Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2017:648

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
01-03-2017
Datum publicatie
14-03-2017
Zaaknummer
200.193.308/01
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Ontslag vereffenaar. Rekening en verantwoording.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JERF 2018/81
ERF-Updates.nl 2017-0145
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Uitspraak : 1 maart 2017

Zaaknummer : 200.193.308/01

Rekestnummer rechtbank : HA RK 15-579

Zaaknummer rechtbank : C/09/502440 / HA RK 15-579

[appellante] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: appellante,

advocaat mr. M.D. Wisman te Amsterdam,

tegen

1. [vereffenaar 1] ,

2. [vereffenaar 2] ,

3. [vereffenaar 3] ,

allen in hun hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap

van na te noemen erflater,

verweerders,

hierna te noemen: de vereffenaars,

advocaat mr. P.G. Knoppers te Amsterdam.

Als belanghebbenden zijn aangemerkt:

4. [belanghebbende 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: [belanghebbende 1] ,

advocaat mr. P.W.M. Steenbergen te Voorhout, gemeente Teylingen,

5. [belanghebbende 2] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: [belanghebbende 2] ,

6. [belanghebbende 3] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna te noemen: [belanghebbende 3] ,

hierna tezamen ook aan te duiden als: de belanghebbenden.

PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP

Appellante is op 13 juni 2016 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 12 mei 2016 van de rechtbank Den Haag, hierna: de bestreden beschikking.

De vereffenaars hebben op 28 juli 2016 een verweerschrift ingediend.

[belanghebbende 1] heeft op 25 augustus 2016 een verweerschrift ingediend.

Bij het hof zijn voorts de volgende stukken ingekomen:

van de zijde van appellante:

- op 2 december 2016 een brief van 1 december 2016 met als bijlage een V-formulier van diezelfde datum met bijlagen;

- op 13 december 2017 een V-formulier van diezelfde datum met bijlagen;

van de zijde van de vereffenaars:

- op 5 december 2016 een brief van diezelfde datum met als bijlage een V-formulier van diezelfde datum met bijlage.

De zaak is op 16 december 2016 mondeling behandeld door mr. A.H.N. Stollenwerck als raadsheer-commissaris. Partijen hebben voor de aanvang van de mondelinge behandeling hiertegen desgevraagd geen bezwaar gemaakt.

Ter zitting waren aanwezig:

- appellante, bijgestaan door haar advocaat;

- de vereffenaars genoemd onder sub 1 en sub 2, bijgestaan door hun advocaat;

- de advocaat van [belanghebbende 1] ;

- [belanghebbende 2] .

De vereffenaar genoemd onder sub 3, [belanghebbende 1] en [belanghebbende 3] zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

De advocaat van appellante heeft ter zitting pleitnotities overgelegd.

De vereffenaars zijn, volgens afspraak ter zitting, in de gelegenheid gesteld nog schriftelijk te reageren op de voormelde stukken van 2 december 2016 van de zijde van appellante, welke stukken de vereffenaars niet hadden bereikt.

Overeenkomstig deze afspraak is van de zijde van de vereffenaars het volgende stuk bij het hof ingekomen:

- op 24 januari 2017 een V-formulier van diezelfde datum met bijlage.

Op dit stuk heeft [belanghebbende 2] bij fax van 15 februari 2017 nog gereageerd. Daargelaten dat dit stuk enkel aan het hof is toegezonden, zal het hof daar geen rekening mee houden omdat dit een ongevraagde reactie is van [belanghebbende 2] .

PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN

Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking.

Bij die beschikking zijn de verzoeken van appellante om schorsing en ontslag van de vereffenaars, de benoeming van een nieuwe vereffenaar en om de vereffenaars te bevelen aan de opvolgend vereffenaar rekening en verantwoording af te leggen en het beheer over de nalatenschap te verschaffen, afgewezen.

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen.

BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP

1. Het hof begrijpt uit het petitum in samenhang bezien met de aangevoerde gronden dat alleen hoger beroep wordt ingesteld tegen de afwijzing van de verzoeken van appellante voor zover deze zien op het ontslag van de vereffenaars.

2. In geschil zijn het ontslag van de vereffenaars en de benoeming van een opvolgend vereffenaar van de nalatenschap van [erflater] , overleden op 18 oktober 2014 te [plaats] (Spanje), hierna: erflater. Erflater was de vader van appellante en de belanghebbenden. Appellante en de belanghebbenden zijn de enige erfgenamen van erflater.

