Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2017:2320

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
22-06-2017
Datum publicatie
15-08-2017
Zaaknummer
22-003055-16
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2018:1148, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft een negental woninginbraken gepleegd, en heeft twee pogingen daartoe gedaan, waarvan in acht gevallen in vereniging. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal, eveneens in vereniging gepleegd. Verder heeft de verdachte zich vier maal schuldig gemaakt aan schuldheling en éénmaal aan opzetheling, aan joyriding en aan vernieling.

Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 (tweeënveertig) maanden, met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2017/208
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

en PROMIS

Rolnummer: 22-003055-16

Parketnummers: 10-690013-15, 10-682055-15 en 10-692023-16

Datum uitspraak: 22 juni 2017

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 23 juni 2016 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1995,

[adres],

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Veenhuizen, gevangenis Esserheem te Veenhuizen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzittingen in hoger beroep van dit hof op 12 januari 2017 en 8 juni 2017.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 1, 3, 7, 10 primair, 12, 14, 19 en 20 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 2, 4, 5, 6, 8, 9, 10 subsidiair, 11, 13, 14 subsidiair, 15, 16, 17, 18, 21, 22, 23, 24, 25, 26 en 27 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, met aftrek van de tijd die is doorgebracht in voorarrest. Voorts is omtrent de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, beslist als nader vermeld in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – voor zover nog aan de orde in hoger beroep en de doorlopende nummering van de rechtbank aanhoudend - ten laste gelegd dat:

2
(zaak: [adres 1])

hij in of omstreeks de periode van 29 juli 2014 tot en met 30 juli 2014 te Rotterdam ter uitvoering van het voornemen om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres 1] weg te nemen geld en/of een of meer goederen van zijn, verdachtes en/of zijn mededaders, gading, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of Vestia, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot voornoemde woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, een slot van een deur van voornoemde woning heeft geforceerd, terwijl de uitvoering van dat voornemen niet is voltooid;
4.
(zaak: [adres 2])

hij op of omstreeks 09 november 2014 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een woning, gelegen aan de [adres 2] heeft weggenomen een of meer sieraden en/of 6000 euro, in elk geval enig(e) goed(eren) en/of een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming;
5.
(zaak: [adres 3])

hij op of omstreeks 16 november 2014 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een woning, gelegen aan de [adres 3] heeft weggenomen 1000 euro, in elk geval enig gelbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming;
6.
(zaak: [adres 4])

hij in of omstreeks de periode van 31 december 2014 tot en met 01 januari 2015 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres 4] heeft weggenomen een laptop (merk: Hp, type: Paviljon) en/of een tablet (merk: Asus, type: Transformer, kleur: wit) en/of een navigatiesysteem en/of een camera en/of een of meer sieraden en/of een telefoon en/of een headset en/of parfum en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming;
8.
(zaak: [adres 5])

hij op of omstreeks 06 januari 2015 te Rotterdam ter uitvoering van het voornemen om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres 5] weg te nemen geld en/of een of meer goederen van zijn, verdachtes, en/of zijn mededaders gading geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot voornoemde woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geldbedrag onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, een slot van een (tuin)deur van voornoemde woning heeft geforceerd en/of (met een steen) een ruit/raam van voornoemde woning heeft ingegooid, terwijl de uitvoering van dat voornemen niet is voltooid;
9.
(zaak: [adres 6])

hij in of omstreeks de periode van 21 februari 2015 tot en met 25 februari 2015 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres 6] heeft weggenomen een of meer Ipad Docking stations (merk Apple) en/of een of meer computerspellen en/of een Playstation 3 en/of een of meer horloges en/of kleding en/of een geldbedrag en/of sieraden en/of een of meer flessen parfum, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming;

10
(zaak: [adres 7])

hij op of omstreeks 22 mei 2015 te Sassenheim, gemeente Teylingen, ter uitvoering van het voornemen om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een bromfiets (merk: Vespa), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, heeft getracht het slot van voornoemde bromfiets te forceren, terwijl de uitvoering van dat voornemen niet is voltooid;

subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


hij op of omstreeks 22 mei 2015 te Sassenheim, gemeente Teylingen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een spatbord van een bromfiets (merk: Vespa), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

11
(zaak: [adres 8])

hij op of omstreeks 30 december 2014 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres 8] heeft weggenomen een televisie en/of Iphone en/of geld en/of een of meer sieraden en/of een mobiele telefoon (merk: Samsung) en/of een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

13.

