Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHDHA:2017:1805

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Datum uitspraak
22-06-2017
Datum publicatie
26-06-2017
Zaaknummer
22-003691-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Artikelen 266, 267, 285, 311 en 350 Sr. Bedrijfsinbraken, bedreiging met de dood van arrestantenverzorger en belediging van een arrestantenverzorger. Weigerende observandus. Oplegging TBS niet mogelijk. Geen medewerking aan psychiatrisch en psychologisch onderzoek en aan onderzoek in het PBC. Ondanks dat antisociale persoonlijkheidsstoornis kan worden vastgesteld bij verdachte, kan er geen advies worden gegeven omtrent de doorwerking van de stoornis in de feiten, de mate van toerekeningsvatbaarheid en het recidiverisico.

Niet mogelijk om op basis van het PBC rapport een ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens van de verdachte vast te stellen. Oplegging van TBS-maatregel kan derhalve niet aan de orde zijn.

Veroordeling tot gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 voorwaardelijk, met aftrek voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer: 22-003691-16

Parketnummer: 09-819875-15

Datum uitspraak: 22 juni 2017

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 19 juli 2016 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 8 juni 2017.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1:
hij op of omstreeks 06 december 2015 te Gouda [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] dreigend de woorden toegevoegd :"als hij niet komt nu ga ik hem opzoeken en afschieten"en/of "ik maak jullie af" en/of "ik heb een pistool" en/of "ik kom nog terug, het is nog niet afgelopen en dan zien jullie het wel", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2:
hij op of omstreeks 06 december 2015 te Gouda opzettelijk en wederrechtelijk een en/of meerdere ruiten en/of een kast en/of een vloer en/of gordijnen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk met tegels en/of kliko's althans met een goed voornoemde ruiten in te gooien;

3:
hij op of omstreeks 06 december 2015 te Gouda opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk een bloempot door een ruit te gooien;

4:
hij op of omstreeks 06 december 2015 te Gouda opzettelijk en wederrechtelijk een en/of meerdere ruit(en) (van een voordeur), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk voornoemde ruit(en) in te trappen en/op in te slaan;

5:
hij op of omstreeks 06 december 2015 te Gouda [slachtoffer 7] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 7] dreigend de woorden toegevoegd :"Je moet dood" en/of "Ik pak mijn pistool", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

6:
hij op of omstreeks 06 december 2015 te Gouda opzettelijk en wederrechtelijk een en/of meerdere ruit(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk voornoemde ruit(en) in te gooien met een (bak)steen;

7:
hij op of omstreeks 08 december 2015 te Gouda [slachtoffer 9] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 9] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik maak je dood" en/of "Als ik in de cel zit en ik mag bellen, zijn jullie allemaal dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

8:
hij op of omstreeks 06 december 2015 te Gouda opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer 10] (arrestantenverzorger), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: 'Ik neuk je kankermoeder' en/of 'kankerhoer' en/of 'klootzak', althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

9:
hij op of omstreeks 02 november 2015 te Gouda tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand (gelegen aan [adres]), heeft weggenomen een sleutelbos en/of levensmiddelen en/of muntgeld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door braak en/of verbreking en/of inklimming, te weten door het uitnemen en/of loswrikken van een rooster en/of planken en/of (vervolgens) het betreden van voornoemd pand door de ontstane opening;

10:
hij op of omstreeks 12 oktober 2015 te Gouda tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand (gelegen aan [adres]), heeft weggenomen een muntenmachine met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door braak en/of verbreking en/of inklimming, te weten door het verbreken en/of openbreken van een (voor)deur;

de zaak met parketnummer 09/817232-16 (gev.)

