Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2017:384

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
21-02-2017
Datum publicatie
21-02-2017
Zaaknummer
22-000028-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artt. 140, 311 en 326 Sr. Phishing-activiteiten: de verdachte is ter zake van diefstal met valse sleutels meermalen in vereniging gepleegd, poging tot diefstal met valse sleutels meermalen in vereniging gepleegd, medeplegen van oplichting (meermalen gepleegd) en deelneming aan een criminele organisatie veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Voorts is de verdachte vrijgesproken van de tenlastegelegde computervredebreuken (in vereniging gepleegd), nu de verdachte geen wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan die computervredebreuken. De vordering van één van de benadeelde partijen is toegewezen tot een bedrag van € 14.800,- met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-000028-16

Parketnummer: 10-661134-15

Datum uitspraak: 21 februari 2017

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 23 december 2015 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag],

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 7 februari 2017.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken van het onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde. Voorts is een beslissing genomen omtrent de in beslag genomen voorwerpen, zoals omschreven in het vonnis waarvan beroep. Ook is er beslist op de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

1

primair:
hij in of omstreeks de periode van 23 februari 2015 tot en met 31 mei 2015,

te Sittard en/of Geleen en/of Heerlen en/of Capelle aan den IJssel en/of Heinenoord en/of Voorschoten en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal, (telkens)

opzettelijk en wederrechtelijk in een of meer geautomatiseerde werken voor opslag en/of verwerking van gegevens, te weten een webserver en/of een netwerk toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of een of meerdere computer(s) toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [benadeelde partij 2] en/of [slachtoffer 4], althans een deel daarvan, is binnengedrongen, waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader(s), toegang tot dat/die werk(en) heeft verworven met hulp van valse signalen en/of valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid,

immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) -één of meerdere E-mail(s) verstuurd naar het/de E-mailadres(sen) in gebruik bij voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [benadeelde partij 2] en/of [slachtoffer 4], waarin stond vermeld:

dat hij/zij

voor de overgang naar het SEPA betaalsysteem en/of de overgang van het 3G naar het 4G netwerk en/of de overgang/uitrol naar het 4G netwerk en/of een vernieuwde beveiligingsupdate en/of een simkaartomruilaktie voor sneller internet,

via een bij gevoegde link zijn/haar inloggegevens en/of mobiele telefoonnummer en/of gegevens van zijn/haar betaalpas en/of zijn/haar pincode diende in te voeren en/of

-zich toegang verschaft tot de (internet)bankrekening van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [benadeelde partij 2] en/of [slachtoffer 4]

en/of

(Modus operandi 1)

-middels een valse brief (zich voordoende als [N.V. 1]) aan voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] medegedeeld dat een medewerker van [N.V. 2] de betaalpas(sen) op zou halen en/of

-(telefonisch) contact opgenomen met voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en zich (daarbij) voorgedaan als een medewerk(st)er van [benadeelde partij 1] en/of (aldus) een of meer TAN-codes gevraagd en/of bemachtigd en/of

-(telefonisch) een afspraak gemaakt met voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of zich (daarbij) voorgedaan als een medewerk(st)er van [benadeelde partij 1] voor het ophalen van de bankpas(sen) en/of

-(met gebruikmaking van de verkregen inloggegevens en/of TAN code) middels "Mijn [N.V. 1]" de transactielimiet van de betaalpas(sen) verhoogd en/of

-op het afgesproken tijdstip voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] bezocht en/of zich uitgegeven voor en/of gekleed als een medewerker van [N.V. 2] en/of zich (met een vals) legitimatiewijs gelegitimeerd;

en/of

(Modus Operandi 2)

-middels een valse brief van (zogenaamd) [telefoonprovider 1] en/of [telefoonprovider 2] en/of [telefoonprovider 3] aan voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [benadeelde partij 2] medegedeeld dat een medewerk(st)er van [telefoonprovider 1] en/of [telefoonprovider 2] en/of [telefoonprovider 3] de simkaart(en) zou omruilen en/of vervangen en/of

-(telefonisch) een afspraak gemaakt met voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [benadeelde partij 2] en/of zich (daarbij) voorgedaan als een medewerk(st)er van [telefoonprovider 1] en/of [telefoonprovider 2] en/of [telefoonprovider 3] voor het omruilen en/of vervangen van de simkaart(en) en/of

-op het afgesproken tijdstip voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [benadeelde partij 2] bezocht en/of zich uitgegeven voor en/of gekleed als een medewerk(st)er van [telefoonprovider 1] en/of [telefoonprovider 2] en/of [telefoonprovider 3] en/of zich (met een vals) legitimatiewijs gelegitimeerd en/of (vervolgens) die simkaart(en) omgeruild en/of vervangen en/of

(vervolgens) (met gebruikmaking van de aldus verkregen (inlog)gegevens) (via internetbankieren) (opnieuw) ingelogd op de bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4];

1

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of één of meer andere onbekend gebleven perso(o)n(en) in of omstreeks de

periode van 23 februari 2015 tot en met 31 mei 2015 te Sittard en/of Geleen en/of Heerlen en/of Capelle aan den

IJssel en/of Heinenoord en/of Voorschoten, en/of Rotterdam en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens)

meermalen, althans éénmaal,

opzettelijk en wederrechtelijk in een of meer geautomatiseerde werken voor opslag en/of verwerking van

gegevens, te weten:

een webserver en/of een netwerk toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of een of meerdere computers

toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [benadeelde partij 2] en/of [slachtoffer 4], althans een deel daarvan, is/zijn binnengedrongen,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid en/of

middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door:

- in of omstreeks de periode van 23 februari 2015 tot en met 31 mei 2015 te Sittard en/of Geleen en/of Heerlen

en/of Capelle aan den IJssel en/of Heinenoord en/of Voorschoten, en/of Rotterdam en/of elders in Nederland,

(telkens) een simkaart en/of bankpas op te halen bij voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

[benadeelde partij 2] en/of [slachtoffer 4] en/of deze simkaart en/of bankpas (vervolgens) (telkens) ter beschikking te stellen aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of aan zijn/hun mededader(s), en/of

- op of omstreeks 27 februari 2015 te Heerlen en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, de WiFi-code van het

netwerk aan die [slachtoffer 2] te vragen en/of deze WiFï-code (vervolgens) ter beschikking te stellen aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of aan zijn/hun mededader(s),

- op of omstreeks 5 maart 2015 te Capelle aan den IJssel proberen te pinnen vanaf de bankrekening van die [slachtoffer 4];

2

primair:

hij

in of omstreeks de periode van 25 februari 2015 tot en met 4 maart 2015,

te Heerlen en/of Geleen en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één of meerdere geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 2] (9.900 en 100 euro) en/of

[slachtoffer 1] (9.557 euro),

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door (telkens)

-zich toegang te verschaffen tot de (internet)bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1], en/of

(Modus operandi 2)

-middels een valse brief van (zogenaamd) [telefoonprovider 1] en/of [telefoonprovider 2] mede te delen dat een medewerk(st)er van [telefoonprovider 1] en/of [telefoonprovider 2] de simkaart(en) zou omruilen en/of vervangen en/of

-(telefonisch) een afspraak te maken met voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of zich (daarbij) voor te doen als een medewerk(st)er van [telefoonprovider 1] en/of [telefoonprovider 2] voor het omruilen en/of vervangen van de simkaart(en) en/of

-op het afgesproken tijdstip voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] te bezoeken en/of zich uit te geven voor en/of tekleden als een medewerk(st)er van [telefoonprovider 1] en/of [telefoonprovider 2] en/of zich (met een vals) legitimatiewijs te legitimeren en/of (vervolgens) die simkaart(en) om te ruilen en/of te vervangen en/of

