Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2017:2649

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
15-09-2017
Datum publicatie
15-09-2017
Zaaknummer
22-005606-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Art. 140 en 225 Sr. Deelneming aan een criminele organisatie, meermalen gepleegd, en medeplegen van valsheid in geschrift. Omvangrijke fraude met Persoons Gebonden Budgetten (PGB’s) en fraude met ‘zorg in natura’. Verkrijgen van valse indicatiestellingen waarvoor niet geleverde zorguren zijn gedeclareerd. Het oogmerk van de organisatie was gericht op het verkrijgen van persoonlijk financieel gewin door middel van het plegen van verschillende misdrijven, te weten de oplichting van het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg) en de betrokken zorgkantoren, valsheid in geschrift in relatie tot het CIZ en die zorgkantoren en het witwassen van de PGB-gelden die uit de oplichting en/of valsheid in geschrift waren verkregen. Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 34 maanden, met aftrek van voorarrest. Benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

PROMIS

Rolnummer: 22-005606-14

Parketnummer: 09-997170-11

Datum uitspraak: 15 september 2017

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 15 december 2014 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [geboortedag] 1981,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 20 en 22 juni 2017, 28 augustus 2017 en 1 september 2017.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 3 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder

1. primair, 2 primair en 4 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts is in eerste aanleg de benadeelde partij [benadeelde partij zorgkantoor 1] niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Het hoger beroep is blijkens de akte rechtsmiddel niet gericht tegen de in eerste aanleg gegeven vrijspraak van het onder 3 ten laste gelegde.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – kort samengevat – thans nog het volgende ten laste gelegd:

in onderzoek Norwood:

1.

primair:

dat zij in de periode van 1 april 2010 tot en met

17 april 2012 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, bestaande uit onder meer onder meer de verdachte en medeverdachten [medeverdachte 3], [medeverdachte 2], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4], welke organisatie het oogmerk had op het plegen van de volgende misdrijven: oplichting, valsheid in geschrift, witwassen en het opzettelijk nalaten de benodigde gegevens te verstrekken als bedoeld in artikel 227b van het Wetboek van Strafrecht;

subsidiair:

dat zij in de periode van 16 juni 2010 tot en met 4 juni 2012 tezamen en in vereniging het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en zorgkantoren heeft opgelicht;

meer subsidiair:

dat zij in de periode van 3 juli 2010 tot en met 17 april 2012 tezamen en in vereniging facturen heeft vervalst;

meest subsidiair:

dat zij in de periode van 1 april 2010 tot en met

17 april 2012 tezamen en in vereniging een bedrijfsadministratie heeft vervalst;

in onderzoek Budget

2.

primair:

dat zij in de periode van 1 januari 2010 tot en met

17 april 2012 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, bestaande uit onder meer de verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 4], [medeverdachte 7], [medeverdachte 8], [medeverdachte 9], [medeverdachte 10] en een of meerdere rechtspersonen waaronder [bedrijf C] en [bedrijf G], welke organisatie het oogmerk had op het plegen van de volgende misdrijven: oplichting, valsheid in geschrift en witwassen;

subsidiair:

dat zij in de periode van 1 januari 2010 tot en met

17 april 2012 tezamen en in vereniging zorgkantoren, de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA) en het Centraal Administratie Kantoor (CAK) heeft opgelicht;

meer subsidiair:

dat zij in de periode van 1 januari 2010 tot en met

17 april 2012 tezamen en in vereniging facturen heeft vervalst;

meest subsidiair:

dat zij in de periode van 1 januari 2010 tot en met

17 april 2012 tezamen en in vereniging een bedrijfsadministratie heeft vervalst.

4.

dat zij in het jaar 2011 tezamen en in vereniging zorgroosters heeft vervalst.

De volledige tenlastelegging is als bijlage bij dit arrest gevoegd.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 primair, 2 primair en 4 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot - rekening houdende met de overschrijding van de redelijke termijn - een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, met aftrek van voorarrest.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewijsoverwegingen

Onderzoek Norwood

Het hof kan zich grotendeels vinden in de overwegingen van de rechtbank en het neemt deze dan ook onder aanbrenging van enkele correcties en aanvullingen over op de wijze als hierna vermeld.

Algemeen

In het onderzoek Norwood is jegens verschillende personen de verdenking ontstaan dat zij betrokken zijn geweest bij fraude met Persoons Gebonden Budgetten (PGB’s).

Het PGB is een voorziening uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) waarmee een verzekerde die vanwege ziekte, handicap of ouderdom zorg nodig heeft, deze zelf kan inkopen bij (bijvoorbeeld) een zorgbureau. Om een PGB te krijgen is een indicatie nodig. Deze indicatie moet worden aangevraagd bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ).

Indien de indicatieaanvraag is goedgekeurd, geeft het CIZ een indicatiebesluit af waarin op basis van de toegekende indicatie de zorgbehoefte wordt vermeld, te weten het aantal toegekende uren, de klasse en het type zorg. De zorgaanvrager kan op basis van een dergelijk indicatiebesluit een PGB aanvragen bij een zorgkantoor. Het zorgkantoor gaat vervolgens over tot uitbetaling van het toegekende PGB, in beginsel op een daarvoor speciaal bestemde bankrekening op naam van de zorgvrager.

De zorgaanvrager, inmiddels budgethouder, sluit een zorgovereenkomst af met personen of bedrijven die vervolgens zorg leveren en die worden betaald uit het PGB. De budgethouder is zelf verantwoordelijk voor de verantwoording van de zorg aan het zorgkantoor. Het PGB wordt in dat geval verantwoord door middel van periodieke verantwoordingsformulieren die met nota’s ondersteund worden. Het zorgkantoor is bevoegd te controleren of het PGB aan zorg is besteed en om in dit verband de onderliggende overeenkomsten en declaraties op te vragen bij de budgethouder.

Verdenking

In het onderzoek Norwood is de verdenking gerezen dat valselijk en op onjuiste gronden voor twaalf personen een indicatie bij het CIZ is aangevraagd. Met de verkregen indicatiebesluiten zouden in een aantal gevallen ten onrechte PGB’s zijn aangevraagd en door de zorgkantoren zijn uitgekeerd. De besteding van de PGB’s zou vervolgens zijn verantwoord met daartoe valselijk opgemaakte facturen, zorg-overeenkomsten en (verantwoordings- c.q. declaratie-)formulieren. De verdenking richt zich in dit verband tegen de volgende personen: [medeverdachte 6] (hierna: [medeverdachte 6]), [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3]), [medeverdachte 5] (hierna: [medeverdachte 5]), [verdachte] (hierna: [verdachte]), [medeverdachte 1] (roepnaam: [roepnaam medeverdachte 1]) (hierna: [medeverdachte 1]), [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4]) en [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2]).

[verdachte] wordt er primair van verdacht dat zij heeft deelgenomen aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht, welke organisatie het plegen van verschillende misdrijven tot oogmerk had, te weten oplichting, valsheid in geschrift, witwassen en het opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken als bedoeld in artikel 227b van het Wetboek van Strafrecht. Subsidiair wordt [verdachte] ervan verdacht dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van oplichting van het CIZ en verschillende zorgkantoren en meer subsidiair en meest subsidiair wordt zij ervan verdacht dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan het tezamen en in vereniging vervalsen van respectievelijk facturen en een bedrijfsadministratie.

Criminele organisatie

Onder een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht wordt verstaan een samenwerkingsverband van twee of meer personen, met een zekere duurzaamheid en structuur, welk samenwerkings-verband het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. Voor duurzaamheid of bestendigheid is een zeker tijdsverloop van het samenwerkingsverband een aanwijzing. De samenstelling van het samenwerkingsverband hoeft echter niet steeds dezelfde te zijn, en bestendigheid betekent niet dat het samenwerkingsverband onafgebroken moet hebben bestaan. Voor structuur is een hiërarchie geen vereiste.

Het oogmerk van de organisatie moet gericht zijn op het plegen van misdrijven. Het is echter niet noodzakelijk dat dat doel bij het ontstaan van de organisatie werd geformuleerd. Evenmin is vereist dat het plegen van misdrijven de voornaamste bestaansgrond van de organisatie is. Aan het aannemen van het criminele oogmerk staat niet in de weg dat de organisatie mede op legale wijze werkzaam was en zulks mede tot doel had.

De misdrijven of strafbare pogingen daartoe hoeven nog niet te zijn begaan en er hoeven nog geen voorbereidingen te zijn getroffen. Het hoeft bovendien niet te gaan om telkens dezelfde misdrijven.

Voor het bewijs van het oogmerk kan betekenis toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd, aan het meer duurzame of gestructureerde karakter van de samenwerking en aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie.

Voor deelneming aan een organisatie als bedoeld in dit artikel is vereist dat de verdachte behoort tot de organisatie en een aandeel heeft in gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie, dan wel deze gedragingen ondersteunt. De verdachte dient in zijn algemeenheid te weten, in de zin van onvoorwaardelijk opzet, dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. Daarbij is echter niet vereist dat de verdachte wetenschap of enige vorm van opzet heeft gehad ten aanzien van één of meerdere door de criminele organisatie beoogde concrete misdrijven of dat hij heeft deelgenomen aan (reeds binnen de organisatie gepleegde) misdrijven. Het is evenmin vereist dat komt vast te staan dat de verdachte heeft samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie.

Bij de beoordeling van de vraag of de verdachte artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht (deelneming aan een criminele organisatie) heeft overtreden, gaat het hof uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Verdachten

[medeverdachte 6] was (voor zover hier relevant) in 2010 en 2011 in dienst van het CIZ als medewerker Frontoffice/

Backoffice (FOBO), met als extra taak het zijn van ICT-Superuser.

[medeverdachte 3] was van 2005 tot 1 januari 2010 werkzaam bij het CIZ als districtscoördinator ICT en als werkplekbeheerder. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 6] kennen elkaar via het CIZ. [medeverdachte 3] verrichtte voorts vanaf september 2011 het systematische werk voor het zorgbureau [bedrijf B], de eenmanszaak van zijn partner [medeverdachte 2]. Hij hield zich bezig met het bouwen van een database, het bijhouden van een schema voor de klanten en met de financiën van [bedrijf B].

[medeverdachte 5] drijft meerdere ondernemingen, waaronder [bedrijf A]. Deze vennootschap heeft zich (vanaf eind 2008) bezig gehouden met zorgbemiddeling. [medeverdachte 5] kent [medeverdachte 3] vanuit zijn vriendenkring en zij hadden contact via e-mail.

[verdachte] was aandeelhouder/bestuurder van [bedrijf C1] Blijkens het handelsregister van de Kamer van Koophandel is deze vennootschap aandeelhouder/ bestuurder van [bedrijf C2] (hierna ook: [bedrijf C]), opgericht op 21 juli 2011 en actief in de thuiszorg. De activiteiten van [bedrijf C] bestaan blijkens het handelsregister uit het verrichten van verzorgende werkzaamheden voor particulieren (thuiszorg), alsmede het bemiddelen hierin. Vóór de oprichting van deze vennootschap dreef [verdachte] sinds 23 september 2009 een eenmanszaak in de thuiszorg onder de naam [bedrijf C3] (hierna eveneens aangeduid als [bedrijf C]). [verdachte] had samen met haar partner [medeverdachte 1] de dagelijkse leiding over het bedrijf. [verdachte] onderhield de contacten met ziekenhuizen, verpleeghuizen, de cliënten en de door [bedrijf C] ingehuurde zorgverleners. Daarnaast verleende zij ook zelf zorg.

[medeverdachte 1], de partner van [verdachte] en de neef van [medeverdachte 3], was in 2010 parttime en vanaf januari 2011 fulltime werkzaam in het bedrijf van [verdachte]. [medeverdachte 1] verrichtte administratieve werkzaamheden en maakte de facturen op.

[medeverdachte 4], de broer van [medeverdachte 1] en de neef van [medeverdachte 3], werkte vanaf 1 juli 2010 bij [bedrijf C]. Hij hield zich bezig met de planning en kwaliteitscontrole. Hij ging naar de patiënten om te vragen of alles goed ging. Voorts controleerde [medeverdachte 4] de urenbriefjes en de facturen van en aan de ZZP-ers.

[medeverdachte 4] dreef voorts Zorgbureau [bedrijf D] (Particuliere Thuiszorg en Welzijn), een eenmanszaak die op 1 juni 2011 is opgericht en op 14 november 2011 is opgeheven. In het handelsregister van de Kamer van Koophandel staat dat de activiteiten van [bedrijf D] bestonden uit het verlenen van thuiszorg aan particulieren en het bemiddelen hierin.

[medeverdachte 2], de partner van [medeverdachte 3], dreef Zorgbureau [bedrijf B]. Dit is een eenmanszaak die op 1 september 2011 is opgericht. In het handelsregister van de Kamer van Koophandel staat dat de activiteiten van [bedrijf B] bestaan uit het bemiddelen in en uitvoeren van thuiszorgwerkzaamheden.

Verklaringen

[medeverdachte 6] heeft onder meer het volgende verklaard. Zijn werkzaamheden bij het CIZ bestonden uit het sorteren en inscannen van post, het controleren of indicatieaanvragen volledig waren ingevuld en het invoeren van de aanvragen.

Nadat een aanvraag was ingevoerd in het GINO-systeem, werd deze doorgevoerd naar de afdeling screening. De screeners controleerden of de aanvraag volledig was voor wat betreft de medische inhoud. [medeverdachte 6] keek niet naar de medische stukken, dat deden alleen de screeners. Vervolgens werd de aanvraag beoordeeld door de indicatiesteller die uiteindelijk de beslissing nam of een zorgvrager in aanmerking kwam voor een PGB. De screeners en indicatiestellers hebben altijd een medische achtergrond. Zij moeten beslissingen kunnen nemen omtrent de benodigde medische hulp.

[medeverdachte 6] was bevoegd om zelf indicatiebesluiten op te maken bij aanvragen van het ziekenhuis met een duidelijk ziektebeeld en bij aanvragen voor verlenging van de indicatie.

Volgens [medeverdachte 6] was sprake van een fraudegevoelig systeem en kon hij als back office medewerker zelf een aanvraag afhandelen en een indicatie afgeven. Op een gegeven moment is [medeverdachte 6] door [medeverdachte 3] benaderd. [medeverdachte 3] gaf aan dat hij een paar zorginstellingen kende en zei dat als [medeverdachte 6] een indicatie kon regelen, hij daarmee wat centen kon verdienen. Het ging om een eenmalig bedrag van € 6.000,-. [medeverdachte 6] heeft vervolgens samen met [medeverdachte 3] bedacht hoe dit het beste gedaan kon worden. Het systeem van CIZ was niet waterdicht. [medeverdachte 6] kon op zijn profiel inloggen en op de naam van iemand anders inloggen in het GINO-systeem. [medeverdachte 6] is bij [medeverdachte 3] thuis geweest, heeft op diens laptop op afstand ingelogd in het GINO-systeem en heeft toen samen met [medeverdachte 3] indicaties gemaakt. [medeverdachte 6] voerde de gegevens in aan de hand van de informatie die [medeverdachte 3] hem aanleverde. Hij handelde de aanvraag vervolgens versneld af, zonder dat de aanvraag bij de screener of de indicatiesteller aankwam. [medeverdachte 6] gebruikte daarbij de namen van indicatiestellers van het CIZ. Hij beschikte niet over onderliggende (medische) stukken. [medeverdachte 6] heeft bij de door hem aangemaakte indicaties gegevens uit andere dossiers van bestaande cliënten gekopieerd. [medeverdachte 3] is de enige persoon geweest met wie [medeverdachte 6] contact heeft gehad. Hij heeft nooit van iemand anders verzoeken gekregen om indicaties op te maken. [medeverdachte 3] leverde de namen aan en [medeverdachte 6] verwerkte de gegevens. Als [medeverdachte 6] wordt gevraagd waarom hij bij meerdere aanvragen [medeverdachte 5] als contactpersoon invoerde, antwoordt [medeverdachte 6] dat hij de aanvraagformulieren van [medeverdachte 3] ontving en dat hij de gegevens daarin heeft overgenomen. [medeverdachte 6] voerde “hoge indicaties” in, dat werd hem door [medeverdachte 3] gezegd. [medeverdachte 6] was tijdens zijn werk dossiers tegengekomen waarbij personen een hoge indicatie hadden. Nadat hij twee of drie van deze dossiers had verzameld, kopieerde hij het ziektebeeld uit deze dossiers en plakte hij deze in de indicatieaanvragen. Na het invoeren van de indicaties werden deze door het GINO-systeem automatisch naar het zorgkantoor doorgestuurd. [medeverdachte 3] heeft [medeverdachte 6] € 6.000,- betaald nadat de cliënten van wie hij de dossiers had opgemaakt de betalingen hadden ontvangen.

[medeverdachte 3] heeft [medeverdachte 6] een keer op zijn laptop een overzicht laten zien, waarop te zien was wat er aan PGB-gelden binnen was gekomen, wat de kosten daarvan waren en tussen wie het restant zou worden verdeeld. [medeverdachte 3] zei dat er geld van het PGB moest worden afgedragen aan de zogenaamde cliënten die het PGB kregen en aan de zorgbureaus die deze cliënten zogenaamd zorg zouden verlenen. Ook stonden op dat overzicht de inkomsten voor [medeverdachte 3] en [medeverdachte 6]. Dat was een bedrag van € 7.000,- per dossier per jaar. Dit bedrag zou tussen hen beiden verdeeld worden.

[medeverdachte 3] heeft onder meer het volgende verklaard. Hij heeft [medeverdachte 6] een keer € 6.000,- gegeven “om de indicatie te stellen”.

