Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2017:2519

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
05-09-2017
Datum publicatie
05-09-2017
Zaaknummer
22-005049-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artt. 138ab, 139d, 225, 326 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht. Computercriminaliteit. Malware. Gebruik van NjRAT software. Internetbankieren. Veroordeling ter zake van onder andere computervredebreuk, oplichting en witwassen tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rolnummer: 22-005049-16

Parketnummer: 10-960033-15

Datum uitspraak: 5 september 2017

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 26 oktober 2016 in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 18 april 2017 en 22 augustus 2017.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 tot en met 7 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts is er een beslissing genomen omtrent de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen en omtrent de inbeslaggenomen voorwerpen, een en ander zoals omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1:
hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2015 tot en met 03 maart 2015 te Delft, in elk geval in Nederland, (meermalen) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), (telkens) (een) technisch(e) hulpmiddel(en) dat/die hoofdzakelijk geschikt gemaakt en/of ontworpen was/waren tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, tweede lid, Wetboek van Strafrecht, heeft vervaardigd en/of verworven en/of ingevoerd en/of verspreid en/of anderszins ter beschikking heeft gesteld en/of voorhanden heeft gehad, en/of (daardoor) een computerwachtwoord, toegangscode of daarmee vergelijkbaar gegeven waardoor toegang kan worden verkregen tot een geautomatiseerd werk of een deel daarvan, heeft verworven, verspreid of anderszins ter beschikking heeft gesteld en/of voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel l38ab lid 2 van het Wetboek van Strafrecht werd gepleegd, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) malware (njRAT) ontwikkeld of laten ontwikkelen en/of aangeschaft, met de bedoeling om daarmee wederrechtelijk (een) geautomatiseerd(e) werk(en) van een of meerdere bank(en) en/of bedrij(f)(ven) en/of perso(o)n(en) binnen te dringen en vervolgens inloggegevens en/of (andere) persoonlijke (bank)gegevens (ten behoeve van internetbankieren) voor zichzelf en/of voor een ander over te nemen en/of af te tappen en/of (vervolgens) (die) inloggegevens verworven, verspreid of anderszins ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad met de bedoeling om daarmee zichzelf of een ander toegang te verschaffen tot de met malware besmette geautomatiseerde werken en/of tot het betalingsverkeer van die geautomatiseerd(e) werk(en) van de [bank] en/of een of meerdere andere Nederlandse bank(en) en/of zijn/haar klant(en);

2:
hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2015 tot en met 03 maart 2015 te Delft, in elk geval in Nederland, tezamen en in verenging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse identiteit en/of een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meerdere bank(en) en/of bedrij(f)(ven) en/of perso(o)n(en), heeft bewogen tot afgifte van (een) goed en/of tot het verlenen van een dienst en/of tot het ter beschikking stellen van gegevens en/of tot het aangaan van een schuld, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) voornoemde banken en/of bedrijven en/of perso(o)nen bewogen tot het openen van een of meer document(en) dat als bijlage bij een e-mail werd verzonden waarmee malware werd verspreid op de geautomatiseerd werken waar, die bijlage werd geopend en/of vervolgens na installatie van die malware werd door de geautomatiseerde werken die met de malware zijn besmet automatisch en onherkenbaar toegang verschaft aan de geautomatiseerde werken van verdachte(n) die aldus zich de toegang heeft/hebben verschaft tot de op die geautomatiseerde werken aanwezige gegevens (waaronder het betalingsverkeer, meer specifiek de overboekingingsregistraties) en/of alle andere gegeven die toegankelijk zijn op de besmette geautomatiseerd werken, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, zich onder andere per e-mail voorgedaan als vertegenwoordiger van het/de bedrij(f)(ven) [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] en/of [bedrijf 4], waardoor deze en andere bedrij(f)(ven) als [bedrijf 5] en/of Van [bedrijf 6] werd(en) bewogen tot het openen van een bijlage bij een e-mailbericht welke bijlagen voorzien bleken van malware;

