Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2017:3703

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
20-12-2017
Datum publicatie
20-12-2017
Zaaknummer
22-003428-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

art. 177 sr. Omkoping van een ambtenaar. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan omkoping van een tweetal oud-wethouders, tevens medeverdachten. De verdachte heeft zijn medeverdachten giften aangeboden, waaronder luxe reizen naar onder andere buitenlandse voetbalwedstrijden en naar vastgoedbeurzen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-003428-16

Parketnummer: 10-964014-12

Datum uitspraak: 20 december 2017

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 12 juli 2016 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1943,

adres: [adres].

1 Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzittingen in hoger beroep van dit hof op 9, 16 maart en 7, 14, 20, 28, 30 november en 6 en 15 december 2017.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaten-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

2 Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder

1 en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

3 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

(zaaksdossier 03)

dat hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 april 2004 tot en met 9 november 2012, althans op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de jaren 2004 tot en met 2012, in de gemeente(n) Roermond en/of Maastricht en/of elders in Nederland en/of in Frankrijk en/of Duitsland en/of het Verenigd Koninkrijk en/of Zwitserland,

alleen, althans tezamen en in vereniging met een of meer ander(en),

meermalen, althans eenmaal,

een ambtenaar, te weten [medeverdachte 1], in zijn hoedanigheid van wethouder (van Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening, Economische ontwikkelingen, Monumenten en Archeologie, Toerisme en recreatie en Regionale samenwerking) van de gemeente Roermond, één of meer gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en), te weten -zakelijk weergegeven-:

  • -

    één of meer bezoek(en) aan internationale vastgoedbeurzen in Cannes (Mipim in de jaren 2008 tot en met 2010) en/of in München (Expo Real in de jaren 2007 tot en met 2010) en/of de rondom/ter gelegenheid van die vastgoedbeur(s)(zen) plaatsvindende bijeenkomst(en) /ontmoeting(en) en/of (een gedeelte van) de daarmee verband houdende entree- en/of reis- en/of verblijfskosten ter waarde van afgerond 37.520,00 euro, althans enig geldbedrag en/of

  • -

    één of meer bezoek(en) aan het WK voetbal in Duitsland in 2006 (op of omstreeks 21 juni 2006) en/of het EK voetbal in Zwitserland in 2008 (op of omstreeks 9 juni 2008 en/of 13 juni 2008 en/of 17 juni 2008) en/of (een gedeelte van) de daarmee verband houdende entree- en/of reis- en/of verblijfskosten ter waarde van afgerond 14.435,00 euro, althans enig geldbedrag en/of

  • -

    22, althans één of meer bezoek(en) aan zijn, verdachtes (vakantie)woning van in St. Tropez/Frankrijk (in de periode 10 april 2004 tot en met 11 augustus 2012) en/of (een gedeelte van) de daarmee verband houdende reis- en/of verblijfskosten ter waarde van afgerond 12.966,00 euro, althans enig geldbedrag en/of

  • -

    één of meer bezoek(en) aan Berlijn (in 2006) en/of Londen (in 2007) en/of München (in 2007) en/of Lourdes (in 2010) en/of (een gedeelte van) de daarmee verband houdende reis- en/of verblijfskosten ter waarde van afgerond 14.333,00 euro, althans enig geldbedrag en/of

  • -

    één of meer girale geldbedrag(en) groot 16.660,00 euro, althans één of meer girale geldbedrag(en) in en/of via [rechtspersoon A](in of omstreeks de maand augustus 2006 en/of september 2006 en/of februari 2007 en/of januari 2010 en/of februari 2010) en/of

  • -

    een financiële bijdrage van 1.785,00 euro, althans enige financiële bijdrage aan de verkiezingscampagne voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 (in de vorm van een reclamezuil met billboard met de afbeelding van [persoon 1]) (op of omstreeks 9 november 2012),

althans enige gift en/of belofte heeft gedaan en/of enige dienst heeft verleend en/of aangeboden, zulks

(1°) (telkens) met het oogmerk om die [medeverdachte 1] te bewegen in zijn bediening, al dan niet in strijd met zijn plicht, iets te doen en/of na te laten

en/of

(2°) (telkens) ten gevolge en/of naar aanleiding van hetgeen door die [medeverdachte 1], in zijn huidige en/of vroegere bediening, al dan niet in strijd met zijn plicht, is gedaan en/of nagelaten,

te weten (telkens) –zakelijk weergegeven-:

  • -

    het laten ontstaan en/of in stand houden en/of onderhouden en/of verbeteren van een zodanige relatie tussen enerzijds die [medeverdachte 1] en anderzijds verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) dat die [medeverdachte 1] tegenover verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) niet meer zo neutraal en/of zo vrij en/of onbeïnvloed en/of onafhankelijk en/of objectief was/kon zijn bij het nemen van beslissingen in relatie tot verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) als in het geval dat hij, verdachte en/of (één of meer van) zijn medeverdachte(n), die gift(en) en/of belofte(n) niet had(den) gedaan en/of die dienst(en) niet had(den) verleend en/of aangeboden en/of die [medeverdachte 1] die gift(en) en/of belofte(n) en/of die dienst(en) niet had aangenomen en/of

  • -

    het geven van een voorkeursbehandeling aan hem, verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) en/of

  • -

    het (anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van hem, verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) en/of

  • -

    het verstrekken/delen van geheime en/of vertrouwelijke en/of interne/gemeentelijke en/of niet-openbare en/of concurrentiegevoelige informatie aan/met hem, verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) en/of

  • -

    het (anders dan om zakelijke redenen) ten gunste van hem, verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) verstrekken van (eenzijdige) informatie en/of het onthouden en/of achterhouden van informatie ten behoeve van/ter gelegenheid van besluitvormingsprocedures (binnen de gemeente Roermond) en/of

  • -

    het (anders dan om zakelijke redenen) (adviseren tot het) verstrekken en/of (ver)gunnen en/of betalen door de gemeente Roermond van werken en/of opdrachten en/of projecten en/of gebouwen aan hem, verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) en/of

  • -

    het (anders dan om zakelijke redenen) (adviseren tot het) door de gemeente Roermond laten aankopen van één of meer project(en) en/of werk(en) en/of grond(en) en/of gebouwen van hem, verdachte en/of één of meet aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) voor een (aanzienlijk) hoger bedrag dan in redelijkheid op dat moment in het economisch verkeer gangbaar was, althans voor een niet marktconforme prijs en/of

  • -

    het (anders dan om zakelijke redenen) vergezellen van hem, verdachte en/of aanwezig zijn bij door en/of namens verdachte georganiseerde ontmoetingen met potentiële nieuwe opdrachtgevers van verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen);

2.

(zaaksdossier 03)

dat hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 mei 2005 tot en met 30 juni 2012, althans op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de jaren 2005 tot en met 2012 in de gemeente Roermond en/of elders in Nederland en/of in Duitsland en/of Zwitserland,

alleen, althans tezamen en in vereniging met een of meer ander(en),

meermalen, althans eenmaal,

een ambtenaar, te weten [medeverdachte 2], in zijn hoedanigheid van wethouder (van Financiën, Juridische Zaken en Eigendommen) van de gemeente Roermond en/of directeur van de [Rechtspersoon B][Rechtspersoon B], één of meer gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en), te weten –zakelijk weergegeven-:

  • -

    één of meer bezoek(en) aan het WK voetbal in Duitsland in 2006 (op of omstreeks 21 juni 2006) en/of het EK voetbal in Zwitserland in 2008 (op of omstreeks 17 juni 2008) en/of (een gedeelte van) de daarmee verband houdende entree- en/of reis- en/of verblijfskosten ter waarde van afgerond 7.368,00 euro, althans enig geldbedrag en/of