Volgens [medeverdachte 3] “is het frauderen geweest.” Het ziektebeeld van de cliënte [betrokkene 11] (hierna: [betrokkene 11]) dat bij het CIZ is opgegeven, was door [medeverdachte 6] opgemaakt. Dat ziektebeeld had [medeverdachte 6] volgens [medeverdachte 3] waarschijnlijk gekopieerd uit een ander dossier. [medeverdachte 3] had de zorg voor [betrokkene 11] vanaf september 2011 ondergebracht bij zorgbureau [bedrijf B]. Vóór september 2011 had hij de zorg voor [betrokkene 11] ondergebracht bij [bedrijf C]. Na [bedrijf C] werd de zorg op verzoek van [bedrijf C] vervolgens even geleverd door [bedrijf D]. [medeverdachte 3] heeft voorts verklaard dat [betrokkene 11] nooit echt zorg heeft gehad, niet van [bedrijf C], niet van [bedrijf D] en niet van [bedrijf B]. [medeverdachte 3] beheerde het geld dat op de bankrekening van [betrokkene 11] binnenkwam. [betrokkene 11] schoot hier niets mee op, aldus [medeverdachte 3], “het was pure hebzucht van mij.” Het geld dat [betrokkene 11] binnenkreeg werd verdeeld tussen [medeverdachte 3] en [bedrijf C3], dus [verdachte] en [medeverdachte 1], aldus [medeverdachte 3].

[verdachte] heeft onder meer het volgende verklaard. [medeverdachte 3] zorgde voor het aanbrengen van de PGB-cliënten bij [bedrijf C]. Hij heeft dat overlegd met [medeverdachte 1], en [verdachte] was daarbij. [verdachte] werd ook om toestemming gevraagd. [bedrijf C] zou de belastingafdracht en de verantwoording naar [zorgkantoor 1] doen. [medeverdachte 1] maakte de facturen op basis van de indicaties die door [medeverdachte 3] werden aangeleverd.

[verdachte] heeft wel de zorgovereenkomsten tussen [bedrijf C] en (respectievelijk) de cliënten [betrokkene 2], [betrokkene 1] en [betrokkene 4] opgemaakt. Daarop stond de naam van [verdachte], maar de overeenkomsten zijn volgens haar getekend door [medeverdachte 1], die namens haar tekende.

[medeverdachte 1] heeft onder meer het volgende verklaard. [medeverdachte 3] leverde de PGB-patiënten aan en [bedrijf C] verzorgde alle administratie voor [medeverdachte 3]: de financiële afwikkeling, dus de belastingafdracht, en het opmaken en verzenden van facturen. De verantwoording van de facturen stuurde [bedrijf C] naar de desbetreffende zorgkantoren. [medeverdachte 1] stelde de facturen van [bedrijf C] op aan de hand van de indicatie die hij had van de cliënten. Op een gegeven moment heeft [bedrijf C] aangegeven dat zij geen PGB-patiënten in haar bestand wilde hebben. Toen heeft [medeverdachte 3] [medeverdachte 4], de broer van [medeverdachte 1], benaderd. [medeverdachte 4] is toen met [bedrijf D] begonnen. [bedrijf D] heeft toen de facturatie van [bedrijf C] overgenomen. [medeverdachte 4] heeft [bedrijf D] puur ter facilitering van [medeverdachte 3] opgezet.

[medeverdachte 4] heeft onder meer het volgende verklaard. Hij is in mei/juni 2011 begonnen met [bedrijf D] en dit zorgbureau heeft vijf patiënten ondergebracht. Na ongeveer drie maanden wilde [medeverdachte 3] alles zelf gaan doen en toen zijn de patiënten weer naar [medeverdachte 3] teruggegaan. [medeverdachte 4] deed namens [bedrijf D] de facturatie en regelde de belasting. Volgens [medeverdachte 4] verstuurde [medeverdachte 3] de facturen naar de zogenaamde patiënten en die maakten het PGB over naar de rekening van [bedrijf D]. [medeverdachte 4] haalde de te betalen belasting van dit bedrag af en hield het afgesproken deel. De rest gaf hij aan [medeverdachte 3]. Alleen [medeverdachte 4] beschikte over de bankpas van [bedrijf D]. Bij het oprichten van [bedrijf D] waren wel afspraken gemaakt over de percentages die [medeverdachte 4] voor zijn werkzaamheden zou gaan ontvangen.

[medeverdachte 2] heeft onder meer het volgende verklaard. Zij factureerde bij [bedrijf B] voor begeleiding, verpleging en verzorging op basis van de toekenningsbeschikking.

Zij heeft erkend dat het zorgplan en de zorgovereenkomst van [betrokkene 11] vals zijn, en met betrekking tot een factuur van [bedrijf B] gericht aan [betrokkene 11], heeft [medeverdachte 2] verklaard dat daar niets van klopt. [medeverdachte 2] heeft [betrokkene 11] nimmer verzorgd. Over een zorgovereenkomst tussen [bedrijf B] en [betrokkene 2] heeft [medeverdachte 2] verklaard: “ongeveer de helft van de uren die hier zijn genoemd zijn op waarheid gebaseerd”. Volgens [medeverdachte 2] komen de gegevens die zij heeft gezien, de zorgdossiers zoals die in haar administratie zaten, niet overeen met de klachten die zij bij haar patiënten, haar moeder [betrokkene 2], [medeverdachte 3’s] moeder [betrokkene 1] en [medeverdachte 3’s] zus [betrokkene 3], zag. Dit had [medeverdachte 2] gezien na de doorzoeking van de FIOD in augustus 2011.

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat haar klanten niet de zorg hebben gehad waarvoor ze geïndiceerd waren.

[betrokkene 8] heeft verklaard dat [medeverdachte 5] op een dag zei dat hij van een van zijn connecties had gehoord dat deze ervoor kon zorgen dat bij het CIZ een hoge indicatie geregeld kon worden. Dit kon voor iedereen geregeld worden. Volgens de connectie zouden alle dossiers die werden aangedragen zeker doorgaan. Toen [betrokkene 8] dat van [medeverdachte 5] hoorde, leek het hem aantrekkelijk om wat extra’s te verdienen. [betrokkene 8] vroeg toen aan [medeverdachte 5] of het ook voor hem geregeld kon worden. Vervolgens heeft [betrokkene 8] zijn gegevens op een indicatieaanvraagformulier vermeld, en dat aan [medeverdachte 5] gegeven. [medeverdachte 5] gaf als voorbeeld dat als er een bedrag binnen zou komen, daarvan de helft voor [betrokkene 8] zou zijn. De andere helft zou [betrokkene 8] moeten afstaan aan de contactpersoon van het CIZ.

[betrokkene 6] heeft verklaard dat hij de naam [medeverdachte 5] kent. Hij had het adres van [medeverdachte 5] gezien op een aanvraagformulier of begeleidende brief in verband met zijn PGB. [medeverdachte 5] zou de aanvraag regelen. [betrokkene 6] moest een rekening openen en daarop zou hij zijn PGB binnenkrijgen. Het PGB dat hij binnenkreeg droeg hij vanaf oktober 2011 af aan [medeverdachte 5]. De correspondentie over het PGB verliep via [bedrijf A]. In november of december 2011 heeft [betrokkene 6] gezegd dat hij zijn bankpas terug wilde hebben, die kreeg hij toen terug via [medeverdachte 5].

[betrokkene 5] (een nicht van [medeverdachte 2]) heeft verklaard dat zij vanaf augustus 2010 een PGB heeft ontvangen. Zij is niet ziek, maar zij heeft het PGB wel ontvangen.

[betrokkene 5] heeft voorts verklaard dat zij op enig moment facturen binnenkreeg. Het waren facturen van [bedrijf C] gericht aan [betrokkene 5] voor verleende zorg in de maanden juli, augustus en september 2010. [betrokkene 5] kende dit bedrijf niet. Zij heeft nooit zorg ontvangen van [bedrijf C] en zij heeft ook geen zorgovereenkomst getekend.

PGB-aanvragen

Uit het proces-verbaal loggegevens blijkt het volgende. Het CIZ maakt voor zijn werkzaamheden in het kader van de AWBZ gebruik van een bedrijfsprocessensysteem genaamd GINO. Uit het onderzoek komt naar voren dat medewerkers van CIZ ook vanuit huis kunnen inloggen op het GINO-systeem. Medewerkers van CIZ loggen in eerste instantie in op het automatiseringssysteem van CIZ en daarna in het GINO-systeem. Tot 2011 bestond de mogelijkheid om onder de naam van een collega in te loggen in het GINO-systeem.

Op 16 juni 2010 is de PGB-aanvraag van [betrokkene 1] (de moeder van [medeverdachte 3]) onder de naam van medewerker [medewerker CIZ 1] ingevoerd in het GINO-systeem van CIZ. Bij ‘Inhoud zorgvraag’ is vermeld: “vergevorderde MS. ADL afhankelijk, hulp nodig bij wassen, toiletgang en kleden. Medicatietoediening. Diabetes, insuline.” Op 16 juni 2010 is het indicatiebesluit afgegeven. [medewerker CIZ 2] is als indicatiesteller vermeld.

[medeverdachte 6] heeft verklaard dat [betrokkene 1] een van de namen is die hij van [medeverdachte 3] heeft doorgekregen om een vals indicatiebesluit aan te maken. Het kan zijn dat hij de namen van [medewerker CIZ 1] en [medewerker CIZ 2] in het systeem heeft gezet bij het opmaken van het dossier. Dit zijn de namen van indicatiestellers. Wanneer [medeverdachte 6] wordt voorgehouden dat [medewerker CIZ 2] op 16 juni 2010 niet ingelogd is geweest op het CIZ netwerk, wat automatisch inhoudt dat zij ook niet in GINO ingelogd kan zijn geweest, antwoord [medeverdachte 6]: “Het klopt dat ik een vals indicatiebesluit heb aangemaakt in GINO.”

Op 16 juni 2010 is de PGB-aanvraag van [betrokkene 2] (de moeder van [medeverdachte 2]) onder de naam van medewerker [medewerker CIZ 1] ingevoerd in het GINO-systeem van CIZ. Bij ‘Inhoud zorgvraag’ is vermeld: “Mevr is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) agv traumatisch hersenletsel op 40 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 een haemangioon incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in 2007 nogmaals deel tumor verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische bronchitis en schildklierproblemen. Diabetes.” Op 16 juni 2010 is het indicatiebesluit afgegeven. [medewerker CIZ 3] is als indicatiesteller vermeld.

Op 17 juni 2010 is de PGB-aanvraag van [betrokkene 3] ([voornaam betrokkene 3], de zus van [medeverdachte 3]) onder de naam van medewerker [medewerker CIZ 1] ingevoerd in het GINO-systeem van CIZ. Bij ‘Inhoud zorgvraag’ is vermeld: “is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) agv traumatisch hersenletsel op 4 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 een haemangioon incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in 2007 nogmaals deel tumor verwijderd. Verder bekend met COPD/ astmatische bronchitis en schildklierproblemen. Diabetes.” Op 17 juni 2010 is het indicatiebesluit afgegeven. [medewerker CIZ 4] is als indicatiesteller vermeld.

[medeverdachte 6] heeft verklaard dat hij zich kan herinneren dat hij aan het dossier van [betrokkene 3] heeft gewerkt. Toen hij haar persoonlijke gegevens invoerde wist [medeverdachte 6] dat zij niets mankeerde.

Op 18 juni 2010 is de PGB-aanvraag van [betrokkene 4] (een vriend van [medeverdachte 3]) onder de naam van [medeverdachte 6] ingevoerd in het GINO-systeem van CIZ. Bij ‘Inhoud zorgvraag’ is vermeld: “Dhr is bekend met polio vanaf zijn tweede jaar. Tevens een scoliose in rug. DM en hoge RR. Vaatklachten.” Op 18 juni 2010 is het indicatiebesluit afgegeven. [medewerker CIZ 5] is als indicatiesteller vermeld.

Op 18 juni 2010 is de PGB-aanvraag van [betrokkene 5] (een nicht van [medeverdachte 2]) onder de naam van [medewerker CIZ 10] ingevoerd in het GINO-systeem van CIZ. Bij ‘Inhoud zorgvraag’ is vermeld: “Zeer progressieve MS. Verslechterd soms per week. Kan niets meer zonder hulp. Geen zelfredzaamheid. Diabetes ” Op 18 juni 2010 is het indicatiebesluit afgegeven. [medewerker CIZ 6] is als indicatiesteller vermeld.

Op 28 juni 2010 is de PGB-aanvraag van [betrokkene 6] onder de naam van [medewerker CIZ 1] ingevoerd in het GINO-systeem van CIZ. Bij ‘Inhoud zorgvraag’ is vermeld: “Dhr is bekend met polio vanaf zijn tweede jaar. DM en hoge RR. Vaatklachten. Tevens een scoliose in rug.” Op 28 juni 2010 is het indicatiebesluit afgegeven. [medewerker CIZ 3] is als indicatiesteller vermeld.

Op 28 juni 2010 is de PGB-aanvraag van [betrokkene 7] onder de naam van [medewerker CIZ 1] ingevoerd in het GINO-systeem van CIZ. Bij ‘Inhoud zorgvraag’ is vermeld: “is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) agv traumatisch hersenletsel op 12 jarige leeftijd. Daarnaast is in 2001 een haemangioon incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in 2007 nogmaals deel tumor verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische bronchitis en schildklierproblemen. Diabetes.” Op 28 juni 2010 is de indicatie afgegeven. [medewerker CIZ 5] is als indicatiesteller vermeld.

Uit onderzoek is naar voren gekomen dat op 28 juni 2010 van 20:08 uur tot 23:54 uur op naam van [medeverdachte 6] is ingelogd in het GINO-systeem vanaf het IP adres [IP adres 1]. Dit IP adres is geregistreerd op naam van [medeverdachte 6]. Uit de in- en uitloggegevens van het CIZ blijkt dat tussen die tijdstippen op naam van [medewerker CIZ 1] en [medewerker CIZ 3] handelingen zijn verricht in het dossier van [betrokkene 6] en op naam van [medewerker CIZ 1] en [medewerker CIZ 5] handelingen zijn verricht in het dossier van [betrokkene 7]. [medewerker CIZ 1], [medewerker CIZ 3] en [medewerker CIZ 5] waren op die tijdstippen echter niet ingelogd in het werkstation.

Op 29 juni 2010 is de PGB-aanvraag van [betrokkene 8] onder de naam van [medewerker CIZ 1] ingevoerd in het GINO-systeem van CIZ. Bij ‘Inhoud zorgvraag’ is vermeld: “Zeer progressieve MS. Verslechterd soms per week. Kan niets meer zonder hulp. Geen zelfredzaamheid. Diabetes.” Op 29 juni 2010 is het indicatiebesluit afgegeven. [medewerker CIZ 7] is als indicatiesteller vermeld.

Uit onderzoek is naar voren gekomen dat op 29 juni 2010 van 21:32 uur tot 23:50 uur op naam van [medeverdachte 6] is ingelogd in het GINO-systeem vanaf het IP adres [IP adres 1]. Dit IP adres is geregistreerd op naam van [medeverdachte 6]. Uit de in- en uitloggegevens van het CIZ blijkt dat tussen die tijdstippen op naam van [medewerker CIZ 1] en [medewerker CIZ 7] handelingen zijn verricht in het dossier van [betrokkene 8]. [medewerker CIZ 1] en [medewerker CIZ 7] waren op die tijdstippen echter niet ingelogd in het werkstation.

Op 14 februari 2011 is de PGB-aanvraag van [betrokkene 9] onder de naam van [medeverdachte 6] ingevoerd in het GINO-systeem van CIZ. Bij ‘Inhoud zorgvraag’ is vermeld: “is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) agv traumatisch hersenletsel op 4 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 een haemangioon incompleet verwijderd uit hersenen COPD/astmatische bronchitis schildklierproblemen. Diabetes.” Op 11 maart 2011 is het indicatiebesluit afgegeven. [medewerker CIZ 8] is als indicatiesteller vermeld.

Op 14 februari 2011 is de PGB-aanvraag van [betrokkene 10] onder de naam van [medeverdachte 6] ingevoerd in het GINO-systeem van CIZ. Bij ‘Inhoud zorgvraag’ is vermeld: “dhr is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) agv traumatisch hersenletsel op 40 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 een haemangioon incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in 2007 nogmaals deel tumor verwijderd. Verder bekend met COPD/ astmatische bronchitis en schildklierproblemen. Diabetes.” Op 14 februari 2011 is het indicatiebesluit afgegeven. [medewerker CIZ 9] is als indicatiesteller vermeld.

Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat op

14 februari 2011 van 21:07 tot 23:01 op naam van [medeverdachte 6] is ingelogd in het GINO-systeem vanaf het IP adres [IP adres 2]. Dit IP adres is geregistreerd op naam van [medeverdachte 3]. De dossiers van [betrokkene 10] en [betrokkene 9] zijn tussen deze tijdstippen op naam van [medeverdachte 6] bewerkt en/of aangemaakt. [medeverdachte 6] heeft bevestigd dat hij op Valentijnsdag gewerkt heeft aan dossiers bij [medeverdachte 3] thuis.

Op 26 mei 2011 is de PGB-aanvraag van [betrokkene 11] (de ex-partner van [medeverdachte 3]) onder de naam van [medeverdachte 6] ingevoerd in het GINO-systeem van CIZ. Bij ‘Inhoud zorgvraag’ is vermeld: “is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) agv traumatisch hersenletsel op 4 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 een haemangioon incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in 2007 nogmaals deel tumor verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische bronchitis en schildklierproblemen. Diabetes.” Op 26 mei 2011 is het indicatiebesluit afgegeven. [medeverdachte 6] is als indicatiesteller vermeld.

[medeverdachte 6] heeft bevestigd dat hij het dossier van [betrokkene 11] heeft samengesteld, van aanvraag tot indicatie.

Op 1 juni 2011 is de PGB-aanvraag van [betrokkene 12] onder de naam van [medeverdachte 6] ingevoerd in het GINO-systeem van CIZ. Bij ‘Inhoud zorgvraag’ is vermeld: “vergevorderde MS. ADL afhankelijk, hulp nodig bij wassen, toiletgang en kleden. Medicatietoediening. Diabetes, insuline.” Op 1 juni 2011 is het indicatiebesluit afgegeven. [medeverdachte 6] is als indicatiesteller vermeld.

