Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2017:1901

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
29-06-2017
Datum publicatie
30-06-2017
Zaaknummer
22-004404-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikelen: 33, 33a, 36f, 45, 57, 140, 311, 420quater Sr. (Quote 500 inbraken)

Gekwalificeerde (poging tot) woninginbraken, schuldwitwassen, criminele organisatie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-004404-13

Parketnummer(s): 09-757607-12

Datum uitspraak: 29 juni 2017

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 27 september 2013 in de strafzaak tegen de verdachte:

[Verdachte]

geboren op [datum] te [geboorteplaats],

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van dit hof van

8 december 2015 en 6 juni, 7 juni en 16 juni 2017.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 11 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 12 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van voorarrest.

Voorts is een beslissing genomen omtrent de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen en omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen, als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis is afgewezen.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Omvang van het hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep zijn de benadeelde partijen

[benadeelde partij] en [benadeelde partij] niet-ontvankelijk verklaard in hun respectievelijke vorderingen.

De benadeelde partijen hebben zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. De in het vonnis gegeven beslissing op de vorderingen van voormelde benadeelde partijen zijn derhalve niet aan het oordeel van het hof onderworpen.

Waar hierna wordt gesproken van "de zaak" of "het vonnis", wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is in eerste aanleg vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 11 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is namens de verdachte onbeperkt ingesteld en dus mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - na aanpassing van de omschrijving van de tenlastelegging op de voet van artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering en voor zover nog aan de orde in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

feit 1 (zaak A):

hij op of omstreeks 17 augustus 2012 te Velp, gemeente Rheden, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, door het openbreken/forceren van een raam van die woning, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 2 (zaak B):

hij op of omstreeks 12 september 2012 te Teteringen, gemeente Breda, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen siera(a)d(en) en/of een of meerdere hologe(s) (merk(en) Rolex en/of Cartier) en/of geld, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [aangevers], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen geld en/of goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door het openbreken/forceren van een of meerdere raam/ramen, althans door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

feit 3 (zaak C):

hij op of omstreeks 19 september 2012 te Ambt Delden, gemeente Hof van Twente, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een of meerdere (gouden) ring(en), althans siera(a)d(en) en/of een of meerdere horloge(s) (merk Cartier) en/of een of meerdere tas(sen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangevers], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door via een ladder op het balkon te klimmen en/of (vervolgens) de woning te betreden, althans door middel van inklimming;

feit 4 (zaak D):

hij op of omstreeks 01 oktober 2012 te Schijndel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan [adres]) heeft weggenomen een of meerdere horloge(s) en/of een ketting, althans een of meerdere siera(a)d(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door het openbreken/forceren van een deur, althans door middel van braak;

feit 5 (zaak E):

hij op of omstreeks 16 en/of 17 september 2012 te Heeswijk-Dinther, gemeente Bernheze, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) weg te nemen goederen en/of geld van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, door (met een scherp en/of hard voorwerp) te proberen (een) ra(a)m(en)/deur(en) open te breken en/of een glaslat te verwijderen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 6 (zaak F):

hij op of omstreeks 29 september 2012 te Wassenaar, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, door het verbreken/forceren van een raam van die woning, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 7 (zaak G):

hij op of omstreeks 11 september 2012 te Gemert, gemeente Gemert-Bakel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan [adres]) heeft weggenomen een kluis en/of een horloge (Breitling) en/of een paspoort en/of (een) geld(bedrag) (te weten ongeveer 30.000 euro) en/of een of meerdere siera(a)d(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik te hebben gebracht door het verwijderen van een bovenlicht/ruit en/of het forceren van een muur, althans door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

feit 8 (zaak H):

hij in of omstreeks de periode van 10 december 2010 tot en met 2 oktober 2012, te 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander en/of anderen, althans alleen, een voorwerp, te weten een horloge (merk Baume & Mercier), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van dat horloge gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

feit 9 (zaak H):

hij op of omstreeks 28 september 2012 te Bergen, gemeente Bergen (NH), ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan [adres]) weg te nemen geld en/of goederen van zij/hun gading, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door met een voorwerp te proberen een raam van die woning te verbreken/forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 10 (zaak I):

hij op of omstreeks 26 september 2012 te Heveadorp, gemeente Renkum, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) weg te nemen geld en/of goederen van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die woning en/of het perceel te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goederen onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, door het verbreken/forceren van het toegangs/tuinhek van dat perceel, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 12 (zaak Criminele Organisatie):

hij in of omstreeks de periode van 09 augustus 2010 tot en met 02 oktober 2012, te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een organisatie bestaande uit onder meer [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3 en/of enige andere leden, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het (al dan niet in vereniging) plegen van diefstallen (met braak/inklimming) en/of heling en/of witwassen.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 12 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren en zes maanden, met aftrek van voorarrest, daarbij rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM).

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet geheel verenigt.

Wel zal het hof op na te melden wijze op de voet van

artikel 423, derde lid, Sv onderdelen overnemen uit het vernietigde vonnis.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder

1, 7 en 10 is tenlastegelegd zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het hof overweegt hiertoe als volgt.

feit 1 (zaak A)

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde neemt het hof het feitenrelaas uit de bewijsoverweging, zoals weergegeven onder het kopje “Feit 1: zaaksdossier [A]” op bladzijden 9 tot en met 11 uit het vernietigde vonnis over.

De rechtbank heeft in haar vonnis van 27 september 2013 op grond van die feiten en omstandigheden – in onderling verband en samenhang bezien – geoordeeld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich samen met [medeverdachte 4] en [medeverdachte 6] schuldig heeft gemaakt aan de poging tot inbraak in de woning aan de [adres].

Na dit vonnis heeft de Hoge Raad in zijn arrest van 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474 enige algemene overwegingen over het medeplegen gegeven, in het bijzonder gericht op de afbakening tussen medeplegen en medeplichtigheid en meer in het bijzonder met het oog op gevallen waarin het medeplegen niet bestaat in gezamenlijke uitvoering. Voor de kwalificatie medeplegen is vereist dat sprake is van nauwe en bewuste samenwerking. Die kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is.

Indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), rust op de rechter de taak om in het geval dat hij toch tot een bewezenverklaring van het medeplegen komt, in de bewijsvoering - dus in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsoverweging - dat medeplegen nauwkeurig te motiveren. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.

Omtrent de rol van de verdachte kan enkel worden vastgesteld dat hij als bestuurder van de auto is opgetreden. Deze auto heeft gedurende ruim een half uur in de omgeving van de [adres] gereden en heeft niet enige tijd stil gestaan. Op grond daarvan is het onaannemelijk dat verdachte de auto heeft verlaten om te proberen in te breken. Het is zelfs onwaarschijnlijk dat hij op de uitkijk heeft gestaan. Het afzetten van twee medeverdachten bij de woning aan de [adres] en het ophalen van één van hen na afloop van de poging daar in te breken levert geen medeplegen van verdachte op.

feit 7 (zaak G)

Op 11 september 2012 heeft tussen 20.47 uur en 21.25 uur een inbraak plaatsgevonden in de vrijstaande woning aan de [adres], gemeente Gemert-Bakel.

De bewoonster, [aangeefster], zat op dat moment in de achtertuin. Toen zij omstreeks 22.00 uur naar boven ging, merkte zij dat de deur van haar slaapkamer van

binnenuit op slot was gedraaid. Zij constateerde dat uit een kast in de slaapkamer een kluis was weggenomen, die aan de muur verankerd had gezeten. In de kluis zaten meerdere sieraden, een contant geldbedrag van € 30.000,- (waarvan € 25.000,- in een envelop, de rest los),

een paspoort en een horloge van het merk Breitling. Aangeefster zag dat de ramen van de slaapkamer open stonden en dat onder het raam een matras op de grond lag,

die kennelijk van het bed was gehaald. In de woonkamer was een bovenraam in zijn geheel verwijderd, waardoor men kennelijk de woning is binnengekomen.

Op camerabeelden die op 11 september 2012 zijn opgenomen van en/of nabij de woning aan de [adres] is te zien dat verdachte en [medeverdachte 2] om 18.53 uur de woning verlaten. Verbalisanten hebben op de camerabeelden — die aan het dossier zijn toegevoegd — waargenomen dat één van hen vanuit de woning naar links gaat en de ander naar rechts en dat zij vervolgens om 18.55 uur weer samenkomen in de Beetsstraat, alwaar zij in de geparkeerd staande Renault Megane met kenteken [nummer] stappen. Vervolgens rijdt deze auto weg.

Op 11 september 2012 is de Renault Megane met kenteken [nummer] door middel van kentekenregistratie (ARS) om 20.14 uur, 21.40 uur en 21.43 uur gesignaleerd op de snelweg N279 nabij Veghel. Dit is op de route naar en op ongeveer 17 kilometer afstand van de woning aan de [adres].

De politie heeft vastgesteld dat op de beelden die op 11 september 2012 door een beveiligingscamera bij de woning aan de [adres] zijn gemaakt te zien is dat

om 20.43 uur een Renault Megane met licht metalen velgen, identiek aan de Renault Megane met kenteken [nummer], komt aanrijden en dat deze om 21.25 uur wegrijdt. Het kenteken is niet zichtbaar op de beelden.

Op camerabeelden die op 11 september 2012 zijn opgenomen van en/of nabij de woning aan de [adres] is te zien dat de Renault met kenteken [nummer]om 22.57 uur de Beetsstraat komt inrijden, aldaar wordt geparkeerd en dat daaruit drie personen stappen.

Twee van deze personen, van wie het postuur volledig overeenkomt met dat van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], lopen in de richting van de [adres]. De derde persoon is gekleed in een zwarte broek en een wit jack met op de schouders een andere kleur en loopt in dezelfde richting als de andere twee personen.

Op de beelden is verder te zien dat [medeverdachte 1] om 22.59 uur en [medeverdachte 2] om 23.00 uur vanuit de richting van de [adres] bij de woning aan de [adres] aankomen en die woning binnengaan. Om 23.02 uur komt verdachte, gekleed in een zwarte broek en een wit jack met op de schouders een andere kleur, vanaf de [adres] aanlopen. Hij gaat ook de woning binnen.

