Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2017:2483

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
05-09-2017
Datum publicatie
05-09-2017
Zaaknummer
200.183.380/01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

beëindiging overeenkomst

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.183.380/01

Zaaknummer rechtbank : 4072559 CV EXPL 15-3392

arrest van 5 september 2017

inzake

LogboekenOnline B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

appellante in het principaal appel,

geïntimeerde in het incidenteel appel,

hierna te noemen: LogboekenOnline,

advocaat: mr. P.F. van Esseveldt te Utrecht,

tegen

Ignis Systems B.V.,

gevestigd te Sliedrecht,

geïntimeerde in het principaal appel,

appellante in het incidenteel appel,

hierna te noemen: Ignis,

advocaat: mr. C.P. Timmers te Middelharnis.

Het geding

Voor het verloop van het geding tot 16 februari 2016 verwijst het hof naar zijn tussenarrest van die datum. Bij dat tussenarrest is een comparitie van partijen gelast. De comparitie heeft plaatsgevonden op 12 mei 2016. Van de comparitie is proces-verbaal gemaakt.

Bij memorie van grieven met producties heeft LogboekenOnline twee grieven aangevoerd. Bij memorie van antwoord heeft Ignis de grieven bestreden en tevens incidenteel appel ingesteld. LogboekenOnline heeft hierop gereageerd bij memorie van antwoord in incidenteel appel.

Vervolgens heeft LogboekenOnline de stukken overgelegd en arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

2.1.

De door de kantonrechter in het vonnis van 8 oktober 2015 vastgestelde feiten zijn niet in geschil. Voor zover LogboekenOnline onder 9 van de memorie van grieven klaagt dat de feitenvaststelling onvolledig is, gaat het hof hieraan voorbij. Het stond de kantonrechter vrij slechts die feiten vast te stellen die zij nodig had om tot haar beslissing te komen.

2.2.

Het gaat in deze zaak om het volgende, waarbij het hof uitgaat van hetgeen de kantonrechter heeft vastgesteld en van hetgeen overigens als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd is komen vast te staan:

a. LogboekenOnline en Ignis hebben op 17 juni 2013 een overeenkomst gesloten ter zake van het leveren van abonnementen op digitale logboeken voor de brandmeldsystemen van Ignis. Op grond van deze overeenkomst is Ignis onder meer gehouden jaarlijks ten minste 75 abonnementen af te nemen van LogboekenOnline. De door LogboekenOnline gehanteerde algemene voorwaarden voorzien in een automatische verlenging telkens voor een jaar en een opzegtermijn van een maand voor het aflopen van het kalenderjaar.

b. Bij factuur van 6 januari 2014 heeft LogboekenOnline aan Ignis voor 75 abonnementen in het jaar 2014 een bedrag van € 8.167,50 in rekening gebracht. Naar aanleiding van deze factuur is tussen partijen een geschil ontstaan over de verplichte afname.

Ignis heeft voorgesteld een factuur op te stellen voor 35 (daadwerkelijk) geleverde abonnementen. LogboekenOnline heeft daarop voorgesteld de factuur coulancehalve aan te passen tot 55 installaties. Bij mail van 16 juni 2014 heeft [naam] namens Ignis hierop gereageerd en twee mogelijkheden voorgesteld:

“1e Wij zullen de klanten die op non actief staan verwijderen waardoor er een reëel beeld ontstaat (…)

of

2e Wij als Ignis Systems gaan stoppen met LogboekenOnline omdat we er niet uit gaan komen, met de aantallen. (…)

Onze voorkeur gaat uit naar de eerste optie, maar niet tegen het onderstaande voorstel. Wij willen afrekenen voor wat wij inkopen.”

