Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2017:3987

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
19-12-2017
Datum publicatie
17-01-2018
Zaaknummer
200.217.226/01
Formele relaties
Herstelde arrest: ECLI:NL:GHDHA:2017:3237
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Herstelbeschikking

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.217.226/01

beslissing van 19 december 2017

inzake

[verzoeker],

verblijvende te [woonplaats],

verzoeker in hoger beroep,

hierna te noemen: [verzoeker],

advocaat: mr. S. Arkelyan te Schiedam,

tegen

Arbeidsbemiddelingscentrum B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

verweerster in hoger beroep,

hierna te noemen: ABC,

advocaat: mr. C. Schimmel te Veenendaal.

Het hof heeft op 21 november 2017 in bovengenoemde zaak een beschikking gegeven. In die beschikking is ABC onder meer veroordeeld tot betaling aan [verzoeker] van een billijke vergoeding van € 25.000,- bruto, waarop in mindering strekt al hetgeen ABC ter zake van de loonbetaling uit hoofde van het kortgedingvonnis al aan [verzoeker] heeft betaald.

Mr. S. Arkelyan heeft bij faxbericht van 7 december 2017 het hof verzocht de beschikking op dit punt te verbeteren in die zin dat de loonbetaling uit hoofde van het kortgedingvonnis niet in mindering strekt op de aan [verzoeker] uit te keren billijke vergoeding. Het hof heeft de advocaat van ABC, mr. C. Schimmel, in de gelegenheid gesteld te reageren op dit verzoek. Mr. Schimmel heeft bij faxbericht van 8 december 2017 bezwaar gemaakt tegen toewijzing van het verzoek.

Het hof overweegt dat er sprake is van een kennelijke fout als bedoeld in art. 31 lid 1 Rv. De vermelding in het dictum dat op de billijke vergoeding in mindering strekt al hetgeen ABC ter zake van de loonbetaling uit hoofde van het kortgedingvonnis al aan [verzoeker] heeft betaald, volgt niet uit enige overweging van het hof. Aldus sluit het dictum niet aan op de overwegingen in de beschikking, hetgeen als zodanig reeds erop duidt dat sprake is van een vergissing die voor partijen en derden direct duidelijk is (vgl. MvT, Parl. Gesch. Burg. Procesrecht (2002), p. 175).

Het is ook onmiskenbaar niet de bedoeling, en dus een kennelijke vergissing, dat de loonbetaling uit hoofde van het kortgedingvonnis op de billijke vergoeding in mindering strekt. Het hof heeft onder 3.13 van de beschikking de loonaanspraak van [verzoeker] - als onderdeel van de billijke vergoeding - berekend over de periode van 6 december 2016 tot 1 mei 2017. Deze berekening ziet onmiskenbaar op een andere periode dan de periode die door het kortgedingvonnis werd bestreken. Het hof heeft daarnaast onder 3.14 van de beschikking overwogen dat bij het bepalen van de billijke vergoeding “het bedrag aan bovengenoemde loonaanspraak” wordt vermeerderd met een bedrag vanwege het ten onrechte niet kunnen beschikken over inkomen. Dat laatste bedrag ziet derhalve onmiskenbaar niet op een loonaanspraak of salaris.

Het hof ziet aanleiding de hiervoor bedoelde kennelijke fout, die zich voor eenvoudig herstel leent, te verbeteren.

Beslissing

Het Hof:


verstaat dat in het dictum van de hiervoor genoemde beschikking van 21 november 2017 de tweede alinea als volgt moet worden gelezen:

- veroordeelt ABC tot betaling aan [verzoeker] van een billijke vergoeding van € 25.000,- bruto;

Deze verbetering wordt aangebracht op de minuut en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 19 december 2017.

Voor het overige blijft de beschikking, ook wat betreft de datum van de uitspraak, geheel in stand.

Deze beslissing is gegeven door mrs. M.D. Ruizeveld, H.M. Wattendorff en H.J. van Kooten.