-(vervolgens) (met gebruikmaking van de aldus verkregen (inlog)gegevens) (via internetbankieren) (opnieuw) in te loggen op de bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of

waarna hij verdachte en/of zijn mededader(s) één of meerdere geldbedrag(en) van de bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] over hebben gemaakt naar één of meerdere bankrekening(en) van (een) derde(n) en/of (vervolgens) deze/dit geldbedrag(en) met behulp van één of meerdere betaalautoma(a)t(en) hebben opgenomen/gepind;

2

subsidiair indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of één of meer andere onbekend gebleven perso(o)n(en) in of omstreeks de

periode van 25 februari 2015 tot en met 4 maart 2015 te Heerlen en/of Geleen en/of Rotterdam, althans in

Nederland, meermalen, althans éénmaal,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens)

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen, één of meer geldbedragen, in

ieder geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

- [ slachtoffer 2] (9.900 en 100 euro) en/of

- [ slachtoffer 1] (9.557 euro)

in elk geval aan een ander of anderen dan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of hun mededader(s), waarbij

deze(n) zich de toegang tot de plaats des misdrjfs heeft/hebben verschaft en/of de /het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door

- in of omstreeks de periode van 25 februari 2015 tot en met 4 maart 2015 te Heerlen en/of Geleen en/of

Rotterdam en/of elders in Nederland, (telkens) een simkaart en/of bankpas op te halen bij voornoemde [slachtoffer 1]

en/of [slachtoffer 2] en/of deze simkaart en/of bankpas (vervolgens) (telkens) ter beschikking te stellen aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of aan zijn/hun mededader(s)

- op of omstreeks 27 februari 2015 te Heerlen en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, de WiFi-code van het

netwerk aan die [slachtoffer 2] te vragen en/of deze WiFi-code (vervolgens) ter beschikking te stellen aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of aan zijn/hun mededader(s);

3

primair:

hij in of omstreeks de periode van 23 februari 2015 tot en met 31 mei 2015,

te Sittard en/of Geleen en/of Heerlen en/of Capelle aan den IJssel en/of Heinenoord en/of Voorschoten en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, althans in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen één of meerdere geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [benadeelde partij 2] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en zich daarbij de toegang tot de plaats deze misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen geld(bedrag) en/of goed onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel,

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

-één of meerdere E-mail(s) heeft verstuurd naar het/de E-mailadres(sen) in gebruik bij voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [benadeelde partij 2] en/of [slachtoffer 4], waarin stond vermeld:

dat hij/zij

voor de overgang naar het SEPA betaalsysteem en/of de overgang van het 3G naar het 4G netwerk en/of de overgang/uitrol naar het 4G netwerk en/of een vernieuwde beveiligingsupdate en/of een simkaartomruilaktie voor sneller internet,

via een bij gevoegde link zijn/haar inloggegevens en/of mobiele telefoonnummer en/of gegevens van zijn/haar betaalpas en/of zijn/haar pincode diende in te voeren en/of

-zich toegang heeft verschaft tot de (internet)bankrekening van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [benadeelde partij 2] en/of [slachtoffer 4] en/of

(MO1)

-middels een valse brief (zich voordoende als [N.V. 1]) aan voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft medegedeeld dat een medewerker van [N.V. 2] de betaalpas(sen) op zou halen en/of

-(telefonisch) contact op heeft genomen met voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en zich (daarbij) heeft voorgedaan als een medewerk(st)er van [benadeelde partij 1] en/of (aldus) een of meer TAN-codes heeft gevraagd en/of bemachtigd en/of

-(telefonisch) een afspraak heeft gemaakt met voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of zich (daarbij) heeft voorgedaan als een medewerk(st)er van [benadeelde partij 1] voor het ophalen van de bankpas(sen) en/of

-(met gebruikmaking van de verkregen inloggegevens en/of TAN code) middels "Mijn [N.V. 1]" de transactielimiet van de betaalpas(sen) heeft verhoogd en/of

-op het afgesproken tijdstip voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft bezocht en/of zich uit heeft gegeven voor en/of heeft gekleed als een medewerk(st)er van [N.V. 2] en/of zich (met een vals) legitimatiewijs heeft gelegitimeerd

en/of

(MO2)

-middels een valse brief van (zogenaamd) [telefoonprovider 1] en/of [telefoonprovider 2] en/of [telefoonprovider 3] aan voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [benadeelde partij 2] heeft medegedeeld dat een medewerk(st)er van [telefoonprovider 1] en/of [telefoonprovider 2] en/of [telefoonprovider 3] de simkaart(en) zou omruilen en/of vervangen en/of -(telefonisch) een afspraak heeft gemaakt met voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [benadeelde partij 2] en/of zich (daarbij) heeft voorgedaan als een medewerk(st)er van [telefoonprovider 1] en/of [telefoonprovider 2] en/of [telefoonprovider 3] voor het omruilen en/of vervangen van de simkaart(en) en/of

-op het afgesproken tijdstip voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [benadeelde partij 2] heeft bezocht en/of zich heeft uitgegeven voor en/of gekleed als een medewerk(st)er van [telefoonprovider 1] en/of [telefoonprovider 2] en/of [telefoonprovider 3] en/of zich (met een vals) legitimatiewijs heeft gelegitimeerd,

en/of

waarna hij verdachte en/of zijn mededader(s) één of meerdere geldbedrag(en) van de bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 1] (ongeveer 4.443 euro) en/of [slachtoffer 2] (10.000 euro) en/of [slachtoffer 4] (ongeveer 21.285 euro) hebben ontspaard en/of overgemaakt naar één of meerdere bankrekening(en) van (een) derde(n) en/of hij verdachte en/of zijn mededader(s) heeft/hebben geprobeerd te pinnen;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3

subsidiair indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of één of meer andere onbekend gebleven perso(o)n(en) in of omstreeks de

periode van 23 februari 2015 tot en met 31 mei 2015 te Sittard en/of Geleen en/of Heerlen en/of Capelle aan den

IJssel en/of Heinenoord en/of Voorschoten, en/of Rotterdam en/of elders in Nederland,

meermalen, althans éénmaal,

ter uitvoering van het door hem/hen voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, (telkens)

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen, één of meer geldbedragen, in ieder geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

[benadeelde partij 2] en/of [slachtoffer 4],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of hun mededader(s),

en zich daarbij de toegang tot de plaats des misdrijfs te verschaffen en/of de /het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door

-in of omstreeks de periode van 23 februari 2015 tot en met 31 mei 2015 te Sittard en/of Geleen en/of Heerlen

en/of Capelle aan den IJssel en/of Heinenoord en/of Voorschoten, en/of Rotterdam en/of elders in Nederland,

(telkens) een simkaart en/of bankpas op te halen bij voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

[benadeelde partij 2] en/of [slachtoffer 4] en/of deze simkaart en/of bankpas (vervolgens) (telkens) ter beschikking te stellen aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of aan zijn/hun mededader(s), en/of

- op of omstreeks 27 febwari 2015 te Heerlen en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, de WiFi-code van het

netwerk aan die [slachtoffer 2] te vragen en/of deze WiFi-code (vervolgens) ter beschikking te stellen aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of aan zijn/hun mededader(s), en/of

- op of omstreeks 5 maart 2015 te Capelle aan den IJssel te proberen te pinnen vanaf de bankrekening van die [slachtoffer 4]

4

primair:

hij in of omstreeks de periode van 23 februari 2015 tot en met 31 mei 2015,

te Heerlen en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 1] of [benadeelde partij 1] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van één of meerdere geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zich toegang verschaft tot de (internet) bankrekening van [slachtoffer 2],

(MO2)

-middels een valse brief van (zogenaamd) [telefoonprovider 1] aan [slachtoffer 2] medegedeeld dat een medewerk(st)er van [telefoonprovider 1] de simkaart(en) zou omruilen en/of vervangen en/of