  • -

    één of meer (uitnodiging(en) voor) (een) etentje(s), waaronder een etentje op of omstreeks 9 februari 2006 en/of een etentje op of omstreeks 17 maart 2006 (bij restaurant [restaurant 1] te Roermond) en/of (een) etentje(s) op of omstreeks 18 juni 2007 en/of 12 september 2007 (bij [restaurant 3] te Roermond) en/of bij een etentje op of omstreeks 24 januari 2008 (bij restaurant [restaurant 2] te Roermond) en/of een barbecue op of omstreeks 6 juli 2009 en/of

  • -

    een abonnement bij [bloemenwinkel] te Roermond (op of omstreeks 30 januari 2010) ter waarde van 45,00 euro, althans enig geldbedrag en/of

  • -

    bloemen van [bloemenwinkel] te Roermond (op of omstreeks 30 juni 2012) ter waarde van 125,00 euro, althans enig geldbedrag en/of

  • -

    één of meer donatie(s) aan/ten behoeve van fanfare [fanfare] voor een bedrag van 1.000,00 euro, althans enig geldbedrag (op of omstreeks 3 mei 2005) en/of

  • -

    één of meer donatie(s) aan/ten behoeve van [vereniging] voor een totaalbedrag van 7.000,00 euro, althans enig geldbedrag (op of omstreeks 16 juli 2007 en/of 2l juni 2010),

althans enige gift en/of belofte heeft gedaan en/of enige dienst heeft verleend en/of aangeboden, zulks

(1 °) (telkens) met het oogmerk om die [medeverdachte 2] te bewegen in zijn bediening, al dan niet in strijd met zijn plicht, iets te doen en/of na te laten

en/of

(2°) (telkens) ten gevolge en/of naar aanleiding van hetgeen door die [medeverdachte 2], in zijn huidige en/of vroegere bediening, al dan niet in strijd met zijn plicht, is gedaan en/of nagelaten,

te weten (telkens) –zakelijk weergegeven-:

  • -

    het laten ontstaan en/of in stand houden en/of onderhouden en/of verbeteren van een zodanige relatie tussen enerzijds die [medeverdachte 2] en anderzijds verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) dat die [medeverdachte 2] tegenover verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) niet meer zo neutraal en/of zo vrij en/of onbeïnvloed en/of onafhankelijk en/of objectief was/kon zijn bij het nemen van beslissingen in relatie tot verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) als in het geval dat hij, verdachte en/of (één of meer van) zijn medeverdachte(n), die gift(en) en/of belofte(n) niet had(den) gedaan en/of die dienst(en) niet had(den) verleend en/of aangeboden en/of die [medeverdachte 2] die gift(en) en/of belofte(n) en/of die dienst(en) niet had aangenomen en/of

  • -

    het geven van een voorkeursbehandeling aan hem, verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) en/of

  • -

    het (anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van hem, verdachte en/of één of meet aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) en/of

  • -

    het verstrekken/delen van geheime en/of vertrouwelijke en/of interne/gemeentelijke en/of niet-openbare en/of concurrentiegevoelige informatie aan/met hem, verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) en/of

  • -

    het (anders dan om zakelijke redenen) ten gunste van hem, verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) verstrekken van (eenzijdige) informatie en/of het onthouden en/of achterhouden van informatie ten behoeve van/ter gelegenheid van besluitvormingsprocedures (binnen de gemeente Roermond) en/of

  • -

    het (anders dan om zakelijke redenen) (adviseren tot het) verstrekken en/of (ver)gunnen en/of betalen door de gemeente Roermond van werken en/of opdrachten en/of projecten en/of gebouwen aan hem, verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) en/of

  • -

    het (anders dan om zakelijke redenen) (adviseren tot het) door de gemeente Roermond laten aankopen van één of meer project(en) en/of werk(en) en/of grond(en) en/of gebouwen van hem, verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) voor een (aanzienlijk) hoger bedrag dan in redelijkheid op dat moment in het economisch verkeer gangbaar was, althans voor een niet marktconforme prijs en/of

  • -

    het (anders dan om zakelijke redenen) vergezellen van hem, verdachte en/of aanwezig zijn bij door en/of namens verdachte georganiseerde ontmoetingen met potentiële nieuwe opdrachtgevers van verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen).

4 Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

5 Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

(zaaksdossier 03)

dat hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 april 2004 tot en met 23 oktober 9 november 2012, althans op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de jaren 2004 tot en met 2012, in de gemeente(n) Roermond en/of Maastricht en/of elders in Nederland en/of in Frankrijk en/of Duitsland en/of het Verenigd Koninkrijk en/of Zwitserland,

alleen, althans tezamen en in vereniging met een of meer ander(en),

meermalen, althans eenmaal,

een ambtenaar, te weten [medeverdachte 1], in zijn hoedanigheid van wethouder (van Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening, Economische ontwikkelingen, Monumenten en Archeologie, Toerisme en recreatie en Regionale samenwerking) van de gemeente Roermond, één of meer gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en), te weten -zakelijk weergegeven-:

- één of meer bezoek(en) aan internationale vastgoedbeurzen in Cannes (Mipim in de jaren 2008 tot en met 2010) en/of in München (Expo Real in de jaren 2007 tot en met 2010) en/of de rondom/ter gelegenheid van die vastgoedbeur(s)(zen) plaatsvindende

bijeenkomst(en)/ontmoeting(en) en/of (een gedeelte van) de daarmee verband houdende entree- en/of reis- en/of verblijfskosten ter waarde van afgerond 37.520,00 euro, althans enig geldbedrag en/of

bezoeken aan Cannes (in de jaren 2008 tot en met 2010) en de rondom/ter gelegenheid van de vastgoedbeurzen aldaar plaatsvindende bijeenkomsten/ontmoetingen en (een gedeelte van) de daarmee verband houdende reis- en verblijfskosten ter waarde van enig geldbedrag en

- één of meer bezoek(en) aan het WK voetbal in Duitsland in 2006 (op of omstreeks 21 juni 2006) en/of het EK voetbal in Zwitserland in 2008 (op of omstreeks 9 juni 2008 en/of 13 juni 2008 en/of 17 juni 2008) en/of (een gedeelte van) de daarmee verband houdende entree- en/of reis- en/of verblijfskosten ter waarde van afgerond 14.435,00 euro, althans enig geldbedrag en/of

- 22, althans één of meer bezoek(en) aan zijn, verdachtes (vakantie)woning van in St. Tropez/Frankrijk (in de periode 10 april 2004 tot en met 11 augustus 2012) en/of (een gedeelte van) de daarmee verband houdende reis- en/of verblijfskosten ter waarde van afgerond 12.966,00 euro, althans enig geldbedrag en/of

- één of meer bezoek(en) aan Berlijn (in 2006) en/of Londen (in 2007) en/of München (in 2007) en/of Lourdes (in 2010) en/of (een gedeelte van) de daarmee verband houdende reis- en/of verblijfskosten ter waarde van afgerond 14.333,00 euro, althans enig geldbedrag en/of

- één of meer girale geldbedrag(en) groot 16.660,00 euro, althans één of meer girale geldbedrag(en) in en/of via [rechtspersoon A](in of omstreeks de maand augustus 2006 en/of september 2006 en/of februari 2007 en/of januari 2010 en/of februari 2010) en/of

- een financiële bijdrage van 1.785,00 euro, althans enige financiële bijdrage aan de verkiezingscampagne voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 (in de vorm van een reclamezuil met billboard met de afbeelding van [persoon 1]) (op of omstreeks 9 november 2012),

althans enige gift en/of belofte heeft gedaan en/of enige dienst heeft verleend en/of aangeboden, zulks

(1°) (telkens) met het oogmerk om die [medeverdachte 1] te bewegen in zijn bediening, al dan niet in strijd met zijn plicht, iets te doen en/of na te laten

en/of

(2°) (telkens) ten gevolge en/of naar aanleiding van hetgeen door die [medeverdachte 1], in zijn huidige en/of vroegere bediening, al dan niet in strijd met zijn plicht, is gedaan en/of nagelaten,

te weten (telkens) –zakelijk weergegeven-:

- het laten ontstaan en/of in stand houden en/of onderhouden en/of verbeteren van een zodanige relatie tussen enerzijds die [medeverdachte 1] en anderzijds verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) dat die [medeverdachte 1] tegenover verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) niet meer zo neutraal en/of zo vrij en/of onbeïnvloed en/of onafhankelijk en/of objectief was/kon zijn bij het nemen van beslissingen in relatie tot verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) als in het geval dat hij, verdachte en/of (één of meer van) zijn medeverdachte(n), die gift(en) en/of belofte(n) niet had(den) gedaan en/of die dienst(en) niet had(den) verleend en/of aangeboden en/of die [medeverdachte 1] die gift(en) en/of belofte(n) en/of die dienst(en) niet had aangenomen en/of

- het geven van een voorkeursbehandeling aan hem, verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) en/of

- het (anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van hem, verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) en/of

- het verstrekken/delen van geheime en/of vertrouwelijke en/of interne/gemeentelijke en/of niet-openbare en/of concurrentiegevoelige informatie aan/met hem, verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) en/of

- het (anders dan om zakelijke redenen) ten gunste van hem, verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) verstrekken van (eenzijdige) informatie en/of het onthouden en/of achterhouden van informatie ten behoeve van/ter gelegenheid van besluitvormingsprocedures (binnen de gemeente Roermond) en/of

- het (anders dan om zakelijke redenen) (adviseren tot het) verstrekken en/of (ver)gunnen en/of betalen door de gemeente Roermond van werken en/of opdrachten en/of projecten en/of gebouwen aan hem, verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) en/of

- het (anders dan om zakelijke redenen) (adviseren tot het) door de gemeente Roermond laten aankopen van één of meer project(en) en/of werk(en) en/of grond(en) en/of gebouwen van hem, verdachte en/of één of meet aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) voor een (aanzienlijk) hoger bedrag dan in redelijkheid op dat moment in het economisch verkeer gangbaar was, althans voor een niet marktconforme prijs en/of

- het (anders dan om zakelijke redenen) vergezellen van hem, verdachte en/of aanwezig zijn bij door en/of namens verdachte georganiseerde ontmoetingen met potentiële nieuwe opdrachtgevers van verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen);

2.

(zaaksdossier 03)

dat hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 3 mei 2005 tot en met 30 juni 2012, althans op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de jaren 2005 tot en met 2012 in de gemeente Roermond en/of elders in Nederland en/of in Duitsland en/of Zwitserland,

alleen, althans tezamen en in vereniging met een of meer ander(en),

meermalen, althans eenmaal,

een ambtenaar, te weten [medeverdachte 2], in zijn hoedanigheid van wethouder (van Financiën, Juridische Zaken en Eigendommen) van de gemeente Roermond en/of directeur van de [Rechtspersoon B]([Rechtspersoon B]), één of meer gift(en) en/of belofte(n) en/of dienst(en), te weten –zakelijk weergegeven-:

- één of meer bezoek(en) aan het WK voetbal in Duitsland in 2006 (op of omstreeks 21 juni 2006) en/of het EK voetbal in Zwitserland in 2008 (op of omstreeks 17 juni 2008) en/of (een gedeelte van) de daarmee verband houdende entree- en/of reis- en/of verblijfskosten ter waarde van afgerond 7.368,00 euro, althans enig geldbedrag en/of

- één of meer (uitnodiging(en) voor) (een) etentje(s), waaronder een etentje op of omstreeks 9 februari 2006 en/of een etentje op of omstreeks 17 maart 2006 (bij restaurant [restaurant 1] te Roermond) en/of (een) etentje(s) op of omstreeks 18 juni 2007 en/of 12 september 2007 (bij [restaurant 3] te Roermond) en/of bij een etentje op of omstreeks 24 januari 2008 (bij restaurant [restaurant 2] te Roermond) en/of een barbecue op of omstreeks 6 juli 2009 en/of

- een abonnement bij [bloemenwinkel] te Roermond (op of omstreeks 30 januari 2010) ter waarde van 45,00 euro, althans enig geldbedrag en/of

- bloemen van [bloemenwinkel] te Roermond (op of omstreeks 30 juni 2012) ter waarde van 125,00 euro, althans enig geldbedrag en/of

- een of meer donatie(s) aan/ten behoeve van fanfare [fanfare] voor een bedrag van 1.000,00 euro, althans enig geldbedrag (op of omstreeks 3 mei 2005) en/of

- één of meer donatie(s) aan/ten behoeve van [vereniging] voor een totaalbedrag van 7.000,00 euro, althans enig geldbedrag (op of omstreeks 16 juli 2007 en/of 2l juni 2010),

althans enige gift en/of belofte heeft gedaan en/of enige dienst heeft verleend en/of aangeboden, zulks

(1 °) (telkens) met het oogmerk om die [medeverdachte 2] te bewegen in zijn bediening, al dan niet in strijd met zijn plicht, iets te doen en/of na te laten

en/of

(2°) (telkens) ten gevolge en/of naar aanleiding van hetgeen door die [medeverdachte 2], in zijn huidige en/of vroegere bediening, al dan niet in strijd met zijn plicht, is gedaan en/of nagelaten,

te weten (telkens) –zakelijk weergegeven-:

- het laten ontstaan en/of in stand houden en/of onderhouden en/of verbeteren van een zodanige relatie tussen enerzijds die [medeverdachte 2] en anderzijds verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) dat die [medeverdachte 2] tegenover verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) niet meer zo neutraal en/of zo vrij en/of onbeïnvloed en/of onafhankelijk en/of objectief was/kon zijn bij het nemen van beslissingen in relatie tot verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) als in het geval dat hij, verdachte en/of (één of meer van) zijn medeverdachte(n), die gift(en) en/of belofte(n) niet had(den) gedaan en/of die dienst(en) niet had(den) verleend en/of aangeboden en/of die [medeverdachte 2] die gift(en) en/of belofte(n) en/of die dienst(en) niet had aangenomen en/of

- het geven van een voorkeursbehandeling aan hem, verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) en/of

- het (anders dan om zakelijke redenen) begunstigen van hem, verdachte en/of één of meet aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) en/of

- het verstrekken/delen van geheime en/of vertrouwelijke en/of interne/gemeentelijke en/of niet-openbare en/of concurrentiegevoelige informatie aan/met hem, verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) en/of

- het (anders dan om zakelijke redenen) ten gunste van hem, verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) verstrekken van (eenzijdige) informatie en/of het onthouden en/of achterhouden van informatie ten behoeve van/ter gelegenheid van besluitvormingsprocedures (binnen de gemeente Roermond) en/of

- het (anders dan om zakelijke redenen) (adviseren tot het) verstrekken en/of (ver)gunnen en/of betalen door de gemeente Roermond van werken en/of opdrachten en/of projecten en/of gebouwen aan hem, verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) en/of

- het (anders dan om zakelijke redenen) (adviseren tot het) door de gemeente Roermond laten aankopen van één of meer project(en) en/of werk(en) en/of grond(en) en/of gebouwen van hem, verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen) voor een (aanzienlijk) hoger bedrag dan in redelijkheid op dat moment in het economisch verkeer gangbaar was, althans voor een niet marktconforme prijs en/of

- het (anders dan om zakelijke redenen) vergezellen van hem, verdachte en/of aanwezig zijn bij door en/of namens verdachte georganiseerde ontmoetingen met potentiële nieuwe opdrachtgevers van verdachte en/of één of meer aan verdachte gelieerde vennootschap(pen).

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

6 Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelenbijlage I zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

7 Bewijsoverwegingen

7.1

De feiten 1 en 2

In de tenlastelegging wordt de verdachte onder feit 1 het verwijt gemaakt dat hij in de jaren 2004 tot en met 2012 de medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]), wethouder in de gemeente Roermond, heeft omgekocht. De verdachte wordt onder feit 2 verweten dat hij in de jaren 2005 tot en met 2012 medeverdachte [medeverdachte 2], wethouder in de gemeente Roermond en directeur van de [Rechtspersoon B] heeft omgekocht.