Uit de bovenstaande aanvragen blijkt dat bij [betrokkene 2], [betrokkene 3], [betrokkene 7], [betrokkene 9], [betrokkene 10] en [betrokkene 11] vrijwel dezelfde beschrijving is gegeven bij ‘inhoud zorgvraag’. In de aanvraag van [betrokkene 1] staat exact dezelfde omschrijving van de zorgvraag vermeld als in de aanvraag van [betrokkene 12]. Dit geldt tevens voor de omschrijving in de aanvraag van [betrokkene 4] en [betrokkene 6], en voor de omschrijving in de aanvraag van [betrokkene 5] en [betrokkene 8].

In alle twaalf gevallen is een indicatiebesluit afgegeven voor exact hetzelfde aantal uren begeleiding, persoonlijke verzorging en verpleging, te weten begeleiding individueel (BG-INF): klasse 3 (4 tot 6,9 uur per week), persoonlijke verzorging (PV): klasse 7 (16 tot 19,9 uur per week) en verpleging (VP): klasse 2 (2 tot 3,9 uur per week). In de aanvraag van [betrokkene 6] en [betrokkene 12] is bij de gevraagde functies alleen niet ‘begeleiding individueel’ vermeld.

Bij de aanvragen van [betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] is bij de contactgegevens het telefoonnummer [telefoonnummer bedrijf C]vermeld. Dit is het telefoonnummer van [bedrijf C].

Bij de aanvragen van [betrokkene 6], [betrokkene 7], [betrokkene 8], [betrokkene 9], [betrokkene 10] en [betrokkene 12] is [medeverdachte 5] als contactpersoon en/of ‘cliëntondersteuner’ vermeld, steeds (zij het met uitzondering van [betrokkene 7]) inclusief zijn NAW-gegevens.

Op grond van het desbetreffende indicatiebesluit zijn vervolgens aan alle aanvragers, met uitzondering van [betrokkene 9], [betrokkene 12] en [betrokkene 8] PGB’s uitbetaald. In alle gevallen gaat het om betalingen verricht door [benadeelde partij zorgkantoor 1], met uitzondering van de betalingen aan [betrokkene 3]. Haar PGB is door [zorgkantoor 2] betaald.

Zorg

Het dossier bevat verschillende facturen van [bedrijf C], [bedrijf D] en [bedrijf B] gericht aan de desbetreffende zorgaanvragers c.q. budgethouders. De facturen van de verschillende zorgaanbieders zien op de onderstaande perioden.

[bedrijf C] (vanaf 27 mei 2010 tot en met 30 juni 2011):

  • -

    [betrokkene 2]: vanaf 27 mei 2010 tot en met 30 juni 2011.

  • -

    [betrokkene 1]: vanaf 27 mei 2010 tot en met 30 juni 2011.

  • -

    [betrokkene 3]: vanaf 1 januari 2011 tot en met 30 juni 2011.

  • -

    [betrokkene 4]: vanaf 23 mei 2010 tot en met 31 maart 2011.

  • -

    [betrokkene 5]: vanaf 2 juni 2010 tot en met 31 augustus 2010.

[bedrijf D] (vanaf 26 mei 2011 tot en met 31 augustus 2011):

  • -

    [betrokkene 1]: vanaf 1 juli 2011 tot en met 31 augustus 2011.

  • -

    [betrokkene 2]: vanaf 1 juli 2011 tot en met 31 augustus 2011.

  • -

    [betrokkene 3]: vanaf 1 juli 2011 tot en met 31 augustus 2011.

  • -

    [betrokkene 11]: vanaf 26 mei 2011 tot en met 31 augustus 2011.

[bedrijf B] (vanaf 1 september 2011 tot en met 31 maart 2012)

  • -

    [betrokkene 1]: vanaf 1 september 2011 tot en met 31 maart 2012.

  • -

    [betrokkene 2]: vanaf 1 september 2011 tot en met 31 maart 2012.

  • -

    [betrokkene 3]: vanaf 1 september 2011 tot en met 31 maart 2012.

  • -

    [betrokkene 11]: vanaf 1 september 2011 tot en met 31 maart 2012.

In de dossiers die de zorgkantoren van de onderhavige budgethouders hebben bijgehouden, zijn verschillende documenten teruggevonden die betrekking hebben op te verlenen of verleende zorg conform het door het CIZ geïndiceerde aantal uren zorg. In dit verband zijn verschillende zorgovereenkomsten met [bedrijf C] en [bedrijf D] aangetroffen. In één geval is sprake van een overeenkomst met [bedrijf E]. Voorts zijn in verschillende dossiers ‘overeenkomsten PGB’ en verantwoordings- c.q. declaratieformulieren teruggevonden waarin sprake is van verantwoording van zorg, verleend door [bedrijf C], [bedrijf D], [bedrijf B] of [bedrijf E].

Onregelmatigheden

Ten aanzien van alle twaalf zorgaanvragers staat vast dat zij ten tijde van de op hen betrekking hebbende indicatieaanvragen niet leden aan het ziektebeeld zoals dat in die aanvragen was vermeld en dat zij de daarvoor aangevraagde zorg derhalve niet (geheel) nodig hadden. Voorts staat vast dat bij het aantal uren zoals vermeld op de facturen in de bewuste zorgdossiers niet is uitgegaan van daadwerkelijke zorgverlening, maar van het maximaal aantal uren aan geïndiceerde zorg, conform de indicatiebesluiten. Voorts staat vast dat verschillende budgethouders in het geheel geen zorg hebben gehad.

[getuige 1], eigenaar c.q. tenaamgestelde van [bedrijf E] heeft verklaard dat zij nooit klanten heeft gehad en de activiteiten van [bedrijf F] lagen blijkens de informatie van de Kamer van Koophandel op het gebied van het beheren en beleggen van gelden en andere vermogenswaarden.

Volgens de berekeningen van [benadeelde partij zorgkantoor 1] en [zorgkantoor 2] hebben zij ten gevolge van het voorgaande bedragen van in totaal € 522.227,49 ten onrechte aan de budgethouders betaald.

Doorzoeking woning [medeverdachte 3]

Op 16 augustus 2011 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning van [medeverdachte 3]. Bij deze doorzoeking zijn verschillende gegevensdragers in beslag genomen, waaronder computers en de telefoon van [medeverdachte 3].

Nader onderzoek door de FIOD wees uit dat op deze gegevensdragers diverse bescheiden stonden die betrekking hadden op het aanvragen, dan wel administratief verantwoorden van zorg, in het kader van PGB, waaronder facturen van [bedrijf C] en [bedrijf D]. Op 17 april 2012 heeft wederom een doorzoeking plaatsgevonden in de woning van [medeverdachte 3]. Bij deze doorzoeking zijn verschillende bescheiden aangetroffen, waaronder facturen van [bedrijf B]. Onder meer de onderstaande bescheiden zijn aangetroffen in de woning van [medeverdachte 3]. Aangegeven is of de bescheiden tijdens de doorzoeking in 2011 of in 2012 zijn aangetroffen.

 (2011) 7 (2011) 7 facturen van [bedrijf C] aan [betrokkene 1] voor verleende zorg in het jaar 2010:

  • -

    (2011) 6 facturen van [bedrijf C] en 2 facturen van Zorgbureau [bedrijf D] aan [betrokkene 1] voor verleende zorg in het jaar 2011 en

  • -

    (2012) 4 facturen van [bedrijf B] aan [betrokkene 1] voor verleende zorg in het jaar 2011:

 (2011) 7 (2011) 7 facturen van [bedrijf C] aan [betrokkene 2] voor verleende zorg in het jaar 2010:

  • -

    (2011) 5 facturen van [bedrijf C] en 2 facturen van Zorgbureau [bedrijf D] aan [betrokkene 2] voor verleende zorg in het jaar 2011 en

  • -

    (2012) 4 facturen van [bedrijf B] aan [betrokkene 2] voor verleende zorg in het jaar 2011:

  • -

    (2011) 5 facturen van [bedrijf C] en 2 facturen van Zorgbureau [bedrijf D] aan [betrokkene 3] voor verleende zorg in het jaar 2011 en

  • -

    (2012) 4 facturen van [bedrijf B] aan [betrokkene 3] voor verleende zorg in het jaar 2011:

7 facturen van [bedrijf C] aan [betrokkene 4] voor verleende zorg in het jaar 2010:

 (2011) 3 (2011) 3 facturen van [bedrijf C] aan [betrokkene 4] voor verleende zorg in het jaar 2011:

 (2011) 3 (2011) 3 facturen van [bedrijf C] aan [betrokkene 5] voor verleende zorg in 2010:

4 facturen van Zorgbureau [bedrijf D] aan [betrokkene 11] voor verleende zorg in het jaar 2011:

Uit de bovenstaande facturen blijkt dat de factuurbedragen die de verschillende budgethouders elke maand aan [bedrijf C], [bedrijf D] en [bedrijf B] moesten betalen exact met elkaar overeenkomen.

Voorts zijn bij de doorzoekingen in 2011 en 2012 verantwoordingsformulieren PGB aangetroffen ten name van [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 4], een indicatieaanvraag AWBZ op naam van [betrokkene 9] en op naam van [betrokkene 11], en zorgovereenkomsten tussen Zorgbureau [bedrijf D] en [betrokkene 1] d.d. 13 juni 2011, [betrokkene 2] d.d. 13 juni 2011, [betrokkene 3] d.d. 13 juni 2011 en [betrokkene 11] d.d. 23 mei 2011.

In de woning van [medeverdachte 3] zijn bij de doorzoeking op 17 april 2012 bankpassen op naam van [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 11] aangetroffen met daarbij behorende brieven van banken over pincodes, inlogcodes, gebruikersnamen, wachtwoorden en/of tancodes. Ook ten aanzien van [betrokkene 3] werd een brief met een pincode aangetroffen.

Overzichten verdeling PGB-gelden

Op de op 16 augustus 2011 in beslag genomen computer van [medeverdachte 3] zijn tevens verschillende documenten aangetroffen waarin wordt gesproken over verdeling van PGB-gelden. Dit betreffen onder meer de onderstaande documenten.

Een van de documenten is getiteld “nieuwe situatie.” In dat document wordt gesproken over een verdeling ‘75% [voornaam medeverdachte 3] & [roepnaam medeverdachte 1] (…) 25% zorgkantoor.’ In het document zijn in roodkleurige hoofdletters kennelijk opmerkingen gemaakt. Verder staat in het document: “Grootste financiële risico is juist voor ons want als herleiding plaatsvindt dan zullen wij moeten terugbetalen, we zijn voorschot voor dossier kwijt en ons bedrijf zal aangemeld worden als fraude.” En: “Het grootste fout wat er gemaakt kan worden is de admin binnen een bedrijf. Alle cliënten komen immers bij jullie in bestand en wordt de admin opgemaakt zodat einde van het jaar de stukken netjes ingeleverd kunnen worden door de clienten.” En: “Het papier zal aan onze kant in eerste instantie opgebouwd worden zoals een medisch dossier etc…” En: “Het is wel heel belangrijk dat ik voor a.s. vrijdag weet of we wat gaan doen hiermee en vanaf volgende gaan knallen hiermee (…)” Dit document, genaamd “[voornaam medeverdachte 3]2” is opgemaakt op 8 juni 2010 en het laatst gewijzigd door [voorletter.achternaam medeverdachte 1].

Zoals hiervoor reeds is vermeld, is het eerste indicatiebesluit afgegeven op 16 juni 2010.

Voorts zijn (onder meer) overzichten aangetroffen met betrekking tot de berekening van de te declareren bedragen en de verdeling daarvan over het 1e jaar en het 2e jaar, met een verdeling tussen “[voornaam medeverdachte 3]” (37,5%), “[roepnaam medeverdachte 1]” (37,5%) en “het zorgkantoor” (25%). Dit document is opgemaakt op 8 juni 2010, door auteur [voorletter.achternaam medeverdachte 1].

Daarnaast is een document met de koptekst “berekening mei/juni 2010 tot en met december 2010” aangetroffen. In dit overzicht is aangegeven welke bedragen maandelijks zijn uitbetaald (netto budget) aan [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 4], welke bedragen maandelijks aan hen zijn gefactureerd door [afkorting] (het hof begrijpt: [bedrijf C]) en wat het totale verschil tussen deze uitbetaalde en gefactureerde bedragen is, te weten € 814,14. Verder is vermeld:

Deel [voornaam medeverdachte 3] (25% van Netto-winst 1e half jr) € 4.964,72

Totaal verschillen (blijft op de reknrs.) € 817,49

Contant aan [voornaam medeverdachte 3] uit te betalen € 4.147,23

Tevens is een overzicht aangetroffen genaamd ‘voorstel nieuwe en/of overdracht cliënten’. Dit document is opgemaakt op 11 maart 2011. Hierin is onder meer vermeld “Zoals je ziet verdient oude cliënt 1 evenveel als ons en betekent dit dat wij ca. 2 maanden als het ware niets meer krijgen omdat de afdracht opgespaard moet worden en uit onze deel wordt verrekend en dat werkt niet.”

Voorts is het onderstaande document aangetroffen waaruit de verdeling van het PGB-geld van [betrokkene 3] tussen [voornaam betrokkene 3], [voornaam medeverdachte

3], [naam] (het hof begrijp: [roepnaam medeverdachte 1] [medeverdachte 1]) en de afdracht aan belasting blijkt:

Ook werd er een document genaamd “Toekenningsbeschikking 2011 zorgkantoor” aangetroffen:

Uit het voormelde document blijkt dat [bedrijf C3] een bedrag van € 21.703,25 + € 21.703,25 + € 3.715,75 =

€ 47.122,25 heeft gefactureerd. De belasting bedraagt

€ 12.723,01. Uit dit overzicht blijkt niet dat er andere kosten zijn gemaakt, want [voornaam medeverdachte 3] krijgt 25% van het restant als ‘winst’.

Alle bovenstaande documenten zijn aangetroffen op de computer van [medeverdachte 3] die in beslag is genomen bij de doorzoeking op 16 augustus 2011. Uit het hierboven opgenomen overzicht blijkt dat de facturen voor de maanden augustus tot en met december 2011 op die datum reeds bekend waren, zonder dat de zorg in die maanden is verleend.

Telefoon

In de op 16 augustus 2011 in beslag genomen telefoon van [medeverdachte 3] zijn WhatsApp-berichten aangetroffen. Het dossier bevat een overzicht van verschillende berichten die in de periode van 23 januari 2011 tot 15 augustus 2011 zijn verstuurd en ontvangen door [medeverdachte 3]. In dat overzicht zijn onder meer de volgende conversaties tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] opgenomen:

“(09-03-2011:)

[medeverdachte 1]: (…) laat me even weten wat je besproken hebt met [betrokkene 4] en wanneer factuur wordt overgemaakt.

[medeverdachte 3]: (…)D8 dat hij het had overgemaakt. Miscommunicatie (…)

[medeverdachte 1]: (…) Hoe ging het dan de afgelopen maanden? Het was voor hem toch al geregeld qua rekening. Jij beheerde deze toch?

[medeverdachte 3]: Ja maar die pas klopt niet (…)

[medeverdachte 1]: Oke ik wacht de betaling dan even af (…) maar dit verhaal begint te klinken als het verhaal van die nicht van [voornaam medeverdachte 2].

[medeverdachte 3]: Als dat zo is dan fok ik hem zeker maar letterlijk als fraudeur heel zijn leven lang

(23-03-2011:)

[medeverdachte 1]: Bhajjo, heb je al iets van [bijnaam] gehoord? Zoniet, dan ga ik hem deze week nog afmelden vanaf 1 maart want nog langer wachten heeft geen nut en dan gaat de eerst volgende betaling van [voornaam betrokkene 3] (1 april) meedoen ipv [bijnaam].

[medeverdachte 3]: (…) Maar ik moet van die matti van mij nog horen of [bijnaam] daar zit en voor hoelang. Daarom zouden we kunnen wachten voor het geval hij daar voor 3 weken zit en volgende week terug is toch.

[medeverdachte 1]: Maar dan komen we in de knoei als we Pgb van [voornaam betrokkene 3] volgende week gaan verdelen en er blijkt naderhand dat [bijnaam] er toch niet is en/of het geld heeft gebruikt. Het gat wordt dan te groot!

[medeverdachte 3]: (…) Ik hoef dan niet in mee verdeelt te worden dan hou je dat alvast in voor het geval toch, belangrijk voor mij is dat [voornaam betrokkene 3] krijgt. (…)

(28-03-2011:)

[medeverdachte 1]: Moennie, heb niets meer van je gehoord over [bijnaam] dus ga ervan uit dat dit ook weer flashtorie is. Ik meld hem vanaf maart af maar hij loopt per 1 april toch 2 maanden achter (feb+mrt) die hij uitbetaald heeft gekregen. [voornaam betrokkene 3] dient vanaf 1 april totaalbedrag contant te geven en krijgt dan ’n paar dagen later EUR 700 (zonder dat er nog een deel voor jou overblijft).

[medeverdachte 3]: (…) als je hem wilt afmelden dan moeten we dat doen. Belangrijk voor mij in deze kwestie is nu dat [voornaam betrokkene 3] haar deel krijgt en van de overige percentage me moeder, schoonmoeder en die matti van mij verder is torie niet meer interessant geworden voor mij (…)

[medeverdachte 1]: (…) als er weer zoiets voorkomt, meld ik alles af want hou niet van dit soort afspraken. [voornaam betrokkene 3] krijgt elke maand een hogere percentage en nu er eigenlijk 1 uitvalt (…) blijft de percentage nu 25% (ook in de 2e helft van 2011). Want dit schiet niet op met die mensen. We zijn nog niet eens een jaar bezig! (…)

[medeverdachte 3]: Ok (…) houd rekening met afmeldingen (dit moet goed gedaan worden met de juiste afmelding denk maar aan zwaarte indicatie. (…)

[medeverdachte 1]: Bij wanbetaling en vertrokken naar bestemming onbekend kan/mag ik het wel zelf doen

[medeverdachte 3]: heb je het over zorg Stoppen of het PGB zelf?