-(telefonisch) een afspraak gemaakt met voornoemde [slachtoffer 2] en/of zich (daarbij) voorgedaan als een medewerk(st)er van [telefoonprovider 1] voor het omruilen en/of vervangen van de simkaart(en) en/of

-op het afgesproken tijdstip voornoemde [slachtoffer 2] bezocht en/of zich uitgegeven voor en/of gekleed als een medewerk(st)er van [telefoonprovider 1] en/of zich (met een vals) legitimatiewijs gelegitimeerd en/of (vervolgens) die simkaart(en) omgeruild en/of vervangen en/of

-(vervolgens) (met gebruikmaking van de aldus verkregen (inlog)gegevens) (via internetbankieren) (opnieuw) ingelogd op de bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 2];

waarna hij verdachte en/of zijn mededader(s) één of meerdere geldbedrag(en) van de bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 2] over hebben gemaakt naar één of meerdere bankrekening(en) van (een) derde(n) en/of (vervolgens) deze/dit geldbedrag(en) met behulp van één of meerdere betaalautoma(a)t(en) hebben opgenomen/gepind;

waardoor voornoemde [benadeelde partij 1] of [benadeelde partij 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

4

subsidiair indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of één of meet andere onbekend gebleven perso(o)n(en) in of omstreeks de

periode van 23 februari 2015 tot en met 31 mei 2015 te Heerlen en/of Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens)

met het oogmerk om zich of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 1] of [benadeelde partij 1] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen, in elk geval van enig goed, hebbende die [medeverdachte 1] en/of die [medeverdachte 2] en/of zijn/hun mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk (zakelijk weergegeven) valselijk en/of listiglijk

en/of bedieglijk en/of in strijd met de waarheid zich toegang verschaft tot de bankrekening van [slachtoffer 2],en/of (vervolgens) één of meer geldbedrag(en) overgemaakt van de bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 2] naar één of meer bankrekening(en) van (een) derde(n) en/of vervolgens deze/dit geldbedrag(en) met behulp van een of meerdere betaalautoma(a)t(en) opgenomen/gepind, waardoor voornoemde [benadeelde partij 1] of [benadeelde partij 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door

- op of omstreeks 27 februari 2015 te Heerlen en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, een simkaart en/of

bankpas op te halen bij voornoemde Coutage en/of deze simkaart en/of bankpas (vervolgens) ter beschikking te

stellen aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of aan zijn/hun mededader(s), en/of

- op of omstreeks 27 februari 2015 te Heerlen en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, de WiFi-code van het

netwerk aan die [slachtoffer 2] te vragen en/of deze WiFi-code (vervolgens) ter beschikking te stellen aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of aan zijn/hun mededader(s);

5:
hij

in of omstreeks de periode van 23 februari 2015 tot en met 31 mei 2015,

te Sittard en/of Geleen en/of Heerlen en/of Capelle aan den IJssel en/of Heinenoord en/of Voorschoten en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, althans in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, die tot oogmerk had het plegen van misdrijven, welke organisatie bestond uit verdachte, [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of een of meer andere perso(o)n(en), welke misdrijven waren: [Phishing]

- Het tezamen en in vereniging met een ander of anderen, plegen van phishing, bestaande onder meer uit computervredebreuk als bedoeld in artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht en/of

[Oplichting]

-het tezamen en in vereniging met een ander of anderen, plegen van oplichting als bedoeld in artikel 326 Wetboek van Strafrecht en/of

[Diefstal]

-het tezamen en in vereniging met een ander of anderen, plegen van diefstal als bedoeld in artikel 311 jo 310 van Wetboek van Strafrecht.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair, 4 primair en 5 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde

Zaken Heerlen, Geleen, Voorschoten, Capelle en Heinenoord

1.1.

De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig haar schriftelijk requisitoir op het standpunt gesteld dat het onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen, nu de verdachte door het bemachtigen van de simkaarten de voorwaarden voor de computervredebreuk heeft geschapen. Zonder simkaarten was het (opnieuw) inloggen in de internetbankier-omgevingen van de aangevers zinloos, waardoor zijn handelen essentieel was voor de uitvoering van de computervredebreuk.

1.2.

De raadsvrouw van de verdachte heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig haar pleitnotities op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder 1 primair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, nu het dossier geen enkele aanwijzing bevat dat de verdachte met anderen nauw en bewust heeft samengewerkt ten aanzien van de computervredebreuk. Ten aanzien van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde stelt de raadsvrouw zich op het standpunt dat de verdachte ook daarvan dient te worden vrijgesproken, nu de voor medeplichtigheid vereiste opzet ontbreekt.

Het hof overweegt als volgt.

1.3.

Uit de stukken in het dossier blijkt dat de aangevers in alle zaken een e-mail hebben ontvangen, waarvan zij op basis van de opmaak en ondertekening in de veronderstelling verkeerden dat deze afkomstig was van [benadeelde partij 1]. Vervolgens werden de aangevers via een hyperlink in deze e-mail naar een phishingwebsite geleid. Daar werd een pagina getoond die zeer sterke gelijkenis vertoonde met een authentieke [N.V. 1]-webpagina en werd aangevers gevraagd om op deze pagina diverse persoonlijke (bank)gegevens in te vullen. Dankzij deze gegevens konden degenen achter dit “phishing” traject inloggen op de [N.V. 1]-internetbankier-omgeving van de aangevers en kennisnemen van onder meer de aard van de bankrekeningen (betaal- en/of spaarrekening) en de daarmee corresponderende saldogegevens van de betrokkenen.

1.4.

Op dat moment was er naar het oordeel van het hof reeds sprake van het opzettelijk en wederrechtelijk (want zonder toestemming en met gebruikmaking van onrechtmatig verkregen toegangsgegevens) binnendringen in een geautomatiseerd werk of een deel daarvan, en mitsdien van computervredebreuk.

1.5.

De vraag die aan het hof voorligt is of de verdachte zich (meermalen) schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van computervredebreuk dan wel dat hij daaraan medeplichtig is geweest. Deze vraagt dient naar het oordeel van het hof ontkennend te worden beantwoord. De verdachte wordt ervan verdacht dat hij simkaarten en bankpassen bij de aangevers (en in de zaak Heerlen ook de wifi-code van de aangeefster) thuis heeft opgehaald, waarbij hij zich voordeed als medewerker van een telefoonprovider of als medewerker van de [N.V. 2]. Voorts wordt hij ervan verdacht dat hij in ieder geval in één zaak degene is geweest die geprobeerd heeft om met een bankpas van één van de aangevers geld op te nemen – de zogenoemde ‘casher.’

1.6.

Dit zijn – naar het oordeel van het hof - handelingen die zich niet (zozeer) richten op het plegen van computervredebreuk, maar veel meer – zoals hieronder wordt overwogen – op het plegen van (poging tot) diefstal. Het hof overweegt daartoe dat in alle zaken is ingelogd op de [N.V. 1] omgeving van de aangevers. Om te kunnen inloggen op een willekeurige internetbankier-omgeving van rekeninghouders van [N.V. 1] zijn louter een gebruikersnaam en wachtwoord nodig. De betekenis van de TAN-code die [benadeelde partij 1] per sms naar het door de rekeninghouder opgegeven mobiele telefoonnummer van een rekeninghouder verstuurt, schuilt daarin dat daarmee een in de internetbankier-omgeving voorbereide betalingsopdracht kan worden geëffectueerd.

Het verkrijgen van simkaarten, bankpassen en een wificode is – naar het oordeel van het hof - dus niet essentieel geweest voor het binnendringen in de internetbankier-omgevingen van de aangevers.