Bij de beoordeling van die feiten stelt het hof naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep het navolgende voorop.

Integriteit en de handhaving daarvan zijn van fundamenteel belang voor een goed functionerende overheid en het vertrouwen van de burger in de overheid.

Teneinde een onafhankelijk en integer bestuur te waarborgen is onder meer in artikel 41a Gemeentewet opgenomen dat een wethouder de eed/belofte dient af te leggen, onder meer inhoudende dat hij om iets in dit ambt te doen of na te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heeft aangenomen of zal aannemen.

Om bestuurders een houvast te bieden bij het bepalen van normen omtrent de integriteit van het bestuur is door de gemeente Roermond in 2003 een gedragscode opgesteld. Zowel in de versie van 2003 als in de latere versie van 2007 is onder meer opgenomen dat een bestuurder van een aanbieder van diensten aan de gemeente geen faciliteiten of diensten aanneemt die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kan beïnvloeden (art. 2.5) en dat een bestuurder die familie- of persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten aan de gemeente, zich onthoudt van deelname aan de besluitvorming over de betreffende opdracht (art. 2.4). Voorts is opgenomen dat bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties de bestuurder (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen voorkomt (art. 2.2).

De verdachte was in de tenlastegelegde periode werkzaam als projectontwikkelaar. Hij was (indirect) bestuurder van [Rechtspersoon C], [Rechtspersoon D], [Rechtspersoon E], [Rechtspersoon F] en [Rechtspersoon G] Gelet op de verwevenheid tussen de verdachte privé en in diens hoedanigheid van directeur/bestuurder van de voornoemde aan hem gelieerde vennootschappen, wordt in het hierna volgende met “[verdachte]” of “de verdachte” bedoeld zowel de verdachte als privépersoon, als ook de verdachte als directeur/bestuurder, alsmede één van de voornoemde vennootschappen.

In de tenlastegelegde periode liepen er diverse grote vastgoedprojecten in de gemeente Roermond van de verdachte of waar de verdachte bij betrokken was. Het gaat dan onder meer om de ontwikkeling van het Kazernevoorterrein (realisering van een ondergrondse parkeergarage en huisvesting van het stadsdeelkantoor), het Retailpark, het Multicultureel Zorgcentrum (ook wel Gebroeklaan of Aldilocatie genoemd) en de ECI Cultuurfabriek.

7.2

Feit 1 omkoping [medeverdachte 1]

[medeverdachte 1] was in de periode van april 1998 tot 23 oktober 2012 ambtenaar en wethouder van de gemeente Roermond, met een portefeuille waarvan de kern bestond uit de onderwerpen volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en economische ontwikkelingen.

Voordat [medeverdachte 1] wethouder werd zijn er door [medeverdachte 1] afspraken gemaakt, die ook mondeling zijn meegedeeld bij de start van de coalities van 1998. Die afspraken waren:

- Nooit overleg zonder ambtenaren;

- Nooit onderhandelingen of overleg over financiële zaken; altijd andere wethouders;

- Bij kritiek is [medeverdachte 1] niet de aangewezen persoon maar de gemeentesecretaris e/o de Burgemeester.

- Bij gezamenlijke familievakanties e/o reizen zal [medeverdachte 1] dat melden aan het College.

De verdachte heeft verklaard dat hij globaal bekend was met de regels waar [medeverdachte 1] zich in het kader van de afspraken en de gedragscode van de gemeente Roermond aan diende te houden.

7.2.1

Giften

Het doen van een gift (in de zin van de ambtelijke omkopingsbepalingen in het Wetboek van Strafrecht)kan volgens vaste rechtspraak worden beschouwd als elk overdragen aan een ander van iets dat voor deze materiële of immateriële waarde heeft. Van een persoonlijke bevoordeling hoeft geen sprake te zijn. Met dit juridisch kader voor ogen zal het hof hierna de tenlastegelegde giften bespreken.

Bezoeken

Ten aanzien van de in de tenlastelegging opgenomen bezoeken is op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting wettig en overtuigend bewezen dat deze hebben plaatsgevonden.

[medeverdachte 1] is in 2007, 2008, 2009 en 2010 met de verdachte naar de vastgoedbeurs Expo Real in München gereisd en heeft samen met de verdachte aldaar verbleven. In 2008, 2009 en 2010 is [medeverdachte 1] samen met de verdachte naar Cannes gereisd en heeft daar in een hotel verbleven ten tijde van de vastgoedbeurs (Mipim). Voorts heeft [medeverdachte 1] op uitnodiging van de verdachte in 2006 een wedstrijd van het Nederlands elftal tijdens het WK-voetbal in Duitsland en in 2008 drie wedstrijden van het Nederlands elftal tijdens het EK-voetbal in Zwitserland bijgewoond. [medeverdachte 1] is in genoemde periode een aantal keer per jaar naar de vakantiewoning van de verdachte in St. Tropez gereisd en heeft daar verbleven. Samen met de verdachte heeft [medeverdachte 1] in 2006 Berlijn en in 2007 Londen en München bezocht. In 2010 heeft [medeverdachte 1] samen met de echtgenote van de verdachte Lourdes bezocht, welke reis door de verdachte is betaald.

Voor voornoemde bezoeken geldt dat de reis- en verblijfkosten door de verdachte zijn betaald. Weliswaar heeft [medeverdachte 1] in een aantal gevallen achteraf een bijdrage in die kosten aan de verdachte betaald, maar die bijdragen dekten slechts een deel van de gemaakte kosten.

Door de raadsman is aangevoerd dat de giften aan [medeverdachte 1] door de verdachte in de privésfeer zijn gedaan, nu hij en [medeverdachte 1] goede vrienden zijn.

Het hof zal op dat laatste verderop onder 7.2.3 nog nader in gaan, maar wijst er hier reeds op dat ook giften, die privé aan een ambtenaar worden gegeven, giften zijn die in de beoordeling kunnen worden betrokken. Immers, het enkele feit dat het om een gift in de privésfeer gaat, sluit nog niet uit dat de omkoper met zijn gift het oogmerk kan hebben om de ambtenaar om te kopen en dat de ambtenaar zich daarmee laat omkopen.

Donaties aan [rechtspersoon A]

Het hof overweegt ten aanzien van de donaties aan

[rechtspersoon A] het volgende.

Het hof stelt op grond van de gebezigde bewijsmiddelen vast dat [rechtspersoon A] een op initiatief van [medeverdachte 1] in 1999 opgerichte besloten vennootschap is.

De verdachte heeft op verzoek van [medeverdachte 1] diverse keren geldbedragen betaald aan [rechtspersoon A]. In totaal ging het in de tenlastegelegde periode om een bedrag van

€ 16.600,--.

De raadsman heeft aangevoerd dat deze betalingen zijn gedaan ten behoeve van de VVD en niet als gift aan [medeverdachte 1] kunnen worden aangemerkt.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

[medeverdachte 1] deed verzoeken aan de verdachte om aan [rechtspersoon A] geld te betalen. De verdachte heeft bevestigd dat [medeverdachte 1] hem dat heeft gevraagd. Door [rechtspersoon A] werd daartoe telkens een factuur aan de verdachte gezonden.

Gelet op deze feiten en omstandigheden stelt het hof vast dat een betaling aan [rechtspersoon A] van waarde was voor [medeverdachte 1] en dat de verdachte dat ook wist. Dat [medeverdachte 1] vanuit [rechtspersoon A] vervolgens ook betalingen deed die ten goede kwamen aan de VVD doet aan de waarde van de betalingen die de verdachte deed voor [medeverdachte 1] niet af.

Het verweer wordt verworpen.

Reclamezuil met afbeelding van [persoon 1]

Het hof stelt op grond van de gebezigde bewijsmiddelen vast dat [medeverdachte 1] in 2012 het idee heeft geopperd om een afbeelding van [persoon 1] op een reclamezuil te plaatsen. [medeverdachte 1] heeft aan de verdachte hiervoor een bijdrage gevraagd.