[medeverdachte 1]: zorg stoppen

[medeverdachte 3]: Ohw ik d8 pgb

[medeverdachte 1]: zij gaan pgb dan zelf onderzoeken (…) en gelden terugvorderen

[medeverdachte 3]: Ja precies (…)

(05-04-2011:)

[medeverdachte 1]: Ik heb zorgkantoor doorgegeven dat we t/m feb zorg geleverd hebben aan [bijnaam] en dat hij vanaf maart spoorloos is. Daarnaast heeft hij periode feb niet betaald. Je moet dus zijn factuur van maart verwijderen, zoals ik ook uit het systeem heb gehaald. Indien hij, als hij uit Suriname komt feb/mrt/apr en mei ineens kan betalen dan zal ik de zorg laten hervatten en aangeven aan zorgkantoor. (…)

Wat doe je vanavond (…)? Want dan kan ik het geld van [voornaam betrokkene 3] komen ophalen. Want hoe eerder ik het stort, des te eerder kan ik haar die EUR 700 geven. (…)

(25-05-2011:)

(Het hof begrijpt:) [medeverdachte 3]:

Ik heb de mail gezien, wel jammer ik weet wat de afspraken zijn maar er is niets afgesproken betreft cliënt deel dat uit mijn deel zou ontstaan dat was niet meegecalculeerd in onze delen. Maar ik stop in ieder geval ermee daar waar niets overblijft in mijn deel en er geen interessante bedragen overblijven. Ik draag alles over aan [voornaam medeverdachte 2]. Je snapt zelf wel dat jij met 2 personen deelt bent en ik met 4 moet delen daar is niets redelijk in moenna.

[medeverdachte 1]: We hebben vanaf begin aangegeven dat er 5 pgb-ers zouden zijn. We hebben vanaf begin afgesproken wat de verdeling zou zijn. Wat jij af heb gesproken met je pgb-ers hebben wij nooit mee bemoeit omdat het iets tussen jou en de pgb-ers zou zijn. Ik heb vanaf begin met jou zaken gedaan en niet met [voornaam medeverdachte 2] daarnaast is je deel nu lager omdat er 2 van jouw mensen zijn uitgevallen en dat kan niet betekenen dat we nu daardoor alles moeten veranderen.

Agenda

Tijdens de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 3] op 17 april 2012 is een agenda van [medeverdachte 2] aangetroffen. In de agenda staat onder ‘notities’ de volgende handgeschreven tekst:

“* Praat over de aanhouding en dergelijke

* Ze zijn in de auto geweest, ik wil geen risico lopen, ingeval ze iets hebben achtergelaten (afluister apparatuur). Daarnaast word ik ook gevolgd! (denk ik)

* Alle indicaties PGB moeten per 1 september 2011 worden stopgezet. (Dit ivm eventuele risico’s voor de PGB patienten even als het zorgbureau)

* Dit moet vandaag nog gebeuren en ik heb de bevestigingsbrieven zsm nodig het liefst vandaag nog!!! (brief die uitgaat naar zorgkantoor.

* Het betreft: *[betrokkene 11]

*[betrokkene 2]

*[betrokkene 1]

*[betrokkene 3]

* Kan dit asap geregeld worden?”

[medeverdachte 2] heeft hierover verklaard dat zij op 17 augustus 2011 bij [verdachte] en [medeverdachte 1] thuis was op de dag dat [medeverdachte 3] was aangehouden. [medeverdachte 1] zei toen dat [medeverdachte 3] direct alles moest oplossen omdat de familie er problemen mee zou krijgen. [medeverdachte 2] had haar agenda bij zich en [medeverdachte 1] vertelde toen wat [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 3] moest doorgeven. [verdachte] was bij dit gesprek aanwezig. [medeverdachte 2] schreef vervolgens instructies op in haar agenda. De dag erna was [medeverdachte 3] weer vrij en toen besprak [medeverdachte 2] de notitie met hem. [medeverdachte 3] zei dat de PGB’s niet moesten worden stopgezet. De oplossing van [medeverdachte 3] was toen om alles via [bedrijf B] verder te laten gaan, aldus [medeverdachte 2].

Conclusie

Op basis van het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, neemt het hof als vaststaand aan dat [medeverdachte 6] in de periode van 16 juni 2010 tot en met 1 juni 2011 - al dan niet met gebruikmaking van de inloggegevens van collega’s - in het systeem van het CIZ twaalf cliëntendossiers heeft aangemaakt en daarin aanvragen heeft opgenomen, teneinde indicatiebesluiten te verkrijgen waarmee op naam van deze cliënten een PGB kon worden aangevraagd. Daartoe heeft [medeverdachte 6] valselijk ziektebiografieën, ziektebeelden, en de daaruit voortvloeiende zorgbehoefte uit bestaande dossiers gekopieerd en deze in de onderhavige dossiers geplakt. Dit heeft ertoe geleid dat het CIZ indicatiebesluiten heeft afgegeven aan deze twaalf personen, waarin wordt uitgegaan van niet daadwerkelijk bestaande gezondheidsklachten.

[medeverdachte 6] heeft dit gedaan in opdracht van en in samenwerking met zijn oud-collega bij het CIZ [medeverdachte 3], die hem hiertoe de (NAW-)gegevens van de cliënten aanleverde. Steeds ging het om (schoon)familieleden van [medeverdachte 3], een keer om zijn ex-partner ([betrokkene 11]) en in een enkel geval om een vriend ([betrokkene 4]). Bij deze personen trad [bedrijf C] als contactpersoon op. In alle andere gevallen ging het om relaties van een vriend van [medeverdachte 3], [medeverdachte 5], die in die gevallen als contactpersoon en/of ‘cliëntondersteuner’ optrad.

Vervolgens werden met behulp van de afgegeven indicatiebesluiten bij zorgkantoren [benadeelde partij zorgkantoor 1] en [zorgkantoor 2] PGB’s aangevraagd. Dit heeft in negen gevallen geleid tot uitbetaling van PGB’s, veelal op rekeningen die op naam van de budgethouders stonden. Een aantal van deze rekeningen werd door [medeverdachte 3] of [medeverdachte 5] beheerd. De zorgkantoren hebben berekend dat zij in dit verband in totaal € 522.227,49 ten onrechte hebben uitgekeerd. De PGB-gelden werden niet besteed aan het doel waarvoor zij waren uitgekeerd, maar onder andere personen (contant) verdeeld. De budgethouders kregen op hun beurt een vergoeding voor hun medewerking.

De op onterechte gronden verstrekte PGB-gelden werden vervolgens verantwoord met valse documenten, te weten zorgovereenkomsten, facturen en verantwoordings-formulieren op naam van het zorgbureau van [verdachte], [bedrijf C], (van 27 mei 2010 tot en met 30 juni 2011), het zorgbureau van [medeverdachte 4], [bedrijf D], (vanaf 26 mei tot en met 31 augustus 2011) of het zorgbureau van [medeverdachte 2], [bedrijf B], (van 1 september 2011 tot en met 31 maart 2012). Met deze documenten werd de indruk gewekt dat er conform het (maximaal) geïndiceerde aantal uren zorg was, of zou worden verleend, terwijl dat in werkelijkheid niet het geval was. Vast staat dat immers verschillende budgethouders in het geheel geen zorg hebben ontvangen. Voorts staat niet ter discussie dat door [bedrijf C] en [bedrijf D] aan de bij hen ondergebrachte budgethouders nooit zorg is verleend. In de dossiers van drie budgethouders, te weten [betrokkene 6], [betrokkene 7] en [betrokkene 10], zijn bovendien verantwoordingsformulieren en facturen aangetroffen van een zorgbureau dat in het geheel geen activiteiten ontplooide.

Het hof overweegt dat op basis van de hierboven vermelde bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat sprake was van een organisatie met een onderlinge rolverdeling tussen de verschillende verdachten, met als doel zichzelf te verrijken met onterecht verkregen PGB-gelden.

[medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] kunnen naar het oordeel van het hof worden gezien als de spil van de organisatie. Zij hebben – voorafgaand aan de eerste door [medeverdachte 6] in het systeem van CIZ ingevoerde PGB-aanvragen – afspraken gemaakt over hun samenwerking en over de verdeling van de PGB-gelden. Deze afspraken zijn neergelegd in verschillende documenten die zijn aangetroffen op de computer van [medeverdachte 3] en zijn nadien nog onderwerp van (WhatsApp-)gesprekken geweest.

[medeverdachte 6] heeft cliëntendossiers aangemaakt en daarvoor informatie van [medeverdachte 3] gekregen. [medeverdachte 3] heeft op zijn beurt voor zes van de PGB-aanvragen informatie verkregen van [medeverdachte 5].

De zorgbureaus, [bedrijf C], [bedrijf D] en [bedrijf B], in feite in de personen van [medeverdachte 1] /[verdachte], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2], hielden zich achtereenvolgens bezig met de administratie (zorgovereenkomsten, facturen, verantwoordings-formulieren) en het betalen van de belasting, ter verantwoording van de uitbetaalde PGB-gelden, teneinde te doen voorkomen dat van deze PGB-gelden ingekochte zorg was betaald. De rol van [verdachte] bestond eruit dat zij haar bedrijf beschikbaar heeft gesteld voor het doen van de administratie ten behoeve van aan [bedrijf C] toegeschreven zorgcliënten, aan wie haar bedrijf [bedrijf C] in werkelijkheid, zoals zij wist, geen zorg heeft verleend. Hiermee heeft [bedrijf C] geld verdiend, dat (ook) aan [verdachte] ten goede is gekomen. Ook heeft zij voor enkelen van deze cliënten zorgovereenkomsten opgesteld (en namens haar door [medeverdachte 1] laten ondertekenen) voor aan hen door [bedrijf C] te leveren zorg, in de wetenschap dat [bedrijf C] aan deze zorgcliënten nimmer daadwerkelijk zorg zou gaan verlenen. Ten slotte was zij in augustus 2011, na de aanhouding van [medeverdachte 3], aanwezig bij een gesprek tussen onder anderen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1], waarin werd besproken wat er met de door [medeverdachte 3] aangeleverde en bij [bedrijf C] ondergebrachte PGB-dossiers moest gebeuren.

In het licht van de voorgaande feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat [verdachte] in de periode van

1 april 2010 tot 1 september 2011 opzettelijk deel heeft uitgemaakt van een gestructureerd samenwerkingsverband dat in ieder geval bestond uit de verdachte, [medeverdachte 3], [medeverdachte 1], [medeverdachte 4], [medeverdachte 2] en andere natuurlijke personen ([medeverdachte 6], [medeverdachte 5] en de zorgaanvragers c.q. budgethouders). [verdachte] is in deze periode aantoonbaar betrokken geweest bij de door de organisatie beoogde en reeds gepleegde misdrijven en heeft hiermee actief aan de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie bijgedragen. Het oogmerk van de organisatie was gericht op het verkrijgen van persoonlijk financieel gewin door middel van het plegen van verschillende misdrijven, te weten de oplichting van het CIZ en de betrokken zorgkantoren, valsheid in geschrift in relatie tot het CIZ en die zorgkantoren en het witwassen van de PGB-gelden die uit de oplichting en/of valsheid in geschrift waren verkregen.

Onderzoek Budget

De raadsman van de verdachte heeft zich met een beroep op het zogenoemde smartphone-arrest van de Hoge Raad van

4 april 2017 (ECLI:NL:HR:2017:592) in hoger beroep allereerst op het standpunt gesteld dat het uit AH-108B en AH-108C blijkende onderzoek op computerbestanden van [bedrijf C] en/of [verdachte] in strijd is geweest met artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Daardoor zou sprake zijn van een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek, zoals bedoeld in artikel 359a Sv, hetgeen volgens de raadsman, gelet op de ingrijpende aard van de daarmee gepaard gaande schending van het privéleven van [verdachte], dient te leiden tot bewijsuitsluiting.

Dit betoog wordt verworpen, reeds omdat uit de door de verdediging genoemde processen-verbaal blijkt dat vanuit de daarin genoemde computerbestanden uitsluitend de factuurstroom (van [bedrijf C] naar ZZP’ers en van [bedrijf C] naar [bedrijf G]) is onderzocht. Dat vanuit deze facturen, die alle louter zakelijke transacties betreffen, enig zicht is geweest op het door artikel 8 EVRM beschermde privéleven van [verdachte] is het hof op geen enkele wijze kunnen blijken, laat staan dat op grond daarvan zou moeten worden aangenomen dat het onderzoek zo verstrekkend is geweest dat een min of meer compleet beeld is verkregen van bepaalde aspecten van het persoonlijk leven van [verdachte] zoals in het smartphone-arrest is bedoeld.

Het hof kan zich overigens grotendeels vinden in de overwegingen van de rechtbank en het neemt deze dan ook onder aanbrenging van enkele correcties en aanvullingen over op de wijze als hierna vermeld.

Algemeen

In het onderzoek Budget is jegens verschillende personen de verdenking ontstaan dat zij betrokken zijn geweest bij fraude met Zorg In Natura (ZIN). Om deze zorg te krijgen heeft een persoon een indicatie van het CIZ nodig. Dit is een besluit waarin staat welke zorg iemand nodig heeft en op hoeveel uren zorg men recht heeft. De uitvoering van deze zorg geschiedt vervolgens onder verantwoordelijkheid van regionale zorgkantoren, in de regio Haaglanden is dit [benadeelde partij zorgkantoor 1] (hierna: [zorgkantoor 1]). Zorgkantoren maken jaarlijks productieafspraken met zorgaanbieders over prijs en volume van de geprognosticeerde AWBZ-zorg en lopende het jaar worden deze afspraken bijgesteld aan de hand van de gerealiseerde productie. Na afloop van het jaar vindt hiervan een nacalculatie plaats.

Verdenking

In het onderzoek Budget is de verdenking gerezen dat valse facturen werden opgemaakt door zorgaanbieders [bedrijf C], [bedrijf H] en [bedrijf G] in die zin dat daarop meer uren in rekening werden gebracht dan er zorg was verleend, en dat ter onderbouwing van die facturen gebruik werd gemaakt van valse documenten, te weten valse zorgroosters. Op deze zorgroosters zou een te hoog aantal uren zorg zijn vermeld en/of deze zorgroosters zouden zijn voorzien van valse handtekeningen, om het bij [zorgkantoor 1] te doen voorkomen dat de daarop vermelde zorg daadwerkelijk was verleend. Ten gevolge van deze feiten zou [zorgkantoor 1] een te hoog bedrag aan AWBZ-gelden hebben uitgekeerd aan de zorgaanbieders. Het aldus verkregen geld zou vervolgens zijn witgewassen.

De verdenking richt zich in dit verband tegen de volgende personen en organisaties: [verdachte] (hierna: [verdachte]), (roepnaam: [roepnaam medeverdachte 1]) [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]),

[medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4]), [medeverdachte 7] (hierna: [medeverdachte 7]), [medeverdachte 8] (hierna: [medeverdachte 8]), [medeverdachte 9] (hierna: [medeverdachte 9]),

[medeverdachte 10] (hierna: [medeverdachte 10]), [bedrijf C] en [bedrijf G].

[verdachte] wordt er onder 2 primair van verdacht dat zij heeft deelgenomen aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht, welke organisatie het plegen van verschillende misdrijven tot oogmerk had, te weten oplichting, valsheid in geschrift en witwassen. Subsidiair wordt [verdachte] ervan verdacht dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van oplichting van zorgkantoren, de NZA en het CAK en meer subsidiair en meest subsidiair wordt zij ervan verdacht dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan het tezamen en in vereniging vervalsen van respectievelijk facturen en een bedrijfsadministratie. Onder 4 wordt [verdachte] ervan verdachte dat zij tezamen en in vereniging zorgroosters heeft vervalst.

Criminele organisatie

Het hof heeft hiervoor onder Norwood reeds uiteengezet wanneer sprake is van een criminele organisatie. Het hof verwijst naar deze overwegingen.

Verdachten

[verdachte] was aandeelhouder/bestuurder van [bedrijf C1] Deze vennootschap is aandeelhouder/bestuurder van [bedrijf C2] (hierna ook: [bedrijf C]), opgericht op 21 juli 2011 en actief in de thuiszorg. De activiteiten van [bedrijf C] bestaan blijkens het handelsregister uit het verrichten van verzorgende werkzaamheden voor particulieren (thuiszorg), alsmede het bemiddelen hierin. Vóór de oprichting van deze vennootschap dreef [verdachte] sinds 23 september 2009 een eenmanszaak in de thuiszorg onder de naam [bedrijf C3] (hierna eveneens aangeduid als [bedrijf C]). [verdachte] had samen met haar partner [medeverdachte 1] de dagelijkse leiding over het bedrijf. [verdachte] onderhield de contacten met ziekenhuizen, verpleeghuizen, de cliënten en de door [bedrijf C] ingehuurde zorgverleners. Zij haalde de patiënten binnen. Daarnaast verleende zij ook zelf zorg. [verdachte] onderhield contact met [bedrijf G] over het aantal uren zorg dat geleverd mocht worden.

[medeverdachte 1], de partner van [verdachte], was in 2010 parttime en vanaf januari 2011 fulltime werkzaam in het bedrijf van [verdachte]. [medeverdachte 1] verrichtte administratieve werkzaamheden en maakte de facturen op. Hij ontving de urenbriefjes en de facturen van de zorgverleners en hij maakte vervolgens de uitbetalingsfacturen op voor de zorgverleners, waarop tevens de overeengekomen bemiddelingskosten waren vermeld. Hij maakte ook elke maand de facturen op die naar [bedrijf G] werden gestuurd. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij verantwoordelijk was voor de kwaliteit, de certificering, de financiën en de software en dat [bedrijf C] een softwarepakket heeft laten ontwikkelen waarmee hij op basis van indicatiestelling kon factureren aan [bedrijf G]. Hij had contact met een werknemer van [bedrijf G] over de betalingen.