3:
hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2015 tot en met 03 maart 2015 te Delft, in elk geval in Nederland, (meermalen) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in (een) (gedeelte van) (een) geautomatiseerd(e) werk(en), is binnengedrongen, waarbij hij en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot dat/die geautomatiseerde werk(en) heeft verworven door het doorbreken van een beveiliging en/of een technische ingreep en/of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of enige andere feitelijkheid, en/of vervolgens gegevens die waren opgeslagen, werden verwerkt of overgedragen door dat/die geautomatiseerde werk(en) waarin hij en/of zijn mededader(s) zich wederrechtelijk bevond(en), voor zichzelf of een ander heeft overgenomen, afgetapt of opgenomen immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) computers geïnfecteerd middels malware en/of zich (aldus) toegang verschaft tot de geautomatiseerde werken die besmet waren en/of het gedeelte van het geautomatiseerde werk bestemd voor giraal betalingsverkeer waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich hebben voorgedaan als de rechtmatige gebruiker(s) van die omgeving met de bedoeling om daarmee wederrechtelijk (een) geautomatiseerd(e) werk(en) van een of meerdere bank(en) en/of bedrij(f)(ven) en/of perso(o)n(en) binnen te dringen en vervolgens inloggegevens en/of (andere) persoonlijke bankgegevens ten behoeve van internetbankieren voor zichzelf en/of voor een ander over te nemen en/of af te tappen en/of (vervolgens) (die) inloggegevens verworven, verspreid of anderszins ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad met de bedoeling om daarmee zichzelf of een ander toegang te verschaffen tot het betalingsverkeer zijnde geautomatiseerd(e) werk(en) van de [bank] en/of een of meerdere andere Nederlandse bank(en) en/of zijn/haar klant(en);

4:
hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2015 tot en met 03 maart 2015 te Delft, in elk geval in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk, door tussenkomst van een openbaar telecommunicatienetwerk (te weten het internet) in een of meer geautomatiseerde werk(en) van een of meerdere bank(en) en/of bedrij(f)(ven) en/of perso(o)n(en), of in een deel daarvan, is binnengedrongen door de toegang tot dat/die werk(en) te verwerven door het doorbreken van een beveiliging en/of door een technische ingreep en/of met behulp van valse signalen of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of waarbij verdachte gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk(en) of door middel van telecommunicatie zijn opgeslagen en/of worden verwerkt en/of overgedragen, heeft veranderd en/of gewist en/of onbruikbaar en/of ontoegankelijk heeft gemaakt en/of andere gegevens heeft toegevoegd (aan genoemd geautomatiseerd werk en/of telecommunicatiemiddel) waardoor verdachte ernstige schade met betrekking tot die gegevens heeft veroorzaakt;

5:
hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2015 tot en met 03 maart 2015 te Delft, in elk geval in Nederland, tezamen en in verenging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse identiteit en/of een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meerdere bank(en), heeft bewogen tot afgifte van (een) goed en/of tot het verlenen van een dienst en/of tot het ter beschikking stellen van gegevens en/of tot het aangaan van een schuld, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) voornoemde banken bewogen tot het aanpassen van bankrekeningnummers/betalingsgegevens waarna transacties werden verzonden naar, althans ten gunste van (een) bankrekening(en) in beheer bij of onder controle van verdachte en/of zijn mededader(s), (telkens) met gebruikmaking van bankgegevens tot het gebruik waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren en waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, zich hebben voorgedaan als de rechtmatige rekeninghouders en aldus rechtmatige opdrachtgevers van de betreffende transacties;

6:
hij op een of meer meerdere moment(en) in of omstreeks de periode van 01 januari 2015 tot en met 03 maart 2015 te Delft, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich schuldig heeft gemaakt aan (schuld)witwassen, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (krachtens die gewoonte) meermalen, althans eenmaal, van (een) (grote) geldbedrag(en), althans enig(e) geldbedrag(en), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op voornoemd geldbedrag was of voornoemd geldbedrag heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) het/de geldbedrag(en) dat/die werd(en) verkregen middels de ontwikkeling van malware en/of het infecteren (daarmee) van computers en/of de vervolgens verrichte transacties vanaf bankrekeningen van derden en/of pinopnamen en/of de door middel van (gekwalificeerde) diefstal van bankpas(sen) verworven geldbedragen, voorhanden gehad en/of overgedragen aan zijn mededader(s) en/of omgezet en/of aangewend voor het doen (verrichten) van aankopen en/of (daarmee) de herkomst en/of de vervreemding van die geldbedragen verhuld, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat dat geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

7:
hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 03 maart 2015, te Delft en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, een digitaal overschrijvingsformulier, zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte (telkens) valselijk de bankrekeningennummers gewijzigd en/of opgegeven, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst door anderen te doen gebruiken.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3, 5, 6 en 7 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden. Voorts heeft zij gevorderd de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte bij einduitspraak op te heffen.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Geldigheid van de dagvaarding

