Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2017:2648

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
15-09-2017
Datum publicatie
15-09-2017
Zaaknummer
22-005538-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artt. 68, 69 AWR en 57, 140 en 177 Sr. Omvangrijke fraude met Persoons Gebonden Budgetten (PGB’s). Deelneming aan een criminele organisatie. Omkoping van een ambtenaar. Belastingfraude. Verkrijgen van valse indicatiestellingen waarvoor niet geleverde zorguren zijn gedeclareerd. Het oogmerk van de organisatie was gericht op het verkrijgen van persoonlijk financieel gewin door middel van het plegen van verschillende misdrijven, te weten de oplichting van het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg) en de betrokken zorgkantoren, valsheid in geschrift in relatie tot het CIZ en die zorgkantoren en het witwassen van de PGB-gelden die uit de oplichting en/of valsheid in geschrift waren verkregen. Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden, met aftrek van voorarrest. Benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

PROMIS

Rolnummer: 22-005538-14

Parketnummer: 09-997119-12

Datum uitspraak: 15 september 2017

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 15 december 2014 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1978,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 20, 22 en 23 juni en 1 september 2017.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder

1. primair, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts is in eerste aanleg de benadeelde partij [benadeelde partij zorgkantoor 1] niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – kort samengevat – het volgende ten laste gelegd:

in onderzoek Norwood:

1

primair:

dat hij in de periode van 1 april 2010 tot en met

17 april 2012 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, bestaande uit onder meer de verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4], welke organisatie het oogmerk had op het plegen van de volgende misdrijven: oplichting, valsheid in geschrift, witwassen en het opzettelijk nalaten de benodigde gegevens te verstrekken als bedoeld in artikel 227b van het Wetboek van Strafrecht;

subsidiair:

dat hij in de periode van 16 juni 2010 tot en met 4 juni 2012 tezamen en in vereniging het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en zorgkantoren heeft opgelicht;

meer subsidiair:

dat hij in de periode van 3 juli 2010 tot en met 17 april 2012 tezamen en in vereniging facturen heeft vervalst en/of dat hij in de periode van 16 juni 2010 tot en met

1 juni 2011 tezamen en in vereniging digitale cliëntdossiers heeft vervalst;

2

primair:

dat hij in de periode van 16 juni 2010 tot en met 1 juni 2011 een ambtenaar heeft omgekocht waardoor die ambtenaar in strijd met zijn plicht heeft gehandeld;

subsidiair:

dat hij in de periode van 16 juni 2010 tot en met 1 juni 2011 een ambtenaar heeft omgekocht zonder dat die ambtenaar in strijd met zijn plicht heeft gehandeld;

in onderzoek Concibo

3

dat hij in de periode van 28 maart 2006 tot en met

29 april 2010 onjuiste belastingaangiften voor de omzetbelasting heeft gedaan hetgeen ertoe strekte dat er te weinig belasting werd geheven;

4

dat hij omstreeks 25 juni 2010 valse bescheiden aan de belastinginspecteur ter beschikking heeft gesteld hetgeen ertoe strekte dat er te weinig belasting werd geheven.

De volledige tenlastelegging is als bijlage bij dit arrest gevoegd.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, met aanvulling van de bewijsmiddelen.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewijsoverwegingen

Onderzoek Norwood

Het hof kan zich grotendeels vinden in de overwegingen van de rechtbank en het neemt deze dan ook onder aanbrenging van enkele correcties en aanvullingen over op de wijze als hierna vermeld.

Algemeen

In het onderzoek Norwood is jegens verschillende personen de verdenking ontstaan dat zij betrokken zijn geweest bij fraude met Persoons Gebonden Budgetten (PGB’s).

Het PGB is een voorziening uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) waarmee een verzekerde die vanwege ziekte, handicap of ouderdom zorg nodig heeft, deze zelf kan inkopen bij (bijvoorbeeld) een zorgbureau. Om een PGB te krijgen is een indicatie nodig. Deze indicatie moet worden aangevraagd bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ).

Indien de indicatieaanvraag is goedgekeurd, geeft het CIZ een indicatiebesluit af waarin op basis van de toegekende indicatie de zorgbehoefte wordt vermeld, te weten het aantal toegekende uren, de klasse en het type zorg. De zorgaanvrager kan op basis van een dergelijk indicatiebesluit een PGB aanvragen bij een zorgkantoor. Het zorgkantoor gaat vervolgens over tot uitbetaling van het toegekende PGB, in beginsel op een daarvoor speciaal bestemde bankrekening op naam van de zorgaanvrager.

De zorgaanvrager, inmiddels budgethouder, sluit een zorgovereenkomst af met personen of bedrijven die vervolgens zorg leveren en die worden betaald uit het PGB. De budgethouder is zelf verantwoordelijk voor de verantwoording van de zorg aan het zorgkantoor. Het PGB wordt in dat geval verantwoord door middel van periodieke verantwoordingsformulieren die met nota’s ondersteund worden. Het zorgkantoor is bevoegd te controleren of het PGB aan zorg is besteed en om in dit verband de onderliggende overeenkomsten en declaraties op te vragen bij de budgethouder.

Verdenking

In het onderzoek Norwood is de verdenking gerezen dat valselijk en op onjuiste gronden voor twaalf personen een indicatie bij het CIZ is aangevraagd. Met de verkregen indicatiebesluiten zouden in een aantal gevallen ten onrechte PGB’s zijn aangevraagd en door de zorgkantoren zijn uitgekeerd. De besteding van de PGB’s zou vervolgens zijn verantwoord met daartoe valselijk opgemaakte facturen, zorgovereenkomsten en (verantwoordings- c.q. declaratie-)formulieren. De verdenking richt zich in dit verband tegen de volgende personen: [medeverdachte 6] (hierna: [medeverdachte 6]), [verdachte] (hierna: [verdachte]), [medeverdachte 5] (hierna: [medeverdachte 5]), [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3]),

[medeverdachte 1] (roepnaam: [roepnaam medeverdachte 1]) (hierna: [medeverdachte 1]), [medeverdachte 4] (hierna: [medeverdachte 4]) en [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2]).

[verdachte] wordt er onder 1 primair van verdacht dat hij heeft deelgenomen aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht, welke organisatie het plegen van verschillende misdrijven tot oogmerk had, te weten oplichting, valsheid in geschrift, witwassen en het opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken als bedoeld in artikel 227b van het Wetboek van Strafrecht. Subsidiair wordt [verdachte] ervan verdacht dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van oplichting van het CIZ en verschillende zorgkantoren, en meer subsidiair dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van valsheid in geschrift. Voorts wordt [verdachte] er onder 2 van verdacht dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan (actieve) ambtelijke omkoping (primair), dan wel begunstiging (subsidiair).

Criminele organisatie

Onder een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht wordt verstaan een samenwerkingsverband van twee of meer personen, met een zekere duurzaamheid en structuur, welk samenwerkingsverband het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. Voor duurzaamheid of bestendigheid is een zeker tijdsverloop van het samenwerkingsverband een aanwijzing. De samenstelling van het samenwerkingsverband hoeft echter niet steeds dezelfde te zijn, en bestendigheid betekent niet dat het samenwerkingsverband onafgebroken moet hebben bestaan. Voor structuur is een hiërarchie geen vereiste.

Het oogmerk van de organisatie moet gericht zijn op het plegen van misdrijven. Het is echter niet noodzakelijk dat dat doel bij het ontstaan van de organisatie werd geformuleerd. Evenmin is vereist dat het plegen van misdrijven de voornaamste bestaansgrond van de organisatie is. Aan het aannemen van het criminele oogmerk staat niet in de weg dat de organisatie mede op legale wijze werkzaam was en zulks mede tot doel had.

De misdrijven of strafbare pogingen daartoe hoeven nog niet te zijn begaan en er hoeven nog geen voorbereidingen te zijn getroffen. Het hoeft bovendien niet te gaan om telkens dezelfde misdrijven.

Voor het bewijs van het oogmerk kan betekenis toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie reeds zijn gepleegd, aan het meer duurzame of gestructureerde karakter van de samenwerking en aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie.

Voor deelneming aan een organisatie als bedoeld in dit artikel is vereist dat de verdachte behoort tot de organisatie en een aandeel heeft in gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie, dan wel deze gedragingen ondersteunt. De verdachte dient in zijn algemeenheid te weten, in de zin van onvoorwaardelijk opzet, dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. Daarbij is echter niet vereist dat de verdachte wetenschap of enige vorm van opzet heeft gehad ten aanzien van één of meerdere door de criminele organisatie beoogde concrete misdrijven of dat hij heeft deelgenomen aan (reeds binnen de organisatie gepleegde) misdrijven. Het is evenmin vereist dat komt vast te staan dat de verdachte heeft samengewerkt met, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie.

Bij de beoordeling van de vraag of de verdachte artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht (deelneming aan een criminele organisatie) heeft overtreden, gaat het hof uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Verdachten

[medeverdachte 6] was (voor zover hier relevant) in 2010 en 2011 in dienst van het CIZ als medewerker Frontoffice/

Backoffice (FOBO), met als extra taak het zijn van ICT-Superuser.

[verdachte] was van 2005 tot 1 januari 2010 werkzaam bij het CIZ als districtscoördinator ICT en als werkplekbeheerder. [verdachte] en [medeverdachte 6] kennen elkaar via het CIZ. [verdachte] verrichtte voorts vanaf september 2011 het systematische werk voor het zorgbureau [bedrijf B], de eenmanszaak van zijn partner [medeverdachte 2]. Hij hield zich bezig met het bouwen van een database, het bijhouden van een schema voor de klanten en met de financiën van [bedrijf B].

[medeverdachte 5] drijft meerdere ondernemingen, waaronder [bedrijf A] Deze vennootschap heeft zich (vanaf eind 2008) bezig gehouden met zorgbemiddeling. [medeverdachte 5] kent [verdachte] vanuit zijn vriendenkring en zij hadden contact via e-mail.

[medeverdachte 3] was aandeelhouder/bestuurder van [bedrijf C1] Blijkens het handelsregister van de Kamer van Koophandel is deze vennootschap aandeelhouder/ bestuurder van [bedrijf C2] (hierna ook: [bedrijf C]), opgericht op 21 juli 2011 en actief in de thuiszorg. De activiteiten van [bedrijf C] bestaan blijkens het handelsregister uit het verrichten van verzorgende werkzaamheden voor particulieren (thuiszorg), alsmede het bemiddelen hierin. Vóór de oprichting van deze vennootschap dreef [medeverdachte 3] sinds 23 september 2009 een eenmanszaak in de thuiszorg onder de naam [bedrijf C3] (hierna eveneens aangeduid als [bedrijf C]). [medeverdachte 3] had samen met haar partner [medeverdachte 1] de dagelijkse leiding over het bedrijf. [medeverdachte 3] onderhield de contacten met ziekenhuizen, verpleeghuizen, de cliënten en de door [bedrijf C] ingehuurde zorgverleners. Daarnaast verleende zij ook zelf zorg.

[medeverdachte 1], de partner van [medeverdachte 3] en de neef van [verdachte], was in 2010 parttime en vanaf januari 2011 fulltime werkzaam in het bedrijf van [medeverdachte 3]. [medeverdachte 1] verrichtte administratieve werkzaamheden en maakte de facturen op.

[medeverdachte 4], de broer van [medeverdachte 1] en de neef van [verdachte], werkte vanaf 1 juli 2010 bij [bedrijf C]. Hij hield zich bezig met de planning en kwaliteitscontrole. Hij ging naar de patiënten om te vragen of alles goed ging. Voorts controleerde [medeverdachte 4] de urenbriefjes en de facturen van en aan de ZZP-ers.

[medeverdachte 4] dreef voorts Zorgbureau [bedrijf D] (Particuliere Thuiszorg en Welzijn), een eenmanszaak die op 1 juni 2011 is opgericht en op 14 november 2011 is opgeheven. In het handelsregister van de Kamer van Koophandel staat dat de activiteiten van [bedrijf D] bestonden uit het verlenen van thuiszorg aan particulieren en het bemiddelen hierin.

[medeverdachte 2], de partner van [verdachte], dreef Zorgbureau [bedrijf B]. Dit is een eenmanszaak die op

1 september 2011 is opgericht. In het handelsregister van de Kamer van Koophandel staat dat de activiteiten van [bedrijf B] bestaan uit het bemiddelen in en uitvoeren van thuiszorgwerkzaamheden.

Verklaringen

[medeverdachte 6] heeft onder meer het volgende verklaard. Zijn werkzaamheden bij het CIZ bestonden uit het sorteren en inscannen van post, het controleren of indicatieaanvragen volledig waren ingevuld en het invoeren van de aanvragen.

Nadat een aanvraag was ingevoerd in het GINO-systeem, werd deze doorgevoerd naar de afdeling screening. De screeners controleerden of de aanvraag volledig was voor wat betreft de medische inhoud. [medeverdachte 6] keek niet naar de medische stukken, dat deden alleen de screeners. Vervolgens werd de aanvraag beoordeeld door de indicatiesteller die uiteindelijk de beslissing nam of een zorgvrager in aanmerking kwam voor een PGB. De screeners en indicatiestellers hebben altijd een medische achtergrond. Zij moeten beslissingen kunnen nemen omtrent de benodigde medische hulp.

[medeverdachte 6] was bevoegd om zelf indicatiebesluiten op te maken bij aanvragen van het ziekenhuis met een duidelijk ziektebeeld en bij aanvragen voor verlenging van de indicatie.

Volgens [medeverdachte 6] was sprake van een fraudegevoelig systeem en kon hij als back office medewerker zelf een aanvraag afhandelen en een indicatie afgeven. Op een gegeven moment is [medeverdachte 6] door [verdachte] benaderd. [verdachte] gaf aan dat hij een paar zorginstellingen kende en zei dat als [medeverdachte 6] een indicatie kon regelen, hij daarmee wat centen kon verdienen. Het ging om een eenmalig bedrag van € 6.000,-. [medeverdachte 6] heeft vervolgens samen met [verdachte] bedacht hoe dit het beste gedaan kon worden. Het systeem van CIZ was niet waterdicht. [medeverdachte 6] kon op zijn profiel inloggen en op de naam van iemand anders inloggen in het GINO-systeem. [medeverdachte 6] is bij [verdachte] thuis geweest, heeft op diens laptop op afstand ingelogd in het GINO-systeem en heeft toen samen met [verdachte] indicaties gemaakt. [medeverdachte 6] voerde de gegevens in aan de hand van de informatie die [verdachte] hem aanleverde. Hij handelde de aanvraag vervolgens versneld af, zonder dat de aanvraag bij de screener of de indicatiesteller aankwam. [medeverdachte 6] gebruikte daarbij de namen van indicatiestellers van het CIZ. Hij beschikte niet over onderliggende (medische) stukken. [medeverdachte 6] heeft bij de door hem aangemaakte indicaties gegevens uit andere dossiers van bestaande cliënten gekopieerd. [verdachte] is de enige persoon geweest met wie [medeverdachte 6] contact heeft gehad. Hij heeft nooit van iemand anders verzoeken gekregen om indicaties op te maken. [verdachte] leverde de namen aan en [medeverdachte 6] verwerkte de gegevens. Als [medeverdachte 6] wordt gevraagd waarom hij bij meerdere aanvragen [medeverdachte 5] als contactpersoon invoerde, antwoordt [medeverdachte 6] dat hij de aanvraagformulieren van [verdachte] ontving en dat hij de gegevens daarin heeft overgenomen. [medeverdachte 6] voerde “hoge indicaties” in, dat werd hem door [verdachte] gezegd. [medeverdachte 6] was tijdens zijn werk dossiers tegengekomen waarbij personen een hoge indicatie hadden. Nadat hij twee of drie van deze dossiers had verzameld, kopieerde hij het ziektebeeld uit deze dossiers en plakte hij deze in de indicatieaanvragen. Na het invoeren van de indicaties werden deze door het GINO-systeem automatisch naar het zorgkantoor doorgestuurd. [verdachte] heeft [medeverdachte 6] € 6.000,- betaald nadat de cliënten van wie hij de dossiers had opgemaakt de betalingen hadden ontvangen. [medeverdachte 6] heeft dit bedrag in één keer contant van [verdachte] ontvangen. [verdachte] kwam met zijn auto langs bij het werk van [medeverdachte 6]. [medeverdachte 6] stapte bij [verdachte] in de auto en kreeg vervolgens een envelop met geld van [verdachte].