Nog diezelfde dag heeft LogboekenOnline Ignis bericht dat zij hier niet mee akkoord gaat, dat zij haar laatste voorstel nog een dag gestand doet en dat als Ignis dit niet accepteert, zij er van uit zal gaan dat Ignis voor 75 installaties zal betalen. Ignis heeft hier niet meer op gereageerd.

c. In een e-mail van 29 september 2014 aan de belangenbehartiger van LogboekenOnline heeft de advocaat van Ignis onder andere opgenomen: “uw cliënte wenst slechts betaling. De samenwerking is dan geen lang leven beschoren.” en “De kwaliteit van het product stelt cliënte niet ter discussie. Wel dient een reëele afname hoeveelheid product bespreekbaar te zijn met de mogelijkheid van bijkopen van abonnementen.”

d. Het geschil heeft geleid tot een procedure bij de kantonrechter waarin LogboekenOnline betaling van haar factuur over 2014 vorderde en die heeft geresulteerd in een vonnis van 8 januari 2015. Blijkens het vonnis van de kantonrechter heeft Ignis zich in die procedure onder meer op het standpunt gesteld dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat LogboekenOnline onverkort vasthoudt aan het minimum aantal van 75 stuks af te nemen digitale logboeken. In deze procedure heeft op 10 december 2014 een comparitie van partijen plaatsgevonden. Partijen zijn niet tot een schikking gekomen.

g. Bij brief van 10 december 2014 heeft Ignis LogboekenOnline medegedeeld de overeenkomst buitengerechtelijk te willen ontbinden, waarbij zij heeft verwezen naar de mail van 16 juni 2014.

h. Op 20 januari 2015 heeft LogboekenOnline aan Ignis een factuur gestuurd met betrekking tot het jaar 2015 voor 75 abonnementen ter hoogte van € 8.167,50. Ignis heeft deze factuur onbetaald gelaten.

2.3.

In deze procedure vordert LogboekenOnline veroordeling van Ignis tot betaling van € 9.013,92 met rente en kosten.

2.4.

De kantonrechter heeft de vordering afgewezen. Daaraan heeft de kantonrechter – kort gezegd – ten grondslag gelegd dat Ignis de overeenkomst weliswaar te laat heeft opgezegd, maar dat het beroep van LogboekenOnline op de opzegtermijn van een maand, gelet op de omstandigheden, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

2.5.

Grief 1 in het principaal appel richt zich tegen dit oordeel van de kantonrechter.

2.6.

De grief faalt. Gelet op de vaststaande feiten onder c. tot en met f. moet het LogboekenOnline voldoende duidelijk zijn geweest dat Ignis de overeenkomst uit 2013 niet op dezelfde voet wilde voortzetten. Ook als de e-mail van 16 juni 2014 niet kan worden gezien als een opzegging, blijkt daaruit wel voldoende duidelijk dat Ignis de relatie met LogboekenOnline wenste te beëindigen als partijen er niet uit zouden komen met betrekking tot de in rekening te brengen aantallen abonnementen. Uiteindelijk is ter comparitie van partijen voor de kantonrechter gebleken dat zij er niet in slaagden een minnelijke regeling te treffen en zo de relatie voort te zetten. LogboekenOnline heeft niet betwist dat Ignis tijdens de schorsing mondeling aan LogboekenOnline heeft meegedeeld dat zij niet langer van haar diensten gebruik zou maken onder verwijzing naar de e-mail van 16 juni 2014. Vanaf 16 juni 2014 heeft LogboekenOnline er derhalve redelijkerwijs bedacht op moeten zijn dat Ignis de overeenkomst wilde beëindigen en Ignis heeft daar tijdens de schorsing van de comparitie definitief duidelijkheid over verschaft. Ignis kan niet worden verweten dat zij de comparitie heeft willen afwachten alvorens haar definitieve standpunt in te nemen, omdat zij kennelijk nog steeds hoop had op een minnelijke regeling tussen partijen. Het gebruik van de woorden “buitengerechtelijk ontbinden” in de brief van 10 december 2014 is wellicht wat ongelukkig, maar in het licht van de andere relevante omstandigheden komt uit de brief voldoende duidelijk naar voren dat Ignis een einde wil maken aan de relatie tussen partijen.

2.7.

LogboekenOnline heeft haar stelling dat er geen tekenen waren die er op wezen dat Ignis de overeenkomst in 2015 niet zou willen voortzetten onvoldoende geconcretiseerd.

