Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2017:2816

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
02-10-2017
Datum publicatie
04-10-2017
Zaaknummer
22-000867-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich in Rotterdam schuldig gemaakt aan aanranding van een jonge vrouw en eenmalig van een meisje, die beiden in een door hem geexploiteerd restaurant werkzaam waren.

Het betreft hier vergaande ontuchtige handelingen ten aanzien van meerdere vrouwelijke personeelsleden die als werkneemster van verdachte min of meer van hem afhankelijk waren. Eén van de twee was 16 jaar toen het gebeurde.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis. Voorts veroordeelt het hof de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, met een proeftijd van 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-000867-14

Parketnummer: 10-742807-11

Datum uitspraak: 2 oktober 2017

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 19 februari 2014 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Italië) op [geboortejaar] 1957,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 18 maart 2015 en 18 september 2017.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken van het onder 1 primair en subsidiair en 2 ten laste gelegde.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

1:


hij op of omstreeks 9 september 2011 te Rotterdam door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en)

iemand, te weten [aangeefster 1] (geboren op [geboortejaar] 1995),

heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het opzettelijk ontuchtig meermalen, althans éénmaal

- omarmen en/of knuffelen van die [aangeefster 1] en/of het blijven vasthouden/omarmen van die [aangeefster 1] en/of

- bewegen van de handen over de schouder(s)(bladen) en/of de rug en/of de nek en/of het hoofd van die [aangeefster 1] en/of het (meermalen) kussen op het voorhoofd van die [aangeefster 1] en/of

- kantelen, althans (beet)pakken van het hoofd van die [aangeefster 1] en/of het (meermalen) op de mond van die [aangeefster 1] kussen en/of

- betasten en/of strelen van de bil(len) van die [aangeefster 1] en/of

- wrijven en/of betasten over/van de schouders en/of de (met kleding bedekte) borst(en) van die [aangeefster 1],

en bestaande dat geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) hieruit:

- ( dat er sprake was van) misbruik van uit feitelijke verhoudingen en/of omstandigheden voortvloeiend overwicht (welk overwicht werd veroorzaakt door het feit dat hij, verdachte, restauranteigenaar was en dat die [aangeefster 1] voor hem werkte als serveerster) en/of

- ( dat er sprake was van) psychisch en/of fysiek en/of geestelijk overwicht (welkoverwicht onder andere werd veroorzaakt door het aanzienlijke leeftijdsverschil - ongeveer 38 jaar - tussen hem, verdachte, en die [aangeefster 1]);

Subsidiair:

hij op of omstreeks 9 september 2011 te Rotterdam

met een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige of zijn minderjarige bediende of ondergeschikte, te weten [aangeefster 1] (geboren op

[geboortejaar] 1995), ontuchtige handelingen heeft gepleegd, namelijk het

- omarmen en/of knuffelen van die [aangeefster 1] en/of het blijven vasthouden/omarmen van die [aangeefster 1] en/of

- bewegen van de handen over de schouder(s)(bladen) en/of de rug en/of de nek en/of het hoofd van die [aangeefster 1] en/of het (meermalen) kussen op het voorhoofd van die [aangeefster 1] en/of

- kantelen, althans (beet)pakken van het hoofd van die [aangeefster 1] en/of het (meermalen) op de mond van die [aangeefster 1] kussen en/of

- betasten en/of strelen van de bil(len) van die [aangeefster 1] en/of

- wrijven en/of betasten over/van de schouders en/of de (met kleding bedekte) borst(en) van die [aangeefster 1];

2:

hij op één of meer tijdstp(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2009 tot en met 30 april 2011 te Rotterdam, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en)

iemand, te weten [aangeefster 2] [naam] (geboren op [geboortejaar] 1986),

(telkens) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het opzettelijk ontuchtig meermalen, althans éénmaal (telkens)

- vastpakken en/of tegen zich aan drukken van die [aangeefster 2]

- strelen en/of betasten over/van de rug en/of billen van die [aangeefster 2] en/of

- ( proberen te) kussen op de mond van die [aangeefster 2] en/of (daarbij) (proberen) zijn, verdachtes, tong in de mond van die [aangeefster 2] te duwen/brengen en/of

- de met kleding bedekte en/of blote borst(en) van die [aangeefster 2] betasten en/of

- steken en/of houden van zijn, verdachtes, hand in de (voorzijde van de) broek van die [aangeefster 2] en/of het betasten van de (blote) schaamstreek van die [aangeefster 2] en/of

