Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2017:2587

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
31-08-2017
Datum publicatie
08-09-2017
Zaaknummer
2200018815
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

art. 273f van het Wetboek van Strafrecht. Mensenhandel. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel door uitbuiting van een minderjarig slachtoffer. Toen het slachtoffer meerderjarig was, heeft hij opzettelijk voordeel getrokken uit die uitbuiting via misbruik van de kwetsbare positie van het slachtoffer.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaren, met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-000188-15

Parketnummer: 09-842485-13

Datum uitspraak: 31 augustus 2017

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 24 december 2014 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [plaats] (Marokko) op [dag] 1976,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 24 september 2015, 23 februari 2017 en 17 augustus 2017.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.


hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2005 tot en met 24 januari 2006 te Den Haag en/of Utrecht en/of Nieuwegein en/of Geleen en/of Vianen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer]

(geboren op [dag] 1988) heeft geworven, vervoerd,

overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer], terwijl zij de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

en/of

die [slachtoffer] ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handeling(en) met of voor een derde tegen betaling, dan wel ten aanzien van die [slachtoffer] enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handeling(en), terwijl zij de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

en/of

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit één of meer seksuele handeling(en) van die [slachtoffer] met of voor een derde tegen betaling, terwijl zij de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

immers heeft/hebben en/of is/zijn verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader,

- veel aandacht aan die [slachtoffer] geschonken en/of een (seksuele) relatie met die [slachtoffer] aangegaan en/of

-die [slachtoffer] het gevoel gegeven dat zij samen een relatie hadden en/of een gezamelijke toekomst opbouwden en/of

-die [slachtoffer] verliefd op hem laten worden en/of

-sigaretten en/of kleding en/of een horloge en/of hotelovernachtingen en/of een telefoon aan/voor die [slachtoffer] en/of haar familie gegeven en/of betaald en/of

-die [slachtoffer] bedreigd met de woorden dat hij zijn geld terug wilde en al genoeg geinvesteerd had in haar en/of haar familie en dat ze kon kiezen tussen hem en haar familie maar dat hij haar toch wel zou vinden en dat zij hem zeker het geld moest terugbetalen en/of dat hij naar haar zus zou haan en dan wel zou zien hoe hij daar geld vandaan zou halen en/of

-naar de Europalaan en/of (later) Waldorpstraat en/of Geleenstraat gebracht en/of

-instructies gegeven hoe die [slachtoffer] met klanten moest omgaan en/of hoeveel geld die [slachtoffer] moest vragen en/of -de werktijden van die [slachtoffer] als prostituee (telkens) heeft bepaald en/of

-het/de afgesproken geldbedrag(en) in ontvangst genomen en/of

-die [slachtoffer] een of meermalen geslagen als ze niet genoeg verdiende en/of

-die [slachtoffer] gecontroleerd door met haar te bellen en/of langs te komen tijdens de prostitutiewerkzaamheden en/of

-die [slachtoffer] met een fitnesstang op haar enkel geslagen en/of haar keel dichtgeknepen en/of geslagen en/of tegen een muur geduwd en/of

-die [slachtoffer] gedwongen, althans bewogen, om (een groot deel van) de opbrengst uit de prostitutiewerkzaamheden aan hem, verdachte, en/of een of meerdere mededader(s) af te staan en/of af te dragen;


2.


hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 januari 2006 tot en met 31 december 2012 te Den Haag en/of Utrecht en/of Nieuwegein en/of Geleen en/of Vianen, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

[slachtoffer] door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door dreiging met geweld of één of meer feitelijkheden en/of door afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer] (in de prostitutie)

en/of

die [slachtoffer] (telkens) met één van de voornoemde middelen heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (in de prostitutie) en/of seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, dan wel enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij, verdachte, wist althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (in de prostitutie) en/of seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

en/of

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer]

en/of

die [slachtoffer] (telkens) met één van de voornoemde middelen heeft gedwongen en/of bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [slachtoffer] met of voor een derde

immers heeft/is verdachte en/of hebben/zijn verdachtes mededaders

- een (seksuele) relatie met die [slachtoffer] aangegaan en/of

- die [slachtoffer] verliefd op hem, verdachte, laten worden en/of

- een telefoon aan die [slachtoffer] gegeven zodat ze altijd bereikbaar was en/of