3. Appellante verzoekt bij beschikking, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te vernietigen de bestreden beschikking, waarin de rechtbank de verzoeken van appellante heeft afgewezen, het hof begrijpt: voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en opnieuw rechtdoende:

  • -

    de vereffenaars te ontslaan als vereffenaars van de nalatenschap van [erflater] ;

  • -

    een opvolgend vereffenaar te benoemen;

  • -

    de vereffenaars te bevelen aan de opvolgend vereffenaar rekening en verantwoording met betrekking tot hun beheer af te leggen, alsmede laatstgenoemde het beheer over de nalatenschap te verschaffen;

  • -

    de vereffenaars te veroordelen in de kosten van deze procedure.

4. De vereffenaars bestrijden het beroep en verzoeken het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen, met veroordeling van appellante in de kosten van deze procedure, althans met het verzoek te bepalen dat de kosten van deze procedure ten laste van de nalatenschap komen, te vermeerderen met de wettelijke rente over die proceskosten ex artikel 6:119 BW vanaf de datum van het vonnis (het hof begrijpt: de beschikking) tot aan de dag der algehele voldoening en verzoeken het hof voor zover mogelijk deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

5. [belanghebbende 1] bestrijdt het beroep en verzoekt het hof om het verzoek van appellante af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen, met veroordeling van appellante in de kosten van dit geding en in het geding in eerste instantie, inclusief de kosten van de advocaat van de vereffenaar, een en ander te verrekenen met haar erfdeel.

6. Appellante stelt zich op het standpunt dat de vereffenaars zodanig tekortschieten, dat van appellante niet kan worden gevergd dat de nalatenschap waarin zij deelgenoot is nog langer wordt beheerd door de aangestelde vereffenaars. Volgens appellante zijn er gewichtige gronden voor hun ontslag. Zij voert daartoe - kort weergegeven - het volgende aan:

- de handelwijze van de vereffenaars en het uitblijven van acties en voortgang ten aanzien van de aanvaarding en afgifte van het legaat van de woning te Spanje, het beheer van die woning en het uitblijven van een beheersregeling;

- het ontbreken van een boedelbeschrijving bijna een jaar na de aanstelling van de vereffenaars;

- het ontbreken van een mutatieoverzicht anderhalf jaar na het overlijden van erflater en bijna een jaar na de benoeming van de vereffenaars;

- de vereffenaars boeken op de punten die er toe doen te weinig vooruitgang terwijl er wel tijd en geld wordt besteed aan punten die er niet toe doen (zoals wijzen op de mogelijkheid van mediation);

- de vereffenaars zijn nalatig en traag geweest ten aanzien van de auto’s van erflater in Spanje (personenauto en camper);

- geconcludeerd kan worden dat de vereffenaars niet voortvarend te werk zijn gegaan;

- dat een deel van het vermogen zich in Spanje bevindt, brengt niet mee dat de afwikkeling van de nalatenschap minder spoedig zal verlopen dan wanneer het gehele vermogen zich in Nederland bevindt;

- het feit dat er onder de erfgenamen geen eenstemmigheid bestaat, heeft niet tot gevolg dat de vereffening niet in korte tijd zal kunnen worden afgerond;

- de brief van appellante van juli 2015 heeft de spoedige afwikkeling van de nalatenschap niet vertraagd;

- het gebrek aan communicatie, het uitblijven van communicatie, het niet beantwoorden van brieven en het niet gelijkelijk informeren van alle erfgenamen vormt een gewichtige reden voor ontslag van de vereffenaars;

- de vereffenaars hebben [belanghebbende 1] op ongeoorloofde wijze de hand boven het hoofd gehouden. Zulks is in strijd met de belangen van de overige deelgenoten en tevens in strijd met behoorlijk vereffenaarschap.

7. De vereffenaars verweren zich daartegen als volgt:

- appellante geeft met haar grieven een onjuiste weergave van de feiten en komt niet met nieuwe feiten of bewijsstukken. Haar beroepschrift is een herhaling van zetten;

- de door appellante aangevoerde redenen voor ontslag zijn subjectieve belevenissen van appellante die niet tot ontslag van de vereffenaars kunnen leiden;

- de vereffenaars betwisten dat zij in ernstige mate zouden zijn tekortgeschoten in de nakoming van hun verplichtingen. Er zijn derhalve geen gewichtige redenen voor ontslag;

- de rechtbank heeft alle door appellante aangevoerde naar haar mening gewichtige redenen tot ontslag van de vereffenaars beoordeeld en terecht geconstateerd dat geen reden voor ontslag bestaat;