Daaruit volgt naar het oordeel van het hof tevens dat de verdachte door het ophalen van de simkaarten en bankpassen op zichzelf geen (wezenlijke) feitelijke bijdrage heeft geleverd aan het wederrechtelijk binnendringen in de internetbankier-omgevingen van de aangevers, dan wel dat hij enige handeling heeft verricht die ziet op de medeplichtigheid aan de ten laste gelegde computervredebreuken.

Naar het oordeel van het hof maakt de omstandigheid dat het binnendringen in de internetbankier-omgeving slechts zinvol (want profijtelijk) kon worden gemaakt indien ook bancaire internettransacties konden worden verricht en daarmee gelden konden worden verkregen het voorgaande niet anders. Immers, hoewel daaruit ook naar het oordeel van het hof volgt dat het er alle schijn van had dat de verdachte (ook) minst genomen moet hebben vermoed dat er na zijn handelen ook sprake zou zijn van de computervredebreuk, levert dit vermoeden, ook niet indien zulks wordt bezien in samenhang met verdachtes feitelijk handelen, onvoldoende feitelijke grondslag op om de gedragingen van de verdachte te kunnen kwalificeren als medeplegen van computervredebreuk c.q. als zijnde medeplichtig daaraan.

1.7.

Gelet hierop is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair (medeplegen) en subsidiair (medeplichtigheid) ten laste is gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 2 primair ten laste gelegde

Zaken Heerlen en Geleen

2.1.

De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig haar schriftelijk requisitoir op het standpunt gesteld dat het onder 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard nu de verdachte wist dat de simkaarten die hij ophaalde gebruikt werden om via TAN-codes geld van bankrekeningen te halen.

2.2.

De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig haar pleitnotities op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, nu uit het dossier niet blijkt dat het de verdachte is geweest die bij de aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] de simkaarten heeft opgehaald.

Het hof overweegt als volgt.

2.3.

Uit de stukken in het dossier blijkt dat - nadat de aangeefster een dag eerder een telefonische afspraak had gemaakt om een medewerker van [telefoonprovider 1] thuis te ontvangen - op 27 februari 2015 omstreeks 12:15 uur bij de aangeefster [slachtoffer 2] te Heerlen een man aan de deur kwam die zich voordeed als medewerker van [telefoonprovider 1]. De man – een man met een zware, zwarte bril van ongeveer 1.70 m met zwart haar en gekleed in een blauwe jeans broek en een zwarte blazer en een pasje om zijn nek - stelde zich voor als Michael Zuiverloon. De man had een zwarte aktetas bij zich waar papieren in zaten die getekend moesten worden.

2.4.

Op verzoek van de man heeft de aangeefster haar ‘oude’ simkaart aan de man gegeven en vervolgens van hem een ‘nieuwe’ simkaart ontvangen. De man hielp haar om de ‘nieuwe’ simkaart in haar telefoon te doen. Daarnaast vroeg de man aan de aangeefster om haar wifi-code, waarna de aangeefster deze aan hem verstrekte. De man deelde de aangeefster mede dat het nieuwe telefoonabonnement over vier klokuren in werking zou gaan. De aangeefster was daarnaast in het bezit van een simkaart van de [telefoonprovider 4]. Deze simkaart heeft de aangeefster niet meegegeven, terwijl de man haar daar wel om vroeg.

2.5.

Op dezelfde dag omstreeks 14:30 uur had de aangever [slachtoffer 1] (zaak Geleen) – na een aantal dagen eerder een telefonische afspraak te hebben gemaakt om een medewerker van de [telefoonprovider 2] te ontvangen – op het gemeentehuis in Sittard een ontmoeting met een man die zich voordeed als medewerker van [telefoonprovider 2]. De man stelde zich voor als Michael Zuiverloon. De aangever gaf de man zijn mobiele telefoon en hij zag dat de man de ‘oude’ simkaart uit het toestel haalde en een ‘nieuwe’ simkaart in het toestel deed. De aangever moest een formulier ondertekenen voor ontvangst van de ‘nieuwe’ simkaart en de man deelde de aangever mede dat hij gedurende vier uren niet zou kunnen bellen met het toestel.

2.6.

De man die eerder op de dag al langs was geweest bij de aangeefster [slachtoffer 2] om haar simkaart van [telefoonprovider 1] op te halen, is omstreeks 16:45 uur nogmaals langs geweest – ditmaal bij de echtgenoot van de aangeefster – om de simkaart van [telefoonprovider 4] op te halen. De echtgenoot van de aangeefster heeft deze simkaart toen aan de man meegegeven.

2.7.

Om 19:00 uur werdt de aangeefster [slachtoffer 2] door [benadeelde partij 1] gebeld met de mededeling dat er € 10.000,- van haar rekening was gehaald.

2.8.

Omstreeks 19:30-19:45 uur werd de aangever [slachtoffer 1] gebeld door [benadeelde partij 1] met de vraag of hij een groot geldbedrag – later blijkt dit een bedrag van € 9.557,- te zijn - van zijn rekening had overgemaakt.

Betrokkenheid verdachte

2.9.

De eerste vraag die aan het hof voorligt is of het de verdachte is geweest die zich op 27 februari 2015 eerst bij de aangeefster [slachtoffer 2] – en later nog een keer - en daarna bij de aangever [slachtoffer 1] heeft voorgedaan als medewerker van [telefoonprovider 1] respectievelijk [telefoonprovider 2].

2.10.

Uit de stukken in het dossier blijkt dat de verdachte door een verbalisant is herkend op de camerabeelden die zijn gemaakt in het gemeentehuis te Sittard als de man die zich tegenover de aangever [slachtoffer 1] heeft voorgedaan als medewerker van de [telefoonprovider 2]. Op de beelden is te zien dat de verdachte zwart haar heeft en een zwart colbert, een donkere broek en een bril draagt. Voorts heeft de verdachte een pasje om zijn nek en draagt hij een zwarte aktetas. Dit op camerabeelden waargenomen signalement komt overeen met het signalement dat de aangeefster [slachtoffer 2] geeft van de medewerker van [telefoonprovider 1] die bij haar langs is geweest. Beide mannen hebben zwart haar en dragen een zwarte blazer, een donkere broek en een bril. Ook hebben beide mannen een zwarte aktetas bij zich en dragen zij een pasje om hun nek. Bovendien stellen beide mannen zich voor als Michael Zuiverloon. Voorts blijkt uit het dossier dat de verdachte een week later, op 5 maart 2015, in Capelle aan den IJssel is aangehouden in verband met een soortgelijk feit. Bij zijn aanhouding droeg de verdachte een valse/vervalste pas om zijn nek die was voorzien van zijn pasfoto en de naam “Michael Zuiverloon”. Hij was toen onder meer in het bezit van diverse vervalste/valse brieven van [N.V. 1] gericht aan aangeefster [slachtoffer 2].

2.11.

Gelet op deze feiten en omstandigheden – en gelet op het tijdsverloop tussen de ontmoetingen met de aangevers in de zaken Geleen en Heerlen - is het hof van oordeel dat het de verdachte is geweest die zich bij de aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] heeft voorgedaan als medewerker van [telefoonprovider 1] respectievelijk [telefoonprovider 2] en dat de verdachte in deze hoedanigheid de simkaarten van de aangevers heeft opgehaald.

Is er sprake van medeplegen?

2.12.

De vraag die dan aan het hof voorligt is of de verdachte zich door zijn handelen schuldig heeft gemaakt aan het (meermalen) in vereniging plegen van diefstal (met valse sleutel) van geldbedragen van de aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1].

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

2.13.

Het hof stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

2.14.

Ook indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, maar uit gedragingen die doorgaans met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn.

2.15.

Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

2.16.