Uit onderzoek verricht door het NFI aan de desktop computer die in de woning aan de [adres]stond, blijkt dat gericht is gezocht op ‘Gemert’ en ‘[aangevers]’, de aangeefster en haar overleden echtgenoot in deze zaak.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij veel gebruik maakte van het internet op de [adres] en dat hij daar van alles heeft opgezocht.

In het OVC-gesprek dat drie weken later - op 1 oktober 2012 - in de Renault Megane met kenteken [nummer] is opgenomen, is te horen dat tussen verdachte, [medeverdachte 2] en verdachte een gesprek plaats vindt. Om 22.42 uur is te horen dat zij spreken over de zojuist weggenomen buit (van een op die dag gepleegde inbraak, waarna [medeverdachte 1] zegt: “maar je ziet het aan verleden keer, je weet het toch niet, want die ene kankerzwervers, waar we hele tijd omheen liepen, die hadden nog geen mooie kamer in dat hele kanker huis, en in de slaapkamer vind je een kluisje met 25 ruggen erin”.

Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat op grond van bovenstaande feiten en omstandigheden niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich tezamen en in vereniging schuldig heeft gemaakt aan de inbraak in de woning aan de [adres].

Weliswaar kan op grond van bovenstaande feiten en omstandigheden worden afgeleid dat er informatie is opgezocht over ‘Gemert en ‘[aangevers]’ en dat de [medeverdachte 1], verdachte en [medeverdachte 2] op 11 september 2012 samen op pad zijn geweest in de Renault Megane met kenteken [nummer], maar naar het oordeel van het hof kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat deze Renault Megane met de eerdergenoemde personen, bij de woning aan de [adres] is geweest.

Het hof acht het gegeven dat de Renault Megane met kenteken [nummer]om 20.14 uur, 21.40 uur en 21.43 uur op de snelweg N279 nabij Veghel is gesignaleerd en er een zeer vergelijkbare Renault Megane is gezien op een beveiligingscamera bij de woning, onvoldoende om tot die conclusie te kunnen komen.

Daarnaast is het hof er, anders dan de rechtbank, overigens niet van overtuigd dat het OVC-gesprek betrekking heeft gehad op de inbraak uit de woning aan de [adres]. Het bedrag waarover wordt gesproken komt niet overeen met het weggenomen bedrag, terwijl ook niet gezegd kan worden dat er in het betreffende pand ‘geen mooie kamer’ was.

De verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken van dit feit.

feit 10 (zaak I)

Teneinde het terrein van de woning aan de [adres] te kunnen betreden dient een hekwerk gepasseerd te worden. Vastgesteld is op 27 september 2017 dat dit hekwerk niet meer intact is.

Op de camerabeelden die op 26 september 2012 zijn opgenomen van en/of nabij de woning aan de [adres] is te zien dat verdachte om 18.33 uur de woning verlaat en dat verdachte en een andere man om 18.34 uur over de Beetsstraat lopen en in de Renault Megane met kenteken [nummer]stappen, waarna deze auto wegrijdt.

Uit de bakengegevens van de Renault Megane met kenteken [nummer]is gebleken dat de auto op 26 september 2012 om 18.39 uur vanuit de Beetsstraat te Den Haag is vertrokken, vanaf 20.17 uur heeft stilgestaan in Heveadorp nabij de woning van de aangever en om 22.24 weer in Den Haag is gearriveerd.

Een observatieteam van de politie heeft verdachte,

[medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] op 26 september 2012 om 21.04 uur waargenomen op het voetpad tussen het Huis ter Aa en de Dunolaan in Heveadorp. Gezien werd dat [medeverdachte 1] zijn beide handen voor zijn middel, verdekt onder de jas die om zijn middel was geknoopt, hield. Bij het zien van de observanten schrok [medeverdachte 1] zichtbaar door een stapje naar achteren te doen. Hij zei: ‘Zo dan’.

De drie mannen stapten vervolgens om 21.05 uur in de Renault Megane met kenteken [nummer], waarna deze vertrok.

Op 26 september 2012 zijn de in de Renault Megane met kenteken [nummer] door [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en verdachte gevoerde gesprekken opgenomen. In deze OVC

opname is te horen:

20.06

u: Tomtom zegt op de achtergrond “bestemming bereikt”.

20.07

u: NN: [adres]

20.10

u: NN: Bij Duno. Daar stond Duno, he?

20.11

u: NN: Een dikke kanker Porsche

Panamera

NN: Ja, dat is het denk ik. Grote

witte.

[medeverdachte 2]: Ja, maar je rijdt nu van die [adres]. Dit is de [adres]. Ik had net goed moeten kijken op die kanker.

Hoe heet dat. Googlemaps. Daar achter zit je hier.

[medeverdachte 2]: Rij eens rustig bij deze weg.

20.12

u: [medeverdachte 1]: Rij nog een keer. Laat mij die

Tomtom proberen te doen kankerding.

NN: Wat is dit dan. Wacht even.... Daar zitten mensen in een auto.

20.14

u: NN: Bolle, kijk eens of jij straks

bij het gereedschap kan, want die zwiep ik zo eruit als.

NN: Je moet gewoon naar Ter Aa en dan moeten we eruit lopen.

20.17u: Motor uit.

[medeverdachte 1]: Gereedschap meenemen.

NN: Anders staat we veel te veel te

draaien en te kutten bij die auto.

NN: Dikke, doe dat buiten dan.

20.18

u: Hoort ritsen van kleding.

Portier open en dicht.

Uit de IP-tap op de [adres] blijkt dat op de computer veelvuldig is gezocht op Herman Veenendaal (de aangever).

Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat op grond van bovenstaande feiten en omstandigheden niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de [medeverdachte 1] zich tezamen en in vereniging schuldig heeft gemaakt aan de poging tot inbraak uit de woning aan de [adres].

Weliswaar kan op grond van bovenstaande feiten en omstandigheden worden vastgesteld dat er informatie is opgezocht over ‘[aangever]’ (de aangever) en dat de [medeverdachte 1], verdachte en [medeverdachte 2] op 26 september 2012 omstreeks 21.05 uur in de buurt van de woning van aangever zijn geweest, maar naar het oordeel van het hof kan niet kan worden vastgesteld wanneer de schade aan het hekwerk van de woning aan [adres] is toegebracht. Derhalve kan niet worden bewezen dat op of omstreeks 26 september 2012 een begin van uitvoering van een inbraak heeft plaatsgevonden waarbij verdachte en of zijn medeverdachten betrokken zijn geweest.

Daarbij neemt het hof in het bijzonder in aanmerking dat aangever H. Veenendaal, nadat hij door de politie op de hoogte was gesteld van een poging tot inbraak, op 18 januari 2013 aangifte heeft gedaan en daarbij het navolgende heeft verklaard:

Rondom mijn woning is een extra beveiligd dubbeldraads hekwerk van dik twee meter hoog geplaatst. Op donderdag 27 september 2012 bleek mij dat het hekwerk kennelijk met veel geweld was geforceerd. Met dat hekwerk was dinsdag 25 september 2012 in de middag nog niets aan de hand. Dat was geheel intact. Ik heb dat naderhand gehoord van mijn tuinman.

Deze tuinman is door de politie gehoord en heeft het volgende verklaard:

Ik had destijds gehoord dat er vermoedelijk gepoogd was in te breken in de woning van dhr. Veenendaal. Ik heb toen ook gehoord dat het hekwerk was vernield. Ik heb dat vernielde hekwerk toen zelf niet gezien. Dat hek zit op een plek waar je bij het reguliere onderhoud niet komt. Ergens in augustus 2012 was het hek nog gewoon in goede staat. Daar was toen niets mis mee. Je moet trouwens echt moeite doen om bij dat hek te komen.

Naar aanleiding van deze verklaring is door de politie nogmaals contact opgenomen met de aangever H. Veenendaal die hierop heeft verklaard dat het waarschijnlijk een misverstand is geweest tussen hem en de tuinman.

Naar het oordeel van het hof kan derhalve niet worden uitgesloten dat de schade aan het hek op een ander moment dan op 26 september 2012 is ontstaan.

De verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken van dit feit.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 12 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

feit 2 (zaak B):

hij op 12 september 2012 te Teteringen, gemeente Breda, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen sieraden en meerdere horloges (merken Rolex en Cartier) en geld, toebehorende aan [aangevers], zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door het openbreken van ramen en inklimming;

feit 3 (zaak C):

hij op 19 september 2012 te Ambt Delden, gemeente Hof van Twente, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen ringen, sieraden en een horloge (merk Cartier) en tassen, toebehorende aan [aangevers], zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door op het balkon te klimmen en vervolgens de woning te betreden;

feit 4 (zaak D):

hij op 01 oktober 2012 te Schijndel, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan [adres] heeft weggenomen horloges en een ketting toebehorende aan [aangever], zulks na zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te hebben verschaft door het forceren van een deur;

feit 5 (zaak E):

hij op 17 september 2012 te Heeswijk-Dinther, gemeente Bernheze, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan [adres] weg te nemen goederen en/of geld van hun gading, toebehorende aan [aangever], en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van braak, heeft geprobeerd ramen open te breken en een glaslat te verwijderen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 6 (zaak F):

hij op 29 september 2012 te Wassenaar, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres] weg te nemen geld en/of goederen van hun gading, toebehorende aan [aangever], en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van braak, een raam van die woning heeft verbroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 8 (zaak Mech):

hij in de periode van 10 december 2010 tot en met 2 oktober 2012, te 's-Gravenhage, een voorwerp, te weten een horloge (merk Baume & Mercier), voorhanden heeft gehad terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

feit 9 (zaak H):

hij op 28 september 2012 te Bergen, gemeente Bergen (NH), ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan [adres] weg te nemen geld en/of goederen van hun gading, toebehorende aan [aangever], en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van braak, met een voorwerp heeft geprobeerd een raam van die woning te verbreken/forceren, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

feit 12 (zaak Criminele Organisatie):

hij in de periode van 1 november 2011 tot en met 02 oktober 2012, in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een organisatie bestaande uit [medeverdachte 1] en[medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en enige andere leden, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het (al dan niet in vereniging) plegen van diefstallen (met braak/inklimming).