- de vereffenaars lichten naar aanleiding van de grieven een en ander nog eens nader toe, onder andere waarom het legaat van het huis in Spanje niet zomaar kan worden afgegeven aangezien daar een inbreng-/verrekeningsverplichting van [belanghebbende 1] tegenover staat, waarvoor zij nog financiering moest regelen. Het feitelijk beheer van die woning is eerst aan de schoonmaakster aldaar overgelaten om kosten te sparen. Appellante was hiervan op de hoogte en heeft het hof dus ter zake onvolledig geïnformeerd. De vereffenaars hebben wel degelijk een boedelbeschrijving opgemaakt. Zij gaan daarbij zorgvuldig te werk en dat kost tijd. Het opstellen van een mutatieoverzicht is onderdeel van het afleggen van rekening en verantwoording. Neerlegging en bekendmaking van een rekening en verantwoording en uitdelingslijst (art 4:218 lid 1 BW) was niet verplicht omdat alle bekende schuldeisers, behalve [belanghebbende 1] als legataris, voor 21 mei 2016 zijn voldaan. Dat [belanghebbende 1] als voormalig executeur nog geen rekening en verantwoording heeft afgelegd, is de vereffenaars niet toe te rekenen. Zij hebben haar diverse malen gesommeerd en zij heeft toegezegd dit spoedig te doen. De vereffenaars hebben de erfgenamen op 13 april 2016 een mutatieoverzicht gezonden. De vereffenaars gaan voldoende voortvarend te werk. Het voorstel tot mediation, gedaan in verband met de onenigheid tussen de erfgenamen, is juist gedaan ter bespoediging van de afhandeling van de nalatenschap. De vereffenaars konden ten aanzien van de auto’s niet sneller handelen aangezien niet duidelijk was of deze nog tot de nalatenschap behoorden en de erfgenamen weigeren relevante informatie te verschaffen over de gestelde schenking van de camper aan [belanghebbende 3] . De vereffenaars hebben de vereffening direct na hun benoeming opgestart. Een vereffeningsprocedure kost tijd, mede aangezien het meeste vermogen van de nalatenschap zich in Spanje bevindt en de erfgenamen het niet met elkaar eens zijn. Er is geen sprake van een ‘eenvoudige nalatenschap’. De uitgebreide correspondentie van appellante (reeds één maand na de benoeming van de vereffenaars) en de door appellante gevoerde procedures in eerste aanleg en hoger beroep zorgen voor vertraging van de afwikkeling van de boedel. De vereffenaars verwijzen voor een volledig overzicht van hun werkzaamheden naar productie C bij het verweerschrift. De vereffenaars hebben steeds op de brieven van appellante gereageerd. Niet gebleken is dat de vereffenaars niet alle erfgenamen gelijkelijk hebben geïnformeerd. Dat appellante wordt achtergesteld en dat er informatie wordt achtergehouden is niet op feiten gebaseerd, maar op subjectieve belevenissen van appellante. De vereffenaars zijn professioneel een handelen uitsluitend in het belang van de nalatenschap en de schuldeisers van de nalatenschap.

8. [belanghebbende 1] sluit zich aan bij het verweerschrift van de vereffenaars en verwijst naar haar eigen verweerschrift in eerste aanleg. Voorts voert zij nog het volgende aan:

- het beroepschrift is een herhaling van zetten en identiek aan het inleidend verzoekschrift van appellante;

- door steeds maar weer procedures aan te spannen, vertraagt appellante de afwikkeling van de nalatenschap en jaagt zij de boedel alleen maar op kosten;

- de vereffenaars tref geen blaam. Zij zijn zeer goed in staat gebleken de nalatenschap af te wikkelen.

9. [belanghebbende 2] heeft ter terechtzitting verklaard volledig achter appellante te staan. Volgens [belanghebbende 2] wisten de vereffenaars dat [belanghebbende 1] de woning in Spanje verhuurklaar zou maken, maar hebben zij nooit een beheersregeling met [belanghebbende 1] getroffen. De vereffenaars hadden haar moeten vragen de sleutels over te dragen of andere sloten moeten plaatsen, aldus [belanghebbende 2] . Voorts hebben de vereffenaars verzuimd de inbreng van giften en de voldoening van een vordering te regelen. [belanghebbende 2] klaagt dat nooit een gesprek met de vereffenaars heeft plaatsgevonden en dat op zijn e-mails niet wordt gereageerd. Hij wenst de benoeming van een andere vereffenaar.

10. Het hof overweegt als volgt. Het ontslag van de vereffenaars op verzoek van een erfgename kan slechts worden verleend wanneer sprake is van gewichtige redenen als bedoeld in artikel 4:206 lid 5 BW. Daarvan is sprake indien de vereffenaar in ernstige mate tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen of daartoe ongeschikt is.

