Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2017:2810

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
03-10-2017
Datum publicatie
03-10-2017
Zaaknummer
2200200613
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikel 302 van het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zware mishandeling van zijn bijna 4 maanden jonge dochter, waardoor zij is komen te overlijden.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 27 maanden, met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-002006-13

Parketnummer(s): 09-754196-12

Datum uitspraak: 3 oktober 2017

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 22 april 2013 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte]

[geboorteplaats]

[geboortedag]

[adres]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 17 februari 2014, 3 maart 2014, 7 september 2017 (onderbroken, daarna hervat) en gesloten op 3 oktober 2017).

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en is het (geschorste) bevel voorlopige hechtenis opgeheven.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

primair:
hij in of omstreeks de periode van 23 augustus 2012 tot en met 25 augustus 2012 te Den Haag en/of te Rotterdam, opzettelijk zijn kind, genaamd [het slachtoffer] [geboortedatum], van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet die [slachtoffer] stevig bij haar lichaam vastgepakt en/of vastgehouden en/of haar vervolgens meermalen, althans eenmaal, hevig en/of met kracht heen en weer geschud, althans fors geweld op (het hoofd van) die [slachtoffer] uitgeoefend, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

subsidiair:
hij in of omstreeks de periode van 23 augustus 2012 tot en met 25 augustus 2012 te Den Haag en/of te Rotterdam opzettelijk zijn kind, genaamd [het slachtoffer] [geboortedatum] zwaar lichamelijk letsel (een of meer bloedingen in de hersenen en/of hersenschade), heeft toegebracht, door opzettelijk die [slachtoffer] stevig bij haar lichaam vast te pakken en/of vast te houden en/of (vervolgens) (het hoofd van) die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, hevig en/of met kracht heen en weer te schudden, althans fors, althans enig geweld op (het hoofd van) die [slachtoffer] uit te oefenen, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

meer subsidiair:
hij in of omstreeks de periode van 23 augustus 2012 tot en met 25 augustus 2012 te Den Haag en/of te Rotterdam opzettelijk zijn kind genaamd [het slachtoffer] [geboortedatum], heeft mishandeld door opzettelijk die [slachtoffer] stevig bij haar lichaam vast te pakken en/of vast te houden en/of (vervolgens) (het hoofd van) die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, hevig en/of met kracht heen en weer te schudden, althans fors, althans enig geweld op (het hoofd van) die [slachtoffer] uit te oefenen, tengevolge waarvan zij is overleden.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek van voorarrest, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Beoordeling van het ten laste gelegde 1

Inleiding

Op zaterdag 25 augustus 2012 om 18.23 uur is [het slachtoffer] overleden, de op dat moment ongeveer vier maanden jonge dochter van de verdachte. De verdenking luidt dat de verdachte strafrechtelijk verantwoordelijk is voor de dood van zijn dochter, omdat hij haar – kort gezegd - hersenletsel zou hebben toegebracht door haar met kracht heen en weer te schudden. Verdachte ontkent haar (zodanig) te hebben geschud. Hij stelt zich op het standpunt dat het hersenletsel mogelijk wel is ontstaan door zijn handelen, maar niet door haar opzettelijk hardhandig heen en weer te schudden. Verdachte geeft aan dat hij haar hoofdje meermalen niet heeft ondersteund bij het oppakken en troosten. Zijn raadsman heeft daaromtrent het verweer gevoerd dat de zaak niet tot enige bewezenverklaring kan leiden, nu niet kan worden vastgesteld hoe het letsel precies is ontstaan, zodat niet kan worden geconcludeerd dat zijn cliënt minst genomen bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn dochter door zijn handelen zodanig letsel zou oplopen dat zij zou komen te overlijden.

Omtrent het overlijden van [het slachtoffer] stelt het hof op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting de volgende relevante feiten en omstandigheden vast.

Gebeurtenissen in chronologische volgorde

Op [geboortedatum] is [het slachtoffer] geboren. [het slachtoffer] is de dochter van [de moeder] (hierna: de moeder) en de verdachte en het tweede kind in het gezin Het oudere [broertje van het slachtoffer] is geboren op [geboortedatum].2

Vanaf de geboorte tot en met de ochtend van 23 augustus 2012 was [het slachtoffer] niet bekend met bijzonderheden in de medische voorgeschiedenis, functioneerde zij normaal en was zij gezond.3

Op 23 augustus 2012 heeft de moeder [het slachtoffer] om 11.30 uur gevoed en heeft [het slachtoffer] gedronken zoals altijd. Ze bleef steeds lachen en kijken en stopte dan met drinken. De moeder heeft haar na het voeden weer in bed gelegd. Alles ging toen goed met [het slachtoffer].4 Omstreeks 11.45 uur vertrok de moeder naar rijles, welke van 12.00 – 14.30 uur duurde.5Kort daarna kwam de moeder weer thuis.6

