Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2017:3657

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
13-12-2017
Datum publicatie
02-03-2018
Zaaknummer
22-001567-15
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2019:1637, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een gewapende overval op vier slachtoffers in hun eigen bedrijfspand. Daarbij zijn een geldbedrag en andere goederen weggenomen. De overvallers hebben de slachtoffers onder andere bedreigd met vuurwapens, hun handen vastgebonden met tie-rips en hen geschopt. De verdachte had zich tevoren als bemiddelaar voorgedaan en genoot aldus het vertrouwen van de slachtoffers. Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het valselijk opmaken dan wel vervalsen van diverse documenten, waarmee verdachte de slachtoffers voor een groot geldbedrag heeft opgelicht.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

PROMIS

Rolnummer: 22-001567-15

Parketnummers: 09-857287-14 en 09-852195-14

Datum uitspraak: 13 december 2017

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 25 maart 2015 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (China) op [geboortejaar] 1987,

thans gedetineerd in de P.I. Ter Apel, Gevangenis te Ter Apel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 27 mei 2016, 17 november 2017, 22 november 2017 en 29 november 2017.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Het hof zal de feiten doornummeren. De tenlastegelegde feiten in dagvaarding met parketnummer 09-857287-14 worden genummerd als 1 en 2 en de tenlastegelegde feiten in dagvaarding met parketnummer 09-852195-14 worden genummerd als 3, 4 en 5.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder

2 ten laste gelegde ontslagen van alle rechtsvervolging en ter zake van het onder 1 primair, eerste cumulatief/alternatief, 3, 4 en 5 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren en 6 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts is beslist op de vorderingen van de benadeelde partijen en omtrent het beslag, als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.


hij op of omstreeks 22 juni 2014 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen 250.000 euro, althans een geldbedrag, en/of een I-pad (mini) en/of een fototoestel en/of een horloge en/of een of meer telefoon(s) en/of een (grote) hoeveelheid melkpoeder, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- ( met een bivakmuts op) zetten en/of richten en/of houden van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen en/of op het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

- naar de grond duwen en/of trekken van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

- slaan en/of schoppen tegen het lichaam en/of (achter) hoofd van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of

- vastbinden van de handen met een tie-rips van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

- naar beneden drukken van het hoofd van [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of een melkpoederbus;

en/of

hij op of omstreeks 22 juni 2014 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van 250.000 euro, in elk geval een geldbedrag, en/of een I-pad(mini) en/of een fototoestel en/of een horloge en/of een of meer telefoon(s) en/of een (grote) hoeveelheid melkpoeder, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- ( met een bivakmuts op) zetten en/of richten en/of houden van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen en/of op het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

- naar de grond duwen en/of trekken van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

- slaan en/of schoppen tegen het lichaam en/of (achter) hoofd van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of

- vastbinden van de handen met een tie-rips van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

- naar beneden drukken van het hoofd van [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of een melkpoederbus.

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


Een of meer tot nu toe onbekende perso(o)n(en) op of omstreeks 22 juni 2014 te Zoetermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen 250.000 euro, in elk geval een geldbedrag en/of een I-pad(mini) en/of een fototoestel en/of een horloge en/of een of meer telefoon(s) en/of een (grote) hoeveelheid melkpoeder , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die een of meer tot nu toe onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- ( met een bivakmuts op) zetten en/of richten en/of houden van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen en/of op het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

- naar de grond duwen en/of trekken van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

- slaan en/of schoppen tegen het lichaam en/of (achter) hoofd van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of

- vastbinden van de handen met een tie-rips van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

- naar beneden drukken van het hoofd van [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of een melkpoederbus,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 mei 2014 tot en met 22 juni 2014 te Zoetermeer en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door informatie te geven over de plaats en locatie van de overdracht en/of door af te spreken met [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] dat er met contant geld betaald moet worden;

en/of

Een of meer tot nu toe onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 22 juni 2014 te Zoetermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van 250.000 euro, althans een geldbedrag en/of een I-pad(mini) en/of een fototoestel en/of een horloge en/of een of meer telefoon(s) en/of een (grote) hoeveelheid melkpoeder, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die een of meer tot nu toe onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- ( met een bivakmuts op) zetten en/of richten en/of houden van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen en/of op het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

- naar de grond duwen en/of trekken van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

- slaan en/of schoppen tegen het lichaam en/of (achter) hoofd van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of

- vastbinden van de handen met een tie-rips van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

- naar beneden drukken van het hoofd van [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of een melkpoederbus,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 mei 2014 tot en met 22 juni 2014 te Zoetermeer en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door informatie te geven over de plaats en locatie van de overdracht en/of door af te spreken met [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] dat er met contant geld betaald moet worden;

2.


hij op of omstreeks 26 juni 2014, te Zoetermeer, althans in Nederland, (een) voorwerp(en), te weten 140.000 euro, in elk geval een geldbedrag, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van (een) voorwerp(en), te weten 140.000 euro, in elk geval een geldbedrag, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk onmiddellijk of middellijk afkomstig was uit enig misdrijf en/of van dat witwassen een gewoonte heeft gemaakt;

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 20 september 2013 en 5 december 2013 te Rotterdam en/of Zwijndrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van meerdere pakket(ten) met diverse inhoud en/of 80.000 euro, in elk geval 50000 euro, in elk geval van enig goed en/of een geldbedrag, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- een vals exemplaar van een uittreksel van de Kamer van Koophandel van het bedrijf [bedrijf 1] aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] getoond en/of

- aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] valselijk aangegeven het bedrijf [bedrijf 2] te hebben overgenomen en/of

- een vals exemplaar van een uittreksel van de Kamer van Koophandel uit China van het bedrijf [bedrijf 2] aan die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] getoond en/of

- een vals exemplaar van de gelegaliseerde notariele akte van de business license van [bedrijf 2] aan die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] getoond en/of

- tegen die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] gezegd dat hij de exclusiviteitsrechten had gekregen van het Chinese Postal staatsbedrijf EMS en/of

- tegen die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] gezegd dat China Postal een bedrag van 80000 euro als deposit wilde ontvangen en/of

- een samenwerkingsovereenkomst met die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] gesloten en/of

- drie, in elk geval een of meer, keer pakket(ten) (laten) op(ge)ha(a)l(d)(en) ( die niet bij hun bestemming zijn aangekomen) en/of