(zaak: [adres 9])

hij op of omstreeks 19 oktober 2015 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres 9] heeft weggenomen een Ipad en/of laptop en/of Iphone 4S en/of een of meer sieraden en/of geld en/of autosleutels en/of een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
14.
(zaak: [adres 11])

hij op of omstreeks 25 oktober 2014 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een scooter (merk: Fosti, voorzien van kenteken: [x]), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 11], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);


subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:


hij op of omstreeks 25 oktober 2014 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een scooter (merk: Fosti, voorzien van kenteken: [x]) voorhanden heeft gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemde scooter wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;
15.
(zaak: [adres 12])

hij op of omstreeks 25 oktober 2014 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, in/uit een (personen)auto, heeft weggenomen een koffer (met inhoud), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 12], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

16
(zaak: [adres 13])

hij in of omstreeks de periode van 10 september 2015 tot en met 15 september 2015 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres 13], heeft weggenomen een computer (notebook, merk Apple) en/of acculader en/of spelcomputer (Playstation) en/of sleutel en/of mes en/of kluis en/of een of meer televisies (merken Philips en/of Samsung) en/of sieraden, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 13], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

17
(zaak: [adres 14])

hij in of omstreeks de periode van 28 september 2015 tot en met 02 oktober 2015 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres 14], heeft weggenomen sieraden en/of geld en/of kleding en/of messen en/of bankpassen, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 14], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

18
(zaak: [adres 15]) hij in of omstreeks de periode van 16 mei 2015 tot en met 17 mei 2015 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres 15], heeft weggenomen sieraden en/of een jas en/of schoenen, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 15], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

21
hij in of omstreeks de periode van 4 oktober 2014 tot en met 5 oktober 2014 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een goed, te weten twee, althans een of meer, kentekenpla(a)t(en) (kenteken [x]), heeft verworven en/of heeft voorhanden gehad, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed betrof;

22
hij in of omstreeks de periode van 24 september 2014 tot en met 5 oktober 2014 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een goed, te weten een scooter (merk Piaggio, kleur wit), heeft verworven en/of heeft voorhanden gehad, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed betrof;

23
hij in of omstreeks de periode van 4 oktober 2014 tot en met 5 oktober 2014 te Rotterdam, althans in Nederland, opzettelijk wederrechtelijk een motorrijtuig, te weten een personenauto (merk Mitsubishi, type Spacestar, kleur groen), toebehorende aan [benadeelde partij 16], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft gebruikt op de weg, de rijksweg A15/A16 omgeving Rotterdam, in elk geval op een weg; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

24
24.
(zaak: Readshop)

hij op of omstreeks 20 oktober 2015 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (winkel)pand, gelegen aan de Slinge, heeft weggenomen een of meer sloffen en/of pakjes sigaretten en/of shag en/of een of meer geldbakken/kassaladen en/of 234,05 euro, althans een geldbedrag en/of een of meer krasloten, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan The Readshop Express, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;
25.
(zaak: [adres 16)

hij op of omstreeks 27 oktober 2015 te Rotterdam (een) goed(eren), te weten een horloge (merk Guess, kleur zwart) en/of een horloge (merk Guess, kleur goud), heeft voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed/die goederen wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed(eren) betrof;

26
26
(zaak: [adres 17])

hij op of omstreeks 27 oktober 2015 te Rotterdam een goed, te weten een horloge (merk Fossil), heeft voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed(eren) betrof;

27
(zaak: [adres 18])

hij op of omstreeks 27 oktober 2015 te Rotterdam een goed, te weten een autosleutel (behorende bij een auto van het merk Ford, type Transit), heeft voorhanden gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed(eren) betrof.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, in verband met het standpunt van het Openbaar Ministerie ten aanzien van het 359a Sv verweer en ten aanzien van de straf. Hij heeft gevorderd dat de bewezen verklaring van de rechtbank en de bewijsmiddelen worden overgenomen en dat de verdachte ter zake van die bewezen verklaarde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot toewijzing van de vordering, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het vonnis waarvan beroep

De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter, behalve ten aanzien van het navolgende en met aanvulling van gronden.