In de tussenliggende periode was verdachte alleen thuis met [het slachtoffer] en [broertje van het slachtoffer]. [het slachtoffer] huilde veel.7

Toen de moeder terugkwam zat verdachte op zijn bureaustoel en lag [het slachtoffer] op zijn buik. De verdachte zette [het slachtoffer] rechtop op zijn schoot, waarbij [het slachtoffer] haar hoofdje liet hangen en haar nekje slap was. Ook pakte de verdachte haar armpje en dit viel slap toen hij het losliet. [het slachtoffer] wilde niet drinken. De moeder had haar nog nooit zo gezien en maakte zich zorgen.8 De moeder en de verdachte probeerden [het slachtoffer] wakker te maken met een nat washandje maar dat lukte niet. [het slachtoffer] reageerde verder niet maar maaide wel met haar armen heen en weer (een zwemmende beweging). Ze kneep met haar nageltjes in de hand van de verdachte. Omdat [het slachtoffer] koud aanvoelde hebben ze haar temperatuur opgenomen, welke 35.8˚C/35.9˚C bleek te zijn. Om haar warm te maken heeft de moeder haar in een deken gewikkeld9 en heeft verdachte haar een mutsje opgezet10.

Rond 17.00 uur is de moeder met [broertje van het slachtoffer] naar de speeltuin gegaan en om ongeveer 19.00 uur weer thuisgekomen. [het slachtoffer] was toen suf en slap, haar ogen waren half open en haar temperatuur was 36.8˚C. [het slachtoffer] wilde (nog steeds) niet drinken. Om ongeveer 20.00 uur hoorden de moeder en de verdachte tijdens de maaltijd kreunende/huilende/steunende geluiden vanuit het kinderbedje. Om ongeveer 21.00 uur heeft de moeder haar eigen moeder gebeld, die erop aandrong om de huisartsenpost te bellen.11

De moeder heeft op 23 augustus 2012 omstreeks 21.30 uur de huisartsenpost gebeld. De dienstdoende huisarts zag bij onderzoek omstreeks 22:20 uur een slap aanvoelend kind met half wijde lichtstijve pupillen, onvoldoende ademhaling en een trage hartslag. De fontanel was ‘onduidelijk’. Er is zuurstof toegediend. Daarna is [het slachtoffer] met spoed naar het JKZ (het hof begrijpt: het Juliana Kinderziekenhuis te Den Haag) gebracht, met het vermoeden van een hersenafwijking.
Daar is [het slachtoffer] omstreeks 22:50 uur die avond op de spoedeisende hulp (SEH) gearriveerd.12

Medische bevindingen omtrent het letsel van [het slachtoffer].

Sectierapport

In het sectierapport ten aanzien van [het slachtoffer], opgemaakt door A. Maes13 is het navolgende weergegeven:

6. Interpretatie van resultaten

(…)
Er was bloed onder het harde hersenvlies met zeer sterke hersenzwelling. Er was zichtbare uitbreiding van bloeding in de rechter oogzenuwschede. Bij neuropathologisch onderzoek werden een recente en een niet recente bloeding onder het harde hersenvlies gevonden. De ouderdom van de niet recente bloeding werd gedateerd 2 à 3 weken voor het overlijden. Er was recente bloeding met tekenen van kort voor het overlijden opgetreden zuurstofgebrek. In de beide oogjes waren veel recente bloedingen in de netvliezen, in het glasvocht, in de oogzenuwscheden en in de harde oogrok.
(…)
Een bijdrage van een infectieziekte en/of stofwisselingsziekte aan het overlijden is uitgesloten.

7. Conclusie

[slachtoffer] (het hof leest [het slachtoffer]), 4 maanden oud geworden, is overleden als gevolg van niet accidenteel (toegebracht) schedelhersenletsel.”

Forensisch geneeskundig onderzoek

Op 18 februari 2013 is door dr. H.G.T. Nijs, forensisch arts KNMG, een rapport opgemaakt inhoudende een aanvullend forensisch geneeskundig onderzoek aan de hand van de medische gegevens en de sectieresultaten naar aanleiding van het overlijden van [het slachtoffer].

Dit rapport bevat onder meer de navolgende bevindingen en conclusie.

6.3

Bloeduitstorting onder het harde hersenvlies.

Er waren bij sectie bloeduitstortingen beiderzijds onder het harde hersenvlies (subduraal), van recente en oudere (2-3 weken)datum bij neuropathologisch onderzoek.