- meerdere email(s) gestuurd met daarin niet bestaande en/of verzonden track& tracenummer(s) van de opgehaalde en (niet) verzonden pakket(jes) en/of

- een valse airwaybill gestuurd,

waardoor [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

4.


hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 15 maart 2013 tot en met 26 juni 2014 te Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een of meer geschrift(en), te weten

- een (kopie) uittreksel van de Kamer van Koophandel van het bedrijf [bedrijf 1] en/of

- een air China Air Waybill en/of

- twee, althans een of meer, emails (met track & trace nummers)

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken en/of

van voornoemd(e) uittreksel van de Kamer van Koophandel en/of Air Waybill en/of emails gebruik heeft/hebben gemaakt als ware dat/die geschrift(en) echt en onvervalst, immers heeft hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n)

- voornoemd uittreksel aan [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 5] getoond en/of

- voornoemde air China Air Waybill aan die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 5] overhandigd en/of

- voornoemde email(s) aan die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 5] gestuurd ter bevestiging van de betrouwbaarheid van zijn/hun bedrijf en/of de verzending van een of meer postpakket(ten)

bestaande die valsheid hierin dat

- verdachte zijn naam heeft gezet in plaats van de naam van de feitelijke eigenaar van het bedrijf [bedrijf 1] op voornoemd (kopie) uittreksel van de Kamer van Koophandel en/of

- op de Air Waybill onder vakje Airport of Departure Peiking staat in plaats van Beijing en/of in het vakje currency EUR staat in plaats van CNY en/of het vluchtnummer voor een vlucht naar Parijs is en niet naar Amsterdam en/of de prefix van het AWB nummer hoort bij een Argentijnse luchtvaartmaatschappij en niet bij Air China en/of de verzender op de Air Waybill genoemd geen zendingen heeft binnengebracht en/of

- in de email(s) wordt aangegeven dat de pakket(ten) verzonden zijn en/of worden niet bestaande en/of verzonden track & tracenummers vermeld;

5.

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 15 maart 2013 tot en met 27 juni 2014 te Rotterdam in elk geval in Nederland een kennisgeving van vergoeding uit het buitenland van de ING bank en/of een ABN AMRO bankafschrift, - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte toen en daar valselijk ,

- een kennisgeving van een vergoeding uit het buitenland opgesteld in een ander lettertype met daarin een onjuiste en/of niet bestaande opdrachtgever en/of begunstigde en/of

- op voornoemde kennisgeving een onjuiste datum vermeld en/of

- op zijn ABN-AMRO bankafschrift het woord foreign student account veranderd naar business account en/of

- op voornoemd afschrift overboekingen vermeld aan [bedrijf 3] die niet hebben plaatsgevonden en/of

- op voornoemd afschrift een onjuiste datum en/of adresgegevens vermeld terwijl dit niet nodig/correct is en/of de volgorde van de boekdata andersom geplaatst

zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, dat de verdachte ter zake het onder 2 ten laste gelegde zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging en ter zake van het onder 1 primair, eerste cumulatief/alternatief, 3, 4 en – naar het hof begrijpt - 5 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren en 6 maanden, met aftrek van voorarrest.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, eerste cumulatief/alternatief, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.


hij op of omstreeks 22 juni 2014 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 250.000 euro, althans een geldbedrag, en/of een I-pad (mini) en/of een fototoestel en/of een horloge en/of een of meer telefoon(s) en/of een (grote) hoeveelheid melkpoeder, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- ( met een bivakmuts op) zetten en/of richten en/of houden van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen en/of op het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

- naar de grond duwen en/of trekken van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

- slaan en/of schoppen tegen het lichaam en/of (achter) hoofd van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of

- vastbinden van de handen met een tie-rips van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

- naar beneden drukken van het hoofd van [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of een melkpoederbus;

en/of

hij op of omstreeks 22 juni 2014 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van 250.000 euro, in elk geval een geldbedrag, en/of een I-pad(mini) en/of een fototoestel en/of een horloge en/of een of meer telefoon(s) en/of een (grote) hoeveelheid melkpoeder, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- (met een bivakmuts op) zetten en/of richten en/of houden van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, tegen en/of op het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

- naar de grond duwen en/of trekken van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

- slaan en/of schoppen tegen het lichaam en/of (achter) hoofd van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of

- vastbinden van de handen met een tie-rips van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of

- naar beneden drukken van het hoofd van [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, en/of een melkpoederbus;

2.


hij op of omstreeks 26 juni 2014, te Zoetermeer, althans in Nederland, (een) voorwerp(en), te weten 140.000 euro, in elk geval een geldbedrag, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van (een) voorwerp(en), te weten 140.000 euro, in elk geval een geldbedrag, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat/die voorwerp(en) dat geldbedrag geheel of gedeeltelijk onmiddellijk of middellijk afkomstig was uit enig misdrijf en/of van dat witwassen een gewoonte heeft gemaakt;

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 20 september 2013 en tot en met 5 december 2013 te Rotterdam en/of Zwijndrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van meerdere pakket(ten) met diverse inhoud en/of 80.000 euro, in elk geval 50000 euro, in elk geval van enig goed en/of een geldbedrag, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- een vals exemplaar van een uittreksel van de Kamer van Koophandel van het bedrijf [bedrijf 1] aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] getoond en/of

- aan [slachtoffer 5] en/of slachtoffer 6] valselijk aangegeven het bedrijf [bedrijf 2] Ltd te hebben overgenomen en/of

- een vals exemplaar van een uittreksel van de Kamer van Koophandel uit China van het bedrijf [bedrijf 2] aan die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] getoond en/of

- een vals exemplaar van de gelegaliseerde notariele akte van de business license van [bedrijf 2] Ltd aan die [slachtoffer 5] en/of slachtoffer 6] getoond en/of

- tegen die [slachtoffer 5] en/of slachtoffer 6] gezegd dat hij de exclusiviteitsrechten had gekregen van het Chinese Postal staatsbedrijf EMS en/of

- tegen die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] gezegd dat China Postal een bedrag van 80000 euro als deposit wilde ontvangen en/of

- een samenwerkingsovereenkomst met die [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] gesloten en/of

- drie, in elk geval een of meer, keer pakket(ten) (laten) op(ge)ha(a)l(d)(en) ( die niet bij hun bestemming zijn aangekomen) en/of