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde neemt het hof uit het vernietigde vonnis over

- de bewijsoverweging en bewijsmiddelen (voetnoten 7 tot en met 20), zoals weergegeven onder het kopje “Feit 2: zaaksdossier [zaak B]” op bladzijden 11 tot en met 15.

Dit met uitzondering van de zin:

Voorts is te zien dat [medeverdachte 2] om 19.18 uur de woning verlaat” op bladzijde 12.

In aanvulling op die bewijsmiddelen bezigt het hof voorts het hieronder weergegeven bewijsmiddel voor het bewijs:

De eigen verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 6 juni 2017, inhoudende:

Ik ben betrokken geweest bij de inbraak aan [adres]. Ik heb daar ingebroken.

Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde neemt het hof uit het vernietigde vonnis over

- de bewijsoverweging en bewijsmiddelen (voetnoten 66 tot en met 76), zoals weergegeven onder het kopje “Feit 6: zaaksdossier [zaak F]” op bladzijden 22 tot en met 24.

Ten aanzien van het onder 9 ten laste gelegde neemt het hof uit het vernietigde vonnis over

- de bewijsoverweging en bewijsmiddelen (voetnoten 89 tot en met 93), zoals weergegeven onder het kopje “Feit 9: zaaksdossier [zaak H]” op bladzijden 26 en 28.

Ten aanzien van de onder 3, 4, 5, 8 en 12 ten laste gelegde feiten zal het hof - in die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist - met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, de bewijsmiddelen opnemen in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Nadere bewijsoverweging

Beeldherkenning

De raadsvrouw heeft in het zaaksdossier [zaak E] aangevoerd (blz. 11 e.v.) dat de beelden van de [adres]op 17 september 2012 om 22.54.42 en 22.57.36 niet voor het bewijs gebruikt kunnen worden omdat het onmogelijk is personen daarop de identificeren.

Het hof overweegt dat het op 5 december 2015 heeft bepaald dat het NFI verzocht dient te worden na te gaan of kwaliteit van de beelden in de zaaksdossiers [B], [E], [G] en [H] kan worden verbeterd. Uit een NFI-rapportage van 12 mei 2016 is gebleken – samengevat weergegeven – dat de deskundige bij geen van de beelden mogelijkheden voor verbetering van de beelden ziet die een verbeterde weergave van persoonskenmerken als resultaat zal hebben.

Uit het proces-verbaal van de zitting van de rechtbank op 2 september 2013 volgt dat beelden zijn getoond die zijn opgenomen met de camera’s rond de woning aan de [adres]. De getoonde beelden van 17 september 2012 hebben betrekking op dit zaaksdossier. Ook ter terechtzitting in hoger beroep zijn beelden van deze camera’s getoond. De beelden maken onderdeel uit van het dossier.

Evenals de rechtbank is het hof van oordeel dat beelden van deze camera’s kunnen worden gebruikt om personen te herkennen. De verbalisant Vermeij heeft in een proces-verbaal van 21 maart 2016 uiteengezet dat door haar betrokkenheid bij het onderzoek gedurende langere tijd zij instaat was de verdachten goed van elkaar te onderscheiden aangezien er sprake was van uiteenlopende kenmerken bij de verdachten zoals lengte, houding, kleding en postuur of een combinatie daarvan. Hoewel dit proces-verbaal verwijst naar de herkenningen op 16 september 2012 gaat het hof er vanuit dat dit voor de dag erna in hetzelfde onderzoek niet anders is. De conclusies van de verbalisant over het wisselen van kleding door verdachte duiden – anders dan de raadsvrouw betoogt – niet per se op een gebrekkige herkenning. Evenzeer (of zelfs beter) kan daarin de kracht ervan worden herkend: na het wisselen van de kleding herkent de verbalisant de verdachte nog steeds. Terzijde merkt het hof op dat verdachte in zaaksdossier [zaak C] betrokken was als chauffeur en één van verdachten na de inbraak en bij de terugkomst in de auto zegt: “lichte jasjes aan”. Hieruit kan worden afgeleid dat het wisselen van kleding na afloop van een inbraak binnen de groep van verdachten in Tigris niet ongewoon was.

Ten slotte merkt het hof reeds hier op dat het bewijs niet slechts is gebaseerd op herkenningen van verdachten op camerabeelden van de [adres], maar ook op andere bewijsmiddelen. Het gaat om de bewijsvoering in haar geheel.

Feit 3 (zaak C)

Het hof leidt uit de bewijsmiddelen af:

- dat verdachte op 19 september 2012 om 18:26 uur de woning aan de [adres] verlaat;

- dat enkele minuten hierna (om 18:30 uur) de auto met kenteken [nummer]vanuit de [adres]vertrekt;

- dat deze auto vervolgens (tussen 18:34 uur en 18:39 uur) stil staat nabij de woning van [medeverdachte 1];

- dat deze auto vervolgens doorrijdt naar Ambt-Delden, terwijl deze wordt bestuurd door verdachte en er nog twee andere personen in de auto zitten;

- dat deze auto tussen 20:31 uur en 21:23 uur stil staat vlakbij de woning van de aangevers in Ambt-Delden;

- dat de inbraak door drie personen is gepleegd;

- dat een pet met celmateriaal met een DNA-profiel dat matcht met het DNA-profiel van verdachte nabij de woning van de aangevers is aangetroffen;

- dat de auto met kenteken [nummer]om 23:10 uur aankomt in de omgeving van de woning aan de [adres];

- dat verdachte en [medeverdachte 1] om 23:11 uur gezamenlijk bij de woning aan de [adres] arriveren en de woning binnengaan;

- dat kort na aankomst (om 23:30 uur) vanuit de woning aan de [adres] op internet (onder meer) is gezocht naar hetzelfde merk en type horloge als bij de inbraak is weggenomen en

- dat de ochtend na de inbraak vanuit de woning van

[medeverdachte 1] op internet is gezocht naar een specifiek horloge dat bij de inbraak is weggenomen.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 6 juni 2017 bekend ingebroken te hebben aan in de woning aan de [adres].

De voorgaande feiten en omstandigheden — in onderling verband en samenhang bezien brengen het hof tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden

verklaard dat verdachte, een derde en [medeverdachte 1] zich tezamen en in vereniging schuldig hebben gemaakt aan de inbraak in de woning aan [adres].

Het hof wijst er daarbij op dat deze drie mannen met de Renault Megane zijn vertrokken, deze Renault Megane op de plaats delict was ten tijde van het delict, er blijkens camerabeelden drie schimmen in de tuin van de slachtoffers waren en dat in elk geval verdachte en [medeverdachte 1] zijn teruggekeerd in de woning aan de [adres]in Den Haag, waarna aldaar op internet gezocht is naar de waarde van een eerder die avond gestolen horloge. Hoewel niet kan worden vastgesteld welke uitvoeringshandelingen ieder van deze mannen voor zijn rekening heeft genomen, is de onderlinge samenwerking zo intensief dat verdachte en zijn mededaders als medeplegers dienen te worden aangemerkt.

Dat de [medeverdachte 1] één van de inzittenden van de auto is geweest leidt het hof af uit het feit dat, kort nadat de Renault Megane uit de [adres]is vertrokken, deze enige tijd stil staat nabij de woning van [medeverdachte 1] en dat, zeer kort nadat de Renault Megane later in de avond weer aankomt in de omgeving van de woning aan de [adres], verdachte, [medeverdachte 2] en

[medeverdachte 1] gezamenlijk bij de woning aan de [adres] arriveren en de woning binnengaan.

Feit 4 (zaak D)

Het hof leidt uit de bewijsmiddelen af:

- dat de Renault Megane met kenteken [nummer]op

1 oktober 2012 om 19:00 uur over de Jan van Beerstraat te Den Haag reed met verdachte als bestuurder en [medeverdachte 2] als bijrijder;

- de Renault vervolgens bij de woning van [medeverdachte 1] aan de [adres] is gestopt;

- dat de Renault Megane vervolgens naar Schijndel is gereden, alwaar deze om 21:20 uur is stilgezet op [adres];

- dat de Renault Megane omstreeks 22:00 uur weer is teruggereden naar Den Haag, waar deze omstreeks 23:00 uur is aangekomen;

- dat tussen 20:00 uur en 22:51 uur door [medeverdachte 1], verdachte en [medeverdachte 2] in de Renault Megane onderling over de woning en inbraak aan [adres] wordt gesproken;

- dat om 23:07 uur de Renault Megane op de [straatnaam] is gestopt en dat verdachte, [medeverdachte 1] en een lichtgetinte man uitstapten en het portiek van

de woning van [medeverdachte 1] opliepen;

- dat kort na aankomst (tussen 23.10 uur en 23.23 uur) vanuit de woning van [medeverdachte 1] aan de [adres] op internet via de horlogewebsite www.chrono24.nl is gezocht op ‘410’ (zoekresultaat: Zenith, type Chronomaster), ‘2599’ (zoekresultaat: Girard Perregaux, type Vintage 1945), ‘0184’, ‘Versace 0184’ en horloges van het merk TechnoMarine (waaronder model/referentie

1102365l);

- dat bij de inbraak uit de woning aan [adres] een ketting en horloges (onder andere een Girard Perregaux Vintage, een Techno Marine met serienummer 1102365, een Zenith Chronomaster en een Versace) zijn weggenomen;

- dat in de woning van [medeverdachte 1] aan de [adres] — één dag na de inbraak — onder andere een aantal horloges, dasspelden en een doos van aangever [aangever] zijn aangetroffen;

- dat op de dag na de inbraak in de middenconsole van de Renault Megane een TomTom navigatiesysteem is aangetroffen, waarin het adres [adres] te Schijndel was opgeslagen;

- dat op 2 oktober 2012 in de woonkamer van de woning van verdachte het tijdschrift ‘Quote 500, editie 2011’, lag met daarin een papiertje met daarop een aantal handgeschreven namen en adressen, waaronder “[aangever], [adres]”.

Dat de verdachte en zijn mededaders alle drie in de woning zijn geweest leidt het hof in het bijzonder af uit

de weergegeven passages van het navolgende OVC-gesprek van 1 oktober 2011:

20.00

u: NN: Geef die andere adres? Ooh, hier staat het al, hier, Schijndel [adres]

20.01

u: [medeverdachte 2]: Rij gewoon nog een rondje,

[naam]

[medeverdachte 2]: Wat wou ik nou zeggen, je moet hem hier zetten, anders te ver lopen.