(…)

Samengevat, concludeert ondergetekende dat de aangetroffen subdurale bloeduitstortingen beiderzijds zeer veel waarschijnlijker zijn in het geval van een niet-accidenteel trauma (contacttrauma, repeterend acceleratie-deceleratietrauma of een combinatie daarvan), dan in het geval van een medische oorzaak en/of een val

van beperkte hoogte en/of gebruikelijke verzorgingshandelingen.

Vanwege de bevindingen bij neuropathologisch onderzoek ging het om herhaalde geweldsinwerkingen resulterend in subdurale bloeduitstortingen op tenminste twee afzonderlijke momenten, namelijk zowel recent (ten opzichte van het ontstaan van de klinische noodsituatie) als niet recent (circa 2-3 weken geleden).

(…)

6.4

Netvliesbloedingen.

De oogarts van het Erasmus MC constateerde, volgens het verslag van de gemeentelijk lijkschouwer, uitgebreide netvliesbloedingen beiderzijds die volgens de oogarts gedateerd konden worden als recent en mogelijk niet recent.

De oogpatholoog constateerde veel netvliesbloedingen beiderzijds tot in de periferie, in alle lagen van het netvlies en in de oogzenuwschedes. IJzerkleuring van een microscopisch preparaat van het oog was negatief.
(…)

De meest waarschijnlijke verklaring voor het ontstaan van de netvliesbloedingen zijn de fysieke krachten die door de afwisseling van acceleratie (versnelling) en deceleratie (vertraging) ontstaan. Beschadigingen ontstaan mogelijk door de bewegingen van het glasvocht en de oogbol in de oogkas. Door de bewegingen van het glasvocht in de oogbol wordt tractie uitgeoefend op het netvlies, waarbij de netvlieslagen ten opzichte van elkaar verschuiven, wat tot bloedingen in het netvlies

kan leiden.
(…)

In dit geval concludeert ondergetekende, dat de bij het kind geconstateerde netvliesbloedingen veel waarschijnlijker zijn bij een contacttrauma, bij een acceleratie-deceleratietrauma (heftig schudincident) of bij een combinatie van beide, dan bij een medische oorzaak en/of een val van beperkte hoogte en/of gebruikelijke verzorgingshandelingen.

(Nota bene: het hof heeft hierbij in aanmerking genomen de door dr. H.G.T. Nijs ter terechtzitting in eerste aanleg van 8 april 2013 afgelegde verklaring waarin hij aangeeft dat deze conclusie moet zijn: zeer veel waarschijnlijker).

De netvliesbloedingen waren recent ontstaan (korter dan circa 2-3 dagen voorafgaande aan het overlijden).

(…)

6.6

Combinatie van bevindingen.

Bij het kind was sprake van ernstig, fataal verlopen, hersenletsel met ademhalingsproblemen, hersenfunctiestoornissen en hersenweefselveranderingen als gevolg van doorgemaakt zuurstoftekort.

Aanwezigheid van recente bloeduitstortingen beiderzijds onder het harde hersenvlies en de recente uitgebreide netvliesbloedingen in beide ogen, in combinatie met het geconstateerde ernstige hersenletsel zijn zeer wel passend bij toegebracht hersenletsel door een heftig schudincident (acceleratie-deceleratietrauma), door impact (heftig contacttrauma van het hoofd), of een combinatie daarvan.

Er zijn geen medische aandoeningen geconstateerd die de combinatie van medische bevindingen en het beschreven beloop van klinische verschijnselen bij het kind kunnen verklaren. De geconstateerde letsels zijn niet ontstaan door eigen toedoen of gedragingen van het kind, bij normaal uitgevoerde verzorgingshandelingen, of bij de geboorte.

6.7

Datering hersenletsel.

Gelet op het voorafgaande normale functioneren, het beloop van de beschreven klinische verschijnselen, het geconstateerde recente ernstige (fataal verlopen)hersenletsel en de talrijke netvliesbloedingen beiderzijds, is de combinatie van bevindingen zeer veel waarschijnlijker als het ernstige hersenletsel op 23 augustus 2012 na omstreeks 12:00/13:00 uur ontstaan is dan daarvoor. (…)

7 Beantwoording vraagstelling.

Bij [het slachtoffer], [geboortedatum], met voor zover bekend een blanco medische voorgeschiedenis en normaal functioneren tot de ochtend van 23 augustus 2012 (toen 4 maanden oud), werd na een periode van vermoedelijk enkele uren met tekenen van niet wekbaar zijn en niet willen drinken, ernstig hersenletsel, subdurale bloeduitstortingen beiderzijds (recent en niet recent), recente uitgebreide netvliesbloedingen beiderzijds (...) geconstateerd.

