Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2017:2632

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
12-09-2017
Datum publicatie
19-10-2017
Zaaknummer
200.201.966/01
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoek werkgever tot ontbinding arbeidsovereenkomst bij gebrek aan belang niet toewijsbaar, nu vast staat dat deze al langs andere weg is geëindigd; procedure na faillissement werkgever niet geschorst, werknemer heeft geen schorsing verzocht ex art 27 Fw

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2017-1259

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.201.966/01

Rekestnummer rechtbank : 5272479 VZ VERZ 16-16995

beschikking van 12 september 2017

inzake

de besloten vennootschap

Maverick Valves Manufacturing B.V.,

gevestigd te Schiedam,

verzoekster in hoger beroep,

nader te noemen: Maverick,

advocaat: mr. A.P. Macro te Amsterdam,

tegen:

[verweerder] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerder in hoger beroep,

nader te noemen: [verweerder] ,

advocaat: mr. R.J.H. Kijne te Vlaardingen.

Het verdere verloop van het geding

Voor het verloop van het geding tot 1 augustus 2017 verwijst het hof naar zijn tussenbeschikking van die datum. Bij V8-formulier van 3 augustus 2017 heeft de advocaat van Maverick meegedeeld dat Maverick op 1 augustus 2017 failliet is verklaard, en dat de zaak dient te worden geschorst en een termijn dient te worden gegeven voor oproep van de curator. Bij V8-formulier van 29 augustus 2017 heeft [verweerder] laten weten zijn verweer en vorderingen zoals neergelegd in zijn verweerschrift te handhaven.

Beoordeling van de gevolgen van het faillissement van Maverick voor deze procedure

1. De onderhavige procedure betreft primair het verzoek van Maverick tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] . Dit betreft geen rechtsvordering die voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel heeft, zodat dit onderdeel van het geding niet van rechtswege is geschorst op de voet van artikel 29 Fw. Op deze situatie is artikel 27 Fw van toepassing. Ingevolge artikel 27 Fw heeft [verweerder] het recht om schorsing van het geding te verzoeken, om de gelegenheid te krijgen de curator tot overneming van het geding op te roepen. Het hof begrijpt echter uit de reactie van [verweerder] in zijn V8-formulier dat hij van dit recht geen gebruik wenst te maken. Hieruit volgt dat de procedure met betrekking tot de ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet is geschorst, zodat het hof overgaat tot de verdere beoordeling ervan.


Verdere beoordeling van het hoger beroep

2. In zijn tussenbeschikking van 1 augustus 2017 heeft het hof partijen in de gelegenheid gesteld om zich uiterlijk 29 augustus 2017 uit te laten over de betekenis van de beschikking van de kantonrechter te Rotterdam van 26 april 2017, en de daarmee vaststaande beëindiging van de arbeidsovereenkomst tussen [verweerder] en Maverick per 2 januari 2017, voor de onderhavige ontbindingsprocedure. Maverick heeft volstaan met de mededeling dat zij inmiddels failliet is verklaard. [verweerder] heeft laten weten zijn verweer en vorderingen zoals neergelegd in zijn verweerschrift te handhaven.

3. Nu vast staat dat de arbeidsovereenkomst tussen [verweerder] en Maverick per 2 januari 2017 is geëindigd, en Maverick niet nader heeft toegelicht dat en waarom zij desondanks nog belang heeft bij haar verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, kan dit verzoek – wat er ook zij van de daartoe aangevoerde gronden – bij gebrek aan belang niet worden toegewezen. Derhalve strandt het verzoek van Maverick, en daarmee ook het door haar ingestelde hoger beroep.

4. Nu niet is voldaan aan de voorwaarde dat het hof de arbeidsovereenkomst zal ontbinden, komt het hof niet toe aan de voorwaardelijke tegenverzoeken van [verweerder] , noch aan de vraag of dit (voorwaardelijk) deel van het geschil op de voet van artikel 29 Fw van rechtswege is geschorst.

5. Het verzoek van [verweerder] tot veroordeling van Maverick in de buitengerechtelijke kosten heeft de kantonrechter afgewezen. [verweerder] heeft hiertegen geen grief gericht. De enkele herhaling van zijn verzoek in zijn verweerschrift, kan niet als zodanig worden aangemerkt. Ook hieraan komt het hof derhalve niet toe.

6. Het hof zal de beschikking van de kantonrechter van 28 september 2016 bekrachtigen. Maverick zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep, vermeerderd met wettelijke rente en nakosten.

Beslissing

Het hof:

  • -

    bekrachtigt de tussen partijen gewezen beschikking van de kantonrechter te Rotterdam van 28 september 2016;

  • -

    veroordeelt Maverick in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van [verweerder] tot op heden begroot op € 314,- aan verschotten en € 1.788,- aan salaris advocaat, en op € 131,- aan nasalaris voor de advocaat, nog te verhogen met € 68,- indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving in der minne aan deze beschikking is voldaan en vervolgens betekening van deze beschikking heeft plaatsgevonden, en bepaalt dat deze bedragen binnen 14 dagen na de dag van de uitspraak dan wel, wat betreft het bedrag van € 68,--, na de datum van betekening, moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf het einde van genoemde termijn van 14 dagen;

  • -

    verklaart deze beschikking ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mrs. J.M.T. van der Hoeven-Oud, C.J. Frikkee en

M. Flipse en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 september 2017 in aanwezigheid van de griffier.