Hoe oud is deze knakker?

NN: Eeh, denk in de vijftig

[medeverdachte 2]: Een ouder wijf(onverstaanbaar) zestig

20.51

u: NN: Kom, we rijden die kant op...

kankerzooi... [adres]... dat was het hè?

[medeverdachte 1]: [adres]

[medeverdachte 2]: [adres]?

[medeverdachte 1]: Ja [adres], volgens mij stond er alleen [adres]

21.20

u: (motor uit, meerdere portieren gaan open en dicht, daarna stilte)

21.55

u: (deuren gaan open en je hoort men zwaar hijgen, rijgeluiden)

NN: Hier rechts hè?

Lichte jasjes aan

Viel zo op mijn kanker.., ribben.., schilderij

Mooie dingen?

[medeverdachte 2]: Nee niet echt mooi, maar wel een paar dingen, ik zag een... lightning...

Muller... (fonetisch)

NN: Rustig, let jij maar op de weg [naam]...

21.56

u: [medeverdachte 1]: Hoe zouden zij naar de dingen,

de slaapkamer toe, via boven

[medeverdachte 2]: Nee, daar in het midden zit een

trap, die deur die jij wilde open draaien, dat was een hal

NN: Wij roepen: hé Bolle, blijf staan gek, die man loopt daar! Had je hem niet gezien?

[medeverdachte 2]: Zonde hè, dat we niet meer hebben?

[medeverdachte 2]: Zijn wijf houdt niet van sieraden joh, een paar neppe kanker spullen.

21.57

u: [medeverdachte 1]: Ik had ook een horloge maar

die was nep

[medeverdachte 2]: Ja, ik had er ook.. uit een

doosje... dat een Cartier

21.59

u: [medeverdachte 1]: Heb je twee doosjes meegenomen

dan?

[medeverdachte 2]: Ja, eentje met klokkies van hem alleen

22.13

u: NN: Bolle, heb je echt al die kasten

gekeken? Achter het bed. Ik ging links, jij rechts toch? Had jij alles gekeken?

[medeverdachte 1]: Ja, ik heb alle kastjes

opengetrokken

22.15

u: NN: Ah, weet waar ik ben vergeten te

kijken? Als je binnenkwam, daar is een commode, bij die tafel, daar had je nog een kast tegenaan hè, bij die schuifdeur

NN: Daar heb [naam 1] gekeken

[medeverdachte 1]: Ik heb ze bijna allemaal bekeken

22.22

u: NN: Ik liep te zweten daar jongen...

was warm, door die zwembad

22.51

u: [medeverdachte 1]: Kunnen gelijk naar mijn huis en

kan ik gelijk op de computer kijken wat die klokkies kosten

Het hof leidt hieruit af dat verdachte samen met zijn twee mededaders in de woning naar waardevolle goederen hebben gezocht. Hun samenwerking is dermate intensief en gelijkwaardig dat zij als medeplegers dienen te worden aangemerkt. Gelet op al het bovenstaande — in onderling verband en samenhang bezien — acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, [medeverdachte 2] en

[medeverdachte 1] zich tezamen en in vereniging schuldig hebben gemaakt aan de inbraak in de woning aan [adres]

Feit 5 (zaak E)

Het hof leidt uit de bewijsmiddelen af:

- dat de dag vóór de poging tot inbraak verdachte en [medeverdachte 2] in de Renault Megane met kenteken [nummer]naar Heeswijk-Dinther zijn gereden en dat de auto daar tussen 20:26 uur en 21:15 uur heeft stilgestaan op en in de directe omgeving van [adres];

- dat de auto omstreeks 21:36 uur weer terug is gereden in de richting van Den Haag;

- dat [medeverdachte 2], [medeverdachte 1] en verdachte tussen 22:41 uur en 22:43 uur kort na elkaar weer bij de

woning aan de [adres] arriveren;

- dat verdachte en [medeverdachte 2] op 17 september 2012 om 19:02 uur kort na elkaar de woning aan de [adres] verlaten;

- dat de Renault Megane op 17 september 2012, omstreeks 19:09 uur, is vertrokken vanuit de [straatnaam] te Den Haag, dat deze omstreeks 19.11 uur heeft stilgestaan in het [straatnaam] in Rijswijk, derhalve op loopafstand van de woning van [medeverdachte 1], en dat de auto tussen 20:00 uur en 21:20 uur heeft stilgestaan op en in de directe omgeving van de [adres] en dat omstreeks 20:55 uur niemand in deze auto zat;

- dat er drie personen in de auto zijn waargenomen in Heeswijk-Dinther;

- dat de Renault Megane met kenteken [nummer]omstreeks 20:55 uur geparkeerd stond op een zandpad tegen het hekwerk rondom de woning aan [adres];

- dat een aantal personen van het terrein van deze woning afkwamen;

- dat ten minste twee personen in de Renault zijn ingestapt en dat de auto kort daarop met hoge snelheid is weggereden;

- dat de auto omstreeks 22:50 uur vaart minderde nabij de kruising van de [straatnaam] met de [straatnaam] in Den Haag;

- dat kort daarop een man met versnelde pas het portiek van de [adres] te Den Haag opliep;

- dat om 22:54 uur twee personen in de [straatnaam] uit de Renault Megane stappen;

- dat om 22:55 uur [medeverdachte 2] bij de woning aan de

[adres] arriveert;

- dat om 22:57 uur verdachte bij de woning aan de

[adres] arriveert;

- dat om 23:34 uur [medeverdachte 1] op zijn scooter bij de woning aan de [adres] aan komt en daar naar binnen gaat;

- dat op de in de woning aan de [adres] in beslag genomen laptop in verschillende bestanden verwijzingen werden aangetroffen naar websites met daarop informatie over [aangever], zijn bedrijf [bedrijfsnaam] en het adres [adres];

- dat op 2 oktober 2012 is in de woning van verdachte een exemplaar van het tijdschrift ‘Quote 500’ aangetroffen, met daarin een briefje met een aantal namen en adressen, waaron ‘[aangever]’ en daarachter in een ander handschrift ‘[adres]’;

- dat [betrokkene 3] dit adres op verzoek van [medeverdachte 1] heeft opgezocht in de gemeentelijke basisadministratie en op het briefje heeft geschreven.

Anders dan door de verdediging is bepleit, is het hof van oordeel dat op grond van de verklaring van aangever bezien in onderling verband en samenhang met de verklaring van [getuige 1] op 2 juni 2016 tegenover de raadsheer-commissaris (randnummer 7 tot en met 11) kan worden bewezen dat op 17 september 2012 braakschade is ontstaan.

Gelet op al het bovenstaande — in onderling verband en samenhang bezien — acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zich tezamen en in vereniging schuldig hebben gemaakt aan de poging tot diefstal aan de [adres].

Het hof wijst er daarbij op dat deze poging tot inbraak grondig is voorbereid door uit openbare bronnen informatie te verzamelen, een gemeenteambtenaar adres-gegevens te laten verschaffen en een voorverkenning ter plaatse (niet slechts via google maps) uit te voeren. Meteen na afloop van de voorverkenning zijn de verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bij elkaar gekomen in de woning aan de [adres].

De volgende dag zijn verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de Renault Megane naar de [adres] gereden. Aldaar zijn zij alledrie uit de auto gestapt en zijn er daadwerkelijk uitvoeringshandelingen verricht teneinde door middel van braak in de woning van [aangever] te komen.

Wie op 17 september 2012 bij de woning van [aangever] welke handelingen heeft verricht, kan niet exact worden vastgesteld. Naar het oordeel van het hof kan wel vastgesteld worden dat de samenwerking tussen deze drie daders (voor, tijdens en na de poging inbraak) zo intensief en vergaand was, dat sprake is geweest van medeplegen. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat verdachte niet over zijn rol heeft willen verklaren.

Feit 8 (zaak H)

Bij de doorzoeking op 2 oktober 2012 van het huis van de verdachte werd in de woonkamer op de schouw een in het zicht liggend horloge van het merk Baume et Mercier in beslaggenomen.

Het hof acht niet bewezen dat verdachte ten tijde van het verkrijgen (of de overdracht aan zijn vriendin) van het horloge eind 2010 wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het horloge afkomstig was uit enig misdrijf.

Gezien de door de criminele organisatie - waar de verdachte deel van uitmaakte - ontplooide activiteiten, acht het hof wel bewezen dat verdachte in ieder geval op enig later moment in de bewezenverklaarde periode redelijkerwijs moet hebben vermoed dat het horloge van misdrijf afkomstig was. Het moet hem op een gegeven moment duidelijk zijn geworden dat Baume et Mercier een merkhorloge is waarvan de waarde aanzienlijk hoger was dan de door hem indertijd betaalde € 150,-. Verdachte was immers in deze periode een frequente bezoeker van de woning aan de [adres], waar in de voorkamer - naar aanleiding van bij de woninginbraken buitgemaakte horloges - veelvuldig websites met betrekking tot dure horloges als www.chrono24.nl en www.precisionwatches.nl, alsmede websites van juweliers werden geraadpleegd.

Feit 12 (zaak Criminele Organisatie)

Ten aanzien van het onder 12 ten laste gelegde neemt het hof uit het vernietigde vonnis over

- de bewijsmiddelen (voetnoten 101 tot en met 144), zoals weergegeven onder het kopje “Feit 12: Criminele Organisatie” op bladzijden 30 tot en met 40.