Het overlijden was een gevolg van secundaire verwikkelingen van ernstig hersenletsel (hersenoedeem resulterend in inklemming van hersenweefsel), zoals beschreven in het sectierapport.

Gezien het gemelde voorafgaande normale functioneren en beloop van de klinische verschijnselen, in combinatie met het geconstateerde recente ernstige (fataal verlopen) hersenletsel en talrijke netvliesbloedingen beiderzijds, en voorts bij uitsluiting van een onderliggende medische oorzaak en bij afwezigheid van een gemelde plausibele traumatische oorzaak, is de combinatie van bevindingen zeer veel waarschijnlijker als het ernstige hersenletsel op 23 augustus 2012 na omstreeks 12:00/13:00 uur ontstaan is dan daarvoor (mits de opgetekende verklaringen op waarheid berusten).

Gezien de datering van de subdurale bloeduitstortingen bij neuropathologisch onderzoek, en het geheel aan overige (medische) bevindingen, waren er één of meerdere repeterende acceleratie-deceleratietraumata (heftige ‘schudincidenten’) en/of contacttraumata van het hoofd, waaronder kort voorafgaande aan en ongeveer 2-3 weken (eventueel zonder of met relatief mild verlopen klinische verschijnselen) voor het ontstaan van een klinische noodsituatie op 23 augustus 2012.

(…)

Dr. H.G.T. Nijs, voornoemd forensisch arts KNMG, heeft ter terechtzitting van de rechtbank in eerste aanleg op 8 april 2013, (…) voorts nog het navolgende verklaard (voor zover van belang):

“U vraagt mij naar de recente en niet recente netvliesbloedingen. (…) Dit was uitzonderlijk veel. Dat kan je alleen krijgen door schudden, want andere oorzaken veroorzaken niet zoveel bloedingen en vaak zijn de plekken waar die bloedingen ontstaan dan anders.” (…).

“U houdt mij voor dat ik heb aangegeven dat er sprake is geweest van een heftig schudincident en vraagt mij of daar gradaties in zijn. Het laatste incident moet wel heftig zijn geweest, gezien de fatale afloop in combinatie met de medische bevindingen.” (…).

“Een contacttrauma is wanneer het hoofd ergens tegen aan komt.” (…). “In deze zaak heb ik geen concrete aanwijzingen voor contacttrauma.”

Wetenschappelijke expertise van de (medische) onderzoeksresultaten

In overleg met de verdediging en de advocaat-generaal zijn in hoger beroep de (medische) onderzoeksresultaten opnieuw beoordeeld.

Op verzoek van de verdediging is in dit onderzoek ook betrokken de door de verdachte op 16 maart 2016 tegenover de rechter-commissaris afgelegde verklaring, inhoudende dat hij bij zijn handelingen om [het slachtoffer] te troosten, te weten het heen en weer wiegen van [het slachtoffer], haar meermalen oppakken en haar voor zich houden, het hoofdje mogelijk niet, dan wel onvoldoende heeft ondersteund.

Het hiervan door Univ.-Prof. Dr. med. M.A. Rothschild (directeur van het instituut) en PD Dr. Med. S. Banaschak (chefarts) opgemaakte rapport, gedateerd 26 juli 2016, vermeldt onder meer het volgende.

3. Beoordeling

Hoe moeten de medische bevindingen met betrekking tot het overlijden van het kind (het hof leest [het slachtoffer]) geduid worden, in het licht van de beschikbare (medische) gegevens? (Op de vragen van de raadsman wordt voorts onderstaand ingegaan)

Bij opname van het kind in het ziekenhuis was het in een comateuze toestand. Dit is bij een volgens onderhavige gegevens tevoren gezond kind uitgesproken ongewoon. Van een infectie als oorzaak (bijvoorbeeld een hersenvliesontsteking) was geen sprake. Uit de in het ziekenhuis ten uitvoer gelegde beeldvormende procedures bleek een verdenking op een bloeding in de schedelholte. Een oogarts had de aanwezigheid van retinale bloedingen geconstateerd. Bij een dergelijke constellatie van bevindingen bij een tevoren gezond kind is de doorslaggevende differentiële diagnose het zogenaamde shaken-baby-syndroom. De gedurende het verdere klinische verloop respectievelijk na de sectie ten uitvoer gelegde onderzoeken, die bijzonder omvangrijk waren, laten geen andere conclusie toe, als dat het shaken-baby-syndroom de oorzaak voor het coma en het uiteindelijke overlijden van het kind was.

Uit de ten uitvoer gelegde onderzoeken bleek algeheel geen aanwijzing op een alternatieve oorzaak voor het ontstaan van een bevindingen of alle drie bevindingen.

