Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2017:353

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
18-01-2017
Datum publicatie
16-02-2017
Zaaknummer
22-003209-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich op de bewezen verklaarde wijze schuldig gemaakt aan diefstal van een mobiele telefoon van een minderjarige jongen, waarbij sprake is geweest van geweld jegens het slachtoffer. Voorts heeft de verdachte geweld gebruikt tegen een andere jongen die het slachtoffer te hulp schoot. Dit gebeurde op klaarlichte dag op de openbare weg, in de buurt van de school van het slachtoffer. De twee slachtoffers waren aanzienlijk jonger dan de verdachte.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-003209-14

Parketnummer: 09-807159-14

Datum uitspraak: 18 januari 2017

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 10 juli 2014 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1991,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 4 januari 2017.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder

1. primair en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met aftrek van voorarrest, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en een bijzondere voorwaarde als vermeld in het vonnis. Voorts is beslist omtrent de vordering van de benadeelde partij en is een schadevergoedingsmaatregel opgelegd als vermeld in het vonnis.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

1:


hij op of omstreeks 08 januari 2014 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (Blackberry Curve 9300), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit

- het tegen die [benadeelde partij 1] zeggen van de volgende woorden: "Als jij mij klappen geeft, krijg je er twee keer zoveel terug" en/of

- het geven van een kopstoot tegen de neus, in elk geval tegen het gezicht van die [benadeelde partij 1] (waardoor die [benadeelde partij 1] ten val is gekomen) en/of

- het vastpakken van die [benadeelde partij 1] bij de schouders en/of de nek en/of

- het (vervolgens) naar beneden duwen van het lichaam van die [benadeelde partij 1] en/of

- het geven van een knietje tegen de neus, in elk geval tegen het gezicht van die [benadeelde partij 1] en/of

- het geven van een kopstoot in/tegen het gezicht van die [benadeelde partij 2];

EN/OF

hij op of omstreeks 08 januari 2014 te 's-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 1] en/of

[benadeelde partij 2] te dwingen tot de afgifte van een mobiele telefoon en/of een tablet, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- dicht op die [benadeelde partij 1] is gaan staan en/of

- tegen die [benadeelde partij 1] heeft gezegd: "Als jij mij klappen geeft, krijg jij er twee keer zoveel en harder" en/of "Geef je telefoon,anders krijg je een blauw oog, geef je tablet" en/of

- die [benadeelde partij 1] een kopstoot tegen de neus, in elk geval tegen het gezicht heeft gegeven (waardoor die [benadeelde partij 1] ten val is gekomen) en/of

- die [benadeelde partij 1] bij de schouders en/of de nek heeft vastgepakt en/of

- het lichaam van die [benadeelde partij 1] naar beneden heeft geduwd en/of

- die [benadeelde partij 1] een knietje tegen de neus, in elk geval tegen het gezicht, heeft gegeven en/of

- die [benadeelde partij 2] een kopstoot tegen het gezicht heeft gegeven, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezen-verklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


hij op of omstreeks 08 januari 2014 te 's-Gravenhage met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Aagje Dekenlaan, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], welk geweld bestond uit

- het tegen die [benadeelde partij 1] zeggen van de volgende woorden: "Als jij mij klappen geeft, krijg je er twee keer zoveel terug" en/of

- het dicht op die [benadeelde partij 1] gaan staan en/of

- het geven van een kopstoot tegen de neus, in elk geval tegen het gezicht van die [benadeelde partij 1] (waardoor die [benadeelde partij 1] ten val is gekomen) en/of

- het vastpakken bij/van de schouders en/of de nek van die [benadeelde partij 1] en/of

- het naar beneden duwen van het lichaam van die [benadeelde partij 1] en/of

- het geven van een knietje tegen de neus, in elk geval tegen het gezicht van die [benadeelde partij 1] en/of

- het geven van een kopstoot tegen het gezicht van die [benadeelde partij 2],

waarbij hij, verdachte, voornoemde kopstoot in/tegen het gezicht van die [benadeelde partij 2] heeft gegeven, en welk door hem gepleegd geweld enig lichamelijk letsel (een gebroken neus) voor [benadeelde partij 2] ten gevolge heeft gehad;

2:

hij op of omstreeks 08 januari 2014 te 's-Gravenhage opzettelijk [benadeelde partij 1]

- een kopstoot tegen de neus, althans tegen het gezicht heeft gegeven en/of

- een knietje tegen de neus, althans tegen het gezicht heeft gegeven en/of

- een klap tegen het gezicht heeft gegeven

en/of [benadeelde partij 2]

- een kopstoot tegen de neus, althans het gezicht heeft gegeven en/of

- een klap tegen het gezicht heeft gegeven

waardoor deze [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] letsel heeft/hebben bekomen en/of pijn heeft/hebben ondervonden.

Ten aanzien van de wijziging tenlastelegging in eerste aanleg (feit 2)

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van “hetzelfde feit”.

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat de rechtbank ten onrechte de wijziging tenlastelegging heeft toegewezen, nu het bij het aan de tenlastelegging onder 2 toegevoegde feit gaat om een ander, nieuw feit. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde.

Het hof stelt op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting het volgende vast.

