Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2017:4254

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
25-10-2017
Datum publicatie
10-09-2018
Zaaknummer
22-001008-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich in één maand tijd schuldig gemaakt aan inbraken in vijf verschillende strandtenten.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-001008-17

Parketnummer: 09-818484-16

Datum uitspraak: 25 oktober 2017

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 16 februari 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1986,

thans gedetineerd [PI].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof op 4 juli 2017 en 11 oktober 2017.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 3 primair ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 2, 3 subsidiair, 4 primair, 5 primair, 6 primair, 7 en 8 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig maanden met aftrek van voorarrest.

Voorts is beslist omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen en zijn schadevergoedingsmaatregelen opgelegd als vermeld in het vonnis. Tevens is beslist omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen als vermeld in het vonnis.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

1:


hij op of omstreeks 30 juli 2016 te Katwijk tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een strandtent gevestigd aan de [adres] heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer EUR 490, in elk geval enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen geldbedrag en/of goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

2:

hij op of omstreeks 30 juli 2016 te Katwijk tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een strandtent gevestigd aan de [adres 2], heeft weggenomen een kluis, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 3] en/of [benadeelde partij 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die weg te nemen kluis en/of goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3:


hij in of omstreeks de periode van 7 maart 2016 tot en met 10 maart 2016 te Katwijk tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen uit (een) strandhuisje(s) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (telkens) heeft weggenomen televisies en/of beddengoed en/of handdoeken (voorzien van bedrijfslogo [benadeelde partij 6]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 5] en/of [benadeelde partij 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, zulks (telkens) na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen beddengoed en/of handdoeken onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;


Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezen-verklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


hij op of omstreeks 10 maart 2016 te Wassenaar, (een) goed(eren) te weten beddengoed en/of handdoeken (voorzien van bedrijfslogo [benadeelde partij 6]) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit/die goed(eren) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

4:


hij op of omstreeks 20 juni 2016 te Wassenaar tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een strandtent gevestigd aan de [adres 3] heeft weggenomen een koffie automaat en/of koffiemolen en/of een kruiwagen en/of fleecedekens, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 7] en/of [benadeelde partij 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, zulks na die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezen-verklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


hij in of omstreeks de periode van 20 juni 2016 tot en met 23 juni 2016 te Wassenaar, althans in Nederland, (een) goed(eren) te weten een koffieautomaat en/of een koffiemolen en/of fleecedekens heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit/die goed(eren) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

5:


hij op of omstreeks 4 juli 2016 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een strandtent gevestigd aan de [adres 4] heeft weggenomen twee draaitafels (merk Pioneer) en/of een (rug)zak en/of een geldbedrag van ongeveer EUR 1300, in elk geval enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 9] en/of [benadeelde partij 10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezen-verklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 4 juli 2016 tot en met 5 juli 2016 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, (een) goed(eren) te weten twee draaitafels (merk Pioneer) en/of een (rug)zak en/of een geldbedrag van ongeveer EUR 1300 heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit/die goed(eren) wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

6:


hij op of omstreeks 14 juli 2016 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een strandtent gevestigd aan het [adres 5] heeft weggenomen een kluis en/of een geldbedrag van ongeveer EUR 5600 en/of een handheldsysteem en/of een laptop en/of koksmessen en/of een brander en/of sleutels en/of gereedschap (merk De Walt), in elk geval enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 11] en/of [benadeelde partij 12], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, zulks na die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezen-verklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 14 juli 2016 tot en met 30 juli 2016 te 's-Gravenhage en/of te Katwijk, althans in Nederland, (een) goed(eren) te weten koksmessen en/of sleutels heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit/die goed(eren) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
7:

hij op of omstreeks 18 juli 2016 te Katwijk tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een strandtent gevestigd aan de [adres 6] heeft weggenomen een laptop (merk Dell) en/of een portemonnee (met inhoud) en/of flessen sterke drank, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 13] en/of [benadeelde partij 14], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen laptop en/of portemonnee en/of flessen sterke drank onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

8:

hij op of omstreeks 25 juli 2016 te 's-Gravenhage opzettelijk en wederrechtelijk een celdeur, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Politie Eenheid Den Haag, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk tegen voornoemde celdeur te slaan en/of te schoppen en/of te duwen.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt, met name niet met de bewezenverklaring.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder

3 primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan –overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal- behoort te worden vrijgesproken.