De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de dagvaarding en de daarin opgenomen beschuldigingen aan de verdachte met betrekking tot de feiten 1, 3, 4, 5, 6 en 7 onvoldoende feitelijk, duidelijk en specifiek zijn en daarmee niet de toets van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering doorstaan, zodat de dagvaarding met betrekking tot deze feiten nietig dient te worden verklaard.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat wanneer de tenlastelegging wordt bezien in samenhang met de inhoud van het dossier, voldoende duidelijk is waarvan de verdachte wordt verdacht en waartegen hij zich dient te verweren. De tenlastelegging voldoet derhalve als geheel aan de eisen die artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering daaraan stelt.

Het verweer wordt verworpen.

Nu ook overigens geen feiten of omstandigheden zijn gebleken die zouden moeten leiden tot nietigverklaring van de dagvaarding, is de dagvaarding geldig.

Vrijspraak van het onder 4 ten laste gelegde

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde overweegt het hof dat het dossier aanwijzingen bevat dat de verdachte in het kader van een samenwerking met zijn mededader(s) de onder 4 ten laste gelegde handelingen heeft verricht. De feitelijk omschreven gedragingen die onder 4 zijn ten laste gelegd zijn echter door de mededader(s) van de verdachte verricht. Het hof stelt vast dat die handelingen als “alleen plegen” zijn ten laste gelegd en niet ook in de medeplegen-variant. De tenlastelegging is in hoger beroep niet gewijzigd.

Nu op basis van het dossier niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte de onder 4 ten laste gelegde handelingen (zelf) heeft gepleegd, behoort de verdachte – overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal en na referte van de raadsman – van het onder 4 ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

Bewijsoverwegingen

Inleiding

De verdachte heeft samen met zijn mededader(s) in de periode van 1 januari 2015 tot en met 3 maart 2015 via een aantal spamrums onschuldig ogende e-mails verstuurd naar duizenden ontvangers, waarbij de verdachte en zijn mededader(s) het hadden voorzien op bedrijven. Deze e-mails bevatten een bijlage in de vorm van een gemanipuleerd Word-bestand. Zodra een ontvanger dit Word-bestand opende, werd automatisch op de computer van de betreffende ontvanger malware, genaamd njRAT, geïnstalleerd. NjRAT is een – naar het lijkt vooral voor criminele doeleinden gebruikte - variant van een Remote Access/Administration Tool, software waarmee op afstand toegang tot computers kan worden verkregen.

Na installatie werd njRAT telkens bij het opstarten van de betreffende computer weer opnieuw geactiveerd. Eenmaal geïnfecteerd meldden de besmette computers zich aan op het beheerderspaneel dat op de computer van de verdachte geïnstalleerd was. Op dat moment was het voor de verdachte of zijn mededader(s) mogelijk om mee te kijken op het computerscherm van het slachtoffer en kon de verdachte of zijn mededader(s) ook de controle over de muis en het toetsenbord overnemen. Ook hield de RAT bij welke toetsaanslagen er allemaal op het toetsenbord van de besmette computer werden gemaakt. Op deze wijze verkregen de verdachte en zijn mededader(s) wachtwoorden en andere inloggegevens waarmee zij konden inloggen op de [bank]-internetbankieromgevingen van bedrijven.

Vervolgens veranderden de verdachte en zijn mededader(s) de bankrekeningnummers met betrekking tot betaalopdrachten in het kader van o.a. loonuitbetalingen, die in de [bank]-internetbankieromgeving klaarstonden om te worden verwerkt, en zorgden er op die manier voor dat de gelden niet op de bankrekeningen van de rechthebbenden terechtkwamen, maar op de bankrekeningen van money mules, die door de verdachte en zijn mededader(s) waren geworven. Daarna werd geld door de verdachte en zijn mededader(s) vanaf die bankrekeningen opgenomen en gecasht.

De verdachte vervulde in dit geheel vooral een technische rol. Hij zorgde onder meer voor de benodigde malware, het infecteren van de computers en hield de besmette computers door middel van het beheerderspaneel in de gaten. De medeverdachte [medeverdachte] veranderde de gegevens in de [bank]-internetbankieromgeving en zorgde ervoor dat het geld werd gecasht.