[medeverdachte 4], de broer van [medeverdachte 1], werkte vanaf 1 juli 2010 bij [bedrijf C]. Hij hield zich bezig met de planning en kwaliteitscontrole, hij voerde de zorgklasse in in het softwaresysteem van [bedrijf C] en hij ging naar de patiënten om te vragen of alles goed ging. Voorts controleerde [medeverdachte 4] de urenbriefjes en de facturen van en aan de ZZP-ers, waarna [verdachte] deze nogmaals controleerde. Ook voerde hij indicatiestellingen in in het systeem van [bedrijf C]. [medeverdachte 4] had contact met [bedrijf G] over de indicaties van de patiënten en het verhogen en verlagen daarvan.

[medeverdachte 9] was – tezamen met haar zoon [medeverdachte 10] en [betrokkene 17]– bestuurder van [bedrijf G] (hierna: [bedrijf G]), opgericht op 28 oktober 2005 en gevestigd in Nijmegen. De activiteiten van [bedrijf G] bestonden uit het leveren van huishoudelijke verzorging, persoonlijke verzorging, verpleging en ondersteunende en activerende begeleiding.

[medeverdachte 7], de moeder van [verdachte], dreef sinds 7 april 2008 de eenmanszaak [bedrijf H] (hierna: [bedrijf H]). Dit betreft een particulier zorgbureau. [bedrijf H] bemiddelde tussen [bedrijf G] en ZZP-ers.

[medeverdachte 8], de partner van [medeverdachte 7], was vanaf begin 2011 werkzaam voor [bedrijf H]. Hij maakte de facturen die naar het bedrijf [bedrijf G] (zie hierna) gingen en de facturen die naar de ingehuurde zorgverleners gingen. Deze laatste facturen betroffen de door [bedrijf H] in rekening gebrachte bemiddelingskosten.

[bedrijf G]

[bedrijf G] heeft in 2010, 2011 en 2012 productieafspraken gemaakt met [zorgkantoor 1] voor de regio Haaglanden. Op grond van deze afspraken is voor 2010 in de nacalculatie een budget van ruim 1,9 miljoen euro vastgesteld. Voor 2011 is in de tweede budgetronde een budget van ruim 3,7 miljoen euro overeengekomen en voor 2012 is in de eerste budgetronde een budget van ruim 3 miljoen euro overeengekomen. [bedrijf G] heeft tot en met 2011 in Excelbestanden die door [zorgkantoor 1] waren verstuurd ingevuld wat de verleende zorguren waren. Vanaf 2012 werden door [bedrijf G] de verleende zorguren gemeld middels een zogenaamd AW319 bestand. Getuige [medewerkster 1 van bedrijf G] (hierna: [medewerkster 1 bedrijf G]), medewerkster van [bedrijf G], heeft verklaard dat deze bestanden werden ingevuld aan de hand van de gewerkte uren van de zorgverleners en dat aan de hand van deze bestanden door het zorgkantoor werd gebudgetteerd. Voor door [bedrijf G] geleverde zorg in Nijmegen controleerde zij dit aan de hand van urenbriefjes van de zorgverleners. Voor ‘Den Haag’ (het hof begrijpt: [bedrijf C] en [bedrijf H]) had zij urenlijsten die zij per maand uitdraaide, welke urenlijsten zij via het zorgbureau ([bedrijf C] of [bedrijf H]) getekend door de cliënt terugkreeg.

Samenwerking met [bedrijf G]

De zorg die [bedrijf C] verleende bestond, voor zover van belang ten aanzien van het onderzoek Budget, uit ZIN. [bedrijf C] had zelf als zorgaanbieder geen contract met een zorgkantoor. [bedrijf C] heeft vanaf begin 2010 samengewerkt met [bedrijf G], dat wel een contract had met [benadeelde partij zorgkantoor 1]. [verdachte] heeft op internet gezocht naar een hoofdaannemer met een actieve AGB code (het hof begrijpt: een Algemeen Gegevensbeheercode, waarmee zorgaanbieders kunnen worden herkend en die ‘actief’ is als een zorgaanbieder en een contract heeft met een zorgkantoor) en is zo bij [bedrijf G] terecht gekomen. Zij heeft telefonisch een afspraak gemaakt, is vervolgens met [medeverdachte 7] naar [bedrijf G] geweest en heeft toen gesproken met [medeverdachte 9] over de samenwerking en de uurtarieven die [bedrijf C] aan [bedrijf G] zou declareren.

Verschil tussen gedeclareerde uren en verleende zorg

De FIOD heeft bij een aantal cliënten van [bedrijf C] onderzocht of er een verschil is geweest tussen het aantal bij [bedrijf G] gedeclareerde uren en het aantal uren daadwerkelijk geleverde zorg door [bedrijf C]. Op een aantal cliënten wordt hieronder nader ingegaan.

[betrokkene 13]

Op bij [bedrijf G] aangetroffen facturen van [bedrijf C] aan [bedrijf G] is voor deze cliënt in de periode mei 2010 tot en met december 2011 gemiddeld 2,3 uur zorg per dag in rekening gebracht. [betrokkene 13] is als getuige gehoord en heeft verklaard dat hij anderhalf uur hulp per dag kreeg. De FIOD heeft berekend dat over de genoemde periode voor deze cliënt in totaal (ten minste) 547,03 uur zorg, voor een bedrag van € 13.675,75, méér is gefactureerd dan er zorg is verleend.

[betrokkene 14]

Op bij [bedrijf G] aangetroffen facturen van [bedrijf C3] en [bedrijf C2] aan [bedrijf G] is voor deze cliënte in de periode januari 2010 tot en met en november 2011 gemiddeld 10,5 uur zorg per dag in rekening gebracht. [betrokkene 14] is op 11 december 2011 overleden. Haar dochter, [getuige 2], is gehoord als getuige. Zij heeft verklaard dat haar moeder nooit meer dan 1,5 uur zorg per dag heeft gehad. Zorgverlener [getuige 3] heeft verklaard dat zij het laatste jaar van de verzorging van [betrokkene 14] vier dagen per week 2 uur per dag bij haar werkte. Andere zorgverleners werkten op de andere drie dagen. De FIOD heeft berekend dat over de genoemde periode voor deze cliënte in totaal (ten minste) 4956,78 uur zorg, voor een bedrag van € 123.919,50, méér is gefactureerd dan er zorg is verleend.

[betrokkene 15]

Op bij [bedrijf G] aangetroffen facturen van [bedrijf C3] en [bedrijf C2] aan [bedrijf G] is voor deze cliënte in de periode december 2010 tot en met december 2011 gemiddeld 3 uur zorg per dag in rekening gebracht. Onderzoek naar de urenopgaven van de zorgverleners heeft uitgewezen dat zij over deze periode gemiddeld 1,6 uur per dag zorg hebben verleend. De echtgenoot van mevrouw [betrokkene 15], [getuige 4], heeft verklaard dat zijn vrouw tot januari 2012 1,5 uur zorg per dag heeft gekregen. De FIOD heeft berekend dat over de genoemde periode voor deze cliënte in totaal (ten minste) 410,69 uur zorg, voor een bedrag van € 10.267,25 méér is gefactureerd dan er zorg is verleend.

[betrokkene 16]

Op bij [bedrijf G] aangetroffen facturen van [bedrijf C3] en [bedrijf C2] aan [bedrijf G] is voor deze cliënte in de periode juni 2010 tot en met december 2011 gemiddeld 2 uur zorg per dag in rekening gebracht. [betrokkene 16] heeft verklaard dat zij vanaf juni-juli 2010 een half uur per dag kreeg en vanaf januari 2011 een uur per dag. Haar dochter had gezegd dat zij recht had op meer zorg. [medeverdachte 4] zei echter dat er ook kosten gemaakt worden door het bureau en dat er daardoor te weinig, minder dus, overbleef voor zorg, aldus de verklaring van [betrokkene 16]. De FIOD heeft berekend dat over de genoemde periode voor deze cliënte in totaal (ten minste) 580,76 uur zorg, voor een bedrag van € 14.144,- méér is gefactureerd dan er zorg is verleend.

Uit het voorgaande blijkt dat [bedrijf C] in de periode van begin 2010 tot begin 2012 structureel (fors) meer uren bij [bedrijf G] in rekening heeft gebracht dan het aantal uren dat daadwerkelijk zorg is verleend.

[verdachte], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] hebben zich ter terechtzitting in hoger beroep – kort gezegd - op het standpunt gesteld dat met [bedrijf G] was afgesproken dat zij de geïndiceerde uren, in plaats van de daadwerkelijk gewerkte uren, mochten declareren bij [bedrijf G] en dat op een later moment nacalculatie zou plaatsvinden.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Het hof acht niet aannemelijk geworden dat tussen [bedrijf C] enerzijds en [bedrijf G] anderzijds de afspraak was gemaakt dat de geïndiceerde uren in plaats van de daadwerkelijk gewerkte uren mochten worden gedeclareerd en dat op een later moment op dat punt een nacalculatie zou plaatsvinden. Het hof gaat ervan uit dat de geïndiceerde uren weliswaar een uitgangspunt zullen hebben gevormd bij de vaststelling van het aantal te werken uren, maar ook dat deze daarvoor slechts hebben gediend als bovengrens. Het ligt immers voor de hand dat vervolgens alleen de daadwerkelijk gewerkte uren worden gedeclareerd en niet de zorguren waarop de cliënt wel recht zou hebben gehad maar waarvan vaststaat dat die niet zijn verleend en in de desbetreffende declaratieperiode ook nimmer meer zullen (kunnen) worden verleend. In dat geval zou het ook niet nodig zijn geweest om facturen op te maken met betrekking tot de geïndiceerde uren, omdat deze al lang vaststaan en zou het bovendien onlogisch zijn om deze te onderbouwen met de zorgroosters, die blijkens de handtekeningen van de patiënten dienen uit te gaan van de werkelijk gewerkte uren. Voorts is van de gestelde, van het wezen van de ZIN-verlening afwijkende, afspraak tussen [bedrijf G] en [bedrijf C] op geen enkele wijze gebleken, noch in de samenwerkingsovereenkomst tussen partijen, noch in de administratie van één van de zorgaanbieders. De in artikel 6, vijfde lid van de samenwerkingsovereenkomst genoemde “nacalculatie” vormt daarvoor geen aanwijzing, zoals de verdediging heeft betoogd. Daargelaten dat een nacalculatie niet nodig is als alle gewerkte uren per declaratie al vast staan, blijkt uit de bewoordingen waarin dit artikel is gesteld en de overige inhoud van de overeenkomst immers dat het hierbij gaat om een eventuele nacalculatie wegens de tussen [zorgkantoor 1] en [bedrijf G] gemaakte productieafspraken en de in dat kader ontstane verschillen in de (vooraf) per jaar geprognosticeerde feitelijk te verlenen zorg en de (achteraf) in dat jaar daadwerkelijk gerealiseerde zorg. Ten slotte wijst ook de tussen partijen op basis van artikel 8, derde lid van het samenwerkingscontract gemaakte afspraak om - ter onderbouwing van de facturen - door de patiënten ondertekende zorgroosters in te leveren erop dat het in de facturen moest gaan om daadwerkelijk verleende zorg.

De vraag die vervolgens voorligt is of deze handelwijze is aan te merken als frauduleus, in die zin dat [verdachte], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] zich daarmee in het kader van hun werkzaamheden voor [bedrijf C] schuldig hebben gemaakt aan het plegen van oplichting en valsheid in geschrift door het opmaken van valse facturen.

Het gegeven dat de geïndiceerde uren kennelijk zonder het bestaan van afspraken daarover met [bedrijf G] wél structureel in rekening werden gebracht, vormt op zich reeds een aanwijzing dat de daarvoor gebruikte facturen opzettelijk valselijk zijn opgemaakt met als doel het verkrijgen van geld waar geen recht op bestond. Voor de vraag of dit inderdaad het geval is, heeft het hof voorts acht geslagen op de wijze waarop de inhoud van deze facturen aan [bedrijf G] werd verantwoord. In dit verband zijn de zogenoemde zorgroosters van belang.

Ten aanzien van de zorgroosters

In het dossier bevindt zich een groot aantal maandstaten die betrekking hebben op één cliënt, waarop per dag een bepaalde soort en aantal minuten zorg is weergegeven. Deze staten zijn voorzien van handtekeningen. In de verklaringen worden deze staten wisselend aangeduid als zorgroosters, maandstaten of urenlijsten.

[medewerkster 1 van bedrijf G] heeft ten aanzien van deze stukken verklaard dat zij deze naar [bedrijf C] stuurde en dat ze bij terugkomst getekend moesten zijn door de cliënt. Zij ging ervan uit dat de daarop vermelde uren zorg dan ook geleverd waren. Zij controleerde of het aantal uren op het zorgrooster overeenkwam met de factuur. Aan de hand van de afgetekende zorgroosters ging [bedrijf G] akkoord met de meegezonden factuur.

[medewerkster 2 van bedrijf G] was bij [bedrijf G] managementassistent zorg. Tot haar taken behoorde de urenverantwoording in de administratie. Wanneer [medewerkster 2 van bedrijf G] wordt gevraagd of zij er zicht op had of de gedeclareerde uren ook daadwerkelijk geleverd waren, verklaart zij ook over de zogenaamde urenlijsten. De urenlijsten werden maandelijks door [bedrijf G] uitgedraaid, naar [bedrijf C] per mail verzonden en kwamen dan per post retour. [medewerkster 2 van bedrijf G] en haar collega’s vertrouwden erop dat deze urenlijsten met daarop de handtekening van de cliënt in orde waren. Naar aanleiding van de ondertekende urenlijsten gingen zij ervan uit dat de zorg ook geleverd was, anders zou de handtekening van de klant er niet staan, aldus [medewerkster 2 bedrijf G].

[verdachte] heeft verklaard dat door [bedrijf G] maandstaten naar [bedrijf C] werden gestuurd. Deze lijsten werden ingevuld en naar [bedrijf G] gestuurd. [medeverdachte 4] heeft verklaard dat het wel eens voorkwam dat door [bedrijf C] een handtekening werd gezet voor de cliënt, maar dan werd er ‘in opdracht’ bij gezet, de cliënt was dan niet in staat zelf te tekenen.

Bij een aantal cliënten van [bedrijf C] heeft de FIOD inbeslaggenomen zorgroosters aan de cliënten voorgelegd. Dit betreft onder meer de volgende cliënten.

Van de heer [betrokkene 13] zijn bij [bedrijf G] zeven zorgroosters aangetroffen, betrekking hebbende op de maanden november en december 2010, februari tot en met mei 2011 en oktober 2011. Op elke pagina van deze roosters staat, met wisselende handschriften een handtekening of de naam [betrokkene 13]. Volgens deze roosters wordt in totaal 2 uur en 25 minuten zorg per dag verleend. Op de roosters van november en december 2010 is vermeld dat deze zijn gecontroleerd door [medeverdachte 4]. [bedrijf C] heeft blijkens de bij [bedrijf G] aangetroffen facturen die betrekking hebben op de maanden november en december 2010 en maart tot en met mei 2011 omgerekend 2 uur en 25 minuten zorg per dag gedeclareerd. [betrokkene 13] heeft verklaard dat hij deze zorgroosters nooit heeft gezien en dat de handtekening daarop niet van hem is.

Van mevrouw [betrokkene 14] zijn zeven zorgroosters aangetroffen, betrekking hebbende op de maanden februari, september en december 2010, maart 2011 tot en met mei 2011 en oktober 2011, waarop is vermeld dat elke dag van de maand (ruim) 11 uur zorg is verleend. Op de zorgroosters is soms per pagina een paraaf geplaatst, soms is (met verschillende handschriften) geschreven “[achternaam betrokkene 14]”, of “[betrokkene 14].” Op twee zorgroosters is vermeld dat deze zijn gecontroleerd door [verdachte] en op een rooster is vermeld dat deze is gecontroleerd door [medeverdachte 4]. [bedrijf C] heeft blijkens de bij [bedrijf G] aangetroffen facturen die betrekking hebben op de maanden november en december 2010 en maart tot en met mei 2011 omgerekend (ruim) 11 uur zorg per dag gedeclareerd.

[getuige 2] heeft verklaard dat haar moeder niet kon schrijven en dat de handtekeningen en namen op de zorgstaten niet door haar moeder zijn gezet. Zij heeft zelf ook nooit een handtekening gezet. Deze getuige heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat zij haar moeder alleen haar naam had leren schrijven en met haar meeging als zij spullen moest aanvragen bij de gemeente. Aan deze laatste verklaring zijn kopieën van het rijbewijs, twee identiteitskaarten en een paspoort van haar moeder gehecht. Het handschrift waarmee op deze documenten een handtekening is geplaatst en het daarbij gebruikte lettertype wijken af van het handschrift en het lettertype op de onderscheiden zorgstaten.

Van mevrouw [betrokkene 15] zijn vijf zorgroosters aangetroffen, betrekking hebbende op de maanden december 2010 en februari, april, mei en oktober 2011, waarop is vermeld dat elke dag 3 uur en 10 minuten zorg is verleend. Op de roosters van februari, april en mei 2011 is (met verschillende handschriften) de naam

“[betrokkene 15]” geschreven. Op de zorgroosters van december 2010 en oktober 2011 zijn twee verschillende handtekeningen geplaatst. Op het rooster van december 2010 is vermeld dat het rooster is gecontroleerd door “[voornaam verdachte]” (de voornaam van [verdachte]). [bedrijf C] heeft blijkens de bij [bedrijf G] aangetroffen facturen die betrekking hebben op de maanden april en mei 2011 omgerekend 3 uur en 10 minuten zorg per dag gedeclareerd.

[getuige 4] heeft verklaard dat hij de handtekeningen op de zorgroosters niet herkent, niet van zijn vrouw en niet van hemzelf. Hij herkent wel de handtekening op het zorgrooster van oktober 2001 (het hof gaat ervan uit dat is bedoeld 2011) als zijn handtekening, hij kan zich echter niet herinneren dat hij zijn handtekening daarop heeft gezet, de lijsten en die tijden daarop kan de getuige zich niet herinneren. Hij had wel gezien dat in de zorgovereenkomst 22 uur stond, maar als hij dan aan een medewerker van [bedrijf C] die wel eens thuis kwam, [medeverdachte 4], vroeg waarom zij dat niet kreeg, zei deze dat de overige uren aan administratie werden besteed.