Anders dan de advocaat-generaal is het hof op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep van oordeel dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat voor het bewijs dat de verdachte zich aan de onder 4 primair ten laste gelegde diefstal schuldig heeft gemaakt, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat tussen het vermoedelijke tijdstip van de diefstal en het tijdstip waarop de foto’s op de telefoon van de verdachte zijn gemaakt ruim veertien uur is verstreken, terwijl andere aanwijzingen voor betrokkenheid van de verdachte bij de diefstal ontbreken.

Het hof acht de subsidiair ten laste gelegde heling wel bewezen.

Voorts acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 5, 6 en 7 ten laste gelegde feiten tezamen en in vereniging met een ander of anderen heeft gepleegd.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 subsidiair, 4 subsidiair, 5 primair, 6 primair, 7 en 8 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:


hij op of omstreeks 30 juli 2016 te Katwijk tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een strandtent gevestigd aan de [adres] heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer EUR 490, in elk geval enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2] en/of [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen geldbedrag en/of goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

2:

hij op of omstreeks 30 juli 2016 te Katwijk tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een strandtent gevestigd aan de [adres 2], heeft weggenomen een kluis, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 4] en/of [benadeelde partij 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die weg te nemen kluis en/of goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3 subsidiair:


hij op of omstreeks 10 maart 2016 te Wassenaar, (een) goed(eren) te weten beddengoed en/of handdoeken (voorzien van bedrijfslogo [benadeelde partij 6]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit/die goed(eren) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

4 subsidiair:


hij in of omstreeks de periode van op 20 juni 2016 tot en met 23 juni 2016 te Wassenaar, althans in Nederland, (een) goed(eren) te weten een koffieautomaat en/of een koffiemolen en/of fleecedekens heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit/die goed(eren) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

5:


hij op of omstreeks 4 juli 2016 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een strandtent gevestigd aan de [adres 3] heeft weggenomen twee draaitafels (merk Pioneer) en/of een (rug)zak en/of een geldbedrag van ongeveer EUR 1300, in elk geval enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 9] en/of [benadeelde partij 10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader;

6:


hij op of omstreeks 14 juli 2016 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een strandtent gevestigd aan het [adres 4] heeft weggenomen een kluis en/of een geldbedrag van ongeveer EUR 5600 en/of een handheldsysteem en/of een laptop en/of koksmessen en/of een brander en/of sleutels en/of gereedschap (merk De Walt), in elk geval enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 11] en/of [benadeelde partij 12], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, zulks na die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

7:

hij op of omstreeks 18 juli 2016 te Katwijk tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een strandtent gevestigd aan de [adres 5] heeft weggenomen een laptop (merk Dell) en/of een portemonnee (met inhoud) en/of flessen sterke drank, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 13] en/of [benadeelde partij 14], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats des misdrijfs te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen laptop en/of portemonnee en/of flessen sterke drank onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

8:

hij op of omstreeks 25 juli 2016 te 's-Gravenhage opzettelijk en wederrechtelijk een celdeur, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Politie Eenheid Den Haag, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk tegen voornoemde celdeur te slaan en/of te schoppen en/of te duwen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijf-fouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1, 2, 3 subsidiair, 4 subsidiair,

5 primair, 6 primair, 7 en 8 bewezen verklaarde levert op:

1: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

2: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking en inklimming;

3 subsidiair en 4 subsidiair: schuldheling, meermalen gepleegd;

5 primair: diefstal;

6 primair: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking.

7: diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

8: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich in één maand tijd schuldig gemaakt aan inbraken in vijf verschillende strandtenten. Om snel aan geld te komen heeft hij veelal dure spullen en geld gestolen bij strandpaviljoens. Deze paviljoens zijn een aantrekkelijk werkterrein voor een dief, omdat daar ’s nachts meestal niemand aanwezig is. De verdachte heeft de betrokkenen, mensen die hun geld op een eerlijke manier proberen te verdienen, niet alleen financiële schade toegebracht, maar ook veel ergernis en hinder bezorgd. Door aldus te handelen heeft de verdachte er tevens blijk van gegeven geen enkel respect te hebben voor het eigendomsrecht van anderen.

Daarnaast heeft de verdachte zich tweemaal schuldig gemaakt aan schuldheling en aan beschadiging van een celdeur.