11:
hij op of omstreeks 7 oktober 2015 te Gouda tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand (gelegen aan [adres]), heeft weggenomen de inhoud van een fruitautomaat en/of grijpautomaat, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door braak en/of verbreking en/of inklimming, te weten door het uitnemen en/of loswrikken van een rooster en/of planken en/of (vervolgens) het betreden van voornoemd pand door de ontstane opening;

12:
hij op of omstreeks 22 oktober 2015 te Gouda tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand (gelegen aan de Heuvellaan 1), heeft weggenomen geld en/of goederen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door braak en/of verbreking en/of inklimming, te weten door het uitnemen en/of loswrikken van een rooster en/of planken en/of (vervolgens) het betreden van voornoemd pand door de ontstane opening.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2, 3, 4, 5, 11 en 12 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 6, 7, 8, 9, 10 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van

10 maanden met aftrek van voorarrest. Voorts is een beslissing genomen omtrent de vordering van de [benadeelde partij], zoals omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte is in eerste aanleg vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 2, 3, 4, 5, 11 en 12 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is namens de verdachte onbeperkt ingesteld en mitsdien mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissingen tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissingen geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraken.

Ontvankelijkheid Openbaar Ministerie

Door de officier van justitie is een schriftuur houdende grieven ingediend. De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangegeven de grieven tegen de vrijspraken in eerste aanleg niet langer te handhaven en dat het appel zich enkel richt tegen de opgelegde straf. Nu het hof ambtshalve geen redenen ziet de desbetreffende feiten nader te bespreken, zal het hof, gelet op het bepaalde in artikel 416, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaren in het ingesteld beroep, voor zover gericht tegen de vrijspraken.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, behoudens ten aanzien van de opgelegde straf en dat het hof ten dien aanzien opnieuw rechtdoende de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek van voorarrest en dat aan de verdachte zal worden opgelegd de maatregel van TBS met verpleging van overheidswege, gemaximeerd.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 6, 7, 8, 9 en 10 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:
hij op of omstreeks 06 december 2015 te Gouda [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] dreigend de woorden toegevoegd: "als hij niet komt nu ga ik hem opzoeken en afschieten" en/of "ik maak jullie af" en/of "ik heb een pistool" en/of "ik kom nog terug, het is nog niet afgelopen en dan zien jullie het wel", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

6:
hij op of omstreeks 06 december 2015 te Gouda opzettelijk en wederrechtelijk een en/of meerdere ruit(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door toen en daar opzettelijk en wederrechtelijk voornoemde ruit(en) in te gooien met een (bak)steen;

7:
hij op of omstreeks 08 december 2015 te Gouda [slachtoffer 9] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 9] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik maak je dood" en/of "Als ik in de cel zit en ik mag bellen, zijn jullie allemaal dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

8:
hij op of omstreeks 06 december 2015 te Gouda opzettelijk een ambtenaar, te weten [slachtoffer 10] (arrestantenverzorger), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: 'Ik neuk je kankermoeder' en/of 'kankerhoer' en/of 'klootzak', althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

9:
hij op of omstreeks 02 november 2015 te Gouda tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand (gelegen aan [adres]), heeft weggenomen een sleutelbos en/of levensmiddelen en/of muntgeld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door braak en/of verbreking en/of inklimming, te weten door het uitnemen en/of loswrikken van een rooster en/of planken en/of (vervolgens) het betreden van voornoemd pand door de ontstane opening;

10:
hij op of omstreeks 12 oktober 2015 te Gouda tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand (gelegen aan [adres]), heeft weggenomen een muntenmachine met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door braak en/of verbreking en/of inklimming, te weten door het verbreken en/of openbreken van een (voor)deur.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Het onder 6 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Het onder 7 bewezen verklaarde levert op:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Het onder 8 bewezen verklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Het onder 9 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Het onder 10 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee bedrijfsinbraken. Hierbij zijn grote geldbedragen weggenomen. De verdachte heeft er blijk van gegeven zijn eigen financiële gewin te laten prevaleren boven de belangen van anderen en hij heeft op geen enkele wijze rekening gehouden met de schade die hij heeft aangericht. De verdachte heeft daarnaast een arrestantenverzorger bedreigd met de dood en een andere arrestantenverzorger beledigd. Arrestantenverzorgers moeten hun werk kunnen doen, zonder dat zij hierbij worden beledigd en bedreigd. Tot slot heeft de verdachte meerdere ruiten van een woning ingegooid met stenen en een gezin bedreigd met de dood. De verdachte heeft geen enkel respect getoond voor de eigendommen van een ander. Dit moet bovendien voor de slachtoffers zeer beangstigend zijn geweest, temeer nu men zich in zijn eigen woning veilig moet kunnen voelen.

Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 24 mei 2017, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor vermogensdelicten, bedreigingen, beledigingen en geweldsdelicten.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat aan de verdachte de maatregel van TBS met verpleging van overheidswege wordt opgelegd.

Het hof overweegt dat de verdachte heeft geweigerd zijn medewerking te verlenen aan een psychiatrisch en psychologisch onderzoek. Evenmin heeft hij medewerking verleend aan onderzoek in het PBC. De verdachte wordt dan ook aangemerkt als een weigerende observandus.

Met de rechtbank is het hof van oordeel, dat uit onderzoek naar voren komt dat de verdachte voldoet aan voldoende criteria om de DSM-diagnose antisociale persoonlijkheidsstoornis te stellen. Doordat de onderliggende dynamiek, drijfveren en gevoelens niet besproken konden worden, kan er echter weinig onderbouwd worden gezegd over impulscontrole, gewetensfuncties en agressieregulatie. Hoewel dus een antisociale persoonlijkheidsstoornis kan worden vastgesteld bij verdachte, kan er geen advies worden gegeven omtrent de doorwerking van de stoornis in de feiten, de mate van toerekeningsvatbaarheid en het recidiverisico.

Nu enkel kan worden teruggegrepen op dossieronderzoek en er geen aanvullende objectieve onderbouwing van de diagnose kan worden gegeven door de deskundigen van het PBC, is het hof met de rechtbank van oordeel dat het op basis van het PBC rapport niet mogelijk is een ziekelijke stoornis of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens van de verdachte vast te stellen. Derhalve kan oplegging van een TBS-maatregel naar het oordeel van het hof niet aan de orde zijn.

Door de advocaat-generaal is ter terechtzitting in hoger beroep het voorwaardelijk verzoek gedaan de deskundigen van het PBC te horen, indien het hof geen TBS-maatregel zou opleggen.

Het hof is van oordeel dat de deskundigen in het PBC-rapport heel duidelijk hebben aangegeven hoe zij tot hun conclusies zijn gekomen. Het hof acht zich daarmee voldoende voorgelicht en ziet derhalve geen noodzaak om de deskundigen te horen. Het verzoek wordt dan ook afgewezen.

Door de raadsman is ter terechtzitting in hoger beroep een voorwaardelijk verzoek gedaan de deskundigen van het PBC te horen, indien het hof een TBS-maatregel zou opleggen.

Nu het hof van oordeel is dat een TBS-maatregel niet aan de orde kan zijn, is de door de raadsman gestelde voorwaarde voor het horen van de deskundigen van het PBC niet vervuld en komt het hof dan ook niet toe aan dit voorwaardelijk verzoek.

Ter terechtzitting in hoger beroep is door de raadsman een enigszins gewijzigd beeld van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte naar voren gebracht. De verdachte is sinds zijn vrijlating in oktober 2016 niet meer opnieuw met politie en justitie in aanraking geweest. Hij heeft inmiddels een eigen huurwoning, een bijstandsuitkering en hij is bezig met het afbetalen van zijn schulden.

Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij]

In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 10 ten laste gelegde, tot een bedrag van € 9.890,40.

In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De vordering van de benadeelde partij is namens de verdachte betwist.

Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 10 bewezen verklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 oktober 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Betaling aan de Staat ten behoeve van de [benadeelde partij]

Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van

€ 9.890,40 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het [slachtoffer 13].

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 63, 266, 267, 285, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2, 3, 4, 5, 11 en 12 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 6, 7, 8, 9 en 10 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 6, 7, 8, 9 en 10 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 5 (vijf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de [benadeelde partij]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de [benadeelde partij] ter zake van het onder 10 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 9.890,40 (negenduizend achthonderdnegentig euro en veertig cent) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 12 oktober 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het [slachtoffer 13], ter zake van het onder 8, 10 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 9.890,40 (negenduizend achthonderdnegentig euro en veertig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 84 (vierentachtig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 12 oktober 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit arrest is gewezen door mr. N. Schaar,

mr. A.A. Schuering en mr. R.F. de Knoop, in bijzijn van de griffier mr. L.A. Haas.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 22 juni 2017.