Vrijspraak van het onder 11 en 14 primair en subsidiair ten laste gelegde

Hoewel er in het dossier aanwijzingen voorhanden zijn voor betrokkenheid van de verdachte bij het onder 11 en 14 ten laste gelegde, acht het hof op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep niet buiten redelijke twijfel komen vast te staan dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan die feiten zoals ten laste is gelegd. Om die reden spreekt het hof de verdachte van de genoemde feiten vrij.

Verweer inzake gebruik van telefoongegevens

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat onrechtmatig onderzoek aan de smartphone van de verdachte heeft plaatsgevonden, een en ander als nader uiteengezet in zijn pleitnotitie. De inhoud van de inbeslaggenomen telefoon van de verdachte moet dientengevolge worden uitgesloten van het bewijs en als gevolg daarvan dient de verdachte te worden vrijgesproken van de in zijn pleitnotie nader genoemde feiten, bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

Standpunt Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van een vormverzuim. Hij heeft, de overweging van de rechtbank grotendeels volgend, daarbij gewezen op het van toepassing zijn van artikel 9 van de Wet Politiegegevens, in plaats van het door de rechtbank genoemde artikel 8 van die wet. Daarnaast slaagt naar inzicht van de advocaat-generaal het verweer dat het onderzoek niet voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit ex art. 8 EVRM niet, nu onderzoek werd gedaan naar woninginbraken en dit feiten zijn waar een verregaande inbreuk op de privacy van verdachten gerechtvaardigd is.

Voor het geval dat door het hof wordt aangenomen dat er sprake is van een vormverzuim, geeft de advocaat-generaal te kennen dat niet is gebleken van een dermate grove inbreuk dan wel stelselmatig handelen dat tot bewijsuitsluiting dient te worden overgegaan.

Het hof overweegt als volgt.

De Hoge Raad heeft in het arrest van 4 april 2017 (ECLI:NL:HR:2017:584) het toetsingskader uiteengezet voor het doen van onderzoek aan een smartphone door de politie. In dit arrest wordt overwogen dat “voor de waarheidsvinding onderzoek mag worden gedaan aan inbeslaggenomen voorwerpen teneinde gegevens voor het strafrechtelijk onderzoek ter beschikking te krijgen. In computers opgeslagen of beschikbare gegevens zijn daarvan niet uitgezonderd. Dat geldt ook voor in andere inbeslaggenomen elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken, waaronder smartphones, opgeslagen of beschikbare gegevens. De wettelijke basis voor dat onderzoek door opsporingsambtenaren is gelegen in het samenstel van de bepalingen waarop de bevoegdheid tot inbeslagneming is gebaseerd. Voor het doen van onderzoek door een opsporingsambtenaar aan inbeslaggenomen elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken teneinde de beschikking te krijgen over daarin opgeslagen of beschikbare gegevens vereist de wet geen voorafgaande rechterlijke toetsing of tussenkomst van de officier van justitie. Indien de met het onderzoek samenhangende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer als beperkt kan worden beschouwd, biedt de algemene bevoegdheid van opsporingsambtenaren, neergelegd in art. 94, in verbinding met art. 95 en 96 Sv, daarvoor voldoende legitimatie. Dit zal het geval kunnen zijn indien het onderzoek slechts bestaat uit het raadplegen van een gering aantal bepaalde op de elektronische gegevensdrager of in het geautomatiseerde werk opgeslagen of beschikbare gegevens. Indien dat onderzoek zo verstrekkend is dat een min of meer compleet beeld is verkregen van bepaalde aspecten van het persoonlijk leven van de gebruiker van de gegevensdrager of het geautomatiseerde werk, kan dat onderzoek jegens hem onrechtmatig zijn. Daarvan zal in het bijzonder sprake kunnen zijn wanneer het gaat om onderzoek van alle in de elektronische gegevensdrager of het geautomatiseerde werk opgeslagen of beschikbare gegevens met gebruikmaking van technische hulpmiddelen.”

