Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2017:4302

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
18-07-2017
Datum publicatie
28-08-2020
Zaaknummer
200.214.450
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHDHA:2017:4301
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

hoger beroep tegen toegewezen voorlopig deskundigenonderzoek; doorbrekingsgrond; kosten deskundige

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.214.450/01

Rekestnummer rechtbank : C/09/520209 / HA RK 16-525

Beschikking van 18 juli 2017

in de zaak van

1. [appellant] ,

wonende te [woonplaats 1],

2. Stichting Reinier de Graaf Groep,

gevestigd te Delft,

3. OWM Centramed B.A.,

gevestigd te Zoetermeer,

verzoekers in hoger beroep,

hierna respectievelijk te noemen: [appellant] , Reinier de Graaf en Centramed,

en gezamenlijk: [appellant] c.s.,

advocaat: mr. M. Christe te Utrecht,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats 2],

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr. E.W. Bosch te Honselersdijk.

De verdere beoordeling

1. Bij tussenbeschikking van 11 juli 2017 heeft het hof partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de kosten van het voorschot van de deskundige Willems. De medewerker deskundigenbenoeming van het hof heeft aanvullend de brief van 8 maart 2017 met kostenbegroting van de deskundige aan de advocaten van partijen gemaild. Bij faxbericht van 11 juli 2017 heeft de advocaat van [geïntimeerde] verklaard dat [geïntimeerde] geen bezwaar heeft tegen de kostenbegroting, en bij faxbericht van 13 juli 2017 heeft ook de (vervanger van de) advocaat van [appellant] c.s. laten weten dat van de zijde van [appellant] c.s. tegen de begroting geen bezwaar bestaat. Nu ook het hof zich in de hoogte van het voorschot kan vinden, betekent dit dat de bestreden beschikking voor wat betreft de hoogte van het voorschot in stand kan blijven.

2. In zijn tussenbeschikking van 11 juli 2017 heeft het hof reeds overwogen dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven voor zover daarin is bepaald dat [appellant] c.s. het voorschot dient te betalen, en dat het hof – opnieuw rechtdoende – zal bepalen dat het voorschot in debet wordt gesteld en dat de zaak naar de rechtbank zal worden verwezen ter verdere begeleiding van het deskundigenonderzoek.

3. Het hof ziet geen aanleiding voor een kostenveroordeling in hoger beroep.

Beslissing

Het hof:

- vernietigt de tussen partijen gewezen beschikking van de rechtbank Den Haag, team handel, van 22 maart 2017, doch uitsluitend voor wat betreft onderdeel 3.4 en 3.5 onder het kopje "het voorschot";

en in zoverre opnieuw rechtdoende:

- bepaalt dat de griffier van de rechtbank het door de deskundige begrote bedrag van € 4.216,85, inclusief BTW voorlopig in debet zal stellen;

- verstaat dat de griffier van de rechtbank de deskundige onverwijld in kennis zal stellen van de in debet stelling van dit bedrag;

- bekrachtigt de beschikking voor het overige;

- verwijst de zaak naar de rechtbank ter verdere begeleiding van het deskundigenonderzoek.

Deze beschikking is gegeven door mrs. M.J. van der Ven, P.M. Verbeek en H.M. Wattendorff, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 juli 2017 in aanwezigheid van de griffier.