- die [slachtoffer] ( meermalen) bedreigd haar familie en/of zoontje wat aan te zullen doen en/of

- die [slachtoffer] als prostituee laten werken in Den Haag en/of

- die [slachtoffer] (telkens) naar een prostitutiekamer (over)gebracht en/of opgehaald en/of laten overbrengen en/of laten ophalen en/of

- die [slachtoffer] opdracht gegeven hoeveel geld zij per dag moest verdienen in de prostitutie en/of

- die [slachtoffer] gedwongen door te geven wanneer zij een klant had en/of wanneer ze klaar was met een klant en/of - die [slachtoffer] verboden om te eten tijdens het werken en/of

- die [slachtoffer] laten overnachten in de woning van verdachte en/of zijn mededader(s) en/of

- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, geslagen en/of gestompt en/of

- de kleding van die [slachtoffer] met een schaar van haar lijf geknipt en/of (vervolgens) over haar (naakte) lichaam geplast en/of

- die [slachtoffer] opgesloten in zijn woning en/of de woning van zijn mededader(s)

- die [slachtoffer] eenmaal vaginaal verkracht en/of

- op het zoontje van die [slachtoffer] gepast wanneer zij aan het werk was in de prostitutie en/of

- die [slachtoffer] (voortdurend) onder toezicht en/of controle gehouden en/of

- die [slachtoffer] gedwongen, althans bewogen, om (een groot deel van) de opbrengst uit de prostitutiewerkzaamheden aan hem, verdachte, en/of een of meerdere mededader(s) af te staan en/of af te dragen.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1. en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren en met de bijzondere voorwaarden als vermeld in het vonnis waarvan beroep. Van de bijzondere voorwaarde inhoudende een contactverbod is bepaald dat deze dadelijk uitvoerbaar is. Voorts is een beslissing genomen omtrent de vordering van de benadeelde partij en de in beslag genomen voorwerpen, zoals nader omschreven in het vonnis.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren en met de bijzondere voorwaarden als opgelegd in eerste aanleg, en dat alle bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.


hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2005 tot en met 24 januari 2006 te Den Haag en/of Utrecht en/of Nieuwegein en/of Geleen en/of Vianen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer]

(geboren op [dag] 1988) heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer], terwijl zij de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

en/of

die [slachtoffer] ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handeling(en) met of voor een derde tegen betaling, dan wel ten aanzien van die [slachtoffer] enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handeling(en), terwijl zij de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

en/of

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit één of meer seksuele handeling(en) van die [slachtoffer] met of voor een derde tegen betaling, terwijl zij de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

immers heeft/hebben en/of is/zijn verdachte en/of zijn, verdachtes, mededader,

- veel aandacht aan die [slachtoffer] geschonken en/of een (seksuele) relatie met die [slachtoffer] aangegaan en/of

- die [slachtoffer] het gevoel gegeven dat zij samen een relatie hadden en/of een gezamenlijke toekomst opbouwden en/of

- die [slachtoffer] verliefd op hem laten worden en/of

- sigaretten en/of kleding en/of een horloge en/of hotelovernachtingen en/of een telefoon aan/voor die [slachtoffer] en/of haar familie gegeven en/of betaald en/of

- die [slachtoffer] bedreigd met de woorden dat hij zijn geld terug wilde en al genoeg geinvesteerd geïnvesteerd had in haar en/of haar familie en dat ze kon kiezen tussen hem en haar familie maar dat hij haar toch wel zou vinden en dat zij hem zeker het geld moest terugbetalen en/of dat hij naar haar zus zou haan gaan en dan wel zou zien hoe hij daar geld vandaan zou halen en/of

- die [slachtoffer] naar de Europalaan en/of (later) Waldorpstraat en/of Geleenstraat gebracht en/of

- instructies gegeven hoe die [slachtoffer] met klanten moest omgaan en/of hoeveel geld die [slachtoffer] moest vragen en/of -de werktijden van die [slachtoffer] als prostituee (telkens) heeft bepaald en/of

-het/de afgesproken geldbedrag(en) van die [slachtoffer] in ontvangst genomen en/of