Op grond van de stukken uit het dossier stelt het hof het volgende vast. In beide zaken (Heerlen en Geleen) wist de verdachte dat hij door de aangevers verwacht werd. Voorts wist de verdachte dat hij de simkaarten van de aangevers moest ophalen, nu de aangevers hun simkaarten op verzoek van de verdachte aan hem overdroegen en de verdachte hen bovendien hielp om de simkaarten om te wisselen. Ook heeft de verdachte aan de aangeefster [slachtoffer 2] om haar wifi-code gevraagd. Gelet hierop is de verklaring van de verdachte dat hij niet méér wist dan dat hij pakketjes moest ophalen – zonder daarvan de inhoud te kennen – ongeloofwaardig. Voorts is de verdachte een tweede keer bij de aangeefster [slachtoffer 2] langsgegaan om een tweede simkaart op te halen, omdat de simkaart die de verdachte in eerste instantie bij haar had opgehaald – zo begrijpt het hof - onbruikbaar was voor het doel dat de verdachten met de simkaart hadden. Voorts heeft de verdachte tegen beide aangevers gezegd dat zij gedurende een aantal uren geen gebruik konden maken van hun telefoon, blijkbaar om op die wijze te voorkomen dat de aangevers te snel zouden doorhebben dat zij waren bedrogen en daarop actie zouden ondernemen en hiermee het overmaken van geld van de bankrekeningen van de aangevers in gevaar zou komen.

2.17.

Uit al deze feiten en omstandigheden blijkt dat de verdachte in ieder geval op de hoogte was van het feit dat hij de simkaarten bij de aangevers moest ophalen voor criminele doeleinden. Daar komt bij dat het verkrijgen van de simkaarten van essentieel belang was om de diefstal van de geldbedragen van de aangevers te voltooien. Zonder de simkaarten was het voor de verdachten immers niet mogelijk geweest om TAN-codes van de aangevers te verkrijgen, die noodzakelijk zijn om daadwerkelijk een betaling of overboeking te laten slagen. Nu de verdachte zo’n essentiële bijdrage heeft geleverd aan de diefstallen – zonder hem was het immers niet mogelijk geweest dat anderen via de internetbankier-omgeving van de aangevers hun bankrekening zouden leeghalen – is het hof van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten is komen vast te staan. Hoewel derhalve geen sprake is van een gezamenlijke uitvoering, is de bijdrage van de verdachte aan het ten laste gelegde naar het oordeel van het hof van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen.

2.18.

Het hof is op grond van het voorgaande van oordeel dat het onder 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

3.1.

De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig haar schriftelijk requisitoir op het standpunt gesteld dat het onder 3 primair ten laste gelegde in alle zaken wettig en overtuigend bewezen kan worden, nu de verdachte in ieder geval in vier zaken degene is geweest die de bankpassen en/of simkaarten van de aangevers heeft opgehaald en in de zaak Voorschoten degene is geweest die geprobeerd heeft geld op te nemen van de bankrekening van de aangever [slachtoffer 4].

3.2.

De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig haar pleitnotities op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder 3 primair en subsidiair ten laste gelegde in de zaken Heerlen, Geleen, Voorschoten en Heinenoord dient te vrijgesproken, omdat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat het de verdachte is geweest die de bankpassen en/of simkaarten bij de aangevers heeft opgehaald. Voorts heeft de raadsvrouw ten aanzien van de zaak Capelle naar voren gebracht dat ten aanzien van die zaak weliswaar kan worden vastgesteld dat het de verdachte is geweest die geprobeerd heeft om de bankpas van de aangeefster [slachtoffer 3] op te halen, maar dat niet bewezen kan worden dat de verdachte wist dat daarmee geprobeerd zou worden geld van de rekening van de aangeefster [slachtoffer 3] te halen.

Het hof overweegt als volgt.

Zaken Heerlen en Geleen

3.3.

Uit de stukken in het dossier blijkt dat zowel bij de aangeefster [slachtoffer 2] als bij de aangever [slachtoffer 1] geld van hun spaarrekening is ontspaard dat vervolgens op de betaalrekening van de aangevers is gezet. Naar het oordeel van het hof dient het door de verdachten op deze wijze ontsparen van geld geen ander doel, dan dat het geld door de verdachten wordt ‘klaargezet’, opdat het geld vanaf die betaalrekening kan worden gecasht door het geld te pinnen of over te boeken naar een andere bankrekening. Het hof is derhalve van oordeel dat het ontsparen van geldbedragen van de aangevers kan worden aangemerkt als een poging diefstal. Voorts stelt het hof vast dat het ontsparen van geld – geld overzetten van de spaarrekening naar de betaalrekening – in een internetbankieren-omgeving van [benadeelde partij 1] niet mogelijk is zonder gebruik te maken van een TAN-code.

3.4.

Ten aanzien van de vraag of de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in vereniging (meermalen) plegen van een poging diefstal (met valse sleutel) van geldbedragen van de aangevers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] verwijst het hof naar hetgeen hiervoor onder paragraaf 2.13. tot en met 2.17. is overwogen.

3.5.

Het hof is derhalve van oordeel dat het onder 3 primair ten laste gelegde in de zaken Heerlen en Geleen wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Zaak Voorschoten

3.6.

Uit de stukken in het dossier blijkt dat de aangever [slachtoffer 4] op 5 maart 2015 – na op 4 maart 2015 telefonisch een afspraak te hebben gemaakt - zijn [N.V. 1]-bankpassen heeft afgegeven aan een man die zich voordeed als medewerker van [N.V. 2]. Vervolgens is de betaallimiet van de betaalpas verhoogd naar € 25.000,- en is er een bedrag van € 21.285,- van de spaarrekening van aangever [slachtoffer 4] ontspaard door overboeking naar diens betaalrekening. Dan wordt – nog steeds op dezelfde dag – tevergeefs geprobeerd om in een filiaal van Primera in Capelle aan den IJssel een bedrag van € 2.480,- van de betaalpas op te nemen, want de betaalpas van de aangever [slachtoffer 4] is inmiddels geblokkeerd. Op de camerabeelden van de Primera wordt de verdachte door een verbalisant herkend als degene die met de betaalpas van de aangever [slachtoffer 4] probeert te pinnen, nadat hij een bedrag van € 2.480,- op een 3V voucher (het maximale bedrag dat op de voucher kon worden gestort was € 2.500,-) gestort wilde hebben.

3.7.

Op grond van het voorgaande kan worden vastgesteld dat de verdachte in deze zaak (in ieder geval) degene is geweest die geprobeerd heeft een deel van het ontspaarde geld van de aangever [slachtoffer 4] te ‘cashen.’ Het onrechtmatig in het bezit hebben van de bankpas van een vreemde en daarmee vervolgens proberen geld te ‘cashen’ zijn op zichzelf handelingen die in zodanig verband staan met een (poging) diefstal, dat de verdachte reeds op grond daarvan als medepleger kan worden aangemerkt.

3.8.

Het hof is derhalve van oordeel dat het onder 3 primair ten laste gelegde in de zaak Voorschoten wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Zaken Capelle en Heinenoord

3.9.

Op basis van de stukken in het dossier en het verhandelende ter terechtzitting in eerste aanleg kan worden vastgesteld dat het de verdachte is geweest die in de zaken Capelle en Heinenoord bij de aangevers [slachtoffer 3] en [benadeelde partij 2] geprobeerd heeft om een bankpas respectievelijk een simkaart bij hen thuis op te halen. Dit is in beide zaken niet gelukt, omdat de aangevers tijdig de politie hadden ingeschakeld die de verdachte vervolgens – in de zaak Heinenoord nadat de verdachte eerst probeerde weg te vluchten - hebben kunnen aanhouden. In deze zaken is het de verdachte dan ook niet gelukt om de bankpas of simkaart van de aangevers te verkrijgen.

3.10.