- meerdere email(s) gestuurd met daarin niet bestaande en/of verzonden track& tracenummer(s) van de opgehaalde en (niet) verzonden pakket(jes) en/of

- een valse airwaybill gestuurd,

waardoor [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] werden bewogen tot bovenomschreven afgifte;

4.


hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 15 maart 2013 tot en met 26 juni 2014 te Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een of meer geschrift(en), te weten

- een (kopie) uittreksel van de Kamer van Koophandel van het bedrijf [bedrijf 1] en/of

- een Air China Air Waybill en/of

- twee, althans een of meer, emails (met track & trace nummers)

(elk) zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken en/of

van voornoemd(e) uittreksel van de Kamer van Koophandel en/of voornoemde Air Waybill en/of emails gebruik heeft/hebben gemaakt als ware dat/die geschrift(en) echt en onvervalst, immers heeft hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n)

- voornoemd uittreksel aan [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 5] getoond en/of

- voornoemde Air China Air Waybill aan die [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 5] overhandigd en/of

- voornoemde email(s) aan die slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 5] gestuurd ter bevestiging van de betrouwbaarheid van zijn/hun bedrijf en/of de verzending van een of meer postpakket(ten)

bestaande die valsheid hierin dat

- verdachte zijn naam heeft gezet in plaats van de naam van de feitelijke eigenaar van het bedrijf [bedrijf 1] op voornoemd (kopie) uittreksel van de Kamer van Koophandel en/of

- op de Air Waybill onder vakje Airport of Departure Peiking staat in plaats van Beijing en/of in het vakje currency EUR staat in plaats van CNY en/of het vluchtnummer voor een vlucht naar Parijs is en niet naar Amsterdam en/of de prefix van het AWB nummer hoort bij een Argentijnse luchtvaartmaatschappij en niet bij Air China en/of de verzender op de Air Waybill genoemd geen zendingen heeft binnengebracht en/of

- in de email(s) wordt aangegeven dat de pakket(ten) verzonden zijn en/of worden niet bestaande en/of verzonden track & tracenummers vermeld.

5.

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 15 maart 2013 tot en met 27 juni 2014 te Rotterdam, in elk geval in Nederland, een kennisgeving van vergoeding uit het buitenland van de ING bank en/of een ABN AMRO bankafschrift, - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst, immers heeft verdachte toen en daar valselijk,

- een kennisgeving van een vergoeding uit het buitenland opgesteld in een ander lettertype met daarin een onjuiste en/of niet bestaande opdrachtgever en/of begunstigde en/of

- op voornoemde kennisgeving een onjuiste datum vermeld en/of

- op zijn ABN-AMRO bankafschrift het woord de woorden foreign student account veranderd naar business account en/of

- op voornoemd afschrift overboekingen vermeld aan [bedrijf 3] die niet hebben plaatsgevonden en/of

- op voornoemd afschrift een onjuiste datum en/of adresgegevens vermeld terwijl dit niet nodig/correct is en/of de volgorde van de boekdata andersom geplaatst,

zulks met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde:

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de nadere bewijsoverweging zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

Ten aanzien van het onder 3, 4 en 5 bewezen verklaarde:

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde

Namens de verdachte heeft de raadsvrouw zich ter terechtzitting in hoger beroep, overeenkomstig haar overgelegde en in het dossier gevoegde pleitnotities, op het standpunt gesteld dat de verdachte geen opzet had op de gepleegde overval en evenmin – met opzet – een belangrijke bijdrage aan de overval heeft geleverd, zodat hij van het primair ten laste gelegde medeplegen en de subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid dient te worden vrijgesproken.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting gaat het hof uit van de volgende feiten en omstandigheden1.

Inleiding

Op 22 juni 2014 vond omstreeks 16.00 uur een overval plaats in het bedrijfspand (hierna ook: de loods) aan de [adres] te Zoetermeer. Van deze overval is omstreeks 16.17 uur melding gedaan bij de politie2.

Ongeveer 3 à 4 weken vóór bovengenoemde overval had [slachtoffer 4] (hierna: [slachtoffer 4]) een bericht van [medeverdachte 1]3 ontvangen, waarin hij vroeg of zij melkpoeder wilde en schreef dat hij 5.000 boxen had. Het kostte in totaal € 251.000,-. [slachtoffer 4] besloot dat zij dit wilde. [medeverdachte 1] belde met de mededeling dat de eigenaar van het melkpoeder het geld cash wilde hebben. Op 20 juni 2014 rond 13.00 uur is [slachtoffer 4] samen met haar man [slachtoffer 2] naar het kantoor van [medeverdachte 1] gegaan, alwaar vervolgens een deal is gesloten4. Die avond is [medeverdachte 1] samen met [medeverdachte 2] naar de opslagplaats van [slachtoffer 4] (het hof begrijpt: de loods) gereden5. In de avond van 20 juni 2014 belde [medeverdachte 1] naar [slachtoffer 4] en zei dat de levering van het melkpoeder op zaterdag (het hof begrijpt: 21 juni 2014) tussen 15.00 uur en 16.00 uur zou plaatsvinden. [medeverdachte 1] zei voorts tegen [slachtoffer 4] dat hij om 14.00 uur eerst alleen zou komen om het geld te zien. [slachtoffer 4] was op zaterdag 21 juni 2014 samen met haar man [slachtoffer 2], de broer van haar man (het hof begrijpt: [slachtoffer 1]), de vrouw van diens broer (het hof begrijpt: [slachtoffer 3]) (hierna: aangevers) en [medeverdachte 1] in de loods. [medeverdachte 1] is die zaterdag gekomen, waarna [slachtoffer 4] hem het geld heeft laten zien. Hij heeft het geld geteld. Het geld zat in pakjes van € 10.000,- gebonden6. Het ging om een hoeveelheid van 23.200 verpakkingen van het merk Nutrilon7. Enkel [medeverdachte 1] was ervan op de hoogte dat zoveel geld cash moest worden betaald8.