-die [slachtoffer] een of meermalen geslagen als ze niet genoeg verdiende en/of

-die [slachtoffer] gecontroleerd door met haar te bellen en/of langs te komen tijdens de prostitutiewerkzaamheden en/of

-die [slachtoffer] met een fitnesstang op haar enkel geslagen en/of haar keel dichtgeknepen en/of geslagen en/of tegen een muur geduwd en/of

- die [slachtoffer] gedwongen, althans bewogen, om (een groot deel van) de opbrengst uit de prostitutiewerkzaamheden aan hem, verdachte, en/of een of meerdere mededader(s) af te staan en/of af te dragen;


2.


hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 25 januari 2006 tot en met 31 december 2012

8 november 2006 te Den Haag en/of Utrecht en/of Nieuwegein en/of Geleen en/of Vianen, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

[slachtoffer] door dwang en/of geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door dreiging met geweld of één of meer feitelijkheden en/of door afpersing en/of misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer] (in de prostitutie)

en/of

die [slachtoffer] (telkens) met één van de voornoemde middelen heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (in de prostitutie) en/of seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, dan wel enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij, verdachte, wist althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (in de prostitutie) en/of seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling

en/of

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [slachtoffer]

en/of

die [slachtoffer] (telkens) met één van de voornoemde middelen heeft gedwongen en/of bewogen hem, verdachte, te bevoordelen uit de opbrengst van de seksuele handelingen van die [slachtoffer] met of voor een derde

immers heeft/is verdachte en/of hebben/zijn verdachtes mededaders

- een (seksuele) relatie met die [slachtoffer] aangegaan en/of

- die [slachtoffer] verliefd op hem, verdachte, laten worden en/of

- een telefoon aan die [slachtoffer] gegeven zodat ze altijd bereikbaar was en/of

- die [slachtoffer] ( meermalen) bedreigd haar familie en/of zoontje wat aan te zullen doen en/of

- die [slachtoffer] als prostituee laten werken in Den Haag en/of

- die [slachtoffer] (telkens) naar een prostitutiekamer (over)gebracht en/of opgehaald en/of laten overbrengen en/of laten ophalen en/of

- die [slachtoffer] opdracht gegeven hoeveel geld zij per dag moest verdienen in de prostitutie en/of

- die [slachtoffer] gedwongen door te geven wanneer zij een klant had en/of wanneer ze klaar was met een klant en/of - die [slachtoffer] verboden om te eten tijdens het werken en/of

- die [slachtoffer] laten overnachten in de woning van verdachte en/of zijn mededader(s) en/of

- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, geslagen en/of gestompt en/of

- de kleding van die [slachtoffer] met een schaar van haar lijf geknipt en/of (vervolgens) over haar (naakte) lichaam geplast en/of

- die [slachtoffer] opgesloten in zijn woning en/of de woning van zijn mededader(s)

- die [slachtoffer] eenmaal vaginaal verkracht en/of

- op het zoontje van die [slachtoffer] gepast wanneer zij aan het werk was in de prostitutie en/of

- die [slachtoffer] (voortdurend) onder toezicht en/of controle gehouden en/of

- die [slachtoffer] gedwongen, althans bewogen, om (een groot deel van) de opbrengst uit de prostitutiewerkzaamheden aan hem, verdachte, en/of een of meerdere mededader(s) af te staan en/of af te dragen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere overwegingen

Bij de bewezen verklaarde feiten heeft het hof in het bijzonder acht geslagen op de zich in het dossier bevindende Western Union overschrijvingsbewijzen. Hieruit volgt, in samenhang bezien met de verklaringen van aangeefster en de verdachte, dat aangeefster – door tussenkomst van de broer van de verdachte – in de periode van 8 januari 2006 tot en met 8 november 2006 meerdere keren vanuit Nederland geld heeft overgemaakt naar de verdachte toen hij zich in Marokko bevond. Het hof gaat ervan uit dat dit geld betrof dat aangeefster had verdiend met werkzaamheden in de prostitutie. Dat dit het eigen geld van de verdachte betrof, hetgeen hij eerder zou hebben verdiend met illegale werkzaamheden, zoals door hem ter terechtzitting in hoger beroep is verklaard, is naar het oordeel van het hof bij gebrek aan iedere onderbouwing van die stelling en gelet op de andersluidende verklaring van aangeefster op dit punt en het relatief grote aantal – periodieke - overmakingen niet aannemelijk geworden.