Van mevrouw [betrokkene 16] zijn acht zorgroosters aangetroffen, betrekking hebbende op de maanden september, november en december 2010, februari tot en met mei 2011 en oktober 2011. Alle zorgroosters betreffen alle dagen van de maand, waarbij in de maanden in 2010

45 minuten per dag en in 2011 2 uur en 25 minuten per dag zorg zou zijn verleend. Op de roosters van september, november en december 2010 is vermeld dat deze zijn gecontroleerd door [medeverdachte 4]. Op de zorgroosters is steeds de naam “[betrokkene 16]” of een handtekening vermeld, waarbij het handschrift verschilt. [bedrijf C] heeft blijkens de bij [bedrijf G] aangetroffen facturen die betrekking hebben op de maanden september, november en december 2010 omgerekend 45 minuten zorg per dag gedeclareerd en blijkens de facturen die betrekking hebben op de maanden maart, april en mei 2011 2 uur en 25 minuten zorg per dag.

[betrokkene 16] heeft verklaard dat zij niet weet of zij haar handtekening op de zorgroosters heeft gezet, volgens haar heeft zij in de tijd dat ze bij het bedrijf van [voornaam verdachte] zat nooit iets hoeven tekenen.

Het hof merkt zoals hiervoor reeds overwogen op dat het ter onderbouwing van de facturen indienen van ondertekende zorgroosters bij [bedrijf G] - ook al zouden deze niet zijn vervalst – zich niet laat verenigen met een afspraak dat volgens indicatie zou worden gedeclareerd: dan zouden dergelijke bewijsstukken immers niet nodig zijn om tot betaling over te gaan. Uit de hiervoor beschreven bevindingen blijkt voorts dat op de zorgroosters steeds méér zorg is vermeld dan daadwerkelijk is verleend en dat de uren die staan vermeld op de zorgroosters overeenkomen met de uren zoals vermeld op de facturen van [bedrijf C]. Uit de verklaringen van de cliënten volgt bovendien dat zij in een groot aantal gevallen, noch hun partners namens hen, deze documenten zelf hebben getekend. Gelet op het vorenstaande concludeert het hof dat deze documenten zijn vervalst en dat dit, gelet op de verklaringen van [verdachte] en [medeverdachte 4] en gelet op het feit dat hun namen voorkomen op roosters als degene door wie de roosters zijn gecontroleerd, door hen in het kader van hun werkzaamheden voor [bedrijf C] heeft plaatsgevonden.

Het hof is van oordeel dat op basis van de voormelde bewijsmiddelen wettig en overtuigend kan worden bewezen dat [verdachte] zich heeft schuldig gemaakt aan het onder 4 ten laste gelegde.

Het hof leidt uit voorgaande bevindingen en verklaringen van [medewerkster 1 van bedrijf G] en [medewerkster 2 van bedrijf G] over de zorgroosters voorts af dat deze door [bedrijf C] gebruikt werden om aan [bedrijf G] de gefactureerde uren te verantwoorden: medewerkers van [bedrijf G] controleerden of het aantal gefactureerde uren overeenkwam met de op de zorgroosters vermelde uren, en zij verbonden aan het feit dat er een handtekening op deze documenten stond de conclusie dat de daarop geleverde zorg ook daadwerkelijk geleverd was. Uit de verklaring van [medewerkster 1 van bedrijf G] volgt voorts dat [medewerkster 1 bedrijf G]deze stukken ook gebruikte voor de verantwoording van het aantal geleverde uren naar [zorgkantoor 1]. Het hof gaat ervan uit dat [zorgkantoor 1] (mede) op basis hiervan is overgegaan tot het definitief vaststellen van de rechtmatigheid van eerder uitgekeerde voorschotten aan [bedrijf G].

Nu de wijze van declareren op basis van indicatie niet is afgesproken met [bedrijf G] en [bedrijf C] voorts gebruik heeft gemaakt van vervalste zorgroosters ter onderbouwing van haar facturen, concludeert het hof dat deze facturen opzettelijk valselijk zijn opgemaakt en dat dit gebeurd is met als doel het bij [bedrijf G] te doen voorkomen dat de op de facturen vermelde zorg daadwerkelijk was geleverd en aldus op het, via [bedrijf G], wederrechtelijk verkrijgen van AWBZ gelden van [zorgkantoor 1].

Witwassen

Uit onderzoek naar de bankrekeningen van [bedrijf C] blijkt dat in 2010 een bedrag van € 397.655,78 en in 2011 een bedrag van € 1.094.144,61 door [bedrijf G] naar [bedrijf C] is overgemaakt. Voorts blijkt uit aangetroffen facturen over een deel van 2010 en heel 2011 dat over die maanden bij [bedrijf G] 56.279 uren in rekening zijn gebracht, terwijl door ingehuurde zorgverleners 19.571 aan [bedrijf C] is gefactureerd. Ook als er rekening mee wordt gehouden dat de facturen van de ZZP-ers geen compleet beeld geven van de verleende uren zorg, betekenen deze bedragen dat een substantieel deel van de van [bedrijf G] ontvangen betalingen van misdrijf afkomstig zijn. Vanaf de rekening van [bedrijf C] zijn in 2011 betalingen gedaan ten behoeve van (onder andere) de aanschaf van een huis en een auto die beide op naam staan van [verdachte], alsmede overschrijvingen naar een rekening op naam van [medeverdachte 1]. Nu deze aankopen (in elk geval deels) zijn gefinancierd met uit misdrijf verkregen gelden en niet meer valt na te gaan of en zo ja in welke mate daarbij vermenging met legaal verkregen gelden heeft plaatsgevonden, concludeert het hof dat sprake is van witwassen. Dat deze uitgaven een lening van [bedrijf C] aan [verdachte] betroffen, is voor de vraag of sprake is van witwassen niet van belang en leidt derhalve niet tot een ander oordeel.

Voor zover [verdachte], zoals door haar is aangevoerd, inkomstenbelasting heeft afgedragen over (ook) de teveel aan [bedrijf G] gefactureerde uren, heeft te gelden dat zij deze inkomsten, die een criminele herkomst hebben, daarmee van een legale status heeft voorzien. De fiscale opgave van die inkomsten is aan te merken als het verhullen van de ware herkomst ervan. Zulks is strafbaar gesteld als witwassen.

Conclusie

Op basis van het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat door [bedrijf C] valse facturen werden opgemaakt, in die zin dat daarop structureel meer uren in rekening werden gebracht dan er zorg was verleend. Ter onderbouwing van deze facturen werd gebruik gemaakt van valse zorgroosters, om het bij [bedrijf G] – en uiteindelijk bij [zorgkantoor 1] – te doen voorkomen dat de daarop vermelde zorg daadwerkelijk was verleend. Ten gevolge van deze feiten heeft [zorgkantoor 1] een te hoog bedrag aan AWBZ-gelden uitgekeerd aan – via tussenkomst van [bedrijf G] – [bedrijf C]. Het aldus verkregen geld is vervolgens witgewassen.

Het hof overweegt dat op basis van de hierboven vermelde bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat sprake was van een organisatie met een onderlinge rolverdeling tussen de verschillende verdachten, met als doel zichzelf te verrijken met onterecht verkregen AWBZ-gelden.

[verdachte], de eigenaresse van [bedrijf C], zorgde ervoor dat er nieuwe cliënten werden geworven en zij onderhield de contacten met [bedrijf G] over de hoeveelheid zorg die geleverd mocht worden. Voorts acht het hof bewezen dat [verdachte] betrokken was bij het vervalsen van de zorgroosters.

[medeverdachte 1] was in de organisatie degene die zorgdroeg voor het opmaken van de valse facturen waarop, met behulp van de in opdracht van [bedrijf C] ontwikkelde software, per maand steeds precies het ingevolge de indicatie maximaal aantal te declareren uren was vermeld. Ook zorgde hij voor het indienen van de facturen bij [bedrijf G] en onderhield hij het contact met [bedrijf G] over de betaling van die facturen.

[medeverdachte 4] was binnen [bedrijf C] degene die de zorgklasse (het aantal uren zorg waarop recht bestond) invoerde in het software systeem van [bedrijf C] en over wijzigingen daarin contact onderhield met [bedrijf G]. Vervolgens was hij het die de zorgverleners inroosterde, voor veel minder uren dan waar een cliënt recht op had en de urenbriefjes van de zorgverleners controleerde. Voorts ging hij regelmatig bij de cliënten thuis langs. Hiervoor zijn al genoemd de verklaringen van [getuige 4] en [betrokkene 16], die beiden verklaren dat zij van [medeverdachte 4] te horen hebben gekregen dat zij (in het geval van [getuige 4], zijn vrouw) geen recht hadden op meer zorg, terwijl dat, gelet op het verschil in aantal uren verleende zorg en de zorg waar blijkens de indicatie recht op bestond, wel zo was. Ook een zorgverlener van [bedrijf C], getuige [getuige 5], heeft verklaard dat zij [medeverdachte 4] erop had aangesproken dat een cliënte, mevrouw [betrokkene 18], recht had op meer zorg, maar dat zij echt maar drie keer per week een uurtje kreeg om naar haar toe te gaan.

Het hof leidt hieruit af dat [medeverdachte 4] wist hoe het systeem met indicatiestellingen werkte, en dus in gevallen als hiervoor genoemd ook wist dat er wel degelijk recht bestond op meer zorg, maar tegen zowel zorgverleners als cliënten zei dat dit niet zo was. Dit gebeurde richting de cliënten dan ook nog onder opgave van een niet valabele reden, namelijk dat er zorguren van de cliënt werden gebruikt voor de administratieve lasten van het zorgbureau. Het ‘tevreden’ houden van cliënten bij wie minder zorg wordt geleverd dan wordt gefactureerd, acht het hof van essentieel belang om de fraude zoals die gepleegd is mogelijk te kunnen maken. Die functie vervulde [medeverdachte 4] in de organisatie. Daarnaast acht het hof bewezen dat [medeverdachte 4] een rol gespeeld heeft bij het vervalsen van de zorgroosters.

In het licht van de voorgaande feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat [verdachte] in de periode van

1 januari 2010 tot en met 17 april 2012 opzettelijk deel heeft uitgemaakt van een gestructureerd samenwerkings-verband bestaande uit de verdachte, [medeverdachte 1], [medeverdachte 4] en [bedrijf C2]. De verdachte is aantoonbaar betrokken geweest bij de door de organisatie beoogde en reeds gepleegde misdrijven en heeft hiermee actief aan de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie bijgedragen. Het oogmerk van de organisatie was – naast het legale doel van het leveren van thuiszorg - gericht op het verkrijgen van persoonlijk financieel gewin door middel van het plegen van verschillende misdrijven, te weten de oplichting van [zorgkantoor 1] (via [bedrijf G]), valsheid in geschrift en het witwassen van de AWBZ-gelden die uit de oplichting en/of valsheid in geschrift waren verkregen.

Het hof acht het bewijs dat het wederrechtelijk verkrijgen van gelden van [zorgkantoor 1] gebeurde in samenspraak met [bedrijf G] niet geleverd. Uit het dossier kan wellicht worden afgeleid dat medewerkers van [bedrijf G], onder verantwoordelijkheid van [medeverdachte 9] en bij haar afwezigheid van [medeverdachte 10], onvoldoende controle hebben uitgeoefend op de door [bedrijf C] gedeclareerde uren, maar bewijs dat [bedrijf G] daadwerkelijk ervan op de hoogte was dat een groot aantal uren zorg niet was verleend heeft het hof niet aangetroffen. Anders dan de advocaat-generaal ziet het hof in het gegeven dat [bedrijf G] richting [zorgkantoor 1] geen melding heeft gemaakt van onderaannemerschap van [bedrijf C] geen bewijs voor het ‘administratief toedekken’ van door [bedrijf C] gepleegde fraude. [zorgkantoor 1] heeft niet verklaard dat zij niet tot uitkering zou zijn overgegaan als het onderaannemerschap wel expliciet zou zijn vermeld. Bovendien blijkt uit het dossier dat [medeverdachte 9] en [medeverdachte 10] de samenwerking van en uitbesteding van de productie aan [bedrijf C] niet koste wat het kost hebben willen verhullen voor [zorgkantoor 1].

Het hof acht evenmin bewezen dat medeverdachten [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] onderdeel uitmaakten van de criminele organisatie waar de verdachte deel van uitmaakte. Het feit dat [medeverdachte 7], eigenaar van [bedrijf H], en [medeverdachte 8] naar het oordeel van het hof onderling eveneens een criminele organisatie hebben gevormd met een soortgelijk karakter, is daarvoor onvoldoende. Uit het dossier volgt weliswaar dat [medeverdachte 7] samen met [verdachte] naar Nijmegen is gegaan om afspraken te maken over samenwerking met [bedrijf G], maar van verdere bewuste en nauwe samenwerking bij het plegen van strafbare feiten tussen [verdachte], [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] enerzijds en [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] anderzijds is niet gebleken. Zo is voor elk bedrijf afzonderlijk een samenwerkingsovereenkomst met [bedrijf G] afgesloten, onderhielden medewerkers van beide bedrijven enkel namens hun eigen bedrijf contact met [bedrijf G], hebben zij daar alleen namens hun eigen bedrijf valse facturen en zorgroosters ingediend en hebben zij alleen dààrvoor betalingen ontvangen van [bedrijf G].

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

zij

in of omstreeks de periode van 1 april 2010 tot en met

17 april 2012 1 september 2011

te ’s-Gravenhage en/of elders in Nederland

heeft deelgenomen aan een organisatie,

bestaande uit haar, verdachte, en/of [medeverdachte 3] en/of

[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 4] en/of een of meer andere (natuurlijke) perso(o)n(en)

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven,

namelijk

het plegen van oplichting als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht

en/of

het plegen van valsheid in geschrift als bedoeld in artikel 225 lid 1 en lid 2 van het Wetboek van Strafrecht

en/of

het plegen van witwassen als bedoeld in artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht

en/of

het opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, als bedoeld in artikel 227b van het Wetboek van Strafrecht;

2.

zij

in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 17 april 2012

te ’s-Gravenhage en/of Nijmegen en/of elders in Nederland

heeft deelgenomen aan een organisatie,

bestaande uit haar, verdachte, en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 4] en/of

[medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 10] en/of een of meer andere natuurlijke perso(o)n(en)

en/of

[bedrijf C2] en/of [bedrijf C1] en/of Stichting [bedrijf G] en/of [bedrijf G] B.V. en/of [bedrijf G] Holding B.V. en/of een of meer andere rechtsperso(o)n(en)

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven,

namelijk

het plegen van oplichting als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht

en/of

het plegen van valsheid in geschrift als bedoeld in artikel 225 lid 1 en lid 2 van het Wetboek van Strafrecht

en/of

het plegen van witwassen als bedoeld in artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht;

4.

zij

op een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks het jaar 2011,

te 's-Gravenhage en/of Nijmegen en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

een groot aantal, in elk geval een of meer, zorgrooster(s),

waaronder

een zorgrooster V&V April 2011

betreffende Dhr [betrokkene 13]

(bijlage D184e-5)

en/of

een zorgrooster V&V Mei 2011

betreffende Dhr [betrokkene 13]

(bijlage D184e-6)

en/of

een zorgrooster V&V Maart 2011

betreffende Mw. [betrokkene 14]

(bijlage D185e-4)

en/of

een zorgrooster V&V April 2011

betreffende Mw. [betrokkene 14]

(bijlage D185e-5)

en/of

een zorgrooster V&V April 2011

betreffende Mw. [betrokkene 15]

(bijlage D186c-3)

en/of

een zorgrooster 01-10-2011 t/m 31-10-2011

betreffende Mw. [betrokkene 15]

(bijlage D186c-5)

en/of

een zorgrooster V&V Februari 2011

betreffende Mw [betrokkene 16]

(bijlage D188d-4)

en/of

een zorgrooster V&V Mei 2011

betreffende Mw [betrokkene 16]

(bijlage D188d-7),

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen,

(telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, en/althans valselijk heeft/hebben doen en/of laten opmaken en/of doen en/of laten vervalsen door

(een) ander(en),

immers heeft/hebben verdachte en/of haar, verdachtes, mededader(s)

toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid

-zakelijk weergegeven-

op/in die zorgrooster(s)

(telkens) een te hoog aantal uren zorg en/of (een) te lange periode(n) en/of (een) onjuist(e) tijdstip(pen) (Van Tot) verleende zorg

vermeld en/of geschreven en/of opgenomen, en/althans door die ander(en) doen en/of laten vermelden en/of schrijven en/of opnemen,

en/of

die zorgrooster(s) voorzien van (een) valse hand- en/of ondertekening(en),

althans van (een) hand- en/of ondertekening(en) welke (telkens) moest(en) doorgaan voor de handtekening van de cliënt,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de hiervoor weergegeven - in de voetnoten aangeduide - bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Het onder 2 primair bewezen verklaarde levert op:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft deelgenomen aan twee verschillende criminele organisaties in de periode van 1 januari 2010 tot en met 17 april 2012. Deze criminele organisaties hebben veelvuldig documenten vervalst, zorgkantoren en het CIZ of (indirect) [zorgkantoor 1] opgelicht en aanzienlijke bedragen witgewassen. Door aldus te handelen hebben de verdachte en haar mededaders op schaamteloze wijze misbruik gemaakt van het PGB-systeem en het systeem waarbij Zorg in Natura wordt verleend. Voorts hebben de verdachte en haar mededaders misbruik gemaakt van een zeer kwetsbare en hulpbehoevende groep in de samenleving.