Thans volgt de beantwoording van de vragen van de raadsman, die hier ter vergemakkelijking van de leesbaarheid opnieuw zijn weergegeven:

1. In hoeverre zijn op basis van de voorhanden gegevens volkomen medische oorzaken uit te sluiten als oorzaak van het (uiteindelijke) overlijden van [het slachtoffer]

De ten uitvoer gelegde onderzoeken zijn, zoals vorenstaand al beschreven, omvangrijk, zodat op grond van de beschikbare data medische oorzaken als oorzaak voor het uiteindelijke overlijden van [het slachtoffer] dienen te worden uitgesloten. De constellatie van bevindingen is uitsluitend door geweldinwerking van buitenaf te verklaren.

(…)

3. Zijn alle testen of testmethodes die daar in de gegeven omstandigheden voor in aanmerking komen om medische of genetische oorzaken uit te sluiten gebruikt?

Ja, alle noodzakelijke testen en testmethodieken werden ten uitvoer gelegd, waarbij de standaard betreffend de ten uitvoer te leggen onderzoeken in Nederland hoog zijn.

(…)

5. is het mogelijk dat [het slachtoffer]’s algehele gezondheidstoestand zodanig is geweest dat de door (mijn) cliënt in zijn verhoor d.d. 16 maart 2016 beschreven handelingen – dus, niet inhoudende heftig schudden of daarmee vergelijkbaar – een of meer beschadigingen in het leven hebben geroepen, die op zijn/hun beurt weer andere (uiteindelijk letale) gevolgen hebben gehad? Met andere woorden, kunnen relatief geringe handelingen een keten van gebeurtenissen in het leven geroepen hebben die uiteindelijk een lethaal gevolg hebben gehad?

Het door de cliënt (hof: verdachte) beschreven gedrag van onvoldoende ondersteuning van het hoofd is noch, als het een keer, noch als het herhaaldelijk plaatsvindt, dusdanig, dat daarmee het beschreven opgetreden letsel van het kind kan worden verklaard. Ook zouden de beschreven, als “relatief gering” bestempelde handeling geen “kettingreactie” teweeg kunnen brengen. Een dergelijke verloop van gebeurtenissen (“kettingreactie”) is in dit verband (onvoldoende ondersteuning van het hoofd) uit medisch oogpunt onbekend.

(…)

12. (..) In hoeverre vallen dergelijke traumatische beschadigingen te verwachten bij een schudincident als beschreven door dr. Nijs?

De schudprocedure wordt door de Amerikaanse Vereniging van Kinderartsen (American Academy of Pediatris, AAP. 2009) letterlijk als volgt omschreven.

Schudden is dermate bruut, dat ook de medische leek het letsel veroorzakende en mogelijk levensgevaarlijke van deze handeling ziet. Aangezien bij een schudprocedure, die als voorbeeld voor een shaken-baby-syndroom dient en het overlijden van het kind tot gevolg heeft, het hoofd van het kind ongecontroleerd naar voren en terug slaat en roteert, is voor een observerende persoon duidelijk, dat het kind letsel wordt toegebracht. Ook uit de in de literatuur gepubliceerde bekentenissen van daders blijkt, dat de persoon, die schudt, zich absoluut bewust is van dit mogelijke respectievelijke daadwerkelijk toevoegen van letsel, zelfs tijdens het schudden bewust is.

13. In hoeverre is als mogelijke oorzaak te duiden dat het (gedurende enige tijd) niet goed ondersteunen van het hoofd) of zodanig liggen/vastgehouden worden een zuurstoftekort heeft veroorzaakt? Kan een dergelijk zuurstoftekort de overige uitingen van de triade veroorzaakt hebben?

Dit onvoldoende ondersteunen van het hoofd is niet voldoende om een zuurstofgebrek in de hersenen te veroorzaken. Het liggen of vasthouden van het kind als het niet tot compressie van de borstkas leidt, is eveneens niet voldoende om een zuurstoftekort te veroorzaken. Bovendien leidt enkel een zuurstoftekort noch tot bloedingen in het harde hersenvlies (dura mater) noch tot netvliesbloedingen (retinale bloedingen). Dit is uit medisch oogpunt bewezen. Andersluidende theorieën worden weerlegd.
(…)

20. (…)In hoeverre vallen (..) uit de retinale bloedingen conclusies te trekken over de hevigheid van het beweerdelijk toegepaste geweld?

Op grond van de retinabloedingen kan de conclusie worden getrokken, dat het schudden zo hevig was, dat voornoemde netvliesbloedingen optreden. Andere oorzaken voor de retinabloedingen werden tijdens de onderzoeken niet geconstateerd.

