Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2017:1896

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
30-06-2017
Datum publicatie
30-06-2017
Zaaknummer
22-003526-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Art. 242 Sr. Verkrachting. Betrouwbaarheid verklaring aangever. Gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, proeftijd 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-003526-16

Parketnummer: 10-711136-14

Datum uitspraak: 30 juni 2017

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 28 juli 2016 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag],

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 16 juni 2017.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van het voorarrest en met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een klinische opnameverplichting en een ambulante behandelverplichting als nader in het vonnis waarvan beroep omschreven. Voorts is omtrent de vordering van de benadeelde partij beslist als nader vermeld in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij, op of omstreeks 02 november 2014 te Ouddorp, gemeente Goeree-Overflakkee, door geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of bedreiging met (een) andere feitelijkhe(i)d(en) iemand, te weten [aangever], heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het (meermalen): - (tong)zoenen van die [aangever]en/of

- aftrekken van die [aangever] en/of

- zich laten aftrekken door die [aangever] en/of

- pijpen van die [aangever] en/of

– zich laten pijpen door die [aangever] en/of

- brengen en/of houden van zijn, verdachtes, penis in de anus van die [aangever],

het geweld en/of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of de bedreiging met geweld en/of de bedreiging met (een) ander feitelijkhe(i)d(en) heeft/hebben bestaan uit het:

- tonen van een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, aan die [aangever] en/of

- die [aangever] (dreigend) de woorden toevoegen: "Sta op van je stoel" en/of "Ik ga je vermoorden, maar eerst snijd ik je oor eraf" en/of "Blijf stil staan" en/of "Kijk niet achterom" en/of "Loop die kamer binnen" en/of "Kleed je uit" en/of "Maak je zakken leeg" en/of "Houd je smoel dicht", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of

- vastpakken van die [aangever] en/of

- kijken in de portemonnee van die [aangever] en/of

- op bed duwen van die [aangever] en/of

- vastpakken van de penis van die [aangever] en/of (vervolgens) (meermalen) aftrekken van die [aangever] en/of

- ( meermalen) zich laten aftrekken door die [aangever] en/of

- ( meermalen) duwen van het hoofd van die [aangever] naar zijn, verdachtes, penis en/of zich (vervolgens) laten pijpen door die [aangever] en/of

- slaan en/of stompen tegen het hoofd en/of de rug van die [aangever] en/of

- ( meermalen) pijpen van die [aangever] en/of

- ( meermalen) die [aangever] laten spugen op zijn, verdachtes, hand en/of (vervolgens) met die spuug nat maken van de anus van die [aangever] en/of

- ( meermalen) brengen van zijn, verdachtes, penis in de anus van die [aangever] en/of

- met zijn, verdachtes, vingers open duwen/maken van de mond van die [aangever] en/of

- ( meermalen) (tong)zoenen van die [aangever].

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd met uitzondering van de strafoplegging en dat aan de verdachte zal worden opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van het voorarrest en met oplegging van de bijzondere voorwaarden als bepaald in het vonnis waarvan beroep.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij, op 02 november 2014 te Ouddorp, gemeente Goeree-Overflakkee, door geweld en andere feitelijkheden en door bedreiging met geweld [aangever], heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, namelijk het (meermalen):

- tongzoenen van die [aangever] en

- aftrekken van die [aangever] en

- zich laten aftrekken door die [aangever] en

- pijpen van die [aangever] en

– zich laten pijpen door die [aangever] en

- brengen en houden van zijn, verdachtes, penis in de anus van die [aangever],

het geweld en andere feitelijkheden en de bedreiging met geweld hebben bestaan uit het:

- tonen van een mes aan [aangever] en

- die [aangever] (dreigend) de woorden toevoegen: "Sta op van je stoel" en "Ik ga je vermoorden, maar eerst snijd ik je oor eraf" en "Blijf stil staan" en "Kijk niet achterom" en "Loop die kamer binnen" en "Kleed je uit" en "Maak je zakken leeg" en "Houd je smoel dicht", en

- vastpakken van die [aangever] en

- kijken in de portemonnee van die [aangever] en

- op bed duwen van die [aangever] en

- vastpakken van de penis van die [aangever] en vervolgens meermalen aftrekken van die [aangever] en

- meermalen zich laten aftrekken door die [aangever] en

- meermalen duwen van het hoofd van die [aangever] naar zijn, verdachtes, penis en zich vervolgens laten pijpen door die [aangever] en

- slaan tegen het hoofd en de rug van die [aangever] en

- meermalen pijpen van die [aangever] en

- meermalen die [aangever] laten spugen op zijn, verdachtes, hand en vervolgens met die spuug nat maken van de anus van die [aangever] en

- meermalen brengen van zijn, verdachtes, penis in de anus van die [aangever] en

- met zijn, verdachtes, vingers open maken van de mond van die [aangever] en

- meermalen tongzoenen van die [aangever].