De fraude was mogelijk door het vertrouwen te beschamen dat de samenleving, en zorgcliënten in het bijzonder, hebben en ook moeten kunnen hebben in de zorgverlening én het vertrouwen dat van overheidswege en door de zorgkantoren wordt gesteld in een juist gebruik van de via de AWBZ beschikbare middelen. Deze personen hebben niet de zorg ontvangen die ze nodig hadden en waarop zij recht hadden. De verdachte heeft zich uitsluitend laten leiden door persoonlijk financieel gewin en zich niet bekommerd om de gevolgen van haar handelen voor anderen. Fraude met AWBZ-gelden in het algemeen, maar zeker in deze omvang, tast het fundament aan van de in het kader van de AWBZ te verlenen zorg en leidt tot ontwrichting van een zorgvuldig uitgebalanceerd en uit de publieke middelen gefinancierd systeem van zorg voor en ondersteuning van mensen die die hulp ten gevolge van bepaalde medische aandoeningen of beperkingen langdurig of blijvend nodig hebben. De beschikbare budgetten zijn niet onbeperkt en de uitputting ervan kan leiden tot wachtlijsten voor te verlenen zorg aan hen die daarop wel recht hebben. Dit is de verdachte te meer te verwijten, omdat zij zelf onderdeel is van dat systeem.

Op dergelijke feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van geruime duur.

Omvang van de fraude

Uit het onderzoek Norwood komt naar voren dat voor een bedrag van ruim € 500.000,- is gefraudeerd, zij het dat naar het oordeel van het hof daarvan een bedrag van

€ 155.128,39 niet aan de verdachte kan worden toegerekend. Dit bedrag ziet op de ‘cliënten’ van [medeverdachte 5] en niet kan worden vastgesteld dat verdachtes handelen daarbij enig relevante rol heeft gespeeld.

De FIOD heeft de in de administratie van [bedrijf C] aangetroffen facturen van ingehuurde zorgverleners vergeleken met de facturen van [bedrijf C] aan [bedrijf G]. Deze vergelijking heeft betrekking gehad op de maanden juni, juli, en oktober tot en met december 2010, het gehele jaar 2011 en de maanden januari en februari van 2012. Uit deze vergelijking volgt dat over het totaal van de hiervoor genoemde maanden het verschil tussen de facturen van de zorgverleners en de aan [bedrijf G] gedeclareerde uren 41.426 bedraagt. Voor de overige zeven maanden van 2010 (januari tot en met mei, augustus en september) en maart 2012 is deze vergelijking door de FIOD niet gemaakt, omdat de FIOD de facturen van de zorgverleners dan wel de factuur aan [bedrijf G] niet heeft aangetroffen.

Hoewel het hof uit de verklaringen van [verdachte] afleidt dat sprake is geweest van niet geregistreerde maar wel verleende zorguren, namelijk zorguren verleend door [verdachte] zelf, en ook door [medeverdachte 4] en zwartwerkers, acht het hof – evenals de rechtbank - het met name ook gezien de hierboven vermelde getuigenverklaringen onaannemelijk dat dit aantal uren groter is dan het aantal uren dat bij de berekening van de FIOD buiten beeld is gebleven wegens gebrek aan facturen. Uitgaande van een verschil van 41.426 uren en de tarieven die door [zorgkantoor 1] voor de verschillende soorten zorg werden uitgekeerd, bedraagt het door verdachte en haar medeverdachten veroorzaakte nadeel bij [zorgkantoor 1] bijna € 2.000.000,-.

Trial by media

De verdediging heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep voorts nog op het standpunt gesteld dat sprake is geweest van een “trial by media” vanwege een publicatie in het Financieel Dagblad na de inhoudelijke behandeling van de zaak, waardoor [verdachte] haar nieuwe bedrijf heeft moeten stopzetten, hetgeen tot strafvermindering zou moeten leiden.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Allereerst heeft de verdediging niet onderbouwd dàt (en zo ja per wanneer) [verdachte] haar bedrijf heeft opgeheven (bijvoorbeeld met een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel). Voorts is niet onderbouwd dat er een causaal verband is geweest tussen het stopzetten van het nieuwe bedrijf van [verdachte] en het krantenartikel over de onderhavige zaak. Het is het hof meer in het bijzonder niet gebleken dat eventueel door [verdachte] ondervonden tegenslagen bij het oprichten en uitbaten van een nieuw zorgbureau niet vooral het gevolg zijn (geweest) van de (in het openbaar uitgesproken) strafrechtelijke veroordeling van [verdachte], hetgeen op zichzelf geen reden tot strafvermindering kan vormen. Aan het betoog van de verdediging wordt dan ook voorbij gegaan.

Het hof heeft verder acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 7 juni 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.

Voorts heeft het hof acht geslagen op het tijdsverloop in deze zaak. Het hof overweegt dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: redelijke termijn) in eerste aanleg in beginsel met 8 maanden is overschreden. Het verrichte onderzoek is evenwel zeer omvangrijk en zeer complex geweest en de rechter-commissaris heeft naar aanleiding van de verzoeken namens de verdachte en haar medeverdachten veel getuigen gehoord. Naar het oordeel van het hof maken deze bijzondere omstandigheden dat in dit geval geen sprake is van een tot strafmaat-vermindering aanleiding gevende overschrijding van de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg. Het hof stelt evenwel vast dat bij de berechting in hoger beroep de redelijke termijn met 8,5 maand is overschreden. Het hof zal deze overschrijding verdisconteren in de strafmaat.

Alles afwegende is het hof van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden in beginsel een passende en geboden reactie vormt. Gelet echter op de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep zal het hof in plaats van de hiervoor overwogen gevangenisstraf, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 34 maanden opleggen. Het hof realiseert zich dat het opleggen van deze straf, zeker nu de partner van de verdachte in deze zaak ook tot een langdurige gevangenisstraf wordt veroordeeld, ingrijpende gevolgen heeft voor de vier minderjarige kinderen – onder wie hun zieke dochter – die van de zorg van de verdachte en haar partner afhankelijk zijn. In hetgeen door en namens de verdachte is aangevoerd omtrent haar persoonlijke omstandigheden ziet het hof evenwel geen mogelijkheid om tot een andere strafoplegging te komen. De ernst en de omvang van de bewezen verklaarde feiten laten dat niet toe.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij zorgkantoor 1]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij zorgkantoor 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 2.110.164,02.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof levert de behandeling van de vordering van de benadeelde partij een onevenredige belasting van het strafgeding op. De omvang van de schade kan op dit moment immers niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld gezien de omstandigheid dat in het onderzoek Norwood reeds terugbetalingen/aflossingen (door medeplegers) plaatsvinden en in het onderzoek Budget ook een civiele procedure aanhangig is gemaakt. Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 47, 57, 140 en 225 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair, 2 primair en 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 34 (vierendertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij zorgkantoor 1] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit arrest is gewezen door mr. H.C. Plugge,

mr. A.E.A.M. van Waesberghe en mr. E. van Die, in bijzijn van de griffier mr. L.A.M. Karels.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 15 september 2017.

[in het arrest zijn voetnoten opgenomen waarin de aanduidingen en vindplaatsen van de gebezigde bewijsmiddelen zijn opgenomen]

Bijlage

Tenlastelegging (voor zover nog aan de orde in hoger beroep).

Feit 1.

(onderzoek Norwood)

zij

in of omstreeks de periode van 1 april 2010 tot en met 17 april 2012

te ’s-Gravenhage en/of elders in Nederland

heeft deelgenomen aan een organisatie,

bestaande uit haar, verdachte, en/of [medeverdachte 3] en/of

[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 4] en/of een of meer andere (natuurlijke) perso(o)n(en)

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven,

namelijk

het plegen van oplichting als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht

en/of

het plegen van valsheid in geschrift als bedoeld in artikel 225 lid 1 en lid 2 van het Wetboek van Strafrecht

en/of

het plegen van witwassen als bedoeld in artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht

en/of

het opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, als bedoeld in artikel 227b van het Wetboek van Strafrecht;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij

op een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 16 juni 2010 tot en met 4 juni 2012,

te 's-Gravenhage en/of Rijswijk en/of Tilburg en/of Driebergen-Rijsenburg

en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels,

--het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

heeft bewogen tot de afgifte van een of meer indicatiebesluit(en) in het

kader van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten op naam van/ten behoeve

van

[betrokkene 1] en/of [betrokkene 11] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of

[betrokkene 4] en/of [betrokkene 5]

hebbende zij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

(telkens) met vorenomschreven oogmerk

- zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

in het bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) in gebruik zijnde

administratieve systeem en/of bedrijfsprocessensysteem,

het zogenaamde GINO-systeem,

-al dan niet met gebruikmaking van (een) inlogna(a)m(en) en/of (een)

wachtwoord(en) van (een) medewerk(st)er(s) van Centrum Indicatiestelling

Zorg (CIZ) en/of door het aannemen van de rol van screener en/of

indicatiesteller en/of door het zichzelf in dat GINO-systeem en/of in

nagenoemde dossier(s) (buiten diens bevoegdheid) te benoemen tot

indicatiesteller-

(een) (cliënt)dossier(s) aangemaakt ten name van [betrokkene 1] en/of

[betrokkene 11] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4]

en/of [betrokkene 5]

en/of

ten aanzien van die vorengenoemde cliënten/perso(o)n(en) (onder meer)

-in strijd met de waarheid-

(een) ziektebeeld(en) en/of (een) ziektebiografie(ën) in dat systeem en/of

dat/die dossier(s) ingebracht en/of vermeld,

te weten

ten aanzien van [betrokkene 1] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Vergevorderde MS ADL afhankelijk, hulp nodig bij wassen, toiletgang,

kleden, medicatie toediening, diabetes, insuline"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 11] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch

hersenletsel op 4 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon

incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in

2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische

bronchitis en schildklierproblemen Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 2] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Mw is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch

hersenletsel op 40 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon

incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in

2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische

bronchitis en schildklierproblemen Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 3] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch

hersenletsel op 4 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon

incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in

2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische

bronchitis en schildklierproblemen Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 4] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Dhr is bekend met polio vanaf zijn tweede jaar. Tevens een scoliose in rug

DM en hoge RR vaatklachten"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 5] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Zeer progressieve MS verslechterd soms per week kan niets meer zonder hulp

geen zelfredzaamheid diabetes"

en/of

(telkens) in dat systeem en/of dat/die dossier(s) ten aanzien van

bovengenoemde perso(o)n(en) ingebracht en/of vermeld en/of opgenomen

als/bij "Gevraagde functies"

PV (Persoonlijke verzorging) en/of VP (Verpleging) en/of BG-INF (Begeleiding

individueel)

en/of

(een) (andere) bewerking(en) (toevoegingen en/of wijzigingen) in dat/die

dossier(s) van bovengenoemde perso(o)n(en) ten behoeve van de

indicatieprocedure en/of totstandkoming van het indicatiebesluit ingebracht

en/of vermeld en/of opgenomen,

waardoor (telkens) het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

werd bewogen tot de afgifte van bovenbedoeld(e) indicatiebesluit(en) en/of

goed(eren),

en/of

(vervolgens)

(na afgifte van het/de -ten onrechte afgegeven- indicatiebesluit(en))

--het [zorgkantoor 3] en/of [benadeelde partij zorgkantoor 1] en/of [zorgkantoor 1A]

en/of [zorgkantoor 2] en/of [zorgkantoor 4], in elk geval één of meer zorgkanto(o)r(en),

heeft bewogen tot de afgifte van (totaal) euro 367.099,08, in elk geval een of meer (maandelijkse) geldbedrag(en),

te weten een of meer geldbedrag(en) in het kader van de Algemene Wet

Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en/of de Persoonsgebonden Budget (PGB) op

naam van/ten behoeve van

[betrokkene 1] en/of [betrokkene 11] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of

[betrokkene 4] en/of [betrokkene 5], in elk geval een of meer geldbedrag(en),

en/of

van (een) (gewijzigde) toekenningsbeschikking(en),

hebbende zij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

(telkens) met vorenomschreven oogmerk

- zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

met betrekking tot een of meer van vorengenoemde perso(o)n(en) en/of

budgethouder(s)

(telkens) een "Overeenkomst Zorglevering" en/of een "Overeenkomst PGB"

gesloten en/of opgemaakt en/of gezonden en/of doen toekomen aan genoemd(e)

zorgkanto(o)r(en)

en/of

aan genoemd(e) zorgkanto(o)r(en) op naam van een of meer van vorengenoemde

perso(o)n(en) en/of budgethouder(s) (een) zogenaamd(e)

"verantwoordingsformulier(en) PGB" en/of "declaratieformulier(en) PGB"

gezonden en/of doen toekomen waarop (onder meer) was vermeld en/of opgenomen

en/of aangekruist (met betrekking tot de periode waarop dat/die

formulier(en) van toepassing was/waren) het bedrag dat die perso(o)n(en)

en/of budgethouder(s) in totaal aan zijn/haar zorgverlener(s) betaald

heeft/hebben en/of de na(a)m(en) van de zorgverlener(s) en/of de soort

hulpverlening

en/of

(een) bankrekening(en) geopend en/of doen en/of laten openen op naam van

[betrokkene 1] en/of [betrokkene 11] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of

[betrokkene 4] en/of [betrokkene 5],

waardoor (telkens) het [zorgkantoor 3] en/of [benadeelde partij zorgkantoor 1]

en/of [zorgkantoor 1A] en/of [zorgkantoor 2] en/of [zorgkantoor 4], in elk geval één of meer

zorgkanto(o)r(en),

werd(en) bewogen tot de afgifte van bovenbedoeld(e) geldbedrag(en) en/of

toekenningsbeschikking(en) en/of goed(eren);

meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of

een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij

-al dan niet handelend onder de handelsnaam (eenmanszaak)

[bedrijf C3]-

in of omstreeks de periode van 3 juli 2010 tot en met 17 april 2012,

te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

A.

13, in elk geval een of meer, factu(u)r(en) op naam van [bedrijf C3]

gericht aan mw. [betrokkene 1]

betreft "Declaratie uren PGB"

(met een totaal factuurbedrag van euro 48.602.25)

(bijlage(n) DOC/009-01 t/m DOC/009-07 en/of

DOC/009-10 t/m DOC/009-15);

en/of

B.

3, in elk geval een of meer, factu(u)r(en) op naam van [bedrijf C3]

gericht aan mw. [betrokkene 5]

betreft "Declaratie uren PGB"

(met een totaal factuurbedrag van euro 11.161)

(bijlage(n) DOC/003-67 t/m DOC/003-69);

en/of

C.

10, in elk geval een of meer, factu(u)r(en) op naam van [bedrijf C3]

gericht aan Dhr. [betrokkene 4]

betreft "Declaratie uren PGB"

(met een totaal factuurbedrag van euro 38.175,50)

(bijlage(n) DOC/003-251 t/m DOC/003-257 en/of

DOC/003-260 t/m DOC/003-262);

en/of

D.

13, in elk geval een of meer, factu(u)r(en) op naam van [bedrijf C3]

gericht aan Mw. [betrokkene 2]

betreft "Declaratie uren PGB"

(met een totaal factuurbedrag van euro 48.602,25)

(bijlage(n) DOC/008-01 t/m DOC/008-07 en/of

DOC/008-10 t/m DOC/008-15);

en/of

E.

6, in elk geval een of meer, factu(u)r(en) op naam van [bedrijf C3]

gericht aan Mw. [betrokkene 3]

betreft "Declaratie uren PGB"

(met een totaal factuurbedrag van euro 21.703,25)

(bijlage(n) DOC/007-12 t/m DOC/007-17);

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs

van enig feit te dienen,

(telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, en/althans valselijk

heeft/hebben doen en/of laten opmaken en/of doen en/of laten vervalsen door

(een) ander(en),

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s)

toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid

-zakelijk weergegeven-

==in die factu(u)r(en) voorgedaan dat door de eenmanszaak [bedrijf C3] en/of

[verdachte] (een) dienst(en) (levering van zorg in het kader van

Persoonsgebonden Budget) was/waren verricht voor

[betrokkene 1] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 2]

en/of [betrokkene 3]

en/of

==in die onder A. en/of B. en/of C. en/of D. en/of E. genoemde factu(u)r(en)

uren (geleverde zorg in het kader van Persoonsgebonden Budget) aan PV

(Persoonlijke verzorging) en/of VP (Verpleging) en/of BG (Begeleiding

individueel) ten behoeve van die [betrokkene 1] en/of [betrokkene 5]

en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3]

vermeld en/of geschreven en/of opgenomen, en/althans door die ander(en) doen

en/of laten vermelden en/of schrijven en/of opnemen,

terwijl in werkelijkheid -al dan niet door en/of namens [bedrijf C3]- in

het geheel geen (uren) zorg (in het kader van Persoonsgebonden Budget) aan

genoemde perso(o)n(en) was geleverd, althans minder uren zorg (in het kader

van Persoonsgebonden Budget) aan genoemde perso(o)n(en) was geleverd,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

meest subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of

een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij

op een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 1 april 2010 tot en met 17 april 2012,

te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans,

(telkens) geschriften (bedrijfsadministratie(s)) die bestemd zijn om tot bewijs

van enig feit te dienen,

(telkens) opzettelijk valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of valselijk

heeft doen opmaken en/of doen vervalsen,

hebbende zij, verdachte, en/of haar mededader(s)

toen daar

(telkens) opzettelijk

in haar, verdachtes, bedrijfsadministratie en/of de bedrijfsadministratie van

de eenmanszaak [bedrijf C3],

zijnde (telkens) een samenstel van geschriften bestemd om tot bewijs van het

daarin vermelde te dienen,

(telkens)

(1A.)

13, in elk geval een of meer, valse en/of vervalste factu(u)r(en) op naam van

[bedrijf C3]

gericht aan mw. [betrokkene 1]

betreft "Declaratie uren PGB"

(met een totaal factuurbedrag van euro 48.602.25)

(bijlage(n) DOC/009-01 t/m DOC/009-07 en/of

DOC/009-10 t/m DOC/009-15);

en/of

(1B.)

3, in elk geval een of meer, valse en/of vervalste factu(u)r(en) op naam van

[bedrijf C3]

gericht aan mw. [betrokkene 5]

betreft "Declaratie uren PGB"

(met een totaal factuurbedrag van euro 11.161)

(bijlage(n) DOC/003-67 t/m DOC/003-69);

en/of

(1C.)

10, in elk geval een of meer, valse en/of vervalste factu(u)r(en) op naam van

[bedrijf C3]

gericht aan Dhr. [betrokkene 4]

betreft "Declaratie uren PGB"

(met een totaal factuurbedrag van euro 38.175,50)

(bijlage(n) DOC/003-251 t/m DOC/003-257 en/of

DOC/003-260 t/m DOC/003-262);

en/of

(1D.)