Rond 24.00 uur belde [medeverdachte 1] naar [slachtoffer 4] met de mededeling dat de bestuurder het geld wilde zien. [slachtoffer 4] stelde voor om af te spreken bij de McDonalds aan [adres] (het hof begrijpt: te Zoetermeer) om het geld te tellen. De aangevers, [medeverdachte 1] en een licht getinte man hebben elkaar rond 01.00 uur ontmoet bij McDonalds9. [medeverdachte 2] was met [medeverdachte 1] naar Zoetermeer gereden en was ook in de nabije omgeving aanwezig10. De tas met het geld stond tussen [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] in. [slachtoffer 4] heeft de tas geopend. De licht getinte man heeft een blik in de tas geworpen en is toen samen met [medeverdachte 1] weer weggegaan. Op 22 juni 2014 vanaf ongeveer 14.00 uur waren [slachtoffer 4] met haar familie en [medeverdachte 1] in de loods aanwezig11. [medeverdachte 1] telde het geld van [slachtoffer 4]. Toen [medeverdachte 1] het geld aan het tellen was, kreeg hij voortdurend sms’jes en hij stuurde ook telkens sms’jes terug12.

Diezelfde dag rond 16.00 uur zag [slachtoffer 4] een bestelwagen. [slachtoffer 2] opende de deur van de loods. De beige/witte bestelwagen reed achteruit de loods in. De man die [slachtoffer 4] bij McDonalds had gezien, stapte uit en zei: money, money. Toen [slachtoffer 4] de tas met geld aan het dichtknopen was, stormden ineens 4 tot 813 mensen met bivakmutsen en wapens uit de auto14. De bivakmutsen waren zwart en bij de ogen zaten gaten15. [slachtoffer 4] werd door de overvallers tegen de rug geduwd tot zij op de grond lag. Er werd met een melkpoederblik op het hoofd van [slachtoffer 4] gedrukt16. [slachtoffer 2] kreeg een wapen op de zijkant van zijn hoofd. Hij werd bij zijn nek vastgepakt en op de grond geduwd. [slachtoffer 2] voelde dat met een vuurwapen op zijn rug werd gedrukt en heeft een klap gekregen. Toen hij even bewoog, werd zijn hoofd plat op de grond gedrukt. Terwijl [slachtoffer 2] op de grond lag, zijn zijn handen naar voren getrokken en vastgebonden met een tie-rip. Iedereen werd met tie-rips vastgebonden17/18. [slachtoffer 3] zag dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4] door de overvallers tegen de buik werden geschopt en dat het horloge van de pols van [slachtoffer 1] werd gerukt. [slachtoffer 3] zelf werd aan haar kleding vastgepakt en naar de grond gedrukt. Toen zij haar hoofd wilde optillen, werd zij direct weer naar beneden gedrukt. Er werd een vuurwapen tegen haar hoofd gehouden terwijl zij op de grond lag. Haar handen werden aan elkaar gebonden met tie-rips. De handen van [slachtoffer 4] zijn achter op haar rug vastgebonden19. [slachtoffer 1] heeft ook een vuurwapen tegen zijn hoofd gekregen. Hij werd naar achter getrokken en het vuurwapen werd op zijn achterhoofd gericht. Hij werd op de grond geduwd en werd door meerdere daders geslagen op zijn rug, benen en achterhoofd. Hij is een paar keer geschopt en op zijn been gestampt, terwijl hij op de grond lag20.

Tijdens de overval is melkpoeder van [slachtoffer 4] in de bestelwagen geladen21. De overvallers hebben de mobiele telefoons van de aangevers weggenomen22 en voorts een IPad mini, blikken melkpoeder, een horloge en een fototoestel23. Ergens tussen het moment dat de overvallers uit de auto stormden en weggingen, is ook het geld dat in een tas zat, naar verluid € 250.000,-, weggenomen24.

Betrokken voertuigen
De ochtend van de overval heeft [medeverdachte 1] een witte bestelbus van het merk Volkswagen, met kenteken [x], gehuurd25. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben de bestelbus samen opgehaald26. De bestelbus is op 24 juni 2014 door [medeverdachte 1] geretourneerd. In de laadruimte van de bus lag wit/geel lichtblauw poeder27.


[medeverdachte 1] maakte voorts gebruik van een Fiat, type 500, voorzien van kenteken [x] (hierna: de Fiat)28.


Kort voor en na de overval op 22 juni passeerden twee voertuigen de ARS locaties nagenoeg rond dezelfde tijdstippen als de bestelbus met het kenteken [x] (hierna: de bestelbus). Deze twee voertuigen, een BMW en een Mercedes, waren respectievelijk voorzien van de kentekens [x] en [y]29. De BMW (x) (hierna: de BMW) stond op naam van [getuige 1]30, de vader van [medeverdachte 3]31.

De Mercedes ([y]) (hierna: de Mercedes) stond op naam van Mercedes Benz [bedrijf] en was in de periode van 19 juni 2014 tot en met 4 juli 2014 aan [medeverdachte 4] verhuurd32.

De Mercedes is op 21 juni 2014 om 14.03 uur vanuit de directe omgeving van de woning van [medeverdachte 4] vertrokken naar de directe omgeving van de loods en heeft daar geruime tijd rondgereden of stilgestaan. De Fiat, de BMW en de Mercedes reden in de nacht van 21 op 22 juni 2014 rond 23.21 uur vanuit Rotterdam naar Zoetermeer en bevonden zich rond 1.21 uur met elkaar in Zoetermeer op korte afstand van McDonalds aan [adres]. De bestelbus, de BMW en de Mercedes reden op 22 juni 2014 kort voor de overval vanuit Rotterdam naar Zoetermeer. De bestelbus was in de loods ten tijde van de overval en de Fiat was toen bij de loods. De BMW en de Mercedes reden kort na de overval op nagenoeg hetzelfde tijdstip uit de richting van Zoetermeer. De Mercedes bevond zich op 22 juni 2014 van 15.42 uur tot 16.15 uur in de Platinastraat te Zoetermeer en heeft daar ten tijde van de overval gedurende 31 minuten stilgestaan. Nadat de overval had plaatsgevonden is de Mercedes naar de [adres] te Rotterdam gereden en arriveerde daar om 16.56 uur. [medeverdachte 5] woont op [adres]. Om 17.21 uur vertrok de Mercedes vanaf de [adres] en kwam om 17.30 uur aan op [adres 2] te Rotterdam ter hoogte van nummer [x]. [medeverdachte 4] is woonachtig op het adres [adres 2] te Rotterdam. De Mercedes heeft vervolgens stilgestaan in de [adres 3]. In de [adres 3] te Rotterdam is [hotel] gevestigd, alwaar [medeverdachte 1] een kamer huurde33.