De verdachte heeft ten behoeve van deze reclamezuil in november 2012 een bedrag van € 1.785,00 betaald aan [Rechtspersoon H]

Door de raadsman is betoogd dat met betaling van een bijdrage aan een vennootschap waarvan hij zelf medeaanhouder is, geen sprake is van een gift aan [medeverdachte 1].

Het hof verwerpt ook dit verweer.

Uit de gebezigde bewijsmiddelen blijk niet alleen dat het idee voor de reclamezuil van [medeverdachte 1] afkomstig was, hij heeft zich ook daadwerkelijk ingespannen om de reclamezuil te realiseren. Daartoe heeft [medeverdachte 1] - onder anderen – aan de verdachte bijdragen gevraagd om zo de financiering rond te krijgen. Voorts heeft [medeverdachte 1] aangegeven dat hij het belangrijk vond dat hij mensen van de VVD wilde zien en [persoon 1] de eerste Limburgse kandidaat was. Dit volgt ook uit de reactie van [medeverdachte 1] toen de afbeelding van [persoon 1] op de reclamezuil was geplaatst: “Jongens het is gelukt!!”. Het hof leidt daaruit af dat het bij het realiseren van de verkiezingsposter op de reclamezuil om iets ging dat voor [medeverdachte 1] van waarde was (het was immers zijn idee dat hij uitgevoerd wilde zien), zodat sprake is van een gift van de verdachte aan [medeverdachte 1].

Het maakt daarbij naar het oordeel van het hof niet uit dat de gift is betaald aan een vennootschap waar de verdachte wel maar [medeverdachte 1] verder geen betrokkenheid bij had.

Conclusie giften

Het vorengaande leidt het hof tot de conclusie dat alle onder 1 ten laste gelegde giften kunnen worden aangemerkt als giften in de zin van artikel 177(a) van het Wetboek van Strafrecht (oud).

Het hof acht bewezen dat de verdachte aan [medeverdachte 1] giften heeft gedaan in de vorm van bezoeken aan de vakantiewoning van de verdachte in St. Tropez, vastgoedbeurzen in München en Cannes, WK- en EK- voetbalwedstrijden, en aan Berlijn, Londen, München en Lourdes. Het hof acht ook bewezen dat de verdachte op verzoek van [medeverdachte 1] € 16.660,00 geschonken heeft aan [rechtspersoon A] en een bijdrage van € 1.785,00 heeft gegeven ten behoeve van de reclamezuil voor de verkiezingscampagne van [persoon 1].

7.2.2

Oogmerk en opzet

De verdachte ontkent dat hij met zijn giften aan [medeverdachte 1] de bedoeling had om [medeverdachte 1] te bewegen tot een handelen of nalaten in zijn functie van wethouder dan wel dat hij de giften heeft gedaan ten gevolge en/of naar aanleiding van hetgeen [medeverdachte 1] heeft gedaan en/of nagelaten. De giften deed de verdachte uit vriendschap: hij en [medeverdachte 1] zijn sinds vele jaren goede vrienden.

Op basis van de voorhanden wettige bewijsmiddelen zal het hof beoordelen of de conclusie gerechtvaardigd is dat uit het handelen van de verdachte op grond van de uiterlijke verschijningsvorm en de feiten en omstandigheden van en rondom de giften volgt dat de verdachte met het doen van de giften het oogmerk had om [medeverdachte 1] te bewegen iets te doen en/of na te laten en/of de verdachte opzettelijk de giften heeft gedaan ten gevolge en /of naar aanleiding van hetgeen [medeverdachte 1] heeft gedaan en/of nagelaten in zijn bediening. Daarbij is de omvang en de aard van de giften en het moment waarop de giften zijn gedaan van belang.

Wat betreft de aard en de omvang van de giften is het hof gebleken dat er geen sprake geweest is van een eenmalig aan [medeverdachte 1] geschonken grote som geld of een periodiek geldbedrag dat de verdachte aan [medeverdachte 1] heeft gegeven.

Het gaat in deze om door de verdachte gedane betalingen ten behoeve van [medeverdachte 1], in de periode dat [medeverdachte 1] wethouder was, gedurende een aantal jaren, waaronder meerdere reizen, soms per privévliegtuig of helikopter, verblijf in hotels, etentjes en kaarten voor voetbalwedstrijden en beurzen, en financiële bijdragen aan [rechtspersoon A] en ten behoeve van de reclamezuil.

Het hierdoor door [medeverdachte 1] genoten voordeel had meer dan een beperkte omvang. Zo ging het bij de bezoeken aan WK- en EK-voetbalwedstrijden en de vastgoedbeurzen in Cannes en München om enkele duizenden euro’s per bezoek. Het betrof bovendien een aantal jaarlijks terugkerende giften, gedurende een geruime periode van circa acht jaar.

Op het moment dat de verdachte de betreffende giften deed was de verdachte, zoals hiervoor al is aangehaald, betrokken bij een aantal grote projecten binnen de gemeente Roermond, waarmee voor hem grote financiële belangen waren gemoeid. De verdachte en [medeverdachte 1] hadden door deze projecten in die periode intensief zakelijk contact en een nauwe samenwerking. Dit blijkt onder meer uit de verslagen van de diverse overleggen die in de ten laste gelegde periode werden gevoerd.

In dit kader is van belang dat de verdachte, gelet op het verkrijgen en de voortgang van voornoemde projecten, gebaat was bij een goede relatie met de gemeente Roermond en met [medeverdachte 1] in het bijzonder. [medeverdachte 1] besliste weliswaar niet alleen, de gemeentelijke besluitvorming was in handen van het college van B&W, maar hij was betrokken bij de besluitvorming en als wethouder -onder meer- verantwoordelijk voor ruimtelijke ordening en economische ontwikkelingen.

Illustratief voor de relatie en de samenwerking tussen de verdachte en [medeverdachte 1] is naar het oordeel van het hof een aantal voorbeelden uit het dossier waarin naar voren komt hoe de verdachte en [medeverdachte 1] samenwerkten en hoe de verdachte voor [medeverdachte 1] van nut was c.q. kon zijn.

Zo is er een aantal schriftelijke stukken van [persoon 2] (een naaste medewerker van de verdachte) waaruit blijkt dat er tijdens het verblijf in St. Tropez tussen de verdachte en [medeverdachte 1], overigens zonder dat daar ambtenaren bij waren, over lopende projecten werd gesproken. Daarbij werden kennelijk door de verdachte en [medeverdachte 1] informatie en standpunten uitgewisseld.

Lopende projecten werden ook besproken tijdens periodieke overleggen waarbij, blijkens de daarvan gemaakte verslagen, aanwezig waren de verdachte, wethouder [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] met voornoemde [persoon 2]. Getuige [getuige 1], destijds werkzaam bij de gemeente, heeft verklaard: “Er wordt natuurlijk heel veel gesproken met de medewerkers van [Rechtspersoon F] ([persoon 2] en [verdachte]). Dat niet alles via de formele besluitvorming verloopt en dat ze buiten het formele overleg al dingen bespreken en al afgekaart hebben, dat is wel duidelijk.”

Een ander voorbeeld betreft de gunning van infrastructurele werken rondom het Retailpark. In een brief van [persoon 2] d.d. 30 juni 2006 is opgenomen dat door toedoen van de verdachte ook het bouwbedrijf [Rechtspersoon I] bij de gemeente aan tafel is gekomen. En voorts “Het feit dat de gemeente niet voor [Rechtspersoon I] heeft gekozen, wordt verdachte] door [persoon 3] ernstig verweten, waarna wethouder [medeverdachte 1] met [persoon 3] heeft gebeld om aan te tonen dat [verdachte] zijn uiterste best heeft gedaan om de werken bij [Rechtspersoon I] onder te brengen.”