Verklaringen van de verdachte afgelegd bij de politie

De raadsman van de verdachte heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat de bekennende verklaringen die de verdachte bij de politie heeft afgelegd niet voor het bewijs kunnen worden gebezigd, nu deze in strijd met de waarheid zijn en de verdachte de schuld op zich heeft willen nemen om overlevering naar Polen te voorkomen.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Het hof stelt vast dat de verdachte meerdere keren en over een periode van bijna twee maanden door de politie is verhoord en daarbij verklaringen heeft afgelegd waarin hij telkens in detail heeft beschreven welke handelingen hij had verricht en welke specifieke middelen hij daarbij had gebruikt. Ook heeft hij in detail de configuratie van de computer beschreven waarop het beheerderspaneel stond en die op het moment van zijn aanhouding in verbinding stond met een van de besmette computers. De verdachte zat op dat moment ook achter die computer. In zijn verklaringen bij de politie heeft de verdachte voorts blijk gegeven van een grote kennis van computers en het manipuleren van het digitale verkeer.

De verdachte heeft voorts, ook in het bijzijn van zijn raadsman, bij de rechter-commissaris verklaard dat hij bij de politie alles had bekend, dat hij een grote fout had gemaakt, dat hij achter de computer zat, dat hij een percentage van de opbrengst kreeg, dat hij het technische werk deed en dat zijn mededader(s) zich bezig hielden met het uitbetalen en opnemen van het geld.

Deze verklaringen van de verdachte vinden bevestiging in objectieve onderzoeksgegevens zoals het onderzoek aan de in de woning van de verdachte in beslag genomen computer en in afgeluisterde telefoongesprekken die de verdachte met anderen heeft gevoerd. Voornoemde onderzoeksgegevens zijn pas opgetekend, nadat de verdachte door de politie was verhoord. Dat betekent dat de uitgebreide, technische informatie die de verdachte in zijn verhoren heeft gegeven niet kan zijn aangedragen door de verbalisanten die de verdachte hebben verhoord en dat er dus sprake is geweest van specifieke daderkennis.

Voorts komen uit het dossier geen aanwijzingen naar voren dat de verhoren op een onzorgvuldige wijze hebben plaatsgevonden. Zo is bij alle verhoren een Poolse tolk aanwezig geweest die de processen-verbaal heeft ondertekend die van de verhoren van de verdachte zijn opgemaakt. Voorts blijkt uit het dossier dat de verdachte voor aanvang van het derde tot en met het zevende verhoor kort werd medegedeeld wat de reden was voor het verhoor en werden de antwoorden van de verdachte steeds kort samengevat. Ook heeft de verdachte na ieder verhoor de mogelijkheid gekregen om wijzigingen aan te brengen in zijn op schrift gestelde verklaringen en heeft de verdachte enkele malen van die mogelijkheid gebruik gemaakt.

Gelet op het vorenstaande ziet het hof dan ook geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van de verdachte die hij heeft afgelegd bij de politie en deze kunnen derhalve voor het bewijs worden gebezigd.

Alternatief scenario

De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep voorts op het standpunt gesteld dat er sprake is van een alternatief scenario. Uit de stukken in het dossier blijken weliswaar aanwijzingen dat de verdachte bij de ten laste gelegde feiten is betrokken, maar niet valt uit te sluiten dat de computer(s) van de verdachte door anderen op afstand zijn gebruikt, aldus de raadsman.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Het hof constateert dat de raadsman voormeld verweer niet nader feitelijk heeft onderbouwd. Het hof heeft bovendien hiervoor reeds overwogen dat de verklaringen van de verdachte bij de politie betrouwbaar zijn en voor het bewijs kunnen worden gebezigd. Het hof is dan ook van oordeel dat reeds op grond van die zeer uitgebreide en gedetailleerde verklaringen, welke bovendien worden ondersteund door andere onderzoeksbevindingen, het alternatieve scenario van de verdachte dat hij van niets wist en anderen zijn computer op afstand gebruikten, ronduit ongeloofwaardig moet worden geacht.