Kort na de overval, op 22 juni 2014 omstreeks 17.40 uur, stond de BMW op de Cederstraat in Rotterdam en werd door de politie gecontroleerd. Op dat moment zaten [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] en een persoon genaamd [getuige 3] in de auto. [medeverdachte 3] was bestuurder van de BMW34.

Op grond van het voorgaande concludeert het hof dat de inzittenden van de bestelbus, de Mercedes en de BMW betrokken zijn geweest bij de overval.

Historische verkeersgegevens telefoons van de verdachten

[medeverdachte 1] was voor en ten tijde van de overval gebruiker van het telefoonnummer [x]35. Vlak voor de overval – vanaf 15.54 uur – heeft voornoemd telefoonnummer achtmaal sms contact gehad met het telefoonnummer [y]36. Dit laatste nummer is in gebruik bij [medeverdachte 5] -die ook [naam] wordt genoemd-37 die zich op dat moment in de nabije omgeving van het bedrijfspand aan [adres] te Zoetermeer bevond38. Het telefoonnummer van [medeverdachte 5] heeft vlak voor de overval – vanaf 15.47 uur – ook sms- en belcontacten gehad met het telefoonnummer van [medeverdachte 2], te weten [z]39.

DNA [medeverdachte 5]

Op de plaats delict is forensisch technisch sporenonderzoek verricht. Op de vloer van de loods zijn zwarte kabelbinders (tie-rips) aangetroffen. Deze kabelbinders zijn veiliggesteld en gewaarmerkt met SIN-nummers AAGY2715NL en AAGY2716NL40. De kabelbinders zijn op drie posities bemonsterd. De bemonsteringen zijn ingezet voor DNA-onderzoek en hierbij is een match aangetoond met het DNA-mengprofiel afkomstig van [medeverdachte 5]41.

Uitlatingen van [medeverdachte 2] 42

Op 30 april 2015 heeft [medeverdachte 2] tegenover een politiële informatie-inwinner onder meer de volgende uitlatingen gedaan.
[medeverdachte 1] was de baas bij het plegen van de overval, waarbij [medeverdachte 2] zelf niet aanwezig was. [medeverdachte 2] heeft jongens, bekenden van hem, met [medeverdachte 1] in contact gebracht omdat deze jongens geld van [medeverdachte 1] wilden lenen om te investeren in verdovende middelen. Deze jongens hadden het plan om [medeverdachte 1] te rippen. Dat hadden ze achteraf beter kunnen doen, dan hadden ze nu geen probleem gehad in verband met de overval. De jongens hadden uiteindelijk besloten om [medeverdachte 1] niet te rippen, uit respect omdat [medeverdachte 1] goed bevriend met hem was. [medeverdachte 1] wilde hen geen geld lenen, maar had een beter plan om aan geld te komen. De jongens van de overval hebben [medeverdachte 2] herhaaldelijk op zijn reguliere nummer gebeld voor, tijdens en/of na de overval. Bij de overval waren ook [medeverdachte 4], een Joegoslaaf (het hof begrijpt: [medeverdachte 4]), [medeverdachte 3], een Irakees (het hof begrijpt: [medeverdachte 3]) en [medeverdachte 5] of soortgelijke naam, bijnaam “[naam]”, een Hindoestaanse jongen (het hof begrijpt: [medeverdachte 5] [medeverdachte 5]) betrokken. [medeverdachte 4] heeft in eerste instantie drie of vier jaar als eis gekregen, maar is vrijgesproken. [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] waren de mannen van de Mercedes en de BMW. Voorts deed [medeverdachte 2] meermalen de uitlating: “mijn telefoon, de i-phone, als die eens weg zou zijn of in de fik zou gaan, dan hebben ze niks tegen mij”43.

[medeverdachte 5], [medeverdachte 4], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] zijn bekenden van elkaar. [medeverdachte 2] kent [medeverdachte 3] als [naam] en [medeverdachte 5] als “[naam]”44.

Bewijsverweren met betrekking tot feit 1

Namens de verdachte heeft de raadsvrouw zich ter terechtzitting in hoger beroep, overeenkomstig haar overgelegde en in het dossier gevoegde pleitnotities, op het standpunt gesteld dat de verdachte geen opzet had op de gepleegde overval en evenmin – met opzet – een belangrijke bijdrage aan de overval heeft geleverd, zodat hij van het primair ten laste gelegde medeplegen en de subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid dient te worden vrijgesproken.


De raadsvrouw heeft zich voorts – naar het hof begrijpt – op het standpunt gesteld dat de processen-verbaal behelzende de tegenover de stelselmatige informatie inwinner gedane uitlatingen van medeverdachte [medeverdachte 2] over de verdachte op de voet van artikel 359a, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering dienen te worden uitgesloten van bewijs.

Het hof verwerpt deze verweren en overweegt hiertoe als volgt.

Het hof komt op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen tot de conclusie dat in elk geval de verdachte, [medeverdachte 5], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] de overval in vereniging hebben gepleegd en dat [medeverdachte 2] hierbij als medeplichtige betrokken is geweest. Nu hij wist dat de overval zou plaatsvinden en samen met [medeverdachte 1] de bestelbus, die bij de overval zou worden gebruikt, bij het verhuurbedrijf heeft opgehaald.

Het hof overweegt ten aanzien van de verdachte in dit verband dat de verdachte het plan heeft gehad voor de overval, contact met de slachtoffers heeft gelegd en heeft aangegeven dat voor de transactie contant betaald moest worden, op 20 juni in de avond samen met [medeverdachte 2] bij de loods is geweest, aanwezig was bij het geld tellen in de nacht van 21 op 22 juni alsmede bij de daadwerkelijke overval op 22 juni waarbij hij zich heeft voorgedaan als slachtoffer. De verdachte heeft bovendien de bestelbus, waarmee de overval is gepleegd, gehuurd en geretourneerd. Tevens heeft de verdachte wisselende verklaringen afgelegd en is hij pas bij de raadsheer-commissaris in oktober/november 2016 naar eigen zeggen met ‘de waarheid’ gekomen.