[verdachte] heeft [medeverdachte 6] een keer op zijn laptop een overzicht laten zien, waarop te zien was wat er aan PGB-gelden binnen was gekomen, wat de kosten daarvan waren en tussen wie het restant zou worden verdeeld. [verdachte] zei dat er geld van het PGB moest worden afgedragen aan de zogenaamde cliënten die het PGB kregen en aan de zorgbureaus die deze cliënten zogenaamd zorg zouden verlenen. Ook stonden op dat overzicht de inkomsten voor [verdachte] en [medeverdachte 6]. Dat was een bedrag van € 7.000,- per dossier per jaar. Dit bedrag zou tussen hen beiden verdeeld worden.

[verdachte] heeft onder meer het volgende verklaard. Hij heeft [medeverdachte 6] een keer € 6.000,- gegeven “om de indicatie te stellen”. Hij heeft [medeverdachte 6] de

€ 6.000,- in één keer gegeven. Dat was voor het kantoor van het CIZ. Hij gaf [medeverdachte 6] een envelop met geld in zijn auto. Volgens [verdachte] “is het frauderen geweest.”

Het ziektebeeld van de cliënte [betrokkene 11] (hierna: [betrokkene 11]) dat bij het CIZ is opgegeven, was door [medeverdachte 6] opgemaakt. Dat ziektebeeld had [medeverdachte 6] volgens [verdachte] waarschijnlijk gekopieerd uit een ander dossier. [verdachte] had de zorg voor [betrokkene 11] vanaf september 2011 ondergebracht bij zorgbureau [bedrijf B]. Vóór september 2011 had hij de zorg voor [betrokkene 11] ondergebracht bij [bedrijf C]. Na [bedrijf C] werd de zorg op verzoek van [bedrijf C] vervolgens even geleverd door [bedrijf D]. [verdachte] heeft voorts verklaard dat [betrokkene 11] nooit echt zorg heeft gehad, niet van [bedrijf C], niet van [bedrijf D] en niet van [bedrijf B]. [verdachte] beheerde het geld dat op de bankrekening van [betrokkene 11] binnenkwam. [betrokkene 11] schoot hier niets mee op, aldus [verdachte], “het was pure hebzucht van mij.” Het geld dat [betrokkene 11] binnenkreeg werd verdeeld tussen [verdachte] en [bedrijf C], dus [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1], aldus [verdachte].

Verzoek tot bewijsuitsluiting

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat de zelf incriminerende verklaring van de verdachte, zoals opgenomen in het politieverhoor van

24 april 2012, niet betrouwbaar is en dat deze verklaring van de verdachte vanaf pagina 915 niet voor het bewijs kan worden gebezigd. Hiertoe heeft de raadsman aangevoerd dat de verdachte bij zijn aanhouding had te lijden onder een zware jichtaanval. In een poging de pijn en de druk van het verhoor te verlichten maakte de verdachte op doktersadvies gebruik van medicatie die hem versufte, waardoor hij niet in de conditie verkeerde om verhoord te worden. Dát en de omstandigheid dat hij ervan overtuigd raakte dat het verhoorkoppel hem toch niet geloofde, hebben eraan ten grondslag gelegen dat de verdachte vanuit een vlaag van overdreven sarcasme onwaarheden is gaan verklaren. Met die valse verklaring hoopte hij te bereiken dat de verhoorreeks zo snel mogelijk tot een einde zou komen.

Het hof stelt vast dat de verdachte ten tijde van zijn aanhouding op 23 april 2012 omstreeks 14:00 uur heeft gemeld dat hij last had van een acute aanval van jicht in enkels en knieën en daardoor niet kon lopen. Hij bewoog zich voort op een bureaustoel. De verdachte is daarop zittend op de bureaustoel naar de politieauto gereden en is in de auto gestapt. Op dezelfde dag is de verdachte om 19:10 uur voor het eerst gehoord, nadat hij zijn raadsman had gesproken. Bij de aanvang van dat verhoor zat de verdachte in een rolstoel. Op de vraag of hij in staat was gehoord te worden antwoordde hij bevestigend. De verdachte heeft een aantal vragen wel beantwoord, bij andere vragen beriep hij zich op zijn zwijgrecht.

Het tweede verhoor vond plaats op 24 april 2012 vanaf 14:00 uur. De verdachte heeft daarbij aangegeven dat zijn lichamelijke toestand (het hof begrijpt: de pijn in verband met de jichtaanval) nog onveranderd was. De verdachte heeft vervolgens aangegeven dat hij heeft kunnen nadenken over wat er is gebeurd en dat hij in wilde gaan op de zaak van mevrouw [betrokkene 11]. Vervolgens heeft hij een verklaring afgelegd. Toen hem werd gevraagd of de politiearts nog is langs geweest (p. 914), heeft de verdachte geantwoord dat hij de arts in de ochtend had gezien. Hij kreeg om de twee uur een medicijn. Ook heeft de verdachte aangegeven dat hij versuft is als hij een medicijn krijgt. Vervolgens heeft hij nadere verklaringen afgelegd. Het verhoor is onderbroken van 16:20 uur tot 17:30 uur. De verdachte heeft bij de aanvang van de voortzetting verklaard dat hij brood had gegeten, zijn medicijn had ingenomen en dat hij hoopte dat de medicijnen een beetje werken. Vervolgens heeft hij de vragen die hem werden gesteld beantwoord. Aan het eind van het verhoor (omstreeks 20:45 uur) heeft de verdachte aangegeven dat hij zelf geen vragen meer had, het verhoor heftig vond gaan en zich een beetje opgelucht voelde, waarbij hij het jammer vond dat de verhoorders hem niet altijd geloofden. De verdachte is op 26 april 2012 gehoord bij de rechter-commissaris, waarna met ingang van 4 mei 2012 de voorlopige hechtenis is geschorst. Op 3 mei 2012 en op 28 juni 2013 is hij nogmaals gehoord. In die verhoren heeft hij zich nagenoeg voortdurend op zijn zwijgrecht beroepen.

Het hof heeft in het verhoor en de wijze waarop dat op

24 april 2012 is verlopen geen enkel aanknopingspunt kunnen vinden dat van de zijde van de verhorende verbalisanten ongeoorloofde druk is uitgeoefend op de verdachte. Zij hebben aandacht gehad voor zijn lichamelijke toestand en daarmee is blijkens het proces-verbaal van de verschillende verhoren in voldoende mate rekening gehouden. De verdachte heeft op geen enkel moment aangegeven dat hij niet in staat zou zijn om verhoord te worden, of dat hij het verhoor wilde onderbreken vanwege zijn toestand. Voorts constateert het hof dat de verdachte op 26 april 2012 in aanwezigheid van zijn raadsman mr. Gonesh bij de rechter-commissaris is gehoord. De verdachte heeft ook daar niet gerept over het feit dat hij niet in staat was gehoord te worden en evenmin gemeld dat hij in het verhoor twee dagen eerder valse verklaringen zou hebben afgelegd.

Het hof overweegt voorts nog het volgende. [medeverdachte 6] heeft tijdens zijn verhoor op 19 april 2012 verklaard dat [verdachte] hem € 6.000,- had betaald nadat de cliënten van wie hij de dossiers had opgemaakt, de betalingen hadden ontvangen. De verbalisanten hebben [verdachte] vervolgens tijdens zijn verhoor op 24 april 2012 deze verklaring voorgehouden en zij hebben hem gevraagd of dit klopt. [verdachte] verklaarde vervolgens “zet er maar in dat ik die 6000 euro heb gegeven.” Op de vraag van de verbalisanten hoe hij de 6000 euro aan [medeverdachte 6] heeft betaald, antwoordde [verdachte] dat hij die in één keer heeft gegeven aan [medeverdachte 6], dat het voor het kantoor van het CIZ was en dat hij [medeverdachte 6] een envelop met geld gaf in zijn auto. [medeverdachte 6] heeft in het verhoor op 26 april 2012 verklaard dat hij dit bedrag in één keer contant van [verdachte] heeft ontvangen. Als [medeverdachte 6] wordt gevraagd waar [verdachte] hem heeft betaald antwoordt [medeverdachte 6] dat [verdachte] met zijn auto langskwam bij het werk van [medeverdachte 6]. [medeverdachte 6] stapte toen bij hem in de auto en kreeg vervolgens een envelop met geld van [verdachte].

De op 24 april 2012 op dit punt afgelegde verklaring van [verdachte] vindt derhalve steun in de afgelegde verklaringen van [medeverdachte 6]. Ook de verklaring van [verdachte] over [betrokkene 11] vindt steun in andere bewijsmiddelen, waaronder met name de verklaringen van [medeverdachte 6] en [medeverdachte 2] en de facturen van [bedrijf D] en [bedrijf B].

Naar het oordeel van het hof is niet aannemelijk geworden dat de door [verdachte] afgelegde verklaring op 24 april 2012 onder bezwarende omstandigheden is afgenomen. Bovendien vindt de door hem afgelegde verklaring steun in andere bewijsmiddelen. Het hof acht dan ook niet aannemelijk geworden dat de verdachte tijdens dit verhoor onwaarheden heeft verklaard en ziet geen aanleiding de bedoelde verklaring als bewijsmiddel buiten beschouwing te laten. Het verweer wordt verworpen.

[medeverdachte 3] heeft onder meer het volgende verklaard. [verdachte] zorgde voor het aanbrengen van de PGB-cliënten bij [bedrijf C]. Hij heeft dat overlegd met [medeverdachte 1], en [medeverdachte 3] was daarbij. [medeverdachte 3] werd ook om toestemming gevraagd. [bedrijf C] zou de belastingafdracht en de verantwoording naar CZ doen. [medeverdachte 1] maakte de facturen op basis van de indicaties die door [verdachte] werden aangeleverd.

[medeverdachte 3] heeft wel de zorgovereenkomsten tussen [bedrijf C] en (respectievelijk) de cliënten [betrokkene 2], [betrokkene 1] en [betrokkene 4] opgemaakt. Daarop stond de naam van [medeverdachte 3], maar de overeenkomsten zijn volgens haar getekend door [medeverdachte 1], die namens haar tekende.

[medeverdachte 1] heeft onder meer het volgende verklaard. [verdachte] leverde de PGB-patiënten aan en [bedrijf C] verzorgde alle administratie voor [verdachte]: de financiële afwikkeling, dus de belastingafdracht, en het opmaken en verzenden van facturen. De verantwoording van de facturen stuurde [bedrijf C] naar de desbetreffende zorgkantoren. [medeverdachte 1] stelde de facturen van [bedrijf C] op aan de hand van de indicatie die hij had van de cliënten. Op een gegeven moment heeft [bedrijf C] aangegeven dat zij geen PGB-patiënten in haar bestand wilde hebben. Toen heeft [verdachte] [medeverdachte 4], de broer van [medeverdachte 1], benaderd. [medeverdachte 4] is toen met [bedrijf D] begonnen. [bedrijf D] heeft toen de facturatie van [bedrijf C] overgenomen. [medeverdachte 4] heeft [bedrijf D] puur ter facilitering van [verdachte] opgezet.

[medeverdachte 4] heeft onder meer het volgende verklaard. Hij is in mei/juni 2011 begonnen met [bedrijf D] en dit zorgbureau heeft vijf patiënten ondergebracht. Na ongeveer drie maanden wilde [verdachte] alles zelf gaan doen en toen zijn de patiënten weer naar [verdachte] teruggegaan. [medeverdachte 4] deed namens [bedrijf D] de facturatie en regelde de belasting. Volgens [medeverdachte 4] verstuurde [verdachte] de facturen naar de zogenaamde patiënten en die maakten het PGB over naar de rekening van [bedrijf D]. [medeverdachte 4] haalde de te betalen belasting van dit bedrag af en hield het afgesproken deel. De rest gaf hij aan [verdachte]. Alleen [medeverdachte 4] beschikte over de bankpas van [bedrijf D]. Bij het oprichten van [bedrijf D] waren wel afspraken gemaakt over de percentages die [medeverdachte 4] voor zijn werkzaamheden zou gaan ontvangen.

[medeverdachte 2] heeft onder meer het volgende verklaard. Zij factureerde bij [bedrijf B] voor begeleiding, verpleging en verzorging op basis van de toekenningsbeschikking.

Zij heeft erkend dat het zorgplan en de zorgovereenkomst van [betrokkene 11] vals zijn, en met betrekking tot een factuur van [bedrijf B] gericht aan [betrokkene 11], heeft [medeverdachte 2] verklaard dat daar niets van klopt. [medeverdachte 2] heeft [betrokkene 11] nimmer verzorgd. Over een zorgovereenkomst tussen [bedrijf B] en [betrokkene 2] heeft [medeverdachte 2] verklaard: “ongeveer de helft van de uren die hier zijn genoemd zijn op waarheid gebaseerd”. Volgens [medeverdachte 2] komen de gegevens die zij heeft gezien, de zorgdossiers zoals die in haar administratie zaten, niet overeen met de klachten die zij bij haar patiënten, haar moeder [betrokkene 2], [verdachte’s] moeder [betrokkene 1] en [verdachte’s] zus [betrokkene 3], zag. Dit had [medeverdachte 2] gezien na de doorzoeking van de FIOD in augustus 2011. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat haar klanten niet de zorg hebben gehad waarvoor ze geïndiceerd waren.

[betrokkene 8] heeft verklaard dat [medeverdachte 5] op een dag zei dat hij van een van zijn connecties had gehoord dat deze ervoor kon zorgen dat bij het CIZ een hoge indicatie geregeld kon worden. Dit kon voor iedereen geregeld worden. Volgens de connectie zouden alle dossiers die werden aangedragen zeker doorgaan. Toen [betrokkene 8] dat van [medeverdachte 5] hoorde, leek het hem aantrekkelijk om wat extra’s te verdienen. [betrokkene 8] vroeg toen aan [medeverdachte 5] of het ook voor hem geregeld kon worden. Vervolgens heeft [betrokkene 8] zijn gegevens op een indicatieaanvraagformulier vermeld, en dat aan [medeverdachte 5] gegeven. [medeverdachte 5] gaf als voorbeeld dat als er een bedrag binnen zou komen, daarvan de helft voor [betrokkene 8] zou zijn. De andere helft zou [betrokkene 8] moeten afstaan aan de contactpersoon van het CIZ.

[betrokkene 6] heeft verklaard dat hij de naam [medeverdachte 5] kent. Hij had het adres van [medeverdachte 5] gezien op een aanvraagformulier of begeleidende brief in verband met zijn PGB. [medeverdachte 5] zou de aanvraag regelen. [betrokkene 6] moest een rekening openen en daarop zou hij zijn PGB binnenkrijgen. Het PGB dat hij binnenkreeg droeg hij vanaf oktober 2011 af aan [medeverdachte 5]. De correspondentie over het PGB verliep via [bedrijf A] In november of december 2011 heeft [betrokkene 6] gezegd dat hij zijn bankpas terug wilde hebben, die kreeg hij toen terug via [medeverdachte 5].