Voor zover de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep ten aanzien van het door aangeefster in de prostitutie verdiende geld naar voren heeft gebracht dat zij een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd en het geld samen hebben opgemaakt, overweegt het hof dat deze situatie in ieder geval niet aan de orde kan zijn geweest in de periode dat de verdachte in Marokko was en aangeefster het door haar in Nederland verdiende geld naar hem overmaakte.


Uit voornoemde stortingen volgt naar het oordeel van het hof genoegzaam dat de verdachte voordeel heeft getrokken uit de prostitutiewerkzaamheden van aangeefster.
De storting van het geldbedrag op 8 januari 2006 heeft bovendien plaatsgevonden toen de aangeefster de leeftijd van 18 jaren nog niet had bereikt, zoals onder 1 is bewezen verklaard.

Op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, overweegt het hof dat de verdachte wist dat aangeefster minderjarig was en zich in een uiterst kwetsbare positie bevond toen hij haar voor zich heeft gewonnen en van zich afhankelijk heeft gemaakt. Het hof acht bewezen dat hij haar met het oogmerk van uitbuiting in de prostitutie heeft gebracht.

Met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde is het hof echter voorts van oordeel dat onvoldoende bewijs voorhanden is dat aangeefster toen zij als minderjarige in de prostitutie werkte, al haar verdiende geld aan de verdachte moest afgeven nu hiervoor naast de verklaring van aangeefster – en de verklaring van de zus van aangeefster die deze wetenschap van aangeefster verkreeg - geen andere bewijsmiddelen voorhanden zijn.

Het hof heeft voorts geconstateerd dat de verdachte en aangeefster een turbulente ‘aan-uit’ relatie hadden, waarbij de verdachte niet schuwde om geweld tegen aangeefster te gebruiken. Hoe kwalijk dit ook moge zijn, het hof is van oordeel dat het causaal verband tussen de in de tenlastelegging onder 2 genoemde geweldshandelingen en de door aangeefster verrichte werkzaamheden in de prostitutie onvoldoende is komen vast te staan. Voor de overige in de tenlastelegging onder 2 genoemde dwangmiddelen is in de bewijsmiddelen evenmin voldoende steun te vinden.

Daarom is het hof gekomen tot de partiele vrijspraken, zoals hierboven weergegeven in de bewezenverklaring.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

mensenhandel, terwijl de persoon ten aanzien van wie het feit wordt gepleegd, de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

mensenhandel.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel door uitbuiting van een minderjarig slachtoffer. Toen het slachtoffer meerderjarig was, heeft hij opzettelijk voordeel getrokken uit die uitbuiting via misbruik van de kwetsbare positie van het slachtoffer. Seksuele uitbuiting is een zeer ernstig feit, waarbij de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer geheel ondergeschikt wordt gemaakt aan geldelijk gewin. Slachtoffers van dergelijke feiten kunnen doorgaans nog lange tijd de psychische gevolgen ervan ondervinden. Dat dit ook in de onderhavige zaak het geval is, kan uit de door aangeefster opgestelde schriftelijke slachtofferverklaring worden opgemaakt. De verdachte heeft op geen enkele wijze rekening gehouden met de grote kwetsbaarheid en relatief jeugdige leeftijd van aangeefster en heeft kennelijk puur uit eigen financieel gewin gehandeld. Het hof rekent hem dit ernstig aan.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d.31 juli 2017, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt. Gelet op het feit dat het hof ten opzichte van de rechtbank tot een aanzienlijk kortere bewezen verklaarde periode en meerdere partiële vrijspraken komt, zal het hof aan de verdachte een lagere straf opleggen dan in eerste aanleg, en ziet het hof geen reden om een deel van die straf voorwaardelijk op te leggen.