In casu zijn bij de verdachte in het kader van zijn aanhouding op 6 januari 2015 voor een poging tot woninginbraak ten behoeve van de waarheidsvinding twee telefoons in beslag genomen. Van deze iPhone en een BlackBerry zijn de foto- film- en geluidsbestanden veiliggesteld en opgeslagen. Blijkens het proces-verbaal van bevindingen met nummer 2014207577, documentcode 1507100800.AMB is naar aanleiding van de bevindingen van de onderzoeken in de telefoons een onderzoek gestart naar diverse woninginbraken in de wijk [x] en omstreken, onder de naam Steen (zie pagina 28, zaak [naam]).

De raadsman heeft naar voren gebracht dat er naar inzicht van de verdediging een zogenoemde ‘fishing expedition’ heeft plaatsgevonden. Uit het dossier valt op te maken dat – op het moment dat er reeds sprake was van een verdenking ter zake van een woninginbraak - er uitvoerig onderzoek aan de telefoons van de verdachte heeft plaatsgevonden, waarbij gericht is gezocht in het kader van de verdenking van een woninginbraak, en dat er naar aanleiding van hetgeen in de gegevens werd aangetroffen verder is gerechercheerd.

Het onderzoek aan de telefoons van de verdachte is in casu niet beperkt gebleven tot het enkel raadplegen van een gering aantal bepaalde gegevens. Het hof komt ten aanzien van het onderzoek aan de telefoon van de verdachte dan ook tot de conclusie dat het moet worden gezien als een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte. In zoverre is er naar het oordeel van het hof dan ook sprake van een vormverzuim, nu hierdoor het in artikel 8 EVRM gewaarborgde recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de verdachte is geschonden. In hoeverre dat vormverzuim tot sancties moet leiden hangt af van het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het nadeel dat hierdoor is veroorzaakt.

Het belang van de verdachte dat het gepleegde feit niet wordt ontdekt, kan niet worden aangemerkt als een rechtens te respecteren belang en kan niet gelden als nadeel in de zin van artikel 359a lid 2 van het Wetboek van Strafvordering. Het geleden nadeel bestaat voor de verdachte daaruit dat verbalisanten kennis hebben kunnen nemen en hebben genomen van privé informatie die de verdachte op zijn telefoon had staan, terwijl hij recht had op bescherming van zijn privacy.

In dit verband houdt het hof overigens rekening met het gegeven dat de verbalisanten ten tijde van het thans voorliggende onderzoek nog geen kennis hadden van de uitspraak van de Hoge Raad als voormeld en het onderzoek hebben vormgegeven zoals op dat moment uit beschikbare regelgeving en jurisprudentie mocht worden afgeleid.

Van enig moedwillig handelen met veronachtzaming van de te respecteren belangen van de verdachte is het hof allerminst gebleken.

Het hof acht de onderhavige schending niet een dermate grote inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte, dat die schending ertoe moet leiden dat dient te worden overgegaan tot bewijsuitsluiting. Gesteld noch gebleken is dat de kennisneming door de verbalisanten van privé-gegevens van de verdachte, anders dan in het kader van de onderzochte strafzaak, heeft geleid tot enige verdere verspreiding van privé-gegevens of enig ander concreet nadeel. Anderzijds acht het hof van zwaarwegend belang dat het politieonderzoek heeft geleid tot resultaten bij de opsporing van ernstige overlast gevende feiten zoals in het onderzoek Kaapsteen naar voren gekomen, te weten het op grote schaal plegen van (woning)inbraken door een groep jeugdigen en jong volwassenen. Evenmin acht het hof in dit geval strafvermindering passend en gerechtvaardigd.

Het hof zal, alles afwegende, volstaan met constatering van het verzuim.

Hetgeen de raadsman voor het overige naar voren heeft gebracht, heeft het hof niet gebracht tot een ander oordeel. Daarbij merkt het hof ten slotte nog op dat het hof niet in voldoende mate is gebleken van een structureel karakter waarbij de verantwoordelijke autoriteiten zich onvoldoende hebben ingespannen om herhaling ervan te voorkomen.

