Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2017:2537

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
29-08-2017
Datum publicatie
06-09-2017
Zaaknummer
22-001211-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal. De verdachte heeft geen inkomen, geen huisvesting en hij leeft van dag tot dag.

Het hof legt op de maatregel tot plaatsing van de verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 1 (één) jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-001211-17

Parketnummer: 09-819232-16

Datum uitspraak: 29 augustus 2017

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 13 februari 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboortejaar] op [geboortejaar] 1991,

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel te Krimpen aan den IJssel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 15 augustus 2017.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld en heeft de rechtbank beslist dat aan de verdachte de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders zal worden opgelegd, voor de duur van twee jaren.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 11 november 2016 te Lisse met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer broodje(s) en/of Red Bull en/of koek(en) en/of filet americain, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte zulks terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;

Subsidiair:

dat hij te Lisse op 11 november 2016 ter uitvoering van zijn voornemen om met het oogmerk van wederrechtelijke toeeigening weg te nemen: broodjes, Red Bull, koeken en/of filet american, toebehorende aan Albert Heijn, deze goederen onder zijn trui heeft verstopt; de uitvoering van dit misdrijf is niet voltooid.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het bestreden vonnis zal worden vernietigd, dat de verdachte voor het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld en dat het hof zal beslissen dat aan de verdachte de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders zal worden opgelegd, voor de duur van twee jaren.

Het bestreden vonnis

Het bestreden vonnis kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 11 november 2016 te Lisse met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer broodje(s) en/of Red Bull en/of koek(en) en/of filet americain, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, zulks terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het primair bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Motivering van de op te leggen maatregel

Het hof heeft de op te leggen maatregel bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft bij Albert Heijn broodjes, Red Bull, koeken en filet americain gestolen. Winkeldiefstallen zijn hinderlijke feiten die doorgaans voor financiële schade en overlast zorgen bij de winkeliers.

Het hof heeft acht geslagen op het reclasseringsadvies d.d. 15 december 2016. Uit dit advies kan het volgende worden opgemaakt. Er is bij de verdachte sprake van middelengebruik, wat de oorzaak is voor zijn contacten met politie en justitie. De verdachte vindt zichzelf niet afhankelijk van middelen. De reclassering is van mening dat de verdachte een lange periode abstinent moet zijn van middelen zodat er onderzoek kan worden gedaan naar zijn geestelijke vermogens. Er zijn vermoedens dat er sprake is van psychische problematiek bij de verdachte, al dan niet veroorzaakt of verstrekt door zijn middelengebruik. Tijdens het eerste gesprek met de reclassering maakte de verdachte een emotionele en gefrustreerde indruk. Hij is teleurgesteld in de hulpverlening en de maatschappij in het algemeen. Volgens de reclassering is sprake van onmacht bij de verdachte om voor zichzelf een stabiel leven te verwerven. De verdachte heeft geen inkomen, geen huisvesting en hij leeft van dag tot dag.

In het kader van een onvoorwaardelijke maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders kan bij de verdachte diagnostiek worden gedaan en een plan van aanpak worden opgesteld gericht op het verkrijgen van structuur en stabiliteit. Naar inschatting van de reclassering heeft de verdachte hier baat bij. Gelet op het voorgaande adviseert de reclassering, mocht het hof tot een veroordeling komen, om te beslissen dat de verdachte zal worden geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders. De invulling van de maatregel zal daarbij zijn gericht op het vergroten van de motivatie van de verdachte om begeleiding en behandeling te accepteren. Dit zal worden gedaan door middel van het opstellen van een begeleidingsplan waarbij de eerste (oriëntatie) fase vooral zal zijn gericht op de diagnostiek. Aan de hand van de uitkomsten van dit onderzoek zal de intramurale fase verder worden ingevuld. Daarnaast zal de verdachte worden begeleid door het ACT-team (Assertive Community Treatment Team). Op basis van de uitkomsten van de psychologische testen en het verloop van de intramurale fase zal in samenwerking met de Forensische Polikliniek naar de mogelijkheden worden gekeken van een behandel- en/of begeleidingstraject in de extramurale fase.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat dit rapport na bijna negen maanden detentie en negen maanden abstinentie, alsmede tegen de achtergrond van het goede gedrag van de verdachte in de Penitentiaire Inrichting niet meer voldoende actueel is.

Het hof ziet echter geen beletsel om zich mede door deze reclasseringsrapportage over de verdachte te laten voorlichten, nu de door de raadsman genoemde omstandigheden er niet aan afdoen dat het in de kern gaat om de vraag of en zo ja hoe de verdachte in de toekomst buiten de detentie-inrichting –indien nodig- structuur kan verwerven en abstinentie kan onderhouden, met het oog waarop diagnostiek, die nog steeds ontbreekt, noodzakelijk is.

Het hof concludeert het volgende. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal, voor welk misdrijf op de voet van artikel 67 van het Wetboek van Strafvordering voorlopige hechtenis is toegelaten.

Blijkens het de verdachte betreffende uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 28 juli 2017 is de verdachte in de vijf jaren voorafgaande aan het door hem begane feit ten minste driemaal tot een vrijheidsbenemende straf veroordeeld. Deze uitspraken zijn onherroepelijk. Het onderhavige feit is begaan na de tenuitvoerlegging van deze straffen.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, heeft het hof de overtuiging dat de verdachte hulp nodig heeft om zijn levenswijze zodanig aan te passen dat zijn recidiveren zal worden beëindigd. Tevens is het hof van oordeel dat de verdachte dient te worden gediagnostiseerd om meer inzicht te krijgen in de door de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep genoemde (psychische) problemen waardoor hij zich genoodzaakt heeft gevoeld om drugs te gebruiken. Het hof houdt er ernstig rekening mee dat de verdachte zonder dergelijke hulp en het stellen van een diagnose, al dan niet in combinatie met een mogelijke behandeling, gezien zijn justitiële verleden en de door de reclassering gedane bevindingen omtrent de persoon van de verdachte zoals hiervoor weergegeven, opnieuw misdrijven zal plegen.

Het hof is – alles afwegende - van oordeel dat oplegging van de maatregel tot plaatsing van de verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders passend en geboden is, nu de veiligheid van personen of goederen zulks eist en oplegging van de maatregel zowel tot de beveiliging van de maatschappij strekt als tot de beëindiging van het telkens plegen van strafbare feiten door de verdachte. De maatregel strekt er mede toe een bijdrage te leveren aan de oplossing van zijn persoonlijkheidsproblematiek en andere problematiek.

Het hof heeft naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting met plaatsing van de verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders met name diagnostisering op het oog. Het hof is van oordeel dat deze diagnostisering binnen een jaar tot stand dient te kunnen komen. Gelet daarop zal het hof de maatregel tot plaatsing van de verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders opleggen voor de duur van één jaar.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 38m, 38p, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

vernietigt het bestreden vonnis en doet opnieuw recht:

verklaart bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde zoals hiervoor overwogen heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;

legt op de maatregel tot plaatsing van de verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 1 (één) jaar.

Dit arrest is gewezen door mr. R.M. Bouritius,

mr. M.P.J.G. Göbbels en mr. S. Verheijen, in bijzijn van de griffier mr. A.D. Verhoeven.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 29 augustus 2017.

mr. M.P.J.G. Göbbels is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.