Blijkens de oorspronkelijke dagvaarding is aan de

verdachte onder 1 primair ten laste gelegd het feit

‘medeplegen van diefstal met geweld en/of medeplegen van

een poging tot afpersing’ en onder 1 subsidiair

‘openlijke geweldpleging’.

Blijkens het proces-verbaal van de zitting van 26 juni

2014 heeft de officier van justitie een wijziging

tenlastelegging gevorderd, in die zin dat als feit 2 de

mishandeling van [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] wordt toegevoegd.

De rechtbank heeft de vordering toegewezen en heeft vonnis gewezen op de grondslag van die gewijzigde tenlastelegging.

Naar het oordeel van het hof had de rechtbank de vordering wijziging tenlastelegging niet mogen toelaten.

Op grond van artikel 313 van het Wetboek van Straf-vordering kan een tenlastelegging gewijzigd worden, mits er geen sprake is van een ander feit in de zin van artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht. In het onderhavige geval wordt een feit aan de tenlastelegging toegevoegd, hetgeen niet geoorloofd is. Het hof zal om die reden het toegevoegde feit buiten beschouwing laten en de zaak beoordelen op grondslag van de oorspronkelijke tenlastelegging, te weten het hiervoor omschreven feit 1.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd met uitzondering van de door de rechtbank opgelegde bijzondere voorwaarde.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich, buiten hetgeen hiervoor reeds is overwogen, daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair (impliciet primair) ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 08 januari 2014 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele telefoon, (Blackberry Curve 9300), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit

- het tegen die [benadeelde partij 1] zeggen van de volgende woorden: "Als jij mij klappen geeft, krijg je er twee keer zoveel terug" en/of

- het geven van een kopstoot tegen de neus, in elk geval tegen het gezicht van die [benadeelde partij 1] (waardoor die [benadeelde partij 1] ten val is gekomen) en/of

- het vastpakken van die [benadeelde partij 1] bij de schouders en/of de nek en/of

- het (vervolgens) naar beneden duwen van het lichaam van die [benadeelde partij 1] en/of

- het geven van een knietje tegen de neus, in elk geval tegen het gezicht van die [benadeelde partij 1] en/of

- het geven van een kopstoot in/tegen het gezicht van die [benadeelde partij 2].

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijf-fouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 primair, impliciet primair, bewezen verklaarde levert op:

diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld, gepleegd tegen personen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich op de bewezen verklaarde wijze schuldig gemaakt aan diefstal van een mobiele telefoon van een minderjarige jongen, waarbij sprake is geweest van geweld jegens het slachtoffer. Voorts heeft de verdachte geweld gebruikt tegen een andere jongen die het slachtoffer te hulp schoot. Dit gebeurde op klaarlichte dag op de openbare weg, in de buurt van de school van het slachtoffer. De twee slachtoffers waren aanzienlijk jonger dan de verdachte.

Door aldus te handelen heeft de verdachte er blijk van gegeven geen enkel respect te hebben voor de persoonlijke eigendommen van het slachtoffer. Daarnaast heeft hij voor de betrokkene overlast en financiële schade veroorzaakt. Algemene ervaringsregels leren dat slachtoffers van een dergelijk (gewelds)delict nog lange tijd de psychische gevolgen daarvan ondervinden. Feiten als het onderhavige brengen in de regel ook bij burgers/omstanders gevoelens van angst en onveiligheid teweeg.

Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 21 december 2016, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een vermogensdelict.

Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.

Het hof ziet geen aanleiding om het adolescenten-strafrecht overeenkomstig artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht toe te passen, nu de verdachte ten tijde van het plegen van het ten laste feit al 22½ jaar was en het hof ook in de persoonlijkheid van de verdachte daar geen reden voor ziet.

Het hof is - alles overwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf, gelijk aan het voorarrest, een passende en geboden reactie vormt.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 1]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder

1. primair, impliciet primair, ten laste gelegde, tot een bedrag van € 794,26.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 794,26.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 194,26 materiële schade is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 primair (impliciet primair) bewezen verklaarde.

De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Het hof is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het onder 1 primair (impliciet primair) bewezen verklaarde. De vordering ter zake van geleden immateriële schade leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot een bedrag van € 300,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige zal de vordering voor wat betreft de immateriële schade worden afgewezen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer

[benadeelde partij 1]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 494,26 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1].

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f en 312 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, impliciet primair, ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair, impliciet primair, bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) weken.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] ter zake van het onder 1 primair, impliciet primair, bewezen verklaarde tot het bedrag van € 494,26 (vierhonderdvierennegentig euro en zesentwintig cent) bestaande uit € 194,26 (honderd-vierennegentig euro en zesentwintig cent) materiële schade en € 300,00 (driehonderd euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële en immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 8 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte voorts de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd

[benadeelde partij 1], ter zake van het onder 1 primair bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 494,26 (vierhonderdvierennegentig euro en zesentwintig cent) bestaande uit € 194,26 (honderdvierennegentig euro en zesentwintig cent) materiële schade en € 300,00 (driehonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 9 (negen) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële en immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 8 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit arrest is gewezen door mr. I.P.A. van Engelen,

mr. L.F. Gerretsen-Visser en mr. W.P.C.M. Bruinsma, in bijzijn van de griffier A. van der Schalk.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 18 januari 2017.

Mr. L.F. Gerretsen-Visser is buiten staat dit arrest te ondertekenen.