Bewezenverklaring feit 2, feit 5 en feit 22

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in of omstreeks de periode van 29 juli 2014 tot en met 30 juli 2014 te Rotterdam ter uitvoering van het voornemen om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning, gelegen aan de [adres 1] weg te nemen geld en/of een of meer goederen van zijn, verdachtes en/of zijn mededaders, gading, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] en/of Vestia, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot voornoemde woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, een slot van een deur van voornoemde woning heeft geforceerd, terwijl de uitvoering van dat voornemen niet is voltooid.

De kwalificatie van het bewezen verklaarde feit blijft conform hetgeen de rechtbank reeds heeft gekwalificeerd. Het hof neemt die kwalificatie over.

Het hof acht niet komen vast te staan dat de verdachte zich in vereniging heeft schuldig gemaakt aan de woninginbraak aan de [adres 3] en spreekt de verdachte daarvan in zoverre vrij.

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 5 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op of omstreeks 16 november 2014 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een woning, gelegen aan de [adres 3] heeft weggenomen 1000 euro, in elk geval enig gelbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming.

Het hof kwalificeert het onder 5 bewezen verklaarde als:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 22 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:


hij in of omstreeks de periode van 24 september 2014 tot en met 5 oktober 2014 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een goed, te weten een scooter (merk Piaggio, kleur wit), heeft verworven en/of heeft voorhanden heeft gehad, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dat goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf, namelijk door diefstal, althans door enig (ander) misdrijf, verkregen goed betrof.

Het hof kwalificeert het onder 22 bewezen verklaarde als:

schuldheling.

In voormeld opzicht zal het hof het vonnis waarvan beroep vernietigen. Voor het overige verenigt het hof zich met de gronden en beslissingen in het vonnis, met dien verstande dat het hof daarin de hierna te vermelden aanvulling en verbetering aanbrengt.

Aanvulling van de bewijsmiddelen

Het hof heeft geconstateerd dat bij bewijsmiddelen van de feiten 4, 5, 6, 8, 9 en 18 de voornaam van de aangever ontbreekt. Het hof vult het bewijs, gelet op de bewezen verklaring, als volgt aan:

Feit 4, bewijsmiddel 8:

Naam van aangeefster: [benadeelde partij 2].

Feit 5, bewijsmiddel 14:

Naam van aangever: [benadeelde partij 3]

Feit 6, bewijsmiddel 18:

Naam van aangeefster: [benadeelde partij 4]

Feit 8, bewijsmiddel 25:

Naam van aangeefster: [benadeelde 8]

Feit 9, bewijsmiddel 30:

Naam van aangeefster: [benadeelde partij 6]

Feit 18, bewijsmiddel 65:

Naam van aangever: [benadeelde partij 15].

Voorts vult het hof de bewijsmiddelen aan, als volgt:

Feit 8 ([adres 5]): het hof beschouwt de in bewijsmiddel 26 opgenomen datum van 6 december 2015 als een kennelijke verschrijving en leest in plaats daarvan 6 januari 2015.

Feit 26: het hof begrijpt bij bewijsmiddel 89, dat de zinsnede “Zo werd er een Fossil horloge getoond welke tijdens een doorzoeking werd aangetroffen in de woning van [verdachte] op de [adres] te Rotterdam” ziet op de doorzoeking in het huis van de verdachte op 27 oktober 2015.

Het vonnis waarvan beroep dient derhalve - behoudens voor zover het wordt vernietigd - onder aanvulling en verbetering van gronden te worden bevestigd.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich, in veel gevallen samen met een ander of anderen, schuldig gemaakt aan een flink aantal strafbare feiten. De verdachte heeft een negental woninginbraken gepleegd, en heeft twee pogingen daartoe gedaan, waarvan in acht gevallen in vereniging. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal, eveneens in vereniging gepleegd. Verder heeft de verdachte zich vier maal schuldig gemaakt aan schuldheling en éénmaal aan opzetheling, aan joyriding en aan vernieling.