Voorts blijkt uit het dossier dat derden op de bancaire internet-omgevingen van de aangevers [slachtoffer 3] en [benadeelde partij 2] hebben ingelogd en rondgekeken, echter blijkt uit het dossier niet dat er geld is ontspaard of dat de verdachten op een andere wijze hebben geprobeerd om geldtransacties te verrichten.

3.11.

Nu er onder feit 3 (primair en subsidiair) louter poging diefstal is ten laste gelegd en het dossier voor de bewezenverklaring daarvan geen bewijs bevat, is naar het oordeel van het hof niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 3 primair en subsidiair in de zaken Capelle en Heinenoord is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

3.12.

Gelet op het dossier had er wellicht sprake kunnen zijn van poging tot oplichting, maar dat is niet ten laste gelegd.

Ten aanzien van het onder 4 primair ten laste gelegde

4.1.

Ten aanzien van de standpunten van de advocaat-generaal en de raadsvrouw ter zake van het onder 4 (primair en subsidiair) ten laste gelegde verwijst het hof naar hetgeen hiervoor onder paragraven 2.1. en 2.2. is vastgesteld.

Het hof overweegt als volgt.

Zaak Heerlen

4.2.

Uit de stukken in het dossier blijkt dat er op 27 februari 2015 twee geldbedragen (te weten: € 9.900,- en
€ 100,-) van de betaalrekening van de aangeefster [slachtoffer 2] zijn overgeboekt naar een andere betaalrekening op naam van [betrokkene 1] (waarschijnklijk een zogenaamde “money mule”). Vervolgens is er op dezelfde dag van de betaalrekening van [betrokkene 1] een bedrag van € 10.000,- opgenomen bij een [N.V. 1]-servicepunt te Barendrecht, waarbij de rekeninghouder zich heeft moeten legitimeren.

4.3.

Naar het oordeel van het hof is hier sprake van oplichting van [benadeelde partij 1] in de zin van artikel 326, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Door het aannemen van een valse hoedanigheid – in de eerste plaats door het zich voordoen als de rechtmatige rekeninghouder van de bankrekening van de aangeefster [slachtoffer 2] is [benadeelde partij 1] bewogen tot de afgifte van het geldbedrag.

4.4.

Ook hier dient zich opnieuw de vraag aan of de verdachte als medepleger van deze oplichting kan worden aangemerkt. Net als bij de eerder bewezen verklaarde (poging) diefstal is het hof van oordeel dat de verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het delict. Zonder de simkaart van de aangeefster was het immers niet mogelijk geweest om TAN-codes te verkrijgen waarmee het mogelijk werd de geldbedragen van de bankrekening van de aangeefster [slachtoffer 2] over te boeken naar de bankrekening van [betrokkene 1]. Het verkrijgen van de simkaart was derhalve essentieel voor de voltooiing van de oplichting.

4.5.

Hoewel er ook ten aanzien van dit feit geen sprake is van een gezamenlijke uitvoering, is de bijdrage van de verdachte aan het ten laste gelegde naar het oordeel van het hof van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen.

4.6.

Het hof is op grond van het voorgaande van oordeel dat het onder 4 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

5.1.

De advocaat-generaal heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig haar schriftelijk requisitoir op het standpunt gesteld dat het onder 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden, nu deze vorm van diefstal/oplichting/computervredebreuk alleen in georganiseerd verband kan plaatsvinden. De verdachte wist dat hij deel uitmaakte van een grotere groep die zich bezighield met criminele activiteiten en was binnen dit geheel één van de actoren.

5.2.

De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep overeenkomstig haar pleitnotities op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder 5 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, nu op basis van dit dossier niet kan worden vastgesteld dat er sprake was van een criminele organisatie. Als wordt aangenomen dat wèl sprake was van een criminele organisatie, heeft de verdachte een te beperkte rol gehad om als deelnemer van die criminele organisatie te worden aangemerkt.

Het hof overweegt als volgt.

Is er sprake van een criminele organisatie in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht?

5.3.

De verdachte wordt verweten dat hij met andere personen heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had misdrijven te plegen in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. Onder een organisatie als bedoeld in dit artikel moet worden verstaan een gestructureerd samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en continuïteit tussen een verdachte en tenminste één andere persoon. Hoewel het plegen van misdrijven niet de enige of voornaamste bestaansgrond hoeft te zijn en het ook niet zo is dat een deelnemer bekend moet zijn (geweest) met alle personen die behoren tot de organisatie, moet een deelnemer om tot de organisatie te behoren wel een aandeel hebben in de gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie, dan wel die gedragingen ondersteunen. Niet is vereist dat een deelnemer de door de organisatie beoogde misdrijven heeft uitgevoerd of opzet op die misdrijven had. Wel is (voorwaardelijk) opzet vereist voor de wetenschap van een verdachte dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft.

5.4.

Vooropgesteld kan op grond van de stukken uit het dossier worden vastgesteld dat er in alle ten laste gelegde zaken sprake was van phishingactiviteiten, waarbij de verdachten door middel van phishing van gegevens van de aangevers en het verkrijgen van hun simkaarten en/of bankpassen, probeerden geld van de bankrekeningen van de aangevers te halen, wat in ieder geval in twee zaken ook daadwerkelijk is gelukt.

5.5.

Inherent aan dit soort phishingactiviteiten is een aanzienlijke mate van organisatie van die activiteiten. Immers, er worden phishingmails verzonden naar mogelijke slachtoffers, vervolgens wordt binnengedrongen in de bancaire internet-omgeving van de slachtoffers die hun gegevens hebben achtergelaten, de slachtoffers ontvangen daarna brieven of worden telefonisch benaderd, waarbij de suggestie wordt gewekt dat de brieven c.q. de telefoontjes afkomstig zijn van banken en aanbieders van mobiele telefonie waarmee de slachtoffers een relatie onderhouden alsmede dat sprake is van een voor dergelijke ondernemingen passende professionele service, er wordt met de slachtoffers een afspraak gemaakt om hun simkaart of bankpas om te ruilen, personen die zich voordoen als medewerker van een telefoonprovider of de [N.V. 2] komen vervolgens bij de slachtoffers op het afgesproken tijdstip thuis, korte tijd daarna wordt met de verkregen simkaart en/of bankpas geld ontspaard en/of wordt geld overgeboekt naar de bankrekening van een money mule. Deze handelwijze vergt een planmatige aanpak, intensieve samenwerking en duidelijke afstemming tussen de daarbij betrokken personen. Dat geldt vooral omdat er op bepaalde momenten snel gehandeld moet worden, wil een dergelijke fraude succesvol kunnen zijn.

5.6.

Het hof is – mede gelet op het hiervoor overwogene - van oordeel dat er in de onderhavige zaak sprake was een gestructureerd samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en continuïteit tussen de verdachte en anderen, die tot oogmerk had om door middel van phishing en oplichting de bankrekeningen van slachtoffers leeg te halen (diefstal). In alle gevallen wordt gebruik gemaakt van een vaste, strakke werkwijze (modus operandi), zoals dat hiervoor reeds is uiteengezet. Er was sprake van een georganiseerd geheel, waarbij het niet anders kan – zeker gelet op de snelheid waarmee de achtereenvolgende acties vaak plaatsvonden en de professionaliteit van de werkwijze – dan dat er meer personen bij deze organisatie betrokken waren en er kennelijk sprake van een van te voren afgesproken taakverdeling. Het hof is derhalve van oordeel dat er meer mensen bij de organisatie zijn betrokken dan de verdachte en de medeverdachten die hier tot nu toe voor terecht hebben moeten staan.

Is de verdachte aan te merken als deelnemer van deze organisatie?

5.7.