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Verweer

De raadsman heeft – overeenkomstig zijn ter terechtzitting in hoger beroep overgelegde en in het procesdossier gevoegde pleitnota – betoogd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Daartoe heeft hij aangevoerd dat de verklaringen van aangever dat sprake zou zijn geweest van dwang ongeloofwaardig zijn. De raadsman baseert dit op de inhoud van de afgelegde verklaringen en op het CIOT- en WhatsApponderzoek.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Betrouwbaarheid van de verklaring van aangever

Aangever heeft meerdere keren een verklaring afgelegd en is daarbij stevig ondervraagd. De verklaringen van de aangever zijn op essentiële punten consistent. Aangever heeft verklaard dat hij bij thuiskomst meteen aan zijn ouders heeft verteld wat er was gebeurd. De moeder van aangever heeft verklaard hoe zij haar zoon direct bij thuiskomst aantrof en over hetgeen hij vertelde dat hem was overkomen. Deze verklaring komt overeen met de verklaringen van aangever.

De stelling van de raadsman dat de verklaring van de verdachte veel aannemelijker is, is niet nader onderbouwd. Bovendien heeft de verdachte inconsistent verklaard over hetgeen zich in de bewuste nacht precies heeft afgespeeld. Pas toen uit een tweetal DNA-onderzoeken was gebleken dat sprake was geweest van seksueel contact tussen aangever en de verdachte, heeft de verdachte verklaard dat hij inderdaad seks heeft gehad met aangever.

CIOT- en WhatsApponderzoek

De raadsman heeft aangevoerd dat de telefoon van aangever tussen 1.56.27 uur -3.44.16 uur via WhatsAppp veelvuldig contact heeft gehad met verschillende personen. Volgens de raadsman is in geen enkel bericht enige vorm van dwang en/of angst te bemerken.

Het hof is van oordeel dat de door de raadsman genoemde WhatsAppcontacten niets zeggen over het feit zoals ten laste is gelegd. Zoals aangever heeft verklaard, hebben de verdachte en aangever eerst wat gedronken en gegeten toen zij bij de verdachte thuis waren aangekomen. In dat tijdsbestek hebben de WhatsAppcontacten plaatsgevonden. Toen aangever vertelde dat hij naar huis zou gaan, deed de verdachte op een gegeven moment ineens het licht uit en zag aangever de verdachte achter zich staan met een groot mes. De verdachte bedreigde de aangever dat hij hem zou vermoorden. Aangever moest zich toen uitkleden en is niet weggegaan, omdat hij bang was dat de verdachte hem zou steken. Vervolgens heeft de verdachte seksuele handelingen verricht bij aangever en moest aangever ook seksuele handelingen verrichten bij de verdachte, waarbij over en weer sprake was van seksueel binnendringen van het lichaam. Pas na de voornoemde WhatsAppcontacten was dus een situatie ontstaan waarin aangever zich niet tegen de hem opgedrongen seksuele handelingen heeft kunnen verzetten.

Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd dat – anders dan de aangever heeft verklaard - uit het dossier blijkt dat de verdachte ook telefonische- en internetcontacten heeft gehad ten tijde van het incident en in de tijdspanne tussen 6.05.49 uur -7.15.05 uur. Ook dat zou impliceren dat de aangever onjuist heeft verklaard.

Het hof leidt uit het gerelateerde in het proces-verbaal van bevindingen met nr. PL1700-2014443025-41 met bijlagen en het proces-verbaal van bevindingen met nr. PL1700-2014443025-37 met bijlagen af dat de verdachte gedurende een periode van meer dan een uur niet heeft uitgebeld en – meer in het bijzonder - de sms-jes en oproepen van zijn (zoals uit de op zijn telefoon binnengekomen berichten blijkt kennelijk ongeruste) moeder niet heeft beantwoord. Ook blijkt niet dat er gegevens uit de telefoon zijn verwijderd die gerelateerd kunnen worden aan het voor het ten laste gelegde relevante tijdsbestek. Het dossier biedt geen steun voor de stelling van de verdediging dat de aangever hierover onjuist heeft verklaard.