Het feit dat Ignis niet meer heeft gereageerd op het laatste onder 2.2.c genoemde voorstel neemt niet weg dat Ignis zich in de procedure voor de kantonrechter en in het voorstel van 29 september 2014 van haar raadsman op het standpunt is blijven stellen dat het aantal van 75 moest worden aangepast, zodat LogboekenOnline aan het uitblijven van genoemde reactie geen vertrouwen heeft mogen ontlenen dat Ignis de overeenkomst ongewijzigd wilde voortzetten. Dat laatste geldt ook voor de omstandigheid dat Ignis per mail van 1 augustus 2014 laat weten dat zij het product onder aandacht heeft gebracht bij ABN AMRO. Deze mededeling kan niet afdoen aan het geschilpunt tussen partijen, zijnde afrekening van 75 abonnementen (LogboekenOnline) of afrekening van de afgenomen abonnementen (Ignis) omdat dit met het geschilpunt geen raakvlak heeft. In lijn daarmee vangt de desbetreffende e‑mail aan met de zinsnede “Ondanks dat ons dispuut over de aantal installaties in logboeken online”, waaruit volgt dat dit geschilpunt niet is beëindigd. Bovendien past deze handelwijze bij de opstelling van Ignis dat zij de kwaliteit van de producten niet ter discussie stelt – maar wel een aanpassing wil van de aantallen. De omstandigheid dat Ignis nog tot 20 juli 2015 LogboekenOnline heeft gepresenteerd als een van haar diensten ten behoeve van derden, zo al juist, hetgeen Ignis betwist, past evenzeer in deze opstelling, en is onvoldoende aanleiding om aan te kunnen nemen dat Ignis een ongewijzigde voortzetting van de overeenkomst wilde, in het licht van de overige omstandigheden.

2.8.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is ook het hof van oordeel dat het in de gegeven omstandigheden van dit geval voor LogboekenOnline naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om een beroep te doen op de opzegtermijn. In zoverre dient het bestreden vonnis bekrachtigd te worden. De vragen of de algemene voorwaarden ooit aan Ignis ter hand zijn gesteld en zo nee, welke consequenties dit zou kunnen hebben behoeven daarom geen bespreking.

2.9.

Grief 2 in het principaal appel en de enige grief in het incidenteel appel richten zich beide tegen de compensatie van de proceskosten. Nu grief 1 in het principaal appel faalt en het vonnis wordt bekrachtigd, bestaat voor een proceskostenveroordeling in eerste aanleg ten voordele van LogboekenOnline geen aanleiding. Grief 2 in het principaal appel faalt derhalve. Grief 1 in het incidenteel appel slaagt. Nu de vordering van LogboekenOnline in eerste aanleg is afgewezen, bestaat aanleiding haar te veroordelen in de proceskosten. Dat sprake is van nodeloos veroorzaakte proceskosten is door LogboekenOnline niet gesteld en ook niet gebleken, noch is overigens sprake van een situatie als bedoeld in art. 237 lid 1, tweede en derde volzin, Rv. In zoverre moet het bestreden vonnis vernietigd worden.

2.10.

Het bestreden vonnis zal worden vernietigd voor zover het de compensatie van de proceskosten betreft. Voor het overige zal het worden bekrachtigd.

LogboekenOnline zal in hoger beroep als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het principaal appel en het incidenteel appel.

Het algemene bewijsaanbod van LogboekenOnline dient als te vaag – nu het onvoldoende duidelijk is betrokken op voldoende geconcretiseerde stellingen – dan wel niet ter zake dienende – nu geen feiten zijn gesteld die, indien bewezen, tot andere oordelen aanleiding geven – te worden gepasseerd.

Beslissing

Het hof

  • -

    vernietigt het bestreden vonnis voor zover de kantonrechter de proceskosten heeft gecompenseerd;

  • -

    bekrachtigt het vonnis voor het overige;

  • -

    veroordeelt LogboekenOnline in de proceskosten in eerste aanleg, aan de zijde van Ignis te begroten op € 768,-- aan salaris gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag met ingang van 14 dagen na de datum van dit arrest;

  • -

    veroordeelt LogboekenOnline in de proceskosten in hoger beroep, aan de zijde van Ignis tot op heden in het principaal appel begroot op € 711,-- aan griffierecht en € 1.264,-- aan salaris advocaat, en in het incidenteel appel op € 632,-- aan salaris advocaat, alle bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente over de desbetreffende bedragen, met ingang van 14 dagen na de datum van dit arrest;

  • -

    verklaart de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.C.M. van Dijk, D.A. Schreuder en F.R. Salomons en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 september 2017 in aanwezigheid van de griffier.