De verdachte heeft naar het oordeel van het hof met zijn handelen aldus een substantiële bijdrage aan de overval geleverd. Dat de verdachte niet één van de daadwerkelijke overvallers is geweest, maakt dit niet anders.

Met betrekking tot het verweer aangaande de stelsematige informatie inwinning, overweegt het hof het volgende.

Toepassing van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering is beperkt tot vormverzuimen die zijn begaan in het voorbereidend onderzoek tegen de verdachte ter zake het aan hem ten laste gelegde feit waarover de rechter heeft te oordelen. De ratio daarvan is hierin gelegen dat de verdachte in beginsel geen beroep toekomt op schending van normen, voor zover die normen jegens een ander dan de verdachte zijn geschonden.

Het hof heeft geconstateerd dat in het voorbereidend onderzoek tegen medeverdachte [medeverdachte 2] geen vormverzuimen zijn begaan, maar zelfs indien sprake zou zijn van enig vormverzuim, is dat begaan in het voorbereidend onderzoek tegen een ander dan de verdachte, zodat het verweer, gelet op de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad ten aanzien van de zogenoemde Schutznorm, reeds om die reden wordt verworpen.

Voor zover de raadsvrouw heeft betoogd dat hetgeen [medeverdachte 2] tegen de verbalisant heeft verklaard onjuist of onvolledig is, overweegt het hof dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat [medeverdachte 2] zijn uitlatingen niet dan wel op een andere wijze tegen de verbalisant heeft gedaan. De door [medeverdachte 2] gedane uitlatingen kunnen als daderwetenschap worden aangemerkt, allereerst omdat hij zich ook heeft uitgelaten over specifieke, niet in het strafdossier voorkomende, informatie zoals bijvoorbeeld de uitlating over het ‘rippen’ van [medeverdachte 1] en de mededeling van [medeverdachte 1] dat alles ‘heel simpel’ zou zijn.

Daar waar (onderdelen van) de uitlatingen van [medeverdachte 2] ook in het strafdossier voorkomen, maakt dat nog niet dat hij deze uitlatingen niet uit eigen wetenschap zou hebben gedaan, reeds nu de uitlatingen van [medeverdachte 2] zelfstandige conclusies bevatten, zoals dat de medeverdachten achteraf gezien beter [medeverdachte 1] hadden kunnen rippen omdat ze anders geen problemen hadden gehad in verband met de overval, dat hij maar had toegegeven bij de verkenning in Zoetermeer te zijn geweest omdat overal op ontkennen ook zou opvallen en dat ‘ze’ niets tegen hem zouden hebben als zijn Iphone ‘in de fik’ zou vliegen.

Het hof verwerpt ook dit verweer.

Valsheid in geschrift (feit 4)

Naar het oordeel van het hof kan wettig en overtuigend bewezen worden dat de verdachte degene is geweest die de bewezenverklaarde documenten valselijk heeft opgemaakt dan wel heeft vervalst, nu deze documenten zowel op de laptop van de verdachte als in zijn kamer zijn aangetroffen. De enkele stelling van de verdediging dat een ander dan de verdachte zich hier schuldig aan heeft gemaakt, is onvoldoende onderbouwd en ook overigens niet aannemelijk.

Voorts acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk gebruikt heeft gemaakt van de onder 4 bewezenverklaarde documenten. Het hof leest de tenlastelegging zo dat het woord ‘opzettelijk’ in de eerste alinea ook betrekking heeft op hetgeen in de tweede alinea is ten laste gelegd. Bovendien blijkt uit de bewijsmiddelen het opzettelijk gebruik van die documenten.

Strafbaarheid ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde

Op 26 juni 2014 is [medeverdachte 1] aangehouden. Daarbij is in zijn handtas ongeveer € 140.243,- aan contanten aangetroffen, in coupures van voornamelijk € 50,-45.

Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad geldt dat, indien vaststaat dat het enkele voorhanden hebben door de verdachte van een voorwerp dat afkomstig is uit een door hemzelf begaan misdrijf niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp, die gedraging niet als witwassen kan worden gekwalificeerd.

Gelet op de zich in het dossier bevindende stukken alsmede de bewezenverklaarde overval te Zoetermeer en de oplichting te Rotterdam, is het hof van oordeel dat het bij de verdachte aangetroffen geldbedrag afkomstig is uit enig door hemzelf begaan misdrijf. Verdachte had dit geld tijdens zijn aanhouding in een tas voorhanden. Naar het oordeel van het hof kan het feit dan ook bewezen worden verklaard, doch, gelet op voornoemde jurisprudentie van de Hoge Raad, met inachtneming van de ten tijde van het plegen van dit feit geldende wettelijke bepalingen, niet als witwassen worden gekwalificeerd. De verdachte zal ter zake dit feit dan ook worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 primair, eerste cumulatief/alternatief, bewezen verklaarde levert op:

diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

oplichting.

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

en

opzettelijk gebruik maken van een vals of vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

Het onder 5 bewezen verklaarde levert op:

valsheid in geschrift.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een gewapende overval op de slachtoffers [slachtoffer 4], [slachtoffer 2], [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] in hun eigen – niet voor publiek toegankelijke – bedrijfspand. Daarbij zijn een geldbedrag en andere goederen weggenomen. De overvallers hebben de slachtoffers onder andere bedreigd met vuurwapens, hun handen vastgebonden met tie-rips en hen geschopt. Een dergelijke overval is een zeer ernstig feit, niet alleen vanwege de materiële schade die de overvallers hebben berokkend aan de slachtoffers, maar vooral vanwege de grote psychische en lichamelijke invloed van de overval op de slachtoffers. Daarbij komt dat verdachte zich tevoren als bemiddelaar had voorgedaan en aldus het vertrouwen van de slachtoffers [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] genoot. Van dit vertrouwen heeft de verdachte op grove wijze misbruik gemaakt. Dat rekent het hof de verdachte zwaar aan. De slachtoffers zullen mogelijk nog gedurende lange tijd met de gevolgen van de overval worden geconfronteerd. Verdachte heeft zich hier geen enkele rekenschap van gegeven. Daarnaast maakt een dergelijke overval een ernstige inbreuk op de rechtsorde en nemen de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving hierdoor toe.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het valselijk opmaken dan wel vervalsen van diverse documenten, waarmee verdachte de slachtoffers [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] voor een groot geldbedrag heeft opgelicht. Doordat het overgrote deel van de aan [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] overhandigde pakketten niet op de plaats van bestemming zijn aangekomen, zijn [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] bovendien geconfronteerd met schadeclaims van eigenaren van de pakketten. Daarmee heeft verdachte niet alleen het vertrouwen van [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] beschaamd, maar hen en hun klanten ook grote materiële schade toegebracht.