- met zijn, verdachtes, benen aan weerszijde van die [aangeefster 2] (die op dat moment op een stoel zat) gaan staan en/of met zijn (met kleding bedekte) penis tegen het kruis en/of het lichaam van die [aangeefster 2] 'aanrijden'/bewegen en bestaande dat geweld en/of een andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hieruit

dat hij, verdachte, meermalen, althans éénmaal, (telkens) onverhoeds en/of tegen de wil van die [aangeefster 2]

- die [aangeefster 2] (van achter) heeft vastgepakt en/of

- de (met en/of zonder met kleding bedekte) borst(en) van die [aangeefster 2] heeft betast en/of

- zijn hand in de (voorzijde van de) broek van die [aangeefster 2] heeft gestoken en/of gehouden en/of de (blote) schaamstreek van die [aangeefster 2] heeft betast en/of dat hij (daarbij) die [aangeefster 2] (dwingend) de woorden heeft toegevoegd: "Je wilt wel, geef nou maar toe" en/of "Kom op schatje", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- die [aangeefster 2] bij de keel heeft gepakt en/of die [aangeefster 2] (dwingend) (achteruit) heeft geduwd (zodat zij, [aangeefster 2], op een stoel kwam te zitten) en/of (vervolgens) met zijn benen aan weerszijde van de benen van die [aangeefster 2] is gaan staan en/of met zijn (met kleding bedekte) penis tegen het kruis en/of het lichaam van die [aangeefster 2] is gaan 'aanrijden'/bewegen en/of

- ( dat er sprake was van) misbruik van uit feitelijke verhoudingen en/of omstandigheden voortvloeiend overwicht (welk overwicht werd veroorzaakt door het feit dat hij, verdachte, restauranteigenaar was en dat die [aangeefster 2] voor hem werkte als serveerster) en/of

- ( dat er sprake was van) psychisch en/of fysiek en/of geestelijk overwicht (welk overwicht onder andere werd veroorzaakt door het aanzienlijke leeftijdsverschil - ongeveer 29 jaar - tussen hem, verdachte, en die [aangeefster 2]).

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van honderdtachtig uren, subsidiair negentig dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest, alsmede tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:


hij op of omstreeks 9 september 2011 te Rotterdam door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en)

iemand, te weten [aangeefster 1] (geboren op [geboortejaar] 1995),

heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het opzettelijk ontuchtig meermalen, althans éénmaal

- omarmen en/of knuffelen van die [aangeefster 1] en/of het blijven vasthouden/omarmen van die [aangeefster 1] en/of

- bewegen van de handen over de schouder(s)(bladen) en/of de rug en/of de nek en/of het hoofd van die [aangeefster 1] en/of het (meermalen) kussen op het voorhoofd van die [aangeefster 1] en/of

- kantelen, althans (beet)pakken van het hoofd van die [aangeefster 1] en/of het (meermalen) op de mond van die [aangeefster 1] kussen en/of

- betasten en/of strelen van de bil(len) van die [aangeefster 1] en/of

- wrijven en/of betasten over/van de schouders en/of de (met kleding bedekte) borst(en) van die [aangeefster 1],

en bestaande dat geweld en/of een andere die feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) hieruit:

- ( dat er sprake was van) misbruik van uit feitelijke verhoudingen en/of omstandigheden voortvloeiend overwicht (welk overwicht werd veroorzaakt door het feit dat hij, verdachte, restauranteigenaar was en dat die [aangeefster 1] voor hem werkte als serveerster) en/of

- (dat er sprake was van) psychisch en/of fysiek en/of geestelijk overwicht (welkoverwicht onder andere werd veroorzaakt door het aanzienlijke leeftijdsverschil - ongeveer 38 jaar - tussen hem, verdachte, en die [aangeefster 1]);

Subsidiair:

hij op of omstreeks 9 september 2011 te Rotterdam

met een aan zijn zorg, opleiding of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige of zijn minderjarige bediende of ondergeschikte, te weten [aangeefster 1] (geboren op

[geboortejaar] 1995), ontuchtige handelingen heeft gepleegd, namelijk het

- omarmen en/of knuffelen van die [aangeefster 1] en/of het blijven vasthouden/omarmen van die [aangeefster 1] en/of

- bewegen van de handen over de schouder(s)(bladen) en/of de rug en/of de nek en/of het hoofd van die [aangeefster 1] en/of het (meermalen) kussen op het voorhoofd van die [aangeefster 1] en/of

