Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2017:3418

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
16-11-2017
Datum publicatie
01-12-2017
Zaaknummer
22-005561-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Mensenhandel. Uitbuiting.

De verdachte heeft zich gedurende een periode van enkele maanden samen met haar medeverdachten meerdere malen schuldig gemaakt aan het minderjarigen en jonge vrouwen, uitlokken, brengen tot en faciliteren van het vervoeren van hasj vanuit Marokko naar Nederland louter voor het persoonlijk financieel gewin van de verdachte en de medeverdachten. Daarbij werd de slachtoffers een voor hen aantrekkelijk geldbedrag beloofd dat echter minimaal te noemen was in verhouding tot de met de drugs beoogde winsten en de risico’s die de slachtoffers liepen in geval van betrapping van het transport van de drugs. Daarbij werd bovendien de slachtoffers valselijk voorgespiegeld dat de risico’s verbonden aan die smokkel klein waren, omdat de douane zou zijn omgekocht.

Er is sprake van overschrijding van de redelijke termijn in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Het hof heeft in strafmatigende zin rekening gehouden met deze overschrijdingen van de redelijke termijn.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 20 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest. Tevens veroordeelt het hof de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair50 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-005561-15

Parketnummer: 09-754015-09

Datum uitspraak: 16 november 2017

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het – bestaande - hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 17 februari 2010 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1987,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en - na terugwijzing van de zaak door de Hoge Raad der Nederlanden - het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 2 november 2017.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 1 en 3 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 2 primair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Dit gerechtshof heeft bij arrest van 6 september 2013 het vonnis waarvan beroep vernietigd en de verdachte van het onder 1 en 3 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 2 primair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Tegen dit arrest is namens de verdachte en door de advocaat-generaal beroep in cassatie ingesteld.

De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van 24 november 2015 voormeld arrest vernietigd voor wat betreft - de beslissingen ter zake van het onder 1 en 3 ten laste gelegde;

- de bewezenverklaring van de in het arrest van de Hoge Raad onder 3.2.2 (het hof begrijpt: 3.3.2) bedoelde onderdelen van het onder 2 primair tenlastegelegde;

- de strafoplegging.

De Hoge Raad heeft de verdachte vrijgesproken van bovenbedoelde onderdelen van het onder 2 primair tenlastegelegde en heeft de zaak naar dit gerechtshof teruggewezen teneinde de zaak ter zake van het onder 1 en 3 tenlastegelegde en de strafoplegging op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.

Omvang van het hoger beroep

Gelet op voormelde procesgang is met inachtneming van de uitspraak van de Hoge Raad der Nederlanden bij arrest van 24 november 2015 de zaak aan het oordeel van het hof onderworpen voor wat betreft het onder 1 en 3 ten laste gelegde en de strafoplegging. Het onder 2 primair ten laste gelegde is voor wat betreft de bewezenverklaring niet meer aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep en voor zover aan het inhoudelijk oordeel van het hof onderworpen - ten laste gelegd dat:

1:
hij/zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2008 tot en met 14 juli 2008 te `s-Gravenhage en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

a. a)

een ander of anderen, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een of meerdere perso(o)n(en) te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] had, heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3],

bestaande die uitbuiting en/of bestaande die/dat dwang, geweld of (een) andere feiteljkhe(i)d(en) of dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), afpersing, fraude, misleiding dan wel misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, misbruik van een kwetsbare positie of het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een of meerdere perso(o)n(en) te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] had, uit het:

- benaderen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] met het verzoek verdovende middelen vanuit Marokko naar Nederland te vervoeren, terwijl hij/zij wist(en) dat die [slachtoffer 1] licht verstandelijk gehandicapt/verstandelijk beperkt is en/of die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] zich in een problematische thuissituatie bevonden, en/of

- betalen van (een) (retour)vliegticket(s) naar Marokko en/of (een) hotelovernachting(en) in Marokko voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], althans het verschaffen en/of regelen van onderdak in Marokko voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], en/of