[betrokkene 5] (een nicht van [medeverdachte 2]) heeft verklaard dat zij vanaf augustus 2010 een PGB heeft ontvangen. Zij is niet ziek, maar zij heeft het PGB wel ontvangen. [betrokkene 5] heeft voorts verklaard dat zij op enig moment facturen binnenkreeg. Het waren facturen van [bedrijf C] gericht aan [betrokkene 5] voor verleende zorg in de maanden juli, augustus en september 2010. [betrokkene 5] kende dit bedrijf niet. Zij heeft nooit zorg ontvangen van [bedrijf C] en zij heeft ook geen zorgovereenkomst getekend.

PGB-aanvragen

Uit het proces-verbaal loggegevens blijkt het volgende. Het CIZ maakt voor zijn werkzaamheden in het kader van de AWBZ gebruik van een bedrijfsprocessensysteem genaamd GINO. Uit het onderzoek komt naar voren dat medewerkers van CIZ ook vanuit huis kunnen inloggen op het GINO-systeem. Medewerkers van CIZ loggen in eerste instantie in op het automatiseringssysteem van CIZ en daarna in het GINO-systeem. Tot 2011 bestond de mogelijkheid om onder de naam van een collega in te loggen in het GINO-systeem.

Op 16 juni 2010 is de PGB-aanvraag van [betrokkene 1] (de moeder van [verdachte]) onder de naam van medewerker [medewerker CIZ 1] ingevoerd in het GINO-systeem van CIZ. Bij ‘Inhoud zorgvraag’ is vermeld: “vergevorderde MS. ADL afhankelijk, hulp nodig bij wassen, toiletgang en kleden. Medicatietoediening. Diabetes, insuline.” Op 16 juni 2010 is het indicatiebesluit afgegeven. [medewerker CIZ 2] is als indicatiesteller vermeld.

[medeverdachte 6] heeft verklaard dat [betrokkene 1] een van de namen is die hij van [verdachte] heeft doorgekregen om een vals indicatiebesluit aan te maken. Het kan zijn dat hij de namen van [medewerker CIZ 1] en [medewerker CIZ 2] in het systeem heeft gezet bij het opmaken van het dossier. Dit zijn de namen van indicatiestellers. Wanneer [medeverdachte 6] wordt voorgehouden dat [medewerker CIZ 2] op 16 juni 2010 niet ingelogd is geweest op het CIZ netwerk, wat automatisch inhoudt dat zij ook niet in GINO ingelogd kan zijn geweest, antwoord [medeverdachte 6]: “Het klopt dat ik een vals indicatiebesluit heb aangemaakt in GINO.”

Op 16 juni 2010 is de PGB-aanvraag van [betrokkene 2] (de moeder van [medeverdachte 2]) onder de naam van medewerker [medewerker CIZ 1] ingevoerd in het GINO-systeem van CIZ. Bij ‘Inhoud zorgvraag’ is vermeld: “Mevr is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) agv traumatisch hersenletsel op 40 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 een haemangioon incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in 2007 nogmaals deel tumor verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische bronchitis en schildklierproblemen. Diabetes.” Op 16 juni 2010 is het indicatiebesluit afgegeven. [medewerker CIZ 3] is als indicatiesteller vermeld.

Op 17 juni 2010 is de PGB-aanvraag van [betrokkene 3] ([voornaam betrokkene 3], de zus van [verdachte]) onder de naam van medewerker [medewerker CIZ 1] ingevoerd in het GINO-systeem van CIZ. Bij ‘Inhoud zorgvraag’ is vermeld: “is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) agv traumatisch hersenletsel op 4 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 een haemangioon incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in 2007 nogmaals deel tumor verwijderd. Verder bekend met COPD/ astmatische bronchitis en schildklierproblemen. Diabetes.” Op 17 juni 2010 is het indicatiebesluit afgegeven. [medewerker CIZ 4] is als indicatiesteller vermeld.

[medeverdachte 6] heeft verklaard dat hij zich kan herinneren dat hij aan het dossier van [betrokkene 3] heeft gewerkt. Toen hij haar persoonlijke gegevens invoerde wist [medeverdachte 6] dat zij niets mankeerde.

Op 18 juni 2010 is de PGB-aanvraag van [betrokkene 4] (een vriend van [verdachte]) onder de naam van [medeverdachte 6] ingevoerd in het GINO-systeem van CIZ. Bij ‘Inhoud zorgvraag’ is vermeld: “Dhr is bekend met polio vanaf zijn tweede jaar. Tevens een scoliose in rug. DM en hoge RR. Vaatklachten.” Op 18 juni 2010 is het indicatiebesluit afgegeven. [medewerker CIZ 5] is als indicatiesteller vermeld.

Op 18 juni 2010 is de PGB-aanvraag van [betrokkene 5] (een nicht van [medeverdachte 2]) onder de naam van [medewerker CIZ 10] ingevoerd in het GINO-systeem van CIZ. Bij ‘Inhoud zorgvraag’ is vermeld: “Zeer progressieve MS. Verslechterd soms per week. Kan niets meer zonder hulp. Geen zelfredzaamheid. Diabetes ” Op 18 juni 2010 is het indicatiebesluit afgegeven. [medewerker CIZ 6] is als indicatiesteller vermeld.

Op 28 juni 2010 is de PGB-aanvraag van [betrokkene 6] onder de naam van [medewerker CIZ 1] ingevoerd in het GINO-systeem van CIZ. Bij ‘Inhoud zorgvraag’ is vermeld: “Dhr is bekend met polio vanaf zijn tweede jaar. DM en hoge RR. Vaatklachten. Tevens een scoliose in rug.” Op 28 juni 2010 is het indicatiebesluit afgegeven. [medewerker CIZ 3] is als indicatiesteller vermeld.

Op 28 juni 2010 is de PGB-aanvraag van [betrokkene 7] onder de naam van [medewerker CIZ 1] ingevoerd in het GINO-systeem van CIZ. Bij ‘Inhoud zorgvraag’ is vermeld: “is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) agv traumatisch hersenletsel op 12 jarige leeftijd. Daarnaast is in 2001 een haemangioon incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in 2007 nogmaals deel tumor verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische bronchitis en schildklierproblemen. Diabetes.” Op 28 juni 2010 is de indicatie afgegeven. [medewerker CIZ 5] is als indicatiesteller vermeld.

Uit onderzoek is naar voren gekomen dat op 28 juni 2010 van 20:08 uur tot 23:54 uur op naam van [medeverdachte 6] is ingelogd in het GINO-systeem vanaf het IP adres [IP adres 1]. Dit IP adres is geregistreerd op naam van [medeverdachte 6]. Uit de in- en uitloggegevens van het CIZ blijkt dat tussen die tijdstippen op naam van [medewerker CIZ 1] en [medewerker CIZ 3] handelingen zijn verricht in het dossier van [betrokkene 6] en op naam van [medewerker CIZ 1] en [medewerker CIZ 5] handelingen zijn verricht in het dossier van [betrokkene 7]. [medewerker CIZ 1], [medewerker CIZ 3] en [medewerker CIZ 5] waren op die tijdstippen echter niet ingelogd in het werkstation.

Op 29 juni 2010 is de PGB-aanvraag van [betrokkene 8] onder de naam van [medewerker CIZ 1] ingevoerd in het GINO-systeem van CIZ. Bij ‘Inhoud zorgvraag’ is vermeld: “Zeer progressieve MS. Verslechterd soms per week. Kan niets meer zonder hulp. Geen zelfredzaamheid. Diabetes.” Op 29 juni 2010 is het indicatiebesluit afgegeven.

[medewerker CIZ 7] is als indicatiesteller vermeld.

Uit onderzoek is naar voren gekomen dat op 29 juni 2010 van 21:32 uur tot 23:50 uur op naam van [medeverdachte 6] is ingelogd in het GINO-systeem vanaf het IP adres [IP adres 1]. Dit IP adres is geregistreerd op naam van [medeverdachte 6]. Uit de in- en uitloggegevens van het CIZ blijkt dat tussen die tijdstippen op naam van [medewerker CIZ 1] en [medewerker CIZ 7] handelingen zijn verricht in het dossier van [betrokkene 8]. [medewerker CIZ 1] en [medewerker CIZ 7] waren op die tijdstippen echter niet ingelogd in het werkstation.

Op 14 februari 2011 is de PGB-aanvraag van [betrokkene 9] onder de naam van [medeverdachte 6] ingevoerd in het GINO-systeem van CIZ. Bij ‘Inhoud zorgvraag’ is vermeld: “is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) agv traumatisch hersenletsel op 4 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 een haemangioon incompleet verwijderd uit hersenen COPD/astmatische bronchitis schildklierproblemen. Diabetes.” Op 11 maart 2011 is het indicatiebesluit afgegeven. [medewerker CIZ 8] is als indicatiesteller vermeld.

Op 14 februari 2011 is de PGB-aanvraag van [betrokkene 10] onder de naam van [medeverdachte 6] ingevoerd in het GINO-systeem van CIZ. Bij ‘Inhoud zorgvraag’ is vermeld: “dhr is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) agv traumatisch hersenletsel op 40 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 een haemangioon incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in 2007 nogmaals deel tumor verwijderd. Verder bekend met COPD/ astmatische bronchitis en schildklierproblemen. Diabetes.” Op 14 februari 2011 is het indicatiebesluit afgegeven. [medewerker CIZ 9] is als indicatiesteller vermeld.

Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat op

14 februari 2011 van 21:07 tot 23:01 op naam van [medeverdachte 6] is ingelogd in het GINO-systeem vanaf het IP adres [IP adres 2]. Dit IP adres is geregistreerd op naam van [verdachte]. De dossiers van [betrokkene 10] en [betrokkene 9] zijn tussen deze tijdstippen op naam van [medeverdachte 6] bewerkt en/of aangemaakt. [medeverdachte 6] heeft bevestigd dat hij op Valentijnsdag gewerkt heeft aan dossiers bij [verdachte] thuis.

Op 26 mei 2011 is de PGB-aanvraag van [betrokkene 11] (de ex-partner van [verdachte]) onder de naam van [medeverdachte 6] ingevoerd in het GINO-systeem van CIZ. Bij ‘Inhoud zorgvraag’ is vermeld: “is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) agv traumatisch hersenletsel op 4 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 een haemangioon incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in 2007 nogmaals deel tumor verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische bronchitis en schildklierproblemen. Diabetes.” Op 26 mei 2011 is het indicatiebesluit afgegeven. [medeverdachte 6] is als indicatiesteller vermeld.

[medeverdachte 6] heeft bevestigd dat hij het dossier van [betrokkene 11] heeft samengesteld, van aanvraag tot indicatie.

Op 1 juni 2011 is de PGB-aanvraag van [betrokkene 12] onder de naam van [medeverdachte 6] ingevoerd in het GINO-systeem van CIZ. Bij ‘Inhoud zorgvraag’ is vermeld: “vergevorderde MS. ADL afhankelijk, hulp nodig bij wassen, toiletgang en kleden. Medicatietoediening. Diabetes, insuline.” Op 1 juni 2011 is het

indicatiebesluit afgegeven. [medeverdachte 6] is als indicatiesteller vermeld.

Uit de bovenstaande aanvragen blijkt dat bij [betrokkene 2], [betrokkene 3], [betrokkene 7], [betrokkene 9], [betrokkene 10] en [betrokkene 11] vrijwel dezelfde beschrijving is gegeven bij ‘inhoud zorgvraag’. In de aanvraag van [betrokkene 1] staat exact dezelfde omschrijving van de zorgvraag vermeld als in de aanvraag van [betrokkene 12]. Dit geldt tevens voor de omschrijving in de aanvraag van [betrokkene 4] en [betrokkene 6], en voor de omschrijving in de aanvraag van [betrokkene 5] en [betrokkene 8].

In alle twaalf gevallen is een indicatiebesluit afgegeven voor exact hetzelfde aantal uren begeleiding, persoonlijke verzorging en verpleging, te weten begeleiding individueel (BG-INF): klasse 3 (4 tot 6,9 uur per week), persoonlijke verzorging (PV): klasse 7 (16 tot 19,9 uur per week) en verpleging (VP): klasse 2 (2 tot 3,9 uur per week). In de aanvraag van [betrokkene 6] en [betrokkene 12] is bij de gevraagde functies alleen niet ‘begeleiding individueel’ vermeld.

Bij de aanvragen van [betrokkene 1], [betrokkene 2], [betrokkene 3] en [betrokkene 4] is bij de contactgegevens het telefoonnummer [telefoonnummer bedrijf C] vermeld. Dit is het telefoonnummer van [bedrijf C].

Bij de aanvragen van [betrokkene 6], [betrokkene 7], [betrokkene 8], [betrokkene 9], [betrokkene 10] en [betrokkene 12] is [medeverdachte 5] als contactpersoon en/of ‘cliëntondersteuner’ vermeld, steeds (zij het met uitzondering van [betrokkene 7]) inclusief zijn NAW-gegevens.

Op grond van het desbetreffende indicatiebesluit zijn vervolgens aan alle aanvragers, met uitzondering van [betrokkene 9], [betrokkene 12] en [betrokkene 8] PGB’s uitbetaald. In alle gevallen gaat het om betalingen verricht door [benadeelde partij zorgkantoor 1], met uitzondering van de betalingen aan [betrokkene 3]. Haar PGB is door [zorgkantoor 2] betaald.

Zorg

Het dossier bevat verschillende facturen van [bedrijf C], [bedrijf D] en [bedrijf B] gericht aan de desbetreffende zorgaanvragers c.q. budgethouders. De facturen van de verschillende zorgaanbieders zien op de onderstaande perioden.

[bedrijf C] (vanaf 27 mei 2010 tot en met 30 juni 2011):

  • -

    [betrokkene 2]: vanaf 27 mei 2010 tot en met 30 juni 2011.

  • -

    [betrokkene 1]: vanaf 27 mei 2010 tot en met 30 juni 2011.

  • -

    [betrokkene 3]: vanaf 1 januari 2011 tot en met 30 juni 2011.

  • -

    [betrokkene 4]: vanaf 23 mei 2010 tot en met 31 maart 2011.

  • -

    [betrokkene 5]: vanaf 2 juni 2010 tot en met 31 augustus 2010.

[bedrijf D] (vanaf 26 mei 2011 tot en met 31 augustus 2011):

  • -

    [betrokkene 1]: vanaf 1 juli 2011 tot en met 31 augustus 2011.

  • -

    [betrokkene 2]: vanaf 1 juli 2011 tot en met 31 augustus 2011.

  • -

    [betrokkene 3]: vanaf 1 juli 2011 tot en met 31 augustus 2011.

  • -

    [betrokkene 11]: vanaf 26 mei 2011 tot en met 31 augustus 2011.

[bedrijf B] (vanaf 1 september 2011 tot en met 31 maart 2012)

  • -

    [betrokkene 1]: vanaf 1 september 2011 tot en met 31 maart 2012.

  • -

    [betrokkene 2]: vanaf 1 september 2011 tot en met 31 maart 2012.

  • -

    [betrokkene 3]: vanaf 1 september 2011 tot en met 31 maart 2012.

  • -

    [betrokkene 11]: vanaf 1 september 2011 tot en met 31 maart 2012.

In de dossiers die de zorgkantoren van de onderhavige budgethouders hebben bijgehouden, zijn verschillende documenten teruggevonden die betrekking hebben op te verlenen of verleende zorg conform het door het CIZ geïndiceerde aantal uren zorg. In dit verband zijn verschillende zorgovereenkomsten met [bedrijf C] en [bedrijf D] aangetroffen. In één geval is sprake van een overeenkomst met [bedrijf E]. Voorts zijn in verschillende dossiers ‘overeenkomsten PGB’ en verantwoordings- c.q. declaratieformulieren teruggevonden waarin sprake is van verantwoording van zorg, verleend door [bedrijf C], [bedrijf D], [bedrijf B] of [bedrijf E].