- kantelen, althans (beet)pakken van het hoofd van die [aangeefster 1] en/of het (meermalen) op de mond van die [aangeefster 1] kussen en/of

- betasten en/of strelen van de bil(len) van die [aangeefster 1] en/of

- wrijven en/of betasten over/van de schouders en/of de (met kleding bedekte) borst(en) van die [aangeefster 1];

2:

hij op één of meer tijdstp(pen) in of omstreeks de periode van 1 juni 2009 tot en met 30 april 2011 te Rotterdam, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of door bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en)

iemand, te weten [aangeefster 2] ([naam]) (geboren op [geboortejaar] 1986),

(telkens) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het opzettelijk ontuchtig meermalen, althans éénmaal (telkens)

- vastpakken en/of tegen zich aan drukken van die [aangeefster 2] en

- strelen en/of betasten over/van de rug en/of billen van die [aangeefster 2] en/of

- ( proberen te) kussen op de mond van die [aangeefster 2] en/of (daarbij) (proberen) zijn, verdachtes, tong in de mond van die [aangeefster 2] te duwen/brengen en/of

- de met kleding bedekte en/of blote borst(en) van die [aangeefster 2] betasten en/of

- steken en/of houden van zijn, verdachtes, hand in de (voorzijde van de) broek van die [aangeefster 2] en/of het betasten van de (blote) schaamstreek van die [aangeefster 2] en/of

- met zijn, verdachtes, benen aan weerszijde van die [aangeefster 2] (die op dat moment op een stoel zat) gaan staan en/of met zijn (met kleding bedekte) penis tegen het kruis en/of het lichaam van die [aangeefster 2] 'aanrijden'/bewegen

en bestaande dat geweld en/of een andere die feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hieruit

dat hij, verdachte, meermalen, althans éénmaal, (telkens) onverhoeds en/of tegen de wil van die [aangeefster 2]

- die [aangeefster 2] (van achter) heeft vastgepakt en/of

- de (met en/of zonder met kleding bedekte) borst(en) van die [aangeefster 2] heeft betast en/of

- zijn hand in de (voorzijde van de) broek van die [aangeefster 2] heeft gestoken en/of gehouden en/of de (blote) schaamstreek van die [aangeefster 2] heeft betast en/of dat hij (daarbij) die [aangeefster 2] (dwingend) de woorden heeft toegevoegd: "Je wilt wel, geef nou maar toe" en/of "Kom op schatje", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- die [aangeefster 2] bij de keel heeft gepakt en/of die [aangeefster 2] (dwingend) (achteruit) heeft geduwd (zodat zij, [aangeefster 2], op een stoel kwam te zitten) en/of (vervolgens) met zijn benen aan weerszijde van de benen van die [aangeefster 2] is gaan staan en/of met zijn (met kleding bedekte) penis tegen het kruis en/of het lichaam van die [aangeefster 2] is gaan 'aanrijden'/bewegen en/of

- ( dat er sprake was van) misbruik van uit feitelijke verhoudingen en/of omstandigheden voortvloeiend overwicht (welk overwicht werd veroorzaakt door het feit dat hij, verdachte, restauranteigenaar was en dat die [aangeefster 2] voor hem werkte als serveerster) en/of

- (dat er sprake was van) psychisch en/of fysiek en/of geestelijk overwicht (welk overwicht onder andere werd veroorzaakt door het aanzienlijke leeftijdsverschil - ongeveer 29 jaar - tussen hem, verdachte, en die [aangeefster 2]).

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijf-fouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep

-overeenkomstig de overgelegde pleitnotitie- op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem onder 1 en 2 ten laste gelegde wegens het ontbreken van wettig bewijs.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

De verdachte was eigenaar van twee restaurants, waar aangeefsters werkten. Hij heeft ontkend ontuchtige handelingen met hen te hebben gepleegd.

De stelling van de verdachte, dat aangeefsters een complot tegen hem hebben gesmeed omdat hij zo streng was, dan wel dat het hun om geld te doen was (en, zoals het hof begrijpt, hem daarom valselijk van ontucht hebben beschuldigd), vindt op geen enkele wijze steun in de stukken.

Dat aangeefsters samen, althans in dezelfde periode, aangifte wilden doen hoewel aangeefster [aangeefster 2] al enige maanden niet meer bij de verdachte werkzaam was, is onvoldoende om een complot aannemelijk te achten. In dit verband heeft het hof acht geslagen op de verklaring van [aangeefster 2], die zegt pas aangifte te hebben willen doen nadat zij van aangeefster [aangeefster 1] had gehoord wat de verdachte bij haar had gedaan. Het hof acht dit aannemelijk.