Ter zitting in hoger beroep heeft hij geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden. Het hof rekent dat de verdachte aan.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 26 september 2017, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten.

Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Voorts heeft het hof acht geslagen op het re-integratieplan van Palier d.d. 6 april 2017.

Dit rapport houdt onder meer in dat verdachte reeds langdurig een pro-criminele houding en levensstijl toont, waarin delictgedrag een centrale rol lijkt te hebben.

Hij handelt vanuit een egocentrisch perspectief, met weinig empathie voor derden om te komen tot korte termijn resultaten. Middelengebruik en gokgedrag houden het delictgedrag in stand doordat verdachte middels delictgedrag zijn verslaving bekostigt. De beperkte maatschappelijke integratie als gevolg van het ontbreken van huisvesting, dagbesteding en de aanwezigheid van een hoge schuldenlast vormen daarnaast algemene risico-factoren voor delictgedrag. Gedurende jaren heeft verdachte afwijzend tegenover verandering van deze levensstijl gestaan. Sinds kort lijkt er sprake van voorzichtige motivatie tot gedragsverandering.

Verdachte wil zijn gokgedrag en cannabisgebruik aanpakken. GGZ reclassering Palier heeft echter ook zorgen op het gebied van houding, reflectie en alcohol/hard-drugsgebruik.

Uit het reclasseringsadvies van Palier d.d. 6 juli 2017 kan het volgende worden afgeleid.

Na de totstandkoming van het re-integratieplan is een behandelcontact bij De Waag opgestart.

De kans op recidive, zonder succesvolle afronding van enige interventie, wordt als zeer hoog ingeschat.

De signalen voor psychische problematiek, de verslavingsproblematiek en de pro-criminele houding van de verdachte worden als risico’s gezien voor recidive.

Eerdere contacten met hulpverlening en reclassering zijn overwegend negatief verlopen. Ten tijde van het opmaken van het rapport wordt enige opening gezien. Dit kan volgens GGZ Reclassering Palier niet los worden gezien van de wens tot verdere fasering van de gevangenisstraf. In hoeverre betrokkene zich zal (kunnen) conformeren aan regels en afspraken wanneer hem meer vrijheden worden toegekend, zal moeten blijken. Vooralsnog wordt het risico op onttrekken aan voorwaarden hoog ingeschat.

Gelet op de ernst van de feiten kan hierop niet anders worden gereageerd dan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Het hof ziet geen aanleiding een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen.

Vorderingen tot schadevergoeding [benadeelde partij 1]

In het onderhavige strafproces heeft

[benadeelde partij 1] zich namens [slachtoffer] als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 804,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en (naar het hof begrijpt:) in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 804,-. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De hoogte van de vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij genoegzaam aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 juli 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 804,- aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente, aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer]

[benadeelde partij 11]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 11] zich namens [benadeelde partij 12] als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 6 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 5.100,-.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 5.100,-.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De hoogte van de vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij genoegzaam aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 6 primair bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 juli 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 12]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 5.100,- aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente, aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 12].

Beslag

Ten aanzien van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een Volkswagen Passat 1999, kenteken [kentekennummer], kleur blauw, zal het hof de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

Ten aanzien van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven geldbedragen van in totaal € 11.851,40, zal het hof de teruggave gelasten aan de verdachte, behoudens conservatoir beslag.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 57, 63, 310, 311, 350 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder

3 primair en 4 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 subsidiair, 4 subsidiair,

5 primair, 6 primair, 7 en 8 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3 subsidiair, 4 subsidiair,

5 primair, 6 primair, 7 en 8 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 804,00 (achthonderdvier euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 juli 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte voorts de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer], ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 804,00 (achthonderdvier euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 (zestien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 30 juli 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 12]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij benadeelde partij 12] ter zake van het onder 6 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 5.100,00 (vijfduizend honderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte voorts de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 12], ter zake van het onder primair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van

€ 5.100,00 (vijfduizend honderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 14 juli 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

geldbedragen van in totaal € 11.851,40, behoudens conservatoir beslag.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: een Volkswagen Passat 1999, kenteken [kentekennummer], kleur blauw.

Dit arrest is gewezen door mr. S.A.J. van 't Hul,

mr. H. van den Heuvel en mr. M.J. de Haan-Boerdijk, in bijzijn van de griffier A. van der Schalk.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 25 oktober 2017.