Onregelmatigheden

Ten aanzien van alle twaalf zorgaanvragers staat vast dat zij ten tijde van de op hen betrekking hebbende indicatieaanvragen niet leden aan het ziektebeeld zoals dat in die aanvragen was vermeld en dat zij de daarvoor aangevraagde zorg derhalve niet (geheel) nodig hadden. Voorts staat vast dat bij het aantal uren zoals vermeld op de facturen in de bewuste zorgdossiers niet is uitgegaan van daadwerkelijke zorgverlening, maar van het maximaal aantal uren aan geïndiceerde zorg, conform de indicatiebesluiten. Voorts staat vast dat verschillende budgethouders in het geheel geen zorg hebben gehad.

[getuige 1], eigenaar c.q. tenaamgestelde van [bedrijf E] heeft verklaard dat zij nooit klanten heeft gehad en de activiteiten van [bedrijf F] lagen blijkens de informatie van de Kamer van Koophandel op het gebied van het beheren en beleggen van gelden en andere vermogenswaarden.

Volgens de berekeningen van [benadeelde partij zorgkantoor 1] en [zorgkantoor 2] hebben zij ten gevolge van het voorgaande bedragen van in totaal € 522.227,49 ten onrechte aan de budgethouders betaald.

Doorzoeking woning [verdachte]

Op 16 augustus 2011 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning van [verdachte]. Bij deze doorzoeking zijn verschillende gegevensdragers in beslag genomen, waaronder computers en de telefoon van [verdachte].

Nader onderzoek door de FIOD wees uit dat op deze gegevensdragers diverse bescheiden stonden die betrekking hadden op het aanvragen, dan wel administratief verantwoorden van zorg, in het kader van PGB, waaronder facturen van [bedrijf C] en [bedrijf D]. Op 17 april 2012 heeft wederom een doorzoeking plaatsgevonden in de woning van [verdachte]. Bij deze doorzoeking zijn verschillende bescheiden aangetroffen, waaronder facturen van [bedrijf B]. Onder meer de onderstaande bescheiden zijn aangetroffen in de woning van [verdachte]. Aangegeven is of de bescheiden tijdens de doorzoeking in 2011 of in 2012 zijn aangetroffen.

 (2011) 7 (2011) 7 facturen van [bedrijf C] aan [betrokkene 1] voor verleende zorg in het jaar 2010:

  • -

    (2011) 6 facturen van [bedrijf C] en 2 facturen van Zorgbureau [bedrijf D] aan [betrokkene 1] voor verleende zorg in het jaar 2011 en

  • -

    (2012) 4 facturen van [bedrijf B] aan [betrokkene 1] voor verleende zorg in het jaar 2011:

 (2011) 7 (2011) 7 facturen van [bedrijf C] aan [betrokkene 2] voor verleende zorg in het jaar 2010:

  • -

    (2011) 5 facturen van [bedrijf C] en 2 facturen van Zorgbureau [bedrijf D] aan [betrokkene 2] voor verleende zorg in het jaar 2011 en

  • -

    (2012) 4 facturen van [bedrijf B] aan [betrokkene 2] voor verleende zorg in het jaar 2011:

  • -

    (2011) 5 facturen van [bedrijf C] en 2 facturen van Zorgbureau [bedrijf D] aan [betrokkene 3] voor verleende zorg in het jaar 2011 en

  • -

    (2012) 4 facturen van [bedrijf B] aan [betrokkene 3] voor verleende zorg in het jaar 2011:

7 facturen van [bedrijf C] aan [betrokkene 4] voor verleende zorg in het jaar 2010:

 (2011) 3 (2011) 3 facturen van [bedrijf C] aan [betrokkene 4] voor verleende zorg in het jaar 2011:

 (2011) 3 (2011) 3 facturen van [bedrijf C] aan [betrokkene 5] voor verleende zorg in 2010:

4 facturen van Zorgbureau [bedrijf D] aan [betrokkene 11] voor verleende zorg in het jaar 2011:

Uit de bovenstaande facturen blijkt dat de factuurbedragen die de verschillende budgethouders elke maand aan [bedrijf C], [bedrijf D] en [bedrijf B] moesten betalen exact met elkaar overeenkomen.

Voorts zijn bij de doorzoekingen in 2011 en 2012 verantwoordingsformulieren PGB aangetroffen ten name van [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 4], een indicatieaanvraag AWBZ op naam van [betrokkene 9] en op naam van [betrokkene 11], en zorgovereenkomsten tussen Zorgbureau [bedrijf D] en [betrokkene 1] d.d. 13 juni 2011, [betrokkene 2] d.d. 13 juni 2011, [betrokkene 3] d.d. 13 juni 2011 en [betrokkene 11] d.d. 23 mei 2011.

In de woning van [verdachte] zijn bij de doorzoeking op

17 april 2012 bankpassen op naam van [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 11] aangetroffen met daarbij behorende brieven van banken over pincodes, inlogcodes, gebruikersnamen, wachtwoorden en/of tancodes. Ook ten aanzien van [betrokkene 3] werd een brief met een pincode aangetroffen.

Overzichten verdeling PGB-gelden

Op de op 16 augustus 2011 in beslag genomen computer van [verdachte] zijn tevens verschillende documenten aangetroffen waarin wordt gesproken over verdeling van PGB-gelden. Dit betreffen onder meer de onderstaande documenten.

Een van de documenten is getiteld “nieuwe situatie.” In dat document wordt gesproken over een verdeling ‘75% [voornaam verdachte] & [roepnaam medeverdachte 1] (…) 25% zorgkantoor.’ In het document zijn in roodkleurige hoofdletters kennelijk opmerkingen gemaakt. Verder staat in het document: “Grootste financiële risico is juist voor ons want als herleiding plaatsvindt dan zullen wij moeten terugbetalen, we zijn voorschot voor dossier kwijt en ons bedrijf zal aangemeld worden als fraude.” En: “Het grootste fout wat er gemaakt kan worden is de admin binnen een bedrijf. Alle cliënten komen immers bij jullie in bestand en wordt de admin opgemaakt zodat einde van het jaar de stukken netjes ingeleverd kunnen worden door de clienten.” En: “Het papier zal aan onze kant in eerste instantie opgebouwd worden zoals een medisch dossier etc…” En: “Het is wel heel belangrijk dat ik voor a.s. vrijdag weet of we wat gaan doen hiermee en vanaf volgende gaan knallen hiermee (…)” Dit document, genaamd “[voornaam verdachte]2” is opgemaakt op 8 juni 2010 en het laatst gewijzigd door [voorletter.achternaam medeverdachte 1].

Zoals hiervoor reeds is vermeld, is het eerste indicatiebesluit afgegeven op 16 juni 2010.

Voorts zijn (onder meer) overzichten aangetroffen met betrekking tot de berekening van de te declareren bedragen en de verdeling daarvan over het 1e jaar en het 2e jaar, met een verdeling tussen “[voornaam verdachte]” (37,5%), “[roepnaam medeverdachte 1]” (37,5%) en “het zorgkantoor” (25%). Dit document is opgemaakt op 8 juni 2010, door auteur [voorletter.achternaam medeverdachte 1].

Daarnaast is een document met de koptekst “berekening mei/juni 2010 tot en met december 2010” aangetroffen. In dit overzicht is aangegeven welke bedragen maandelijks zijn uitbetaald (netto budget) aan [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 4], welke bedragen maandelijks aan hen zijn gefactureerd door [afkorting] (het hof begrijpt: [bedrijf C]) en wat het totale verschil tussen deze uitbetaalde en gefactureerde bedragen is, te weten € 814,14. Verder is vermeld:

Deel [voornaam verdachte] (25% van Netto-winst 1e half jr) € 4.964,72

Totaal verschillen (blijft op de reknrs.) € 817,49

Contant aan [voornaam verdachte] uit te betalen € 4.147,23

Tevens is een overzicht aangetroffen genaamd ‘voorstel nieuwe en/of overdracht cliënten’. Dit document is opgemaakt op 11 maart 2011. Hierin is onder meer vermeld “Zoals je ziet verdient oude cliënt 1 evenveel als ons en betekent dit dat wij ca. 2 maanden als het ware niets meer krijgen omdat de afdracht opgespaard moet worden en uit onze deel wordt verrekend en dat werkt niet.”

Voorts is het onderstaande document aangetroffen waaruit de verdeling van het PGB-geld van [betrokkene 3] tussen [voornaam betrokkene 3], [voornaam verdachte], [naam] (het hof begrijp: [roepnaam medeverdachte 1] [medeverdachte 1]) en de afdracht aan belasting blijkt:

Ook werd er een document genaamd “Toekenningsbeschikking 2011 zorgkantoor” aangetroffen:

Uit het voormelde document blijkt dat [bedrijf C] een bedrag van € 21.703,25 + € 21.703,25 + € 3.715,75 =

€ 47.122,25 heeft gefactureerd. De belasting bedraagt

€ 12.723,01. Uit dit overzicht blijkt niet dat er andere kosten zijn gemaakt, want [voornaam verdachte] krijgt 25% van het restant als ‘winst’.

Alle bovenstaande documenten zijn aangetroffen op de computer van [verdachte] die in beslag is genomen bij de doorzoeking op 16 augustus 2011. Uit het hierboven opgenomen overzicht blijkt dat de facturen voor de maanden augustus tot en met december 2011 op die datum reeds bekend waren, zonder dat de zorg in die maanden is verleend.

Telefoon

In de op 16 augustus 2011 in beslag genomen telefoon van [verdachte] zijn WhatsApp-berichten aangetroffen. Het dossier bevat een overzicht van verschillende berichten die in de periode van 23 januari 2011 tot 15 augustus 2011 zijn verstuurd en ontvangen door [verdachte]. In dat overzicht zijn onder meer de volgende conversaties tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] opgenomen:

“(09-03-2011:)

[medeverdachte 1]: (…) laat me even weten wat je besproken hebt met [betrokkene 4] en wanneer factuur wordt overgemaakt.

[verdachte]: (…)D8 dat hij het had overgemaakt. Miscommunicatie (…)

[medeverdachte 1]: (…) Hoe ging het dan de afgelopen maanden? Het was voor hem toch al geregeld qua rekening. Jij beheerde deze toch?

[verdachte]: Ja maar die pas klopt niet (…)

[medeverdachte 1]: Oke ik wacht de betaling dan even af (…) maar dit verhaal begint te klinken als het verhaal van die nicht van [voornaam medeverdachte 2].

[verdachte]: Als dat zo is dan fok ik hem zeker maar letterlijk als fraudeur heel zijn leven lang

(23-03-2011:)

[medeverdachte 1]: Bhajjo, heb je al iets van [bijnaam] gehoord? Zoniet, dan ga ik hem deze week nog afmelden vanaf 1 maart want nog langer wachten heeft geen nut en dan gaat de eerst volgende betaling van [voornaam betrokkene 3]

(1 april) meedoen ipv [bijnaam].

[verdachte]: (…) Maar ik moet van die matti van mij nog horen of [bijnaam] daar zit en voor hoelang. Daarom zouden we kunnen wachten voor het geval hij daar voor 3 weken zit en volgende week terug is toch.

[medeverdachte 1]: Maar dan komen we in de knoei als we Pgb van [voornaam betrokkene 3] volgende week gaan verdelen en er blijkt naderhand dat [bijnaam] er toch niet is en/of het geld heeft gebruikt. Het gat wordt dan te groot!

[verdachte]: (…) Ik hoef dan niet in mee verdeelt te worden dan hou je dat alvast in voor het geval toch, belangrijk voor mij is dat [voornaam betrokkene 3] krijgt. (…)

(28-03-2011:)

[medeverdachte 1]: Moennie, heb niets meer van je gehoord over [bijnaam] dus ga ervan uit dat dit ook weer flashtorie is. Ik meld hem vanaf maart af maar hij loopt per 1 april toch 2 maanden achter (feb+mrt) die hij uitbetaald heeft gekregen. [voornaam betrokkene 3] dient vanaf 1 april totaalbedrag contant te geven en krijgt dan ’n paar dagen later EUR 700 (zonder dat er nog een deel voor jou overblijft).

[verdachte]: (…) als je hem wilt afmelden dan moeten we dat doen. Belangrijk voor mij in deze kwestie is nu dat [voornaam betrokkene 3] haar deel krijgt en van de overige percentage me moeder, schoonmoeder en die matti van mij verder is torie niet meer interessant geworden voor mij (…)

[medeverdachte 1]: (…) als er weer zoiets voorkomt, meld ik alles af want hou niet van dit soort afspraken. [voornaam betrokkene 3] krijgt elke maand een hogere percentage en nu er eigenlijk 1 uitvalt (…) blijft de percentage nu 25% (ook in de 2e helft van 2011). Want dit schiet niet op met die mensen. We zijn nog niet eens een jaar bezig! (…)

[verdachte]: Ok (…) houd rekening met afmeldingen (dit moet goed gedaan worden met de juiste afmelding denk maar aan zwaarte indicatie. (…)

[medeverdachte 1]: Bij wanbetaling en vertrokken naar bestemming onbekend kan/mag ik het wel zelf doen

[verdachte]: heb je het over zorg Stoppen of het PGB zelf?

[medeverdachte 1]: zorg stoppen

[verdachte]: Ohw ik d8 pgb

[medeverdachte 1]: zij gaan pgb dan zelf onderzoeken (…) en gelden terugvorderen

[verdachte]: Ja precies (…)

(05-04-2011:)

[medeverdachte 1]: Ik heb zorgkantoor doorgegeven dat we t/m feb zorg geleverd hebben aan [bijnaam] en dat hij vanaf maart spoorloos is. Daarnaast heeft hij periode feb niet betaald. Je moet dus zijn factuur van maart verwijderen, zoals ik ook uit het systeem heb gehaald. Indien hij, als hij uit Suriname komt feb/mrt/apr en mei ineens kan betalen dan zal ik de zorg laten hervatten en aangeven aan zorgkantoor. (…)

Wat doe je vanavond (…)? Want dan kan ik het geld van [voornaam betrokkene 3] komen ophalen. Want hoe eerder ik het stort, des te eerder kan ik haar die EUR 700 geven. (…)

(25-05-2011:)

(Het hof begrijpt:) [verdachte]:

Ik heb de mail gezien, wel jammer ik weet wat de afspraken zijn maar er is niets afgesproken betreft cliënt deel dat uit mijn deel zou ontstaan dat was niet meegecalculeerd in onze delen. Maar ik stop in ieder geval ermee daar waar niets overblijft in mijn deel en er geen interessante bedragen overblijven. Ik draag alles over aan [voornaam medeverdachte 2]. Je snapt zelf wel dat jij met 2 personen deelt bent en ik met 4 moet delen daar is niets redelijk in moenna.

[medeverdachte 1]: We hebben vanaf begin aangegeven dat er 5 pgb-ers zouden zijn. We hebben vanaf begin afgesproken wat de verdeling zou zijn. Wat jij af heb gesproken met je pgb-ers hebben wij nooit mee bemoeit omdat het iets tussen jou en de pgb-ers zou zijn. Ik heb vanaf begin met jou zaken gedaan en niet met [voornaam medeverdachte 2] daarnaast is je deel nu lager omdat er 2 van jouw mensen zijn uitgevallen en dat kan niet betekenen dat we nu daardoor alles moeten veranderen.

Agenda

Tijdens de doorzoeking van de woning van [verdachte] op

17 april 2012 is een agenda van [medeverdachte 2] aangetroffen. In de agenda staat onder ‘notities’ de volgende handgeschreven tekst:

“* Praat over de aanhouding en dergelijke

* Ze zijn in de auto geweest, ik wil geen risico lopen, ingeval ze iets hebben achtergelaten (afluister apparatuur). Daarnaast word ik ook gevolgd! (denk ik)

* Alle indicaties PGB moeten per 1 september 2011 worden stopgezet. (Dit ivm eventuele risico’s voor de PGB patienten even als het zorgbureau)

* Dit moet vandaag nog gebeuren en ik heb de bevestigingsbrieven zsm nodig het liefst vandaag nog!!! (brief die uitgaat naar zorgkantoor.