Het verweer wordt dan ook verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 5, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:
hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2015 tot en met 03 maart 2015 te Delft, in elk geval in Nederland, (meermalen) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), (telkens) (een) technisch(e) hulpmiddel(en) dat/die hoofdzakelijk geschikt gemaakt en/of ontworpen was/waren tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, tweede lid, Wetboek van Strafrecht, heeft vervaardigd en/of verworven en/of ingevoerd en/of verspreid en/of anderszins ter beschikking heeft gesteld en/of voorhanden heeft gehad, en/of (daardoor) een computerwachtwoord, toegangscode of daarmee vergelijkbaar gegeven waardoor toegang kan worden verkregen tot een geautomatiseerd werk of een deel daarvan, heeft verworven, verspreid of anderszins ter beschikking heeft gesteld en/of voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel l38ab lid 2 van het Wetboek van Strafrecht werd gepleegd, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) malware (njRAT) onwikkeld of laten ontwikkelen en/of aangeschaft, met de bedoeling om daarmee wederrechtelijk (een) geautomatiseerd(e) werk(en) van een of meerdere bank(en) en/of bedrij(f)(ven) en/of perso(o)n(en) binnen te dringen en vervolgens inloggegevens en/of (andere) persoonlijke (bank)gegevens (ten behoeve van internetbankieren) voor zichzelf en/of voor een ander over te nemen en/of af te tappen en/of (vervolgens) (die) inloggegevens verworven, verspreid of anderszins ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad met de bedoeling om daarmee zichzelf of een ander toegang te verschaffen tot de met malware besmette geautomatiseerde werken en/of tot het betalingsverkeer van die geautomatiseerd(e) werk(en) van de [bank] en/of een of meerdere andere Nederlandse bank(en) en/of zijn/haar klant(en);

2:
hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2015 tot en met 03 maart 2015 te Delft, in elk geval in Nederland, tezamen en in verenging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse identiteit en/of een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meerdere bank(en) en/of bedrij(f)(ven) en/of perso(o)n(en), heeft bewogen tot afgifte van (een) goed en/of tot het verlenen van een dienst en/of tot het ter beschikking stellen van gegevens en/of tot het aangaan van een schuld, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) voornoemde banken en/of bedrijven en/of perso(o)nen bewogen tot het openen van een of meer document(en) dat als bijlage bij een e-mail werd verzonden waarmee malware werd verspreid op de geautomatiseerde werken waarop, die bijlage werd geopend en/of vervolgens na installatie van die malware werd door de geautomatiseerde werken die met de malware zijn besmet automatisch en onherkenbaar toegang verschaft aan de geautomatiseerde werken van verdachte(n) die aldus zich de toegang heeft/hebben verschaft tot de op die geautomatiseerde werken aanwezige gegevens (waaronder het betalingsverkeer, meer specifiek de overboekingingsregistraties) en/of alle andere gegevens die toegankelijk zijn op de besmette geautomatiseerde werken, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, zich onder andere per e-mail hebben voorgedaan als vertegenwoordiger van het/de bedrij(f)(ven) [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] en/of [bedrijf 3] en/of [bedrijf 4], waardoor deze en andere bedrij(f)(ven) als [bedrijf 5] en/of Van [bedrijf 6] werd(en) bewogen tot het openen van een bijlage bij een e-mailbericht welke bijlagen voorzien bleken van malware;

3:
hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2015 tot en met 03 maart 2015 te Delft, in elk geval in Nederland, (meermalen) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in (een) (gedeelte van) (een) geautomatiseerd(e) werk(en), is binnengedrongen, waarbij hij en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot dat/die geautomatiseerde werk(en) heeft hebben verworven door het doorbreken van een beveiliging en/of een technische ingreep en/of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of enige andere feitelijkheid, en/of vervolgens gegevens die waren opgeslagen, werden verwerkt of overgedragen door dat/die geautomatiseerde werk(en) waarin hij en/of zijn mededader(s) zich wederrechtelijk bevond(en), voor zichzelf of een ander heeft overgenomen, afgetapt of opgenomen immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) computers geïnfecteerd middels malware en/of zich (aldus) toegang verschaft tot de geautomatiseerde werken die besmet waren en/of het gedeelte van het geautomatiseerde werk bestemd voor giraal betalingsverkeer waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich hebben voorgedaan als de rechtmatige gebruiker(s) van die omgeving met de bedoeling om daarmee wederrechtelijk (een) geautomatiseerd(e) werk(en) van een of meerdere bank(en) en/of bedrij(f)(ven) en/of perso(o)n(en) binnen te dringen en vervolgens inloggegevens en/of (andere) persoonlijke bankgegevens ten behoeve van internetbankieren voor zichzelf en/of voor een ander over te nemen en/of af te tappen en/of (vervolgens) (die) inloggegevens verworven, verspreid of anderszins ter beschikking gesteld en/of voorhanden gehad met de bedoeling om daarmee zichzelf of een ander toegang te verschaffen tot het betalingsverkeer zijnde geautomatiseerd(e) werk(en) van de [bank] en/of een of meerdere andere Nederlandse bank(en) en/of zijn/haar klant(en);