21. in hoeverre kunnen de aard en de locatie van de retinale bloedingen iets zeggen over de mogelijke oorzaak?

De aard en de locatie van de retinabloedingen is veelzeggend voor eventuele oorzaken. De locatie en de vorm van de retinabloedingen kan aanwijzingen op de oorzaak geven. Met het oog op de beschreven bevindingen dient vanwege de mate van de bloedingen allereerst aan een shaken-baby-syndroom worden gedacht. Bovendien was er in onderhavig geval sprake van niet enkel retinabloedingen, maar ook van glasvochtbloedingen (vitreal), in de harde oogrok (scleral) en bij de oogzenuwschede. Hiermede is het verspreidingspatroon dermate specifiek, zodat een andere oorzaak als schudden (bij gebrek aan een andersoortige geweldinwerking, zoals een zwaar verkeersongeval of een val uit grote hoogte) juist in verband met de overige bevindingen niet in aanmerking kan worden genomen.

(…)

Oordeel van het hof

De bevindingen van de deskundigen Nijs en Banaschak komen in grote lijnen overeen en ondersteunen elkaar. Het hof ziet geen aanleiding voor twijfel aan de betrouwbaarheid van deze deskundigen. Het hof waardeert voornoemde bevindingen derhalve als zorgvuldig en adequaat.

Het hof stelt op basis van de medische bevindingen van voornoemde artsen en het rapport van patholoog Maes in combinatie met de voor het bewijs gebruikte verklaringen van de verdachte en de moeder, vast dat [het slachtoffer] op 23 augustus 2012 nog normaal functioneerde - voeding tot zich nam en huilde - toen de moeder het huis verliet rond 11.45 uur en de verdachte als enige volwassene met zijn dochter thuis bleef. Toen de moeder rond 14.30 uur weer thuiskwam functioneerde [het slachtoffer] niet meer normaal: ze werd niet wakker, kon niet gevoed worden, voelde slap aan en haar temperatuur was enige tijd beneden normaal. Tevens stelt het hof vast dat [het slachtoffer] op 23 augustus 2012 bij aankomst op de spoedeisende hulp in het Juliana Kinderziekenhuis om 22.50 uur verkeerde in een klinische noodsituatie door ernstig hersenletsel. Dit hersenletsel heeft uiteindelijk geleid tot haar overlijden. Behalve het hersenletsel was voorts sprake van uitgebreide netvliesbloedingen. Gelet op hetgeen hiervoor is weergegeven omtrent het functioneren van [het slachtoffer] moet het letsel zijn ontstaan in de periode tussen omstreeks 11.45 uur en 14.30 uur toen de verdachte met zijn dochter (en zonder de moeder) thuis was.

Over de oorzaak van de ontstane klinische noodsituatie en het bij [het slachtoffer] geconstateerde letsel zijn de deskundigen Nijs en Banaschak naar het oordeel van het hof bijzonder eensgezind en helder. Hun bevindingen zijn zo op te vatten dat zij die situatie wijten aan een incident waarbij [het slachtoffer] hevig is geschud. Een andere oorzaak kan het geconstateerde letsel niet verklaren, aldus de deskundigen. Meer in het bijzonder is de deskundige Banaschak van mening dat de verklaring die de verdachte heeft gegeven voor het letsel (het onvoldoende ondersteunen van het hoofdje bij het oppakken en troosten) dat letsel evenmin kan verklaren.

Het hof ziet geen enkele aanleiding de deskundigen in hun conclusies omtrent het ontstaan van de klinische noodsituatie en het bij [het slachtoffer] toegebrachte letsel niet te volgen.
Dit betekent dat, alles afwegende, het hof van oordeel is dat de verdachte [het slachtoffer] op 23 augustus 2012 heeft vastgehouden en (het hoofdje van) [het slachtoffer] meermalen hevig en met kracht heen en weer heeft geschud, met het genoemde letsel, dat heeft geleid tot haar dood, tot gevolg.

Opzet

Het hof kan op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet vaststellen dat de verdachte bij zijn handelen opzet heeft gehad op de dood van [het slachtoffer] dan wel minst genomen willens en wetens de aanmerkelijke kans op de dood van [het slachtoffer] heeft aanvaard, zodat hij wordt vrijgesproken van de hem primair ten laste gelegde doodslag.

Ten aanzien van het opzet van de verdachte op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, de dood ten gevolge hebbend overweegt het hof als volgt.