Een ander voorbeeld blijkt uit interne notulen van [[Rechtspersoon C] van een overleg op 23 januari 2009 over het onderwerp Kazernevoorterrein en de vestiging van Zara: “[verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte) wil ook [medeverdachte 1] op de hoogte stellen, zodat er misschien ook vanuit het gemeentebestuur een brief naar Zara kan worden verzonden.”

Uit deze voorbeelden blijkt naar het oordeel van het hof in de eerste plaats dat [medeverdachte 1] actief betrokken was bij de projecten van de verdachte. Bovendien blijkt hieruit het belang en de (mogelijke) invloed die [medeverdachte 1] had of kon hebben bij de gunning en de voortgang van de projecten van de verdachte en het daar aan voorafgaande besluitvormingsproces.

Het hof beschouwt het besluitvormingsproces in dit kader in ruime zin. Dit omvat dan niet slechts het besluit en het direct daaraan voorafgaande beraadslaging in het college van B&W, respectievelijk de gemeenteraad, maar ook het daaraan voorafgaande traject.

Voorts stelt het hof op grond van de gebezigde bewijsmiddelen vast dat de verdachte tijdens de bezoeken aan de vastgoedbeurs in München lunches organiseerde waarvoor zijn bestaande en potentiële investeerders en andere zakelijke contacten werden uitgenodigd. Ook [medeverdachte 1] werd voor deze lunches uitgenodigd en hij heeft deze ook bijgewoond.

Dat de aanwezigheid van [medeverdachte 1] voor de verdachte bij deze lunches van belang was volgt naar het oordeel van het hof uit een opmerking in een memo van [persoon 2] waarin wordt aangegeven dat het grote voordeel in München is dat “de belangrijkste beslisser van de stad Roermond” ook aanwezig zal zijn.

Naar het oordeel van het hof kunnen de gedragingen van de verdachte zoals hiervoor weergegeven naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zijnde zo zeer gericht op het bewegen van de ambtenaar en wethouder [medeverdachte 1] tot een doen dan wel een nalaten in strijd met zijn ambtelijke plicht om het laten ontstaan, in stand houden, onderhouden en verbeteren van een zodanige relatie met [medeverdachte 1], dat [medeverdachte 1] tegenover de verdachte niet meer zo onafhankelijk kon zijn bij het nemen van beslissingen in relatie tot de verdachte, dat het niet anders kan zijn dan dat het oogmerk van de verdachte daarop gericht is geweest.

Daarnaast is het oogmerk en opzet van de verdachte er op gericht geweest dat [medeverdachte 1] aanwezig was bij door de verdachte georganiseerde ontmoetingen met potentiële nieuwe opdrachtgevers van de verdachte.

Voornoemde uiterlijke verschijningsvormen kunnen evenzeer worden aangemerkt als zijnde zo zeer gericht op – kort gezegd – het belonen van [medeverdachte 1] naar aanleiding van wat [medeverdachte 1] in strijd met zijn ambtelijke plicht in het verleden heeft gedaan of nagelaten ten gunste van de verdachte, dat het niet anders kan zijn dan dat het opzet van de verdachte ook daarop gericht is geweest.

In dit verband is voor het hof niet alleen van belang de hoeveelheid en de frequentie van de giften, de omvang daarvan en de tijdstippen waarop deze zijn gedaan door de verdachte, maar ook het feit dat de verdachte in dezelfde periode zich op soortgelijke wijze heeft gedragen ten opzichte van [medeverdachte 2], een andere ambtenaar en wethouder van de gemeente Roermond.

Het hof is, anders dan het Openbaar Ministerie, van oordeel dat (voor het overige) niet is gebleken van een concrete gunst of tegenprestatie die [medeverdachte 1] zou hebben gegeven in ruil voor de giften van de verdachte.

Weliswaar komt uit het dossier het beeld naar voren dat de verdachte voordeel heeft gehad bij de besluitvorming door de gemeente, maar noch uit het onderzoek ter terechtzitting, noch uit het dossier kan in bewijsrechtelijk voldoende overtuigende zin worden afgeleid dat de verdachte daadwerkelijk door [medeverdachte 1] is bevoordeeld.

Aan een zodanige conclusie staat niet alleen de collegiale besluitvorming binnen de gemeente in de weg, maar ook de inhoud van de (bij de rechter-commissaris afgelegde) verklaringen van ambtenaren en leden van het college van

B & W. Velen daarvan hebben aangegeven dat zij niet gemerkt hebben dat [medeverdachte 1] de verdachte of andere ondernemers daadwerkelijk heeft voorgetrokken of op een andere manier heeft begunstigd.

7.2.3

Verweer: vriendschap

Door de raadsman is naar voren gebracht dat de verdachte en [medeverdachte 1] sinds lange tijd goede vrienden zijn en dat er geen sprake is van giften en gunsten gelegen buiten het kader van vriendschap. De giften dienen in dat licht te worden bezien en van omkoping is dan ook geen sprake.

Het hof onderkent dat de verdachte en [medeverdachte 1] sinds lange tijd bevriend waren en een hechte vriendschap hebben.

De vraag die beantwoord dient te worden is of deze vriendschap in dit geval de hierboven voorhands getrokken conclusie ontzenuwt.

Het hof overweegt hieromtrent, in aanvulling van hetgeen hiervoor reeds is overwogen omtrent de giften en de redenen waarom deze zijn gedaan, het volgende.

Tussen de verdachte en [medeverdachte 1] bestond in de bewezenverklaarde periode een intensieve zakelijke en een hechte vriendschappelijke relatie. Deze twee hoedanigheden zijn evenwel niet goed te scheiden en lopen in elkaar over. De verdachte en [medeverdachte 1] hebben er zelf geen (strikte) scheiding in aangebracht. Dit volgt bijvoorbeeld uit de eerder genoemde notities van [persoon 2] betreffende de te bespreken zaken in de vakantiewoning in St. Tropez, uit het bezoek aan de eindejaars bijeenkomst van [persoon 4] tijdens een stedentrip naar Londen in december 2007 en de meldingen van de bezoeken aan de vastgoedbeurzen. Daarvoor kan ook niet bepalend zijn dat de verdachte en [medeverdachte 1] achteraf bepaalde bezoeken als louter vriendschappelijk hebben aangemerkt.

Hieraan doet niet af dat de vriendschap tussen de verdachte en [medeverdachte 1] algemeen bekend was, dat [medeverdachte 1] de bezoeken, zoals afgesproken, altijd heeft gemeld aan het College van B&W en dat er nooit bezwaar gemaakt is.

Het hof zal dan ook geen scheiding tussen vriendschappelijke en zakelijke bezoeken aanbrengen. De omstandigheid dat de verdachte en [medeverdachte 1] vrienden zijn, kan geen rechtvaardiging vormen voor het feit dat de verdachte de hierboven omschreven giften heeft gedaan.

Dat de giften geheel zonder bijbedoeling zijn gedaan acht het hof, gelet op de uiterlijke verschijningsvorm zoals hierboven weergegeven, niet aannemelijk geworden.

Het voorgaande maakt dat de vriendschap tussen de verdachte en [medeverdachte 1] geen ander licht werpt op de giften en de redenen waarom deze giften werden gedaan.

Het verweer hieromtrent wordt verworpen.

7.3

Feit 2: omkoping [medeverdachte 2]

[medeverdachte 2] was ambtenaar en van mei 2002 tot 1 februari 2010 wethouder Financiën, Juridische Zaken en Eigendommen bij de gemeente Roermond. Per laatstgenoemde datum werd hij benoemd als directeur van [Rechtspersoon B], welke [Rechtspersoon B] taken van gemeenten uitoefent met betrekking tot (onder meer de aan- en verkoop en exploitatie van) bedrijventerreinen. Uit openbare publicaties van [Rechtspersoon B] blijkt dat de aandelen van deze besloten vennootschap in handen zijn van een aantal publiekrechtelijke overheidsinstanties, waaronder de gemeente Roermond.