11. Uit de stukken en het ter terechtzitting verhandelde is gebleken dat de vereffening van de nalatenschap in een vergevorderd stadium verkeert. De bankrekeningen die erflater in Spanje hield, zijn opgeheven, een andere rekening bleek niet op zijn naam te staan. Hetgeen thans nog resteert is de afgifte van het legaat van de woning in Spanje. De legataris [belanghebbende 1] heeft op 10 augustus 2016 de door erflater bepaalde inbreng van € 200.000,- voldaan. De (formele) levering in Spanje moet nog plaatsvinden, maar feitelijk heeft [belanghebbende 1] de woning in bezit als ware zij eigenaresse van het onroerend goed. Zij heeft aangeboden de kosten van het onroerend goed vanaf 1 januari 2015 voor haar rekening te nemen. Van de zijde van [belanghebbende 1] is ontkend dat zij de woning in Spanje zou gebruiken. Zij zou de woning alleen onderhouden en elders overnachten. Dat de afwikkeling van de nalatenschap geruime tijd kost, kan aan appellante worden toegegeven, maar het feit dat nalatenschapsgoederen in het buitenland zijn gelegen, is er ongetwijfeld mede debet aan dat de vereffening minder voortvarend kan worden voltooid dan - ook door de vereffenaars - gewenst.

12. De vereffenaars vertegenwoordigen de erfgenamen in en buiten rechte. Het is naar het oordeel van het hof in beginsel aan de vereffenaars te bepalen wie het beheer voert ten aanzien van een in het buitenland gelegen onroerend goed. Dit geldt temeer nu de legataris - die inmiddels aan haar verplichting tot inbreng van de waarde van het onroerend goed in de nalatenschap heeft voldaan - dit beheer voert, dan wel heeft gevoerd. Dat de vereffenaars [belanghebbende 1] het beheer hebben doen voeren, is derhalve geen gewichtige reden voor ontslag.

13. De verwijten die appellante - en kennelijk ook [belanghebbende 2] - de vereffenaars maakt, komen er naar het oordeel van het hof in de kern op neer dat zij ten onrechte kosten zouden maken ten laste van de boedel. De vraag of dit het geval is komt in deze casus echter pas aan de orde in de volgende fase van de vereffening, namelijk indien de vereffenaars op de voet van artikel 4:221 lid 3 BW na voltooiing van de vereffening rekening en verantwoording afleggen aan degenen die recht hebben op de afgifte van het overschot van de nalatenschap, in casu de erfgenamen. Appellante heeft immers niet bestreden dat de vereffenaars ingevolge artikel 4:221 lid 2 geen rekening en verantwoording en een uitdelingslijst behoeven neer te leggen binnen de termijn als bedoeld in artikel 4:218 lid 1 BW, zodat het hof daarvan uitgaat. Ook in zoverre treffen de grieven van appellante geen doel.

14. Gelet op het vooroverwogene, komt het hof tot de conclusie dat geen sprake is van een gewichtige reden voor ontslag van de vereffenaars. Dit nog daargelaten dat het ontslag van de huidige vereffenaars, gelet op het stadium waarin de afwikkeling van de nalatenschap zich bevindt, het hof ongewenst voorkomt omdat zulks kostenverhogend en vertragend zal werken.

15. Hetgeen partijen over en weer nog naar voren hebben gebracht, behoeft geen nadere bespreking nu dit niet tot een ander oordeel kan leiden.

16. Gelet op de familierechtelijke relatie tussen de erfgenamen (appellante, [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] ), zal het hof bepalen dat iedere erfgenaam de eigen proceskosten dient te dragen. Het hof zal voorts appellante, als de in het ongelijk gestelde partij, veroordelen in de kosten van het geding in hoger beroep van de vereffenaars. Het hof zal de door de vereffenaars gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toewijzen met inachtneming van de termijn als hierna in de beslissing aangegeven. Andersluidende verzoeken zullen worden afgewezen.

17. Mitsdien wordt als volgt beslist.

BESLISSING OP HET HOGER BEROEP

Het hof:

bekrachtigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen;

bepaalt dat iedere erfgenaam de eigen kosten van het geding in hoger beroep draagt;

veroordeelt appellante in de kosten van het geding in hoger beroep van de vereffenaars, tot aan deze beschikking begroot op € 2.102,- en gespecificeerd als volgt:

- € 314,- griffierecht;

- € 1.788,- salaris advocaat,

te vermeerderen met de wettelijke rente over die proceskosten ex artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na deze beschikking tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het in hoger beroep meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. A.H.N. Stollenwerck, A.E. Sutorius-van Hees en L.N. A. van Veen, bijgestaan door mr. T. de Witte-Renkema als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 maart 2017.