Naar het oordeel van het hof kan de verdachte worden aangemerkt als deelnemer van deze organisatie, nu hij een substantieel aandeel heeft gehad in de gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. De verdachte is degene geweest die de slachtoffers onder ogen kwam en zich valselijk voordeed als medewerker van een telefoonprovider of [N.V. 2]. Op deze wijze verkreeg de verdachte simkaarten en bankpassen waardoor het daadwerkelijke ‘cashen’ mogelijk werd.

5.8.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte de simkaarten en bankpassen niet alleen maar ophaalde, maar zich in dat kader ook voorzag van valse identiteitsbewijzen, kleding en papieren, slachtoffers hielp met het wisselen van de simkaart, slachtoffers formulieren liet ondertekenen, bij een slachtoffer om de wifi-code vroeg en slachtoffers vertelde dat zij gedurende een aantal uren geen gebruik konden maken van hun telefoon (teneinde ontdekking te voorkomen). Aldus kan het naar het oordeel van het hof niet anders dan dat de verdachte wist wat het oogmerk van de organisatie was. Daar komt bij dat vaak al snel nadat de verdachte een simkaart of bankpas had bemachtigd, geprobeerd werd om daadwerkelijk geld te cashen. In dit verband kent het hof ook betekenis toe aan het feit dat de verdachte in een zaak (de zaak Voorschoten) ook zelf geprobeerd heeft om geld vanaf een bankrekening van een aangever wiens pas zeer kort daarvoor was “opgehaald” op te nemen.

Tenslotte overweegt het hof dat ook uit verdachtes hiervoor reeds gememoreerde eigen verklaring, “dat hij dit in opdracht doet, dat het zijn dagelijks werk is en dat hij daar goed zijn geld mee verdient” volgt dat verdachtes (criminele) handelen plaatsvond in het kader van een georganiseerd verband, en dat zulks een duurzaam karakter had.

5.9.

Het hof acht het (voorwaardelijk) opzet van de verdachte op het oogmerk van de organisatie om misdrijven te plegen dan ook bewezen.

5.10.

Het hof is derhalve van oordeel dat het onder 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 primair, 3 primair (in de zaken Heerlen, Geleen en Voorschoten), 4 primair en 5 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

2 primair:

hij

in of omstreeks de periode van 25 februari 2015 tot en met 4 maart 2015,

te Heerlen en/of Geleen en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één of meerdere geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 2] (9.900 en 100 euro) en/of

[slachtoffer 1] (9.557 euro),

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten door (telkens)

-zich toegang te verschaffen tot de (internet)bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1], en/of

(Modus operandi 2)

-middels een valse brief van (zogenaamd) [telefoonprovider 1] en/of [telefoonprovider 2] mede te delen dat een medewerk(st)er van [telefoonprovider 1] en/of [telefoonprovider 2] de simkaart(en) zou omruilen en/of vervangen en/of

-(telefonisch) een afspraak te maken met voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of zich (daarbij) voor te doen als een medewerk(st)er van [telefoonprovider 1] en/of [telefoonprovider 2] voor het omruilen en/of vervangen van de simkaart(en) en/of

-op het afgesproken tijdstip voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] te bezoeken en/of zich uit te geven voor en/of te kleden als een medewerk(st)er van [telefoonprovider 1] en/of [telefoonprovider 2] en/of zich (met een vals) legitimatiewijs te legitimeren en/of (vervolgens) die simkaart(en) om te ruilen en/of te vervangen en/of

-(vervolgens) (met gebruikmaking van de aldus verkregen (inlog)gegevens) (via internetbankieren) (opnieuw) in te loggen op de bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of

waarna hij verdachte en/of zijn mededader(s) één of meerdere geldbedrag(en) van de bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] over hebben gemaakt naar één of meerdere bankrekening(en) van (een) derde(n) en/of (vervolgens) deze/dit geldbedrag(en) met behulp van één of meerdere betaalautoma(a)t(en) hebben opgenomen/gepind;

3
primair:

hij in of omstreeks de periode van 23 februari 2015 tot en met 31 mei 2015,

te Sittard en/of Geleen en/of Heerlen en/of Capelle aan den IJssel en/of Heinenoord en/of Voorschoten en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, althans in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen één of meerdere geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [benadeelde partij 2] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en zich daarbij de toegang tot de plaats dezes misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen geld(bedrag)en en/of goed onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel,

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

-één of meerdere E-mail(s) heeft verstuurd naar het/de E-mailadres(sen) in gebruik bij voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [benadeelde partij 2] en/of [slachtoffer 4], waarin stond vermeld:

dat hij/zij

voor de overgang naar het SEPA betaalsysteem en/of de overgang van het 3G naar het 4G netwerk en/of de overgang/uitrol naar het 4G netwerk en/of een vernieuwde beveiligingsupdate en/of een simkaartomruilaktie voor sneller internet,

via een bij gevoegde link zijn/haar inloggegevens en/of mobiele telefoonnummer en/of gegevens van zijn/haar betaalpas en/of zijn/haar pincode diende in te voeren en/of

-zich toegang heeft verschaft tot de (internet)bankrekening van voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [benadeelde partij 2] en/of [slachtoffer 4] en/of

(MO1)

-middels een valse brief (zich voordoende als [N.V. 1]) aan voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft medegedeeld dat een medewerker van [N.V. 2] de betaalpas(sen) op zou halen en/of

-(telefonisch) contact op heeft genomen met voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en zich (daarbij) heeft voorgedaan als een medewerk(st)er van [benadeelde partij 1] en/of (aldus) een of meer TAN-codes heeft gevraagd en/of bemachtigd en/of

-(telefonisch) een afspraak heeft gemaakt met voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of zich (daarbij) heeft voorgedaan als een medewerk(st)er van [benadeelde partij 1] voor het ophalen van de bankpas(sen) en/of

-(met gebruikmaking van de verkregen inloggegevens en/of TAN code) middels "Mijn [N.V. 1]" de transactielimiet van de betaalpas(sen) heeft verhoogd en/of

-op het afgesproken tijdstip voornoemde [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft bezocht en/of zich uit heeft gegeven voor en/of heeft gekleed als een medewerk(st)er van [N.V. 2] en/of zich (met een vals) legitimatiewijs heeft gelegitimeerd

en/of

(MO2)

-middels een valse brief van (zogenaamd) [telefoonprovider 1] en/of [telefoonprovider 2] en/of [telefoonprovider 3] aan voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [benadeelde partij 2] heeft medegedeeld dat een medewerk(st)er van [telefoonprovider 1] en/of [telefoonprovider 2] en/of [telefoonprovider 3] de simkaart(en) zou omruilen en/of vervangen en/of -(telefonisch) een afspraak heeft gemaakt met voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [benadeelde partij 2] en/of zich (daarbij) heeft voorgedaan als een medewerk(st)er van [telefoonprovider 1] en/of [telefoonprovider 2] en/of [telefoonprovider 3] voor het omruilen en/of vervangen van de simkaart(en) en/of

-op het afgesproken tijdstip voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [benadeelde partij 2] heeft bezocht en/of zich heeft uitgegeven voor en/of gekleed als een medewerk(st)er van [telefoonprovider 1] en/of [telefoonprovider 2] en/of [telefoonprovider 3] en/of zich (met een vals) legitimatiewijs heeft gelegitimeerd,

en/of

waarna hij verdachte en/of zijn mededader(s) één of meerdere geldbedrag(en) van de bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 1] (ongeveer 4.443 euro) en/of [slachtoffer 2] (10.000 euro) en/of [slachtoffer 4] (ongeveer 21.285 euro) hebben ontspaard en/of overgemaakt naar één of meerdere bankrekening(en) van (een) derde(n) en/of hij verdachte en/of zijn mededader(s) heeft/hebben geprobeerd te pinnen;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4 primair:

hij in of omstreeks de periode van 23 februari 2015 tot en met 31 mei 2015,

te Heerlen en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 1] of [benadeelde partij 1] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van één of meerdere geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zich toegang verschaft tot de (internet) bankrekening van [slachtoffer 2],