* Het betreft: *[betrokkene 11]

*[betrokkene 2]

*[betrokkene 1]

*[betrokkene 3]

* Kan dit asap geregeld worden?”

[medeverdachte 2] heeft hierover verklaard dat zij op 17 augustus 2011 bij [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] thuis was op de dag dat [verdachte] was aangehouden. [medeverdachte 1] zei toen dat [verdachte] direct alles moest oplossen omdat de familie er problemen mee zou krijgen. [medeverdachte 2] had haar agenda bij zich en [medeverdachte 1] vertelde toen wat [medeverdachte 2] aan [verdachte] moest doorgeven. [medeverdachte 3] was bij dit gesprek aanwezig. [medeverdachte 2] schreef vervolgens instructies op in haar agenda. De dag erna was [verdachte] weer vrij en toen besprak [medeverdachte 2] de notitie met hem. [verdachte] zei dat de PGB’s niet moesten worden stopgezet. De oplossing van [verdachte] was toen om alles via [bedrijf B] verder te laten gaan, aldus [medeverdachte 2].

Conclusie

Ten aanzien van feit 1

Op basis van het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, neemt het hof als vaststaand aan dat [medeverdachte 6] in de periode van 16 juni 2010 tot en met 1 juni 2011 - al dan niet met gebruikmaking van de inloggegevens van collega’s - in het systeem van het CIZ twaalf cliëntendossiers heeft aangemaakt en daarin aanvragen heeft opgenomen, teneinde indicatiebesluiten te verkrijgen waarmee op naam van deze cliënten een PGB kon worden aangevraagd. Daartoe heeft [medeverdachte 6] valselijk ziektebiografieën, ziektebeelden, en de daaruit voortvloeiende zorgbehoefte uit bestaande dossiers gekopieerd en deze in de onderhavige dossiers geplakt. Dit heeft ertoe geleid dat het CIZ indicatiebesluiten heeft afgegeven aan deze twaalf personen, waarin wordt uitgegaan van niet daadwerkelijk bestaande gezondheidsklachten.

[medeverdachte 6] heeft dit gedaan in opdracht van en in samenwerking met zijn oud-collega bij het CIZ, [verdachte], die hem hiertoe de (NAW-)gegevens van de cliënten aanleverde. Steeds ging het om (schoon)familieleden van [verdachte], een keer om zijn ex-partner ([betrokkene 11]) en in een enkel geval om een vriend ([betrokkene 4]). Bij deze personen trad [bedrijf C] als contactpersoon op. In alle andere gevallen ging het om relaties van een vriend van [verdachte], [medeverdachte 5], die in die gevallen als contactpersoon en/of ‘cliëntondersteuner’ optrad.

Vervolgens werden met behulp van de afgegeven indicatiebesluiten bij zorgkantoren [benadeelde partij zorgkantoor 1] en [zorgkantoor 2]. PGB’s aangevraagd. Dit heeft in negen gevallen geleid tot uitbetaling van PGB’s, veelal op rekeningen die op naam van de budgethouders stonden. Een aantal van deze rekeningen werd door [verdachte] of [medeverdachte 5] beheerd. De zorgkantoren hebben berekend dat zij in dit verband in totaal € 522.227,49 ten onrechte hebben uitgekeerd. De PGB-gelden werden niet besteed aan het doel waarvoor zij waren uitgekeerd, maar onder andere personen (contant) verdeeld. De budgethouders kregen op hun beurt een vergoeding voor hun medewerking.

De op onterechte gronden verstrekte PGB-gelden werden vervolgens verantwoord met valse documenten, te weten zorgovereenkomsten, facturen en verantwoordings-formulieren op naam van het zorgbureau van [medeverdachte 3], [bedrijf C], (van 27 mei 2010 tot en met 30 juni 2011), het zorgbureau van [medeverdachte 4], [bedrijf D], (vanaf 26 mei tot en met 31 augustus 2011) of het zorgbureau van [medeverdachte 2], [bedrijf B], (van 1 september 2011 tot en met 31 maart 2012). Met deze documenten werd de indruk gewekt dat er conform het (maximaal) geïndiceerde aantal uren zorg was, of zou worden verleend, terwijl dat in werkelijkheid niet het geval was. Vast staat immers dat verschillende budgethouders in het geheel geen zorg hebben ontvangen. Voorts staat niet ter discussie dat door [bedrijf C] en [bedrijf D] aan de bij hen ondergebrachte budgethouders nooit zorg is verleend. In de dossiers van drie budgethouders, te weten [betrokkene 6], [betrokkene 7] en [betrokkene 10], zijn bovendien verantwoordingsformulieren en facturen aangetroffen van een zorgbureau dat in het geheel geen activiteiten ontplooide.

Het hof overweegt dat op basis van de hierboven vermelde bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat sprake was van een organisatie met een onderlinge rolverdeling tussen de verschillende verdachten, met als doel zichzelf te verrijken met onterecht verkregen PGB-gelden. [verdachte] en [medeverdachte 1] kunnen naar het oordeel van het hof worden gezien als de spil van de organisatie. Zij hebben – voorafgaand aan de eerste door [medeverdachte 6] in het systeem van CIZ ingevoerde PGB-aanvragen – afspraken gemaakt over hun samenwerking en over de verdeling van de PGB-gelden. Deze afspraken zijn neergelegd in verschillende documenten die zijn aangetroffen op de computer van [verdachte] en zijn nadien nog onderwerp van (WhatsApp-)gesprekken geweest.

[medeverdachte 6] heeft cliëntendossiers aangemaakt en daarvoor informatie van [verdachte] gekregen. [verdachte] heeft op zijn beurt voor zes van de PGB-aanvragen informatie verkregen van [medeverdachte 5]. Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat op basis van de voormelde bewijsmiddelen – waaronder de verklaring van [medeverdachte 6] dat hij nooit van iemand anders dan [verdachte] verzoeken heeft gekregen om indicaties op te maken, de omstandigheid dat [medeverdachte 6] op 14 februari 2011 aan de dossiers van [betrokkene 10] en [betrokkene 9] heeft gewerkt bij [verdachte] thuis en de omstandigheid dat een indicatieaanvraag AWBZ op naam van [betrokkene 9] bij [verdachte] thuis is aangetroffen - kan worden vastgesteld dat [verdachte] ook een wezenlijke rol heeft gespeeld bij de door [medeverdachte 5] aangedragen aanvragen van [betrokkene 9], [betrokkene 10], [betrokkene 6], [betrokkene 12], [betrokkene 7] en [betrokkene 8].

De zorgbureaus, [bedrijf C], [bedrijf D] en [bedrijf B], in feite in de personen van [medeverdachte 1]/[medeverdachte 3], [medeverdachte 4] en [medeverdachte 2], hielden zich achtereenvolgens bezig met de administratie (zorgovereenkomsten, facturen, verantwoordings-formulieren) en het betalen van de belasting, ter verantwoording van de uitbetaalde PGB-gelden, teneinde te doen voorkomen dat van deze PGB-gelden ingekochte zorg was betaald.

In het licht van de voorgaande feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat [verdachte] in de periode van

1 mei 2010 tot 17 april 2012 opzettelijk deel heeft uitgemaakt van een gestructureerd samenwerkingsverband dat bestond uit de verdachte, [medeverdachte 1], [medeverdachte 3], [medeverdachte 4], [medeverdachte 2], en andere natuurlijke personen ([medeverdachte 6], [medeverdachte 5] en de zorgaanvragers c.q. budgethouders). De verdachte is aantoonbaar betrokken geweest bij de door de organisatie beoogde en reeds gepleegde misdrijven en heeft hiermee actief aan de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie bijgedragen. Het oogmerk van de organisatie was gericht op het verkrijgen van persoonlijk financieel gewin door middel van het plegen van verschillende misdrijven, te weten de oplichting van het CIZ en de betrokken zorgkantoren, valsheid in geschrift in relatie tot het CIZ en die zorgkantoren en het witwassen van de PGB-gelden die uit de oplichting en/of valsheid in geschrift waren verkregen.

Ten aanzien van feit 2

Voorts stelt het hof vast dat uit de voormelde bewijsmiddelen blijkt dat [verdachte] [medeverdachte 6], die destijds werkzaam was bij het CIZ, een bedrag van

€ 6.000,- heeft beloofd en dat [medeverdachte 6] in ruil daarvoor in het systeem van het CIZ cliëntendossiers diende aan te maken. Nadat [medeverdachte 6] dit had gedaan en het tot uitbetaling van PGB’s was gekomen, heeft [verdachte] voormeld bedrag aan hem betaald. [medeverdachte 6] is door de in het vooruitzicht gestelde betaling ertoe aangezet om te handelen in strijd met zijn plicht, nu hij in zijn hoedanigheid van back office medewerker en super user enkel bevoegd was om indicatiebesluiten op te maken bij aanvragen van het ziekenhuis met een duidelijk ziektebeeld en bij aanvragen voor verlenging van de indicatie en het hem derhalve niet was toegestaan om zich bezig te houden met de (medische) inhoud van cliëntendossiers (dit in tegenstelling tot screeners en indicatiestellers).

Het onder 2 primair ten laste gelegde kan derhalve wettig en overtuigend worden bewezen.

Onderzoek Concibo

Het hof kan zich grotendeels vinden in de overwegingen van de rechtbank en het neemt deze dan ook onder aanbrenging van enkele correcties en aanvullingen over op de wijze als hierna vermeld.

Verdenking

[verdachte] wordt ervan verdacht dat hij onjuiste belastingaangiften voor de omzetbelasting heeft gedaan (feit 3) en dat hij valse administratie aan de belastinginspecteur ter beschikking heeft gesteld (feit 4). Beide feiten strekten ertoe dat te weinig belasting werd geheven.

Feit 3

[verdachte] drijft sinds 8 november 2004 een eenmanszaak onder verschillende handelsnamen. Een van de handelsnamen is [bedrijf H], gevestigd op het adres [adres bedrijf H]. Dit was ten tijde van het ten laste gelegde tevens het GBA(/BRP)-adres van [verdachte]. Op 28 maart 2006 is een aangifte omzetbelasting over het eerste kwartaal van 2006 van [verdachte] ontvangen bij de Belastingdienst te Apeldoorn. [verdachte] heeft per kwartaal een aangifte omzetbelasting ingediend – voor zover hier relevant – laatstelijk over het vierde kwartaal van 2009 op 25 januari 2010.

Op deze aangiften zijn – voor zover relevant – de volgende tijdvakken en bedragen vermeld:

Tijdvak

Omzetbelasting

Voorbelasting

Terug te betalen/vragen

200621

€ 596

€ 3.100

- € 2.504

200624

€ 700

€ 4.500

- € 3.800

200627

€ 764

€ 7.250

- € 6.486

200630

€ 700

€ 7.085

- € 6.385

200721

€ 850

€ 9.500

- € 8.650

200724

€ 630

€ 7.500

- € 6.870

200727

€ 710

€ 7.500

- € 6.790

200730

€ 500

€ 5.700

- € 5.200

200821

€ 450

€ 4.250

- € 3.800

200824

€ 450

€ 4.350

- € 3.900

200827

€ 650

€ 4.700

- € 4.050

200830

€ 630

€ 4.700

- € 4.070

200921

€ 580

€ 7.500

- € 6.920

200924

€ 750

€ 4.900

- € 4.150

200927

€ 825

€ 5.880

- € 5.055

200930

€ 690

€ 7.000

- € 6.310

[verdachte] heeft verklaard dat hij in de jaren 2006 tot en met 2010 niet zo actief is geweest met [bedrijf H]. Hij heeft in deze periode niet zoveel onkosten of inkopen gehad. Hij heeft geen hoge omzetten gehad. De bedragen aan voorbelasting en omzet die op de aangiften zijn vermeld zijn geschat. De hoogte is gebaseerd op voorgenomen investeringen. Wanneer [verdachte] wordt voorgehouden dat het door hem opgegeven bedrag aan betaalde voorbelasting staat voor een bedrag aan omzet van ruim € 500.000,-, deelt hij mede dat hij dit bedrag nooit aan inkopen of kosten heeft betaald. [verdachte] heeft de aangiften omzetbelasting ingediend vanaf een computer op zijn huisadres, [adres].

Feit 4

Over het eerste kwartaal van 2010 heeft [verdachte] een aangifte omzetbelasting ingediend met een terug te ontvangen bedrag van € 6.950,-. Naar aanleiding van deze aangifte heeft de Belastingdienst facturen opgevraagd. Daarop heeft [verdachte] afschriften van zes facturen en zes kwitanties aan de Belastingdienst overgelegd. Bij brief van 25 juni 2010 heeft [verdachte] deze stukken aan de Belastingdienst Haaglanden gezonden. Op 29 juni 2010 zijn deze stukken door de Belastingdienst ontvangen.

Deze facturen staan op naam van [bedrijf G], gevestigd aan [adres 1 bedrijf G], en zijn gericht aan [bedrijf H], ter attentie van de heer [verdachte]. De facturen zijn gedateerd in januari, februari en maart 2010 en hebben betrekking op advies en consultancy. Het op de facturen vermelde BTW-nummer is [BTW-nummer].

Uit onderzoek van de Belastingdienst is naar voren gekomen dat [bedrijf G] bij de Belastingdienst bekend is op het adres [adres 2 bedrijf G]. Het betreft een rechtspersoon die vrijgestelde prestaties in de zin van de Wet op de omzetbelasting verricht. Enig aandeelhouder en bestuurder is [getuige 2], [adres getuige 2]. Het BTW-nummer zoals vermeld op de facturen ([BTW-nummer]) is niet het omzetbelastingnummer van [bedrijf G], maar het Burgerservicenummer van [getuige 2] met daaraan toegevoegd B01. De rechtspersoon is niet actief geweest in 2010, binnen het bedrijf hebben geen activiteiten plaatsgevonden.

[getuige 2] heeft verklaard dat [bedrijf G] op zijn naam heeft gestaan, maar dat hij geen enkele activiteit heeft ontplooid. De in de tenlastelegging vermelde facturen en kwitanties heeft hij nog nooit gezien en hij heeft deze niet opgemaakt. De vermelde werkzaamheden zijn niet uitgevoerd. De handtekening op de kwitanties zijn niet van hem.

[verdachte] heeft verklaard dat de Belastingdienst facturen en betaalbewijzen had gevraagd, maar dat hij die niet had. Een kennis van [verdachte] had facturen van [bedrijf G] die [verdachte] kon overleggen aan de Belastingdienst. Die kennis heeft één factuur over de mail gestuurd en de andere facturen persoonlijk aan hem gegeven. De kwitanties kreeg hij ook van die kennis. De facturen en de kwitanties zijn vals. Deze facturen en kwitanties heeft [verdachte] aan de Belastingdienst overgelegd. Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft [verdachte] bevestigd dat de facturen die hij aan de Belastingdienst heeft overgelegd vals waren. Hij heeft verklaard dat de kennis van wie hij de facturen en de kwitanties kreeg [naam die lijkt op de naam van medeverdachte 5] (het hof begrijpt: [medeverdachte 5], de medeverdachte) is.

In hoger beroep is door de verdachte geen verweer gevoerd tegen de bewezenverklaring door de rechtbank van de feiten 3 en 4.