13, in elk geval een of meer, valse en/of vervalste factu(u)r(en) op naam van

[bedrijf C3]

gericht aan Mw. [betrokkene 2]

betreft "Declaratie uren PGB"

(met een totaal factuurbedrag van euro 48.602,25)

(bijlage(n) DOC/008-01 t/m DOC/008-07 en/of

DOC/008-10 t/m DOC/008-15);

en/of

(1E.)

6, in elk geval een of meer, valse en/of vervalste factu(u)r(en) op naam van

[bedrijf C3]

gericht aan Mw. [betrokkene 3]

betreft "Declaratie uren PGB"

(met een totaal factuurbedrag van euro 21.703,25)

(bijlage(n) DOC/007-12 t/m DOC/007-17);

(telkens) (digitaal) opgenomen en/of geboekt en/of verwerkt en/of doen opnemen

en/of doen boeken en/of doen verwerken door (een) ander(en),

bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) met betrekking tot die onder

1A. en/of 1B. en/of 1C. en/of 1D. en/of 1E. genoemde factu(u)r(en) (telkens)

hierin

dat in die factu(u)r(en) -in strijd met de waarheid-

==werd voorgedaan dat door de eenmanszaak [bedrijf C3] en/of zij, verdachte,

(een) dienst(en) (levering van zorg in het kader van Persoonsgebonden

Budget) was/waren verricht voor

[betrokkene 1] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 4] en/of

[betrokkene 2] en/of [betrokkene 3]

en/of

==in/op die onder 1A. en/of 1B. en/of 1C. en/of 1D. en/of 1E. genoemde

factu(u)r(en)

uren, en/althans een te hoog aantal uren, (geleverde zorg in het kader van

Persoonsgebonden Budget) aan PV (Persoonlijke verzorging) en/of VP

(Verpleging) en/of BG (Begeleiding individueel) ten behoeve van die

[betrokkene 1] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 4] en/of

[betrokkene 2] en/of [betrokkene 3]

was/waren vermeld en/of geschreven en/of opgenomen,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die (samenstel(len) van) geschrift(en)

als echt en onvervalst te gebruiken en/of door ander(en) te doen gebruiken;

Feit 2.

(onderzoek Budget)

zij

in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 17 april 2012

te ’s-Gravenhage en/of Nijmegen en/of elders in Nederland

heeft deelgenomen aan een organisatie,

bestaande uit haar, verdachte, en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 4] en/of

[medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 10] en/of een of meer andere natuurlijke perso(o)n(en)

en/of

[bedrijf C2] en/of [bedrijf C1] en/of [bedrijf G] en/of [bedrijf G] B.V. en/of [bedrijf G] Holding B.V. en/of een of meer andere rechtsperso(o)n(en)

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven,

namelijk

het plegen van oplichting als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht

en/of

het plegen van valsheid in geschrift als bedoeld in artikel 225 lid 1 en lid 2 van het Wetboek van Strafrecht

en/of

het plegen van witwassen als bedoeld in artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij

op een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 17 april 2012,

te Nijmegen en/of 's-Gravenhage en/of Breda en/of Tilburg en/of elders in

Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels,

het [zorgkantoor 3] en/of [zorgkantoor 1A] en/of [zorgkantoor 1A] B.V.

en/of de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA) en/of het Centraal Administratie

Kantoor (CAK)

heeft bewogen tot de afgifte van

(totaal) euro 1.985.576,52, althans euro 1.035.650,--, in elk geval een of

meer (maandelijkse (voorschot)) geldbedrag(en), te weten een of meer

geldbedrag(en) in het kader van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)

en/of Zorg In Natura (ZIN), in elk geval een of meer geldbedrag(en),

hebbende zij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

(telkens) met vorenomschreven oogmerk

- zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

zich ([bedrijf G]) in de/het ja(a)r(en) 2010 en/of 2011 en/of 2012

ingeschreven op de inkoopprocedure van [benadeelde partij zorgkantoor 1]

(bestaande die inschrijving onder meer uit een bestuursverklaring, in welke

bestuursverklaring(en) geen mededeling werd gedaan van doorcontractering van

productie aan (een) onderaannemer(s))

en/of

aan [benadeelde partij zorgkantoor 1] regio Haaglanden als correspondentieadres van de

zorgaanbieder [bedrijf G] aangegeven [adres bedrijf G]

(AH/091 Regus Overeenkomst "Virtual Office")

en/of

in overleg(gen) met (medewerk(st)er(s) van) [zorgkantoor 1A] B.V. mededeling

gedaan dat met [bedrijf H] en/of [bedrijf C3] een franchise overeenkomst was

gesloten en/of dat geen sprake was van onderaanneming door [bedrijf H] en/of

[bedrijf C3]

(bijlage D-148)

en/of

(jaarlijks) produktieafspraken en/of budgetafspraken gemaakt met ((een)

medewerk(st)er(s) van [zorgkantoor 1A] en/of (produktie)cijfers aangeleverd

voor de vaststelling van en/of nacalculatie van de/het voorschot(ten) en/of

het budget(ten) en/of prijs/prijzen

en/of

een formulier Budget 2011 AWBZ-zorgaanbieders (gedateerd 11-10-2010)

ingevuld en/of doen invullen en/of hierop/hierin (onder meer) als bedrag

"Totaal beslag op contracteerruimten 2011" euro 1.343.242 opgenomen en/of

doen opnemen en/of (vervolgens) ingediend en/of doen indienen bij het

[zorgkantoor 3] en/of de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA)

(bijlage D/154)

en/of

een formulier Herschikking Budget 2010 AWBZ-zorgaanbieders (gedateerd

15-10-2010) en/of een formulier Herschikking Budget 2010 Extramuraal

ingevuld en/of doen invullen en/of hierop/hierin (onder meer) als bedrag(en)

"Totaal beslag op contracteerruimten 2010" en/of "Totaal prestaties

Persoonlijke verzorging t/m behandeling" euro 1.841.282 opgenomen en/of doen

opnemen en/of (vervolgens) ingediend bij het [zorgkantoor 3] en/of de

Nederlandse Zorgautoriteit (NZA)

(bijlage(n) D/156-1, D/156-2)

en/of

in de "Bestuursverklaring sector verpleging & verzorging ten behoeve van de

zorginkoop AWBZ 2012" verklaart dat geen sprake was van onderaannemersschap

bij zorgaanbieder [bedrijf G] en/of verzwegen dat sprake was van

onderaannemersschap bij zorgaanbieder [bedrijf G]

en/of

een formulier Budget 2012 AWBZ-zorgaanbieders (gedateerd 18-10-2011) en/of een

formulier Budget 2012 Extramuraal

ingevuld en/of doen invullen en/of hierop/hierin (onder meer) als bedrag(en)

"Afspraken ten laste van de niet-geoormerkte contracteerruimte" en/of "Totaal

prestaties Persoonlijke verzorging t/m behandeling" euro 3.013.276 opgenomen

en/of doen opnemen en/of (vervolgens) ingediend bij het Zorgkantoor

Haaglanden en/of de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA)

(bijlage D/155-1, D/155-2)

en/of

een formulier Herschikking Budget 2011 AWBZ-zorgaanbieders (gedateerd

18-10-2011) en/of een formulier Herschikking 2011 Extramuraal en/of

hierop/hierin (onder meer) als bedrag(en) "Totaal beslag op contracteerruimten

2011" en/of "Totaal prestaties Persoonlijke verzorging t/m behandeling" euro

3.709.201 opgenomen en/of doen opnemen en/of (vervolgens) ingediend en/of doen

indienen bij het [zorgkantoor 3] en/of de Nederlandse Zorgautoriteit

(NZA)

(bijlage(n) D/157-1, D/157-2),

waardoor (telkens) het [zorgkantoor 3] en/of [zorgkantoor 1A] en/of [zorgkantoor 1A]B.V.

en/of de Nederlandse Zorgautoriteit (NZA) en/of het Centraal

Administratie Kantoor (CAK)

werd(en) bewogen tot de afgifte van bovenbedoeld(e) goed(eren) en/of

geldbedrag(en);

meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of

een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij

op een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 17 april 2012,

te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met de rechtspersoon [bedrijf C2] (vanaf 21

juli 2011) en/of (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

een grote hoeveelheid facturen

op naam van [bedrijf C3] gericht aan [bedrijf G] en/of

op naam van [bedrijf C2] gericht aan [bedrijf G] en/of

op naam van [bedrijf C3] gericht aan [bedrijf H]

(op/aan de hand van welke facturen verleende zorg in het kader Zorg In

Natura en/of zorgkosten in het kader van de Algemene Wet Bijzondere

Ziektekosten werden gedeclareerd/gefactureerd)

(waaronder)

A.

17, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C3] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Dhr [betrokkene 13]"

(bijlage(n) D-184f-1 t/m D/184f-17)

en/of

B.

2, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C3] gericht aan [bedrijf H]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 14]"

(bijlage(n) D-185f-1 t/m D/185f-2)

en/of

17, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C3] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 14]"

(bijlage(n) D-185f-3 t/m D/185f-19, D-052 1/7, D-055 1/7)

en/of

2, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C2] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 14]"

(bijlage(n) D-185f-20 t/m D/185f-21)

en/of

C.

7, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C3] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 15]"

(bijlage(n) D-186d-1 t/m D/186d-7)

en/of

3, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C2] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 15]"

(bijlage(n) D-186d-8 t/m D/186d-10)

D.

7, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C3] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 18]"

(bijlage(n) D-187e 1/10 t/m D/187e 7/10)

en/of

3, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C2] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 18]"

(bijlage(n) D-187e 8/10 t/m D/187e 10/10)

en/of

E.

13, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C3] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 16]"

(bijlage(n) D-188e-1 t/m D/188-e13)

en/of

3, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C2] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 16]"

(bijlage(n) D-188e-14 t/m D/188e-16)

en/of

F.

3, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C3] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 19]"

(bijlage(n) D-189e 1/4 t/m D/189e 3/4)

en/of

1, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C2] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 19]"

(bijlage D-189e 4/4)

en/of

G.

18, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C3] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 20]"

(bijlage(n) D-190e-1 t/m D/190e-18)

en/of

3, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C2] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 20]"

(bijlage(n) D-190e-19 t/m D/190e-21)

en/of

H.

1, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C3] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 21]"

(bijlage D-53 1/7)

en/of

I.

1, in elk geval een of meer, factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C3] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 22]"

(bijlage D-54 1/5),

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs

van enig feit te dienen,

(telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, en/althans valselijk

heeft/hebben doen en/of laten opmaken en/of doen en/of laten vervalsen door

(een) ander(en),

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s)

toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid

-zakelijk weergegeven-

in/op die factu(u)r(en) (een) te ho(o)g(e) aantal(len) uren en/of

(een) te ho(o)g(e) (factuur)bedrag(en)

vermeld en/of geschreven en/of opgenomen, en/althans door die ander(en) doen

en/of laten vermelden en/of schrijven en/of opnemen,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

meest subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of

een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij

op een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 1 januari 2010 tot en met 17 april 2012,

te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans,

(telkens) geschriften (bedrijfsadministratie(s)) die bestemd zijn om tot bewijs

van enig feit te dienen,

(telkens) opzettelijk valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of valselijk

heeft doen opmaken en/of doen vervalsen,

hebbende zij, verdachte, en/of haar mededader(s)

toen daar

(telkens) opzettelijk

(1)

in haar, verdachtes, bedrijfsadministratie en/of

de bedrijfsadministratie van de eenmanszaak [bedrijf C3],

zijnde (telkens) een samenstel van geschriften bestemd om tot bewijs van het

daarin vermelde te dienen,

(telkens)

(1A.)

17, in elk geval een of meer, valse en/of vervalste factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C3] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "[betrokkene 13]"

(bijlage(n) D-184f-1 t/m D/184f-17)

en/of

(1B.)

2, in elk geval een of meer, valse en/of vervalste factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C3] gericht aan [bedrijf H]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 14]"

(bijlage(n) D-185f-1 t/m D/185f-2)

en/of

17, in elk geval een of meer, valse en/of vervalste factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C3] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 14]"

(bijlage(n) D-185f-3 t/m D/185f-19, D-052, D-055 1/7)

en/of

(1C.)

7, in elk geval een of meer, valse en/of vervalste factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C3] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 15]"

(bijlage(n) D-186d-1 t/m D/186d-7)

en/of

(1D.)

7, in elk geval een of meer, valse en/of vervalste factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C3] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 18]"

(bijlage(n) D-187e 1/10 t/m D/187e 7/10)

en/of

(1E.)

13, in elk geval een of meer, valse en/of vervalste factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C3] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 16]"

(bijlage(n) D-188e-1 t/m D/188-e13)

en/of

(1F.)

3, in elk geval een of meer, valse en/of vervalste factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C3] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 19]"

(bijlage(n) D-189e 1/4 t/m D/189e 3/4)

en/of

1G.

18, in elk geval een of meer, valse en/of vervalste factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C3] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 20]"

(bijlage(n) D-190e-1 t/m D/190e-18)

en/of

1H.

1, in elk geval een of meer, valse en/of vervalste factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C3] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 21]"

(bijlage D-53 1/7)

en/of

1I.

1, in elk geval een of meer, valse en/of vervalste factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C3] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 22]"

(bijlage D-54 1/5)

en/of

(2)

in de bedrijfsadministratie van [bedrijf C2] (vanaf 21 juli 2011),

zijnde (telkens) een samenstel van geschriften bestemd om tot bewijs van het

daarin vermelde te dienen,

(2B.)

2, in elk geval een of meer, valse en/of vervalste factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C2] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 14]"

(bijlage(n) D-185f-20 t/m D/185f-21)

en/of

(2C.)

3, in elk geval een of meer, valse en/of vervalste factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C2] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 15]"

(bijlage(n) D-186d-8 t/m D/186d-10)

en/of

(2D.)

3, in elk geval een of meer, valse en/of vervalste factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C2] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 18]"

(bijlage(n) D-187e 8/10 t/m D/187e 10/10)

en/of

(2E.)

3, in elk geval een of meer, valse en/of vervalste factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C2] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 16]"

(bijlage(n) D-188e-14 t/m D/188e-16)

en/of

(2F.)

1, in elk geval een of meer, valse en/of vervalste factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C2] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "[betrokkene 19]"

(bijlage D-189e 4/4)

en/of

(2G.)

3, in elk geval een of meer, valse en/of vervalste factu(u)r(en)

op naam van [bedrijf C2] gericht aan [bedrijf G]

betreffende "declaratie uren" cliënt "Mw. [betrokkene 20]"

(bijlage(n) D-190e-19 t/m D/190e-21)

(telkens) (digitaal) opgenomen en/of geboekt en/of verwerkt en/of doen opnemen

en/of doen boeken en/of doen verwerken door (een) ander(en),

bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) met betrekking tot die onder

1A. en/of 1B. en/of 1C. en/of 1D. en/of 1E. en/of 1F. en/of 1G. en/of 1H.

en/of 1I. genoemde factu(u)r(en) (telkens) hierin

dat in/op die factu(u)r(en) -in strijd met de waarheid-

(een) te ho(o)g(e) aantal(len) uren en/of (een) te ho(o)g(e)

(factuur)bedrag(en)

was/waren vermeld en/of geschreven en/of opgenomen,

en/of

bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) met betrekking tot die onder

2B. en/of 2C. en/of 2D. en/of 2E. en/of 2F. en/of 2G. genoemde factu(u)r(en)

(telkens) hierin

dat in/op die factu(u)r(en) -in strijd met de waarheid-

(een) te ho(o)g(e) aantal(len) uren en/of (een) te ho(o)g(e)

(factuur)bedrag(en)

was/waren vermeld en/of geschreven en/of opgenomen,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die (samenstel(len) van) geschrift(en)

als echt en onvervalst te gebruiken en/of door ander(en) te doen gebruiken;

4.

(onderzoek Budget)

zij

op een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks het jaar 2011,

te 's-Gravenhage en/of Nijmegen en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

een groot aantal, in elk geval een of meer, zorgrooster(s),

waaronder

een zorgrooster V&V April 2011

betreffende Dhr [betrokkene 13]

(bijlage D184e-5)

en/of

een zorgrooster V&V Mei 2011

betreffende Dhr [betrokkene 13]

(bijlage D184e-6)

en/of

een zorgrooster V&V Maart 2011

betreffende Mw. [betrokkene 14]

(bijlage D185e-4)

en/of

een zorgrooster V&V April 2011

betreffende Mw. [betrokkene 14]

(bijlage D185e-5)

en/of

een zorgrooster V&V April 2011

betreffende Mw. [betrokkene 15]

(bijlage D186c-3)

en/of

een zorgrooster 01-10-2011 t/m 31-10-2011

betreffende Mw. [betrokkene 15]

(bijlage D186c-5)

en/of

een zorgrooster V&V Februari 2011

betreffende Mw [betrokkene 16]

(bijlage D188d-4)

en/of

een zorgrooster V&V Mei 2011

betreffende Mw [betrokkene 16]

(bijlage D188d-7),

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs

van enig feit te dienen,

(telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, en/althans valselijk

heeft/hebben doen en/of laten opmaken en/of doen en/of laten vervalsen door

(een) ander(en),

immers heeft/hebben verdachte en/of haar, verdachtes, mededader(s)

toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid

-zakelijk weergegeven-

op/in die zorgrooster(s)

(telkens) een te hoog aantal uren zorg en/of (een) te lange periode(n) en/of

(een) onjuist(e) tijdstip(pen) (Van Tot) verleende zorg

vermeld en/of geschreven en/of opgenomen, en/althans door die ander(en) doen

en/of laten vermelden en/of schrijven en/of opnemen,

en/of

die zorgrooster(s) voorzien van (een) valse hand- en/of ondertekening(en),

althans van (een) hand- en/of ondertekening(en) welke (telkens) moest(en)

doorgaan voor de handtekening van de cliënt,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;