Met betrekking tot de redelijke termijn in hoger beroep overweegt het hof nog het volgende. Als uitgangspunt heeft in deze zaak, waarin de verdachte in verband met het bewezen verklaarde in voorlopige hechtenis verkeerde, te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindarrest binnen 16 maanden nadat hoger beroep is ingesteld, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. De in de onderhavige zaak tijdens de berechting in hoger beroep ontstane vertraging is in belangrijke mate veroorzaakt door de verdediging: er zijn onderzoekswensen ingediend en er heeft in een laat stadium van het geding nog een wisseling van raadsman plaatsgevonden. Deze bijzondere omstandigheden maken dat het hof van oordeel is dat de redelijke termijn in hoger beroep in deze zaak niet is overschreden.

Beslag

Ten aanzien van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zoals vermeld op de in kopie aan dit arrest gehechte “Lijst van inbeslaggenomen voorwerpen” zal het hof de teruggave gelasten aan de verdachte.

Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer]

In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 1.035.652,34, vermeerderd met de wettelijke rente.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot het gehandhaafde bedrag van € 1.017.173,30.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van een gedeelte van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 415.000,34, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 11.632,22 materiële schade is geleden. Dit bedrag bestaat uit de reiskosten ad € 1.575,34 en de via Western Union naar Marokko overgemaakte geldbedragen van in totaal € 10.056,88 (het bedrag in euro’s dat in 2006 gelijk stond aan 110.625,63 Marokkaanse Dirham). Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 november 2006 tot aan de dag der algehele voldoening.

Het hof is voorts van oordeel dat aannemelijk is geworden dat immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot een bedrag van € 5.000,00, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 november 2006 tot aan de dag der algehele voldoening.

De vordering zal dus worden toegewezen tot een bedrag van € 16.632,22.

Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op. Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade. Deze kan in zoverre bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De raadsman heeft verzocht om de behandeling van de zaak aan te houden en op een later moment gelijktijdig te behandelen met de ontnemingszaak. Het hof heeft het belang van de verdachte bij een gelijktijdige behandeling van de inhoudelijke zaak en de ontnemingszaak afgewogen tegen het belang dat niet alleen de verdachte maar ook het slachtoffer en de samenleving heeft bij een spoedige berechting alsmede het belang van een goede organisatie van de rechtspleging. Nu het hof ambtshalve bekend is dat het ontnemingsdossier nog niet op de strafgriffie van het hof is ontvangen, is onduidelijk op welk moment de ontnemingszaak kan worden behandeld. Evenmin is duidelijk of de raadsman nog onderzoekswensen heeft in de ontnemingszaak. Het hof wijst om die reden het aanhoudingsverzoek af.

Het vorenstaande brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 16.632,22 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer].

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 57, 63 en 273f van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, vermeld onder 1 tot en met 9 op de in kopie aan dit arrest gehechte “Lijst van inbeslaggenomen voorwerpen”, te weten:

  1. 1.00 STK Pas, MAESTRO PREPAID card

  2. 16.00 STK Document, WESTERN UNION

  3. 1.00 STK Document, WESTERN UNION, Kopie

  4. 1.00 STK Brief

  5. 3.00 STK Document, SALDOOVERZICHT

  6. 3.00 STK Brief, 1 x ing over pas 1x ing pincode 1 x taalplein

  7. 4.00 STK Band Kl: zwart, VIDEOCASSETTE Sony,

  8. 1.00 STK Stortingsbewijs, 3837,55 euro 9. 58.00 STK Foto.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 16.632,22 (zestienduizend zeshonderdtweeëndertig euro en tweeëntwintig cent) bestaande uit € 11.632,22 (elfduizend zeshonderdtweeëndertig euro en tweeëntwintig cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 8 november 2006 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 8 november 2006 tot aan de dag der algehele voldoening.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer], ter zake van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 16.632,22 (zestienduizend zeshonderdtweeëndertig euro en tweeëntwintig cent) bestaande uit € 11.632,22 (elfduizend zeshonderdtweeëndertig euro en tweeëntwintig cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 118 (honderdachttien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 8 november 2006 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 8 november 2006 tot aan de dag der algehele voldoening.

Dit arrest is gewezen door mr. A.S.I. van Delden, mr. G. Knobbout en mr. H.J.M. Smid-Verhage, in bijzijn van de griffier mr. N. van der Velden.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 31 augustus 2017.