Net als de rechtbank komt het hof tot het oordeel dat op grond van het vorenstaande de feiten 3 en 4 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij

in of omstreeks de periode van 1 april mei 2010 tot en met 17 april 2012

te ’s-Gravenhage en/of elders in Nederland

heeft deelgenomen aan een organisatie,

bestaande uit hem, verdachte, en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of een of meer andere (natuurlijke) perso(o)n(en)

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven,

namelijk

het plegen van oplichting als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht

en/of

het plegen van valsheid in geschrift als bedoeld in artikel 225 lid 1 en lid 2 van het Wetboek van Strafrecht

en/of

het plegen van witwassen als bedoeld in artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht

en/of

het opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, als bedoeld in artikel 227b van het Wetboek van Strafrecht;

2.

hij

op één of meer tijdstippen

in of omstreeks de periode van 16 juni 2010 tot en met

1 juni 2011, in elk geval in of omstreeks de periode van 16 juni 2010 tot en met 17 april 2012,

te 's-Gravenhage en/of (elders) in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(telkens)

een ambtenaar, te weten [medeverdachte 6], als medewerker Frontofficie/Backoffice

(FOBO), met als extra taak ICT-Superuser, in dienst van de (Stichting) Centrum Indicatiestelling Zorg,

(telkens) (een) gift(en) of belofte heeft gedaan en aangeboden,

te weten (een) geldbedrag(en) van (totaal) euro 6.000,- of daaromtrent, in elk geval geld,

(telkens) met het oogmerk om die [medeverdachte 6] te bewegen in die [medeverdachte 6] zijn bediening, in strijd met zijn plicht, iets te doen of na te laten,

en/of

(telkens) ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door die [medeverdachte 6], in strijd met zijn plicht, in zijn huidige of vroegere bediening is/was gedaan of nagelaten,

te weten/bestaande uit

het in het bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) in gebruik zijnde administratieve systeem en/of bedrijfsprocessensysteem,

het zogenaamde GINO-systeem,

aanmaken van (een) (cliënt)dossier(s) ten name van

[betrokkene 1] en/of [betrokkene 11] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of

[betrokkene 5] en/of [betrokkene 9] en/of [betrokkene 12] en/of [betrokkene 10] en/of [betrokkene 6] en/of

[betrokkene 7] en/of [betrokkene 8]

en/of

ten aanzien van die vorengenoemde cliënten/perso(o)n(en) (onder meer)

(een) ziektebeeld(en) en/of (een) ziektebiografie(ën) in dat systeem en/of

dat/die dossier(s) inbrengen en/of vermelden,

te weten

ten aanzien van [betrokkene 1] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Vergevorderde MS ADL afhankelijk, hulp nodig bij wassen, toiletgang, kleden, medicatie toediening, diabetes, insuline"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 11] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch hersenletsel op 4 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in 2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische bronchitis en schildklierproblemen Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 2] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Mw is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch hersenletsel op 40 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in 2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische bronchitis en schildklierproblemen Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 3] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch hersenletsel op 4 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in 2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische bronchitis en schildklierproblemen Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 4] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Dhr is bekend met polio vanaf zijn tweede jaar. Tevens een scoliose in rug DM en hoge RR vaatklachten"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 5] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Zeer progressieve MS verslechterd soms per week kan niets meer zonder hulp geen zelfredzaamheid diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 9] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Een incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch hersenletsel op 4 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in 2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische bronchitis en schildklierproblemen en Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 12] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Vergevorderde MS ADL afhankelijk, hulp nodig bij wassen, toiletgang, kleden, medicatie toediening, diabetes, insuline"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 10] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"dhr is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch hersenletsel op 40 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in 2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische bronchitis en schildklierproblemen Diabetes

en/of

ten aanzien van [betrokkene 6] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Dhr is bekend met polio vanaf zijn tweede jaar. Tevens een scoliose in rug DM type 1 en vaatklachten"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 7] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch hersenletsel op 12 jarige leeftijd. Daarnaast is in 2001 haemangioon incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in 2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische bronchitis en schildklierproblemen Diabetes

en/of

ten aanzien van [betrokkene 8] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Zeer progressieve MS verslechterd soms per week kan niets meer zonder hulp geen zelfredzaamheid diabetes"

en/of

(telkens) in dat systeem en/of dat/die dossier(s) ten aanzien van bovengenoemde perso(o)n(en) inbrengen en/of vermelden en/of opnemen als/bij "Gevraagde functies"

PV (Persoonlijke verzorging) en/of VP (Verpleging) en/of BG-INF (Begeleiding individueel)

en/of

in dat/die dossier(s) van bovengenoemde perso(o)n(en) ten behoeve van de indicatieprocedure en/of totstandkoming van het indicatiebesluit inbrengen en/of vermelden en/of opnemen van (een) (andere) bewerking(en) (toevoegingen

en/of wijzigingen)

en/of

ten behoeve van bovengenoemde perso(o)n(en) tot stand brengen en/of tot stand doen komen van een indicatiebesluit;

3.

hij, al dan niet handelend onder de naam [bedrijf H] en/of [bedrijf I] en/of [bedrijf J] en/of [bedrijf H1],

op één of meer tijdstippen

in of omstreeks de periode van 28 maart 2006 tot en met 25 januari 29 april 2010,

te Rijswijk en/of Den Haag, in elk geval in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(telkens) opzettelijk

(een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen,

te weten (een) (elektronische) aangifte(n) voor de omzetbelasting in of over het/de aangiftetijdvak(ken):

-1ste kwartaal 2006 (AH-002, 8/29) en/of

-2de kwartaal 2006 (AH-002, 9/29) en/of

-3de kwartaal 2006 (AH-002, 10/29) en/of

-4de kwartaal 2006 (AH-002, 11/29) en/of

-1ste kwartaal 2007 (AH-002, 12/29) en/of

-2de kwartaal 2007 (AH-002, 13/29) en/of

-3de kwartaal 2007 (AH-002, 14/29) en/of

-4de kwartaal 2007 (AH-002, 15/29) en/of

-1ste kwartaal 2008 (AH-002, 16/29) en/of

-2de kwartaal 2008 (AH-002, 17/29) en/of

-3de kwartaal 2008 (AH-002, 18/29) en/of

-4de kwartaal 2008 (AH-002, 19/29) en/of

-1ste kwartaal 2009 (AH-002, 20/29) en/of

-2de kwartaal 2009 (AH-002, 21/29) en/of

-3de kwartaal 2009 (AH-002, 22/29) en/of

-4de kwartaal 2009 (AH-002, 23/29)

onjuist of onvolledig heeft gedaan,

immers heeft hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s)

(telkens) opzettelijk

op/in het/de bij de Inspecteur der belastingen en/of de Belastingdienst te

Apeldoorn, althans de Staat der Nederlanden, ingezonden aangiftebiljet(ten) omzetbelasting over die/dat genoemde aangiftetijdvak(ken)

(telkens) een te hoog, althans een onjuist, bedrag aan voorbelasting en/of aan totaal terug te vragen omzetbelasting opgegeven en/of vermeld,

terwijl dat/die feit(en) er (telkens) toe strekt/

strekkten dat te weinig belasting werd geheven;

4.

hij, al dan niet handelend onder de naam [bedrijf H] en/of [bedrijf I] en/of [bedrijf J] en/of [bedrijf H1],

op of omstreeks 25 juni 2010, in elk geval in of omstreeks het jaar 2010,

te Den Haag, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(telkens) als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken en/of bescheiden en/of andere

gegevensdragers of de inhoud daarvan,

deze (telkens) opzettelijk, in valse en/of vervalste vorm voor dit doel beschikbaar heeft gesteld of ter beschikking doen stellen,

immers, heeft hij, verdachte, en of zijn mededader(s)

(telkens) opzettelijk

het/de volgende vals(e) of vervalst(e) bescheid(en):

1.één of meer factu(u)r(en) ten name van [bedrijf G] en

(D-012, 1 t/m 6);

2.één of meer (kopie(ën) van) kwitantie(s) ten name van [bedrijf G]

(D-002, 8 t/m 9)

voor raadpleging aan de Inspecteur der belastingen en/of de Belastingdienst te Apeldoorn, althans de Staat der Nederlanden ter beschikking gesteld,

bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) in/van één of meer van voormelde geschriften (telkens) hierin

- zakelijk weergegeven -

dat die factu(u)r(en) en/of kwitantie(s) niet waren opgemaakt door en/of niet afkomstig was/waren van [bedrijf G] en/of dat de daarin opgegeven/vermelde

-werkzaamhe(i)d(en) niet daadwerkelijk had(den) plaatsgevonden

-bedrag(en) niet verschuldigd was/waren,

terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting werd geheven.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de hiervoor weergegeven - in de voetnoten aangeduide - bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 primair bewezen verklaarde levert op:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Het onder 2 primair bewezen verklaarde levert op:

aan een ambtenaar een gift of belofte doen met het oogmerk om hem te bewegen in zijn bediening, in strijd met zijn plicht, iets te doen.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd.

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk als degene die ingevolge de belastingwet verplicht is tot het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden, andere gegevensdragers of de inhoud daarvan, deze in valse vorm beschikbaar stellen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft een ambtenaar van het CIZ omgekocht, teneinde valse indicatiestellingen voor familieleden en andere personen afgegeven te krijgen. Vervolgens heeft de verdachte samen met zijn partner, zijn neef, diens vrouw en anderen, met wie hij een criminele organisatie vormde, bijna twee jaar lang niet geleverde zorguren gedeclareerd en daarmee voor ruim € 500.000,- gefraudeerd. De verdachte kan naar het oordeel van het hof als een spil binnen deze PGB-fraude worden aangemerkt. De criminele organisatie heeft veelvuldig documenten vervalst, zorgkantoren en het CIZ opgelicht en aanzienlijke bedragen witgewassen. Door aldus te handelen hebben de verdachte en zijn mededaders op schaamteloze wijze misbruik gemaakt van het PGB-systeem. Fraude met AWBZ gelden in het algemeen, maar zeker in deze omvang, tast het fundament aan van de in het kader van de AWBZ te verlenen zorg en leidt tot ontwrichting van een zorgvuldig uitgebalanceerd en uit de publieke middelen gefinancierd systeem van zorg voor en ondersteuning van mensen die die hulp ten gevolge van bepaalde medische aandoeningen of beperkingen langdurig of blijvend nodig hebben.

Daarnaast heeft de verdachte jarenlang gefraudeerd met omzetbelasting en ten onrechte ongeveer € 85.000,- ontvangen van de Belastingdienst. Desgevraagd heeft de verdachte bovendien valse documenten aan de Belastingdienst overgelegd teneinde zijn fraude te verhullen.

Op dergelijke feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van geruime duur.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 7 juni 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.

Het hof heeft tevens kennis genomen van het reclasseringsadvies niet gedateerd (ingekomen bij het hof d.d. 16 juni 2017), opgemaakt en ondertekend door reclasseringswerker M. Naarden.

Voorts heeft het hof acht geslagen op het tijdsverloop in deze zaak. Het hof overweegt dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (hierna: redelijke termijn) in eerste aanleg ten aanzien van het onderzoek Concibo in beginsel met bijna 16 maanden is overschreden en ten aanzien van het onderzoek Norwood met bijna 8 maanden. Het verrichte onderzoek is evenwel zeer omvangrijk en zeer complex geweest en de rechter-commissaris heeft naar aanleiding van de verzoeken namens de verdachte en zijn medeverdachten veel getuigen gehoord. Een gelijktijdige berechting van de feiten uit de onderzoeken Concibo en Norwood is in het voordeel van de verdachte. Naar het oordeel van het hof maken deze bijzondere omstandigheden dat in dit geval geen sprake is van een tot strafmaatvermindering aanleiding gevende overschrijding van de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg. Het hof stelt evenwel vast dat bij de berechting in hoger beroep de redelijke termijn met 9 maanden is overschreden. Het hof zal deze overschrijding verdisconteren in de strafmaat.

Alles afwegende is het hof van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden in beginsel een passende en geboden reactie vormt. Gelet echter op de overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep zal het hof in plaats van de hiervoor overwogen gevangenisstraf, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden opleggen. In hetgeen door en namens de verdachte is aangevoerd omtrent zijn persoonlijke omstandigheden ziet het hof geen aanleiding om van de door de advocaat-generaal gevorderde straf af te wijken.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij zorgkantoor 1]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij zorgkantoor 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 448.232,42.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Gezien de omstandigheid dat de (omvang van de) jegens de benadeelde partij bestaande schadevergoedings-verplichting van de verdachte op dit moment door het hof niet vast te stellen is, nu gebleken is dat er reeds aflossingen door budgethouders hebben plaatsgevonden, levert de inhoudelijke beoordeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op. Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 68 en 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de artikelen 57, 140 en 177 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij zorgkantoor 1] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit arrest is gewezen door mr. H.C. Plugge,

mr. A.E.A.M. van Waesberghe en mr. E. van Die, in bijzijn van de griffier mr. L.A.M. Karels.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 15 september 2017.

[in het arrest zijn voetnoten opgenomen waarin de aanduidingen en vindplaatsen van de gebezigde bewijsmiddelen zijn opgenomen]

Bijlage

Tenlastelegging

Feit 1.

(onderzoek Norwood)

hij

in of omstreeks de periode van 1 april 2010 tot en met 17 april 2012

te ’s-Gravenhage en/of elders in Nederland

heeft deelgenomen aan een organisatie,

bestaande uit hem, verdachte, en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of

[medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of een of meer andere (natuurlijke) perso(o)n(en),

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven,

namelijk

het plegen van oplichting als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht

en/of

het plegen van valsheid in geschrift als bedoeld in artikel 225 lid 1 en lid 2 van het Wetboek van Strafrecht

en/of

het plegen van witwassen als bedoeld in artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht

en/of

het opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, als bedoeld in artikel 227b van het Wetboek van Strafrecht;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij

op een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 16 juni 2010 tot en met 4 juni 2012,

te 's-Gravenhage en/of Rijswijk en/of Tilburg en/of Driebergen-Rijsenburg

en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels,

--het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

heeft bewogen tot de afgifte van een of meer indicatiebesluit(en) in het

kader van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten op naam van/ten behoeve

van

[betrokkene 1] en/of [betrokkene 11] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of

[betrokkene 4] en/of [betrokkene 5]

en/of

[betrokkene 9] en/of [betrokkene 12] en/of [betrokkene 10] en/of [betrokkene 6]

en/of [betrokkene 7] en/of [betrokkene 8]

hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

(telkens) met vorenomschreven oogmerk

- zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

in het bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) in gebruik zijnde

administratieve systeem en/of bedrijfsprocessensysteem,

het zogenaamde GINO-systeem,

-al dan niet met gebruikmaking van (een) inlogna(a)m(en) en/of (een)

wachtwoord(en) van (een) medewerk(st)er(s) van Centrum Indicatiestelling

Zorg (CIZ) en/of door het aannemen van de rol van screener en/of

indicatiesteller en/of door het zichzelf in dat GINO-systeem en/of in

nagenoemde dossier(s) (buiten diens bevoegdheid) te benoemen tot

indicatiesteller-

(een) (cliënt)dossier(s) aangemaakt ten name van [betrokkene 1] en/of

[betrokkene 11] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4]

en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 9] en/of [betrokkene 12] en/of

[betrokkene 10] en/of [betrokkene 6] en/of [betrokkene 7] en/of [betrokkene 8]

en/of

ten aanzien van die vorengenoemde cliënten/perso(o)n(en) (onder meer)

-in strijd met de waarheid-

(een) ziektebeeld(en) en/of (een) ziektebiografie(ën) in dat systeem en/of

dat/die dossier(s) ingebracht en/of vermeld,

te weten

ten aanzien van [betrokkene 1] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Vergevorderde MS ADL afhankelijk, hulp nodig bij wassen, toiletgang,

kleden, medicatie toediening, diabetes, insuline"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 11] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch

hersenletsel op 4 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon

incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in

2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische

bronchitis en schildklierproblemen Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 2] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Mw is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch

hersenletsel op 40 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon

incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in

2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische

bronchitis en schildklierproblemen Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 3] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch

hersenletsel op 4 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon

incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in

2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische

bronchitis en schildklierproblemen Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 4] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Dhr is bekend met polio vanaf zijn tweede jaar. Tevens een scoliose in rug

DM en hoge RR vaatklachten"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 5] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Zeer progressieve MS verslechterd soms per week kan niets meer zonder hulp

geen zelfredzaamheid diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 9] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Een incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch hersenletsel op