Uit het voorgaande leidt het hof af dat [medeverdachte 2] ook in zijn hoedanigheid van directeur van [Rechtspersoon B] kan worden aangemerkt als ambtenaar in de zin van de artikelen 177 (oud) en 177a (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

7.3.1

Partiële vrijspraken

Etentjes

Van de ten laste gelegde etentjes op 9 februari 2006,

17 maart 2006, 12 september 2007 en de barbecue op 6 juli 2009 is naar het oordeel van het hof niet komen vast te staan wie de kosten van deze etentjes voor zijn rekening heeft genomen. Bovendien heeft [medeverdachte 2] ten aanzien van de barbecue verklaard –zakelijk weergegeven- dat hij daar slechts even is geweest om zijn dochter op te halen. Het hof acht deze verklaring aannemelijk.

Naar het oordeel van het hof kan op deze onderdelen niet worden vastgesteld dat sprake is van een gift in de zin van artikel 177 dan wel 177a (oud) van het Wetboek van Strafrecht, van de verdachte aan [medeverdachte 2], zodat de verdachte daarvan wordt vrijgesproken.

Ten aanzien van het ten laste gelegde etentje bij [restaurant 3] op 18 juni 2007 is het hof van oordeel dat uit de zich in het dossier bevindende factuur d.d. 26 juni 2007 en de daarbij gevoegde (vrijwel onleesbare) specificaties niet kan worden vastgesteld of deze specificaties betrekking hebben op het desbetreffende etentje van 18 juni 2007 en van welke omvang deze betaling was.

Ten aanzien van het etentje bij restaurant [restaurant 2] op 24 januari 2008 is het hof eveneens van oordeel dat op grond van het dossier onvoldoende kan worden vastgesteld of de boeking in de administratie van de verdachte ziet op een etentje waar [medeverdachte 2] op die dag bij aanwezig is geweest.

De verdachte zal ook ten aanzien van deze ten laste gelegde etentjes worden vrijgesproken.

Bloemen

Ter zake van het ten laste gelegde bloemabonnement bij [bloemenwinkel] op 1 februari 2010 ter waarde van € 45,- stelt het hof vast dat [medeverdachte 2] heeft verklaard

-zakelijk weergegeven - dat hij op 1 februari 2010 als directeur is benoemd bij [Rechtspersoon B] en dat [verdachte] de bloemen zal hebben geschonken als gelukwens.

Voorts stelt het hof vast dat op grond van de zich in het dossier bevindende Gedragscode voor bestuurders van de gemeente Roermond van 2 januari 2007 (ZD.03.24.10786 e.v.) giften die een bestuurder ontvangt die een waarde van minder dan € 50,- vertegenwoordigen, kunnen worden behouden en behoeven deze niet te worden gemeld en geregistreerd (bepaling 5.2).

De verdachte zal van dit gedeelte van de tenlastelegging worden vrijgesproken.

7.3.2

Giften

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen stelt het hof vast dat [medeverdachte 2] op uitnodiging van de verdachte is meegegaan naar de voetbalwedstrijd Nederland-Argentinië op 21 juni 2006 in Frankfurt en naar de voetbalwedstrijd Nederland-Roemenië op 17 juni 2008 te Bern. De reis- en verblijfskosten werden betaald door de verdachte.

Voorts kan op grond van de gebezigde bewijsmiddelen worden vastgesteld dat de verdachte in 2005 een donatie van

€ 1.000,- heeft gedaan aan [fanfare] te Roermond en dat hij in 2007 en 2010 een totaalbedrag van € 7.000,- heeft gedoneerd aan [vereniging] te Roermond. In de bovengenoemde gevallen heeft [medeverdachte 2], destijds (actief) lid van beide verenigingen, de verdachte verzocht om te doneren. Ook heeft de verdachte op 30 juni 2012 aan [medeverdachte 2] bloemen [bloemenwinkel] ter waarde van € 125,--, ter gelegenheid van zijn verjaardag gegeven.

Het hof stelt op grond van het vorengaande vast dat er met voorgaande betalingen sprake is van een overdracht door de verdachte aan [medeverdachte 2] van iets dat voor [medeverdachte 2] waarde heeft en dus van een gift.

7.3.3

Oogmerk en opzet

De verdachte ontkent de giften te hebben gedaan met het doel om [medeverdachte 2] te bewegen in zijn bediening als wethouder iets te doen of na te laten.

Evenals hiervoor ten aanzien van feit 1 zal het hof ook voor dit feit op basis van de voorhanden wettige bewijsmiddelen beoordelen of de conclusie gerechtvaardigd is dat het handelen van de verdachte op grond van de uiterlijke verschijningsvorm niet anders kan worden gekwalificeerd als zijnde gedaan met het oogmerk om [medeverdachte 2] te bewegen in zijn bediening iets te doen en/of na te laten dan wel is gedaan ten gevolge en/of naar aanleiding van hetgeen door [medeverdachte 2] in zijn bediening is gedaan en/of nagelaten. Daarbij is de omvang en de aard van de giften, alsmede het moment waarop de giften zijn gedaan naar het oordeel van het hof van belang.

Wat betreft de aard en de omvang van de giften is er sprake geweest van door de verdachte gedane betalingen ten behoeve van [medeverdachte 2], in de periode dat hij wethouder was, te weten entree- en/of reis- en/of verblijfkosten ten behoeve van de voetbalreizen. Het hierdoor door de verdachte genoten voordeel had meer dan een beperkte omvang, het ging immers in totaal om meer dan € 7.000,-. Daarbij komen dan ook nog de giften aan de [vereniging] en de fanfare, eveneens zo’n € 7.000,-.

De verdachte heeft nog verklaard dat hij met het sturen van bloemen ter gelegenheid van de verjaardag van [medeverdachte 2] attent wilde zijn.

Het hof overweegt dat op zichzelf bezien een gift van bloemen ter waarde van € 125,- ter gelegenheid van de verjaardag als een aardige geste zou kunnen worden beschouwd, maar dat in het licht van de overige giften, in onderlinge samenhang bezien, ook dit als gift in de beoordeling betrokken moet worden.

Dit blijkt onder meer uit de verslagen van de diverse overleggen die in de ten laste gelegde periode werden gevoerd tussen de gemeente en de verdachte, waaraan [medeverdachte 2] ook regelmatig deelnam. De verdachte had naar het oordeel van het hof een groot belang bij het op goede voet blijven en bij het tot stand brengen en in stand houden van een goede relatie met [medeverdachte 2], als wethouder van de gemeente Roermond (gelet op diens portefeuille en ook zijn betrokkenheid bij een aantal projecten van de verdachte) en ook als directeur van [Rechtspersoon B]. Deze besloten vennootschap hield zich immers onder andere bezig met de aan- en verkoop en de exploitatie van bedrijventerreinen in onder andere de gemeente Roermond en kon als zodanig van belang zijn voor de verdachte.

De verdachte heeft verklaard dat hij globaal bekend was met de regels waar [medeverdachte 1] zich in het kader van de gedragscode van de gemeente Roermond diende te houden.

Naar het oordeel van het hof kan hier uit worden afgeleid dat de verdachte op de hoogte was van het bestaan van de gedragscode van de gemeente Roermond waar wethouders in het algemeen (zo ook [medeverdachte 2]) zich aan dienden te houden.

Naar het oordeel van het hof kunnen de gedragingen van de verdachte zoals hiervoor weergegeven naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zijnde zo zeer gericht op het bewegen van de ambtenaar en wethouder [medeverdachte 2] tot een doen dan wel een nalaten in strijd met zijn ambtelijke plicht om het laten ontstaan, in stand houden, onderhouden en verbeteren van een zodanige relatie met [medeverdachte 2], dat [medeverdachte 2] tegenover de verdachte niet meer zo onafhankelijk kon zijn bij het nemen van beslissingen in relatie tot de verdachte, dat het niet anders kan zijn dan dat het oogmerk van de verdachte daarop gericht is geweest.