Op dit punt mist het verweer feitelijke onderbouwing.

Gelet op bovenstaande ziet het hof geen aanleiding te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de aangifte en de getuigenverklaring. Naar het oordeel van het hof kunnen deze verklaringen dan ook voor het bewijs worden gebezigd.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

verkrachting.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich op de bewezen verklaarde wijze schuldig gemaakt aan verkrachting. Door aldus te handelen heeft de verdachte op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer, voor wie het bewezen verklaarde buitengewoon vernederend en traumatisch is geweest. De verdachte heeft het fysieke en psychische welzijn van het slachtoffer ondergeschikt gemaakt aan de bevrediging van zijn eigen seksuele behoeften. Daarbij neemt het hof tevens in aanmerking dat het slachtoffer destijds 17 jaar oud was en daarmee 10 jaar jonger dan verdachte. Uit de toelichting bij de vordering van het slachtoffer blijkt dat hij nog lange tijd problemen heeft ervaren ten gevolge van het feit.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 2 juni 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op het reclasseringsadvies d.d. 12 februari 2015 van Reclassering Nederland, opgemaakt door [naam] en [naam], reclasseringswerker respectievelijk leidinggevende. Hierin is vermeld dat bij bewezenverklaring het recidiverisico hoog wordt ingeschat, op basis van de houding van de verdachte, het alcoholgebruik en het delict.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Gelet op het hiervoor overwogene zal het hof op de voet van artikel 14e van het Wetboek van Strafrecht bepalen dat de hierna te stellen bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn, nu het hof, mede gezien het gestelde in het reclasseringsrapport, van oordeel is dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Vordering tot schadevergoeding [aangever]

In het onderhavige strafproces heeft [aangever] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte ten laste gelegde, tot een bedrag van € 9.781,79.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag € 9.781,79.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van een gedeelte van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 8.147,86, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, te vermeerderen met de wettelijke rente.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 647,86 materiële schade is geleden. De gevorderde schade met betrekking tot de medicijnen, het eigen risico en de reiskosten is een rechtstreeks gevolg van het bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 november 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Het hof is voorts van oordeel dat aannemelijk is geworden dat er immateriële schade is geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid, waarbij het hof zich mede heeft georiënteerd op vergelijkbare jurisprudentie - voor toewijzing tot een bedrag van € 6.500,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 november 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Voor het overige zal de vordering worden afgewezen.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [aangever]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van

€ 7.147,86 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [aangever].

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14e, 36f en 242 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich zal melden bij Reclassering Nederland, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich, indien de Reclassering Nederland dit noodzakelijk acht, klinisch laat opnemen voor maximaal zeven weken, in een door de Reclassering Nederland te indiceren instelling, en zich zal houden aan de aanwijzingen die door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling worden gegeven.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich, indien de Reclassering Nederland dit noodzakelijk acht, onder ambulante behandeling zal stellen voor zijn delict gedrag en eventueel achterliggende problematiek bij de Waag of soortgelijke ambulante forensische zorg, na ingang van de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering in overleg met de behandelaar verantwoord vindt.

Beveelt dat bovengenoemde bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.

Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [aangever]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [aangever] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 7.147,86 (zevenduizendhonderdzevenenveertig euro en zesentachtig cent) bestaande uit € 647,86 (zeshonderdzevenenveertig euro en zesentachtig cent) materiële schade en € 6.500,00 (zesduizendvijfhonderd euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 2 november 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [aangever], ter zake van het bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 7.147.86 (zevenduizendhonderdzevenenveertig euro en zesentachtig cent) bestaande uit € 647,86 (zeshonderdzevenenveertig euro en zesentachtig cent) materiële schade en € 6.500,00 (zesduizendvijfhonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 70 (zeventig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 2 november 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit arrest is gewezen door mr. A. Kuijer,

mr. Chr.A. Baardman en mr. H.C. Wiersinga, in bijzijn van de griffier mr. M.M. Dijk.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 30 juni 2017.