4 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon incompleet verwijderd

uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in 2007 nogmaals tumor

deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische bronchitis en

schildklierproblemen en Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 12] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Vergevorderde MS ADL afhankelijk, hulp nodig bij wassen, toiletgang,

kleden, medicatie toediening, diabetes, insuline"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 10] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"dhr is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch

hersenletsel op 40 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon

incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in

2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische

bronchitis en schildklierproblemen Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 6] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Dhr is bekend met polio vanaf zijn tweede jaar. Tevens een scoliose in rug

DM type 1 en vaatklachten"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 7] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch

hersenletsel op 12 jarige leeftijd. Daarnaast is in 2001 haemangioon

incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in

2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische

bronchitis en schildklierproblemen Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 8] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Zeer progressieve MS verslechterd soms per week kan niets meer zonder hulp

geen zelfredzaamheid diabetes"

en/of

(telkens) in dat systeem en/of dat/die dossier(s) ten aanzien van

bovengenoemde perso(o)n(en) ingebracht en/of vermeld en/of opgenomen

als/bij "Gevraagde functies"

PV (Persoonlijke verzorging) en/of VP (Verpleging) en/of BG-INF (Begeleiding

individueel)

en/of

(een) (andere) bewerking(en) (toevoegingen en/of wijzigingen) in dat/die

dossier(s) van bovengenoemde perso(o)n(en) ten behoeve van de

indicatieprocedure en/of totstandkoming van het indicatiebesluit ingebracht

en/of vermeld en/of opgenomen,

waardoor (telkens) het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

werd bewogen tot de afgifte van bovenbedoeld(e) indicatiebesluit(en) en/of

goed(eren),

en/of

(vervolgens)

(na afgifte van het/de -ten onrechte afgegeven- indicatiebesluit(en))

--het [zorgkantoor 3] en/of [benadeelde partij] en/of [zorgkantoor 1A]

en/of [zorgkantoor 2] en/of [zorgkantoor 4], in elk geval één of meer zorgkanto(o)r(en),

heeft bewogen tot de afgifte van (totaal) euro 522.227,47, in elk geval een

of meer (maandelijkse) geldbedrag(en), te weten een of meer geldbedrag(en)

te weten een of meer geldbedrag(en) in het kader van de Algemene Wet

Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en/of de Persoonsgebonden Budget (PGB) op

naam van/ten behoeve van

[betrokkene 1] en/of [betrokkene 11] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of

[betrokkene 4] en/of [betrokkene 5],

en/of

[betrokkene 10] en/of [betrokkene 6] en/of [betrokkene 7], in elk geval een of

meer geldbedrag(en), en/of

van (een) (gewijzigde) toekenningsbeschikking(en),

hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)

(telkens) met vorenomschreven oogmerk

- zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

met betrekking tot een of meer van vorengenoemde perso(o)n(en) en/of

budgethouder(s)

(telkens) een "Overeenkomst Zorglevering" en/of een "Overeenkomst PGB"

gesloten en/of opgemaakt en/of gezonden en/of doen toekomen aan genoemd(e)

zorgkanto(o)r(en)

en/of

aan genoemd(e) zorgkanto(o)r(en) op naam van een of meer van vorengenoemde

perso(o)n(en) en/of budgethouder(s) (een) zogenaamd(e)

"verantwoordingsformulier(en) PGB" en/of "declaratieformulier(en) PGB"

gezonden en/of doen toekomen waarop (onder meer) was vermeld en/of opgenomen

en/of aangekruist (met betrekking tot de periode waarop dat/die

formulier(en) van toepassing was/waren) het bedrag dat die perso(o)n(en)

en/of budgethouder(s) in totaal aan zijn/haar zorgverlener(s) betaald

heeft/hebben en/of de na(a)m(en) van de zorgverlener(s) en/of de soort

hulpverlening

en/of

(een) bankrekening(en) geopend en/of doen en/of laten openen op naam van

[betrokkene 1] en/of [betrokkene 11] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of

[betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 10] en/of [betrokkene 6]

en/of [betrokkene 7],

waardoor (telkens) het [zorgkantoor 3] en/of [benadeelde partij zorgkantoor 1]

en/of [zorgkantoor 1A] en/of [zorgkantoor 2] en/of [zorgkantoor 4], in elk geval één of meer

zorgkanto(o)r(en),

werd(en) bewogen tot de afgifte van bovenbedoeld(e) geldbedrag(en) en/of

toekenningsbeschikking(en) en/of goed(eren);

meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of

een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij

-al dan niet handelend onder de handelsnaam (eenmanszaak)

[bedrijf C] -

in of omstreeks de periode van 3 juli 2010 tot en met 17 april 2012,

te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

A.

13, in elk geval een of meer, factu(u)r(en) op naam van [bedrijf C]

gericht aan mw. [betrokkene 1]

betreft "Declaratie uren PGB"

(met een totaal factuurbedrag van euro 48.602.25)

(bijlage(n) DOC/009-01 t/m DOC/009-07 en/of

DOC/009-10 t/m DOC/009-15);

en/of

B.

3, in elk geval een of meer, factu(u)r(en) op naam van [bedrijf C]

gericht aan mw. [betrokkene 5]

betreft "Declaratie uren PGB"

(met een totaal factuurbedrag van euro 11.161)

(bijlage(n) DOC/003-67 t/m DOC/003-69);

en/of

C.

10, in elk geval een of meer, factu(u)r(en) op naam van [bedrijf C]

gericht aan Dhr. [betrokkene 4]

betreft "Declaratie uren PGB"

(met een totaal factuurbedrag van euro 38.175,50)

(bijlage(n) DOC/003-251 t/m DOC/003-257 en/of

DOC/003-260 t/m DOC/003-262);

en/of

D.

13, in elk geval een of meer, factu(u)r(en) op naam van [bedrijf C]

gericht aan Mw. [betrokkene 2]

betreft "Declaratie uren PGB"

(met een totaal factuurbedrag van euro 48.602,25)

(bijlage(n) DOC/008-01 t/m DOC/008-07 en/of

DOC/008-10 t/m DOC/008-15);

en/of

E.

6, in elk geval een of meer, factu(u)r(en) op naam van [bedrijf C]

gericht aan Mw. [betrokkene 3]

betreft "Declaratie uren PGB"

(met een totaal factuurbedrag van euro 21.703,25)

(bijlage(n) DOC/007-12 t/m DOC/007-17);

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs

van enig feit te dienen,

(telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, en/althans valselijk

heeft/hebben doen en/of laten opmaken en/of doen en/of laten vervalsen door

(een) ander(en),

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s)

toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid

-zakelijk weergegeven-

==in die factu(u)r(en) voorgedaan dat door de eenmanszaak [bedrijf C] en/of

[medeverdachte 3] (een) dienst(en) (levering van zorg in het kader van

Persoonsgebonden Budget) was/waren verricht voor

[betrokkene 1] en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 2]

en/of [betrokkene 3]

en/of

==in die onder A. en/of B. en/of C. en/of D. en/of E. genoemde factu(u)r(en)

uren (geleverde zorg in het kader van Persoonsgebonden Budget) aan PV

(Persoonlijke verzorging) en/of VP (Verpleging) en/of BG (Begeleiding

individueel) ten behoeve van die [betrokkene 1] en/of [betrokkene 5]

en/of [betrokkene 4] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3]

vermeld en/of geschreven en/of opgenomen, en/althans door die ander(en) doen

en/of laten vermelden en/of schrijven en/of opnemen,

terwijl in werkelijkheid -al dan niet door en/of namens [bedrijf C] - in

het geheel geen (uren) zorg (in het kader van Persoonsgebonden Budget) aan

genoemde perso(o)n(en) was geleverd, althans minder uren zorg (in het kader

van Persoonsgebonden Budget) aan genoemde perso(o)n(en) was geleverd,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

en/of

(telkens) opzettelijk bovenbedoelde/genoemde vals(e) of vervalst(e)

factu(u)r(en) / geschrift(en) (digitaal) voorhanden heeft/hebben gehad

terwijl hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) wist(en) en/of

redelijkerwijs moest(en) vermoeden

dat dit/deze factu(u)r(en) / geschrift(en)

bestemd was/waren voor gebruik als ware het echt en onvervalst;

en/of

hij

-al dan niet handelend onder de handelsnaam (eenmanszaak)

Zorgbureau [bedrijf D] (particuliere Thuiszorg & Welzijn)-

op een of meer tijdstip(pen) 29 mei 2011 tot en met 24 augustus 2011

in elk geval in of omstreeks de periode van 29 mei 2011 tot en met

16 augustus 2011, althans de periode van 29 mei 2011 tot en met 17 april 2012,

te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

A.

2, in elk geval een of meer, factu(u)r(en) op naam van Zorgbureau [bedrijf D]

gericht aan [betrokkene 1]

(met een totaal factuurbedrag van euro 6.300)

(bijlage(n) DOC/009-16, DOC/009-17);

en/of

B.

4, in elk geval een of meer, factu(u)r(en) op naam van Zorgbureau [bedrijf D]

gericht aan [betrokkene 11]

(met een totaal factuurbedrag van euro 10.000)

(bijlage(n) DOC/005-03 t/m DOC/005-06);

en/of

C.

2, in elk geval een of meer, factu(u)r(en) op naam van Zorgbureau [bedrijf D]

gericht aan [betrokkene 2]

(met een totaal factuurbedrag van euro 6.300)

(bijlage(n) DOC/008-16, DOC/008-17);

en/of

D.

2, in elk geval een of meer, factu(u)r(en) op naam van Zorgbureau [bedrijf D]

gericht aan [betrokkene 3]

(met een totaal factuurbedrag van euro 6.300)

(bijlage(n) DOC/007-18 t/m DOC/007-19);

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs

van enig feit te dienen,

(telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, en/althans valselijk

heeft/hebben doen en/of laten opmaken en/of doen en/of laten vervalsen door

(een) ander(en),

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s)

toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid

-zakelijk weergegeven-

==in die factu(u)r(en) voorgedaan dat door de eenmanszaak Zorgbureau [bedrijf D]

en/of [medeverdachte 4] (een) dienst(en) (levering van zorg in het kader van

Persoonsgebonden Budget) was/waren verricht voor

[betrokkene 1] en/of [betrokkene 11] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3]

en/of

==in die onder A. en/of B. en/of C. en/of D. genoemde factu(u)r(en) uren

(geleverde zorg in het kader van Persoonsgebonden Budget) aan PV

(Persoonlijke verzorging) en/of VP (Verpleging) en/of BG (Begeleiding

individueel) ten behoeve van die [betrokkene 1] en/of [betrokkene 11]

en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3]

vermeld en/of geschreven en/of opgenomen, en/althans door die ander(en)

doen en/of laten vermelden en/of schrijven en/of opnemen,

terwijl in werkelijkheid -al dan niet door en/of namens Zorgbureau [bedrijf D]-

in het geheel geen (uren) zorg (in het kader van Persoonsgebonden Budget)

aan genoemde perso(o)n(en) was geleverd, althans minder uren zorg (in het

kader van Persoonsgebonden Budget) aan genoemde perso(o)n(en) was geleverd,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

en/of

(telkens) opzettelijk bovenbedoelde/genoemde vals(e) of vervalst(e)

factu(u)r(en) / geschrift(en) (digitaal) voorhanden heeft/hebben gehad

terwijl hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) wist(en) en/of

redelijkerwijs moest(en) vermoeden

dat dit/deze factu(u)r(en) / geschrift(en)

bestemd was/waren voor gebruik als ware het echt en onvervalst;

en/of

hij

-al dan niet handelend onder de handelsnaam (eenmanszaak)

[bedrijf B]-

op een of meer tijdstip(pen) 1 september 2011 tot en met 29 maart 2012,

in elk geval in of omstreeks de periode van 1 september 2011 tot en met

17 april 2012,

te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

A.

7, in elk geval een of meer, factu(u)r(en) op naam van Zorgbureau [bedrijf B]

gericht aan Mevr. [betrokkene 1] en/of Mevr. [betrokkene 1]

en/of Mevr. [betrokkene 1]

(met een totaal factuurbedrag van euro 23.310,75)

(bijlage(n) DOC/021-16,DOC/021/145 DOC/021-146, DOC/003-170,

DOC/003-171, DOC/003-174, DOC/003-175, DOC/003-176);

en/of

B.

8, in elk geval een of meer, factu(u)r(en) op naam van Zorgbureau [bedrijf B]

gericht aan Mevr. [betrokkene 11]

(met een totaal factuurbedrag van euro 15.759,50)

(bijlage(n) DOC/003-153 t/m DOC/003-162);

en/of

C.

7, in elk geval een of meer, factu(u)r(en) op naam van Zorgbureau [bedrijf B]

gericht aan Mevr. [betrokkene 2]

(met een totaal factuurbedrag van euro 23.310,75)

(bijlage(n) DOC/003-177 t/m DOC/003-187);

en/of

D.

7, in elk geval een of meer, factu(u)r(en) op naam van Zorgbureau [bedrijf B]

gericht aan Mevr. [betrokkene 3]

(met een totaal factuurbedrag van euro 23.310,75)

(bijlage(n) DOC/003-145 t/m DOC/003-152);

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs

van enig feit te dienen,

(telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, en/althans valselijk

heeft/hebben doen en/of laten opmaken en/of doen en/of laten vervalsen door

(een) ander(en),

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s)

toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid

-zakelijk weergegeven-

==in die factu(u)r(en) voorgedaan dat door de eenmanszaak [bedrijf B] en/of

[medeverdachte 2] (een) dienst(en) (levering van zorg in het kader van

Persoonsgebonden Budget) was/waren verricht voor

[betrokkene 1] en/of [betrokkene 11] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3]

en/of

==in die onder A. en/of B. en/of C. en/of D. genoemde factu(u)r(en) uren

(geleverde zorg in het kader van Persoonsgebonden Budget) aan PV

(Persoonlijke verzorging) en/of VP (Verpleging) en/of BG (Begeleiding

individueel) ten behoeve van die [betrokkene 1] en/of [betrokkene 11]

en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3]

vermeld en/of geschreven en/of opgenomen, en/althans door die ander(en) doen

en/of laten vermelden en/of schrijven en/of opnemen,

terwijl in werkelijkheid -al dan niet door en/of namens [bedrijf B]- in het

geheel geen (uren) zorg (in het kader van Persoonsgebonden Budget) aan

genoemde perso(o)n(en) was geleverd, althans minder uren zorg (in het kader

van Persoonsgebonden Budget) aan genoemde perso(o)n(en) was geleverd,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

en/of

(telkens) opzettelijk bovenbedoelde/genoemde vals(e) of vervalst(e)

factu(u)r(en) / geschrift(en) (digitaal) voorhanden heeft/hebben gehad

terwijl hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s) wist(en) en/of

redelijkerwijs moest(en) vermoeden

dat dit/deze factu(u)r(en) / geschrift(en)

bestemd was/waren voor gebruik als ware het echt en onvervalst;

en/of

hij

op een of meer tijdstip(pen)

in of omstreeks de periode van 16 juni 2010 tot en met 1 juni 2011,

te 's-Gravenhage en/of Rijswijk en/of Tilburg en/of Driebergen-Rijsenburg

en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(in het bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) in gebruik zijnde

administratieve systeem en/of bedrijfsprocessen-systeem,

het zogenaamde GINO-systeem)

(een) (digita(a)l(e)) (cliënt)dossier(s)

ten name van [betrokkene 1] en/of [betrokkene 11] en/of

[betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of

[betrokkene 5] en/of [betrokkene 9] en/of [betrokkene 12] en/of

[betrokkene 10] en/of [betrokkene 6] en/of [betrokkene 7] en/of [betrokkene 8],

zijnde (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs

van enig feit te dienen,

(telkens) valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, en/althans valselijk

heeft/hebben doen en/of laten opmaken en/of doen en/of laten vervalsen door

(een) ander(en),

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader(s)

toen en daar (telkens) valselijk in strijd met de waarheid

-zakelijk weergegeven-

in dat/die cliëntendossier(s)

a.