- beloven van (een) geldbedrag(en) aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] voor het vervoer van verdovende middelen vanuit Marokko naar Nederland, en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] meedelen dat beveiligingsmedewerkers op (een) luchthaven(s) waren omgekocht waardoor het vervoer van verdovende middelen naar Nederland probleemloos zou verlopen, en/of

- betalen voor de aanschaf van een/de paspoort(en) van die [slachtoffer 1], en/of

- overhandigen van (een) geldbedrag(en) aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] bij terugkeer in Nederland en/of na overhandiging en/of in ontvangstneming van die verdovende middelen;

b)

een ander of anderen, te weten [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], (telkens) heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], terwijl die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] de leeftijd van achttien jaren nog niet had(den) bereikt,

bestaande die uitbuiting uit het:

- benaderen van die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] met het verzoek verdovende middelen vanuit Marokko naar Nederland te vervoeren, terwijl hij/zij wist(en) dat die [slachtoffer 5] licht verstandelijk gehandicapt/verstandelijk beperkt is en/of die [slachtoffer 4] zich in een problematische thuissituatie bevond, en/of

- betalen van (een) (retour)vliegticket(s) naar Marokko en/of (een) hotelovernachting(en) in Marokko voor die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], althans het verschaffen en/of regelen van onderdak in Marokko voor die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], en/of

- beloven van (een) geldbedrag(en) aan die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] voor het vervoer van verdovende middelen vanuit Marokko naar Nederland, en/of

- die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] meedelen dat beveiligingsmedewerkers op (een) luchthaven(s) waren omgekocht waardoor het vervoer van verdovende middelen naar Nederland probleemloos zou verlopen, en/of

- betalen voor de aanschaf van een/de paspoort(en) van die [slachtoffer 5], en/of

- overhandigen van (een) geldbedrag(en) aan die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] bij terugkeer in Nederland en/of na overhandiging en/of in ontvangstneming van die verdovende middelen;

c)

een ander of anderen, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] (telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een of meerdere perso(o)n(en) te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] had, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten,

bestaande die/dat dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), afpersing, fraude, misleiding dan wel misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, misbruik van een kwetsbare positie of het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een of meerdere perso(o)n(en) te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] had, uit het:

- benaderen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] met het verzoek verdovende middelen vanuit Marokko naar Nederland te vervoeren, terwijl hij/zij wist(en) dat die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 5] licht verstandelijk gehandicapt/verstandelijk beperkt is en/of die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] zich in een problematische thuissituatie bevonden, en/of

- betalen van (een) (retour)vliegticket(s) naar Marokko en/of (een) hotelovernachting(en) in Marokko voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5], althans het verschaffen en/of regelen van onderdak in Marokko voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5], en/of

- beloven van (een) geldbedrag(en) aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] voor het vervoer van verdovende middelen vanuit Marokko naar Nederland, en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] meedelen dat beveiligingsmedewerkers op (een) luchthaven(s) waren omgekocht waardoor het vervoer van verdovende middelen naar Nederland probleemloos zou verlopen, en/of

- betalen voor de aanschaf van een/de paspoort(en) van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 5], en/of

- overhandigen van (een) geldbedrag(en) aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] bij terugkeer in Nederland en/of na overhandiging en/of in ontvangstneming van die verdovende middelen;

3:
hij/zij in of omstreeks de periode van 1 maart 2008 tot en met 11 juli 2008 te `s-Gravenhage en/of Wateringen, en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,

a. a)

een ander, te weten [slachtoffer 1] (telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een of meerdere perso(o)n(en) te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 1] had, heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1]

bestaande die uitbuiting en/of bestaande die/dat dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), afpersing, fraude, misleiding dan wel misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, misbruik van een kwetsbare positie of het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een of meerdere perso(o)n(en) te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 1] had, uit het:

- ( telefonisch) benaderen van die [slachtoffer 1], en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] vragen of zij bereid zou zijn naar Brazilië te gaan om verdovende middelen vanuit Brazilië naar Nederland te vervoeren, en/of

- ( met die [slachtoffer 1]) naar een reisbureau gaan, en/of

- boeken en/of (aan)betalen van een ticket naar Brazilië voor die [slachtoffer 1];

b)

een ander, te weten [slachtoffer 5] (telkens) heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 5], terwijl die [slachtoffer 5] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

bestaande die uitbuiting uit het:

- ( telefonisch) benaderen van die [slachtoffer 5], en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 5] vragen of zij bereid zou zijn naar Brazilië te gaan om verdovende middelen vanuit Brazilië naar Nederland te vervoeren, en/of

- ( met die [slachtoffer 5]) naar een reisbureau gaan, en/of

- boeken en/of (aan)betalen van een ticket naar Brazilië voor die [slachtoffer 5];

c)

een ander of anderen, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 5] (telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een of meerdere perso(o)n(en) te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 5] had, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 5] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten,

bestaande die/dat dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), afpersing, fraude, misleiding dan wel misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, misbruik van een kwetsbare positie of het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een of meerdere perso(o)n(en) te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 5] had, uit het:

- ( telefonisch) benaderen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 5], en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 5] vragen of zij bereid zou(den) zijn naar Brazilië te gaan om verdovende middelen vanuit Brazilië naar Nederland te vervoeren, en/of

- ( met die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 5]) naar een reisbureau gaan, en/of

- boeken en/of (aan)betalen van twee, althans een ticket(s) naar Brazilië voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 5].

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 20 maanden en 16 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vrijspraak van het onder 3 ten laste gelegde

Nu het hof – anders dan de advocaat-generaal – van oordeel is dat het dossier onvoldoende eenduidige bewijsmiddelen bevat ten aanzien van de betrokkenheid van de verdachte met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde, is naar ’s hofs oordeel niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 3 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:
hij/zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2008 tot en met 14 juli 2008 te `s-Gravenhage en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal,

a. a)

een ander of anderen, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] (telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding en/of dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een of meerdere perso(o)n(en) te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] had, heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3],

bestaande die uitbuiting en/of bestaande die/dat dwang, geweld of (een) andere feiteljkhe(i)d(en) of dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), afpersing, fraude, misleiding en/of dat dan wel misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, misbruik van een kwetsbare positie of het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een of meerdere perso(o)n(en) te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] had, uit het:

- benaderen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] met het verzoek verdovende middelen vanuit Marokko naar Nederland te vervoeren, terwijl hij/zij wist(en) dat die [slachtoffer 1] licht verstandelijk gehandicapt/verstandelijk beperkt is en/of die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] zich in een problematische thuissituatie bevonden, en/of

- betalen van (een) (retour)vliegticket(s) naar Marokko en/of (een) hotelovernachting(en) in Marokko voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], althans het verschaffen en/of regelen van onderdak in Marokko voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], en/of

- beloven van (een) geldbedrag(en) aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] voor het vervoer van verdovende middelen vanuit Marokko naar Nederland, en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] meedelen dat beveiligingsmedewerkers op (een) luchthaven(s) waren omgekocht waardoor het vervoer van verdovende middelen naar Nederland probleemloos zou verlopen, en/of

- betalen voor de aanschaf van een/de paspoort(en) van die [slachtoffer 1], en/of

- overhandigen van (een) geldbedrag(en) aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] bij terugkeer in Nederland en/of na overhandiging en/of in ontvangstneming van die verdovende middelen;

b)

een ander of anderen, te weten [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], (telkens) heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], terwijl die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] de leeftijd van achttien jaren nog niet had(den) bereikt,

bestaande die uitbuiting uit het:

- benaderen van die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] met het verzoek verdovende middelen vanuit Marokko naar Nederland te vervoeren, terwijl hij/zij wist(en) dat die [slachtoffer 5] licht verstandelijk gehandicapt/verstandelijk beperkt is en/of die [slachtoffer 4] zich in een problematische thuissituatie bevond, en/of

- betalen van (een) (retour)vliegticket(s) naar Marokko en/of (een) hotelovernachting(en) in Marokko voor die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], althans het verschaffen en/of regelen van onderdak in Marokko voor die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5], en/of

- beloven van (een) geldbedrag(en) aan die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] voor het vervoer van verdovende middelen vanuit Marokko naar Nederland, en/of

- die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] meedelen dat beveiligingsmedewerkers op (een) luchthaven(s) waren omgekocht waardoor het vervoer van verdovende middelen naar Nederland probleemloos zou verlopen, en/of

- betalen voor de aanschaf van een/de paspoort(en) van die [slachtoffer 5], en/of

- overhandigen van (een) geldbedrag(en) aan die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] bij terugkeer in Nederland en/of na overhandiging en/of in ontvangstneming van die verdovende middelen;

c)

een ander of anderen, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] (telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude, misleiding en/of dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een of meerdere perso(o)n(en) te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] had, heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten,

bestaande die/dat dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), afpersing, fraude, misleiding en/of dan wel misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, dat misbruik van een kwetsbare positie of het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een of meerdere perso(o)n(en) te verkrijgen die zeggenschap over die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] had, uit het:

- benaderen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] met het verzoek verdovende middelen vanuit Marokko naar Nederland te vervoeren, terwijl hij/zij wist(en) dat die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 5] licht verstandelijk gehandicapt/verstandelijk beperkt is en/of die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] zich in een problematische thuissituatie bevonden, en/of

- betalen van (een) (retour)vliegticket(s) naar Marokko en/of (een) hotelovernachting(en) in Marokko voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5], althans het verschaffen en/of regelen van onderdak in Marokko voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5], en/of

- beloven van (een) geldbedrag(en) aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] voor het vervoer van verdovende middelen vanuit Marokko naar Nederland, en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] meedelen dat beveiligingsmedewerkers op (een) luchthaven(s) waren omgekocht waardoor het vervoer van verdovende middelen naar Nederland probleemloos zou verlopen, en/of

- betalen voor de aanschaf van een/de paspoort(en) van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 5], en/of

- overhandigen van (een) geldbedrag(en) aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 5] bij terugkeer in Nederland en/of na overhandiging en/of in ontvangstneming van die verdovende middelen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bespreking van het verweer inzake (het)/de aan de verdachte onder 1 tenlastegelegde (oogmerk van) uitbuiting

De raadsman van de verdachte heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep – overeenkomstig zijn overgelegde pleitnotities – op het standpunt gesteld dat de verdachte van het onder 1 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken. De raadsman heeft daartoe aangevoerd – kort samengevat - dat er bij de verdachte geen sprake is geweest van (oogmerk van) uitbuiting.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Het is vaste rechtspraak dat de vraag of – en zo ja, wanneer – sprake is van ‘uitbuiting’ in de zin van artikel 273f, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (verder: Sr), niet in algemene termen is te beantwoorden, maar sterk verweven is met de omstandigheden van het geval. Bij de beantwoording van die vraag komt onder meer betekenis toe aan de aard en duur van de tewerkstelling of de te verrichten activiteit, de beperkingen die zij voor betrokkene meebrengt, en het economisch voordeel dat daarmee door de verdachte wordt behaald. Bij de weging van deze en andere relevante factoren dienen de in de Nederlandse samenleving geldende maatstaven als referentiekader te worden gehanteerd. Daar komt bij dat voor de vervulling van de delictsomschrijving niet nodig is dat het slachtoffer daadwerkelijk wordt uitgebuit (vlg. HR 27 oktober 2009, LJN BI7097 en HR 20 december 2011, LJN BR0448 en HR 24 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3309).