Het rapport van de deskundige Banaschak geeft ten aanzien van het ‘shakenbabysyndroom’ de omschrijving van de schudprocedure in de Amerikaanse Vereniging van Kinderartsen (American Academy of Pediatris, AAP. 2009) weer, namelijk: “dat schudden dermate bruut is, dat ook de medische leek het letsel veroorzakende en mogelijk levensgevaarlijke van deze handeling ziet. Aangezien bij een schudprocedure, het hoofd van het kind ongecontroleerd naar voren en terug slaat en roteert, is voor een observerende persoon duidelijk, dat het kind letsel wordt toegebracht. Ook uit de in de literatuur gepubliceerde bekentenissen van daders blijkt, dat de persoon, die schudt, zich absoluut bewust is van dit mogelijke respectievelijke daadwerkelijk toevoegen van letsel, zelfs tijdens het schudden bewust is.”14

Tot eenzelfde beschrijving van de heftigheid van het schudden komt de deskundige Nijs in voormeld rapport. Zo geeft hij aan dat voor het toebrengen van ernstig hersenletsel sprake moet zijn van een aanmerkelijk kracht (frequentie 2-5 Hz) en duur (vanaf circa 5 seconden), zoals schudden. Daarbij is volgens Nijs het toebrengen van hersenletsel bij kleine kinderen door middel van schudden (en/of impact) dusdanig heftig dat gesteld wordt dat een getuige de handeling direct als zeer gewelddadig en schadelijk voor het kind zou herkennen.15

Voorts heeft de moeder verklaard dat zij vóór 23 augustus 2012 met de verdachte heeft gesproken over het shaken-baby-syndroom en hem ook heeft gewaarschuwd de baby niet te schudden.16 De verdachte heeft ook ter terechtzitting in hoger beroep verklaard hierover te hebben gesproken en heeft voorts verklaard op de hoogte te zijn geweest van het belang een babyhoofdje te ondersteunen.

Uit het voorgaande volgt naar ’s hofs oordeel dat het schudden van [het slachtoffer] zodanig heftig moet zijn geweest dat verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans dat bij [het slachtoffer] hierdoor zwaar lichamelijk letsel zou kunnen ontstaan en dat de verdachte door [het slachtoffer] zo heftig te schudden die kans bewust heeft aanvaard.

Het hof acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem subsidiair ten laste gelegde zware mishandeling, de dood ten gevolge hebbend.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 23 augustus 2012 tot en met 25 augustus 2012 te Den Haag opzettelijk zijn kind, genaamd [het slachtoffer] [geboortedatum] zwaar lichamelijk letsel (een of meer bloedingen in de hersenen en hersenschade), heeft toegebracht, door opzettelijk die [slachtoffer] vast te houden en (vervolgens) (het hoofd van) die [slachtoffer]) meermalen hevig en met kracht heen en weer te schudden, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het subsidiair bewezen verklaarde levert op:

zware mishandeling, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich op de bewezen verklaarde wijze schuldig gemaakt aan zware mishandeling van zijn bijna 4 maanden jonge dochter, waardoor zij is komen te overlijden. Aldus heeft door verdachte’s handelen zijn dochter haar meest kostbare bezit, het leven, verloren. Daarbij is aan de overige nabestaanden een verschrikkelijk en onherstelbaar leed aangedaan. Het hof begrijpt dat de verdachte ook zelf met zijn handelen en het verdriet over het verlies van zijn dochter moet leven. Echter, hoewel hij zegt zich verantwoordelijk te voelen voor haar dood, heeft de verdachte voor zijn handelen in werkelijkheid juist geen enkele verantwoordelijkheid genomen, nu hij het schudden van zijn dochter gedurende het strafproces op geen enkel moment voor zijn rekening heeft willen nemen. Het hof rekent de verdachte dit aan.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 21 augustus 2017 is de verdachte niet eerder onherroepelijk veroordeeld.

Het hof is alles afwegende – en met name gelet op de ernst van het bewezenverklaarde - van oordeel dat alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een passende en geboden reactie is. Het hof acht een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden aan de orde.

Met de raadsman is het hof echter van oordeel dat met de behandeling van de onderhavige zaak de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden.

Het hof neemt hiertoe in aanmerking dat de berechting in eerste aanleg voorspoedig heeft plaatsgevonden, echter dat na het instellen van het hoger beroep door de verdachte op 1 mei 2013 de behandeling tot op de dag van de uitspraak een periode heeft gekend van 4 jaar en 5 maanden.