5:
hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2015 tot en met 03 maart 2015 te Delft, in elk geval in Nederland, tezamen en in verenging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse identiteit en/of een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meerdere bank(en), heeft bewogen tot afgifte van (een) goed en/of tot het verlenen van een dienst en/of tot het ter beschikking stellen van gegevens en/of tot het aangaan van een schuld, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) voornoemde banken bewogen tot het aanpassen van bankrekeningnummers/betalingsgegevens waarna transacties werden verzonden naar, althans ten gunste van (een) bankrekening(en) in beheer bij of onder controle van verdachte en/of zijn mededader(s), (telkens) met gebruikmaking van bankgegevens tot het gebruik waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren en waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, zich hebben voorgedaan als de rechtmatige rekeninghouders en aldus rechtmatige opdrachtgevers van de betreffende transacties;

6:
hij op een of meer meerdere moment(en) in of omstreeks de periode van 01 januari 2015 tot en met 03 maart 2015 te Delft, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich schuldig heeft gemaakt aan (schuld)witwassen, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (krachtens die gewoonte) meermalen, althans eenmaal, van (een) (grote) geldbedrag(en), althans enig(e) geldbedrag(en), de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op voornoemd geldbedrag was of voornoemd geldbedrag heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, immers heeft verdachte en/of zijn mededader(s) het/de geldbedrag(en) dat/die werd(en) verkregen middels de ontwikkeling van malware en/of het infecteren (daarmee) van computers met malware en/of de vervolgens verrichte transacties vanaf bankrekeningen van derden en/of pinopnamen en/of de door middel van (gekwalificeerde) diefstal van bankpas(sen) verworven geldbedragen, voorhanden gehad en/of overgedragen aan zijn mededader(s) en/of omgezet en/of aangewend voor het doen (verrichten) van aankopen en/of (daarmee) de herkomst en/of de vervreemding van die geldbedragen verhuld, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat dat geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

7:
hij, in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 03 maart 2015, te Delft en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, een digitaal overschrijvingsformulier, zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers werden heeft verdachte (telkens) valselijk de bankrekeningennummers gewijzigd en/of opgegeven, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst door anderen te doen gebruiken.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van het met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, verwerven en voorhanden hebben van een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt is gemaakt tot het plegen van een zodanig misdrijf en een computerwachtwoord, toegangscode of daarmee vergelijkbaar gegeven waardoor toegang kan worden verkregen tot een geautomatiseerd werk of een deel daarvan, verwerft of voorhanden heeft, meermalen gepleegd.

Het onder 2 en 5 bewezen verklaarde levert op:

telkens:

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:


medeplegen vancomputervredebreuk, terwijl de dader vervolgens gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of overgedragen door middel van het geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf of een ander overneemt, aftapt of opneemt, meermalen gepleegd.

Het onder 6 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd.

Het onder 7 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich samen met een ander of met anderen gedurende een periode van ruim twee maanden schuldig gemaakt aan diverse vormen van computercriminaliteit. De verdachte heeft onder meer op grote schaal computers van derden met malware geïnfecteerd. Dat stelde hem en zijn mededader(s) in staat in te breken op die computers en vervolgens op de internetbankieromgeving van bedrijven en banken. De verdachte en zijn mededader(s) wisten internetbankiersessies van benadeelde bedrijven te manipuleren door aan ter verwerking voorbereide betalingsopdrachten een andere begunstigde te geven.

In dit samenwerkingsverband was het de verdachte die er actief voor zorgde dat de benodigde malware werd verkregen en geplaatst. Ook beheerde hij het zogenaamde beheerderspaneel, waardoor hij kon zien welke computers c.q. welke bankrekeningen benaderd konden worden. Daarna stelde hij deze gegevens c.q. computer ter beschikking aan zijn medeverdachten, zodat deze de bankgegevens konden manipuleren. Ook overigens stelde hij zijn digitale respectievelijk computerkennis beschikbaar.

De verdachte had aldus een zeer gewichtige en onmisbare rol bij het plegen van de feiten, waarbij grote schade is aangericht. Daarnaast deelde hij ook mee in de opbrengst, doordat hij een niet onaanzienlijk percentage kreeg van de totale “opbrengsten”. Gezien het voorgaande merkt het hof de verdachte dan ook als mededader aan.