Het hof ziet zich voor de vraag gesteld of gelet op de uitleg door de Hoge Raad in het onderhavige geval sprake is geweest van ‘uitbuiting’ en van het ‘oogmerk van uitbuiting’ zoals bedoeld in art. 273f Sr.

Het hof beantwoordt die vraag in beide onderdelen bevestigend.

Het hof baseert zijn oordeel dat sprake is geweest van uitbuiting op het volgende.

De verdachten hebben in deze zaak, in de kern samengevat, verschillende jonge vrouwen op verschillende momenten ertoe gebracht om met het vliegtuig verdovende middelen in de vorm van hasj voor hen te smokkelen, via Marokko naar Nederland.

Van de beoogde forse winst van de handel in de gesmokkelde drugs ging slechts een relatief gezien klein, verwaarloosbaar, vastgesteld bedrag, naar de slachtoffers die de drugs invoerden naar Nederland. Het niet onaanzienlijke risico op betrapping bij het verboden transport van de drugs vanuit Marokko lag echter geheel bij voornoemde slachtoffers en niet bij de verdachte en medeverdachten. De slachtoffers liepen dan tevens het directe gevaar gedetineerd te raken in een land waar het gevangenisregime aanzienlijk slechter is dan in Nederland. In de onderhavige zaak heeft dat risico zich voor een tweetal slachtoffers ook daadwerkelijk gemanifesteerd. Zij zijn in Marokko met de drugs aangehouden en daarvoor veroordeeld tot een maandenlange gevangenisstraf die zij in Marokko hebben uitgezeten.

Het hof betrekt bij zijn oordeel dat sprake is van uitbuiting tevens dat twee slachtoffers minderjarig waren en de overige slachtoffers door misleiding tot hun illegale handelen werden gebracht of doordat zij zich in een kwetsbare situatie bevonden, waardoor zij werden overgehaald en instemden om de drugstransporten uit te voeren. Dit heeft een doorslaggevende rol gespeeld bij het optreden van de koeriersters. Terzijde stelt het hof vast dat ook sprake is geweest van stelselmatig handelen van de verdachten, nu het niet bij één (beoogd) transport is gebleven. Door de verdachte en medeverdachten zijn verschillende transporten georganiseerd en meerdere koeriersters zijn verscheidene malen naar Marokko gegaan en hebben met het vliegtuig drugs naar Nederland gebracht.

Voor de beoordeling van de vraag of sprake is geweest van uitbuiting is tot slot niet relevant of de verzoeken aan de slachtoffers een (ogenschijnlijk) vrijblijvend karakter hadden noch dat de slachtoffers uiteindelijk hebben ingestemd met het verrichten van het drugstransport.

Het hof is verder van oordeel dat bij de verdachte het oogmerk van uitbuiting aanwezig was, nu het niet anders kan dan dat zij heeft beseft dat haar handelen en dat van de medeverdachten als noodzakelijk - en dus door haar gewild - gevolg met zich bracht dat de slachtoffers zouden worden uitgebuit. Het is immers onder meer de verdachte geweest die de slachtoffers heeft voorgesteld drugs te gaan smokkelen uit Marokko naar Nederland, zij legde de slachtoffers de praktische gang van zaken uit met betrekking tot de drugssmokkel waarbij zij de slachtoffers een onjuist beeld voorspiegelde van de risico’s van het transport voor de slachtoffers en zij fungeerde mede als contactpersoon met andere medeverdachten.