Dat het autobedrijf [bedrijf] niet eveneens is benadeeld, is slechts te danken aan het feit dat er uiteindelijk geen koopovereenkomst tot stand is gekomen. Het hof is ervan overtuigd dat verdachte ook jegens hen een vervalst document had willen overleggen om hen te bewegen tot afgifte van één of meer auto’s.

Verdachte was bij voornoemd handelen enkel uit op eigen financieel gewin en heeft zich geen enkele rekenschap gegeven voor de gevolgen daarvan voor de slachtoffers.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 3 november 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 1]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte ten laste gelegde, tot een bedrag van € 6.080,20, te vermeerderen met de wettelijke rente.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en – naar het hof begrijpt - in hoger beroep gehandhaafde bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat op de vordering van de benadeelde partij zal worden beslist, een en ander zoals verwoord in zijn overgelegde en in het dossier gevoegde schriftelijk requisitoir.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 350,00 materiële schade is geleden (camera en Ipad-mini). Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 juni 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Het hof is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor hoofdelijke toewijzing tot een bedrag van € 1.250,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 juni 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op, waarbij het hof opmerkt dat de ‘geheugenkaart’ niet in de tenlastelegging is opgenomen als zijnde een goed dat tijdens de overval zou zijn weggenomen. Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 1.600,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente, aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1].

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 2]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte ten laste gelegde, tot een bedrag van € 267.825,78, te vermeerderen met de wettelijke rente.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en – naar het hof begrijpt - in hoger beroep gehandhaafde bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat op de vordering van de benadeelde partij zal worden beslist, een en ander zoals verwoord in zijn overgelegde en in het dossier gevoegde schriftelijk requisitoir.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 786,00 materiële schade is geleden (mobiele telefoon -naar redelijkheid- € 150,- en melkpoederbussen € 636,-). Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 juni 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

De vordering van de benadeelde partij zal wat betreft de post ‘alarmsysteem’ worden afgewezen, nu niet is komen vast te staan dat dit deel van de schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde.

Het hof is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde. De vordering ter zake van geleden immateriële schade leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor hoofdelijke toewijzing tot een bedrag van € 1.250,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 juni 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op, waarbij het hof ten aanzien van de geldbedragen opmerkt dat er wisselende verklaringen zijn afgelegd omtrent de herkomst van het geld. Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 2.036,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente, aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2].

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 4]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 4] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte ten laste gelegde, tot een bedrag van € 4.168,40, te vermeerderen met de wettelijke rente.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en – naar het hof begrijpt - in hoger beroep gehandhaafde bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat op de vordering van de benadeelde partij zal worden beslist, een en ander zoals verwoord in zijn overgelegde en in het dossier gevoegde schriftelijk requisitoir.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 150,00 materiële schade is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 juni 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Het hof is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor hoofdelijke toewijzing tot een bedrag van € 1.250,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 juni 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op, waarbij het hof opmerkt dat de ‘laptop’ en de ‘Ipod Touch’ niet in de tenlastelegging zijn opgenomen als zijnde goederen die tijdens de overval zouden zijn weggenomen. Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 1.400,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente, aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4].

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 3]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 3] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte ten laste gelegde, tot een bedrag van € 3.228,48, te vermeerderen met de wettelijke rente.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en – naar het hof begrijpt - in hoger beroep gehandhaafde bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat op de vordering van de benadeelde partij zal worden beslist, een en ander zoals verwoord in zijn overgelegde en in het dossier gevoegde schriftelijk requisitoir.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 150,00 materiële schade is geleden (mobiele telefoon, naar redelijkheid). Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 juni 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Het hof is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor hoofdelijke toewijzing tot een bedrag van € 1.250,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 juni 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op. Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 1.400,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente, aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3].

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 6]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 6] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 3 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 191.832,20.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat op de vordering van de benadeelde partij zal worden beslist, een en ander zoals verwoord in zijn overgelegde en in het dossier gevoegde schriftelijk requisitoir.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij ter zake het onder

3 bewezen verklaarde een onevenredige belasting van het strafgeding op. Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 5]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 5] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 3 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 191.832,20.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat op de vordering van de benadeelde partij zal worden beslist, een en ander zoals verwoord in zijn overgelegde en in het dossier gevoegde schriftelijk requisitoir.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij ter zake het onder

3 bewezen verklaarde een onevenredige belasting van het strafgeding op. Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Beslag

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de teruggave aan de rechthebbenden [slachtoffer 4] en [slachtoffer 2] zal worden gelast van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven geldbedrag ad € 140.243,00.

Ten aanzien van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven geldbedrag ad € 140.243,00 zal het hof de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten, nu onvoldoende kan worden vastgesteld aan wie dit geldbedrag toebehoort.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 47, 57, 225, 312 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, eerste cumulatief/alternatief, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair, eerste cumulatief/alternatief, 3, 4 en 5 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Verklaart het onder 2 bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 (tweeënveertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het onder 1 primair, eerste cumulatief/alternatief, bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.600,00 (duizend zeshonderd euro) bestaande uit € 350,00 (driehonderdvijftig euro) materiële schade en € 1.250,00 (duizend tweehonderdvijftig euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2014 tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1], ter zake van het onder 1 primair, eerste cumulatief/alternatief, bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 1.600,00 (duizend zeshonderd euro) bestaande uit € 350,00 (driehonderdvijftig euro) materiële schade en € 1.250,00 (duizend tweehonderdvijftig euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 26 (zesentwintig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2014 tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het onder 1 primair, eerste cumulatief/alternatief, bewezen verklaarde tot het bedrag van € 2.036,00 (tweeduizend zesendertig euro) bestaande uit € 786,00 (zevenhonderdzesentachtig euro) materiële schade en

€ 1.250,00 (duizend tweehonderdvijftig euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2014 tot aan de dag der voldoening.