Inleiding

Op 16 januari 2012 heeft een doorzoeking in de woning aan de [adres] plaatsgevonden. Tijdens die doorzoeking zijn diverse goederen aangetroffen waarvan de verdenking bestaat dat deze werden gebruikt voor het plegen van vermogensdelicten en het witwassen van daarmee verkregen sieraden en horloges. Onder andere werden boeken en tijdschriften van juweliers, een reinigingsapparaat voor sieraden, vloeistoffen om het goudgehalte te testen, een GSM-jammer en diverse portofoons aangetroffen. Ook werd een laptop aangetroffen. De gehele harde schijf van deze laptop is onderzocht door digitale experts. Uit dit onderzoek bleek dat op de laptop gericht was gezocht naar meerdere adressen waar later bleek te zijn ingebroken. Dit betroffen woningen van vermogende personen die bijna allemaal stonden vermeld op de door het tijdschrift ‘Quote’ opgestelde lijst met de vijfhonderd meest vermogende Nederlanders, editie 2011. Geconstateerd werd dat op de laptop veelvuldig gebruik was gemaakt van Google Maps, waarmee tot op straatniveau was ingezoomd op woningen van kapitaalkrachtige personen. Verder bleek dat op de laptop gericht was gezocht op een uniek uitgiftenummer van een exclusief horloge dat was weggenomen bij een inbraak in Bergen, waarvan de eigenaar eveneens stond genoteerd in ‘de Quote 500’.1

Op 22 februari 2012 werd de gehele administratie van de jaren 2010 en 2011 van goudservice Marhe in beslag genomen en onderzocht. Hieruit bleek dat een aantal personen die regelmatig op de [adres] komen, goud en/of sieraden hadden verkocht aan deze juwelier, te weten [medeverdachte 8], [medeverdachte 1], [medeverdachte 5], [betrokkene 4], [betrokkene 5], [betrokkene 6] en [betrokkene7] 2

Uit observaties door de politie bleek dat de woning aan de [adres] dag in, dag uit werd bezocht door personen met een criminele achtergrond en dat zij regelmatig in de woning rond een tafel zaten waarop portofoons en laptops stonden. Tevens werd geconstateerd dat zij met mobiele telefoons, laptops en tablets gebruik maakten van internet via een draadloos wifi-netwerk. Als de wijkagent de woning aan de [adres] binnenkwam of passeerde, klapten de aanwezige personen direct de laptops dicht, kennelijk om te voorkomen dat de wijkagent zicht kreeg op hetgeen op de beeldschermen te zien was.3

Mede gelet op de aangetroffen zoekopdrachten in de laptop die in beslag was genomen onder [medeverdachte 3], werd het aannemelijk dat de personen die aanwezig waren in de woning aan de [adres] bezig waren met het voorbereiden cq. voorverkennen van de woningen van kapitaalkrachtige personen.

Om de samenstelling en de bewegingen van de bovengenoemde groep in beeld te brengen, zijn op 15 juni 2012 twee camera’s geplaatst die zicht hadden op de voorkant en de directe omgeving van de woning aan de [adres]. Vanaf die datum werden de bewegende beelden van deze camera’s — veelal live — uitgekeken door leden van het onderzoeksteam, waardoor zij kundig werden in het herkennen van de gefilmde personen en konden vaststellen welke personen regelmatig aldaar kwamen.4

Tevens werd op 15 juni 2012 een internettap (IP-tap) aangesloten op het adres [adres], waarmee leden van het onderzoeksteam konden nagaan welke internetsites werden bezocht vanaf het IP-adres van de woning. Hieruit bleek dat men dagelijks internetsites bezocht van juweliers die goud opkopen en sites waarop de goudkoers wordt vermeld. Tevens bleek dat via Google Maps plattegronden werden bekeken van diverse gemeenten waarin relatief veel kapitale woningen staan. Ook werden diverse zoekslagen gedaan op personen die op de lijst ‘Quote 500’ voorkomen, waarbij werd gezocht op hun adressen en artikelen waarin zij werden genoemd en waarbij via Google Maps of huizenverkoopsite Funda hun woningen werden bekeken.5

Nadat was geconstateerd dat [medeverdachte 1] regelmatig met een laptop de woning aan de [adres] binnenging en daaruit vertrok, ontstond het vermoeden dat hij aldaar gebruik maakte van de wifi-verbinding en op zijn laptop mogelijk ook voorbereidingshandelingen uitvoerde. Gelet hierop werd vanaf 11 september 2012 een IP-tap aangesloten op het adres van [medeverdachte 1] aan de [adres] te Den Haag.

Tijdens het onderzoek bleek dat diverse getuigen een auto met kenteken [nummer] hadden gezien in de directe omgeving van kapitale villa’s waar een (poging tot) inbraak had plaatsgevonden of waar verdachte omstandigheden werden waargenomen. Uit gegevens van de Rijksdienst voor het Wegverkeer bleek dat dit kenteken was afgegeven aan een Volkswagen Golf die op naam stond van [betrokkene 1], de vriendin van verdachte.6

Uit observaties bleek dat verdachte gebruik maakte van deze auto en later heeft hij bij de politie verklaard dat als de auto buiten de stad is geweest, hij dan daarin heeft gereden.7 Op 23 juli 2012 is in de Volkswagen Golf met kenteken [nummer] een peilbaken geplaatst, met behulp waarvan de politie vervolgens de positie van de auto kon bepalen.8

Vanwege het feit dat de in het zicht gekomen groep kennelijk gebruik maakte van huurvoertuigen, werden op 7 september 2012 de voertuigen gecontroleerd die geparkeerd stonden in de nabijheid van de woning aan de [adres].9 Op de [straatnaam] ter hoogte van nummer 24 werd een Renault Megane voorzien van kenteken [nummer] aangetroffen. Deze bleek door Europcar Nederland B.V. te zijn verhuurd aan [betrokkende 2] van 3 tot 10 september 2012, waarbij de huurtermijn uiteindelijk is verlengd tot 2 oktober 2012.

Uit het bedrijfsprocessensysteem bleek dat [betrokkene 2] een drugsgebruikster is die regelmatig de woning aan de [adres] bezoekt en bekend is met diverse

andere bezoekers.10 [betrokkende 2] heeft later verklaard dat zij deze auto heeft gehuurd voor verdachte.11 Op 11 september 2012 zijn in de Renault Megane met kenteken [nummer] een peilbaken en apparatuur ter opname van vertrouwelijke communicatie (hierna: OVC) geplaatst.12 In de OVC-gesprekken die zijn opgenomen in de auto is te horen dat door de inzittenden wordt gesproken over het plegen van inbraken in bepaalde woningen.

Op 2 oktober 2012 is in een geplande actie een groot aantal verdachten aangehouden. Aansluitend zijn in hun woningen doorzoekingen verricht. Daarbij zijn diverse goederen aangetroffen die betrekking hebben op de in het onderzoek voorkomende misdrijven, zoals inbrekerswerktuigen en horloges die bij woninginbraken zijn weggenomen. Tevens werd in de woning van [medeverdachte 1] de buit aangetroffen die was weggenomen tijdens een inbraak die de voorafgaande avond was gepleegd in een woning aan [adres]. In de

woning van verdachte werd het tijdschrift ‘Quote 500, editie 2011’ opengeslagen aangetroffen met daarin een handgeschreven papiertje met daarop namen en adressen van personen die vermeld worden op de Quote 500-lijst. Na onderzoek bleken deze adresgegevens te zijn aangeleverd door een ambtenaar van de gemeente Den Haag die toegang had tot de Gemeentelijke Basisadministratie.

Het hof heeft vastgesteld dat verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in de periode van augustus 2012 tot en met 1 oktober 2012 met elkaar een serie inbraken en pogingen daartoe hebben gepleegd. De werkwijze bij de verschillende inbraken is telkens min of meer gelijk.

De inbraken en pogingen daartoe vinden plaats in (kapitale) villa’s van vermogende personen, veelal Quote-500 genoteerd.

Uit de aangiftes van de verschillende inbraken bleek steeds sprake te zijn van een opvallende modus operandi.

De inbraken en pogingen daartoe vonden veelal plaats in de (vroege) avond, als de bewoners thuis en wakker zijn en het alarm niet is ingeschakeld. Er werd veelal ingebroken op de eerste etage door gebruik te maken van een uitschuifladder. De buit bestaat vaak uit (dure) horloges, sieraden en geld.

Voorts heeft het hof vastgesteld dat [medeverdachte 5] eenmaal (op 29 september 2012) een dergelijke (poging tot) inbraak heeft gepleegd met verdachte en [medeverdachte 2] ([zaak F]).

Verder heeft het hof vastgesteld dat het vertrek naar de inbraak altijd vanaf de woning aan de [adres] te Den Haag plaatsvindt, waarna ingeval [medeverdachte 1] van de partij is deze over het algemeen bij zijn woning wordt opgehaald, en tevens dat na de inbraak weer wordt teruggegaan naar de woning aan de [adres], waarbij [medeverdachte 1] dan veelal eerder wordt afgezet.

Voorts heeft het hof vastgesteld dat bij een belangrijk deel van de gepleegde inbraken gebruik is gemaakt van de eerder genoemde Renault Megane met kenteken [nummer]. [betrokkene 2] heeft verklaard dat zij ongeveer 8 maal een auto heeft gehuurd voor verdachte en [medeverdachte 2]. Zij heeft dit onder meer in Rotterdam gedaan. Ze betaalde altijd cash, behalve bij de huur van genoemde Renault Megane. Ze kreeg hiervoor ongeveer een meier per keer. Op 1 oktober 2012 heeft ze nog met verdachte in Breda voor een auto gekeken.

De [adres]/bewoners/bezoekers/onderlinge banden

Verdachte en [medeverdachte 2] zijn broers en zeer regelmatige bezoekers van de woning aan de [adres], waar hun moeder, [betrokkene 8], sinds oktober 2006 woonachtig is almede - feitelijk - hun jongere broer, [medeverdachte 3]. De bezoeken blijken uit mutaties van de politie, die teruggaan tot december 2006, de verklaringen van [betrokkene 8] en de beelden van de camera gericht op de woning aan de [adres] in de periode van 15 juni 2012 tot en met 2 oktober 2012.

Hieruit blijkt dat ook [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] zeer regelmatige bezoekers waren en dat [medeverdachte 6], [medeverdachte 7] en [medeverdachte 4] regelmatige bezoekers waren.

[medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] zijn zwagers en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn eveneens zwagers.

