Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2017:2883

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
11-10-2017
Datum publicatie
11-10-2017
Zaaknummer
2200227517
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Diefstal.

Vernietiging vonnis. Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt, reeds omdat de in de strafmotivering gevolgde gedachtegang het hof aanleiding geeft om daarvan uitdrukkelijk afstand te nemen.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken, met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2018/12
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-002275-17

Parketnummer: 09-817892-17

Datum uitspraak: 11 oktober 2017

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 8 mei 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [geboortedag],

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 27 september 2017.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken, met aftrek van voorarrest.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 06 mei 2017 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fles wijn en/of meerdere blikken bier, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf [x], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, behoudens ten aanzien van de strafmotivering.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt, reeds omdat de in de strafmotivering gevolgde gedachtegang het hof aanleiding geeft om daarvan uitdrukkelijk afstand te nemen.

Op een uiteenzetting over de ernst van het feit zelve doet de politierechter immers volgen:

“Daar komt nog bij dat betrokkene van buitenlandse afkomst is en als Poolse EU-burger in Nederland verblijft. Vooropgesteld zij dat dergelijke personen van harte welkom zijn om in Nederland te verblijven en te werken. Het wordt betrokkene echter ernstig aangerekend dat hij door zijn handelen heeft bijgedragen aan de toenemende negatieve beeldvorming die in Nederland is ontstaan over in Nederland verblijvende buitenlandse personen en dat hij door zijn handelen daarmee onrecht doet aan de reputatie van zijn eigen goedwillende, vaak hard werkende in Nederland verblijvende landgenoten en andere personen van buitenlandse afkomst die zich wel aan de regels houden.”

Het hof overweegt dat de toename van negatieve beeldvorming over in Nederland verblijvende buitenlandse personen, wat daarvan verder ook zij, met de politierechter kan worden betreurd, maar dat de verdachte daaraan hoogstens heeft bijgedragen door dat hij als in Nederland verblijvende buitenlander een misdrijf heeft gepleegd. Dat is een omstandigheid die, gegeven de inhoud van artikel 1, eerste volzin, van de Grondwet, bij de strafoplegging op zichzelf buiten beschouwing behoort te blijven. Niet de verdachte doet daarmee onrecht aan de reputatie van zijn landgenoten, maar degene die verdachtes landgenoten zou beoordelen naar het handelen van de verdachte.

In het kader van de strafoplegging kan de door de politierechter genoemde bijdrage aan negatieve beeldvorming de verdachte dan ook niet, laat staan ernstig worden aangerekend.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 06 mei 2017 te 's-Gravenhage met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fles wijn en meerdere blikken bier, toebehorende aan winkelbedrijf [x].

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Diefstal is een feit dat naast financiële schade voor de benadeelde ook onrustgevoelens en overlast met zich meebrengt.

Voorts heeft het hof in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 8 september 2017, waaruit blijkt dat de verdachte meermalen onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten. Dat heeft hem er kennelijk niet van weerhouden het onderhavige feit te plegen.

Het hof overweegt dat de verdachte zich met het plegen van dit feit in een periode van twee maanden voor de derde keer schuldig heeft gemaakt aan diefstal en dat beide voorafgaande diefstallen reeds onherroepelijk zijn bestraft met telkens een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken, welke straffen de verdachte op 6 mei 2017 reeds had ondergaan. Mede om die reden gold de verdachte ten tijde van het thans berechte feit als gewaarschuwd mens.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde zoals hiervoor overwogen heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) weken.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. R.M. Bouritius, mr. T.J.P. van Os van den Abeelen en mr. I.M. Abels, in bijzijn van de griffier mr. K. Kiela.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 11 oktober 2017.

Mr. I.M. Abels is buiten staat dit arrest te ondertekenen.