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor een bedrag van € 1.497,50 (duizend vierhonderdzevenennegentig euro en vijftig cent) aan materiële schade af.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2], ter zake van het onder 1 primair, eerste cumulatief/alternatief, bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 2.036,00 (tweeduizend zesendertig euro) bestaande uit € 786,00 (zevenhonderdzesentachtig euro) materiële schade en € 1.250,00 (duizend tweehonderdvijftig euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2014 tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 4] ter zake van het onder 1 primair, eerste cumulatief/alternatief, bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.400,00 (duizend vierhonderd euro) bestaande uit € 150,00 (honderdvijftig euro) materiële schade en € 1.250,00 (duizend tweehonderdvijftig euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2014 tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 4], ter zake van het onder 1 primair, eerste cumulatief/alternatief, bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 1.400,00 (duizend vierhonderd euro) bestaande uit € 150,00 (honderdvijftig euro) materiële schade en € 1.250,00 (duizend tweehonderdvijftig euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 24 (vierentwintig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2014 tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 3] ter zake van het onder 1 primair, eerste cumulatief/alternatief, bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.400,00 (duizend vierhonderd euro) bestaande uit € 150,00 (honderdvijftig euro) materiële schade en € 1.250,00 (duizend tweehonderdvijftig euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2014 tot aan de dag der voldoening.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 3], ter zake van het onder 1 primair, eerste cumulatief/alternatief, bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 1.400,00 (duizend vierhonderd euro) bestaande uit € 150,00 (honderdvijftig euro) materiële schade en € 1.250,00 (duizend tweehonderdvijftig euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 24 (vierentwintig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2014 tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededaders aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 6] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 5] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven geldbedrag ad € 140.243,00.

Dit arrest is gewezen door mr. H.J.M. Smid-Verhage,

mr. J.M. van de Poll en mr. H.P.Ch. van Dijk, in bijzijn van de griffier mr. M. Bazuin.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 13 december 2017.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s betreffen dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer [x] (zaaksdossier overval Zoetermeer) van de politie Eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd blz. 0001 t/m 1340).

2 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4], p. 44-45; proces-verbaal van bevindingen PL1500-2014125768-17, p. 242

3 [medeverdachte 1] gebruikt ook de naam [naam], proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg d.d. 11 maart 2015 inzake [medeverdachte 1], p. 2

4 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4], p. 42-43

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] bij de raadsheer-commissaris d.d. 14 oktober 2016, punt 4

6 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4], p. 43

7 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2], p. 88

8 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2], p. 92

9 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4], p. 43-44; proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg d.d. 11 maart 2015 inzake [medeverdachte 1], p. 3

10 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] bij de RHC d.d. 17 oktober 2016, punten 6 en 8

11 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4], p. 44-45

12 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2], p. 89

13 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4], p. 45; Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2], p. 90; Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3], p. 110; Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1], p. 119

14 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4], p. 45

15 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2], p. 90

16 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4], p. 45-46; Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] p. 90

17 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2], p. 90

18 Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1], p. 119

19 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3], p. 110-111

20 Proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1], p. 119

21 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4], p. 46

22 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4], p. 46; proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2], p. 90-91; proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1], p. 120

23 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4], p. 69; proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 1], p. 120

24 Proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4], p. 46; proces-verbaal van bevindingen, p. 248

25 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], p. 195; proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg d.d. 11 maart 2015 inzake [medeverdachte 1], p. 4; huurovereenkomst tussen [bedrijf] en [medeverdachte 1], p. 199

26 Proces-verbaal van bevindingen ophalen huurbus, p. 327-328

27 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], p. 195; proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] bij de RHC d.d. 14 oktober 2016, punt 16

28 Proces-verbaal van bevindingen, p. 314

29 Proces-verbaal ‘Vervolg onderzoek gegevens ARS Traffic & Transport Technology’ met nummer 177, p. 348

30 Proces-verbaal ‘Vervolg onderzoek gegevens ARS Traffic & Transport Technology’ met nummer 177, p. 348

31 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] bij de RHC d.d. 26 oktober 2016, p. 3; Proces-verbaal ‘Vervolg onderzoek gegevens ARS Traffic & Transport Technology’ met nummer 177, p. 348

32 Proces-verbaal ‘Vervolg onderzoek gegevens ARS Traffic & Transport Technology’ met nummer 177, p. 349; proces-verbaal ‘Voorlopige bevindingen Track en Trace ‘, p. 603 en 605

33 Proces-verbaal ‘Aanvullend proces-verbaal bevindingen Track & Trace ‘, p. 890-906, 911, 913 en 916

34 Proces-verbaal van bevindingen, p. 380-381

35 Proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg d.d. 11 maart 2015, p. 3; proces-verbaal van bevindingen gebruiker[x] p. 258-259

36 Proces-verbaal van bevindingen, p. 429; proces-verbaal ‘Onderzoek naar gebruiker [y], p. 430 en 437

37 Proces-verbaal ‘Onderzoek beslag’, p. 414-415; proces-verbaal van bevindingen ‘Telefoon Nokia’, p. 417 en 421; proces-verbaal ‘Onderzoek naar gebruiker [x]’, p. 438; proces-verbaal van bevindingen [x], p. 501; proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2], p. 512

38 Proces-verbaal ‘Onderzoek beslag’, p. 415; proces-verbaal van bevindingen, p. 430; proces-verbaal ‘Onderzoek naar gebruiker [x], p. 437; proces-verbaal van bevindingen, p. 722

39 Proces-verbaal van bevindingen, p. 430; proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2], p. 74 (verdachtendossier [medeverdachte 2]); proces-verbaal van bevindingen, p. 1207

40 Proces-verbaal forensisch technisch onderzoek, p. 1005 en 1007

41 Rapport van DNalysis Maastricht B.V. d.d. 30 december 2014, p. 702 en 704

42 Relaas proces-verbaal [mega], p. 1220-1221

43 Proces-verbaal van bevindingen ‘Stelselmatige informatie inwinner [x]’, p. 1297-1300

44 Proces-verbaal ter terechtzitting in eerste aanleg van 28 januari 2016 inzake [medeverdachte 2], p. 2; proces-verbaal ter terechtzitting in eerste aanleg van 11 maart 2015 inzake [medeverdachte 4], p. 3

45 Proces-verbaal inbeslagname geld, p. 66 (Beslagdossier PL1500/2014125768)