[betrokkene 8] heeft verklaard dat [medeverdachte 3] staat ingeschreven op een ander adres, maar meestal wel in de woning aan de [adres] verblijft. Haar woning is 9 meter lang. Aan de voorkant staat een lange tafel. Daar staat de computer en zitten de jongens altijd. Ze zitten dan rond de tafel en kijken met zijn allen naar de computer. Haar zoon [medeverdachte 3] zit eigenlijk wel dag en nacht achter de computer, hij weet alles van die computer. [medeverdachte 3] zat het meest achter de computer, daarna verdachte. Heel de avond zijn er wel jongens in haar woning.

Geen van de verdachten heeft inkomen uit een geregistreerde arbeidsvorm. Wel hebben enkele verdachten een uitkering.

Resultaat doorzoeking [adres]

De woning aan de [adres] is in 2012 tweemaal doorzocht, voor het eerst op 16 januari 2012. Bij die gelegenheid is een laptop in beslag genomen, waarover [medeverdachte 3] heeft verklaard dat die van hem was maar dat iedereen er gebruik van maakte. Uit onderzoek van de laptop bleek dat op die computer gericht was gezocht naar meerdere adressen. Onderzoek wees uit dat die adressen veelal woningen van Quote 500 genoteerde personen betroffen en dat op die adressen was ingebroken.

Ook bleek dat het bedrijf Van Dijk Toetsstenen op 26 november 2011 e-mails had verzonden aan het e-mailadres [medeverdachte 3]@msn.com”, gericht aan [medeverdachte 3], in verband met de bestelling van een toetssteen cleaningset en toetswater. Dit wordt gebruikt voor het testen van goud: echtheid en gehalte. Er werden bij de doorzoeking op 16 januari 2012 ook daadwerkelijk goederen aangetroffen om goud te testen en om te smelten, alsmede apparatuur om horloges en sieraden te reinigen.

Voorts bleek op de laptop te zijn gezocht naar de buit van inbraken. Zo was op 21 november 2011 tussen 23.07 uur en 23.37 uur gezocht op www.chrono24.com naar diverse dure en zeldzame horloges, zoals een Chonographe Suisse Cie (geelgoud, krokodillenleer). Een dergelijk horloge was op 21 november 2011 tussen 20.06 uur en 21.30 uur weggenomen bij een inbraak in een vrijstaande villa, waarvan het alarm niet aanstond omdat de bewoners

thuis waren.

Bij de doorzoeking van de woning aan de [adres] op 16 januari 2012 werden verder onder meer afluisterapparatuur, een jammer, een microcase voor een peilbaken, portofoons, pepperspray en een geldbedrag van € 7.635,- (onder meer bestaande uit biljetten van € 500,-) aangetroffen. Peilbakens kunnen worden gebruikt om personen te volgen terwijl jammers frequenties en derhalve ook telefoons en alarminstallaties verstoren.

Bij de doorzoeking van de woning aan de [adres] op 2 oktober 2012 werden wederom, kennelijk gebruikte, peilbakens aangetroffen. Voorts werden wederom jammers aangetroffen. In de Renault Megane met kenteken [nummer]werd een Dazer aangetroffen. Een Dazer is bedoeld om naderende honden op afstand te houden.

Uit een opgenomen gesprek in de Renault Megane op 30 september 2012 kan worden opgemaakt dat verdachten daadwerkelijk van de Dazer gebruikt maakten: “kankerbeesten. Ik drukte zo dat apparaat weg he. Maar ze waren bang job”.

Uit de gesprekken in de Renault op 12 september 2012 (zaak [zaak B]), waarbij de inzittenden [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en verdachte waren, blijkt dat daadwerkelijk van portofoons gebruik wordt gemaakt.

Het OVC-gesprek vermeldt dat [medeverdachte 2] zegt: “attentie, attentie....attention, attention” en kraak/ruisgeluid zoals behorend bij portofoon.

De rechtbank heeft dit gesprek, mede omdat de verdediging hierom uitdrukkelijk heeft verzocht, in raadkamer uitgeluisterd en inderdaad het kraak/ruisgeluid als behorend bij een portofoon gehoord. Het hof gebruikt deze waarneming van de rechtbank als bewijsmiddel.

Tevens werd bij de doorzoeking van de woning aan de [adres] op 2 oktober 2012 wederom een busje pepperspray aangetroffen, terwijl een dergelijk busje ook in de woning van [medeverdachte 1] werd aangetroffen.

In het OVC-gesprek van 29 september 2012 ([zaak F]), gespreksdeelnemers [medeverdachte 2], verdachte en [medeverdachte 5]) wordt gesproken over het meenemen van traangas. Daaruit blijkt dat men pepperspray meenam.

Bij de doorzoeking op 2 oktober 2012 van de woning aan de [adres], de woning van [medeverdachte 5], werd onder meer (zwaar) inbrekersgereedschap en bewerkt dan wel geprepareerd gereedschap aangetroffen, waaronder twee geheel zwart gespoten voorhamers alsmede een zogenaamde telescoopladder die geheel zwart was gemaakt.

In de Renault Megane met kenteken [nummer] werd op 2 oktober 2012 een soortgelijke ladder aangetroffen, alleen dan niet zwart gespoten.

Tijdens een opgenomen gesprek in de Renault Megane op 1 oktober 2012 (zaak [zaak D]) tussen verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] wordt om 21.09 uur gezegd: “we moeten eigenlijk die trap effe spuiten, want als die daar zo staat en hun komen aanlopen”.

Tevens werd bij de doorzoeking in de woning van [medeverdachte 5] een jammer en materialen die worden gebruikt om goud om te smelten, aangetroffen.

Het gebruik van internet voor informatie over personen, locaties, horloges/goud etc.

Computer [adres]

Op 15 juni 2012 is er een internettap op de internetverbinding behorende bij de woning aan de [adres] aangesloten. Hieruit bleek dat in de periode tot 30 september 2012 vele malen werd gezocht op www.chrono24.nl en aanverwante sites, een soort “marktplaats” voor (soms dure) horloges, waarbij het gebruik van de website flink toenam vanaf 13 september 2012.

Ook bleek dat veelvuldig gebruik werd gemaakt van de sites www.maps.google.nl, www.quotenet.nl, www.123people 123.nl, www.telefoongids.nl, www.funda.nl en www.Yasni.nl. Dit gebruik nam flink toe vanaf eind augustus 2012. Via de diverse zoekmachines bleken zeer veel Quote 500 genoteerde personen te zijn opgezocht.

Uit in de Renault Megane met kenteken [nummer] opgenomen gesprekken blijkt dat de inbraken op diverse manieren middels Google worden voorbereid. Zo wordt in een gesprek van 26 september 2012 (vindplaats zaak [zaak I]) tussen [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en verdachte gezegd: “ik had net goed moeten kijken op die kanker, hoe heet dat, googlemaps. Daar achter zit je hier.”

En een gesprek op 29 september 2012, gevoerd tussen verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] ([zaak F]) zegt [medeverdachte 5]: “hier heb je er ook eentje van de Quote he hier links van die [bedrijfsnaam]”. Door de andere inzittenden wordt gezegd: “ja. hij heeft hem te koop gezet”, “je zag die foto’s op internet toch?”.

In datzelfde gesprek zegt [medeverdachte 5] ook nog: “maar ik wilde in de zomer deze met [naam 1] pakken, want het raam aan de zijkant stond open. We wilden naar binnen klimmen hier.”

Computer [medeverdachte 1]

Uit de zoekgeschiedenis van de op 2 oktober 2012 onder [medeverdachte 1] in de woning aan de [adres] in beslag genomen computer in de periode van maart 2012 tot en met 18 september 2012 blijkt dat veel werd gekeken op websites met betrekking tot (soms dure) horloges, zoals www.chrono24.nl en www.precisionwatches.nl.

Op deze sites werd ook gezocht direct nadat een inbraak was gepleegd. Zo werd op 1 oktober 2012 om 23.23 uur gezocht op een horloge TechnoMarine, type Geneve, met een uniek serienummer, dat die dag tussen 21.30 uur en 22.30 uur was ontvreemd bij een inbraak bij aangever [aangever] (zaak [zaak D]). Het hof leidt hieruit af dat het bekijken van dit soort sites direct nadat een inbraak was gepleegd ertoe strekte de waarde van de gestolen horloges te onderzoeken. Bij verdachte werden op 2 oktober 2012 vier horloges aangetroffen die afkomstig waren van deze inbraak, echter de drie duurste horloges die bij die inbraak waren ontvreemd werden bij verdachte noch bij andere verdachten aangetroffen.

Voorts werd er onder meer gezocht op juweliers (onder meer Klumpers) en de goudprijs.

Ook is gezocht op “europacar huren”.

Computer [medeverdachte 4]

Uit de zoekgeschiedenis van de op 2 oktober 2012 onder

[medeverdachte 4] in de woning aan de [adres] in beslag genomen laptop blijkt het volgende.

In “Google Maps Queries” bevond zich een grote lijst met verschillende coördinaten. Bij invoering van de coördinaten werd 9 van de 10 keer direct uitgekomen op (zeer grote) vrijstaande woningen/villa’s. Onder meer is op twee adressen gezocht waar inbraken hebben plaatsgevonden die onderdeel uitmaken van het Batman onderzoek (zaak Baar en zaak Beek).

Voorts werd op de laptop gezocht naar zeer vermogende, Quote 500 genoteerde personen. Tevens werd gezocht op juweliers, onder meer Klumpers.

Op 10, 11 en 12 februari 2012 werd op de laptop op diverse manieren gezocht op [betrokkene 9], die even daarvoor in de februari editie van het blad Quote 500 had gestaan. Op 12 februari 2012 werd op Google Maps gezocht op [adres], aan welke weg [betrokkene 9] woonachtig is.

Op 13 februari 2012 omstreeks 19.30 uur heeft een poging tot inbraak bij [betrokkene 09] plaatsgevonden, waarbij hij drie personen overliep en wegjoeg. Op de computer werd op 15 februari 2012 nog gezocht op [betrokkene 9], doch op Google Maps niet meer na de poging tot inbraak.

Ook is gezocht op “huurauto”, “autoverhuur” en “auto huren den haag zonder creditcard”.

Bij de doorzoeking van 2 oktober 2012 werd in de woning van [medeverdachte 4] een Massimo Dutti herenhorloge aangetroffen, dat weggenomen was bij een inbraak op 9 januari 2012 (zaak [zaak J]).