De verdachte en zijn medeverdachte(n) hebben zich schuldig gemaakt aan ernstige feiten. Zij hebben het Nederlandse systeem van internetbankieren op grove wijze aangevallen. Hierbij zijn niet alleen bedrijven zwaar gedupeerd geraakt, maar in sommige gevallen ook individuele werknemers. Het handelen van de verdachte heeft het economisch systeem en het vertrouwen van de gedupeerde rekeninghouders in het betalingsverkeer en bankwezen ernstig ondermijnd. Dat is schadelijk voor een goed functioneren van het maatschappelijk en economisch verkeer.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 4 augustus 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder in Nederland onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.

Gezien de ernst van de feiten is het hof van oordeel dat niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

Het hof heeft bij het bepalen van de straf tevens meegewogen dat de bewezenverklaarde feiten in een relatief korte periode zijn gepleegd en dat er – in vergelijking met andere banking malware-zaken - geen sprake is geweest van een voor de betrouwbaarheid en continuïteit van het digitale betalingsverkeer in bredere zin zeer bedreigende werkwijze. Gelet hierop zal het hof aan de verdachte een kortere gevangenisstraf opleggen dan door de advocaat-generaal is gevorderd.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

In beslag genomen voorwerpen

De na te melden inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zoals deze vermeld zijn onder 5, 6, 7, 8, 14, 15, 17, 21 en 22 op de beslaglijst, volgens opgave van de verdachte aan hem toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen betreft met behulp waarvan het bewezen verklaarde is begaan. Het hof zal daarom deze voorwerpen verbeurdverklaren.

Het hof zal de bewaring ten behoeve van de rechthebbenden gelasten van de na te melden en nog niet teruggegeven voorwerpen, zoals deze zijn vermeld onder 9, 10, 11, 12, 13, 16, 25 en 26 op de beslaglijst.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 1]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 3 en 5 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 12.869,69.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg volledig toegewezen bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de gehele vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist. De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gebracht dat uit de vordering van de benadeelde partij niet of onvoldoende blijkt dat degene die als gemachtigde de vordering heeft ingediend, hiertoe daadwerkelijk gemachtigd was. Volgens de raadsman dient de benadeelde partij derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] is ingediend door [gemachtigde 1]. Met de raadsman is het hof van oordeel dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [gemachtigde 1] geenszins uit het dossier blijkt. Nu ook uit de stukken van het dossier niet duidelijk is welke functie [gemachtigde 1] binnen het bedrijf bekleedt, is het hof van oordeel dat het verweer van de raadsman slaagt.

Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1]

Op basis van de stukken in het dossier heeft het hof echter wel vastgesteld dat de benadeelde partij schade heeft geleden. Die schade is een rechtstreeks gevolg van het onder 3 en 5 bewezenverklaarde. In het licht hiervan acht het hof termen aanwezig om aan de verdachte de hoofdelijke verplichting op te leggen aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1] een bedrag van € 12.869,69 te betalen.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 2]

In het onderhavige strafproces heeft [gemachtigde 2] zich als gemachtigde van [benadeelde partij 2] als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 3 en 5 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 12.429,72.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van een gedeelte van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 12.429,72, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep naar voren gebracht dat uit de vordering van de benadeelde partij niet of onvoldoende blijkt dat degene die als gemachtigde de vordering heeft ingediend, hiertoe daadwerkelijk gemachtigd was. Volgens de raadsman dient de benadeelde partij derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] is ingediend door [gemachtigde 2]. Uit de stukken in het dossier blijkt dat [gemachtigde 2] op 18 februari 2015 namens [benadeelde partij 2] aangifte heeft gedaan (p. 2101 e.v.). Uit deze aangifte blijkt dat [gemachtigde 2] als operationeel directeur werkzaam is bij [benadeelde partij 2] en voorts namens [benadeelde partij 2] gerechtigd is tot het doen van aangifte. Gelet hierop is het hof van oordeel dat ondanks het feit dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid niet blijkt uit een overgelegd uittreksel van het register van de Kamer van Koophandel dan wel een schriftelijke volmacht, wel duidelijk is dat [gemachtigde 2] de operationeel directeur van [benadeelde partij 2] is. Nu de raadsman van de verdachte bovengenoemd verweer niet met enig concreet bezwaar tegen de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de operationeel directeur heeft onderbouwd, is het hof van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij op dit punt namens de verdachte onvoldoende gemotiveerd is betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij derhalve aangetoond dat tot een bedrag van € 12.429,72 materiële schade is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het onder 3 en 5 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen.