Voornoemde uiterlijke verschijningsvorm kan evenzeer worden aangemerkt als zijnde zo zeer gericht op – kort gezegd – het belonen van [medeverdachte 2] naar aanleiding van wat [medeverdachte 2] in strijd met zijn ambtelijke plicht in het verleden heeft gedaan of nagelaten ten gunste van de verdachte, dat het niet anders kan zijn dan dat het opzet van de verdachte ook daarop gericht is geweest.

In dit verband is voor het hof niet alleen van belang de hoeveelheid en de frequentie van de giften, de omvang daarvan en de tijdstippen waarop deze zijn gedaan door de verdachte, maar ook het feit dat de verdachte in dezelfde periode zich op soortgelijke wijze heeft gedragen ten opzichte van [medeverdachte 1], een andere ambtenaar en wethouder van de gemeente Roermond.

Het hof is, anders dan het Openbaar Ministerie, van oordeel dat (voor het overige) niet is gebleken van een concrete gunst of tegenprestatie die [medeverdachte 2] zou hebben gegeven in ruil voor de giften. Weliswaar komt uit het dossier het beeld naar voren dat de verdachte voordeel heeft gehad bij de besluitvorming door de gemeente, maar noch uit het onderzoek ter terechtzitting, noch uit het dossier kan in bewijsrechtelijk voldoende overtuigende zin worden afgeleid dat de verdachte daadwerkelijk door [medeverdachte 2] is bevoordeeld. Aan een zodanige conclusie staat niet alleen de collegiale besluitvorming binnen de gemeente in de weg, maar ook de inhoud van de (bij de rechter-commissaris afgelegde) verklaringen van ambtenaren en leden van het college van B & W. Velen daarvan hebben aangegeven dat zij niet gemerkt hebben dat [medeverdachte 2] de verdachte of andere ondernemers daadwerkelijk heeft voorgetrokken of op een andere manier heeft begunstigd.

7.3.4

Verweer: giften in privésfeer

Dat de verdachte de giften in de privésfeer aan [medeverdachte 2] heeft gedaan, hetgeen de verdachte zelf heeft verklaard, maakt het voorgaande niet anders. Nog afgezien van het feit dat [medeverdachte 2] zelf heeft verklaard dat hij de uitnodigingen voor de voetbalreizen van de verdachte beschouwde als zakelijk, overweegt het hof dat het enkele feit dat het om een gift in de privésfeer gaat niet uitsluit dat de omkoper met zijn gift het doel kan hebben om de ambtenaar om te kopen en dat de ambtenaar zich laat omkopen, zoals hier het geval is gebleken.

Het verweer wordt verworpen.

8 Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 en 2 bewezen verklaarde levert op:

Aan een ambtenaar een gift doen met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening, in strijd met zijn plicht, iets te doen of na te laten meermalen gepleegd,

en

aan een ambtenaar een gift doen ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door deze in zijn bediening in strijd met zijn plicht is gedaan of nagelaten, meermalen gepleegd.

9 Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

10 Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de genoemde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft gedurende een zeer lange periode twee wethouders van de gemeente Roermond, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], omgekocht met giften. Bij [medeverdachte 1] gaat het om onder andere het bezoeken aan zijn, verdachtes, vakantiehuis in St. Tropez, vastgoedbeurzen, steden en internationale voetbalwedstrijden en stortingen aan de verkiezingskas van [medeverdachte 1], [rechtspersoon A]. Bij [medeverdachte 2] gaat het ook om bezoeken aan internationale voetbalwedstrijden, om betalingen aan verenigingen waar [medeverdachte 2] bij betrokken was en om bloemen. De wethouders [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] waren voor de verdachte belangrijk, aangezien zij het aanspreekpunt voor de verdachte vormden waar het ging om de aanbesteding en de voortgang van vastgoedprojecten van de aan de verdachte gelieerde ondernemingen in Roermond.

Het hof rekent dit de verdachte zwaar aan. Voor het goed functioneren van het openbaar bestuur is van essentieel belang dat dit zuiver handelt. Een noodzakelijke voorwaarde daarvoor is dat ambtenaren, als uitvoerders van diverse overheidstaken, objectief en onafhankelijk zijn. Indien dit niet het geval is, bijvoorbeeld wanneer persoonlijke en zakelijke belangen te veel door elkaar lopen, ondermijnt dat het vertrouwen in dat openbaar bestuur en daarmee ook het functioneren van dat openbaar bestuur. Dit is ook waarom de grenzen, die met betrekking tot integriteit aan ambtenaren gesteld kunnen worden, bewaakt moeten worden.

In geval van overschrijding van die grenzen, behoort (ook) ten aanzien van degene die de integriteit van (hoge) ambtenaren door het geven van giften aantast, een procedure als de onderhavige te volgen. De verdachte heeft evenwel, door aldus te handelen voornamelijk oog gehad voor zijn eigen, financiële belangen, dan wel die van zijn ondernemingen.

Met het doen van de giften aan [medeverdachte 1] is de verdachte veel te ver gegaan. Als de vriendschap tussen [medeverdachte 1] en de verdachte voor hem zo belangrijk was geweest, dan had van de verdachte mogen worden verlangd dat hij zakelijk afstand van [medeverdachte 1] had gehouden. De verdachte heeft verklaard dat hij globaal op de hoogte was van de gedragscode van de gemeente Roermond en kon dan ook weten dat hij [medeverdachte 1] in de problemen zou kunnen brengen door het telkens doen van giften op tijdstippen dat grote vastgoedprojecten bij de gemeente Roermond liepen of moesten worden aanbesteed. Niet is gebleken dat de verdachte op enig moment gedurende de tenlastegelegde periode daar naar gehandeld heeft.

Gelet op hetgeen in andere, in omvang en ernst vergelijkbare zaken aan straf pleegt te worden opgelegd, acht het hof in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van geruime duur passend.

Gelet op de volgende feiten en omstandigheden zal het hof daar echter niet toe overgaan.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 23 oktober 2017 waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke en andersoortige strafbare feiten.

Het hof houdt rekening met de gevorderde leeftijd van de verdachte.

Voorts houdt het hof rekening met de grote impact die deze zaak onmiskenbaar op de verdachte, zowel privé als zakelijk, heeft gehad. De verdachte heeft zowel ter terechtzitting in eerste aanleg als in hoger beroep verklaard dat hij forse orders is misgelopen als gevolg van de verdenking en de veroordeling door de rechtbank. Het hof heeft geen reden om hieraan te twijfelen. De publiciteit die deze zaak met zich heeft gebracht is bovendien enorm geweest.

De raadsman heeft zich beroepen op de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de zaak vanaf het begin tot heden 59 maanden en derhalve langer dan vier jaren heeft geduurd. Het hof overweegt in dat verband dat het hier gaat om een zeer uitgebreide en ingewikkelde zaak met een complexe bewijsvraag, die nauw samenhangt met de zaak van de medeverdachte [medeverdachte 1]. De rijksrecherche, de rechter-commissaris en de raadsheer-commissaris hebben, ook op verzoek van de raadsman, tientallen getuigen gehoord. Onder die omstandigheden is het hof van oordeel dat de redelijke termijn niet is geschonden.

Gelet op het bovenstaande zal het hof – alles afwegende - de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van negen maanden, met een proeftijd van twee jaren. Voorts zal het hof aan de verdachte een geldboete van € 40.000,-, subsidiair 235 dagen hechtenis, opleggen.

Daarmee geeft het hof enerzijds uitdrukking aan de aard en ernst van de bewezenverklaarde feiten en de daarmee gepaard gaande schending van de integriteit van het openbaar bestuur en houdt het anderzijds sterk rekening met de hierboven aangegeven feiten en omstandigheden.

Bij de bepaling van de hoogte van de geldboete heeft het hof rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.

11 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 1, 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 57 en 177 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van

2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 40.000,- (veertigduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 235 (tweehonderdvijfendertig) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door mr. I.E. de Vries,

mr. W.J. van Boven en mr. E.C. van Veen, in bijzijn van de griffiers mr. M.Th.A. de Ridder en mr. J. van der Vegte.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 20 december 2017.