Uit onderzoek naar de laptop van [medeverdachte 4] bleek dat er op 11 januari 2012 meerdere zoekslagen naar Massimo Dutti waren gedaan, onder andere naar

een Massimo Dutti herenhorloge.

Het achterhalen van adressen

[betrokkene 3], destijds werkzaam als gemeenteambtenaar bij de gemeente Den Haag, heeft voor [medeverdachte 1] adressen in het GBA-register opgezocht behorend bij namen die zij van hem kreeg aangeleverd. In twee gevallen is kort daarna bij het betreffende (vermogende) slachtoffer ingebroken. Een van de briefjes is bij de doorzoeking op 2 oktober 2012 van de woning aan de [adres] van verdachte aangetroffen in een tijdschrift Quote 500, editie 2011. Deze editie was voorzien van een lijst met de rijkste inwoners per gemeente. Op deze lijst waren een aantal namen van personen aangestipt bij wie daadwerkelijk was ingebroken.

In de woning van verdachte werd ook een tablet aangetroffen en in beslag genomen. Hierop is veel gezocht op mensen die Quote 500 genoteerd zijn. Onder meer is gezocht op de naam [aangever], aangever van de inbraak in de zaak [zaak D]. Deze inbraak heeft verdachte mede gepleegd.

Voorverkenningen

Het hof stelt hier – overeenkomstig de rechtbank - voorop dat geen van de verdachten die in dit verband in beeld komen iets heeft willen verklaren over de ritten die door het openbaar ministerie zijn aangemerkt als voorverkenningen. Gelet op de rest van het dossier, de bijkomende omstandigheden en het feit dat geen enkel ander doel van de ritten dan een voorverkenning aannemelijk is geworden, komt ook het hof tot het oordeel dat het hier om voorverkenningen gaat.

Op 16 augustus 2012 zijn verdachte, [medeverdachte 4] en [medeverdachte 6] met de Volkswagen Golf met kenteken [nummer] naar Holten gereden, alwaar het voertuig zich tussen 21.30 uur en 22.12 uur bevindt op [straatnaam]. Bij de doorzoeking van de woning aan de [adres] op 2 oktober 2012 wordt in de woonkamer een briefje aangetroffen met daarop: “[adres]”. En deze omgeving is [betrokkene 10] woonachtig, een Quote 500 genoteerde persoon. Uit de internettap op de [adres] is gebleken dat op 1 september 2012 op deze persoon is gezocht.

Ook blijkt uit zoekslagen op de onder [medeverdachte 1] in beslag genomen computer dat op 12 augustus 2012 is gezocht op “[adres]” en “[adres]”.”

Op 28 augustus 2012 zijn verdachte, [medeverdachte 4] en [medeverdachte 7] in de Volkswagen Golf met kenteken [nummer] naar Naarden gereden. Tussen 21.30 uur en 23.00 uur rijdt de auto rond in Naarden, Bussum en Hilversum en keert vervolgens weer terug naar Den Haag.

Op 29 augustus 2012 vertrekt de Volkswagen Golf met kenteken [nummer] om 19.48 uur uit Den Haag, houdt zich tussen 21.04 uur en 21.16 uur op in Aerdenhout en is om 22.29 uur terug in Den Haag.

Uit de internettap op de [adres] is gebleken dat diezelfde dag om omstreeks 13.15 uur wordt gezocht naar de top 10 duurste huizen op www.quotenet.nl, waarbij onder meer twee woningen in Aerdenhout worden bekeken.

Op 31 augustus 2012 vertrekken verdachte, [medeverdachte 7] en [medeverdachte 4] om omstreeks 19.42 uur uit Den Haag met de Volkswagen Golf met kenteken

[nummer]. Om 20.30 uur stoppen zij bij een tankstation, trekken witte bovenkleding aan en rijden weer weg. Om 20.58 uur rijdt de Volkswagen Golf met alleen een bestuurder rond bij de [straatnaam] en de [straatnaam] te Goirle. Om 21.09 uur komt [medeverdachte 7] uit de bosjes bij de [straatnaam] te Goirle. Om 21.13 uur lopen [medeverdachte 7] en [medeverdachte 4] onder meer over de [straatnaam] te Goirle en stappen om 21.22 uur in de Golf. Om 21.32 uur rijdt de Volkswagen Golf meerdere rondjes in de omgeving van de [straatnaam] te Tilburg en wordt om 21.45 uur geparkeerd op de [straatnaam]. [medeverdachte 7] verdwijnt uit beeld en verdachte en [medeverdachte 4] lopen hard langs [straatnaam].

Uit de internettap op de [adres] blijkt dat op 30 augustus 2012 druk werd gezocht op www.quotenet.nl en www.funda.nl. Op deze laatste website werd gezocht naar woningen met een waarde van meer dan 1 miljoen euro. Hieruit kwamen meerdere woningen naar voren die zijn gelegen op [straatnaam] te Tilburg. Om 15.22 uur werd via Googlemaps de zoekvraag “[straatnaam]” ingevoerd. Op 31 augustus 2012 werd de zoekvraag “[straatnaam]” ingevoerd. Dit is een doorgaande weg die onder andere kruist met de [straatnaam] te Goirle.”

Op 30 september 2012 begeven verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] zich in de Renault Megane met kenteken [nummer]naar Wognum, alwaar de auto tussen 19.47 uur en 19.55 uur stil staat op [straatnaam].

Blijkens afgeluisterde gesprekken in de auto worden vanaf 19.45 uur bepaalde woningen gezocht en bekeken.

Men stapt tweemaal kort uit en er wordt gesproken over het gebruik van de Dazer zoals hiervoor al aangehaald. Uit de zoekslagen op de onder verdachte in beslag genomen computer is gebleken dat er diverse zoekslagen hadden plaatsgevonden op [betrokkene 11], Wognum.

Buffer opbouwen

Uit de in de Renault Megane met kenteken [nummer] gevoerde gesprekken valt af te leiden dat er nagedacht wordt over plegen van inbraken op de langere termijn. Zo wordt in een OVC- gesprek op 12 september 2012, inzittenden [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en verdachte (zaak [zaak B]) gezegd: “weet je wat het is we moeten effe een buffertje opbouwen voor december”. In datzelfde gesprek wordt later door [medeverdachte 1] gezegd: “we hebben achtentwintig honderd hebben we aan goud weggebracht. De man negenhonderd dr bij nog, snappie?’ Een van de andere inzittenden zegt: “Ja dan mis ik nog negenhonderd he?” Waarop [medeverdachte 1] zegt: “ja die negenhonderd heeft [naam 2]”. Verder wordt besproken dat “[naam 2] had geteld” en dat ze gingen tellen aan tafel.

Conclusie met betrekking tot de criminele organisatie

Uit al het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, blijkt van een langer bestaand en gestructureerd samenwerkingsverband, gericht op het plegen van inbraken. Het samenwerkingsverband richt zich op het inbreken veelal bij vermogende, Quote 500 genoteerde personen en is actief door heel Nederland. De al eerder beschreven modus operandi is steeds gelijk. Men gaat in wisselende samenstelling op inbrekerspad, waarbij het vertrekpunt en de plek van terugkomst de woning aan de [adres] is.

Men dekt zich in tegen ontdekking door via een katvanger een auto te laten huren die wordt gebruikt bij de inbraken.

Informatie over de potentiële slachtoffers wordt vergaard via diverse internetsites. Op de [adres] zit men met zijn allen om de tafel met de computer, waarop zoekopdrachten worden gedaan.

Ook wordt een gemeenteambtenaar ingeschakeld voor het aanleveren van GBA-adressen van potentiële slachtoffers, kennelijk als die niet op andere wijze kunnen worden achterhaald.

Men heeft in wisselende samenstellingen voorverkenningen uitgevoerd.

Er zijn bij de doorzoekingen diverse voorwerpen aangetroffen die zijn gebruikt bij de voorbereiding/uitvoering van inbraken, dan wel duiden op de criminele intenties van de organisatie: peilbakens, jammers, Dazer, portofoons, pepperspray en ladders.

De waarde van buitgemaakte dure horloges en sieraden wordt direct via internet opgezocht.

Materiaal om goud te testen/reinigen/om te smelten is aanwezig. Kennelijk beschikt men over een goede afzetmarkt voor de gestolen goederen, nu van de sieraden niets is teruggevonden en de op 1 oktober 2012 buitgemaakte duurste horloges in de vroege volgende ochtend reeds waren verdwenen.

Op grond van dit alles staat het criminele oogmerk van de organisatie naar het oordeel van het hof vast.

Wie behoren tot en hebben deelgenomen aan de criminele organisatie

Op grond van al het voorafgaande, in onderlinge samenhang bezien, komt het hof tot het oordeel dat onderstaande verdachten behoren tot en hebben deelgenomen aan de criminele organisatie. Daarbij zal bij iedere verdachte telkens kort samengevat, met bullets, worden aangegeven waaruit blijkt dat hij tot de organisatie behoort en waaruit zijn deelname heeft bestaan.

[Verdachte]

• Hij heeft een groot aantal inbraken/pogingen daartoe gepleegd en is bij voorverkenningen betrokken geweest.

• Hij is een zeer regelmatige bezoeker van de woning aan de [adres], maakte daar ook gebruik van de computer waarop de zoekslagen ten behoeve van

de activiteiten van de organisatie zijn uitgevoerd en voerde op zijn eigen tablet en laptop ook dergelijke zoekopdrachten uit.

• Hij regelde via [betrokkene 2] huurauto’s.

• Het tijdschrift Quote met aantekeningen en het briefje met de adressen van [betrokkene 3] is bij hem aangetroffen.

[medeverdachte 2]

• Hij heeft een groot aantal inbraken/pogingen daartoe gepleegd en is bij voorverkenningen betrokken geweest.

• Hij is een zeer regelmatige bezoeker van de woning aan de [adres].

• Hij regelde via [betrokkene 2] huurauto’s.

[medeverdachte 1]

• Hij heeft een groot aantal inbraken/pogingen daartoe gepleegd en is bij voorverkenningen betrokken geweest.

• Hij is een zeer regelmatige bezoeker van de woning aan de [adres].