Het verweer wordt derhalve in beide onderdelen verworpen.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

mensenhandel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich gedurende een periode van enkele maanden samen met haar medeverdachten meerdere malen schuldig gemaakt aan het minderjarigen en jonge vrouwen, uitlokken, brengen tot en faciliteren van het vervoeren van hasj vanuit Marokko naar Nederland louter voor het persoonlijk financieel gewin van de verdachte en de medeverdachten. Daarbij werd de slachtoffers een voor hen aantrekkelijk geldbedrag beloofd dat echter minimaal te noemen was in verhouding tot de met de drugs beoogde winsten en de risico’s die de slachtoffers liepen in geval van betrapping van het transport van de drugs. Daarbij werd bovendien de slachtoffers valselijk voorgespiegeld dat de risico’s verbonden aan die smokkel klein waren, omdat de douane zou zijn omgekocht. Dat de slachtoffers grote risico’s liepen, blijkt wel uit het feit dat twee van hen tijdens één van de door de verdachte en haar mededaders uitgelokte en gefaciliteerde drugstransporten in Marokko zijn aangehouden met een behoorlijke hoeveelheid (ruim 24 kilogram) hasj, als gevolg waarvan zij geruime tijd in Marokko in detentie hebben doorgebracht.

Uiteindelijk hebben drie transporten plaatsgevonden, alsmede een strafbare poging daartoe. Had het aan de verdachte en haar mededaders gelegen dan was het daarbij niet gebleven.

De verdachte heeft door aldus te handelen illegale invoer van hasj bevorderd en daarmee een bijdrage geleverd aan het op de markt brengen van die verdovende middelen. Daarmee heeft de verdachte wettelijke normen ter bescherming van de volksgezondheid ernstig geschonden, nu hasj bij regelmatig gebruik schadelijk is voor de gebruikers.

Voorts heeft de verdachte zich samen met haar mededaders schuldig gemaakt aan mensenhandel. Mensenhandel is een ernstige vorm van criminaliteit, waarmee een inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke vrijheid en de menselijke waardigheid. Daarbij heeft het hof in strafverzwarende zin laten meewegen dat onder de slachtoffers zich zowel jonge kwetsbare vrouwen als minderjarigen bevonden.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 17 oktober 2017, waaruit blijkt dat de verdachte eerder – zij het niet recentelijk - onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.

Gelet op de ernst van de feiten is het hof van oordeel dat in beginsel alleen gereageerd kan worden met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Het hof acht het - gelet op het tijdsverloop en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte waaronder de zorg voor haar vijf zeer jonge van haar afhankelijke kinderen, zoals deze ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gebracht – echter niet opportuun dat de verdachte opnieuw gedetineerd raakt. Daarom zal het hof een groot gedeelte van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen. Daarnaast zal aan de verdachte een onvoorwaardelijke taakstraf worden opgelegd.

Het hof heeft voorts geconstateerd dat er sprake is van overschrijding van de redelijke termijn in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. In de eerste plaats zijn er meer dan twee jaren verstreken tussen het instellen van het hoger beroep en het arrest van het hof en zijn de stukken van het geding meer dan acht maanden na het instellen van het cassatieberoep ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen. Ook zijn er meer dan twee jaren verstreken tussen het instellen van het cassatieberoep en het arrest van de Hoge Raad.

Het hof heeft in strafmatigende zin rekening gehouden met deze overschrijdingen van de redelijke termijn door in plaats van een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf een gedeelte van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen en daarnaast een onvoorwaardelijke taakstraf aan de verdachte op te leggen. Het hof is – gelet op deze verandering van strafmodaliteit ten gunste van de verdachte - van oordeel dat aan de overschrijdingen van de redelijke termijn geen verdergaande consequenties dienen te worden verbonden.

Het hof is - alles afwegende en overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal - van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur alsmede een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57 en 273f oud van het Wetboek van Strafrecht, en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de daarbij behorende lijst II, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep – voor zover aan het inhoudelijk oordeel van het hof onderworpen - en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte ten aanzien van het onder 1 en 2 primair bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 20 (twintig) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. A.S.I. van Delden, mr. M.I. Veldt-Foglia en mr. R.J. de Bruijn, in bijzijn van de griffier mr. M.V. Lievers-Roza.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 16 november 2017.