In dat verband neemt het hof voorts in aanmerking dat het gerechtshof de zaak op de regie-zitting van 3 maart 2014 op verzoek van de raadsman heeft verwezen naar de raadsheer-commissaris om onderzoekshandelingen te laten verrichten. Om praktische redenen is besloten de uitvoering van de verwijzing te laten plaatsvinden door de rechter-commissaris. Dr. Banaschak is op 31 mei 2016, door de rechter-commissaris benoemd en heeft op 26 juli 2016 haar rapport afgerond. De inhoudelijke behandeling van de zaak is op 7 september 2017 voortgezet.
Het hof is van oordeel dat de periode gelegen tussen de regie-zitting van 3 maart 2014 en de benoeming van dr. Banaschak onredelijk lang is. Hetzelfde geldt voor de periode tussen de afronding van het rapport van dr. Banaschak op 26 juli 2016 en de inhoudelijke behandeling van de zaak op 7 september 2017.

Het hof heeft geconstateerd dat de onderhavige zaak in totaal 5 jaar en 5 maanden heeft geduurd, derhalve een overschrijding van de redelijke termijn met bijna anderhalf jaar.

Het hof zal de geconstateerde overschrijding verdisconteren in de straftoemeting en de op te leggen gevangenisstraf van 30 maanden met drie maanden verminderen.

Alles afwegende is het hof van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op artikel 302 van het Wetboek van Strafrecht, zoals het rechtens geldt dan wel gold.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 27 (zevenentwintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door mr. H.J.M Smid-Verhage, mr. J.M. van de Poll en mr. C.J. van der Wilt, in bijzijn van de griffier mr. K. Oosterhof.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 3 oktober 2017.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar het algemeen dossier, wordt – tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer 15J9/2012/180053, van de regiopolitie Haaglanden, met bijlagen (doorgenummerde pagina’s 1 t/m 223).

2 Algemeen dossier, doorgenummerde pagina 10.

3 Rapport medisch forensisch onderzoek opgemaakt door dr. H.G.T. Nijs, p.8 onder 5.2, tevens opgenomen in het forensisch dossier met proces-verbaal nummer 2012-180053 met bijlagen, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren (hierna: forensisch dossier), doorgenummerde pp. 206 en 227; groeicurve forensisch dossier, p. 124.

4 Proces-verbaal van verhoor [de moeder], opgemaakt door de rechter-commissaris op 16 maart 2016, sub 24; een geschrift, zijnde een handgeschreven verklaring [de moeder] in het politiedossier met proces-verbaalnummer 2012.180053 genaamd Verdachte Dossier V/ [de moeder] (hierna: handgeschreven verklaring [de moeder]).

5 een ambtsedig proces-verbaal van verhoor van [de getuige] in het algemeen dossier, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, p. 191.

6 Handgeschreven verklaring [de moeder].

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte, opgemaakt door de rechter-commissaris op 16 maart 2016, sub 4, 5 en 6.

8 handgeschreven verklaring [de moeder]; Proces-verbaal van verhoor [de moeder], opgemaakt door de rechter-commissaris op 16 maart 2016, sub 25 en 26;

9 handgeschreven verklaring [de moeder]; een ambtsedig proces-verbaal van verhoor van [de moeder] op 5 september 2012, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, in het Verdachte Dossier V/[de moeder] met nummer 2012/180053 (hierna: verklaring [de moeder] 5 september 2012), pp. 5 en 6.

10 een ambtsedig proces-verbaal van verhoor van verdachte op 5 september 2012, opgemaakt in de wettelijke vorm door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, p. 4, in het Verdachte Dossier V/[verdachte] met nummer 2012.180053, p. 54.

11 verklaring [de moeder] 5 september 2012, p. 6; handgeschreven verklaring [de moeder].

12 Pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood opgemaakt dd 28 november 2012 door A. Maes, arts en patholoog, p. 3 van rapport; forensisch dossier p. 104.

13 Pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood opgemaakt dd 28 november 2012 door A. Maes, arts en patholoog, 5-7 van rapport en forensisch dossier pp. 106-108.

14 Rapport Wetenschappelijke expertise opgemaakt door Univ.-Prof. Dr. med. M.A. Rothschild (directeur van het instituut) en PD Dr. Med. S. Banaschak (chefarts) op 26 juli 2016, p. 15 sub 12.

15 een rapport door dr. H.G.T. Nijs, forensisch arts KNMG, opgemaakt dd 18 februari 2013 inhoudende een aanvullend forensisch geneeskundig onderzoek aan de hand van de medische gegevens en de sectieresultaten naar aanleiding van het overlijden van [het slachtoffer], p. 27; forensisch dossier p. 225

16 verklaring [de moeder] op 4 september 2012 in politiedossier met proces-verbaalnummer 2012.180053 Verdachte Dossier V/[de moeder], p. 6; Proces-verbaal van verhoor verdachte, opgemaakt door de rechter-commissaris op 16 maart 2016, sub 8.