• Hij heeft op zijn computer diverse zoekslagen ten behoeve van de activiteiten van de organisatie uitgevoerd.

• Hij onderzoekt op zijn computer de waarde van horloges.

• Hij heeft een gemeenteambtenaar hem GBA-adressen van potentiële slachtoffers laten leveren.

• Er zijn bij hem gestolen horloges aangetroffen alsmede pepperspray.

[medeverdachte 3]

• Hij is bewoner van de woning aan de [adres].

• Hij heeft het meest gebruik gemaakt van de aldaar aanwezige computer, waarop de zoekslagen ten behoeve van de activiteiten van de organisatie zijn uitgevoerd.

• Hij deelt mee in de buit en telt het geld.

• In zijn woning zijn jammers, portofoons, peilbakens, pepperspray alsmede voorwerpen om goud te testen/om te smelten/te reinigen aangetroffen.

[medeverdachte 5]

• Hij heeft met verdachte en [medeverdachte 2] een poging woninginbraak gepleegd, bij welke inbraak hij zegt dat hij: “in de zomer deze met [naam 2] (wilde) pakken”.

• Hij is een zeer regelmatige bezoeker van de woning aan de [adres].

• Bij hem zijn inbrekerswerktuigen, jammers, een telescoop ladder en materialen om goud om te smelten aangetroffen.

[medeverdachte 4]

• Hij heeft een poging inbraak gepleegd met verdachte en [medeverdachte 6].

• Hij is betrokken geweest bij drie voorverkenningen.

• Hij is een regelmatige bezoeker van de woning aan de [adres].

• Hij heeft op zijn computer zoekslagen ten behoeve van de activiteiten van de organisatie uitgevoerd.

• Hij heeft zich schuldig gemaakt aan schuldwitwassen van een horloge.

[medeverdachte 7]

• Hij is betrokken geweest bij twee voorverkenningen.

• Hij is een regelmatige bezoeker van de woning aan de [adres].

Op grond van bovengenoemde feiten en omstandigheden is het hof van oordeel dat de verdachte behoort tot dit samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk het plegen van misdrijven, te weten het plegen van inbraken bij vermogende personen (HR 10.2.2015, ECLI:NL:HR:2015:264).

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het onder 5, 6 en 9 bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, meermalen gepleegd.

Het onder 8 bewezen verklaarde levert op:

Schuldwitwassen.

Het onder 12 bewezen verklaarde levert op:

Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Verdachte heeft iets minder dan een jaar deelgenomen aan een criminele organisatie, die tot oogmerk had het plegen van inbraken en witwassen. Verdachte heeft in dat kader ook zelf diverse inbraken (en pogingen daartoe) gepleegd. De inbraken, veelal in (kapitale) villa’s van

vermogende, Quote 500 genoteerde personen door heel Nederland, vonden steeds op min of meer vergelijkbare wijze plaats. De buit bestond vaak uit (dure) horloges, sieraden en geld.

Verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan schuldwitwassen door een waardevol horloge voorhanden te hebben, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat deze afkomstig was van misdrijf.

Woninginbraken zijn ernstige feiten. Woninginbraken veroorzaken niet alleen de nodige materiële en emotionele schade, maar maken ook een forse inbreuk op de privacy van de slachtoffers. Het is voor hen bijzonder onaangenaam om te leven met de wetenschap dat, terwijl men zelf in de woning aanwezig was, vreemden in die woning zijn geweest en hun persoonlijke bezittingen hebben doorzocht en weggenomen.

Het handelen van verdachte draagt dan ook bij aan de gevoelens van onveiligheid in de samenleving. De woninginbraken hebben tot grote financiële schade bij

de slachtoffers geleid. Met de diefstal van horloges en sieraden zijn de slachtoffers ook spullen kwijtgeraakt die emotionele waarde voor hen hadden en die onvervangbaar zijn.

Witwassen is een ernstig delict, omdat dit het plegen van andere vermogensdelicten in stand houdt en het de integriteit van het financiële en economische verkeer schade toebrengt.

Het hof betrekt – evenals de rechtbank - in het oordeel over de strafmaat tevens dat verdachte – ook in hoger beroep - geen enkel teken geeft enig berouw van zijn daden te hebben, of verantwoordelijkheid daarvoor te

willen nemen. Kennelijk laat verdachte zich louter leiden door zijn eigen belangen en behoeftes, zonder enige acht te slaan op de belangen en behoeftes van anderen, in het bijzonder die van zijn slachtoffers.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 23 mei 2017, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, maar niet voor soortgelijke feiten.

Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van een Reclasseringsadvies van 2 februari 2015. Uit de inhoud van dit rapport blijkt niet van persoonlijke omstandigheden van bijzondere aard waarmee in strafmatigende zin rekening gehouden zou moeten worden.

Voorts wordt bij de strafmaat rekening gehouden met een overschrijding redelijke termijn, in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,

De rechtbank heeft vonnis gewezen op 27 september 2013. Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld op 10 oktober 2013. Het dossier is op 9 december 2013 bij het hof binnengekomen. De regiezitting vond plaats op 8 december 2015. De inhoudelijke behandeling van de zaak heeft in juni 2017 plaatsgevonden, waarna op 29 juni 2017 uitspraak is gedaan.

Het hof constateert derhalve dat in de onderhavige zaak in de fase van het hoger beroep een forse overschrijding van de redelijke termijn heeft plaatsgevonden, nu de behandeling van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep niet binnen 16 maanden nadat hoger beroep is ingesteld met een eindarrest is afgerond. Het hof stelt aldus vast dat de redelijke termijn met ruim 1,5 jaar is overschreden en stelt eveneens vast dat deze overschrijding niet, althans niet in aanmerkelijke mate, aan de verdachte of de verdediging is te wijten.

Naar aanleiding van deze overschrijding zal het hof, waar het in beginsel voor feiten als de onderhavige onder de gegeven omstandigheden een gevangenisstraf van 60 maanden passend en geboden acht, strafvermindering toepassen.

Alles overziende - daarbij er van uitgaande dat op grond van de hierboven weergegeven termijnoverschrijding een korting van 10% wordt toegepast - is het hof van oordeel dat veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden passend en geboden is.

Beslag

Blijkens de – in kopie aan dit arrest gehechte – beslaglijst zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

1. Asus tablet

2. Notitieblok met aantekeningen en losse papiertjes

3 Tablet zilver van kleur

4. Boek Quote 500 + papiertje

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de op de beslaglijst onder 1 tot en met 4 genummerde voorwerpen, overeenkomstig de beslissing van de rechtbank, verbeurd zullen worden verklaard.

Met betrekking tot het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen overweegt het hof het volgende.

Het hof zal de op de beslaglijst onder nummer 1 tot en met 4 genummerde voorwerpen verbeurd verklaren, nu het voorwerpen zijn die aan de verdachte toebehoren en met behulp van deze voorwerpen bewezenverklaarde feiten zijn begaan.

Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

Vorderingen van de benadeelde partijen

[benadeelde partij 1]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 3 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 19.319,00.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij in de vordering tot schadevergoeding.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 8.320,- materiële schade is geleden. Dit bedrag bestaat uit de opgevoerde posten (deel getaxeerde en ongetaxeerde sieraden en huishoudelijke inboedel (= gestolen tassen)) waarvan niet blijkt dat deze door de verzekeringsmaatschappij worden vergoed.

Deze schade is een rechtstreeks gevolg is van het onder 3 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen.

Ten aanzien van de overige posten zal het hof, evenals de rechtbank, de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien uit het bijgevoegde rapport van de verzekeringsmaatschappij blijkt dat de benadeelde partij deze schade vergoed krijgt van de verzekering en de opgevoerde schade onder de post ‘extra observaties en beveiliging’ niet rechtstreeks is toegebracht door het bewezenverklaarde feit.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van

€ 8.320,00 aansprakelijk is voor de schade die door het onder 3 bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij 1].

[Benadeelde partij 2]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij 2] zich als benadeelde partij gevoegd. De benadeelde partij heeft een vordering ingediend tot vergoeding van de geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 7 (zaak G) ten laste gelegde, tot een bedrag van € 34.348,66.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 34.348,66, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.

Nu de verdachte van het onder 7 ten laste gelegde wordt vrijgesproken, dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 36f, 45, 57, 140, 311, 420quater van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 11 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1, 7 en 10 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 12 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 12 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 54 (vierenvijftig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

1. Asus tablet

2. Notitieblok met aantekeningen en losse papiertjes

3 Tablet zilver van kleur

4. Boek Quote 500 + papiertje,

zijnde de als 1 tot en met 4 genummerde voorwerpen op de beslaglijst.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] ter zake van het onder 3 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 8.320,00 (achtduizend driehonderdtwintig euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij 1], ter zake van het onder 3 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 8.320,00 (achtduizend driehonderdtwintig euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 76 (zesenzeventig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 2] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.

Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

Dit arrest is gewezen door Th.W.H.E. Schmitz,

mr. T.B. Trotman en mr. D.M. Thierry,

in bijzijn van de griffier mr. C.B. Jans.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 29 juni 2017.

1 Algemeen Dossier/O/OPV/Overzichtsproces-verbaal 25 februari 2012 blz 8 en 9.

2 Idem, blz 8 en 10

3 Idem, blz 8.

4 Idem, blz 11

5 Idem, blz 12

6 Idem, blz 12

7 Verdachtendossier [verdachte]/Proces-verbaal van verhoor verdachte blz 32.

8 Algemeen Dossier/O/OPV/Overzichtsproces-verbaal 25 februari 2012 blz 12, 13

9 Idem blz 13

10 ZD/[zaak B]t/AH/Proces-verbaal van bevindingen, 11 september 2011, p 1; Algemeen Dossier 0/OPV/Overzichtsproces-verbaal, 25 februari 2012, blz 13

11 Verdachtendossier/[betrokkene 2]/Proces-verbaal verhoor verdachte [betrokkene 2], 2 oktober 2012, blz 21-22; proces-verbaal verhoor getuige [betrokkene 2] door de rechter-commissaris d.d. 20 juni 2013.

12 Algemeen Dossier/O/OPV/Overzichtsproces-verbaal 25 februari 2012 blz 13