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat de bovenstaande feiten buitengewoon ernstig zijn. De verdachte heeft zich bij het inbreken in woningen kennelijk keer op keer enkel laten leiden door financieel gewin, zonder er bij stil te staan dat slachtoffers van woninginbraken enorm gedupeerd worden en lijden onder hetgeen hen is aangedaan. De woning is bij uitstek de plaats waar mensen zich veilig behoren te voelen. Met zijn handelen, in veel gevallen samen met anderen, heeft de verdachte een forse inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de betreffende mensen en heeft er blijk van gegeven geen enkel respect te hebben voor hun persoonlijke eigendommen. Feiten als de onderhavige brengen in de regel ook bij burgers die niet zelf gedupeerd zijn gevoelens van angst en onveiligheid teweeg. Het hof neemt de verdachte dit zeer kwalijk.

De verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan opzetheling en schuldheling. Heling maakt het plegen van diefstallen lucratief en houdt zo een afzetmarkt voor gestolen voorwerpen in stand. Ten slotte heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan joyriding, door zonder toestemming met nota bene de auto van zijn vader te gaan rijden. Niet alleen heeft hij daarmee inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van zijn vader maar hij heeft, zoals de rechtbank reeds heeft overwogen, ook de verkeersveiligheid in gevaar gebracht: welke auto total loss gereden is.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 1 juni 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit. De verdachte is in zoverre een first offender.

Het hof heeft ten aanzien van de persoon van de verdachte onder meer acht geslagen op de rapporten van de reclassering van 15 augustus 2016 en 25 januari 2017. In de rapporten komt naar voren dat de verdachte zich in detentie op positieve wijze inzet – hij is reiniger en volgt onderwijs - en dat hij de detentie als een keerpunt ziet. Er lijkt geen sprake te zijn van middelen- psychische en/of persoonlijkheidsproblematiek en evenmin wordt de sociaal maatschappelijke situatie van de verdachte problematisch geacht. Wel ontbrak het de verdachte eerder aan een zinvolle dagbesteding en een inkomen en wordt het sociale netwerk – in verband met het in vereniging plegen van de feiten – problematisch geacht. De verdachte heeft voorts in het geheel niet laten blijken enig besef te hebben van de ernst van de door hem gepleegde strafbare feiten. In de rapporten die zijn opgesteld in het kader van een plan van aanpak voor re-integratie, ontbreekt een strafadvies.

Het hof heeft voorts acht geslagen op het rapport van het Leger des Heils, afdeling Jeugdbescherming en reclassering, gedateerd 22 december 2015, waarin wordt geadviseerd bij de verdachte volwassenstrafrecht toe te passen.

Ambtshalve heeft het hof geconstateerd dat de behandeling van de zaak niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, nu de verdachte op 5 oktober 2014 in redelijkheid mocht verwachten dat een strafvervolging tegen hem zou worden ingesteld en terwijl het eindvonnis op 23 juni 2016 is gevolgd. Het hof zal volstaan met de constatering van de overschrijding, gelet op omvang van de zaak en de voortvarende behandeling in hoger beroep.

Onverminderd de hierboven genoemde vrijspraken voor twee feiten, en het achterwege blijven van de strafverzwaringsgrond “in vereniging” ten aanzien van het onder 5 bewezenverklaarde, acht het hof de door rechtbank opgelegde straf - alles afwegende, en in het bijzonder onder vermelding van de veelheid en ernst van de feiten – een passende en geboden reactie. Om die reden zal het hof de straf die reeds door de rechtbank is opgelegd, opnieuw opleggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 36f, 45, 57, 311, 350, 416 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht en artikel 11 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1, 3, 7, 12, 19 en 20 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de feiten 2, 5, 11, 14 en 22, de straf en de motivering van de straf en doet in zoverre opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 11 en 14 primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2, 5 en 22 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven onder 2, 5 en 22 is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte

strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 (tweeënveertig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door mr. J.A.C. Bartels, mr. S. van Dissel en mr. C.P.E.M. Fonteijn-Van der Meulen, in bijzijn van de griffier mr. M. Simpelaar.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 22 juni 2017.

Mr. Fonteijn-Van der Meulen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.