Voorts is niet gebleken dat het aangeefsters om geld te doen was; zij hebben zich niet als benadeelde partij gesteld en aangeefster [aangeefster 1] verklaart met zoveel woorden bij de rechter-commissaris dat zij geen schadevergoedingsvordering wil indienen. Ook overigens is van een dergelijk motief niet gebleken.

Ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde

Op 25 september 2011 heeft [aangeefster 1] aangifte gedaan (p. 17 e.v.). Zij heeft toen verklaard dat de verdachte op 9 september 2011 aan haar had gezeten en heeft gedetailleerd uitgelegd wat verdachte bij haar gedaan had.

Zij heeft later in haar verklaring bij de politie op 23 februari 2012 (p. 79) verklaard dat ze bij haar aangifte blijft en dat ze daar voor 100 procent achter staat.

Ook tijdens haar verklaring bij de rechter-commissaris op 26 november 2013 is zij niet op die verklaring teruggekomen.

Het hof is van oordeel dat de aangeefster steeds consistent en gedetailleerd heeft verklaard.

De verklaring van de aangeefster vindt ook voldoende steun in overige bewijsmiddelen.

Het hof acht het niet aannemelijk dat de emoties van de aangeefster, zoals daarvan blijkt uit de bewijsmiddelen, zijn te verklaren door haar gekrenktheid over een woordenwisseling die zij met verdachte had.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

Op 21 september 2011 heeft [aangeefster 2] (“[naam]”) aangifte gedaan van ontuchtige handelingen die de verdachte bij haar heeft gepleegd (p 5 e.v.). Zij heeft verklaard over meerdere momenten waarop verdachte haar heeft betast en gezoend. Zij heeft daarbij sommige momenten ook uitgebreid beschreven, al weet ze niet meer precies wanneer het een en ander is gebeurd (p. 5 e.v.).

Op 14 september 2017 is [aangeefster 2] als getuige bij de raadsheer-commissaris gehoord en zij heeft toen geantwoord dat ze bij de politie naar waarheid heeft verklaard en heeft die verklaring in grote lijnen herhaald. Zij heeft bij de raadsheer-commissaris ook verklaard dat ze bij de verdachte bleef werken omdat hij goed betaalde, anders zou ze al eerder zijn weggegaan.

Voorts heeft zij verklaard dat zij pas aangifte heeft gedaan toen zij van [aangeefster 1] hoorde wat de verdachte bij haar had gedaan.

De verklaring van [aangeefster 2] vindt voldoende steun in overige bewijsmiddelen.

Gelet op het bovenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte onder

1. primair en 2 is ten laste gelegd.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich op verschillende momenten in Rotterdam schuldig gemaakt aan aanranding van een jonge vrouw en eenmalig van een meisje, die beiden in een door hem geexploiteerd restaurant werkzaam waren.

Het betreft hier vergaande ontuchtige handelingen ten aanzien van meerdere vrouwelijke personeelsleden die als werkneemster van verdachte min of meer van hem afhankelijk waren. Eén van de twee was 16 jaar toen het gebeurde. Uit haar verklaring bij de politie en ook uit de verklaringen van haar moeder en stiefvader blijkt welke gevolgen dit voor haar heeft gehad. Daarnaast heeft hij gedurende ruim een jaar, met tussenpozen, ontuchtige handelingen gepleegd bij [aangeefster 2].

Door aldus te handelen heeft de verdachte zich uitsluitend laten leiden door zijn eigen lustgevoelens en een ontoelaatbare inbreuk gemaakt op de seksuele integriteit van de slachtoffers en heeft hij als restauranteigenaar misbruik gemaakt van zijn positie.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 5 september 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten.

Het hof stelt vast dat bij de behandeling van de zaak in hoger beroep sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM), nu de behandeling in hoger beroep niet binnen twee jaar is afgerond. De behandeling van het hoger beroep bedraagt twee jaar en tien maanden.

Het hof acht in beginsel onder meer een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren gerechtvaardigd

Gelet echter op de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep – is het hof van oordeel dat een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met een proeftijd van twee jaren een passende en geboden reactie vormt.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke taakstraf van na te melden duur alsmede een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 246 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde zoals hiervoor overwogen heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 150 (honderdvijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte voorts tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is gewezen door mr. R.M. Bouritius,

mr. J.M. van de Poll en mr. E. van Die, in bijzijn van de griffier A. van der Schalk.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 2 oktober 2017.