(MO2)

-middels een valse brief van (zogenaamd) [telefoonprovider 1] aan [slachtoffer 2] medegedeeld dat een medewerk(st)er van [telefoonprovider 1] de simkaart(en) zou omruilen en/of vervangen en/of

-(telefonisch) een afspraak gemaakt met voornoemde [slachtoffer 2] en/of zich (daarbij) voorgedaan als een medewerk(st)er van [telefoonprovider 1] voor het omruilen en/of vervangen van de simkaart(en) en/of

-op het afgesproken tijdstip voornoemde [slachtoffer 2] bezocht en/of zich uitgegeven voor en/of gekleed als een medewerk(st)er van [telefoonprovider 1] en/of zich (met een vals) legitimatiewijs gelegitimeerd en/of (vervolgens) die simkaart(en) omgeruild en/of vervangen en/of

-(vervolgens) (met gebruikmaking van de aldus verkregen (inlog)gegevens) (via internetbankieren) (opnieuw) ingelogd op de bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 2];

waarna hij verdachte en/of zijn mededader(s) één of meerdere geldbedrag(en) van de bankrekening(en) van voornoemde [slachtoffer 2] over hebben gemaakt naar één of meerdere bankrekening(en) van (een) derde(n) en/of (vervolgens) deze/dit geldbedrag(en) met behulp van één of meerdere betaalautoma(a)t(en) hebben opgenomen/gepind;

waardoor voornoemde [benadeelde partij 1] of [benadeelde partij 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

5:
hij

in of omstreeks de periode van 23 februari 2015 tot en met 31 mei 2015,

te Sittard en/of Geleen en/of Heerlen en/of Capelle aan den IJssel en/of Heinenoord en/of Voorschoten en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, althans in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, die tot oogmerk had het plegen van misdrijven, welke organisatie bestond uit verdachte, [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of een of meer andere perso(o)n(en), welke misdrijven waren: [Phishing] - Het tezamen en in vereniging met een ander of anderen, plegen van phishing, bestaande onder meer uit computervredebreuk als bedoeld in artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht en/of

[Oplichting] -het tezamen en in vereniging met een ander of anderen, plegen van oplichting als bedoeld in artikel 326 Wetboek van Strafrecht en/of

[Diefstal] -het tezamen en in vereniging met een ander of anderen, plegen van diefstal als bedoeld in artikel 311 jo 310 van Wetboek van Strafrecht.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 2 primair bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

Het onder 3 primair bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd.

Het onder 4 primair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

Het onder 5 bewezen verklaarde levert op:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich gedurende een periode op de bewezenverklaarde wijze meermalen schuldig gemaakt aan het in vereniging plegen van diefstal en poging tot diefstal. Bij die (poging tot) diefstal werd onder meer gebruik gemaakt van inlog- en andere gegevens die daarvoor met behulp van zogenaamde “phishing” mails waren verkregen van de slachtoffers. Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van oplichting van [N.V. 1]. Ook heeft de verdachte deelgenomen aan een criminele organisatie die tot doel had misdrijven te plegen die verband houden met phishing, oplichting en diefstal. Aldus handelende heeft de verdachte niet alleen de rekeninghouders, maar ook [N.V. 1] ernstige schade berokkend. De bijdrage van de verdachte aan de in georganiseerd verband gepleegde misdrijven heeft het economisch systeem en het vertrouwen van de getroffen rekeninghouders in het betalingsverkeer en bankwezen ernstig ondermijnd. Wanneer het vertrouwen in het betalingsverkeer en bankwezen bij consumenten in het algemeen niet meer aanwezig is, bestaat bovendien het risico van een ernstige ontwrichting van het maatschappelijk en economisch verkeer. Aangenomen mag worden dat de organisatie erop uit is geweest geldelijk gewin te behalen, zonder zich daarbij te laten weerhouden door deze gevolgen.

Het hof rekent het de verdachte zwaar aan dat hij degene is geweest die persoonlijk bij de – veelal bejaarde - slachtoffers thuis kwam en probeerde hun vertrouwen te winnen. Hij moet zich derhalve ook van hun kwetsbaarheid bewust zijn geweest, maar heeft zich kennelijk slechts door zijn behoefte aan geld laten leiden. Ook anderszins kan nergens uit blijken dat de verdachte ook maar enige spijt van zijn handelen heeft. Dat maakt naar het oordeel van het hof dat de recidivekans als aanzienlijk moet worden ingeschat.

Gelet op de ernst van de feiten en de rol die de verdachte in de organisatie heeft gehad acht het hof oplegging van een gevangenisstraf van een aanzienlijke duur gerechtvaardigd. Wel zal het hof een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen en daaraan een proeftijd van drie jaren verbinden om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 24 januari 2017, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.

Het hof houdt met betrekking tot de onder 2 primair, 3 primair en 4 primair bewezenverklaarde feiten, in enigszins matigende zin, rekening met de op het gebied van de gedragingen van de verdachte, overlapping.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

In beslag genomen voorwerpen

De advocaat-generaal heeft ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen gevorderd dat het Rolex horloge, zoals deze is vermeld onder 1 op de lijst van in beslag genomen voorwerpen, zal worden verbeurdverklaard en dat het geldbedrag van € 2.000,00, zoals deze is vermeld onder 2 op de lijst van in beslag genomen voorwerpen, zal worden teruggegeven aan [rechthebbende 1].

Het hof beslist ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen als volgt.

Het in beslag genomen en nog niet teruggegeven Rolex horloge dat bij gelegenheid van het onderzoek naar het door de verdachte onder 3 begane misdrijf is aangetroffen en aan de verdachte toebehoort, dient te worden onttrokken aan het verkeer, nu het – naar verdachte zelf heeft verklaard – gaat om een vervalst exemplaar en het ongecontroleerde bezit daarvan derhalve in strijd met de wet moet worden geacht.

Ten aanzien van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven geldbedrag van € 2.000,00 zal het hof de teruggave aan de rechthebbende, [rechthebbende 1], gelasten, nu het strafvorderlijk belang zich daartegen niet verzet.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 1]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 4 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 36.817,68.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van een gedeelte van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 14.800,00.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte niet betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 14.800,00 materiële schade is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het onder 2 primair en 4 primair bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag worden toegewezen.

Voor het overige dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding, omdat niet is komen vast te staan dat deze materiële schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 2 primair en 4 primair bewezen verklaarde.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van
€ 14.800,00 aansprakelijk is voor de schade die door het onder 4 primair bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1].

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 2]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 en 3 in de zaak Heinenoord ten laste gelegde, tot een bedrag van
€ 450,00.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de gehele vordering van de benadeelde partij.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte niet betwist.

Nu de verdachte ter zake van het onder 1 primair en subsidiair en 3 primair en subsidiair ten laste gelegde in de zaak Heinenoord wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Nu namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36d, 36f, 45, 47, 57, 63, 140, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 primair, 3 primair, 4 primair en 5 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 primair, 3 primair, 4 primair en 5 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

1. STK horloge Rolex Winner

Gelast de teruggave aan [rechthebbende 1] van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:

2. Geld Euro 2.000,-

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]. ter zake van het onder 2 primair en 4 primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 14.800,00 (veertienduizend achthonderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 1], ter zake van het onder 2 primair en 4 primair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van
€ 14.800,00 (veertienduizend achthonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 109 (honderdnegen) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 2] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door mr. Chr.A. Baardman, mr. M. Moussault en mr. A. Kuijer, in bijzijn van de griffier mr. M.V. Lievers-Roza.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 21 februari 2017.