruggave (dringend) belang te hebben reeds naar hun aard steeds zwaar. Om die reden acht het hof het klaagschrift in deze zaak, waarin de klager stelt een blanco strafblad te hebben en zonder het rijbewijs zijn werkzaamheden niet te kunnen uitvoeren, gegrond en zal het de teruggave van het rijbewijs aan klager gelasten.

Beslissing:

Het hof:

verklaart het beklag gegrond,

gelast de teruggave van het rijbewijs aan de klager.

Deze beschikking is gegeven door

mr. S.A.J. van ‘t Hul, voorzitter,

mr. C.G.M. van Rijnberk en mr. R.M. Bouritius, leden,

in bijzijn van de griffier mr. M. Bazuin, en op 7 maart 2017 in het openbaar uitgesproken.

Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.