Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2017:2942

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
17-10-2017
Datum publicatie
31-10-2017
Zaaknummer
22-001281-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit door professioneel vuurwerk dat om redenen van veiligheid niet geschikt wordt geacht voor consumenten, op te slaan en voorhanden te hebben in zijn woning, en daarnaast voor te bereiden om dit aan een andere persoon zonder gespecialiseerde kennis ter beschikking te stellen.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen, waarvan 50 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-001281-17

Parketnummer: 10-994620-16

Datum uitspraak: 17 oktober 2017

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

economische kamer

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Rotterdam van 6 maart 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1992,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op

3 oktober 2017.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 2 ten laste gelegde ontslagen van alle rechtsvervolging en ter zake van het onder 1 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 50 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met oplegging van algemene en bijzondere voorwaarden zoals vermeld in het vonnis.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.


hij in of omstreeks de periode van 1 december 2016 tot en met 24 december 2016

te Rotterdam, in elk geval in Nederland,

opzettelijk,

als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis,

professioneel vuurwerk, te weten 45 stuks knalvuurwerk (Super Cobra 6),

heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad;

2.


hij in of omstreeks de periode van 1 december 2016 tot en met 24 december 2016

te Rotterdam, in elk geval in Nederland,

opzettelijk,

teneinde,

handelingen als bedoeld in het eerste lid van artikel 1.2.2 Vuurwerkbesluit, te weten:

- het voorhanden hebben en/of opslaan en/of aan een ander ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik (lid 1),

voor te bereiden en/of te bevorderen,(telkens),

- heeft getracht anderen te bewegen om die handelingen te plegen en/of mede te plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn,

en/of

- heeft getracht zich en/of anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het verrichten van die handelingen te verschaffen,

immers, heeft hij, verdachte (telkens) via whatsapp berichten en/of op internet, te weten door het plaatsen van meerdere posts en/of advertenties op een website, te weten [www], Super Cobra 6 en/of nitraten, in ieder geval professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te koop heeft aangeboden.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 60 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 50 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met oplegging van - kort gezegd - een meldplicht bij de reclassering, gedragsinterventie en ambulante behandeling als bijzondere voorwaarden.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.


hij in of omstreeks de periode van 1 december 2016 tot en met 24 december 2016

te Rotterdam, in elk geval in Nederland,

opzettelijk,

als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis,

professioneel vuurwerk, te weten 45 stuks knalvuurwerk (Super Cobra 6),

heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad;

2.


hij in of omstreeks de periode van 1 december 2016 tot en met 24 december 2016

te Rotterdam, in elk geval in Nederland,

opzettelijk,

teneinde,

handelingen als bedoeld in het eerste lid van artikel 1.2.2 Vuurwerkbesluit, te weten:

- het voorhanden hebben en/of opslaan en/of aan een ander ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik (lid 1),

voor te bereiden en/of te bevorderen,(telkens),

- heeft getracht anderen te bewegen om die handelingen te plegen en/of mede te plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn,

en/of

- heeft getracht zich en/of anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het verrichten van die handelingen te verschaffen,

immers, heeft hij, verdachte (telkens) via whatsapp berichten en/of op internet, te weten door het plaatsen van meerdere posts en/of advertenties op een website, te weten [www], Super Cobra 6 en/of nitraten, in ieder geval professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te koop heeft aangeboden.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 en 2 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit door professioneel vuurwerk dat om redenen van veiligheid niet geschikt wordt geacht voor consumenten, op te slaan en voorhanden te hebben in zijn woning, en daarnaast voor te bereiden om dit aan een andere persoon zonder gespecialiseerde kennis ter beschikking te stellen. Aldus heeft de verdachte gehandeld in strijd met voorschriften opgesteld ter bescherming van personen en daardoor mogelijk de veiligheid van personen en goederen in groot gevaar gebracht.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt. Gelet op de positieve ontwikkelingen en in die zin gewijzigde persoonlijke omstandigheden van de verdachte, , acht het hof het niet langer noodzakelijk om aan deze straf voor de verdachte – een first offender - nog bijzondere voorwaarden te verbinden. In het kader van speciale preventie acht het hof het evenwel raadzaam te bepalen dat de proeftijd wordt gesteld op een periode van 3 jaar.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer en artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 60 (zestig) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot

50 (vijftig) dagenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van

3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. J.M. Reinking,

mr. C.G.M. van Rijnberk en mr. E. van Die, in bijzijn van de griffier mr. J.C.A. Verhoef.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 17 oktober 2017.