Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2017:3653

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
13-12-2017
Datum publicatie
19-12-2017
Zaaknummer
22-000902-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens ontuchtige handelingen plegen. Het hof vult het vonnis waarvan beroep aan met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, aangezien de verdachte na de datum waarop het door de eerste rechter bewezen verklaarde feit gepleegd is opnieuw tot straf is veroordeeld.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-000902-16

Parketnummer: 10-650124-14

Datum uitspraak: 13 december 2017

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 18 februari 2016 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortejaar] 1981,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzittingen in hoger beroep van dit hof op 13 december 2016, 18 april 2017 en 29 november 2017.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, alsmede tot een taakstraf voor de duur van vijftig uren, subsidiair vijfentwintig dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest. Voorts is beslist omtrent de vordering van de benadeelde partij en is een schadever-goedingsmaatregel opgelegd als vermeld in het vonnis.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 27 maart 2014 te Rotterdam door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten

[aangeefster], heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), namelijk het

- zoenen op de mond, wangen, nek en/of een oor van die [aangeefster] en/of

- likken aan/in een oor van die [aangeefster] en/of - betasten/strelen van een borst en/of bil van die [aangeefster], het geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het

- in een (verder verlaten) magazijn/opslagruimte (stevig) vastpakken van die [aangeefster] en/of

- ( aldaar) onverhoeds die [aangeefster] zoenen (op de mond, wangen, nek en/of een oor), likken (aan/in een oor) en/of betasten/strelen (van een borst en/of bil).

Het vonnis waarvan beroep

Het hof is van oordeel, dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist, zodat het vonnis waarvan beroep, met overneming van gronden behoort te worden bevestigd, behalve wat betreft de opgelegde straffen, de motivering daarvan en de toegepaste wetsartikelen.

Het vonnis moet op die onderdelen worden vernietigd en in zoverre moet opnieuw worden rechtgedaan.

Aangezien de verdachte na de datum waarop het door de eerste rechter bewezen verklaarde feit gepleegd is opnieuw tot straf is veroordeeld, zal het hof de in het vonnis waarvan beroep aangehaalde wetsartikelen aanvullen met artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt. Het hof heeft bij de op te leggen straf in matigende zin rekening gehouden met de omstandigheid dat de verdachte de negatieve weerslag van deze strafzaak op zijn huwelijk al behoorlijk heeft gevoeld en voorts dat hij – op een verkeersboete na – niet eerder is veroordeeld. Bovendien heeft het feit zich al een aantal jaren geleden afgespeeld.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 63 en 246 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde straffen, de motivering daarvan en de toegepaste wetsartikelen en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) weken.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door mr. M.L.C.C. Lückers, mr. L.F. Gerretsen-Visser en mr. T.B. Trotman, in bijzijn van de griffier A. van der Schalk.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 13 december 2017.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.