Voor het overige dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding, omdat niet is komen vast te staan dat deze materiële schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 2]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van
€ 12.429,72 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 2].

Vordering tot schadevergoeding [bedrijf 5]

In het onderhavige strafproces heeft [gemachtigde 3] zich als gemachtigde van [bedrijf 5] als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 3 en 5 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 15.038,91.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van een gedeelte van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 11.618,91, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte gedeeltelijk betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij evenwel aangetoond dat tot een bedrag van € 11.618,91 materiële schade is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg van het onder 3 en 5 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen.

Voor het overige dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding, omdat niet is komen vast te staan dat deze materiële schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [bedrijf 5]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van
€ 11.618,91 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [bedrijf 5].

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij 3]

In het onderhavige strafproces heeft [gemachtigde 4] zich als gemachtigde van [benadeelde partij 3] als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 3 en 5 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 39.212,50.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot het verlaagde bedrag van € 36.366,08.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof is niet komen vast te staan, dat de gestelde schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde, aangezien de vermeende schade is ontstaan vóór de bewezen verklaarde periode. De benadeelde partij dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding.

Nu door of namens de verdachte niet is gesteld dat deze met het oog op de verdediging tegen de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij kosten heeft gemaakt, kan een kostenveroordeling achterwege blijven.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 24, 33, 33a, 36f, 47, 57, 138ab, 139d, 225, 326 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 4 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 5, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 3, 5, 6 en 7 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Heft op de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van de opgelegde gevangenisstraf, rekening houdend met de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

  • -

    5. 1 STK Computer LPXJC021659480D06E20 Laptop incl. muis en oplader

  • -

    6. 1 STK GSM Zaktelefoon Iphone 6 IMEI354430066441651

  • -

    7. 1 STK Computer DTSUYEH0173390285D18

  • -

    8. 1 STK GSM Zaktelefoon SONY 4170D-PM0270

  • -

    14. 1 STK Papier met pincode

  • -

    15. 1 STK Identiteitsbewijs (kopie leg. bewijs macbean)

  • -

    17. 1 STK Iphone verpakking

  • -

    21. 1 STK Dataschijf KEYLOGGER USB naar USB device keylogger

  • -

    22. 1 STK Computer Laptop T5069667Q.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende(n)van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

  • -

    9. 1 STK Bankpas in reader [rekeningnummer 1]

  • -

    10. 1 STK Bankpas onv [betrokkene 1] [rekeningnummer 2]

  • -

    11. 1 STK Bankpas onv [betrokkene 2] [rekeningnummer 3]

  • -

    12. 1 STK Bankpas onv [betrokkene 3] [rekeningnummer 4]

  • -

    13. 1 STK Bankpas onv [betrokkene 4] [rekeningnummer 5]

  • -

    16. 1 STK Bankafschrift [bank]

  • -

    25. 1 STK Polikliniekkaart onv [betrokkene 5]

  • -

    26. 1 STK Bankbescheiden (bankbescheiden/pas, loonstrook).

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 1], ter zake van het onder 3 en 5 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 12.869,69 (twaalfduizend achthonderdnegenenzestig euro en negenenzestig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 99 (negenennegentig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover de mededader(s) voormeld bedrag heeft/hebben betaald.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [benadeelde partij 2] ter zake van het onder 3 en 5 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 12.429,72 (twaalfduizend vierhonderdnegenentwintig euro en tweeënzeventig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader(s), hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 2], ter zake van het onder 3 en 5 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 12.429,72 (twaalfduizend vierhonderdnegenentwintig euro en tweeënzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 97 (zevenennegentig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover de mededader(s) heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededader(s) van de verdachte voormeld bedrag heeft/hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [bedrijf 5]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde [bedrijf 5] ter zake van het onder 3 en 5 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 11.618,91 (elfduizend zeshonderdachttien euro en eenennegentig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader(s), hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [bedrijf 5], ter zake van het onder 3 en 5 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 11.618,91 (elfduizend zeshonderdachttien euro en eenennegentig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 93 (drieënnegentig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover de mededader(s) heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededader(s) van de verdachte voormeld bedrag heeft/hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichting tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 4] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door mr. Chr.A. Baardman, mr. A. Kuijer en mr. C.H.M. Royakkers, in bijzijn van de griffier mr. M.V. Lievers-Roza.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 5 september 2017.