de hierna volgende ziektebeeld(en) en/of (een) ziektebiografie(ën) ten aanzien

van die vorengenoemde cliënten/perso(o)n(en),

te weten

ten aanzien van [betrokkene 1] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Vergevorderde MS ADL afhankelijk, hulp nodig bij wassen, toiletgang, kleden,

medicatie toediening, diabetes, insuline"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 11] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch

hersenletsel op 4 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon

incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in

2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische

bronchitis en schildklierproblemen Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 2] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Mw is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch

hersenletsel op 40 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon

incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in

2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische

bronchitis en schildklierproblemen Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 3] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch

hersenletsel op 4 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon

incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in

2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische

bronchitis en schildklierproblemen Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 4] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Dhr is bekend met polio vanaf zijn tweede jaar. Tevens een scoliose in rug DM

en hoge RR vaatklachten"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 5] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Zeer progressieve MS verslechterd soms per week kan niets meer zonder hulp

geen zelfredzaamheid diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 9] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Een incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch hersenletsel op

4 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon incompleet verwijderd uit

hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in 2007 nogmaals tumor deels

verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische bronchitis en

schildklierproblemen en Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 12] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Vergevorderde MS ADL afhankelijk, hulp nodig bij wassen, toiletgang, kleden,

medicatie toediening, diabetes, insuline"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 10] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"dhr is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch

hersenletsel op 40 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon

incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in

2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische

bronchitis en schildklierproblemen Diabetes

en/of

ten aanzien van [betrokkene 6] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Dhr is bekend met polio vanaf zijn tweede jaar. Tevens een scoliose in rug DM

type 1 en vaatklachten"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 7] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch

hersenletsel op 12 jarige leeftijd. Daarnaast is in 2001 haemangioon

incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in

2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische

bronchitis en schildklierproblemen Diabetes

en/of

ten aanzien van [betrokkene 8] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Zeer progressieve MS verslechterd soms per week kan niets meer zonder hulp

geen zelfredzaamheid diabetes"

en/of

b.

ten aanzien van bovengenoemde perso(o)n(en)

als/bij "Gevraagde functies"

PV (Persoonlijke verzorging) en/of VP (Verpleging) en/of BG-INF (Begeleiding

individueel)

vermeld en/of opgenomen en/of ingebracht, en/althans door (een) ander(en) doen

en/of laten vermelden en/of opnemen en/of inbrengen,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en

onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

2.

(onderzoek Norwood)

hij

op één of meer tijdstippen

in of omstreeks de periode van 16 juni 2010 tot en met 1 juni 2011, in elk

geval in of omstreeks de periode van 16 juni 2010 tot en met 17 april 2012,

te 's-Gravenhage en/of (elders) in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(telkens)

een ambtenaar, te weten [medeverdachte 6], als medewerker Frontofficie/Backoffice

(FOBO), met als extra taak ICT-Superuser, in dienst van de

(Stichting) Centrum Indicatiestelling Zorg,

(telkens) (een) gift(en) of belofte heeft gedaan en/of aangeboden,

te weten (een) geldbedrag(en) van (totaal) euro 6.000,- of daaromtrent, in elk

geval geld,

(telkens) met het oogmerk om die [medeverdachte 6] te bewegen in die [medeverdachte 6] zijn

bediening, in strijd met zijn plicht, iets te doen of na te laten,

en/of

(telkens) ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door die [medeverdachte 6], in

strijd met zijn plicht, in zijn huidige of vroegere bediening is/was gedaan of

nagelaten,

te weten/bestaande uit

het in het bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) in gebruik zijnde

administratieve systeem en/of bedrijfsprocessensysteem,

het zogenaamde GINO-systeem,

aanmaken van (een) (cliënt)dossier(s) ten name van [betrokkene 1] en/of

[betrokkene 11] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4]

en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 9] en/of [betrokkene 12] en/of R.

[betrokkene 10] en/of [betrokkene 6] en/of [betrokkene 7] en/of [betrokkene 8]

en/of

ten aanzien van die vorengenoemde cliënten/perso(o)n(en) (onder meer)

(een) ziektebeeld(en) en/of (een) ziektebiografie(ën) in dat systeem en/of

dat/die dossier(s) inbrengen en/of vermelden,

te weten

ten aanzien van [betrokkene 1] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Vergevorderde MS ADL afhankelijk, hulp nodig bij wassen, toiletgang, kleden,

medicatie toediening, diabetes, insuline"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 11] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch

hersenletsel op 4 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon

incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in

2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische

bronchitis en schildklierproblemen Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 2] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Mw is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch

hersenletsel op 40 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon

incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in

2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische

bronchitis en schildklierproblemen Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 3] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch

hersenletsel op 4 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon

incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in

2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische

bronchitis en schildklierproblemen Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 4] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Dhr is bekend met polio vanaf zijn tweede jaar. Tevens een scoliose in rug DM

en hoge RR vaatklachten"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 5] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Zeer progressieve MS verslechterd soms per week kan niets meer zonder hulp

geen zelfredzaamheid diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 9] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Een incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch hersenletsel op

4 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon incompleet verwijderd uit

hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in 2007 nogmaals tumor deels

verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische bronchitis en

schildklierproblemen en Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 12] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Vergevorderde MS ADL afhankelijk, hulp nodig bij wassen, toiletgang, kleden,

medicatie toediening, diabetes, insuline"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 10] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"dhr is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch

hersenletsel op 40 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon

incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in

2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische

bronchitis en schildklierproblemen Diabetes

en/of

ten aanzien van [betrokkene 6] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Dhr is bekend met polio vanaf zijn tweede jaar. Tevens een scoliose in rug DM

type 1 en vaatklachten"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 7] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch

hersenletsel op 12 jarige leeftijd. Daarnaast is in 2001 haemangioon

incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in

2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische

bronchitis en schildklierproblemen Diabetes

en/of

ten aanzien van [betrokkene 8] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Zeer progressieve MS verslechterd soms per week kan niets meer zonder hulp

geen zelfredzaamheid diabetes"

en/of

(telkens) in dat systeem en/of dat/die dossier(s) ten aanzien van

bovengenoemde perso(o)n(en) inbrengen en/of vermelden en/of opnemen

als/bij "Gevraagde functies"

PV (Persoonlijke verzorging) en/of VP (Verpleging) en/of BG-INF (Begeleiding

individueel)

en/of

in dat/die dossier(s) van bovengenoemde perso(o)n(en) ten behoeve van de

indicatieprocedure en/of totstandkoming van het indicatiebesluit inbrengen

en/of vermelden en/of opnemen van (een) (andere) bewerking(en) (toevoegingen

en/of wijzigingen)

en/of

ten behoeve van bovengenoemde perso(o)n(en) tot stand brengen en/of tot stand

doen komen van een indicatiebesluit;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij

op één of meer tijdstippen

in of omstreeks de periode van 16 juni 2010 tot en met 1 juni 2011, in elk

geval in of omstreeks de periode van 16 juni 2010 tot en met 17 april 2012,

te 's-Gravenhage en/of (elders) in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(telkens)

een ambtenaar, te weten [medeverdachte 6], als medewerker Frontofficie/Backoffice

(FOBO), met als extra taak ICT-Superuser, in dienst van de

(Stichting) Centrum Indicatiestelling Zorg,

(telkens) (een) gift(en) of belofte heeft gedaan en/of aangeboden,

te weten (een) geldbedrag(en) van (totaal) euro 6.000,- of daaromtrent, in elk

geval geld,

(telkens) met het oogmerk om die [medeverdachte 6] te bewegen in die [medeverdachte 6] zijn

bediening, zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, iets te doen

of na te laten,

en/of

(telkens) ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door die [medeverdachte 6], zonder

daardoor in strijd met zijn plicht te handelen, in zijn huidige of vroegere

bediening is/was gedaan of nagelaten,

te weten/bestaande uit

het in het bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) in gebruik zijnde

administratieve systeem en/of bedrijfsprocessensysteem,

het zogenaamde GINO-systeem,

aanmaken van (een) (cliënt)dossier(s) ten name van [betrokkene 1] en/of

[betrokkene 11] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4]

en/of [betrokkene 5] en/of [betrokkene 9] en/of [betrokkene 12] en/of R.

[betrokkene 10] en/of [betrokkene 6] en/of [betrokkene 7] en/of [betrokkene 8]

en/of

ten aanzien van die vorengenoemde cliënten/perso(o)n(en) (onder meer)

(een) ziektebeeld(en) en/of (een) ziektebiografie(ën) in dat systeem en/of

dat/die dossier(s) inbrengen en/of vermelden,

te weten

ten aanzien van [betrokkene 1] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Vergevorderde MS ADL afhankelijk, hulp nodig bij wassen, toiletgang, kleden,

medicatie toediening, diabetes, insuline"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 11] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch

hersenletsel op 4 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon

incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in

2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische

bronchitis en schildklierproblemen Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 2] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Mw is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch

hersenletsel op 40 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon

incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in

2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische

bronchitis en schildklierproblemen Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 3] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch

hersenletsel op 4 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon

incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in

2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische

bronchitis en schildklierproblemen Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 4] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Dhr is bekend met polio vanaf zijn tweede jaar. Tevens een scoliose in rug DM

en hoge RR vaatklachten"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 5] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Zeer progressieve MS verslechterd soms per week kan niets meer zonder hulp

geen zelfredzaamheid diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 9] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Een incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch hersenletsel op

4 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon incompleet verwijderd uit

hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in 2007 nogmaals tumor deels

verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische bronchitis en

schildklierproblemen en Diabetes"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 12] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Vergevorderde MS ADL afhankelijk, hulp nodig bij wassen, toiletgang, kleden,

medicatie toediening, diabetes, insuline"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 10] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"dhr is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch

hersenletsel op 40 jarige leeftijd. Daarnaast is in 1998 haemangioon

incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in

2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische

bronchitis en schildklierproblemen Diabetes

en/of

ten aanzien van [betrokkene 6] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Dhr is bekend met polio vanaf zijn tweede jaar. Tevens een scoliose in rug DM

type 1 en vaatklachten"

en/of

ten aanzien van [betrokkene 7] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"is bekend met incomplete dwarslaesie (C4) als gevolg van traumatisch

hersenletsel op 12 jarige leeftijd. Daarnaast is in 2001 haemangioon

incompleet verwijderd uit hersenen. Wegens functionele achteruitgang is in

2007 nogmaals tumor deels verwijderd. Verder bekend met COPD/astmatische

bronchitis en schildklierproblemen Diabetes

en/of

ten aanzien van [betrokkene 8] als ziektebeeld en/of ziektebiografie

"Zeer progressieve MS verslechterd soms per week kan niets meer zonder hulp

geen zelfredzaamheid diabetes"

en/of

(telkens) in dat systeem en/of dat/die dossier(s) ten aanzien van

bovengenoemde perso(o)n(en) inbrengen en/of vermelden en/of opnemen

als/bij "Gevraagde functies"

PV (Persoonlijke verzorging) en/of VP (Verpleging) en/of BG-INF (Begeleiding

individueel)

en/of

in dat/die dossier(s) van bovengenoemde perso(o)n(en) ten behoeve van de

indicatieprocedure en/of totstandkoming van het indicatiebesluit inbrengen

en/of vermelden en/of opnemen van (een) (andere) bewerking(en) (toevoegingen

en/of wijzigingen)

en/of

ten behoeve van bovengenoemde perso(o)n(en) tot stand brengen en/of tot stand

doen komen van een indicatiebesluit;

3.

ter berechting gevoegd parketnummer 09/997136-11

(onderzoek Concibo)

hij, al dan niet handelend onder de naam [bedrijf H] en/of [bedrijf I]

en/of [bedrijf J] en/of [bedrijf H1],

op één of meer tijdstippen

in of omstreeks de periode van 28 maart 2006 tot en met 29 april 2010,

te Rijswijk en/of Den Haag, in elk geval in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(telkens) opzettelijk

(een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene

wet inzake rijksbelastingen,

te weten (een) (elektronische) aangifte(n) voor de omzetbelasting

in of over het/de aangiftetijdvak(ken):

-1ste kwartaal 2006 (AH-002, 8/29) en/of

-2de kwartaal 2006 (AH-002, 9/29) en/of

-3de kwartaal 2006 (AH-002, 10/29) en/of

-4de kwartaal 2006 (AH-002, 11/29) en/of

-1ste kwartaal 2007 (AH-002, 12/29) en/of

-2de kwartaal 2007 (AH-002, 13/29) en/of

-3de kwartaal 2007 (AH-002, 14/29) en/of

-4de kwartaal 2007 (AH-002, 15/29) en/of

-1ste kwartaal 2008 (AH-002, 16/29) en/of

-2de kwartaal 2008 (AH-002, 17/29) en/of

-3de kwartaal 2008 (AH-002, 18/29) en/of

-4de kwartaal 2008 (AH-002, 19/29) en/of

-1ste kwartaal 2009 (AH-002, 20/29) en/of

-2de kwartaal 2009 (AH-002, 21/29) en/of

-3de kwartaal 2009 (AH-002, 22/29) en/of

-4de kwartaal 2009 (AH-002, 23/29)

onjuist of onvolledig heeft gedaan,

immers heeft hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s)

(telkens) opzettelijk

op/in het/de bij de Inspecteur der belastingen en/of de Belastingdienst te

Apeldoorn, althans de Staat der Nederlanden, ingezonden aangiftebiljet(ten)

omzetbelasting over die/dat genoemde aangiftetijdvak(ken)

(telkens) een te hoog, althans een onjuist, bedrag aan voorbelasting en/of aan

totaal terug te vragen omzetbelasting opgegeven en/of vermeld,

terwijl dat/die feit(en) er (telkens) toe strekt/strekken dat te weinig

belasting werd geheven;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is

gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

4.

(onderzoek Concibo)

hij, al dan niet handelend onder de naam [bedrijf H] en/of [bedrijf I]

en/of [bedrijf J] en/of [bedrijf H1],

op of omstreeks 25 juni 2010, in elk geval in of omstreeks het jaar 2010,

te Den Haag, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

(telkens) als degene die ingevolge de Belastingwet verplicht was tot het voor

raadpleging beschikbaar stellen van boeken en/of bescheiden en/of andere

gegevensdragers of de inhoud daarvan,

deze (telkens) opzettelijk, in valse en/of vervalste vorm voor dit doel

beschikbaar heeft gesteld of ter beschikking doen stellen,

immers, heeft hij, verdachte, en of zijn mededader(s)

(telkens) opzettelijk

het/de volgende vals(e) of vervalst(e) bescheid(en):

1.één of meer factu(u)r(en) ten name van [bedrijf G]

(D-012, 1 t/m 6);

2.één of meer (kopie(ën) van) kwitantie(s) ten name van [bedrijf G]

(D-002, 8 t/m 9)

voor raadpleging aan de Inspecteur der belastingen en/of de Belastingdienst te

Apeldoorn, althans de Staat der Nederlanden ter beschikking gesteld,

bestaande die valshe(i)d(en) en/of vervalsing(en) in/van één of meer van

voormelde geschriften (telkens) hierin

- zakelijk weergegeven -

dat die factu(u)r(en) en/of kwitantie(s) niet waren opgemaakt door en/of niet

afkomstig was/waren van [bedrijf G] en/of dat de daarin

opgegeven/vermelde

-werkzaamhe(i)d(en) niet daadwerkelijk had(den) plaatsgevonden

-bedrag(en) niet verschuldigd was/waren,

terwijl dat/die feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig belasting

werd geheven;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is

gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;